Financiële bijsturing sociaal domein

Het college van burgemeester en wethouders heeft aan de gemeenteraad een voorstel voorgelegd voor een betere beheersing en bijsturing van de financiën in het sociaal domein. De voorgestelde maatregelen binnen de Jeugdzorg, Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en Werk en Inkomen hebben betrekking op de periode 2020 tot 2023. Bijsturing is nodig om ervoor te zorgen dat de gemeente ook in de toekomst de noodzakelijke zorg en ondersteuning kan bieden aan kwetsbare groepen inwoners in de stad.

Leiden heeft net als veel andere gemeenten te maken met groeiende tekorten op het gebied van Jeugdhulp en Wmo. Belangrijke oorzaak van de tekorten is de toenemende vraag naar Jeugdhulp en Wmo-ondersteuning. Deze toenemende vraag kan de komende jaren niet meer bekostigd worden met de huidige middelen. De bijdragen die de gemeente op dit moment vanuit het Rijk ontvangt, zijn niet voldoende om de toenemende vraag te compenseren. Als we niets doen, levert dit Leiden in 2020 een tekort op van ca 3 miljoen, oplopend naar 5,4 miljoen in 2023. Met de financiële bijsturingsmaatregelen kunnen deze tekorten worden opgevangen.

De Visie Sociaal Domein ‘Iedereen telt mee en doet mee’ staat voor het college nog steeds centraal bij de invulling van voorzieningen binnen het sociaal domein. Tegelijkertijd wil het college ook op het gebied van wonen, sport, gezondheid, werk, duurzaamheid en mobiliteit blijven investeren in een goed stadsklimaat.

Marleen Damen (Wethouder Gezondheid, Jeugdzorg & Welzijn): “Leiden is van oudsher een sociale stad waarin iedereen meetelt en meedoet. En dit moet ook zo blijven. Ook in de komende jaren moeten de activiteiten in het sociaal domein hier een bijdrage aan leveren. De kosten zijn alleen zo ver opgelopen, dat we met elkaar keuzes zullen moeten maken over wat er wel en wat er niet meer kan. Hoe zorgen we met elkaar voor de kwetsbare groep inwoners in onze stad en houden we daarnaast onze andere voorzieningen op peil? Daarover gaan we de komende periode in gesprek met de raad.”