Nieuwe regels voor verkamering in Leiden

De gemeente Leiden heeft nieuwe beleidsregels voor woningvorming en onttrekking van woonruimte vastgesteld. Het nieuwe beleid treedt vanaf 1 januari 2020 in werking. De nieuwe beleidsregels zijn erop gericht kamerverhuur en woningvorming beter te reguleren. De gemeente wil overlast beperken en ervoor zorgen dat Leiden een fijne plek blijft om te wonen.

De gemeente wil zorgen voor een goede balans in het woningaanbod in Leiden. Het moet voor iedereen mogelijk zijn woonruimte in Leiden te vinden. Daarom zijn er nieuwe beleidsregels voor woningvorming en onttrekking vastgesteld. Wethouder Fleur Spijker (Duurzame verstedelijking): “We willen een goede balans in de stad houden en in wijken waar veel overlast van verkamering wordt ervaren, de leefbaarheid verbeteren. De kracht van onze stad is, dat we met verschillende groepen samenleven. Ik hoop en verwacht dat we dat zo op een goede manier kunnen blijven doen.”

Quotum en afstandscriterium

Voor woningonttrekking – het ‘verkameren’ van een woning – is een vergunning vereist. Dit blijft zo. Nieuw in het beleid is, dat er een quotum wordt ingevoerd dat per straat het maximaal aantal te verkameren woningen aangeeft. In het centrum is een hoger percentage maximaal te verkameren woningen toegestaan dan in omliggende woonwijken. Als quotum geldt een maximum van 20% voor de binnenstad, een maximum van 8% voor de schil rondom de binnenstad begrensd door de Willem de Zwijgerlaan, de Kanaalweg, de Churchilllaan en het spoor Leiden - Den Haag en een maximum van 5% voor de overige straten. Op een aantal straten in de binnenstad is het quotum niet van toepassing. Ook kan de gemeente in bijzondere gevallen afwijken van deze percentages.

Daarnaast is er een afstandscriterium opgenomen voor wijken buiten het centrum. Tussen elke verkamerde woonruimte in een straat moeten minimaal twee niet-verkamerde panden zitten.

Gevolgen

De nieuwe beleidsregels hebben geen invloed op de situatie van verkamerde woningen waar een onttrekkingsvergunning voor is afgegeven. Als eigenaren niet in het bezit zijn van de benodigde vergunning, dan moet men deze aanvragen. Alle vergunningaanvragen worden getoetst aan de nieuwe beleidsregels. Als een aanvraag past binnen het nieuwe beleid, wordt de vergunning verleend. Als de eigenaar de woning vóór 1 april 2007 in eigendom heeft gekregen en voor die tijd het pand heeft verkamerd en er sprake is van een brandveilige situatie,  dan wordt een onttrekkingsvergunning na aanvraag verleend. Ook als het quotum al is behaald of overschreden.

Dossiers worden niet allemaal tegelijk behandeld. De gemeente verwacht voor de uitvoering het traject ongeveer 4 jaar nodig te hebben. Om verhuurders en (toekomstige) huurders goed te informeren en te wijzen op te ondernemen acties, start de gemeente een communicatiecampagne.

Zonder onttrekkingsvergunning is er sprake van illegale verkamering en moet de eigenaar de verkamering beëindigen. Dit betekent ook dat iemand die in een illegaal verkamerde woonruimte woont, op zoek moet gaan naar nieuwe woonruimte. 

Goed verhuurderschap

Bovendien worden er aanvullende bouwkundige eisen gesteld om (geluids-)overlast tussen woningen te voorkomen. Aan de vergunninghouder worden in het kader van ‘goed verhuurderschap’ nadere eisen gesteld. Aan de onttrekkingsvergunning zijn voorwaarden verbonden, zoals het opstellen van woon- en leefregels voor bewoners.

Vergunning tot woningvorming

Voor het aanpassen van een bestaande (zelfstandige) woonruimte naar 2 of meer zelfstandige woonruimtes komt er een nieuwe vergunningsplicht, de vergunning tot woningvorming. Deze vergunning dient te worden aangevraagd als één of meer van de te vormen woonruimtes een gebruiksoppervlakte heeft van minder dan 40 m².  Is een van de zelfstandige woonruimtes kleiner dan 24 m², dan kan er geen woningvormingsvergunning worden verleend.