Schriftelijke vragen van raad aan B&W

Toon alles / Verberg alles

FAQ uit/inklappen Inzet wijkagenten

(Ingekomen 12 januari 2010)

De Partij van de Arbeid is een groot voorstander van de wijkagent. In onze ogen dé ogen en de oren van de politie in de wijken. In onze ogen werkt het instituut wijkagent alleen als een wijkagent zich volledig op zijn wijk kan richten en dus full-time beschikbaar is.

Vandaag lazen wij dat uit een onderzoek van de Raad van hoofdcommissarissen blijkt dat nog geen kwart van de politiekorpsen de wijkagent ook echt wijkagent laat zijn. De wijkagent wordt dan ingezet voor regulier politiewerk zoals noodhulp.

Op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde stel ik u de volgende vragen:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 2 februari 2010)

1. Zijn Leidse wijkagenten hun volledige arbeidstijd beschikbaar om hun werk in hun wijk te  doen?

Ja, de Leidse wijkagenten zijn hun volledige arbeidstijd beschikbaar voor het werk in hun wijk. Concreet houden zij zich bezig met toezicht, handhaving en opsporing. Ook adviseren zij partners over de aanpak van gesignaleerde problemen.

Vanuit zowel de organisatie als vanaf de straat gezien is de wijkagent de meest vooruitgeschoven post van het gebiedsgebonden team en onderhoudt een eigen operationeel netwerk in zijn wijk. Zij staan met beide benen in de wijk en zorgen voor verbinding tussen wijkbewoners en de politie.

In de vergadering van de raadscommissie Bestuur en Leefbaarheid, gehouden op 8 oktober 2009, is toegelicht dat de politie regionaal de beschikbaarheid krijgt over nog eens 19 extra wijkagenten. Hiervan zal ook een aantal geplaatst worden in Leiden. Zij zullen net als de reeds in Leiden werkzame wijkagenten volledig  ingezet worden voor werkzaamheden in de aan hen toegewezen wijk. Dit proces is inmiddels in gang gezet en de verwachting is dat deze extra agenten in de tweede helft van 2010 beschikbaar zijn.

Zo nee, waarom niet en voor welk deel zijn ze wel beschikbaar voor hun wijk?

Niet van toepassing; zie het antwoord op het eerste deel van de vraag.

2. Indien Leidse wijkagenten niet full-time beschikbaar zijn voor hun wijk, bent u dan met de  Partij van de Arbeid van mening dat dit wel de gewenste situatie is en bent u bereid zich  hiervoor hard te maken? Zo nee, waarom niet.

Niet van toepassing; zie antwoord vraag 1.

 


Gevraagd door: M. VAN DEN BERG op 12 januari 2010
FAQ uit/inklappen Strooibeleid

(Ingekomen 5 januari 2010)

In verschillende gemeenten zijn er de afgelopen tijd vragen gesteld over het strooibeleid van de gemeente. Zie onder andere de vragen van de VVD in Den Haag ten aanzien van de fietsers. 1) Bij inspectie van de route vanaf Leiden Centraal naar de binnenstad op maandag 4 januari 2010 vielen een aantal zaken op:

De wegen zijn minder slecht begaanbaar dan de fietspaden. Het stationsplein is een verraderlijke, aflopende ijsbaan. Wanneer er wel goed gestrooid is, onder andere op bepaalde plekken in de Breestraat, is er weinig overlast. Helaas is dit op weinig plekken het geval.

Getuige de  berichten uit het Leidsch Dagblad van 4 januari is het op de ringwegen niet veel beter. 2)

Naar aanleiding van deze omstandigheden wil het CDA de volgende schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen.

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 26 januari 2010)

Voorafgaand aan de beantwoording van de onderstaande vragen wil het college enige algemene kanttekeningen maken bij de weersomstandigheden waarmee de gemeente de voorgaande weken geconfronteerd is. Die omstandigheden zijn extreem geweest, waarbij met name de hevige sneeuwval op 20 december 2009 en 4 januari 2010 in relatief korte periodes met wisselende temperaturen waardoor ook sprake was van ijsvorming op het wegdek, de gladheidbestrijding parten heeft gespeeld.
Met name het materieel om sneeuw te ruimen op de fietspaden was bij die omstandigheden niet toereikend.
Hierdoor is, ondanks de grote inzet bij de gladheidbestrijding, veel overlast ontstaan hetgeen door het college nadrukkelijk wordt betreurd.
Inmiddels heeft het college  maatregelen genomen door de capaciteit voor het begaanbaar maken van de fietspaden uit te breiden. Naast de bestaande 4 fietspadstrooiers en 2 borstelmachines voor de doorgaande fietsroutes worden 2 extra borstelmachines voor de fietspaden ingezet. Hiervoor zijn afspraken gemaakt met een aantal aannemers die met hun materieel direct inzetbaar zijn. Die extra inzet heeft de afgelopen weken ook al een aantal maal plaatsgevonden. Daarnaast is de gemeente in overleg met het Sportbedrijf om zo nodig ook  materieel van het Sportbedrijf te kunnen inzetten.
De komende tijd zal worden bezien hoe deze maatregelen structureel ingepast kunnen worden in de gladheidbestrijding.

1. Is het College bekend met de gevaarlijke situatie op het Stationsplein en het busstation, en gebied in de openbare ruimte van de stad?

Ja, het college is bekend met de situatie op het Stationsplein. Op het plein is meerdere malen gestrooid. Het effect van het zoutstrooien werd beperkt door het feit dat het plein nauwelijks bereden wordt, waardoor het zout niet optimaal in kon werken op de onderliggende ijslaag. Het effect van strooizout wordt namelijk grotendeels bepaald door de verkeersintensiteit en die is op het voetgangersdeel van het stationsplein beperkt.
Daarbij kwam dat MeteoConsult de hevige en langdurige sneeuwval op 4 januari 2010 niet had voorspeld, waardoor niet preventief is gestrooid. De gladheidbestrijding wordt uitgevoerd op basis van de voorspellingen over de lokale situatie door MeteoConsult. Aangegeven werd dat het slechts licht en kort zou sneeuwen, bij temperaturen boven het vriespunt, waarbij volgens de informatie van MeteoConsult niet behoefde te worden gestrooid. Uiteindelijk pakte dat anders uit. Door opvriezing en de vertraagde start van de gladheidbestrijding was het effect daarvan en van de nadien ingezette borstelmachines zeer beperkt.
De komende periode zal voor zover de gangbare middelen niet voldoende effect sorteren door middel van het strooien van zand getracht worden het Stationsplein toch begaanbaar te houden.

2.  Acht het college het haar taak om zorg te dragen voor een veilig verkeer in Leiden voor auto’s, voetgangers en fietsers?

Ja, het college rekent het strooien van hoofdroutes van auto’s en fietsen tot zijn zorgtaak.
In bijlagen bij de beantwoording zijn de hoofdroutes (A routes) voor de wegen, fietspaden en bruggen opgenomen.

3.  Heeft Leiden wel een strooibeleid, ook gezien berichten op de site van het Leidsch Dagblad van 4 januari? Zo nee, waarom niet?

Ja, Leiden heeft een strooibeleid. Dit is vastgelegd in het Gladheidbestrijdingsplan dat jaarlijks wordt geactualiseerd op basis van o.a. areaaluitbreiding en ervaringen uit voorgaande winters.

4.  Wordt er door de gemeente gestrooid  bij gladheid voor fietsers en op voor voetgangers veel gebruikte  plaatsen, zoals het Stationsplein en het busstation? Zo nee, waarom niet? Wie zou dit wel moeten doen in dit openbare en centrale gebied?

Ja, er wordt frequent gestrooid bij gladheid. De hoofdroutes (de zogenaamde A-routes) voor auto’s en fietsen krijgen voorrang. Deze wegen en paden moeten zo veel mogelijk sneeuwvrij gehouden worden en gestrooid in verband met het drukke verkeer en de hulpdiensten zoals de Eerstehulpdienst,  Politie en Brandweer. Ook wordt met voorrang gestrooid op specifieke locaties met (veel) kwetsbare verkeersdeelnemers zoals scholen, bejaarden- en verpleeghuizen, ziekenhuizen, winkelcentra, wijkontsluitingswegen en fietspaden etc. Aansluitend wordt gestrooid en zo nodig en zo mogelijk geschoven en geborsteld in woonwijken.

5.  Onlangs zijn in de Raad 7 speciale woonservice-zônes en meerdere pluslokaties ingesteld, voor ouderen en minder valide mensen. Is er in deze gebieden extra inzet verleend om voorzieningen goed bereikbaar te houden? Zo ook, met het oog op dezelfde doelgroep, geldt deze vraag voor Haarlemmerstraat, Breestraat en het Stationsplein?

Zie het antwoord op vraag 4. De Nota Winkelen, Wonen, Welzijn en Zorg is in oktober 2009 vastgesteld. De uitvoering van de nota is nog in voorbereiding. Bijna alle ‘woonservicezones’  zoals deze in oktober 2009 zijn vastgesteld waren al onderdeel van de specifieke locaties waar met voorrang gladheid wordt bestreden.

Voor Buurtcentrum Stevenshof (wijkactiviteitencentrum) en het zorgkruispunt Theda Mansholtstraat was dit bij de aanvang van het winterseizoen 2009 – 2010 nog niet het geval. Recent zijn ook deze 2 locaties toegevooegd.
Met de actualisering van het Gladheidbestrijdingsplan voor de winter 2010/2011 zal worden bezien of nog aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
De Haarlemmerstraat, Breestraat en het Stationsplein behoren al tot de hoofdroutes waar gladheidbestrijding met voorrang plaatsvindt. Zoals eerder aangeduid zijn de effecten van die gladheidbestrijding in eerste instantie beperkt geweest door het bijzondere karakter van de winterse omstandigheden: veel sneeuw, dooien, opvriezen en ijsvorming, waarbij het effect van strooien beperkt is doordat op de genoemde locaties weinig autoverkeersbewegingen plaatsvinden en het zout niet wordt ingereden. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor stoepen en trottoirs bij winkelcentra.

6.  Is het college bereid om voortaan niet alleen de straten, maar ook de fietspaden en trottoirs sneeuw en ijsvrij te laten maken?  Dit zou de veiligheid van voetgangers en fietsers ten goede komen?

De hoofdroutes voor auto’s en fietsen krijgen prioriteit. Zie bij vraag 4. Andere wegen komen  aan de beurt op het moment dat de hoofdroutes goed begaanbaar zijn. Stoepen worden slechts op ‘kwetsbare’ plekken met de hand gestrooid. Gedacht moet worden aan de directe omgeving van de hiervoor genoemde bejaardenhuizen, verpleeghuizen, ziekenhuizen, scholen, winkelcentra e.d.
Stoepen strooien is een zeer arbeidsintensieve klus en kost veel extra zout. Dat zout is in tijden van nood schaars. Bovendien is de werking van zout zeer beperkt op het moment dat de stoep weinig belopen wordt. Niet onderschat moet worden dat strooimachines op de stoep door hun gewicht schade aan de tegels kunnen veroorzaken.
Voor een generieke bestrijding van gladheid op stoepen en trottoirs heeft de gemeente geen capaciteit. Wel vindt gladheidbestrijding plaats op specifieke voetgangerslocaties zoals bij winkelcentra en bruggen.

7.  Is het College voornemens bekendheid te geven aan eventuele voorzorgsmaatregelen (zoals het ophalen van strooizout) waar burgers gebruik van kunnen maken?

Ja. Op de gemeentelijke website (www.leiden.nl/gemeente) onder de rubriek Uitgelicht, Effecten winterweer is hierover informatie opgenomen. Daarnaast zal ook in de Stadskrant en in toekomstige edities van de Wegwijzer voor Leiden melding worden gemaakt van deze mogelijkheid.

8.  Heeft de gemeente een draaiboek voor (stevige) sneeuwval of gladheid? Zo ja, wat staat daarin vermeld over het beveiligen van trottoirs en fietspaden? Kan daarin extra aandacht worden besteed aan de fietspaden en trottoirs? Zo nee, kan het College toezeggen dat dit draaiboek er zo snel mogelijk komt?

Ja, er is een draaiboek. Dit is onderdeel van het genoemde Gladheidbestrijdingsplan en daarin is vastgelegd op welke autowegen, bruggen, fietspaden en specifieke locaties als eerste gladheid wordt bestreden. Zo mogelijk wordt preventief gestrooid. Aansluitend vindt gladheidbestrijding plaats op de zogenaamde B-routes. Trottoirs worden niet generiek gestrooid; wel gebeurt dit op specifieke locaties. Deze zijn hiervoor al genoemd.


1) http://www.telegraaf.nl/binnenland/5621204/__Haagse_VVD_hekelt_strooibeleid__.html
2) http://www.leidschdagblad.nl/nieuws/regionaal/leidenenregio/article5658337.ece/Avondspits-Leiden-chaos-door-gladheid

 

 


Gevraagd door: F. VAN DIJK en J. STRIJTVEEN (CDA) op 5 januari 2010
FAQ uit/inklappen Maatregelen tegen overlast jongeren

(ingekomen 25 november 2009)

Deze vragen zijn mondeling beantwoord in de Commissie Bestuur en Leefbaarheid d.d. 26 november 2009 tegelijkertijd met de vragen van D66.

In het Leidsch Dagblad van 17 november worden er stevige maatregelen aangekondigd om de overlast van jongeren rond buurtcentrum Op Eigen Wieken, jongerensoos Stevenshof en de scholen aan de Vondellaan. GroenLinks is niet tegen het bestrijden van overlast maar heeft vragen bij de hevigheid en de inbreuk op de privacy en rechten van niet overlastgevers.
Daarom willen wij, op basis van artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen stellen aan de Burgemeester:

1. Kloppen de maatregelen aangegeven, zoals aangegeven in het artikel Drugsverbod en verborgen camera's tegen overlast jeugd in het Leidsch Dagblad van 17 november?

2. Waarom wordt er gekozen voor cameratoezicht, terwijl hiermee de privacy van ook mensen die geen overlast geven wordt geschonden?

3. Waarom wordt er gekozen voor heimelijk cameratoezicht en op welke grond? En mag dit wel worden ingevoerd zonder dat de apv moet worden gewijzigd?
GroenLinks vindt dat jongerenproblemen primair moeten worden opgelost door inzet op preventie en goed toezicht door echte ogen.

4. Waarom is er gekozen voor repressieve en juridische maatregelen en is er niet gekozen om maatregelen die meer in de preventieve sfeer liggen?

5. Is het college met GroenLinks eens dat de verboden, zoals gebiedsverboden eerder welwillende buurtbewoners en jongeren zullen schaden dan dat ze effectief de problemen aanpakken?

 


Gevraagd door: V.KAGIE (GL) op 25 november 2009
FAQ uit/inklappen Inbraakgolf in Leiden-Zuid en Voorschoten

(ingekomen 29 oktober 2009)

In de afgelopen weken is er – zo meldt het Leidsch Dagblad van 28 oktober 2009 – sprake van een inbraakgolf in Leiden-Zuid en Voorschoten. Er werd ongeveer 30 keer ingebroken zo wordt gemeld. In het artikel wordt gesproken over een gelijke manier van inbreken en ook de tijdstippen vertonen een patroon.

Inbraken hebben een enorme impact op de slachtoffers.  Een woninginbraak vormt een grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, letterlijk, en laat in verreweg de meeste gevallen nog jarenlang haar sporen na. Deze gevolgen zitten verscholen achter de kille, statistische cijfers. Dit is dan ook een reden voor deze vragen, omdat het veel verder draagt dan een mogelijk materieel verlies.

Naar aanleiding van dit bericht wil het CDA de volgende schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen.

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 1 december 2009)

1. Heeft het College kennisgenomen van het bericht “Inbraakgolf Leiden-Zuid en Voorschoten” in het Leidsch Dagblad van 28 oktober 2009?

Ja.

2. Kloppen de cijfers zoals genoemd in het artikel? Wat is uw oordeel over deze cijfers?

Ja. Uit de politiecijfers blijkt dat in Leiden-Zuid en Voorschoten sprake is van veel woninginbraken.

3. De genoemde methodes geven een georganiseerd beeld. Is hiervan sprake? Wordt er bij de opsporing gebruik gemaakt van ervaringen uit andere steden?

Het is goed mogelijk dat er enig georganiseerd verband achter de woninginbraken zit. Voor de opsporing wordt gebruik gemaakt van lokale, regionale en landelijke kennis en ervaring.

4. Welke acties heeft de politie ondernomen om de daders te pakken? Wordt er extra gepatrouilleerd? Zijn er signalementen van mogelijke daders bekend?

In het driehoeksoverleg tussen burgemeester. de districtchef van politie en de officier van justitie zijn afspraken gemaakt over de recente stijging van  het aantal woninginbraken. De politie zet hier extra capaciteit op in. Over de opsporingsmethoden die ingezet worden onder gezag van de officier van justitie kunnen geen mededelingen worden gedaan. Een aantal signalementen van mogelijke daders is bekend. De inspanningen van de politie hebben inmiddels vruchten afgeworpen. Zo is naar aanleiding van een melding begin november een inbreker aangehouden. Vervolgens werden op 16 november jl. in Voorschoten drie mannen aangehouden die ook verdacht werden van inbraak of poging daartoe.

5. Naar de mening van de CDA-fractie is het van groot belang dat aangiftes (via de  website of op het bureau) – ook voor kleinere criminaliteit - serieus worden behandeld  en dat de slachtoffers het gevoel hebben dat er serieus met hun aangiften wordt  omgegaan. Dit is ook goed voor het vertrouwen in de politie. Wordt er bij aangifte op  het bureau of via de website eenzelfde actie ondernomen, of is alleen aangifte op het  bureau effectief?

Ten aanzien van een inbraak woning wordt bij ontdekking op heterdaad ter plekke de aangifte  opgenomen. Bij een ontdekking op later moment  wordt de aangifte aan het bureau opgenomen. Aangifte woninginbraak via internet is niet mogelijk vanwege de ernst van het feit.

6. Welke hulpmiddelen zet de politie in om de opsporing te vergemakkelijken? De CDA  fractie vindt dat de politie ook gebruik moet kunnen maken van de ‘extra ogen’ van de  Leidenaren. Wordt er gebruik gemaakt van opsporing verzocht, burgernet of ‘Extra  Ogen”? Zo ja, waar heb u dit kenbaar gemaakt. Zo nee, waarom niet?

In het systeem Burgernet wordt in de toekomst ook de systematiek van ‘sms-alert’ en ‘extra ogen’ ondergebracht. Burgernet heeft daarom de toekomst, omdat in dit systeem een aantal mogelijkheden wordt gecombineerd. Besluitvorming over het eventueel landelijk en regionaal mogelijk maken van Burgernet dient nog plaats te vinden. Besluitvorming hierover is mede een bevoegdheid van de politie en hangt bijvoorbeeld ook af van kostenaspecten.
De politie maakt wel gebruik van internet via website van buurtverenigingen. Dit is echter nog experimenteel. Bij buurtonderzoeken verspreidt de politie brieven.

7. Hoe verloopt de samenwerking met de woningcorporaties bij preventie van en  voorlichting over woninginbraken? 

De politie is samen met de woningbouwcoöperaties en de gemeente in het samenwerkingverband “Leiden buitengewoon veilig” actief . Naast de veiligheid in de openbare ruimte is in dit samenwerkingsverband ook inbraakpreventie een speerpunt. De politie geeft daarnaast ook preventieadviezen ter plekke.

8. Kan het Keurmerk Veilig Wonen een rol spelen bij de preventie van dit soort inbraken?  Is het college voornemens risicogebieden in kaart te brengen en daar het Keurmerk  versneld ‘uit te rollen’? Zo ja, waar liggen de prioriteiten, zo nee, waarom niet?

Het Keurmerk Veilig Wonen kan een rol spelen bij preventie van inbraken, momenteel wordt gewerkt aan een plan om het keurmerk te stimuleren.

 

 

 

 


Gevraagd door: F. VAN DIJK (CDA) op 29 oktober 2009
FAQ uit/inklappen Brandwachten in de Stadsgehoorzaal

(ingekomen 27 oktober 2009)

Na een grondige renovatie is de Stadsgehoorzaal sinds enige tijd weer in bedrijf. Dat is natuurlijk fijn, maar het is de ChristenUniefractie opgevallen dat er sindsdien bij ieder concert of evenement een aantal brandwachten rondloopt. Dit is een arbeidsintensieve en dus prijzige vorm van brandveiligheid. Omdat dit nu al enige tijd voortduurt wil de ChristenUniefractie het college op grond van artikel 45 van het reglement van orde graag enkele vragen stellen.

Antwoord van Burgemeester en Wethouders (ingezonden 24 november 2009)

1. Waarom zijn er bij evenementen en concerten in de Stadsgehoorzaal brandwachten aanwezig?

Na koppeling van het oude en het nieuwe deel van de brandmeld- en ontruimingsinstallatie bleek de nieuwe configuratie onvoldoende stabiel te zijn. Vanwege die instabiliteit was er geen 100% garantie, dat doormelding naar de brandweer plaats zou vinden. Om de veiligheid van bezoekers bij evenementen te kunnen garanderen, zijn er in overleg met de brandweer brandwachten ingezet. Van een onveilige situatie is hierdoor op geen enkel moment sprake geweest.

2. Per wanneer zijn de problemen met de brandveiligheid opgelost?

Per 13 november 2009 zijn de problemen met de installatie opgelost. De brandweer heeft de brandmeld- en ontruimingsinstallatie goedgekeurd. Hierdoor behoort de inzet van brandwachten tot het verleden.

3. Wat heeft de inzet van de brandwachten tot op heden gekost? En welke kosten kunnen we nog verwachten?

De inzet van brandwachten heeft in totaal circa € 20.000,- gekost. Er worden geen verdere kosten meer verwacht.

4. Wie betaalt de rekening voor de inzet van de brandwachten?

Aangezien de gemaakte kosten gerelateerd zijn aan het bouwproces, zijn de rekeningen voor de inzet van de brandwachten door de gemeente voldaan en geboekt op het project voor de uitbreiding van de Stadsgehoorzaal.
 
 

 


Gevraagd door: J. CLEMENT (CU) op 27 oktober 2009
FAQ uit/inklappen Verdwijnen fietsrekken op de Stationswe

(ingekomen 22 oktober 2009)

De fractie van de Partij van de Arbeid Leiden zet zich al jaren in voor meer en betere fietsvoorzieningen bij Leiden Centraal. De vele nieuwe fietsrekken die het afgelopen jaar rondom Leiden Centraal zijn verschenen, zijn daar het zichtbare resultaat van.

U zult het met mij eens zijn dat die uitbreiding geen gemakkelijke opgave was. Des te groter is mijn verbazing dat sinds de viering van 3 October de honderden fietsrekken op de stationsweg niet meer zijn teruggezet door de gemeente. Het resultaat van hard werken wordt daarmee in één klap van tafel geveegd.

Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad stellen wij u de volgende vragen:

Antwoord Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 1 december 2009)

1. Is het college bereid om de fietsrekken weer terug te plaatsen?

Ja, op termijn zijn wij bereid fietsenrekken aan de Stationsweg te plaatsen.

2. Is het een bewuste keuze van het college dat de fietsrekken op de stationsweg niet direct zijn teruggezet?

Ja, zie antwoord op vraag 4.

3. Zo nee, waarom staan ze er dan nog niet?

N.v.t.

4. Zo ja, wat zijn de argumenten van het college om de rekken niet direct terug te plaatsen?

In het kader van het Programma Binnenstad, entree van de stad, zijn wij bezig met een kwaliteitsverbetering van het entreegebied. Voor de nadere invulling van deze kwaliteitsverbetering wordt momenteel gewerkt aan een inrichtingsplan voor de Stationsweg. In afwachting van het inrichtingsplan, waarbij ook wordt gekeken naar de situering van fietsenstallingen in het gebied en hoe hier een hogere kwaliteit aan te geven, blijven de fietsenrekken voorlopig van hun plaats.

Overigens waren de fietsenrekken langs de Stationsweg niet bedoeld als stalling voor het station. Ze waren bedoeld voor bezoekers aan de winkels en horeca langs de Stationsweg. In de praktijk bleken de rekken vooral gebruikt te worden door treinreizigers. Daarmee schoten de stallingsplaatsen hun doel voorbij en konden bezoekers van de winkels en horeca hun fietsen niet in de rekken kwijt. Er zal in het inrichtingsplan voor de Stationsweg dan ook rekening worden gehouden met stallingcapaciteit van bezoekers van functies op de Stationsweg.

5. Indien uw argumenten te maken hebben met de verbetering van de beeldkwaliteit van de stationsweg, is het college het dan met de PvdA eens dat dat ook op andere manieren bereikt kan worden? (Bijvoorbeeld door uitbreiding van het fietsfout=fietsweggebied en/of het weesfietsenbeleid)

Wij vinden dat er voor de verbetering van de beeldkwaliteit van de Stationsweg meer nodig is dan alleen uitbreiding van fiets fout = fiets weg en/of het weesfietsenbeleid . Wij denken dat het en en is.  Ook naar de manier van fietsen stallen op de Stationsweg moet worden gekeken en deze moet op een goede manier worden ingepast. Dit zal gebeuren in het inrichtingsplan voor de Stationsweg waar momenteel aan wordt gewerkt.
Op dit moment wordt ook onderzocht binnen welke randvoorwaarden het restrictiegebied ‘Fiets Fout = Fiets Weg’ kan worden uitgebreid, zoals bijvoorbeeld het creëren van alternatieve fietsparkeervoorzieningen, het voorzien in de benodigde handhavingscapaciteit en het huren, inrichten en exploiteren van de benodigde opslagvoorzieningen.

6. Indien het college het hiermee eens is, is zij dan bereid om hiervoor de APV aan te passen?

De APV behoeft niet te worden aangepast. Uitbreiding van het Fiets fout = fiets weggebied is een collegebesluit. Als blijkt dat uitbreiding mogelijk is, zijn wij van plan dit te doen.

Indien u de keuze moet maken tussen het eerst beantwoorden van deze vragen of het eerst terugplaatsen van de fietsrekken, voel u dan vrij om voor dat laatste te kiezen.

 


Gevraagd door: G. HOLLA (PvdA) op 22 oktober 2009
FAQ uit/inklappen Vernielingen buurtcentrum Morschwijk

(ingkomen 17 september 2009)

Sinds 1 januari 2009 zijn er in het buurtcentrum Morschwijk acht keer de ruiten ingegooid en is er vier keer ingebroken. De financiële schade  op dit moment voor het jaar 2009 opgelopen tot  € 8555.
In de aangrenzende Jongeren Ontmoetings Ruimte (JOR) zijn eveneens regelmatig de ruiten ingegooid. Inmiddels zijn in de JOR camera’s geplaatst, met welke inmiddels is aangetoond wie er verantwoordelijk zijn voor enkele vernielingen. Camera’s zijn op eigen kosten van Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Midden-Holland geplaatst, aangezien de gemeente Leiden niet bereid was hieraan mee te werken.
Op enkele meters afstand van het buurtcentrum ligt een gymzaal van de gemeente Leiden. Deze gymzaal wordt regelmatig opengebroken door rondhangende jongeren, die daar vervolgens ’s nachts verblijven, pokeren en rottigheid uithalen. Bij het inbreken in deze ruimte zijn meerdere malen de ruiten ingegooid. De financiële schade van dit vandalisme is bij het CDA onbekend.

Alhoewel het de laatste 2 maanden rustig is geweest, vermoedelijk dankzij de grote vakantie en de Ramadan, blijft het probleem bestaan.

Naar aanleiding van geluiden uit de buurt is het CDA gaan praten met medewerkers van het buurtcentrum en van het Jongerenwerk Midden-Holland. Deze gesprekken en de ontwikkelingen in de wijk maken dat het CDA de volgende schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt.

Antwoord van Burgemeester en Wethouders 

(ingezonden 1 december 2009)

Schade
1. Is het College bekend met bovenstaande delicten en schade? Zo ja, hoeveel incidenten zijn bekend en wat is het totale bedrag van de schade die er sinds 1 januari 2009 in en rond buurtcentrum Morschwijk (inclusief gymzaal) is geleden en waaruit bestaat deze schade?

We zijn bekend met de genoemde delicten. Daarnaast zijn we bekend met soortgelijke omstandigheden elders in de Morschwijk, rondom het scholencomplex aan de Vondellaan / P.C.Hooftlaan.
 
De schade in 2009 veroorzaakt aan de gymzaal bedraagt ongeveer 3500,- euro. Over schade in en rond het buurtcentrum zijn geen adequate gegevens beschikbaar.

Wij hebben de situatie in de Morschwijk serieus genomen en hebben tijdens een bijeenkomst op bestuurlijk niveau met een aantal betrokken organisaties afspraken gemaakt over maatregelen. Het gaat dan om fysieke maatregelen, toezicht en het in kaart brengen en aanpakken van die jongeren die problemen veroorzaken. Ook heeft de burgemeester bij de Vondellaan / P.C. Hooftlaan een alcohol- en blowverbod ingesteld, waarover u eerder bent geïnformeerd. 

2. Wie moet deze schade betalen, buurtcentrum of gemeente? Kan de gemeente als eigenaar van het buurtcentrum de schade civielrechtelijk verhalen op de daders? Zo ja, waarom doet de gemeente dat niet? Zo nee, wat kan de gemeente doen om het buurtcentrum en jongerencentrum hierbij te helpen en is deze hulp al aangeboden?

Voor het buurtcentrum geldt dat de gemeente Leiden eigenaar en verhuurder is. De afhandeling voor de schade aan de opstal komt daarom voor rekening van de gemeente. Schade veroorzaakt aan de inboedel maakt deel uit van de bedrijfsrisico van de gebruiker / huurder zelf.
Voor wat betreft de gymzaal is de situatie iets anders. Schade voor zowel de opstal als de inboedel komt voor rekening van de gemeente.
Vaak is sprake van verzekeringswerk. Als er een dader van de schade bekend is kan de verzekeringsmaatschappij de schade proberen te verhalen. In deze gevallen is echter geen dader bekend, dus kan de schade niet worden verhaald.

In het algemeen geldt dat als een dader bekend is, er verschillende mogelijkheden voor schadeverhaal zijn. Ten eerste kan een losse civiele procedure worden gestart. Ook verzorgt de politie schadebemiddeling. Daarnaast kunnen benadeelden zich voegen in het strafproces, waardoor een civiele vordering wordt meegenomen in het strafproces en geen aparte procedure behoeft te worden gestart. Dat betekent dat het ook voor particulieren eenvoudig is om een claim in te dienen, als tenminste de dader bekend is. Dat is helaas niet altijd het geval.

De politie heeft aangegeven bereid te zijn zoveel mogelijk medewerking te verlenen aan schadebemiddeling en schadeverhaal. De mogelijkheden tot schadeverhaal zijn door de burgemeester ook met diverse organisaties besproken.

3. Mogelijk is het antwoord op vraag 2: de kosten van het verhaal “wegen niet tegen de baten op” . Wat vindt het college dan van de stelling dat van daadwerkelijk verhaal halen wellicht een afschrikwekkend effect uitgaat en verhaal om die reden op de lange termijn toch is geraden? ‘Als je aan onze spullen zit, weten we je te vinden, linksom of rechtsom?’

Wij kunnen ons vinden in de stelling dat schadeverhaal afschrikwekkend is.

4. Het jongerenwerk Midden Holland is van mening dat  de kosten van de kapotte ruiten, de inbraken en de noodzakelijke aanpassingen verhaald moeten worden op de daders en hun ouders. Het CDA steunt deze visie. Hiervoor acht het jongerenwerk een intensieve samenwerking met de politie Hollands Midden noodzakelijk. Is het college bereid om deze twee organisaties een doelgerichte opdracht te geven gezamenlijk deze schade te verhalen? Zo ja, wanneer wordt deze gegeven? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 2. 

Beveiliging
5. Kan de gemeente aangeven welke acties er door de politie zijn ondernomen om deze opeenvolging van criminaliteit aan te pakken? Waarom grijpt de politie niet krachtig in?

De politie heeft extra aandacht gegeven aan desbetreffende locaties. Ook is dit jaar een aantal verdachten van strafbare feiten aangehouden in de omgeving van het buurtcentrum. Momenteel richt de politie zich met name op het uit de anonimiteit halen van de jongeren die problemen veroorzaken en wordt een persoonsgerichte aanpak gestart. Dit houdt in dat zoveel mogelijk geïnventariseerd wordt welke jongeren zorgen voor overlast (personalia) en in welke mate en op welke manier zij daaraan bijdragen. Zo wordt bijvoorbeeld bekeken welke personen een leidende rol hebben. De aanpak wordt vervolgens op de persoon en de situatie afgestemd, waarbij dus maatwerk wordt geleverd.

6. Het buurtcentrum Morschwijk en het Jongerenwerk Midden Holland achten het noodzakelijk dat er voor de buitenruimte rond het buurtcentrum cameratoezicht gaat komen. Is de gemeente bereid hieraan mee te werken? Zo ja, op welke termijn kan dit worden gerealiseerd en wat gaat dit kosten? Zo nee, op welke wijze denkt de gemeente dit buurtcentrum te beschermen tegen de ernstige overlast?

Indien de camera zich niet richt op de openbare weg is ons college bereid om hier, afhankelijk van nadere afspraken, aan mee te werken.

7. Het Jongerenwerk Midden Holland heeft al meerdere keren aangedrongen om de nabijgelegen gymzaal van een alarm te voorzien, opdat de politie gewaarschuwd kan gaan worden en kan optreden. Tot nu toe wordt dit verzoek stelselmatig door de gemeente Leiden geweigerd. Kan het College aangeven waarom de gymzaal niet van een alarm wordt voorzien? En kan het college aangeven op welke wijze zij wel bereid is de criminaliteit in en rond de gymzaal terug te dringen?

De politie werkt volgens een landelijke richtlijn, waarbij de eigenaar/gebruiker  van het onroerend goed zelf de eerste opvolging ter hand moet nemen. Indien daaruit blijkt dat het alarm terecht is afgegaan, kan de politie tot inzet overgaan. Uit ervaring in het verleden is gebleken dat een alarm vernielingen niet voorkomt. Daarnaast geldt dat de kosten van een alarm (afhankelijk van de gestelde eisen variërend van 2.500 – 10.000 euro) gecombineerd met eventuele opvolging niet helemaal in verhouding staan tot de geleden schade en voor de toekomst zijn er geen redenen om te verwachten dat dit anders zal zijn.

Het college ziet samenwerking tussen bewoners, politie, maatschappelijke organisaties gemeente als het middel om criminaliteit terug te dringen.

8. De gemeente Leiden is eigenaar van het buurtcentrumgebouw, de gymzaal, de jongerenruimte. De gemeente Leiden werkt niet mee aan het plaatsen van camera’s in ruimtes (inpandig) van het jongerenwerk terwijl deze organisatie dit wel noodzakelijk acht. Kan de gemeente aangeven waarom zij hieraan niet mee wil werken?

Het plaatsen van camera’s in gebouwen is een eerste verantwoordelijkheid van de gebruiker van dat gebouw. Met jongerenwerk is de afspraak gemaakt dat camera’s bestemd voor toezicht uit het bestaande budget jongerenwerk bekostigd mogen worden.

Daders
9. Jongeren van merendeel allochtone afkomst uit Noord en de Morswijk behoren tot de groep die de overlast op haar naam kan schrijven. Enkele personen uit deze groep, die ook de kern vormen, hebben een strafblad. Het Jongerenwerk Midden Holland acht het noodzakelijk dat juist deze kern wordt aangepakt en acht hierbij de expertise van politie en justitie onontbeerlijk. Deelt het College deze visie? Zo ja, hoe denkt zij dit aan te pakken? Zo nee, waarom niet en wat acht het College de oorzaak van de schade en overlast in en rond Buurtcentrum Morschwijk?

De jongeren zijn met name uit de Morswijk afkomstig. Inderdaad is in de aanpak de expertise van politie en justitie hard nodig. De belangrijkste maatregel is dat de politie momenteel samen met andere instanties werkt aan het uit de anonimiteit halen van jongeren waarbij een persoonsgerichte aanpak wordt gestart.

10. Tevens is het noodzakelijk om het netwerk rond deze jongeren te betrekken bij de aanpak. Ouders, vrienden, sport, werk etc. zullen moeten worden benaderd om één lijn te trekken met als doel de crimineel weer op het rechte spoor te krijgen.   Is het college bereid om binnen het jeugdwerk opdracht te geven deze netwerk aanpak prioriteit te geven?

De netwerkaanpak wordt beschouwd als onderdeel van de persoonsgerichte aanpak. Naast de politie heeft ook jongerenwerk een taak in de netwerkbenadering.

11. De overlast gevende groep jongeren lijkt een mengeling te zijn van grotendeels allochtone wijkbewoners en jongeren uit Noord e.o.. Heeft het college inzicht op deze groep? Wat voor een groep is het?

Met een aantal betrokkenen is afgesproken een inventarisatie te maken van de jongeren die problemen veroorzaken. Daarbij wordt bekeken welke jongeren maken deel uit van een overlastgevende groep en welke jongeren strafbare feiten plegen. Op dit moment lijkt het te gaan om een groep die breder is dan alleen allochtone wijkbewoners.

12. Jongeren van allochtone afkomst terroriseren  het centraal gelegen ‘avontuurlijke’ speelgebied. Sexueel getinte intimidatie, grof taalgebruik en agressief gedrag zijn aan de orde van de dag. Vooral jonge meisjes zijn hiervan de dupe, en zij worden dan ook steeds meer binnengehouden, terwijl buitenspelen ook hun goed recht is. Het is de vraag of het hier gaat om eenzelfde groep van jongeren. De medewerkers van het buurtcentrum pleiten voor een stevig onderzoek naar en aanpak van het normloze jeugd- en jongerengedrag in en rond het buurtcentrum. Is het College bereid dit verzoek te steunen? Zo ja, wat denkt zij wanneer te gaan doen? Zo nee, waarom niet en waar ligt de grens van het College?

De geschetste situatie herkennen we niet. Dit gedrag is ook niet bekend bij de politie en jongerenwerk. Hier zijn ook geen meldingen binnengekomen. Wij zien op dit moment geen aanleiding voor een onderzoek.

Toekomst
13. Het CDA is van mening dat  de samenwerking tussen buurtcentrum (Libertas Leiden) en jongerencentrum (Jongerenwerk Midden Holland) nog niet optimaal is. De hanggroep rond het buurtcentrum maakt hier uiteraard ge(mis)bruik van. Is het college bereid een analyse te maken van de huidige stand van zaken in de samenwerking tussen Libertas Leiden en het jongerenwerk voor de wijken waar deze wegens jongerenoverlast intensief moeten samenwerken?

Er zijn geen signalen waaruit blijkt dat de samenwerking tussen deze partijen onvoldoende zou zijn. Het college ziet op dit moment dan ook geen aanleiding voor aanvullende maatregelen.

14. De politie werkt in geval van jongerenoverlast met 3 codes, groen, oranje en rood. De jongerengroep rond dit buurthuis had code oranje. Wat is de huidige stand van zaken? En reageert de politie conform de afspraken van deze code? Het CDA is van mening dat deze code klaarblijkelijk niet werkt, gezien de enorme overlast. Wordt het niet tijd voor een andere aanpak?

De jongerengroep rondom het buurthuis heeft nu de code Rood. De locatie staat op de werklijst van de politie Leiden en is een locatie waar extra aandacht naar uitgaat. De politie handelt daarbij conform de afspraken. Onlangs zijn ook nadere afspraken gemaakt, waaronder het nog beter zicht krijgen op de jongeren en een persoonsgerichte aanpak.

15. Het CDA is van mening dat het tij gekeerd moet worden. Hiervoor achten zij een integrale aanpak noodzakelijk. Cameratoezicht, schade verhalen, de criminele kern vervolgen, en het netwerk van de schil begeleiden zijn gerichte activiteiten die het CDA noodzakelijk acht. Is het College het eens met deze visie van het CDA? Zo ja, op welke wijze wil het College hier vorm aan geven? Zo nee, wat denkt het College te gaan doen aan deze overlast en wanneer kunnen wij een plan van aanpak tegemoet zien?

Een integrale aanpak is inderdaad van groot belang. Vandaar dat met diverse instanties zoals jongerenwerk, scholen en politie afspraken gemaakt zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om betere verlichting, camera’s op privéterrein, het goed onderhouden en schoonhouden van de leefomgeving, sociale controle, het uit de anonimiteit halen van jongeren en een persoongerichte aanpak, gericht toezicht en directe handhaving. Tevens geldt op grond van een burgemeestersbesluit een alcohol- en blowverbod bij de Vondellaan / P.C. Hooftlaan.

 


Gevraagd door: M.VAN SANDICK, A.BONESTROO, J. STRIJTVEEN (CDA) op 17 september 2009
FAQ uit/inklappen Politiebureau Stevenshof

(ingekomen 28 augustus 2009)

De Leidenaar voelt zich in zijn eigen stad gelukkig over het algemeen veilig. Dat is mede een verdienste van de mannen en vrouwen in het blauw; onze politieagenten. De Partij van de Arbeid is van mening dat de politie dichtbij de burger moet zitten om signalen op te vangen en snel in actie te komen als dat nodig is.

Vandaag vernamen wij dat het politiebureau in de Stevenshof voortaan nog maar twee uur per week geopend zal zijn en dat de politiemannen en vrouwen die daar werken hun werk voortaan vanuit het hoofdbureau moeten uitvoeren.

Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde, stel ik u de volgende vragen:

Antwoord van de Burgemeester

(ingezonden 15 september 2009)

1) Is onze informatie dat het politiebureau in de Stevenshof op twee uur per week na feitelijk gesloten wordt juist?

Ja.

2) Is u de reden van deze sluiting bekend, zo ja welke reden(en) is/zijn dat?

Het openhouden van het politiebureau in de Stevenshof kost capaciteit. Deze capaciteit wil de politie op straat inzetten om actief aan veiligheid en burgertevredenheid te kunnen werken. Ook de werk- en roosterdruk nopen tot herschikking van capaciteit. Uit analyse blijkt, dat er bij bureau West gemiddeld slechts 1 aangifte per dag werd gedaan. Kosten, afgezet tegen rendement, leiden dan tot deze beslissing. Verder is vermeldenswaardig dat in de regio Hollands Midden en ook in Leiden meer wijkagenten zullen worden ingezet, die 100% in de wijk werken.
De reden van de sluiting hangt samen met de nieuwe gebiedsindeling van de politieregio Hollands Midden, waarover de Commissie Bestuur en Leefbaarheid is geïnformeerd in de brief van 22 juni. Het Regionaal College heeft inmiddels conform het voorstel van de korpsbeheerder besloten. Dit betekent dat naast Leiden en Voorschoten ook Oegstgeest, Leiderdorp en Zoeterwoude deel gaan uitmaken van hetzelfde district. Ook de teamindeling gaat veranderen. Zo zal team West worden samengevoegd met team Midden. In de praktijk werkten beide teams al intensief samen om de slagkracht en flexibiliteit te vergroten.

3) Bent u met ons van mening dat de politie dicht bij de mensen hoort te werken? En dus vanuit de wijken moet opereren? Zo nee, waarom niet?

Zeker, en dit gebeurt ook. Politiewerk vindt niet primair plaats vanuit/op het bureau, behoudens de schriftelijke afhandeling van zaken. Het doel van deze beweging is juist om dienders in de wijk en dicht bij de burgers te kunnen laten werken.

4) Zo ja, bent u met ons van mening dat het sluiten van een wijkpost dat dicht op de burger zitten juist tegenwerkt?

Nee, gelet op het marginale aantal aangiften dat bij bureau West wordt gedaan en het feit dat de politie wel degelijk in de wijk aanwezig is. Vandaar dat sluiting van deze post verantwoord is.

5) Wij hebben uit gesprekken met Leidenaren juist te horen gekregen dat er behoefte is aan een politiepost die open is wanneer de meeste ‘rottigheid’ plaatsvindt. Bent u met ons van mening dat dit inderdaad het geval is, en zouden openingstijden aan de rand van de dag niet de meest geëigende openingstijden zijn?

Juist als er rottigheid is, dient de politie fysiek en herkenbaar op straat aanwezig te zijn. De hiervoor geschetste ontwikkelingen maken dit beter mogelijk.

6) Wat zijn naar uw mening de meest voelbare gevolgen voor de bewoners van de Stevenshof nu het wijkbureau feitelijk sluit. Wilt u in ieder geval uw mening geven over: dagelijks toezicht en aanrijtijden?

Met de komst van meer wijkagenten, meer blauw op straat, het spreekuur, beschikbaarheid van bureau Langegracht en de mogelijkheid tot het doen van internetaangifte zullen er voor de wijk weinig voelbare gevolgen zijn. Over de aanrijtijden en het dagelijks toezicht zijn geen zorgen.

7) Bent u in uw functie als korpsbeheerder mede verantwoordelijk voor deze sluiting?
a. Zo nee:
i.  bij wie rust die verantwoordelijkheid dan (mede)?
ii. wat zijn de redenen voor het besluit geweest?
iii. bent u het met dit besluit eens?
iv. bent u betrokken geweest bij de besluitvorming en wat was uw mening?
b. Zo ja:
i. wat zijn uw overwegingen geweest om het besluit te nemen?

Het formele besluit over de sluiting van dit bureau (en eventueel andere politiebureaus in de regio) moet nog genomen worden. Dit betreft beslissingen over de bedrijfsvoering, waar de korpsbeheerder en het Regionaal College een verantwoordelijkheid in hebben.
Zie voor de overwegingen het antwoord op vraag 2.
Indien dit op prijs wordt gesteld ben ik uiteraard bereid om de achtergrond en voortgang van de korpsontwikkelingen toe te lichten aan de raadscommissie bestuur en leefbaarheid. 

8) Heeft u de gemeenteraad in een eerder stadium geïnformeerd over dit besluit? Zo ja, wanneer en zo nee, waarom niet?

In de eerdergenoemde brief van 22 juni bent u wel geïnformeerd over de verregaande samenwerking tussen team West en Midden. Over de sluiting van het bureau Stevenshof bent u niet geïnformeerd. Het had beter geweest als dat wel was gebeurd. Zie ook het antwoord op vraag 9.

9) Zou naar uw mening de gemeenteraad niet bij een belangrijke beslissing als een sluiting van een wijkpost betrokken moeten worden?

Alhoewel dit type beslissingen niet tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort, zou het beter geweest zijn als de gemeenteraad eerder geïnformeerd was geweest over deze ontwikkeling en de achtergronden.

10) Bent u van zins de gemeenteraad alsnog bij deze zaak te betrekken en bent u bereid de wijkpost te heropenen als de gemeenteraad van mening is dat zulks noodzakelijk is?

Nee. Dit zou ten koste gaan van ‘blauw’ op straat en dat komt de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de burgers in deze wijk niet ten goede.

11) Staan er nog meer politiekantoren op de nominatie om gesloten te worden; zo ja, welke?

Op dit moment is dat nog niet precies duidelijk. Wel is het zo, dat als er een politiebureau gesloten wordt, voldoende mogelijkheden voor contact met de politie zijn, bijvoorbeeld door middel van een spreekuurvoorziening.

12) Wat zijn de kosten van het aanhouden van het kantoor in de Stevenshof (dat slechts 2 uur per week gebruikt wordt)? En wanneer bijna sluiting van het kantoor onontkoombaar is: is het niet beter en goedkoper om deze post dan te combineren met een buurthuis of ander wijkgebouw?

De huurkosten van het pand bedragen ongeveer 100.000 euro per jaar, exclusief energiekosten.
Verder geldt dat het openhouden van het bureau politiecapaciteit kost, het gaat dan bijvoorbeeld om iemand voor publieksopvang en een achterwacht. De politiecapaciteit kan in de nieuwe situatie meer op straat ingezet worden.
Een combinatie met een buurthuis/wijkgebouw kan inderdaad onderzocht worden als mogelijkheid voor het houden van spreekuur.

 


Gevraagd door: R-J. VAN ETTE (PvdA) op 28 augustus 2009
FAQ uit/inklappen Gebruik van SMS-alert en extra ogen

(ingekomen 23 januari 2009)

Voor het CDA heeft veiligheid prioriteit. Wij hebben dat eind vorig jaar ook duidelijk gemaakt met het houden van een veiligheidsweek. Een van onze voorstellen was het starten van het project ‘Extra Ogen’ in Leiden. Deze voorstellen zijn aangeboden aan de burgemeester.

Omroep Brabant en de Volkskrant melden op hun websites op 19 januari jl. dat de gemeente Tilburg sms-alert gaat inzetten om overvallers te kunnen pakken. De gemeente heeft 2000 ambtenaren aangemeld voor sms-alert.[1] Dit zijn voorbeelden waarbij de politie een beroep doet op de extra ogen in de gemeente. Het CDA vindt dit een goede manier om de politie te helpen met haar taak en burgers bewust te maken van veiligheid in hun omgeving.

Ook een systeem zoals Burgernet, waarbij de omwonende gebeld wordt voor informatie bij een onderzoek is een mogelijkheid. Dit is in Gouda ingevoerd.

Een derde mogelijkheid is ‘extra ogen’, dat in de plaatsen Alphen aan den Rijn, Alkemade, Nieuwkoop, Jacobswoude, Ter Aar, Liemeer, Leiderdorp, Rijnwoude en Zoeterwoude. De politie stuurt u hierbij als inwoner een e-mail als zij op zoek is naar bijvoorbeeld een bepaald voertuig of een dader van een straatroof of inbraak. Het CDA vindt dit alle drie goede initiatieven.

Zowel extra ogen als Burgernet wordt in de politieregio Hollands-Midden uitgevoerd. Een tweede gemeenschappelijk kenmerk is dat de politie in Leiden deze extra ondersteuning niet ontvangt. Het CDA wil graag van het college weten wanneer extra hulpmiddelen voor de politie in Leiden worden ingevoerd.

Antwoord Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 10 maart 2009)

1. Hebt u kennis genomen van het bericht van omroep Brabant “Sms-alert moet overvallenreeks Tilburg stoppen”?[2]

Ja.

2. Bent u bekend met de hulpmiddelen voor de politie sms-alert, Burgernet en Extra Ogen?

Ja.

3. Waarom heeft de gemeente deze hulpmiddelen nog niet ingezet?

Momenteel vinden elders in het land, waaronder ook binnen de politieregio Hollands-Midden (Gouda) 

Burgernet-pilots plaats. Deze ontwikkelingen worden afgewacht.

4. Wat zijn de ervaringen in andere gemeenten met deze hulpmiddelen ?

Burgernet is in Nieuwegein gestart. Naar aanleiding van de goede resultaten vinden, ondersteund door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Justitie, diverse pilots plaats. Tijdens deze proefperiode blijkt bijvoorbeeld in Gouda dat onder de bevolking grote bereidheid is tot deelname. Ook blijkt het systeem haar vruchten af te werpen, zo zijn onlangs in Vinkenveen twee overvallers aangehouden dankzij een Burgernetactie.

5. Welk hulpmiddel kan de politie het meeste helpen in Leiden ?

In het systeem Burgernet wordt ook de systematiek van ‘sms-alert’ en ‘extra ogen’ ondergebracht. Burgernet heeft daarom de toekomst, omdat in dit systeem een aantal mogelijkheden wordt gecombineerd. Via Burgernet kan communicatie met burgers plaatsvinden door SMS berichten, per email en ook via ingesproken berichten op de (vaste) telefoon. Zo kunnen burgers worden ingezet om bijvoorbeeld uit te zien naar een vermist kind of een verdacht voertuig.

6. Wilt u, met verwijzing naar vraag 3, zich inspannen om dit hulpmiddel in Leiden in te voeren en de Raad daarvan op de hoogte stellen?

De resultaten van de lopende pilots worden geëvalueerd en op basis daarvan wordt besloten over eventuele landelijke invoering van Burgernet. Bij de evaluatie wordt ook advies gegeven over de wijze van invoering voor nieuwe gemeenten. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de mogelijkheden voor Leiden zal de Raad hierover worden geïnformeerd. Besluitvorming hierover is overigens mede een bevoegdheid van de politie.

7. Indien u besluit om sms alert en burgernet niet in te zetten welke instrumenten gaat u dan inzetten     om de politie ‘extra ogen’ te geven, de pakkans te vergroten en Leiden veiliger te maken?

Zie het antwoord op vraag 6.

Overigens fungeren momenteel met name de Gemeentelijke Opsporings Ambtenaren als extra ogen en oren voor de politie en leveren daarmee een bijdrage aan een veiliger Leiden.

 

 

 

 


Gevraagd door: F. VAN DIJK (CDA) op 23 januari 2009
FAQ uit/inklappen Handhaving op en rond de blindengeleidestroken

(ingekomen 3 juni 2009)

Bij de behandeling van de begroting 2006 (najaar 2005) heeft de Leidse gemeenteraad het College per motie  (motie 23, Van As c.s.), opgeroepen uiterlijk december 2005 (!) met concrete voorstellen te komen inzake de handhaving van de blindengeleidestroken. Het College heeft op 30 oktober 2007 een besluit genomen (na meerdere malen gerappelleerd te zijn door de commissie) waarin met diverse voor een deel nog te besluiten middelen het handhaven van de blindengeleidestroken zou worden opgepakt. Het feit dat daarin nog niet alle maatregelen werden vastgelegd, was voor een aantal fracties aanleiding om de motie nog niet als afgedaan te beschouwen. Uiteindelijk heeft een meerderheid van de raadscommissie Bestuur en Leefbaarheid zich laten overtuigen te besluiten tot afdoening met de toezegging van de wethouder dat er over 1 jaar een rapportage over het effect van de door College genomen en aangekondigde maatregelen aan de commissie zou worden voorgelegd.
Pas nadat de fractie van de PvdA in de commissievergadering van 9 mei 2009  informeerde naar het uitblijven van enige zichtbare actie, kwam het college met de mededeling dat er nog altijd geen enkele concrete actie is ondernomen omdat het van oordeel is dat de juridische basis voor handhaving van toegankelijke blindengeleidestroken onvoldoende is. Ook werd gemeld dat het college het regelmatig fysiek obstakel- en fietsvrij maken van blindengeleidestroken niet ziet zitten.
De fracties van PvdA en ChristenUnie zijn verbaasd over deze beantwoording en leggen het college de volgende schriftelijke vragen voor onder verwijzing naar artikel op basis van artikel 43 van het Reglement van Orde voor de Gemeenteraad.


Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 6 oktober 2009)

1. Waarom is het College van mening dat de huidige wet- en regelgeving (incl. APV)  onvoldoende basis voor de bedoelde handhaving bieden? Zijn er oude of nieuwe  rechterlijke uitspraken die het huidige inzicht van het College ondersteunen?

Er is geen sprake van oude of nieuwe rechterlijke uitspraken die de handhaving in de weg staan.
In de APV is een bepaling (artikel 2.1.5.1) opgenomen op grond waarvan het is verboden om voorwerpen op de weg (uitstallingen) te plaatsen zonder vergunning van het college, inclusief de verplichting om blindengeleidestroken aan weerskanten 50 cm vrij te houden.
(Brom-)fietsen e.d. zijn echter voertuigen en daarvoor geldt dit verbod dus niet.
Voor blokkering door terrassen heeft de APV sinds 1 januari 2008  voldoende aanknopingspunten om handhavend op te treden.

Eveneens per 1 januari 2008 is het Modellenboek gevelreclame opgeleverd. Niet alle uitgangspunten die in het modellenboek zijn neergelegd, zijn ook al verankerd in de Algemene Plaatselijke Verordening (m.n. verbod op stoepborden). Dat wordt gerepareerd in de wijziging van de APV die u dit najaar zal worden voorgelegd ter besluitvorming, zodat dan modellenboek en APV met elkaar in overeenstemming zijn.

2. Sinds welk moment is het college van oordeel dat de juridische basis voor handhaving  van vrije blindengeleidestroken onvoldoende is? Waarom was deze kennis niet reeds  aanwezig ten tijde van Collegebesluit 07.1060 en bijbehorende brief aan de Raad van  31 oktober 2007?

De problematiek rond handhaving van de blindengeleidestrook zit niet primair in de juridische basis voor handhaving, De blindengeleidestrook is één van meerdere elementen in de openbare ruimte die met elkaar te maken hebben en waarvan de handhaving elkaar beïnvloedt. Concreet: als we niet zelf bij de inrichting van de openbare ruimte rekening houden met de regels voor blindengeleidestroken, dan wordt het erg lastig dat bij de andere “elementen” (bijvoorbeeld uitstallingen of terrassen) dat wel te doen. Wat betreft de inrichting van de openbare ruimte concurreert de blindengeleidenstrook met fietsenklemmen, prullenbakken, mupi’s, brandkranen, palen, verkeersborden, bomen, bloembakken et cetera. Wat betreft handhaving concurreert de blindengeleidenstrook met andere bepalingen in de APV.

3. Waarom is deze constatering niet terstond aan de raad gemeld, vergezeld met een  voorstel tot aanpassing van de APV?

In commissieverband is meerdere malen gesproken over de constatering dat het vrijhouden van blindengeleidenstroken lastig te handhaven is.
Tijdens de commissievergadering van B&L d.d. 20 november 2007 is gesproken over de afhandeling van Motie 23 Begroting 2006: handhaving blindengeleidenstroken. Wethouder Steegh heeft tijdens deze behandeling gezegd dat het noodzakelijk is om maatregelen te treffen, hij heeft tevens aangegeven dat als wij als gemeente niet in staat zijn te handhaven, deze maatregelen op dit moment weinig zin hebben.
In het kader van de behandeling van de wijziging van de APV is in commissieverband (B&L d.d. 18 maart 2008) door het college geantwoord dat er naast de wijziging van de APV nog aanvullende juridische regelgeving nodig is om te kunnen realiseren dat het vastgestelde beleid (het vrijhouden van blindengeleidenstroken) ook handhaafbaar is.
Tot slot heeft de wethouder tijdens de rondvraag van de commissie B&L van 19 mei 2009 aangegeven dat de blindengeleidestrook in de omgeving van terrassen nadrukkelijker in de regels is opgenomen en dat daar ook op wordt toegezien. Het toezicht op de blindengeleidestrook bij winkeluitstallingen is buitengewoon ingewikkeld omdat er nog geen goede regelingen zijn om deze uitstallingen aan te pakken. Daarvoor met de APV eerst verder worden verfijnd. Het gevolg is dat de handhaving van terrassen (die hier vaak tegenover liggen) ook weer moeilijker wordt in verband met het gelijkheidsbeginsel. Wel worden de winkeliers aangesproken op het vrijhouden van de stroken. Handhaving met betrekking tot gestalde fietsen is (zeker op zaterdag) vrijwel onmogelijk. Er is nog geen definitieve oplossing.

Zoals in het antwoord op vraag 1 gesteld zullen wij u alsnog een wijziging van de APV voorleggen met als doel en strekking om het nu juridisch sluitend te maken. 

4. Hoe rijmt het College het in vergadering van 9 mei gegeven antwoord dat de huidige  relevante regelgeving onduidelijk is met het bestaan van gemeentelijk foldermateriaal  over de uitstallingen, opgesteld in samenwerking met het Centrummanagement?

De inhoud van het foldermateriaal is wel correct, maar de APV moet nog worden aangepast aan het modellenboek. Zie verder antwoord 1.
In de vergadering van Bestuur en Leefbaarheid van 9 mei 2009 gaf het College tevens aan niet van plan te zijn fietsen van blindengeleidestroken te verwijderen omdat dit “dweilen met de kraan open” zou zijn.

Het plaatsen van (brom-)fietsen op de blindengeleidestrook is op grond van de APV geen overtreding. (zie onder 1).Wanneer het wel een overtreding wordt, zou toch nog het verwijderen van fietsen ‘dweilen met de kraan open zijn’ door de combinatie van (a) het volume aan fietsen, (b) het gedrag van fietsers (zo dicht mogelijk bij plaats bestemming), en (c) het gebrek aan alternatieve stallingmogelijkheden.

5. Waarom is sinds 31 oktober 2007 ruim anderhalf jaar gewacht met het melden van dit  inzicht aan de Raad?

Zie antwoord 3. 

6. Waarom is het college van oordeel dat het regelmatig verplaatsen van fietsen van de  stroken in combinatie met het aanbrengen van een bewustwordingskaartje of -sticker  geen zin heeft?

Het aanbrengen van stickers e.d. is arbeidsintensief (en dus kostbaar) en is weinig effectief zolang er onvoldoende alternatieven zijn voor de stalling van fietsen en er geen sancties en vervolgmaatregelen zijn. Het kan wel helpen in het kader van bewustwording, maar omdat ons de juridische middelen ontbreken in geval van onwil door te pakken maakt het de overheid minder geloofwaardig. Daarom stelt het college zich voor de zaak anders aan te pakken. Zie het antwoord op vraag 8. 

7. In hoeverre zijn capaciteitsproblemen bij de handhavers debet aan het uitblijven van  actie op dit gebied?

Beperkt. Als object in de openbare ruimte concurreert de blindengeleidestrook met wensen ten aanzien van andere objecten zoals fietsenklemmen, prullenbakken, mupi’s, brandkranen, palen, verkeersborden, bomen, bloembakken et cetera. Wat betreft handhaving concurreert de blindengeleidestrook met andere bepalingen in de APV. Zie ook het antwoord op vraag 2.

8. Is het College bereid de aanduiding van de blindengeleidestroken te verbeteren met  gebruik van tegels die aanduiden dat het om een blindengeleidestrook gaat? (graag  een gemotiveerd antwoord) 

Het college zal in het laatste kwartaal 2009 de blindengeleidestrook in de Haarlemmerstraat aanpassen. De bedoeling is om de blindengeleidestroken die op deze locatie vanuit de goot in het midden zijn gemeten en aangelegd, over de gehele lengte van de straat en aan beide zijden te verplaatsen. De blindengeleidestrook zal daarbij overigens niet in de middengoot terecht komen en zoveel mogelijk in een rechte lijn gehouden worden.
De afstand tot de gevels wordt hierbij zo gekozen dat – rekening houdend met de eis dat de vrije doorgang voor alarmverkeer 3 meter moet bedragen - winkeliers gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om uitstallingen te plaatsen en dat deze niet meer strijdig zijn met het voorschrift om blindengeleidestroken aan weerskanten 50 cm vrij te laten. Het resultaat is dat er vervolgens op uitstallingen gehandhaafd kan worden. 
Door het verleggen van de stroken zou het ook niet meer nodig zijn om alle attributen die zich nu nog op of binnen 50 cm er van bevinden te moeten verplaatsen. Ook de terrassen in de Haarlemmerstraat zijn gebaat bij het verleggen van de blindengeleidestrook. In de huidige situatie komt het voor dat de strook op minder dan 50 cm afstand langs een terras ligt. De handhaving op de terrassen in de Haarlemmerstraat is dan ook niet meer problematisch.
Ten slotte ligt het na de verlegging van de stroken minder in de rede dat er fietsen op geparkeerd zullen worden. De afstand tot de gevels is immers groter geworden.
Wij gaan er daarom van uit dat de ergernissen in de Haarlemmerstraat voor een groot deel opgelost zullen zijn door een praktischer ligging te kiezen voor de blindengeleidestroken.
Handhaving van de blindengeleidestrook (fietsen, uitstallingen) kan aansluitend starten.

De fracties van PvdA en ChristenUnie zijn – mede gezien de voorgeschiedenis – verontwaardigd dat er nog altijd geen zichtbare acties zijn ondernomen ter handhaving van de blindengeleidestroken.

9. Is er behalve het doorbreken van een al dan niet nieuw juridische inzicht enige actie  ondernomen op het gebied van handhaving van toegankelijke blindengeleidestroken  sinds collegebesluit 07.1060 van 31 oktober? Zo ja, graag een nauwkeurig overzicht  hiervan.

In het eerste kwartaal van 2009 is het formaat van de bloemenstandplaats op de hoek van de Haarlemmerstraat en de Donkersteeg zodanig aangepast dat de blindengeleidestrook op deze locatie vrij blijft. Op het eerbiedigen van de begrenzingen door de koopman wordt tot op heden regelmatig toegezien. Dit heeft in augustus 2009 geleid tot een besluit om de standplaatsvergunning van de koopman in te trekken per 1 oktober as. Opgemerkt moet worden dat dit besluit in rechte nog niet vaststaat en dus nog niet geëffectueerd kan worden.
Verder is er in het kader van de handhaving van terrassen – die voor het eerst in het terrassenseizoen 2009 vorm heeft gekregen – een inventarisatie gedaan in de Haarlemmerstraat van het aantal items dat zich op of te dicht bij de blindengeleidestrook bevindt. Het gaat om in totaal 18 item’s (palen, prullenbakken, brandkranen en mupi’s). Met ons besluit de blindengeleidestrook te verplaatsen is verplaatsing van deze items gelukkig niet nodig.


10. Is het college met het oog op de in het vorige antwoord bedoelde acties van oordeel dat    het zich voldoende heeft ingespannen ten aanzien van haar eigen toezeggingen, de  stad en de gemeenteraad van Leiden? Beantwoording graag voorzien van  toelichting/verklaring.

Ja, gelet op de kaders van de door de gemeenteraad vastgestelde APV en rekening houdend met andere ambities t.a.v. de inrichting van de openbare ruimte en handhaving van de APV waar handhaving van de blindengeleidestrook altijd zal moeten concurreren met vele andere overtredingen waar tegen opgetreden moet worden.

11. Op welke data:
 a) biedt het college de voor handhaving benodigde APV/wijziging aan?
 b) zal de handhaving van toegankelijkheid van blindengeleidestroken gestart worden?

ad a) Bij de volgende aanpassing van de APV die voor het vierde kwartaal 2009 gepland is, zal er bij het artikel over de uitstallingen een verbod op stoepborden worden toegevoegd.

ad b) Bij een besluit om de blindengeleidestrook in de Haarlemmerstraat te verplaatsen, is dat mogelijk na afronding van de werkzaamheden.
De werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd binnen twee weken na opdracht en nemen ongeveer vier weken in beslag. De kosten bedragen € 35.000,-. De hoogte van deze kosten moet worden afgezet tegen de veel grotere inspanning die voort zou vloeien uit het strak handhaven van de bestaande geleidestrook, nog afgezien van de feitelijke onmogelijkheid iedere fiets die nu op de strook wordt geplaatst snel te verwijderen. Zie ook het antwoord op vraag 4.

 


Gevraagd door: M. V.D. BERG (PvdA) en G. TERPSTRA (CU) op 3 juni 2009
FAQ uit/inklappen Integriteit van politiepersoneel in de politieregio Hollands Midden

(ingekomen 2 februari 2009)

Ter inleiding het volgende.

Deze week stonden de kranten bol van een anonieme brief die bij diverse kranten was aangeboden waarin staat dat allochtone dienders voorgetrokken  worden.

Volgens mij is het allemaal veel ernstiger.

De veiligheid van de staat is in gevaar meen ik.

Ik ga op onderzoek uit.

Als raadlid bel je dan gewoon met de portefeuillehouder dus in dit geval de Burgemeester.

Ik denk nou hij zal het wel druk hebben dus vraag ik aan de telefoniste of ik de bestuurs secretaris van de portefeuillehouder mag spreken.

Die is vrijdags afwezig zegt de secretaresse van de Burgemeester.

Maar ik zal kijken of de Burgemeester even tijd  heeft want die moet zo in een vergadering.

De Burgemeester heeft dus geen tijd.

Intussen heeft de landelijke media aan mij gevraagd  hoe ik er over dacht.

Ik wist van niets dus moest ik toch even bijpraten met Lenferink..

Ik had al contact gehad met Hero Brinkman een tweedekamer lid maar die vertelde dat er al kamervragen gesteld waren .

Hero is zelf een  oud politie functionaris dus die vertelde mij hoe of het vroeger ging met screeningen bij de politie.

Zelf heb ik jaren bij defensieonderzoek gewerkt en heel veel met screeningen te maken gehad.

Dus wilde ik direct een antwoord op de voor mij zeer amateuristische antwoorden van Lenferink in de grote Pers.

Dat ging dus even niet.

Maar de persvoorlichtster heeft mij heel goed en bekwaam antwoord op vragen kunnen geven.

Alleen op verschillende punten was ik het niet eens met wat zei mij vertelde wat de standpunten van de korpsbeheerder waren..

De persvoorlichtster  zei het volgende ik citeer

De Burgemeester vind dat de politie een afspiegeling moet zijn van de samenleving en dat als er veel Polen in het  district wonen dat er dan ook Poolse agenten zouden moeten zijn.

En dat  hij  het Pools personeel het zelfde zal behandelen qua antecedent onderzoeken als het Marokkaans personeel.

Op dat punt  ben ik het geheel oneens met de Burgemeester.

Immers zal er altijd een risico analyse aan vooraf  moeten gaan en dan kan je bedenken dat niet alle landen en mensen die daar uit afkomstig zijn het zelfde risico factor hebben.

Alleen al daarom zou het onmogelijk moeten zijn en altijd dat politiepersoneel met naaste familie zoals broers en zussen een baan krijgen bij de politie.

Dat is gewoon in deze tijd met terroristische dreigingen in de wereld naar mijn mening  niet verantwoord.

Ik vernam dat de integriteitbeoordeling aan de politie regio,s zelf overgelaten wordt.

Dus het kan van de ene regio naar  de andere regio nog al eens verschillen hoe men met deze vraag stukken omgaat.

En dan kan het zijn dat de korps beheerder ook nog eens kan verschillen van politieke voorkeuren.

Ik heb vernomen dat het gaat om instromende junioragenten die in de  hele politie regio werkzaam zijn.

En dat het niet uitgesloten is dat er ook in het district Leiden Voorschoten agenten rondlopen waarvan hun naaste familie crimineel zijn.

Verder verbaas ik me er over dat in de ene krant de korpsbeheerder  Lenferink commentaar geeft en in de andere krant korpschef Stikvoord.

Dat geeft niet aan wie of er nou eigenlijk verantwoordelijk is.

Ik kom dus met de volgende schriftelijke vragen namens de fractie van Leefbaar Leiden.

Antwoord van de Burgemeester

(ingezonden 24 februari 2009)

1. Wie is er verantwoordelijk voor het politie personeel als het gaat om integriteit en screeningen in de politieregio Hollands Midden.

Op grond van artikel 24 en artikel 26 Politiewet is het beheer een verantwoordelijkheid van de korpsbeheerder en worden ambtenaren van het regionale politiekorps benoemd, bevorderd, geschorst en ontslagen door de korpsbeheerder. In de politieregio Hollands Midden is de aanname en bevordering van politiemedewerkers gemandateerd aan de korpschef. De korpsbeheerder blijft echter eindverantwoordelijk. De integriteitbeoordeling en screening van politiepersoneel zijn onderdeel van het werving- en selectiebeleid van het korps en vallen onder de verantwoordelijkheid van de korpsbeheerder.

2. Is de Korpsbeheerder het met mij eens dat er verschillen van risico zijn naarmate uit welk land of afkomst politie personeel moet worden bekeken bij sollicitatie bij de politie.

Nee, voor iedere sollicitant van Politie Hollands Midden gelden in de selectieprocedure dezelfde criteria, zonder aanziens des persoons.

3. Is de korpsbeheerder het met mij eens dat als een  er bij sollicitatie blijkt dat in de zeer naaste familie crimineel verdachten zijn of veroordeelde dat er dan afgezien moet worden van een loop baan bij de politie.

Het is afhankelijk van de context c.q. persoonlijke omstandigheden of de sollicitant voor een functie bij de politie in aanmerking komt als hij / zij familie met antecedenten heeft. Een belangrijke factor in de afweging is of de betreffende sollicitant een (te) nauwe band met het familielid onderhoudt dan wel met andere personen in de privé-omgeving die criminele antecedenten hebben. In alle gevallen wordt het risico van beïnvloeding en de mate waarin de betrokkene chantabel is, beoordeeld. Dit is in het belang van de bescherming van de maatschappij, het korps en de persoon zelf.

4. Is het zo dat alleen bij instroming op de politieschool de onderzoeken gedaan worden?

Of wordt bij aanstelling in de regio,s nog weer eens bekeken of gaat het nog als vroeger dat eens in de zoveel jaren er opnieuw gekeken wordt hoe het met de integriteit staat.

Bij indiensttreding van iedere medewerker van Politie Hollands Midden wordt standaard een screening in de vorm van een Betrouwbaarheid- en Geschiktheidonderzoek (BGO) uitgevoerd. In het BGO worden antecedenten en referenten van de kandidaat nagegaan. Het onderzoek bestaat uit het raadplegen van meerdere politiesystemen en een screening van het openbare orde register door de Regionale Inlichtingen Dienst (RID).

Ingeval van de werving en selectie van aspirant-(hoofd)agenten wordt de integriteit van de kandidaat in de sollicitatieprocedure op meerdere manieren beoordeeld. De kandidaat wordt, naast het Betrouwbaarheid- en Geschiktheidonderzoek, in een voorlichting-, intake- en korpsselectiegesprek alsmede in het wettelijk geschiktheidonderzoek beoordeeld op norm- en integriteitbesef.

Indien het een vertrouwensfunctie betreft, vindt op grond van de Wet Veiligheidsonderzoeken (artikel 7 lid 2), een veiligheidsonderzoek door de Regionale Inlichtingendienst of Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst plaats naar gegevens die uit oogpunt van de nationale veiligheid van belang zijn voor de vervulling van de functie. Deze functies zijn limitatief en vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze veiligheidsonderzoeken worden om de vijf jaar herhaald.

Overigens staat de screening van politiemedewerkers van Hollands Midden niet op zichzelf, maar is een van de maatregelen van het korps om het belang van integriteit van het personeel voor, tijdens èn na indiensttreding te borgen. Gewezen wordt in dat kader ook op interne ‘integriteit workshops’ in de teams en korpsonderdelen, de aanwezigheid van vertrouwenspersonen, bewustwording op ongewenst gedrag (van management en medewerker) en de regeling rond nevenwerkzaamheden.

5. Wat is de opvatting van de korpsbeheerder als het gaat om personeel met naaste familie met een crimineel verleden vind hij persoonlijk dat het wel of niet mogelijk is.

Zie beantwoording vraag 3.

6. Kan de Burgemeester mij ook zeggen als ik een directe informatie moet hebben voor het uitoefenen van mijn  controlerende taak waar ik die informatie moet halen als de vergadering van de burgemeester belangrijker is en de bestuurssecretaris vrij is.

Is dan de Persvoorlichtster verantwoordelijk voor de gegeven informatie.

De burgemeester is graag bereid ook persoonlijk informatie te verschaffen. Dat is echter niet altijd op ieder moment mogelijk. Als een raadslid dan niet kan wachten moet soms genoegen worden genomen met ambtelijke beantwoording van de vraag.

7. Het gaat om een anonieme informatie aan de kranten kan de Korpsbeheerder mij ook zeggen of hij anonieme info serieus neemt .

Naar aanleiding van de anonieme informatie en het krantenbericht in de Telegraaf heb ik als korpsbeheerder de korpschef van Politie Hollands Midden opdracht gegeven om de screening van alle politiemedewerkers die in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 bij het korps in dienst zijn getreden, te toetsen. Het is mijns inziens van belang iedere vorm van onzekerheid of twijfel weg te nemen.

 


Gevraagd door: D. SLOOS (LL) op 2 februari 2009
FAQ uit/inklappen Kraak en ontruiming pand Lammenschansweg 136

(ingekomen 16 maart 2009)

Op 6 maart jongstleden werd Lammenschansweg 136 gekraakt en korte tijd daarna ontruimd. De krakers werden gearresteerd wegens verdenking van huisvredebreuk en vernieling. Dit terwijl eerder die dag een agent leegstand had geconstateerd en er dus van huisvrede voor die tijd geen sprake was. Sterker nog de krakers hadden zelf huisvrede gecreëerd.

Daarom willen wij, op basis van artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen stellen aan het college van Burgemeester en Wethouders:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden op 12 mei 2009)

1. Kloppen de feiten uit het inleidende stuk? Zo ja, hoe kan het dat nadat eerder leegstand werd geconstateerd door de politie het pand waar huisvrede heerste zonder toestemming van de krakers of bevel is betreden en zonder uitspraak van de rechter is ontruimd? Zo nee, wat is er dan wel gebeurd?

Vooropgesteld zij dat deze schriftelijke vragen, voor zover ze gerelateerd zijn aan het strafrecht, betrekking hebben op handelingen van de politie die vallen binnen de verantwoordelijkheidssfeer van het Openbaar Ministerie. Aangezien de vragen met name een feitelijk karakter dragen, zijn wij ondanks het gestelde in het voorgaande, bereid de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Verder is het het College bekend dat er diverse rechterlijke uitspraken zijn omtrent de mogelijkheid van strafrechtelijke ontruiming, indien daadwerkelijk sprake is van een gekraakt pand.

De meest recente is die van het gerechtshof Amsterdam van 31 maart <metricconverter productid="2009. In" w:st="on">2009. In</metricconverter> deze uitspraak komt het hof tot het oordeel dat in principe de mogelijkheid bestaat tot strafrechtelijke ontruiming in geval van kraken. Naar verwachting zal de Hoge Raad omtrent vraagstuk over enige tijd een eindoordeel moeten geven.

De feiten in het inleidende stuk zijn onjuist. De verdachten zijn aangehouden op grond van vernieling en openlijk geweld. Zij hebben zich (op basis van getuigenverklaring) door middel van vernieling toegang verschaft tot het pand.

Vervolgens wilde de politie tot aanhouding overgaan. De verdachten bevonden zich allen op de eerste verdieping van het gebouw. Deze verdieping was alleen te bereiken via een wenteltrap. Deze wenteltrap was echter door de verdachten gebarricadeerd met zware voorwerpen en metalen buizen.

In eerste instantie is geprobeerd om in gesprek te gaan met de verdachten. Zij gaven echter aan niet vrijwillig naar buiten te willen komen. Hierop heeft de politie hen aangegeven dat een confrontatie niet gewenst was en zijn zij nogmaals verzocht om mee te werken. De verdachten bleven echter aangeven niet naar beneden te komen. Hierop is geprobeerd om met regulier politiepersoneel de eerste etage te bereiken. Toen het politiepersoneel de barricade wilde verwijderen hoorden zij dat er glazen materialen in het trapgat werden gegooid en werd met voorwerpen in de richting van de politie gegooid. Hierop heeft de politie zich teruggetrokken, teneinde te voorkomen dat er letsel bij het aanwezige politiepersoneel zou ontstaan en is er opgeschaald. De politie is overgegaan tot aanhouding met behulp van een groep Mobiele Eenheid. De inzet van de Mobiele Eenheid is geschied in overleg met burgemeester. Nadat de verdachten waren aangehouden bleek uit niets dat het pand bewoond was of werd.

2. Klopt het dat geen van de gearresteerde krakers wordt vervolgd en allen redelijk snel weer naar huis mocht? Waren deze arrestaties dan wel terecht?

Het politieonderzoek loopt nog. Er wordt vooralsnog wel vervolging ingesteld. De zaak wordt een loopzaak, hetgeen betekent dat er op een later moment door Justitie dagvaardingen worden verzonden. Het is aan het Openbaar Ministerie om wel of niet over te gaan tot vervolging.

Berichten in verschillende media spreken elkaar tegen. Er wordt melding gemaakt van geweld van de krakers, terwijl de krakers zelf melden dat deze aantijgingen onjuist zijn.

3. Was er sprake van geweldloos of gewelddadig verzet tegen de ontruiming?

Er was sprake van gewelddadig verzet: de verdachten hebben glazen materialen in het trapgat gegooid op het moment dat het reguliere politiepersoneel via de trap de eerste etage wilde bereiken. Tevens zijn voorbereidende activiteiten ondernomen die ook zouden bijdragen aan dit gewelddadig verzet.

Het baart ons naast de mogelijk onterechte ontruiming zorgen dat er mogelijk sprake is geweest van politiegeweld. Waarbij 1 kraker die zich overgaf alsnog met een politieknuppel geslagen zou zijn. Ook na de arrestatie van deze persoon zouden ernstige fouten zijn gemaakt, zoals het weigeren van een gesprek met de advocaat en het weigeren van medicatie.

4. Ben u met GroenLinks eens dat dit zorgelijke geluiden zijn en dat deze moeten worden onderzocht? Mocht een eerste onderzoek al bij de beantwoording van deze vragen zijn verricht hoe beoordeelt u het optreden van de politie in deze?

De politie heeft enig geweld moeten toepassen in verband met het feit dat niet voldaan werd aan de vorderingen gericht aan verdachten.

De bevoegdheid voor de ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak om in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld te gebruiken is vastgelegd in hoofdstuk III, artikel 8, lid 1 van de politiewet. De verantwoording voor het toetsen van door de politie toegepast geweld is binnen het bevoegd gezag opgedragen aan het OM.

Alle verdachten hebben gebruik kunnen maken van een (collectieve) advocaat. Tevens heeft de betreffende kraker de dienstdoende politiearts bezocht omtrent inname medicatie.      

5. Volgens de krakers is via hun advocaat met de officier van justitie afgesproken dat nadat de eerste groep was gearresteerd een tweede groep alsnog het kraken van het pand voort mocht zetten. Klopt het dat deze afspraak is gemaakt?

Het Openbaar Ministerie antwoordt op deze vraag het volgende: de Officier van Justitie heeft met de advocaat van de verdachten gesproken over het al dan niet sprake zijn van huisvredebreuk. De Officier van Justitie heeft met de advocaat van de verdachten niet gesproken over vervolgkwesties zoals anti-kraak.    

Toen deze tweede kraakgroep het pand wou betrekken was er echter al een antikraakwacht in het pand gezet.

6. Hoe beoordeelt u dat deze afspraak niet door de politie en justitie is nagekomen? Bent u het met GroenLinks eens dat afspraken op dit niveau moeten worden nagekomen?

Zie het antwoord op vraag 5.

7. Zijn de krakers of hun advocaat door de officier van justitie geïnformeerd over het feit dat er een anti-kraakwacht geplaatst is?

Nee.

 


Gevraagd door: V. Kagie (GL) op 16 maart 2009
FAQ uit/inklappen Lokaliseren mobieltje

(ingekomen 12 januari 2009)

De vragen zijn beantwoord door de Burgemeester.

De fractie van Leefbaar Leiden heeft een aantal vragen op diverse onderwerpen aangaande Politie en Justitie.

Allereerst was deze week de IMSI-Catcher in het nieuws onder het hoofdstuk Politie kan met IMSI-catcher elk mobieltje lokaliseren.

Wij hebben begrepen dat met dit apparaat gesprekken en sms berichten direct af te luisteren zijn en dat berichten gelezen kunnen worden van mobiele telefoons van zowel mobiele abonneenummers als van prepaid nummers.

Omdat dat bij ons over komt als inbreken in de privacy van personen komen we met de volgende vragen.

Antwoord van de Burgemeester

(ingezonden 27 januari 2009)

Er is bij de beantwoording gebruik gemaakt van internet: www.netkwesties.nl/editie32/artikel1.html

1. Gebruikt de politie in Leiden een dergelijk apparaat?

De politie in Leiden gebruikt een dergelijk apparaat zelf niet.   

2. Zo ja voor welke doeleinden wordt het apparaat ingezet?

Nvt.

3. Kan elke opsporingsambtenaar gebruik maken van dit apparaat ?

Bevoegd tot het gebruik van de apparatuur, bedoeld in artikel 2, is de door de korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten aangewezen opsporingsambtenaar van het Korps landelijke politiediensten die voldoet aan de door Onze Minister van Justitie vastgestelde eisen betreffende kennis van de juridische, operationele en technische aspecten van het gebruik van de apparatuur.

4. Zo niet wie geeft dan opdracht voor gebruik. En wie mag er gebruik van het apparaat maken?

De minister van Verkeer en Waterstaat geeft toestemming. Het is een zeer zwaar middel dat slechts zeer sporadisch ingezet mag worden. Op last van de minister van Justitie mogen alleen opsporingsambtenaren van de KLPD deze apparatuur bedienen. 

5. Zijn er wettelijke regels voor het gebruik van de IMSI-Catcher. Zo ja welke zijn dat?

Dat de IMSI-catcher er komt is een uitvloeisel van de wetgeving op het gebied van afluisteren. Het apparaat valt onder het Besluit bijzondere vergaring nummer-gegevens telecommunicatie'. Het bleek namelijk dat het Wetboek van Strafvordering niet specifiek genoeg was als het gaat om het afluisteren van mobiele telefoongesprekken. Er werd verruiming van de wet voorgesteld. Sinds 1 maart 2002 is dit besluit, dat aan de Telecommunicatiewet hangt, actief.

6. Als men afgeluisterd is door de politie wordt dan uiteindelijk medegedeeld dat men afgeluisterd is ?

Bij verdenking van strafbare feiten kan het bevoegd gezag gebruik maken van de IMSI-catcher. Indien er met een dergelijke instrument een strafbaar feit wordt geconfronteerd wordt hiervan procesverbaal opgemaakt. Indien een verdachte wordt aangehouden kan hij een dergelijke proces verbaal inzien.

7. Gaarne zouden wij de uitleg hebben van het college wat het verschil in het gebruik van de IMSI-Catcher en het gebruik van opsporingscamera, s in de openbare ruimte daar waar het gaat over inbreuk maken op de privacy van personen ?

De IMSI-catcher is enerzijds een veel grover middel omdat het alle telecomverkeer screent. Aan de andere kant is het een zeer selectief middel omdat het een individu van zeer nabij kan volgen. Heeft dus een grote inbreuk op de privacy van een persoon. Vandaar dat het ook zeer selectief en conform strikte procedures kan worden gebruikt.

8. Kunt u ons vertellen hoe vaak het apparaat is ingezet in het jaar 2008?

Nvt. Zie vraag 1. 

 


Gevraagd door: D. Sloos (LL) op 12 januari 2009
FAQ uit/inklappen Beveiliging privacy gegevens

( ingekomen 24 juni 2009)

 IWI onderzocht hoe gemeenten, UWV en SVB omgaan met de beveiliging van persoonsgebonden gegevens bij gebruik van Suwinet-Inkijk, een systeem waarmee ze elektronisch gegevens uitwisselen. Hiermee hebben ze inzicht in elkaars gegevens en in die van organisaties als de Kamer van Koophandel en de Rijksdienst voor het Wegverkeer. 
Er zijn maar weinig gemeenten die een goed beveiligingsplan hebben. In de regel dragen ze de plannen niet goed uit in hun organisatie. Van een jaarlijkse evaluatie komt het maar zelden. Het gebruik van Suwinet-inkijk wordt meestal niet gemonitord, en ongeoorloofde pogingen om van het systeem gebruik te maken worden niet opgespoord. Dit heeft als risico dat ongeoorloofd gebruik niet wordt opgemerkt. Verder ziet IWI verbetermogelijkheden bij de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van medewerkers. 
GroenLinks is een groot voorstander van efficiencyverbetering in het kader van de samenwerking tussen de verschillende ketenpartners. De beveiliging van persoonsgegevens binnen de daarvoor gestelde randvoorwaarden is daarbij noodzakelijk. Het verontrust de fractie van GroenLinks dat dit blijkbaar bij veel gemeenten in het land nog niet op orde is.
De fractie van GroenLinks heeft daarom op grond van artikel 43 van het reglement van orde de volgende vragen aan het college van B en W:

Antwoord van burgemeester en wethouders.

(ingezonden 1 september 2009)

1.      Bent u op de hoogte van het betreffende rapport en welke acties heeft u na het verschijnen van het rapport ondernomen.


Het college is op de hoogte van het rapport. Er zijn tot nu toe naar aanleiding van het rapport geen acties ondernomen.

2.      Heeft Leiden deelgenomen aan het onderzoek en welke conclusies zijn daar voor de gemeente uitgekomen?


Leiden heeft deelgenomen aan het onderzoek. De enige conclusie m.b.t. afzonderlijke gemeenten, die tot nu toe bekend is gemaakt, is dat een groot aantal gemeenten niet beschikt over een beveiligingsplan. Deze gemeenten zijn hierover aangeschreven door de inspectie werk en inkomen. Leiden behoort niet tot die groep, omdat we sinds 2006 beschikken over een gemeentebreed beveiligingsbeleid en een uitvoeringsplan informatiebeveiliging en daarnaast over een aanvullend beveiligingsplan voor de sociale dienst.

3.      Bestaat er in Leiden een beveiligingsplan? Zo ja, bent u bereid dat te verstrekken?


In 2006 heeft het college het beveiligingsbeleid vastgesteld  en het besluit genomen om “De nota vertrouwelijk ter kennis te brengen van de OR en de Commissie Bestuur en Veiligheid.”  (B&W.nr.: 060271 d.d. 28-02-2006.). De motieven  voor die vertrouwelijkheid zijn nog steeds van kracht. Ook het uitvoeringsplan, waarin het beleidsplan is vertaald naar concrete maatregelen, en het aanvullende plan voor de sociale dienst dienen om voor de hand liggende redenen vertrouwelijk te blijven. 
Het College is bereid al deze stukken vertrouwelijk ter inzage te geven aan de Cie. Werk en Inkomen
 
.
4.      Is het beveiligingsbeleid geëvalueerd? Zo ja, op welke momenten en ben u bereid de evaluaties te verstrekken?


Het is de bedoeling om zowel het beleid als de uitvoering periodiek te evalueren. De eerste evaluatie zal dit najaar plaatsvinden. Het College is bereid het evaluatierapport vertrouwelijk ter inzage te geven aan de Cie. Werk en Inkomen.

5.      Is er sprake van monitoring van “Suwinet-inkijk”?


Er is binnen de afdeling WIZ een security-officer benoemd. Deze functionaris krijgt iedere maand een overzicht van alle raadplegingen in suwi-inkijk door medewerkers van WIZ. Opvallende of onduidelijke zaken op dit overzicht worden nader onderzocht.

6.      Is er sprake van een vastlegging van veiligheidsincidenten en worden deze geanalyseerd?


Er is nog geen systematische registratie van  beveiligingsincidenten. Een van de acties in het uitvoeringsplan informatiebeveiliging is het opzetten van een registratiesysteem voor beveiligingsincidenten. Deze actie is nog niet uitgevoerd. (zie ook antwoord vraag 9).

7.      Welk integriteitbeleid bestaat er ten aanzien van personeel in relatie tot de beveiliging van persoonsgegevens? Wordt dit beleid daadwerkelijk uitgevoerd? Welke rapportages zijn daarover beschikbaar?


Het integriteitbeleid ten aanzien van personeel bestaat uit een scala van elementen, waaronder screening bij aanstelling, ambtseed, gedragscode, integriteitcursussen, strikte regels voor het gebruik van wachtwoorden e.d. Alle medewerkers van WIZ, die inzagerecht hebben in Suwi-inkijk, hebben een verklaring ondertekend, waarin zij verklaren deze mogelijkheid uitsluitend te gebruiken voor het doel, waarvoor het inzagerecht is verleend.
Er kunnen desgewenst rapportages worden samengesteld over aantallen medewerkers, die bij de verschillende maatregelen betrokken zijn.

8.      Worden persoonsgegevens aan derden verstrekt en hoe wordt de beveiliging en de vertrouwelijkheid van de gegevens hierbij gewaarborgd?


Voor de verstrekking van persoonsgegevens uit de gemeentelijke basisregistratie aan derden is de gemeentelijk verordening GBA (vastgesteld door de Raad per 24 april 2004, RV 03.0172) van kracht. Daarbuiten worden persoonsgegevens, die worden geregistreerd voor specifieke taken, zoals uitkeringverstrekking en arbeidsmarkttoeleiding, nooit verstrekt aan derden.

9.      Hoe oordeelt het college, mede in relatie tot het rapport en de hierboven gestelde vragen, over het beveiligingsbeleid en welke verbeteringen dienen er te worden aangebracht? Graag ontvangen wij een nadere toelichting.


De gemeente beschikt sinds 2006 over een adequaat beveiligingsbeleid. Dit beleid zal, na de evaluatie in het najaar (zie vraag 4), waar nodig worden geactualiseerd.
Om de uitvoering van het beleid beter te waarborgen, zal binnenkort een gemeentebrede  coördinator worden aangesteld.

10.   Bent u bereid het beveiligingsbeleid periodiek te evalueren en de uitkomst hiervan aan te bieden aan de gemeenteraad?


Zie antwoord op vraag 4.


Gevraagd door: H. van Egdom (GL) op 24 juni 2009
FAQ uit/inklappen Asbestinventarisatie Belastingkantoor

(ingekomen 23 februari 2009)

Op grond van artikel 42 van het reglement van orde zou de fractie van de SP het geachte College de volgende vragen willen stellen.

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 31 maart 2009)

1. Heeft er vóór de aankoop van het Belastingkantoor een asbestinventarisatie  plaatsgevonden?

Ja.

2. Zo ja, wat was daarvan de uitkomst, en zo nee, waarom niet?

De verkopende partij, de Dienst der Domeinen, beschikte reeds over asbestinventarisatie rapporten uit 2002 en 2003. Hieruit kon worden opgemaakt dat er asbest was aangetroffen in het zwarte kitwerk in de buitengevel (ca.75m) en een bepaald gedeelte van de ventilatiekanalen van de werkkasten (ca.50m). Het asbest is hechtgebonden en er bestaat geen direct emissierisico. De  saneringsprioriteit is laag, wat betekent dat sanering op langere termijn kan plaatsvinden.

Omdat in de rapportage bovendien was aangegeven dat de liftschachten eerder niet waren onderzocht, is er ten tijde van de aankooponderhandelingen een aanvullend onderzoek gehouden naar de aanwezigheid van asbest in de liftschachten, zulks voor rekening van de Domeinen. Hieruit kwam naar voren dat er geen asbesthoudende materialen zijn aangetroffen.

Hoewel de hoeveelheid aangetroffen asbest gering is en er geen dringende saneringsbehoefte was, zijn desondanks de kosten van een eventuele sanering geraamd en voor de berekening van de  taxatiewaarde in mindering gebracht op de bruto-taxatiewaarde. 

We kunnen er aan toevoegen dat het, in het kader van de voorbereidingen om het Belastingkantoor geschikt te maken voor de huisvesting van medewerkers van de gemeente, nog weer noodzakelijk werd geacht om de bestaande rapportage van 2002/2003 nog eens kritisch te beoordelen. Dat heeft te maken met de wens vanuit de optiek van het beheer van het gebouw om zekerheid voor alles te hebben met betrekking tot de actuele asbestinventarisatie en waarvoor de onderzoeksmogelijkheden in de huidige, lege staat groter zijn dan voorheen in 2002/2003, toen het gebouw in gebruik was. 

Op de achtergrond speelt mee dat er sinds enige jaren nieuwe regelgeving is inzake asbest, n.l. het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Dit bevat regels voor het inventariseren van asbest en asbesthoudende producten en verwijderen van asbest en asbesthoudende producten uit bouwwerken en objecten. Het heeft te maken met het classificeren in risicoklassen en het derhalve inschakelen van gecertificeerde bedrijven. Bij het verifiëren door de MDWH op ons verzoek in 2007 van het rapport uit 2002/2003 is dit wel in de beoordeling meegenomen.

Overigens heeft het veldonderzoek 23 maart j.l. plaats gevonden. Alles kon nu goed bekeken worden. Er zijn monsters genomen voor nader onderzoek, maar de eerste indruk is dat er geen onverwachte zaken aan de orde komen.

 

 


Gevraagd door: J. v.d. Kraats (SP) op 23 februari 2009