- Ga direct naar: inhoud, hoofdnavigatie, service menu, zoeken
Schriftelijke vragen van raad aan B&W
- Vergunningverlening Leidse Coffeeshops en Leids Coffeeshopbeleid.
- politie keurmerk veilig wonen
- 30 Kilometerzones rondom scholen
- Vuurwerk
- Vingerafdrukken op straat
- Overlast voetbalkooi Buizerdhorst
- Overlast voetbalkooi aan de Buizerdhorst (LL)
- Toekomst APV blowverbod
- Sluiting coffeeshop Haven
- Inperking van de openingstijden van het politiebureau aan de Langegracht
- Leiden overschrijdt Europese norm fijnstof
- Uitvoering verkeersbesluiten fietsveiligheid
- Onderhoud van Leidse wegen
- Winterschade wegen
- Politiesterkte
- Brandveiligheid bij grote opslagen van verpakte gevaarlijke stoffen
- Schadelijke effecten landbouwbestrijdingsmiddel imidacloprid
- Strooien cacaodoppen Valkenhorstplein
- Schade toebrengen aan burggen en meerpalen met onbestuurbare dekschuieten
- Overlast hangjongeren op het Bevrijdingsplein
- Berichten rond de intentieverklaring gemeentelijke aanpak Marokkaans-Nederlandse risicojongeren
- Verplaatsen blindengeleidestrook in Haarlemmerstraat
- Blindegeleidestroken in Haarlemmerstraat
- Inzet wijkagenten
- Strooibeleid
- Maatregelen tegen overlast jongeren
- Inbraakgolf in Leiden-Zuid en Voorschoten
- Brandwachten in de Stadsgehoorzaal
- Verdwijnen fietsrekken op de Stationswe
- Vernielingen buurtcentrum Morschwijk
- Politiebureau Stevenshof
- Gebruik van SMS-alert en extra ogen
- Handhaving op en rond de blindengeleidestroken
- Integriteit van politiepersoneel in de politieregio Hollands Midden
- Kraak en ontruiming pand Lammenschansweg 136
- Lokaliseren mobieltje
- Beveiliging privacy gegevens
- Asbestinventarisatie Belastingkantoor
Vergunningverlening Leidse Coffeeshops en Leids Coffeeshopbeleid.
(Ingekomen 14 maart 2012).
Al eerder heeft de CDA-fractie aandacht gevraagd voor de handhaving van de regels omtrent coffeeshops. Bij de nadere vragen die het CDA stelde in de raadsvergadering van 8 september 2011 zegde burgemeester Lenferink toe het beleid ten aanzien van coffeeshops te evalueren. Tot op heden is er echter nog niets gebeurd. Op 29 februari jl. verliepen de vergunningen van de 11 Leidse coffeeshops. Op grond van artikel 45 van het regelement van orde stelt het CDA daarom een aantal vragen aan het College van B&W.
Antwoord van Burgemeester
( d.d. 24 april 2012)
1. Zijn de vergunningen aan de Leidse coffeeshops inmiddels verlengd?
Ja, met uitzondering van Koffieshop GOA. Deze is nog in behandeling.
2. Zo ja, op basis waarvan is verlenging van de vergunning afgegeven? Welke toetsen hebben de coffeeshops moeten doorstaan? Is het aantal overtredingen tegen de AJOGH-criteria meegenomen in het toetsen van de vergunningverlening? Zijn de vergunningen van alle coffeeshops verlengd? Tot wanneer?
De vergunningen van alle coffeeshops zijn, met het oog op de voorgenomen invoering van het nieuw aangescherpt landelijk Coffeeshopbeleid, voor bepaalde tijd verlengd tot 1 januari 2013, behalve die van Koffieshop Goa. Deze is nog in behandeling. Overtredingen op basis van de AHOJG-criteria zijn meegenomen in het toetsen van de vergunningverlening.
De verlengingen zijn op basis van artikel 13b van de Opiumwet, de AHOJG-criteria, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2009, de Drank- en Horecaverordening 2009 en het Sanctiebesluit Koffieshops 2009 afgegeven.
3. Zo nee, welke criteria hanteert het College bij het al dan niet verlengen van de vergunning? Onderzoekt het College actief of er overtredingen zijn van de AHOJG-criteria bij de vergunningverlenging?
Het toezicht op de AHOJG-criteria wordt uitgevoerd door Politie.
4. Wanneer wordt verlenging van de vergunning geweigerd?
Artikel 19 lid 1 van de Drank- en Horecaverordening is van toepassing.
Een verlof wordt geweigerd indien:
o niet voldaan wordt aan de in artikel 17 gestelde eisen (leeftijdseis van minimaal 18 jaar en zedelijkheidseisen o.g.v. art. 8 Drank- en Horecawet jo. Besluit Zedelijkheidseisen Drank -en Horecawet (lid 1a);
o aannemelijk is dat door het verlof het woon-, leef- en winkelklimaat in negatieve zin beïnvloed zal worden door de activiteiten die plaatsvinden binnen de besloten ruimte of indien aannemelijk is dat zich in het tweede lid met c., e., f. en h. bedoelde gevallen voordoen (lid 1b);
o in een besloten ruimte buiten de singels softdrugs kunnen worden verkregen (lid 1c);
o het aantal besloten ruimten waarvoor een verlof is verleend en waarin softdrugs kunnen worden verkregen meer bedraagt dan 8 in het gebied gelegen binnen de singels, tenzij voor het perceel waarvoor het verlof is aangevraagd voordien al gedurende een onafgebroken periode een verlof was verleend (lid 1d).
Toelichting lid 1d: De bedoeling van dit artikel is om het aantal coffeeshops geleidelijk aan te verminderen van 12 naar 8. Dat betekent alleen wanneer sprake is van natuurlijke bedrijfsbeëindiging of sprake is van een gedwongen, permanente, sluiting (als gevolg van onwettig gedrag) heropening op die locatie niet meer mogelijk is, waarmee het aantal coffeeshops met één vermindert.
In artikel 19 lid 2c is als intrekkingsgrond opgenomen dat de loopafstand gerekend vanaf de hoofdingang van de besloten ruimte, waarbinnen softdrugs kunnen worden verkregen en de hoofdingang van een instelling waar onderwijs wordt gegeven of waar naschoolse opvang of naschoolse begeleiding wordt aangeboden aan jongeren in de leeftijd van 4 tot 18 jaar, dan wel de hoofdingang van een consultatiebureau voor alcohol en drugs, minder dan 150 meter bedraagt.
In lid 2e is als intrekkingsgrond aangegeven dat in de besloten ruimte softdrugs kunnen worden verkregen door minderjarigen.
In lid 2f is als intrekkingsgrond opgenomen dat in of aan de besloten ruimte een zodanige reclame wordt gevoerd dat personen kennis kunnen nemen van het feit dat er softdrugs in de besloten ruimte kunnen worden verkregen.
In lid 2h (moet zijn 2i) is als weigeringsgrond opgenomen dat opening van een besloten ruimte waar softdrugs kunnen worden verkregen krachtens het bepaalde in deze verordening dan wel het op grond van het door de burgemeester krachtens 13b van de Opiumwet en artikel 174a Gemeentewet vastgestelde sanctiebeleid niet meer is toegestaan.
Bij de toezegging van de burgemeester om het coffeeshopbeleid te evalueren had het voor de hand gelegen om over het nieuwe afwegingskader besloten te hebben op het moment dat de vergunningen verlengd zouden moeten worden. Het College wist al lang dat de vergunningen op 29 februari 2012 zouden aflopen.
5. Waarom heeft het College de evaluatie van het coffeeshopbeleid totnogtoe niet betrokken bij het logische moment van hernieuwing van de vergunning?
In verband met nieuwe landelijke ontwikkelingen omtrent de voorgenomen invoering van een verder aangescherpt Coffeeshopbeleid, namelijk aanvulling van de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie (OM) met het besloten clubcriterium (B-criterium) en een ingezetenencriterium (I-criterium) en het afstandscriterium (A-criterium), wordt met de evaluatie van het Coffeeshopbeleid gewacht tot een nog nader te bepalen moment.
6. Kan de evaluatie alsnog bij eventuele verlenging van de vergunning betrokken worden, desnoods door de vergunninghouders voor een veel kortere periode een vergunning te verlenen?
Zie antwoord op vraag 5.
Anders dan het Leidse stadsbestuur neemt de regering van VVD en CDA wel maatregelen om de overlast rondom coffeeshops in te perken. Per 1 januari 2012 zijn de AJOGH-criteria gewijzigd. Aan de AJOGH-criteria zijn het besloten-clubcriterium, het ingezetenencriterium en het afstandscriterium toegevoegd. De eerste twee criteria moeten per 1 januari 2013 worden gehandhaafd, het afstandcriterium per 1 januari 2014.
7. Per 1 januari zijn de nieuwe regels van kracht geworden. Is het College bereid, nu een nieuwe vergunningperiode ingaat, om al eerder dan 1 januari 2013 de nieuwe criteria te handhaven?
Afgezien van het feit dat de benodigde voorbereidingstijd voor het eerder dan 1 januari 2013 lokaal invoeren van de nieuwe criteria onvoldoende is, volgt het college de landelijke planningsrichtlijnen.
8. Zijn de nieuwe criteria opgenomen in de vergunningverlening? Zo nee, waarom niet?
Er wordt nog onderzocht wat de consequenties zijn van de nieuwe criteria voor het huidige vergunningen- en handhavingsbeleid. Als er daadwerkelijk aanpassingen dienen te worden gedaan, worden deze ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
9. Heeft het College -indien de vergunning is verleend- er rekening mee gehouden dat bovengenoemde aanvullende criteria per 1 januari 2013 resp. 1 januari 2014 moeten zijn opgenomen in de vergunningverlening, bij voorbeeld door voor 1 januari 2013 de verleende vergunning te kunnen aanpassen?
Zie antwoord op vraag 8.
10. Kan het College toezeggen dat in elk geval die vergunninghouders die per 1 januari 2013 niet kunnen voldoen aan de nieuwe criteria, hun vergunning definitief verliezen, conform afspraak 16 uit het beleidsakkoord?
Zie antwoord op vraag 8.
politie keurmerk veilig wonen
(ingekomen 3 februari 2012)
Het Politiekeurmerk Veilig Wonen is een veiligheidsinstrument dat bijdraagt aan de sociale veiligheid in en rond woningen, wooncomplexen en buurten en wijken. Woningen met het Politiekeurmerk Veilig Wonen hebben tot 90% minder kans op een geslaagde inbraak.
Ook in Leiden wordt de meerwaarde van dit landelijk keurmerk gezien en benut. Bijvoorbeeld in Leiden noord waar binnen het project “Leiden Noord buitengewoon veilig” het keurmerk als uitgangspunt wordt gehanteerd, en als eerste wordt genoemd bij de aandachtsgebieden voor veilig wonen. Zie http://gemeente.leiden.nl/projecten/bouwenaandestad/wijkontwikkelingsplan-leiden-noord/sociale-pijler/leiden-noord-buitengewoon-veilig/
Reden genoeg om juist bij nieuwbouwprojecten dit keurmerk als uitgangspunt te nemen voor zowel de bouw als de inrichting van de openbare ruimte. De praktijk lijkt echter anders. Aan bewoners van de (nieuwbouw)wijk Groenoord is gemeld dat hun woningen weliswaar voldoen aan de eisen van het keurmerk, maar de woonomgeving (en het beheer van de woonomgeving) niet aan de voorwaarden voldoet. Omdat het keurmerk integrale aanpak vereist is het hiermee onmogelijk om in de wijk Groenoord als bewoner het keurmerk te verkrijgen. Dat lijkt de fractie van GroenLinks een gemiste kans.
Antwoord van burgemeester en wethouders
(ingezonden 13 maart 2012)
Op basis van art. 45 reglement van orde daarom de volgende vragen aan het College:
1) Klopt het dat de nieuwbouw in de wijk Groenoord niet voldoet aan de eisen voortvloeiend uit het politiekeurmerk veilig wonen?
Nee, dit klopt niet. De nieuwbouw voldoet aan de eisen van het Politiekeurmerk veilig wonen. Dit keurmerk kan op drie niveaus aangevraagd worden: woning, wooncomplex en woonomgeving. De nieuwbouw in de wijk Groenoord voldoet op alle drie niveaus aan de eisen van het keurmerk. Dit hebben gemeente en Groenoord cv (samenwerkingsverband tussen Ymere en PFC2) afgesproken in de ‘samenwerkingsovereenkomst Groenoordhallenterrein’ die in 2005 is gesloten. Een onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst is het ‘Woontechnisch programma van eisen Ymere 2005’ waarin opgenomen is dat “…alle woningen c.q. het woningbouwproject dient te voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen”. Bij het ontwerp voor de woning, het complex en de openbare ruimte zijn in 2005 deze eisen toegepast. Dit heeft geleid tot aanpassingen van de initiële plannen.
De eisen op woningniveau die uit het Politiekeurmerk Veilig Wonen voortvloeien zijn inmiddels bijna allemaal onderdeel van het bouwbesluit. Iedere nieuwbouwwoning voldoet dus in principe aan de eisen van het keurmerk. Voor de nieuwbouw in de wijk Groenoord geldt dat Groenoord cv inmiddels heeft toegezegd om alsnog het Politiekeurmerk Veilig Wonen aan te vragen.
Als op complex- of omgevingsniveau geen certificaat aangevraagd wordt door de ontwikkelaar, kan een bewoner zelf het keurmerk aanvragen voor de woning. Dit kan alleen voor een bestaande woning. Dit is twee jaar na oplevering van een nieuwbouwwoning.
2) Is de reden hiervan gelegen in de inrichting van de openbare ruimte/woonomgeving, of in het beheer van de openbare ruimte/woonomgeving? Of beide? Graag een gemotiveerd antwoord.
Nee, zoals hierboven aangegeven is ook de woonomgeving ontworpen conform het Politiekeurmerk Veilig Wonen Nieuwbouw. Dit is het Politiekeurmerk op wijkniveau en gericht op de inrichting van de openbare ruimte en woonomgeving. Evenzo zijn bij het ontwerp van de wijk de uitgangspunten van het keurmerk toegepast. Dit betreft onder andere verlichting, inrichting groen, bereikbaarheid en hang- en sluitwerk.
Het is een hele opgaaf om op wijkniveau te voldoen aan alle eisen van het keurmerk. Daarom vragen ontwikkelaars en woningbouwcorporaties vaak geen certificaat aan, terwijl wel aan de richtlijnen van het keurmerk voldaan wordt. Dit heeft te maken met de werklast en bijbehorende financiën die het aanvragen van het certificaat met zich meebrengt. Tot op heden is voor slechts enkele gebieden een certificaat aangevraagd. Een voorbeeld is de woningen van woningcorporatie Ons Doel in de Antillenstraat en Surinamestraat en omgeving.
3) Ziet het college mogelijkheden om de inrichting van de openbare ruimte alsnog aan de eisen voortvloeiende uit het politiekeurmerk veilig wonen te laten voldoen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
4) Heeft het college een (stadsbreed) beleid of een visie op inrichting van de openbare ruimte conform het politiekeurmerk veilig wonen? Zo nee, waarom niet?
Bij de inrichting van de openbare ruimte houdt de gemeente zoveel mogelijk rekening met de richtlijnen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Dit beleidsuitgangspunt is in 2006 vastgesteld als onderdeel van het Integraal Veiligheidsbeleid. Daarbij staat veiligheid van bewoners en gebruikers centraal en niet het halen van het keurmerk zelf. In de kadernota 2012-2015 is het thema woninginbraken (opnieuw) tot prioriteit van het Leidse veiligheidsbeleid benoemd. Uitgangspunt is wel dat burgers zelf verantwoordelijk zijn de eigen woning zorgvuldig af te sluiten en maatregelen te nemen om de kans op inbraken te verkleinen.
Per 1-1-2011 beschikten 5828 woningen over het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW)-certificaat. Het doel is jaarlijks 200 nieuwe PKVW-certificaten uit te reiken aan woningcorporaties en particulieren voor zowel bestaande bouw als nieuwbouw.
Zoals reeds in het antwoord op vraag 1 staat, voldoet de nieuwbouw in de wijk Groenoord wel aan de eisen van het Politiekeurmerk veilig wonen. Inmiddels heeft Groenoord cv toegezegd om alsnog het certificaat aan te vragen.
5) Indien dit beleid ontbreekt, is het college bereid om op korte termijn de raad te rapporteren over de mogelijkheden het politie keurmerk veilig wonen bij komende (nieuw)bouwprojecten als uitgangspunt te hanteren?
Zie antwoord vraag 4.
6) Zijn er binnen Leiden andere keurmerken van toepassing op de inrichting van de openbare ruimte? Stadsbreed of projectspecifiek?
Onderdeel van het integraal veiligheidsbeleid is ook veiligheid van bedrijven en ondernemen. Ook daarvoor bestaat een keurmerk. Dit is het Keurmerk Veilig Ondernemen. Naast samenwerking van ondernemers en het treffen van sociale maatregelen gaat het hier ook om fysieke maatregelen in het kader van schoon, heel en veilig, zoals goede verlichting. De gemeente werkt op dit gebied samen met de ondernemers van bedrijventerreinen en winkelcentra. Dit betreft slechts gedeeltelijk openbaar terrein. Verder is de gemeente wettelijk verantwoordelijk voor goed technisch onderhoud van de openbare ruimte, daar is geen keurmerk voor.
30 Kilometerzones rondom scholen
(Ingekomen 22 december 2011)
Gelukkig gaan ook in Leiden nog steeds veel kinderen al op jonge leeftijd op de fiets naar school. Een veilige inrichting van de schoolomgeving is daarom belangrijk. Enerzijds om ongelukken te voorkomen, anderzijds om het fietsgebruik onder scholieren te stimuleren, zodat zij later zelfstandig naar het voortgezet onderwijs kunnen fietsen. Om dit te realiseren zullen de wijkscholen via veilige schoolhuisfietsroutes bereikbaar moeten zijn. Een veilige schoolomgeving voldoet volgens de Fietsersbond onder andere aan het criterium van een 30 km/u-zone tot 500 meter rond de school.
Het is de fractie van GroenLinks Leiden duidelijk geworden dat deze 30-kilometer zones niet bij iedere (basis-)school zijn ingevoerd. Een opvallend voorbeeld hiervan is de situatie rondom Vrije School Mareland aan de Morssingel. Daar waar grote gedeelten van de Leidse singel al een 30-kilometer zijn, is ter hoogte van Vrije School Mareland juist nog een gedeelte waar 50 kilometer per uur mag worden gereden. Dit lijkt de fractie van GroenLinks niet alleen onlogisch, maar ook gevaarlijk voor de kinderen die daar naar school gaan.
De fractie van GroenLinks acht de ontstane situatie onaanvaardbaar en op grond van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, wil zij u de volgende vragen stellen:
Antwoord van burgemeester en wethouders
(ingezonden 14 februari 2012)
1. Is het College het met de fractie van GroenLinks eens dat een 30-kilometer zone rondom een (basis-)school een wenselijke situatie is, gezien de kwetsbaarheid van scholieren in het verkeer?
Ja, basisschoolleerlingen moeten op een zo veilig mogelijke manier de weg van huis naar school en omgekeerd kunnen afleggen. Het inrichten van een 30 km – zone is een van de mogelijke manieren om een verkeersveilige schoolomgeving in te richten.
Helaas is het niet altijd mogelijk om de weg van huis naar school volledig door 30 km – gebieden te laten gaan. Andere verkeersaantrekkende functies zoals winkelen en bedrijven zouden daardoor niet meer mogelijk kunnen worden. Ook is het in een bestaande omgeving niet altijd mogelijk om een 30 – km – gebied in te richten omdat er niet voldoende ruimte is of er stedenbouwkundige belemmeringen zijn.
2. Is het College bekend met Leidse scholen waar deze 30-kilometer zones nog niet zijn gerealiseerd? En zo ja, welke scholen zijn dit?
Er zijn in Leiden scholen die niet in een 30 km – gebied liggen. Omdat Leiden een dichtbevolkte stad is, is het vaak niet mogelijk om aan het afstandscriterium van 500 meter te voldoen. De afstand van de Willem de Zwijgerlaan en de Schipholweg tot de Marelandschool aan de Maresingel is minder dan 500 meter en ook een deel van de binnenstad valt binnen een afstand van 500 meter. Vergelijkbare situaties zijn elders in Leiden te vinden.
In Leiden gaan we daarom niet uit van een straal van 500 meter maar wordt uitgegaan van de routes van huis naar school.
3. Is het College bereid om 30-kilometer zones aan te leggen rondom alle (basis)scholen in Leiden ter verhoging van de veiligheid van scholieren en dit te accentueren dit door boven het 30 km bord een bordje “schoolzone” aan te brengen?
Het is niet mogelijk om bij iedere school een 30 - km – zone in te richten, bijvoorbeeld omdat een school langs een weg ligt met een busroute en/of een uitrukroute voor hulpdiensten (bijvoorbeeld de E.L.S. aan de Vondellaan en de Springplank aan de Sumatrastraat). Bij deze scholen moeten andere maatregelen de verkeersveiligheid vergroten.
Het aangeven van een school door het plaatsen van borden “schoolzone” is een middel om de verkeersveiligheid te vergroten bij scholen. Het concept “Handboek kwaliteit openbare ruimte” laat het plaatsen van dergelijke borden niet overal toe bij scholen .In dit handboek staat “Verkeersvoorzieningen als borden en anti-parkeerpaaltjes worden alleen geplaatst als dit wettelijk noodzakelijk is of wanneer dit niet door een aangepast ontwerp of handhaving kan worden opgelost”.
Dit betekent dat per schoolomgeving zal moeten worden bepaald op welke manier de aanwezigheid van de school kan worden benadrukt.
4. In het specifieke geval van de Vrije School Mareland; is het College het met de fractie van GroenLinks eens dat de huidige situatie waarbij ter hoogte van de school 50 km/u mag worden gereden maar verderop op de Singel slechts 30 km/u een onaanvaardbare situatie is?
Langs de Maresingel, de Herensingel en de Zijlsingel liggen deels fietsstroken en deels fietssuggestiestroken. Op de Maresingel ter hoogte van de Huygensbrug /het Prins Hendrikplein en op de Zijlsingel geldt een maximum snelheid van 30 km/uur.
De singels zelf zijn nergens ingericht als 30 km-gebied met de bijbehorende inrichtingselementen zoals drempels en asverspringingen. Dit komt onder meer omdat er onvoldoende ruimte is en een deel van de singels een functie heeft als calamiteiten en/of busroute. De eisen die hulpdiensten en bussen stellen aan de weg i.v.m. minimale aanrijtijden zijn moeilijk te combineren met de inrichting van een 30 km – gebied met effectieve snelheidsremmende maatregelen zoals drempels en asverspringingen.
De Maresingel bij de Marelandschool (deze school ligt aan de Maresingel en niet zoals in de inleiding abusievelijk is vermeld aan de Morssingel) is nog niet heringericht. Bij de herinrichting moet een zo veilig mogelijke verkeerssituatie worden gemaakt voor alle verkeersdeelnemers en in het bijzonder voor de leerlingen van de school. Indien nodig en mogelijk wordt daarbij een maximumsnelheid van 30 km/uur ingevoerd.
5. Is het College bereid op korte termijn een 30 kilometer zone te realiseren rondom Vrije School Mareland en zo ja, op welke termijn?
Op dit moment wordt gewerkt aan een nota Hoofdstructuur Bereikbaarheid met uitvoeringsprogramma. Uit de hoofdstructuur moet blijken welke functie de weg heeft en de inrichting die hier bij hoort. Besluit hierover wordt voor zomer 2012 genomen. Daarna kan vervolg gegeven worden aan de herinrichting van de Maresingel.
Vuurwerk
(ingekomen 7 november 2011)
Vuurwerk vormt een toenemend probleem. Het zorgt voor overlast, voor milieuschade, voor gezondheidsproblemen en is een ramp voor dieren.
De partij voor de dieren streeft naar een verbod op vuurwerk en wil een start maken met een eerste inperking. Vandaar dat wij de volgende vragen aan u willen voorleggen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 20 december 2012)
1. Is het college bereid om de verkoopperiode voor vuurwerk te bekorten en de tijd voor het afsteken in te perken? Zo nee, waarom niet?
Zoals reeds op 16 december 2010 in de raad door de burgemeester toegelicht betreft dit gemeenteoverstijgende regelgeving. De gemeente is niet bevoegd om van het landelijke vuurwerkbesluit af te wijken.
2. Is het college bereid om een vuurwerkverbod in te stellen voor parken en groenstroken, om in elk geval dieren in het wild te ontzien? Zo nee, waarom niet?
Het college heeft de bevoegdheid om in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast plaatsen aan te wijzen waar geen vuurwerk afgestoken mag worden. Echter, in dit geval is volgens het college geen sprake van gevaar, schade of overlast.
Bovendien is uit onderzoek gebleken dat het afsteken van vuurwerk bij vogels tot 3 km voor een zeer sterke verstoring zorgt. Tot ruim 5 km is aan het gedrag van vogels te zien dat er een knal heeft plaatsgevonden. Dit geldt voor vogels in het buitengebied. De inrichting, zoals een stad, kan effect hebben op de exacte afstand waarop het effect van afgaand vuurwerk merkbaar is. Ook zijn vogels in de stad aan andere geluiden gewend dan vogels in het buitengebied. Wat betreft de damherten in het Leidse Hout is de ervaring van de stadsbioloog dat zij helemaal niet reageren op het afsteken van vuurwerk.
Uit bovenstaande toelichting blijkt dus dat een vuurwerkverbod voor parken en groenstroken geen oplossing is.
3. Is het college bereid voorlichting te geven aan burgers over de onderstaande nadelen van vuurwerk en zo tegenwicht te bieden aan de gelikte folders van de vuurwerkbranche? Zo nee, waarom niet?
De burgemeester geeft in zijn communicatie naar de burger altijd mee dat de jaarwisseling een feest voor iedereen moet zijn. Bovendien trekt de gemeente extra geld uit zodat Halt voorlichting aan scholen kan geven over het gebruik van vuurwerk. Hierin is ook meegenomen dat geen vuurwerk naar mensen of dieren gegooid mag worden. Van deze lijn wordt ook dit jaar niet afgeweken. Bovendien gaat het college in haar standpunt niet verder dan de Nederlandse wet voorschrijft.
Het college erkent wel de nadelen van vuurwerk, maar beschouwt de maatschappelijke acceptatie van het afsteken ervan als een gegeven. Het gelooft niet dat lokale voorlichting dienaangaande veel impact zal hebben. Het college legt bij oud en nieuw de nadruk op veiligheid. Waar er dit jaar extra zwaar illegaal vuurwerk in omloop blijkt te zijn blijkt daar ook alle aanleiding toe.
4. Hoe valt het gedoogbeleid t.a.v. vuurwerk te rijmen met het streven naar gemeente die de biodiversiteitshoofstad van Europa?
Er is geen sprake van gedoogbeleid. Tegen illegaal vuurwerk en het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane periode wordt zo mogelijk opgetreden. Het is toegestaan om legaal vuurwerk af te steken op 31 december vanaf 10.00 uur 's ochtends tot 2.00 uur ’s nachts.
Vingerafdrukken op straat
(ingekomen 26 oktober 2011)
De fractie van GroenLinks heeft via de media vernomen dat de politie in Leiden op straat vingerafdrukken afnemen van vreemdelingen. Het doel hiervan zou zijn om te controleren of de persoon illegaal in Nederland is.
Uit de media blijkt dat minister Opstelten van Veiligheid de regio Hollands-Midden heeft aangewezen als een van de proeftuinen voor het nieuwe systeem. De politie krijgt Blackberry’s en speciale apparatuur om de vingerafdrukken te scannen. Met de proef zou het kabinet willen kijken of de mobiele vingerafdrukken van goede kwaliteit zijn. Volgens de minister past de controle binnen de Vreemdelingenwet. Daarin staat dat de politie en marechaussee vingerafdrukken mag afnemen als iemand geen identiteitsbewijs kan tonen.
De fractie van GroenLinks wil op grond van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, aan de burgemeester de volgende vragen stellen:
Antwoord van de Burgemeester
(ingezonden 6 december 2011)
1. Per wanneer is deze proef van kracht gegaan of zal deze van kracht gaan?
Deze proef vindt niet plaats binnen Leiden. Binnen Hollands Midden is ervoor gekozen om de proef in het team Bollenstreek-Noord te houden. De proef is op 17 oktober van start gegaan. Ook binnen Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Noord-Oost Gelderland vinden proeven met dit systeem plaats. De berichtgeving in de media is dus onjuist. De proef waar de media naar verwijst heet ‘Mobiel effectiever op straat’. Een aantal politieagenten van de teams die deelnemen aan deze proef hebben een Blackberry ontvangen. Met een app op de Blackberry kunnen zij, in combinatie met een mobiele scanner, paspoorten en ID-kaarten uitlezen.
2. Wat is de looptijd van deze proef en welke criteria worden gebruikt om te bepalen of de proef geslaagd is?
De proeftuinen lopen formeel tot 31 januari 2012.
GroenLinks is van mening dat voor het bepalen van de kwaliteit van mobiele vingerafdrukken helemaal geen proeftuin nodig is. Wanneer het zuiver gaat om het testen van de kwaliteit van apparatuur, zou kunnen worden volstaan met een proef waarbij een aantal vrijwilligers zich de vingerafdrukken laat afnemen op verschillende plaatsen in de stad. Deze proef kan snel en goedkoop worden uitgevoerd.
3. Is de burgemeester het met GroenLinks eens dat wanneer het puur om het testen van apparatuur gaat, dit ook in een simulatie kan, waarmee deze ‘proeftuin’ onnodig is?
Niet van toepassing.
De fractie van GroenLinks maakt zich ernstig zorgen om het feit dat de politie alleen bij ‘vreemdelingen’ vingerafdrukken gaat afnemen. Dit lijkt te neigen naar willekeur en (verkapt) racisme.
4. Kan de burgemeester aangeven hoe hij differentieert tussen een willekeurige Leids burger en een ‘vreemdeling’ en welke instructie politieagenten hieromtrent krijgen in het kader van deze proef?
De proeftuin richt zich niet enkel op vreemdelingen. Het is de bedoeling dat in de proeftuin van zowel vreemdelingen als verdachten, van wie de identiteit (nog) niet bekend is, de identiteit middels de vingerafdruk wordt vastgesteld. Kennis en ervaring zijn leidend bij de beslissing van de politiemedewerker om het middel toe te passen.
5. Wordt er alleen naar identiteitsbewijs gevraagd als er sprake is van een vastgestelde overtreding of gaat de politie in het kader van deze proef iedere willekeurige ‘vreemdeling’ zonder verdere aanleiding naar zijn of haar identiteitsbewijs?
Niet van toepassing.
6. Gaat de politie vanaf nu iedere persoon bij die geen identiteitsbewijs kan tonen mobiel vingerafdrukken afnemen of gebeurt dit alleen bij ‘vreemdelingen’ en welke criteria worden hiervoor gehanteerd?
Nee, het betreft een proef en de politie zal niet bij iedere persoon vingerafdrukken afnemen, zie ook antwoord 4. De gescande vingerafdrukken worden alleen geverifieerd in de database die voor PROGIS is aangelegd (VVI) en in de vreemdelingendatabase. PROGIS is het Programma informatievoorziening in de strafrechtketen. De VVI is een database waar alleen vingerafdrukken van verdachten worden opgeslagen ten behoeve van verificatie in het strafrechtproces.
Voor de Vreemdelingenwetgeving is het mogelijk om een vreemdeling op basis van zijn vingerafdruk te identificeren. Voor de VVI kan het alleen op vrijwillige basis aangezien een wettelijke grondslag hiertoe op dit moment ontbreekt. Bij uitblijven van vrijwillige medewerking aan de vingerafdrukscan of bij uitblijven van resultaat van die scan kan worden teruggevallen op bestaande procedures.
Deze proef roept veel vragen op en maatschappelijke weerstand. GroenLinks Leiden is van mening dat er voldoende ethische bezwaren zijn om niet aan een dergelijke proef deel te nemen.
7. Wat is de mening van de burgemeester over deze proef en is hij bereid de minister mede te delen dat Leiden hieraan niet wenst deel te nemen?
Hoewel Leiden niet deelneemt aan deze proef ziet de burgemeester geen bezwaren. Het is slechts een hulpmiddel bij het vaststellen van iemands identiteit.
Overlast voetbalkooi Buizerdhorst
(Ingekomen 6 september 2011)
Ook u heeft kennis genomen van de zorgen die de districtsraad Merenwijk heeft geuit bij de commissievergadering L&B. De PvdA is erg geschrokken van het relaas van mevrouw Marlieke Dam.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 27 september 2011)
Op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de PvdA u dan ook graag de volgende vragen:
1) Sinds wanneer bent u bekend met de bedreigende situatie in de voetbalkooi van de Buizerdhorst?
In de zomer van 2011 is ons bekend geworden dat enkele bewoners woonachtig aan de Buizerdhorst de situatie bij de voetbalkooi als bedreigend ervaren. Sinds de invoering van de Districtsraden in 2004 is bekend dat in de zomermaanden overlast wordt ervaren van jeugd die gebruik maakt van de voetbalkooi. Het betrof toen met name geluidsoverlast.
2) Wat is er in het verleden aan gedaan door de politie? En andere instanties?
Met alle partners in Slaaghwijk is overleg gevoerd. De overlast is integraal aangepakt, waarbij iedere instelling of organisatie een eigen verantwoordelijkheid had. De politie heeft een zeer actieve rol in het kader van de handhaving gehad en heeft extra capaciteit voor deze locatie beschikbaar gesteld. Ook de wijkagenten hebben tijdens periodes van overlast extra tijd en aandacht aan de locatie besteed. Meldingen van burgers komen deels niet overeen met de waarnemingen van de politie ter plaatse. Dit kan gedeeltelijk verklaard worden doordat er normaliter enige tijd zit tussen de melding en de komst van de politie.
Er is besloten een aantal fysieke maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van paaltjes en het aanbrengen van verlichting. Daarnaast heeft de burgemeester in 2006 en 2008 besloten om een tijdelijke geslotenverklaring in te stellen voor de voetbalkooi en de directe omgeving. Op de momenten dat een dergelijk besluit in de avond en nacht van kracht was, was er minder sprake van overlast. Dit geldt ook voor de momenten waarop bijvoorbeeld de jongerensoos ruimere openingstijden hanteerde.
De burgemeester heeft inmiddels besloten om van 10 september 2011 tot 1 november 2011 wederom de voetbalkooi en de onmiddellijke omgeving van 22.00-8.00 uur gesloten te verklaren. De politie zal hier actief op handhaven. Dit is gecommuniceerd met de omwonenden. Met deze maatregel baseert de burgemeester zich op zijn bevoegdheden op grond van artikel 172 van de Gemeentewet.
De burgemeester heeft het voornemen om volgend jaar gedurende de periode van medio april tot medio oktober een samenscholingsverbod voor dit gebied af te kondigen.
3) Kortgeleden liet u in het LD optekenen dat de belangrijkste bende niet meer bestond. Is dit nog steeds zo? Of is hier een nieuwe grote bende ontstaan?
In Leiden is nooit sprake geweest van een criminele bende, enkel van een criminele groep. Dit betreft overigens een andere locatie.
De aanpak van de jongeren geschiedt in samenwerking tussen gemeente, politie en OM.
4) Juist omdat de overlast al 7 jaar lang plaatsvindt, lijkt de groep zich te veranderen? Is dat ook zo? Of blijft de groep hetzelfde van samenstelling?
Uit de informatie die er nu is, lijkt het te gaan om een groep jongeren tussen de 14 en 18 jaar, in wisselende samenstelling. Het zijn niet elk jaar dezelfde personen. Wel is bekend dat het alleen jongens betreft en dat zij deels zelf in de wijk woonachtig zijn.
5) Nu de situatie uit de hand dreigt te lopen, lijkt het mij, dat de politie extra alert is. Is dat ook zo?
Dit klopt, de politie voert regelmatig extra controles uit. Concreet betekent dit dat er in de maand augustus iedere dag rond 22.00 uur door politie een controle is uitgevoerd bij de voetbalkooi. Bij meldingen van overlast werd getracht zo snel mogelijk ter plaatse te zijn en de jongeren naar huis te sturen. Daarnaast bezoeken de wijkagenten minimaal twee keer per week in de avonduren de voetbalkooi. Zij maken een praatje met de jongeren en wijzen op de gemaakte afspraken. Daarnaast zal de politie in het kader van de bestuurlijke maatregel die nu getroffen is, handhavend optreden.
6) Wat doet de politie op dit moment aan de situatie? Wat doen andere partijen in de z.g. keten?
Door regelmatige controles wordt getracht vanuit handhaving de overlast te beperken. Alle partijen plegen op dit moment een maximale inzet. Vanuit Jeugd- en Jongerenwerk worden er sportactiviteiten georganiseerd en worden jongeren aangesproken op hun gedrag. Daar waar nodig vindt begeleiding naar scholing of werk plaats. De streetcoaches hebben de voetbalkooi opgenomen in hun route en spreken de jongeren aan op hun gedrag. Welzijnswerk vervult een actieve rol. En vanuit de gemeente trachten wij de voetbalkooi schoon, heel en veilig te houden middels extra inzet. Regelmatig hebben de partners onderling overleg om te komen tot afspraken die de overlast moeten beperken. Zoals eerder aangegeven worden er ook fysieke maatregelen getroffen.
7) Is er na 7 jaar überhaupt kans op een oplossing van dit probleem? Zo ja, hoe wilt u dit doen? Zo nee, hoe dan nu verder?
De burgemeester heeft naar aanleiding van signalen uit de buurt maatregelen genomen. De overlast is hierdoor aanzienlijk verminderd.
Ja, inmiddels zijn de eerste resultaten zichtbaar, volgens de politie wordt vrijwel geen jeugd aangetroffen na 22:00 uur. En ook de bewoners geven aan dat overdag de jongeren gewoon prettig in de voetbalkooi spelen en dat het vanaf 21:30 uur rustig is.
Overlast voetbalkooi aan de Buizerdhorst (LL)
(Ingekomen 5 september 2011)
Bewoners klagen al ruim zeven jaar over overlast om en nabij de voetbalkooi bij de Buizerdhorst in de Merenwijk te Leiden.
Of wij hier het predicaat overlast aan moeten geven, is vanuit onze fractie nog heel erg mild uitgedrukt! De toestand daar lijkt meer op ernstige criminaliteit c.q. terreur!
Zo horen we dat;
• er bewoners bedreigd worden;
• er zeer ernstige geluidsoverlast is m.n. in de avondenuren terwijl elk fatsoenlijk mens van een welverdiende nachtrust moet kunnen genieten;
• er ramen bekogeld worden en
• er auto’s vernield worden.
Dit gebeurd al zeven jaar lang, vooral tijdens de ramadan, wanneer moslims pas in de late avonduren beginnen te leven, is deze criminaliteit c.q. terreur het hevigst!
Naar ons blijkt, is er tot heden helemaal niets anders dan ‘constateren’ gedaan, om deze criminaliteit c.q. terreur weg te nemen.
De fractie van Leefbaar Leiden is dan ook erg geschokt en zeer ontevreden over de gemeentelijke overheid, met name onze burgemeester als korpsbeheerder, die daar in zeven jaar niet in is geslaagd, om in deze buurt voorgoed een einde te maken aan deze vorm van terreur.
Wij vragen ons dan ook ernstig af of dit een bewuste strategie is van burgemeesters afkomstig van de Partij van de Arbeid, om moslimterrorisme zoals hiervoor beschreven voedingsbodem te geven om vervolgens uitgenodigd te mogen worden op de thee. Ik verwijs uw college onder naar andere steden zoals Amsterdam, Gouda en Utrecht.
Het zal u duidelijk zijn dat Leefbaar Leiden een voorstander is van harde aanpak om dit soort moslimterrorisme tot een einde te brengen. Immers, “Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.” zoals de uitdrukking luidt.
De fractie van Leefbaar Leiden stelt u daarom, op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde, de volgende vragen.
Alvorens tot beantwoording van de ons gestelde vragen te komen moet het ons van het hart dat toon en inhoud van de inleiding op de vragen, alsmede de redactie van sommige vragen, ons zeer heeft gestoord. Dit is een lid van de raad onwaardig en leidt tot een weinig vruchtbare vergroving van de politiek.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 27 september 2011)
1) Hoe lang is het college op de hoogte van deze door bewoners geuite onvrede?
In de zomer van 2011 is ons bekend geworden dat enkele bewoners woonachtig aan de Buizerdhorst de situatie bij de voetbalkooi als bedreigend ervaren. Sinds de invoering van de Districtsraden in 2004 is bekend dat in de zomermaanden overlast wordt ervaren van jeugd die gebruik maakt van de voetbalkooi. Het betrof toen met name geluidsoverlast.
2) Heeft het college maatregelen getroffen deze onvrede te voorkomen? Zo nee: Waarom niet? Zo ja: is gebleken dat de politie in Leiden Noord niet bij machte was om deze terreur te voorkomen, ofwel waarom is dat allemaal mislukt?
Met alle partners in Slaaghwijk is overleg gevoerd. De overlast is integraal aangepakt, waarbij iedere instelling of organisatie een eigen verantwoordelijkheid had. De politie heeft een zeer actieve rol in het kader van de handhaving gehad en heeft extra capaciteit voor deze locatie beschikbaar gesteld. Ook de wijkagenten hebben tijdens periodes van overlast extra tijd en aandacht aan de locatie besteed. Meldingen van burgers komen deels niet overeen met de waarnemingen van de politie ter plaatse. Dit kan gedeeltelijk verklaard worden doordat er normaliter enige tijd zit tussen de melding en de komst van de politie.
Er is besloten een aantal fysieke maatregelen te treffen, zoals het plaatsen van paaltjes en het aanbrengen van verlichting. Daarnaast heeft de burgemeester in 2006 en 2008 besloten om een tijdelijke geslotenverklaring in te stellen voor de voetbalkooi en de directe omgeving. Op de momenten dat een dergelijk besluit in de avond en nacht van kracht was, was er minder sprake van overlast. Dit geldt ook voor de momenten waarop bijvoorbeeld de jongerensoos ruimere openingstijden hanteerde.
De burgemeester heeft inmiddels besloten om van 10 september 2011 tot 1 november 2011 wederom de voetbalkooi en de onmiddellijke omgeving van 22.00-8.00 uur gesloten te verklaren. De politie zal hier actief op handhaven. Dit is gecommuniceerd met de omwonenden. Met deze maatregel baseert de burgemeester zich op zijn bevoegdheden op grond van artikel 172 van de Gemeentewet.
De burgemeester heeft het voornemen om volgend jaar gedurende de periode van medio april tot medio oktober een samenscholingsverbod voor dit gebied af te kondigen.
3) Als bekend is dat jonge Marokkanen de overlast veroorzaken, worden de ouders van hen daar dan ook verantwoordelijk voor gesteld? Indien Ja: Hoe? Indien Nee: Waarom niet?
Het betreft een groep jongeren die wisselt van samenstelling. Er is veel aandacht voor de communicatie naar wijkbewoners. Zo zijn er brieven aan alle bewoners verspreid met de oproep om met hun kinderen te spreken over de overlast. Hierin is gewezen op de problemen rond de voetbalkooi en is de verwachting uitgesproken dat jongeren zich na 22:00 uur niet in de voetbalkooi ophouden en overlast veroorzaken. Daarnaast is ook in de moskee door de imam aandacht besteed aan het probleem.
4) Heeft het college overwogen de voetbalkooi in zijn geheel te laten verwijderen en verder maatregelen te nemen ter voorkoming dat het daar een broeiplaats zal blijven?
Ja, dit heeft het college overwogen, maar het weghalen van de sportvoorziening is geen oplossing omdat de groep zich dan zal verplaatsen naar andere locaties. De overlast wordt hierdoor dus niet opgelost. Daarnaast zouden vele goedwillende jongeren door het verwijderen van de voetbalkooi onevenredig worden benadeeld. Dit soort voorzieningen zijn ook zeer belangrijk in het kader van het jeugd- en jongerenbeleid.
5) Bestaat er een mogelijkheid om gezinnen die deze terreur veroorzaken, en bekend zijn bij de politie blijvend uit de buurt te verwijderen? En indien nodig een buurtverbod op te leggen? Indien wel: Waarom is dit nog niet gebeurd? Indien niet: Waarom niet?
Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 3 is de afgelopen jaren geen sprake van een vaste groep die zorgt voor overlast. Indien door leden van een gezin langdurig (ernstige) overlast wordt veroorzaakt kan dat reden zijn om via het huurcontract op te treden.
6) Waarom is de politie in Leiden zo onmachtig om deze criminaliteit voorgoed aan te pakken? Waar ligt dat aan?
De politie in Leiden is niet onmachtig om de criminaliteit aan te pakken. Verder wordt verwezen naar de maatregelen die worden genoemd bij de beantwoording van vraag 2.
7) Wat gaat uw college er nu uiteindelijk aan doen om de leefbaarheid in deze wijk terug te brengen zodat fatsoenlijke Leidenaren weer een fatsoenlijk leven kunnen lijden?
De burgemeester heeft naar aanleiding van signalen uit de buurt maatregelen genomen. De overlast is hierdoor aanzienlijk verminderd. Zie verder antwoord vraag 2.
8) Leefbaar Leiden ontvangt graag uw antwoord in chronologische volgorde van de genomen actie in de afgelopen 7 jaren?
Zie antwoord vraag 2.
Toekomst APV blowverbod
(ingekomen 5 augustus 2011)
De ChristenUnie Leiden heeft net als het College kennis genomen van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 13 juli 2011 (LJN BR1425), waarin zij het blowverboden in de APV van Amsterdam onverenigbaar acht met de Opiumwet. De ChristenUniefractie heeft inmiddels ook vernomen dat de politie de handhaving van blowverboden in APV’s als gevolg van deze uitspraak niet aan de orde acht.
Met het oog op deze ontwikkelingen stelt de ChristenUnie graag (op grond van art. 45 Reglement van Orde op de Gemeenteraad) de volgende Schriftelijke Vragen:
Antwoord van de Burgemeester (ingezonden 11-10-2011)
1. Heeft de gemeente bij het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van gebiedsgebonden blowverboden in de APV ooit stilgestaan bij de mogelijke onverenigbaarheid ervan met de Opiumwet, zoals de ABRvS nu heeft vastgesteld?
Aangezien het motief was gelegen in de openbare orde en het motief niet was gelegen in de Opiumwet, is het een verrassende uitspraak. In de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt expliciet overwogen dat motief geen rol speelt.
2. Hoe beoordeelt het College de effectiviteit en handhaafbaarheid van gebiedsgebonden blowverboden in Leiden tot aan deze uitspraak?
Op basis van informatie van de Politie wordt het als effectief en goed handhaafbaar beoordeeld.
3. Is de Burgemeester van mening dat hij met artikel 172, 2e en 3e lid van de Gemeentewet (handhaving openbare orde) een voldoende geschikt middel in handen heeft om even effectief op te treden tegen onwenselijk gedrag van cannabisgebruikers op die plaatsen waar een blowverbod was ingesteld?
Dat zal nog moeten blijken. De Burgemeester beraadt zich thans of op alternatieve wijze eenzelfde resultaat kan worden bereikt middels lokale regelgeving.
4. Ziet het College nog mogelijkheden om als gemeente binnen de bestaande regelgeving en jurisprudentie een vorm van gebiedsgebonden blowverboden in te stellen of te handhaven?
De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State behoort te worden gerespecteerd. Bekeken wordt of de uitspraak nog ruimte biedt voor lokale regelgeving. Daarbij wordt gedacht aan het voorstel om de huidige redactie van artikel 2:74, tweede lid, Apv aan te passen door expliciet een aanvullend element – verstoring van de openbare orde – toe te voegen. Deze redactie brengt ook beter tot uitdrukking wat de Raad hier destijds met de totstandkoming van dat artikel voor ogen had. Dit voorstel wordt tot wijziging van de Apv wordt binnenkort aan de Raad voorgelegd.
5. Is het College / de Burgemeester bereid om de regering te benaderen en op te roepen om zo snel mogelijk te komen met initiatieven om het huidig gedoogbeleid op een wijze te herformuleren zodat gebiedsgebonden blowverboden in gemeenten zoals Leiden juridisch weer mogelijk worden?
Landelijk en ook gemeentelijk beraadt men zich over hoe nu verder te gaan. De landelijke uitkomsten worden vooralsnog afgewacht. De Burgemeester heeft hierover ook overleg met de Politie en het Openbaar Ministerie. Voor het overige wordt verwezen naar het antwoord op vraag 4.
Sluiting coffeeshop Haven
(ingekomen 7 juli 2011)
Onlangs is in het pand aan het Havenplein 1A 7 kilogram hennepmateriaal aangetroffen en in beslag genomen.
De CDA fractie stelt u daarom, op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde, de volgende vragen.
Antwoord van de Burgemeester (ingezonden 23 augustus 2011)
1) Is uw College bekend met de inbeslagname van hennepmateriaal op het Havenplein?
Ja.
2) Klopt het dat het pand in eigendom is van dezelfde eigenaar als de belendende pand op Havenplein 1B, waar een coffeeshop is gevestigd?
Nee, want volgens het Kadaster hebben het gesloten pand Havenplein 1 en het pand Havenplein 1B, waar de coffeeshop is gevestigd, verschillende eigenaren.
3) Heeft het College –en /of handhavende instanties- aanwijzingen dat de coffeeshop werd bevoorraad vanuit het pand?
Zie het antwoord op de volgende vraag. De informatie is niet relevant voor deze casus.
4) Zoja, Is het College het met de CDA-fractie eens dat het hier gaat om overtreding van de AJOGH-criteria, zelfs wanneer er geen binnendeur is die de twee panden verbindt?
Nee, het gaat niet om een overtreding van de AJOGH-criteria. De AJOGH-criteria gelden voor coffeeshops. De overtreding is geconstateerd in een ander pand dan een coffeeshop. De AJOGH-criteria zijn daarom niet aan de orde. Hier is sprake van een overtreding van artikel 13b Opiumwet.
5) Zoja, is het College het met de CDA-fractie eens dat het niet zo kan zijn dat het ontbreken van een doorgang binnen tussen de 2 panden bepalend is voor de vergunning van de coffeeshop? Met andere woorden: is het College het met het CDA een dat de vergunninghouder van de coffeeshop in overtreding is van zijn vergunning?
Nee. De overtreding van artikel 13b Opiumwet is door de Politie geconstateerd in het pand Havenplein 1 en niet in het pand Havenplein 1B, waar de coffeeshop is gevestigd. De vergunning voor de coffeeshop betreft een vergunning voor pand Havenplein 1B.
6) Op welke termijn kan de stad de sluiting van deze coffeeshop tegemoetzien?
Sluiting van deze coffeeshop vanwege voornoemde aangetroffen hoeveelheid hennep in pand Havenplein 1 is niet aan de orde. Als een coffeeshop de AJOGH-criteria overtreedt, kan wel (tijdelijke) sluiting van de betreffende coffeeshop aan de orde zijn conform het Sanctiebesluit van de Burgemeester. Dit geldt overigens ten aanzien van alle 11 coffeeshops in Leiden.
Inperking van de openingstijden van het politiebureau aan de Langegracht
(Ingekomen 28 juni 2011)
Onlangs vernamen wij dat het politiebureau aan de Langegracht per 1 augustus korter open zal zijn. Door de week van 9 tot 21 uur en in het weekend van 10 tot 18 uur. Ter vergelijk, de buurman van de politie, de lokale Digros, staat elke week gedurende 87 uur klaar voor haar klanten. De politie in Leiden is in diezelfde week maar 76 uur beschikbaar voor klantcontact. Behalve op zondagochtend is de Digros elke dag langer open dan het Leidse politiebureau.
De Leidse VVD fractie wil een goede oplossing voor de Leidenaren met een probleem buiten de openingstijden. Volgens de VVD stopt de criminaliteit niet om 21 uur ’s avonds. Verder is er in de regio buiten bovengenoemde tijden geen enkel fysiek contact mogelijk op een politiebureau en zal alles telefonisch afgehandeld moeten worden.
Hierover heeft de VVD een aantal vragen. Want hoe is het gesteld met de dienstbaarheid uit het motto van de Politie Hollands-Midden 'Waakzaam en Dienstbaar'?
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingekomen 2 augustus 2011)
1. Is de basispolitiezorg altijd gegarandeerd voor de Leidenaar? De VVD fractie begrijpt dat een aangifte fietsendiefstal best kan wachten tot de volgende ochtend, maar hoe zit het met ernstige delicten zoals bijvoorbeeld uitgaansgeweld. Hoe en waar kunnen die gemeld worden buiten kantooruren en hoe zal de politie daarmee omgaan?
De politie is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar en beschikbaar. Hiermee is de basispolitie¬zorg gegarandeerd voor de Leidenaar. Meldingen van criminaliteit of overlast kunnen op elk moment van de dag gedaan worden via 0900-8844 of bij spoed via 112. Bij ernstige delicten zal de politie altijd ter plaatse komen om hulp te verlenen en eventuele verdachten aan te houden.
Dat de openingstijden van het politiebureau aan de Langegracht zijn verkort, betekent niet dat er buiten die tijden geen politie aanwezig is op het bureau. Het bureau is de uitvalsbasis voor de basispolitiezorg in Leiden en is dus 24 uur per dag bemenst. Er is bewust gekozen voor kortere openingstijden voor het publiek om meer blauw op straat mogelijk te maken. Gevolg van deze keuze is dat de tijden waarop burgers aangifte kunnen doen inderdaad verkort zijn, maar tegelijkertijd is het aantal manieren om aangifte te doen vergroot. Zo kan aangifte gedaan worden via internet, telefonisch voor eenvoudige zaken (veelal op afspraak), op afspraak op het politiebureau en zo nodig op locatie. Vanaf 1 augustus 2011 wordt aangifte op het bureau bij voorkeur op afspraak opgenomen.
2. Kunnen andere zaken met een grote impact of van ernstige aard nog gemeld worden? Waar moet een slachtoffer van verkrachting of beroving naar toe?
Meldingen van overlast en criminaliteit kunnen 24 uur per dag, 7 dagen per week gedaan worden via 0900-8844 of, bij spoed, via 112. Bij ernstige delicten zal de politie direct ter plaatse komen. Dit verschilt niet met de huidige situatie, aangezien het overgrote deel van de meldingen van overlast en criminaliteit telefonisch binnenkomt bij de politie. Mocht een slachtoffer van een ernstig delict zich buiten de openingstijden melden bij het politiebureau, dan is daar altijd iemand aanwezig. Via het intercomsysteem bij de ingang van het politiebureau kan in noodgevallen ook buiten de openingstijden contact worden gelegd met de aanwezige politieagenten. Bij spoed wordt de dienstdoende surveillance-eenheid naar het politiebureau gehaald.
3. Hoe gaat de politie meldingen van mensen zonder telefoon – in het bijzonder kinderen – opnemen buiten deze tijden, of worden deze aan hun lot overgelaten?
Indien mensen zonder telefoon zich aandienen bij het politiebureau om melding te doen van een delict, dan zal deze melding in geval van spoed aangenomen en beoordeeld worden. Kinderen worden zeker niet aan hun lot overgelaten. Via het intercomsysteem bij de ingang van het politiebureau kan, ook buiten de openingstijden, contact worden gelegd met de aanwezige politieagenten. Ter plaatse zal beoordeeld worden welke actie nodig is. Er worden buiten de openingstijden echter geen aangiften opgenomen.
4. Wat is naast het telefoonnummer 0900-8844 een alternatief voor de Leidenaren die aangifte willen doen? Kan er al aangifte worden gedaan via www.mijnpolitie.nl ?
Er is een verschil tussen melding doen en aangifte doen. Via 0900-8844 kunnen burgers meldingen doen die niet spoedeisend zijn. Afhankelijk van de situatie wordt direct actie ondernomen door de dienstdoende agenten. Als de melder aangifte wil doen van een delict kan hiervoor via 0900-8844 een afspraak op het politiebureau worden ingepland. De melder krijgt dan tevens te horen welke documenten hij of zij mee moet nemen. Door meer aangiften op afspraak te maken, kan de politie het werk beter inplannen, hoeft de burger minder lang te wachten en zijn er minder piekmomenten aan de balie. Voor eenvoudige delicten kan via www.politie.nl of telefonisch aangifte gedaan worden.
Via de site www.mijnpolitie.nl kan geen aangifte worden gedaan, maar kan de stand van zaken van een aangifte worden gevolgd. Deze dienst is echter slechts in een zeer beperkt aantal politieregio’s beschikbaar. Hollands Midden is nog niet aangesloten bij dit initiatief. Voor de regio Hollands Midden geldt wel dat het boetevolgsysteem beschikbaar is via www.mijnpolitie.nl
5. Wat zullen de nieuwe openingstijden betekenen voor de wachttijden voor mensen die een aangifte willen doen? Kan er ook een afspraak gemaakt worden zodat men maar minimaal behoefd te wachten?
Geadviseerd wordt om via 0900-8844 een afspraak te maken voor het doen van een aangifte. De burger krijgt dan tevens van tevoren te horen welke documenten meegenomen dienen te worden, waardoor de aangifte efficiënter afgehandeld kan worden. Binnenkort start daarom de publiekscampagne: “Aangifte doen? Bel 0900-8844”. Doel van deze campagne is dat de inloop op bureaus wordt verkleind, waardoor mensen sneller en efficiënter kunnen worden geholpen.
6. Welke nieuwe initiatieven ontplooit de politie om het gemis aan fysiek contact aan de balie te compenseren?
Fysiek contact tussen burgers en politie op het politiebureau blijft altijd mogelijk. Daarnaast wordt het aantal manieren om aangifte te doen vergroot. Aangifte op afspraak, telefonisch, via internet of op locatie worden steeds vaker ingezet.
Politiewerk vindt niet primair plaats vanuit/op het bureau, behoudens de schriftelijke afhandeling van zaken. Het doel van deze beweging is juist om dienders in de wijk en dicht bij de burgers te kunnen laten werken. Wijkagenten spelen hier een belangrijke rol bij. Op deze manier is er (meer) fysiek contact met de politie mogelijk.
Daarnaast verwijzen wij u naar de schriftelijke vragen van het raadslid R-J. VAN ETTE (PvdA) inzake het politiebureau Stevenshof (ingekomen 28 augustus 2009). De kern van deze beantwoording was dat de sluiting van bureaus, dan wel verminderde openingstijden, zorgen voor meer blauw op straat.
7. Is de korpsbeheerder het eens met de VVD fractie dat de sluitingstijden pas dan aangepast mogen worden als alternatieve bereikbaarheid, zoals bijvoorbeeld via aangifte op www.mijnpolitie.nl , voldoende aanwezig is?
De korpsbeheerder heeft desgevraagd aangegeven dat hij van mening is dat de politie voldoende bereikbaar is. Ook als het gaat om het doen van meldingen en aangiften. Zie de beantwoording van vraag 4 voor meer informatie over www.mijnpolitie.nl.
Doordat het naast het doen van fysieke aangifte steeds meer mogelijk is op alternatieve wijze contact te hebben met de politie (bijvoorbeeld contact met wijkagenten en aangiften via internet, telefoon of op afspraak) vindt de korpsbeheerder de aangepaste openingstijden verantwoord. Sterker nog, op deze manier kan de inzet van de politie juist verbeteren, doordat meer blauw op straat mogelijk wordt gemaakt.
Leiden overschrijdt Europese norm fijnstof
(Ingekomen 26 mei 2011)
Fijnstof ontstaat door verbranding van fossiele brandstoffen. Auto’s en industrie zijn belangrijke producenten van fijnstof. Daarnaast ontstaat fijnstof door wrijving van remmen, afschuren van rubber banden en het wegdek. Bij mensen met luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten verergert blootstelling aan fijnstof hun symptomen. Epidemiologische en toxicologische studies wijzen uit dat in Nederland jaarlijks enige duizenden mensen vroegtijdig overlijden door kortdurende blootstelling aan fijnstof. Studies wijzen uit dat er geen veilige ondergrens is bij blootstelling aan fijnstof: hoe klein de blootstelling ook is, er is een meetbaar schadelijk effect op de gezondheid.
De Europese Unie heeft normen opgesteld voor fijnstof. Het daggemiddelde van fijnstof niet het niveau van 20 microgram per kubieke meter overschrijden over een heel jaar. Per jaar mag het daggemiddelde aan fijnstofconcentratie de 50 microgram per kubieke meter slechts 35 dagen overschrijden. Uit gegevens van de RIVM blijkt dat op de meetlocatie in Leiden dit jaar al 36 dagen de fijnstofnorm van 50 µg/m³ is overschreden.
De fractie van GroenLinks acht de onstane situatie onaanvaardbaar en gevaarlijk door de Leidse bevolking. Op grond van het Regelement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, wil zij u de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 23 augustus 2011)
1. Is het College op de hoogte van de overschrijding zoals bovenbeschreven?
Ja.
2. Kan het College aangeven om welke concentraties het in geval van deze overschrijdingen gaat?
Ja. Zie het bijgevoegde overzicht van gevalideerde data over de maanden januari tot en met maart.
3. Is het College het met GroenLinks eens dat verhoogde concentraties fijnstof onwenselijk zijn?
Ja.
4. Is er contact geweest met het RIVM over de verhoogde gezondheidsrisico’s voor inwoners van Leiden en omstreken? Zo ja, wat zijn hiervan de uitkomsten geweest. Zo nee, waarom niet?
Er is contact geweest met het RIVM over de mogelijke oorzaken van het hoge aantal overschrijdingsdagen bij het meetstation aan de Willem de Zwijgerlaan. Ook op diverse andere locaties in Nederland is het aantal overschrijdingsdagen de 30 gepasseerd. Volgens het RIVM kan echter op basis hiervan nog niet worden geconcludeerd dat Nederland niet aan de grenswaarde voldoet.
In de eerste plaats mogen er zes overschrijdingsdagen buiten beschouwing worden gelaten vanwege de concentraties zeezout in Nederlands fijn stof. Ten tweede heeft Nederland tot 11 juni 2011 ontheffing voor het voldoen aan de grenswaarde. Tot die tijd geldt een dagnorm van 75 μg/m3. Deze hogere toetswaarde is bij het meetpunt acht keer overschreden in de eerste drie maanden van 2011.
Afgezien daarvan blijkt uit de meetresultaten dat in Nederland in de eerste maanden van dit jaar het aantal dagen boven de 50 µg/m3 nu al groter is dan in de jaren 2008 tot en met 2010. De verhoogde concentraties PM10 (fijn stof) kunnen deels worden verklaard doordat het in die maanden relatief droog was, met veel oostenwind. Hierdoor komt ook veel fijn stof uit de buurlanden ons land binnen.
Daarnaast acht het RIVM het aannemelijk dat er een relatie bestaat tussen de extra-hoge concentratie PM10 aan de Willem de Zwijgerlaan en de wegwerkzaamheden die aldaar plaatsvinden. Door het gebruik van zwaar materieel en door grondverzet is de concentratie fijn stof ter plaatse extra verhoogd. Dit effect wordt versterkt door het feit dat als gevolg van de wegwerkzaamheden maar 2 x 1 baan beschikbaar is, en wel aan de kant van het meetpunt.
Op dit moment kunnen de resultaten van het meetpunt aan de Willem de Zwijgerlaan dan ook niet als representatief voor heel Leiden worden gezien: hoewel het aantal overschrijdingsdagen bij dit meetpunt sterk verhoogd is, betekent dit niet dat dit in heel Leiden het geval is. Deze verminderde representatitiviteit zal voortduren totdat de reconstructie van de Willem de Zwijgerlaan geheel is afgerond
5. Is er contact geweest met andere instanties zoals de Milieudienst en de GGD over de verhoogde gezondheidsrisico’s voor inwoners van Leiden en omstreken? Zo ja, wat zijn hiervan de uitkomsten geweest. Zo nee, waarom niet?
Ja, er is contact geweest met de Milieudienst en de GGD. De GGD heeft op de meetresultaten gereageerd in een brief van 6 juni aan de Milieudienst, welke hier is bijgevoegd. Hierin gaat de GGD nader in op de gezondheidseffecten van fijn stof in algemene zin en op de betekenis die aan de meetresultaten aan de Willem de Zwijgerlaan kan worden toegekend.
6. Heeft de gemeente Leiden maatregelen getroffen voor speciale kwetsbare groepen, zoals ouderen en kinderen?
Volgens het Besluit gevoelige bestemmingen mogen er geen gevoelige bestemmingen (verzorgingshuizen, scholen e.d.) worden gebouwd binnen 300 meter van een snelweg of 50 meter van een provinciale weg, indien er sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. In aanvulling hierop geldt voor Leiden sinds 1 januari 2011 het nieuwe Regionale beleidskader voor duurzame stedenbouw. Hierin is, juist om deze kwetsbare groepen te beschermen, de ambitie opgenomen om geen gevoelige bestemmingen en / of woningen direct langs een drukke weg te bouwen.
Bij nieuwe voorzieningen en andere ontwikkelingen wordt altijd getoetst aan het beleidskader voor duurzame stedenbouw. Voor bestaande voorzieningen kan dat niet. Voor bestaande voorzieningen in Leiden die langs een drukke weg liggen geldt echter dat op deze locaties op basis van de huidige gegevens geen sprake is van overschrijdingen van de grenswaarden voor stikstofdioxde en fijnstof zoals die gelden volgens de Wet milieubeheer onderdeel luchtkwaliteitseisen.
7. Hoe verklaart de Gemeente Leiden het feit dat Leiden koploper is in Nederland als het gaat om uitstoot van fijnstof?
Zie het antwoord op vraag 4.
8. Is het College het met GroenLinks eens dat uitbreiding van milieuzones, snelheidsverlagingen, investeringen in OV en bevorderen van fietsen bewezen methoden zijn om fijnstof aan te pakken?
Om de concentraties stikstofdioxide en fijn stof te beperken is in Leiden sinds 1 januari 2010 een milieuzone ingesteld. Daarnaast wordt het rijden op aardgas gestimuleerd en is een aardgastankstation geopend aan de Willem de Zwijgerlaan. Verder wordt onder andere ‘het nieuwe rijden’ gepromoot en wordt onderzoek gedaan naar het instellen van ‘groene golven’.
Bovendien moeten de wegwerkzaamheden aan de Willem de Zwijgerlaan worden gezien als een investering voor de toekomst ook waar het gaat om de concentraties fijn stof. Immers, door de verbeterde infrastructuur zal de doorstroming beter zijn, hetgeen een gunstig effect heeft op de concentraties stikstofdioxide en fijn stof.
De bovengenoemde maatregelen hebben echter een beperkt effect. Dit komt omdat maar een beperkt deel van de concentratie van deze stoffen wordt veroorzaakt door lokale bronnen (lokaal verkeer, lokale industrie en landbouw). Een groter effect wordt bereikt door de maatregelen op landelijk niveau via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), alsook de maatregelen op Europees niveau.
9. Welke maatregelen kan Leiden op korte termijn verwachten om de concentraties fijn stof te beperken?
Zie het antwoord op vraag 8. Ook zal, binnen het geheel van de Duurzaamheidsagenda 2011-2014, een vervolg op het Actieplan luchtkwaliteit worden opgesteld, conform het raadsbesluit van 19 mei jl. (RV 11.0028).
Mocht Nederland de geldende norm overschrijden, dan kan de Europese Commissie ons land voor het Europees Hof van Justitie dagen en een sanctie opleggen. Groot-Brittannië heeft inmiddels een aanzegging van 300 miljoen pond gekregen.
10. Indien Leiden de waarden consequent blijft overschrijden, waardoor een sanctie aan Nederland wordt opgelegd, kan deze sanctie dan geheel of gedeeltelijk door de overheid op gemeente Leiden worden verhaald?
Volgens informatie van de coördinator luchtkwaliteit van het ministerie van Infrastructuur en Milieu zal geen sprake zijn van het verhalen op de gemeente Leiden van een eventuele door Europa aan Nederland opgelegde sanctie.
Uitvoering verkeersbesluiten fietsveiligheid
(Ingekomen 21 februari 2011)
Al in januari 2009 maakte het college een verkeersbesluit aangaande de voorrangsregeling bij de kruising van de Vinkweg met de Leidseweg bekend in de Stadskrant. De fractie van de ChristenUnie vernam dat, hoewel deze oversteek gevaarlijke situaties oplevert voor fietsers, dit verkeersbesluit nog altijd niet is uitgevoerd.
Hetzelfde blijkt te gelden voor het verkeersbesluit tot het plaatsen van rotondes in de Stevenshof (B&W.nr. 09.0308).
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 22 maart 2011)
De veiligheid en belangen van fietsers in Leiden kunnen zich op onze warme belangstelling verheugen, en om die reden stellen wij u op basis van het reglement van orde graag de volgende vragen:
1. Kent u de genomen verkeersbesluiten en onderkent u het belang ervan?
Ja.
2. Wat is de status van de verkeersbesluiten?
Het werk aan de rotondes van de Stevenshof is inmiddels in uitvoering. De noodzakelijke kapwerkzaamheden zijn verricht, op 21 maart start het werk aan de rotondes. Volgens planning zijn de werkzaamheden in juli 2011 gereed.
Het werk aan de fietsoversteek Vinkweg-Leidseweg wordt uitgevoerd zo snel mogelijk na afronding van de werkzaamheden aan de rotondes van de Stevenshof.
3. Wat is er de oorzaak van dat de verkeersbesluiten tot op heden niet zijn uitgevoerd?
Stevenshofrotondes: het definitieve verkeersbesluit is eind juli 2009 genomen en gepubliceerd. Daarna gold een bezwarentermijn van zes weken.
In november 2009 begon de besteksvoorbereiding door het Ingenieursbureau van de gemeente Leiden. Het bestek kwam in februari 2010 gereed. Hieruit bleek dat het totale werk ruim vijf maanden in beslag zou gaan nemen. Om redenen van efficiency en kosten werd er de voorkeur aan gegeven het werk in één keer achter elkaar uit te voeren, dus zonder onderbrekingen in de tijd. Uitvoering voor de bouwvak was toen al niet meer mogelijk, de periode na de bouwvak tot het mogelijk invallen van de winter was te kort. Daarom is besloten het werk uit te voeren van februari t/m juli 2011. De uitvoering is dus momenteel gaande.
Fietsoversteek Vinkweg-Leidseweg: is vertraagd door het ontbreken van een nieuwe raamovereenkomst ‘uitvoeren groot onderhoud asfalteringswerkzaamheden’. De nieuwe aannemer is eind 2010 gecontracteerd. De werkzaamheden aan de Vinkweg-Leidseweg stonden ingepland voor november/december 2010. Door de snelle inval van de winter kon dit werk niet vooruitlopend op de werkzaamheden rotondes Stevenshof worden opgepakt. De werkzaamheden worden nu uitgevoerd na afronding van de werkzaamheden aan de rotondes van de Stevenshof.
Onderhoud van Leidse wegen
(Ingekomen 10 februari 2011)
In 2004 stelde de raad in al haar wijsheid het onderhoudsbudget van de Leidse wegen vast op het meest minimale kwaliteitsniveau, genaamd R-, het aansprakelijkheidsniveau. Dit niveau is het aller aller aller zuinigste en betekent dat alleen het minimale wegonderhoud dat nodig is om als wegbeheerder niet aansprakelijk te zijn voor schade van particulieren en bedrijven, zal worden uitgevoerd. Begin januari ontvingen wij een brief over het schrappen van discussie met de raad over het onderhoudsplan voor de Leidse wegen voor de komende jaren.
Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad wil de fractie van de VVD, in aanvulling op eerdere vragen van het CDA over vorstschade, uw college enige schriftelijke vragen stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 maart 2011)
1 Hoe vaak is de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk gesteld voor schade door achterstallig onderhoud sinds 2004?
Gemiddeld wordt de gemeente tussen de 30 tot 40 keer per jaar aansprakelijk gesteld voor schade gerelateerd aan de toestand van de weg. Dit is inclusief de aansprakelijkstellingen waarbij de toestand van het wegdek te relateren is aan werkzaamheden aan het wegdek, zoals het vervangen van rioleringen en de werkzaamheden aan de Willem de Zwijgerlaan en de bouw van Nieuw Leyden. Deze laatste categorie (werkzaamheden) betreft 10-15 aansprakelijkstellingen per jaar. Als aanvullende informatie geldt dat gemiddeld 15-20% van de aansprakelijkstellingen wordt toegewezen (gemiddeld 6 tot 8 per jaar).
2 Acht het college het onderhoud op R- niveau een aanvaardbaar risico?
Zoals gesteld in de notitie Wikken over Wegen uit 2004 waarin het R- niveau is vastgesteld, wordt een uitgangspunt van het wegenbeleid van de gemeente Leiden gevormd door de CROW-richtlijn. Dit is een door provincies, waterschappen en gemeenten algemeen gebruikte richtlijn welke in het kader van de Wegbeheer Systematiek wordt gebruikt. Wettelijke normen en eisen, alsmede algemene wensen omtrent comfort en aanzicht vormen de basis van deze richtlijn. Het aansprakelijkheidsniveau (beleidsprofiel R-) is het niveau waarbij op het gebied van veiligheid en milieu wegbeheer plaatsvindt op het minimale niveau.
Het voorkomen van aansprakelijkheidsstellingen en kapitaalvernietiging is hier maatgevend. Dat betekent niet dat de gemeente met dit niveau nooit aansprakelijk gesteld zal worden. Het betekent echter wel dat de gemeente goede argumenten heeft de claims af te wijzen en in voorkomende gevallen in de rechtspraak ook een beroep kan doen op die argumenten.
Met name op het punt van comfort en aanzien wordt bij dit niveau ingeleverd. Scheuren in het wegdek, verschillend materiaalgebruik in een straat, hobbels in woonstraten zijn aspecten van comfort en aanzien waarop wordt ingeleverd. Bij het beheer op het aansprakelijkheidsniveau worden dergelijke niet gevaarlijke, omstandigheden getolereerd.
Het college acht hiermee het onderhoud op niveau R- een aanvaardbaar risico.
3 Is het college voornemens om financiële risico’s die zij als aansprakelijke wegbeheerder loopt vanwege dit zeer summiere onderhoudsniveau, in de risicoparagraaf van de begroting op te nemen?
Nee. Zoals uit de beantwoording van vraag 1 blijkt, betreft het gemiddeld 6 tot 8 aansprakelijkstellingen die daadwerkelijk erkend worden en waarbij schadevergoeding wordt toegekend. Het gaat daarbij tot op heden om uitkeringen die relatief laag waren, de hoogste bedragen liggen rond de € 1.500,-. Daarnaast is de gemeente voor deze schades verzekerd, het eigen risico bedraagt € 12.500,- per gebeurtenis. Gezien de hoogte van de uitkeringen en de ondergrens van € 100.000,- voor het aanmelden van risico’s, wordt het aanmelden van dit risico als niet zinvol geacht.
4 De tekorten moeten nu worden aangevuld met geld dat gereserveerd staat voor de vervangingsinvestering riolering uit 2013 en 2014. Het is niet ondenkbaar dat ook de komende jaren, jaren met koude winters kunnen worden. De vlucht naar voren heeft zo zijn risico’s.
Het is een misverstand dat het geld dat vanuit de voorziening voor de vervangingsinvestering riolering beschikbaar gesteld wordt, gebruikt wordt om een tekort aan te vullen. Met het besluit B&W 10.1373 d.d. 4 januari 2011 is het Beheerplan Wegen Groot Onderhoud vastgesteld. Hierin is vastgesteld om vanwege bereikbaarheid een deel van de groot onderhoud werkzaamheden die in 2013 en 2014 gepland staan in 2011 en 2012 uit te voeren. Dit voorkomt dat veel groot onderhoud uitgevoerd wordt tegelijk met de grote bereikbaarheidprojecten die dan volgens planning van start zullen gaan. Dientengevolge is dan in 2011 en 2012 een deel van de middelen uit 2013 en 2014 benodigd. In 2013 en 2014 wordt dan minder groot onderhoud uitgevoerd. Het groot onderhoud wordt in de huidige systematiek ten laste van de voorziening Groot Onderhoud Wegen gebracht. Een voorziening mag echter niet negatief staan (Besluit Begrotingen Verantwoording). Om te voorkomen dat er in 2011 en 2012 een negatieve voorziening ontstaat, wordt geld “geleend” uit de voorziening “Toekomstige Vervangingsinvesteringen Rioleringen”. Deze laatste voorziening Rioleringen wordt in 2014 voor het eerst aangesproken voor geplande rioleringsvervangingen. Een deel (het “geleende” deel) van de dotatie die in 2013 en 2014 in de voorziening Groot Onderhoud Wegen wordt gedaan, wordt dan teruggeboekt naar de voorziening “Toekomstige Vervangingsinvesteringen Rioleringen”. Per saldo blijft het bedrag zoals begroot over de gehele planperiode 2010-2014 gelijk; er vindt in geen van de voorzieningen per saldo een toe- of afname plaats.
5 Is het huidige onderhoudsbudget - inclusief de extra inspanning - berekend op herstel van schade van nog een strenge vorstperiode met gladheid en strooien?
Het huidige onderhoudsbudget is hierop niet berekend.
6 Is het college het niet eens met de VVD dat het veel verstandiger is om een extra reservering te maken voor achterstallig groot onderhoud aan wegen in plaats van het nog verder plunderen van de jaarbudgetten van de vervangingsinvestering riolering in de komende jaren?
Het college is het eens met de VVD dat het verstandig is om een extra reservering of voorziening in te stellen voor reparatie van vorstschade en zal hiertoe met een voorstel komen.
Zoals bij het antwoord op vraag 4 toegelicht is er geen sprake van het plunderen, dus ook niet het verder plunderen, van de jaarbudgetten vervangingsinvestering rioleringen in de komende jaren.
7 Wat heeft deze gekozen financieringswijze voor invloed op (onverwachte) tegenvallers betreffende de riolering ? Met andere woorden, komt de vervangingsinvestering riolering op geen enkele wijze in gevaar?
Zoals toegelicht bij vraag 4 en 6 is er geen invloed op de vervangingsinvestering rioleringen.
In de brief van 5 januari wordt gesproken over een gefaseerde aanpak van achterstallig onderhoud.
8 Hoeveel achterstallig onderhoud uit voorgaande jaren moet in 2011 worden weggewerkt? alle Leidse wegen weer op het R- niveau te krijgen?
Het gefaseerd aanpakken van het achterstallig onderhoud refereert aan het gestelde in het Beheerplan Wegen Groot Onderhoud. De hierin opgenomen werkzaamheden betreffen het groot onderhoud en vloeien voort uit de uitgevoerde inspecties. Van belang om te weten is dat de gehanteerde systematiek een maatregel automatisch als “achterstallig” classificeert indien de richtlijn met meer dan twee klassen wordt overschreden. De maatregel wordt dan in het eerste jaar in de planning gezet. In het Beheerplan Wegen Groot Onderhoud staat aangegeven dat dit na afstemming met andere disciplines en grote projecten een post van circa 8,7 miljoen euro betreft. Tevens is hierbij aangegeven dat het niet reëel is de werkzaamheden in 1 jaar uit te voeren (productieomvang en bereikbaarheid). Deze werkzaamheden worden de komende drie jaar uitgevoerd.
9 Als de knellende bepalingen uit ‘Wikken over wegen’ overboord gezet worden en er kan bijvoorbeeld weer ’s nachts gewerkt worden, hoeveel tijd scheelt dit dan?
Dit levert eigenlijk geen tijdwinst op. Van groter belang is het positieve effect op de bereikbaarheid indien werkzaamheden ’s nachts uitgevoerd worden. Immers, veel minder verkeer ondervindt hinder van de werkzaamheden.
10 Is de keuze voor de R- variant in 2004 met de kennis van nu een verstandige keuze geweest? Zou u bijvoorbeeld het stadhuis of een ander intensief gebruikt gemeentelijk kapitaalgoed ook op een R- niveau kunnen of willen onderhouden?
In 2004 was de keuze voor R- een weloverwogen besluit, zoals door u in uw inleiding al gesteld: “genomen door de raad in al haar wijsheid”. Het kiezen van een gewenst kwaliteitsniveau is niet alleen het maken van sec de keuze, maar ook het vinden en beschikbaar stellen van de voor die keuze benodigde middelen.
Een vergelijking tussen een kwaliteitsniveau voor een wegennet, gebaseerd op landelijke CROW-normen, met het stadhuis of een ander kapitaalgoed is wat ons betreft niet zinvol.
11 Bent u bereid om met de raad op zeer korte termijn een discussie aan te gaan om een veiliger en beter plan te maken voor het onderhoud van Leidse wegen?
In het onlangs vastgestelde Beheerplan Wegen Groot Onderhoud is op een gedegen wijze het groot onderhoud voor de Leidse wegen uitgewerkt, uitgaande van het huidige vastgestelde beleidskader. Wij zijn als college altijd bereid om met de raad van gedachten te wisselen over het vastgestelde beleidskader en een eventuele aanpassing hiervan. Wellicht ten overvloede geldt dat in de programmabegroting 2011 in paragraaf 3.3.6 “Onderhoud Kapitaalgoederen” is opgenomen dat een heroverweging van het beleidskader Wegen in 2012 gepland staat.
Winterschade wegen
(Ingekomen okp 7 februari 2011)
Als gevolg van bevriezing en bestrooiing van de Leidse wegen is overal in de stad (ernstige) schade ontstaan aan het wegdek. Scheuren en gaten in het wegdek kunnen leiden tot allerhande verkeersonveilige situaties en tot schade aan auto’s en andere voertuigen. Het CDA wil dat het College de wegen voortvarend herstelt en heeft daarom de volgende vragen aan het College:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 maart 2011)
1. Heeft het College een indicatie van de omvang van de schade?
Op dit moment is nog geen indicatie van de schade te geven. De winterperiode is nog niet ten einde. Aan het einde van de winterperiode( 1 april 2011) wordt de balans opgemaakt en kan een definitieve opgave gegeven worden. Een onlangs uitgevoerde korte ronde langs een beperkt aantal hoofdwegen bevestigt dat er vorstschade is.
Ter indicatie: de vorstschade ten gevolge van de winter 2009/2010 bedroeg rond de € 200.000,- Er is toen een oppervlak van in totaal 2000 m2 gerepareerd.
2. Zijn er voldoende additionele financiële middelen om de schade op korte termijn te herstellen, afgezien van het regulier geplande onderhoud aan de Leidse wegen?
Er zijn onvoldoende middelen beschikbaar om de schade op korte termijn te herstellen. Het is niet gewenst het reguliere budget groot onderhoud hiervoor in te zetten. Immers dat zal tot gevolg hebben dat een deel van het regulier onderhoud niet uitgevoerd kan worden, wat betekent dat de kwaliteit van de wegen op de middellange en lange termijn onevenredig achteruit gaat.
3. Wanneer begint de gemeente met het herstel van de schade? En wanneer verwacht de gemeente dat de herstelwerkzaamheden zijn afgerond?
De werkzaamheden starten in april 2011.
De werkzaamheden zijn afgerond in juni 2011.
Vorstschades die zich voordoen bij wegen die in 2011 gepland staan voor groot onderhoud, worden gelijktijdig met de uitvoering van het groot onderhoud hersteld. Dit vindt in de loop van 2011 plaats.
4. Kan de gemeente via http://gemeente.leiden.nl/over-de-stad/invloed-winterweer/ ook inzichtelijk maken voor elke Leidenaar welke wegen wanneer worden hersteld?
Herstelwerkzaamheden worden niet op www.leiden.nl/winter gepubliceerd. Meldingen van alle wegwerkzaamheden worden door Bureau Communicatie geplaatst op www.leiden.nl/bereikbaar. Hier worden momenteel echter alleen werkzaamheden gemeld die langer dan een dagdeel duren of plaatsvinden op hoofdroutes. De herstelwerkzaamheden van de vorstschade zullen worden geplaatst op www.leiden.nl/bereikbaar.
In Leiden is het achterstallig onderhoud aan wegen al fors. Volgens experts geldt ‘hoe slechter het wegdek’, des te ernstiger de gevolgen van de winterse kou.
5. Is inmiddels inzichtelijk welke consequenties de winterschade van december 2010 heeft voor de realisatie van het in 2011 geplande onderhoud?
Dit is momenteel nog niet inzichtelijk te maken. Hierover ontstaat meer duidelijkheid vanaf 1 april 2011, aan het einde van de winterperiode. E.e.a. wordt echter pas definitief duidelijk tijdens de uitvoering van de herstelwerkzaamheden. Indien bijvoorbeeld scheurvorming (asfalt) gerepareerd wordt door het vervangen van de deklaag, wordt pas na het verwijderen van de deklaag duidelijk of de scheur ook de laag daaronder aangetast heeft. Indien dat het geval is, kunnen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
6. Maken de kosten van de winterschade ook onderdeel uit van de evaluatie van het winterweerbeleid, die is voorzien voor maart?
Normaliter betreft de evaluatie van het winterweerbeleid de uitvoering van de gladheidbestrijding. Gezien het feit dat de laatste twee winters streng waren, zal dit jaar in de evaluatie ook het onderdeel van de kosten van de winterschade mee geëvalueerd worden. Ook wordt onderzocht wat het effect van de gehanteerde methodiek van gladheidbestrijding op het optreden van schade is.
Politiesterkte
(Ingekomen 24 januari 2011)
In het Regeerakkoord staat dat het Kabinet de operationele politiesterkte uitbreidt met 3000 agenten waarvan 500 animalcops (dierenpolitie) voor het bestrijden van dierenmishandeling. <voetnoot p. 41 Regeerakkoord>
Inmiddels heeft minister Opstelten per brief laten weten dat een structurele politiesterkte van 49.500 fte betaalbaar wordt gemaakt bij de 25 regionale korpsen en het KLPD. <voetnoot: 14 december 2010, 29628 nr. 231>
Van de huidige sterkte van 49.436 fte werd vooralsnog slechts voor 46.500 fte financieel gedekt. Dit heeft de afgelopen jaren tot begrotingstekorten geleid.
Antwoord van de burgemeester (ingezonden 15 februari 2011):
1. Wat is op 31 december 2010 de operationele sterkte van het politiekorps in deze regio?
Op 31 december 2010 was de operationele sterkte van de politie Hollands Midden 1756,70 fte.
2. Wat is op 31 december 2010 het begrotingstekort van het politiekorps in deze regio?
Over 2010 had Politie Hollands Midden, voornamelijk door incidentele meevallers, een overschot van ca € 2,5 miljoen.
In de komende jaren heeft het korps (zonder aanvullende bezuinigings¬maatregelen) een structureel begrotingstekort van ca. € 9 miljoen per jaar. Desalniettemin is in het Korpsjaarplan 2011 een sluitende meerjarenbegroting gepresenteerd, door vanaf 2012 terug te gaan in formatie en de ICT-kosten te verlagen. Zie voor de exacte bedragen het Korpsjaarplan 2011 op www.politie.nl/hollands-midden.overditkorps.
Als gevolg van het structurele begrotingstekort is het korps Hollands Midden begin 2011 onder preventief toezicht van het ministerie van Veiligheid en Justitie geplaatst.
De budgetintensivering van het kabinet Rutte is echter nog niet in de begroting 2011 en de meerjarenbegroting van het korps verwerkt. Naar verwachting zal in maart 2011 een nieuwe financiële circulaire verschijnen waarin de budgetintensivering van het kabinet is verwerkt. Op basis hiervan zal de politie Hollands Midden een begrotingswijziging voor het jaar 2011 en een nieuwe meerjarenbegroting opstellen.
3. In het Regeerakkoord wordt een intensivering in het budget voor de politie van € 300 oplopend tot € 370 miljoen genoemd.
Is het door het Kabinet toegezegde geld naar uw verwachting voldoende om de
tekorten in de begroting te dichten?
Indien ja dan wel nee, op basis waarvan verwacht u dit?
Naar verwachting zal in maart een nieuwe financiële circulaire van de minister van Veiligheid en Justitie verschijnen, waarin de budgetintensivering van het Kabinet verwerkt is. Zoals reeds door de korpsbeheerders aan de landelijke fractie van D66 is geantwoord, stellen politiekorpsen op basis hiervan een begrotingswijziging op voor het jaar 2011 en zal duidelijk worden of de budgetintensivering voldoende is om het begrotingstekort van het korps te dichten. De verwachting is dat de budgetintensivering de financiële problemen voor een groot deel zal oplossen.
Op dit moment wordt door de minister echter ook gewerkt aan een herijking van het budgetverdeelsysteem (BVS). Afhankelijk van het gekozen model stijgt het budget van Hollands Midden met 4% of daalt het met 1%. De komst van een nationale politie met 10 regionale eenheden, leidt voor Hollands Midden echter tot een samenvoeging met het korps Haaglanden. Haaglanden daalt volgens het herijkte BVS aanzienlijk in budget (afhankelijk van het model - 17% of -14%), wat grote gevolgen zal hebben voor de financiën van de nieuwe regionale eenheid Hollands Midden – Haaglanden.
4. Hoeveel arbeidsplaatsen (uitgedrukt in fte) van uw politiesterkte wordt financieel gedekt door de voor het korps in 2010 beschikbare begroting?
Over 2010 heeft Politie Hollands Midden voornamelijk door incidentele meevallers een overschot op het jaarresultaat van ca. € 2,5 miljoen. De volledige bezetting van 2055,51 fte, waarvan 1756,70 fte operationele sterkte (stand 31-12-2010) is hiermee financieel gedekt.
5. Verwacht u knelpunten in de begroting van 2011 en 2012 aangaande de politiesterkte en kwaliteit van de politietaken?
Zo ja, welke knelpunten verwacht u?
Dit is afhankelijk van het financiële kader voor de politie dat het Kabinet in maart bekend zal maken, de herziening van het budgetverdeelsysteem, de hieraan gekoppelde nieuwe sterkteafspraken en de vorming van een nationale politie met 10 regionale eenheden. Hollands Midden zal met Haaglanden een regionale eenheid gaan vormen. Volgens de meest recente cijfers van het herijkte budgetverdeelsysteem daalt Haaglanden aanzienlijk in budget. Dit zal natuurlijk grote gevolgen hebben voor de financiële situatie van de nieuwe regionale eenheid waarvan Hollands Midden onderdeel zal gaan uitmaken.
6. Ziet u voor het politiekorps in uw regio noodzaak tot uitbreiding van de politiesterkte? Indien ja, met hoeveel fte en ten gunste van welke politietaken?
In het Regeerakkoord staan veel beleidsintensiveringen die de politie raken. Op basis hiervan heeft de minister de landelijke prioriteiten voor de politie opgesteld. Tegelijkertijd zijn er geen taken weggevallen, wat betekent dat de politie met een gelijk¬blijvende sterkte meer werk krijgt. Er is op dit moment al sprake van een handhavingstekort; zonder uitbreiding van de politiesterkte, maar mét uitbreiding van het takenpakket, zal het handhavingstekort logischerwijs groter worden. Dit zorgt voor spanning op de taken toezicht & handhaving en opsporing, die bovendien met elkaar “concurreren” om capaciteit.
7. Maakt het door het Kabinet toegezegde geld het mogelijk om in uw politieregio extra agenten aan te nemen?
Indien ja, hoeveel agenten verwacht u van dit geld te kunnen aannemen en op wat voor termijn?
Dit is afhankelijk van het financiële kader voor de politie dat de minister in maart bekend zal maken. De verwachting is dat er geen nieuwe agenten aangenomen kunnen worden, maar dat de budgetintensivering wel een teruggang in fte’s (deels) zal kunnen voorkómen.
8. Verwacht u in uw regio zogeheten animalcops aan te stellen? Indien ja, hoeveel (uitgedrukt in fte)? Indien nee, waarom niet?
Ervan uitgaande dat de eerste animalcops op zijn vroegst in 2012 hun opleiding zullen afronden en dat de minister vanaf 2012 korpsbeheerder van de nationale politie is, zullen vanaf die datum naar verwachting ook in Hollands Midden animalcops aangesteld worden. Hoeveel dit er zullen zijn is afhankelijk van de verdeling van het beoogde aantal animalcops (500 fte) over het land.
9. In welke mate zal binnen uw politiekorps tussen 2011 en 2014 worden bezuinigd en in welke mate treft dit het aantal arbeidsplaatsen (uitgedrukt in fte’s) binnen het korps?
De meerjarenbegroting 2011-2014 van de politie Hollands Midden laat een structureel tekort van ongeveer € 9 miljoen euro per jaar zien. Om de begroting sluitend te krijgen is vanaf 2012 voorzien in een daling van de ICT-kosten en een formatiedaling oplopend naar 150 fte in 2014, waarvan ongeveer de helft in de operationele sterkte. De budgetintensivering van het kabinet is hierin echter nog niet meegenomen. In maart verschijnt een nieuwe financiële circulaire van het ministerie, die duidelijk zal maken wat de budgetintensivering precies voor Hollands Midden zal betekenen. Op basis hiervan zal een begrotingswijziging opgesteld worden. De verwachting is dat de budgetintensivering het tekort op de begroting van Hollands Midden voor een groot deel zal opvullen en dat de voorgestelde daling van het aantal fte’s hiermee zal kunnen worden voorkomen.
Echter, in 2012 zal naar verwachting de nieuwe politiewet in werking treden, die leidt tot een nationale politie met 10 regionale eenheden. Ook wordt op dit moment door de minister gewerkt aan een herijking van het budgetverdeel¬systeem (BVS). Afhankelijk van het gekozen model stijgt het budget van Hollands Midden met 4% of daalt het met 1%. Het korps Haaglanden, waarmee Hollands Midden een nieuwe regionale eenheid gaat vormen, daalt volgens het herijkte BVS aanzienlijk in budget (afhankelijk van het model - 17% of -14%) Dit zal uiteraard grote gevolgen voor de financiën van de nieuwe regionale eenheid Hollands Midden – Haaglanden.
10. Indien sprake is van een bezuiniging binnen uw korps:
Welk effect van de bezuiniging verwacht op u op het prestatiecontract met uw regio? Welke prestatieafspraken komen uw inziens in het gedrang en op welke wijze?
Welk effect verwacht u op de kwaliteit van de politiezorg en -taken door de bezuinigingen?
De mate van bezuinigingen is afhankelijk van de financiële circulaire van het minister van Veiligheid en Justitie in maart, de invoering van het herijkte budgetverdeelsysteem en de gevolgen van de invoering van een nationale politie met 10 regionale eenheden. Duidelijk is wel dat er, zoals het antwoord op vraag 6 aangeeft, op dit moment sprake is van een handhavingstekort. De taken toezicht & handhaving en opsporing concurreren bovendien met elkaar om politiecapaciteit. Een voorbeeld is dat het toenemend aantal evenementen leidt tot een grotere inzet op toezicht & handhaving, waardoor minder capaciteit beschikbaar is voor opsporing. Hierdoor komen prestatieafspraken, zoals het aantal aan te leveren verdachten aan het Openbaar Ministerie, onder druk te staan.
11. Welk effect van de door het kabinet toegezegde intensivering van de operationele politiesterkte met 3000 agenten verwacht u op de kwaliteit van de politiezorg en politietaken?
De verwachting is dat de toegezegde budgetintensivering de teruggang in formatie, zoals aangekondigd in het Korpsjaarplan 2011, voor een groot deel zal kunnen voorkomen. Er zullen naar verwachting geen nieuwe agenten aangenomen worden. Daarnaast betekenen de beleidsintensiveringen uit het Regeerakkoord dat met een gelijkblijvende sterkte meer werk moet worden verzet (zie ook het antwoord op vraag 6), waardoor het handhavingstekort zal toenemen. De intensivering van de politiesterkte met 3000 agenten zal daarmee niet leiden tot een kwalitatief betere politiezorg.
Brandveiligheid bij grote opslagen van verpakte gevaarlijke stoffen
(Ingekomen 11 januari 2011)
De Leidse VVD is erg geschrokken van de grote brand in het chemische bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. Een brand bij een chemisch bedrijf kan grote consequenties hebben voor het milieu en de volksgezondheid. Om die reden wil de fractie van de VVD graag weten hoe het staat met de brandveiligheid van mogelijk in Leiden gevestigde bedrijven die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen opgeslagen hebben.
Deze vragen zijn mede ingegeven omdat er onlangs een verontrustend rapport van de VROM-inspectie is uitgekomen, genaamd ¨Brandveiligheid bij opslagen van gevaarlijke stoffen ¨. Het doel van dit rapport was om een landelijk beeld te krijgen van de mate van borging van de brandveiligheid van bedrijven met grote opslagen van verpakte gevaarlijke stoffen, zogenaamde PGS-15 opslagen. In de periode van januari tot en met mei 2010 is daartoe een onderzoek uitgevoerd.
Uit dit onderzoek is gebleken dat er in Nederland 340 bedrijven zijn die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen opslaan. Volgens het rapport is bij 58% van deze bedrijven de brandveiligheid onvoldoende geborgd. Reden hiervoor is enerzijds dat de overheid niet de juiste voorwaarden voor de (milieu)vergunning heeft gesteld, waardoor niet adequaat gehandhaafd kan worden. Anderzijds wordt door de overheid niet voldoende gecontroleerd of de bedrijven aan de voorwaarden van de vergunning voldoen.
Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad wil de fractie van de VVD uw college hierover enige schriftelijke vragen stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouder
(ingezonden 8 februari 2011)
1. Is het college bekend met het onderzoek ‘Brandveiligheid bij opslagen van gevaarlijke stoffen’ d.d. 10 september 2010 uitgevoerd door de VROM-Inspectie?
Ja.
2. Heeft het college meegedaan aan het betreffende onderzoek van de VROM-inspectie?
Nee. Het college heeft niet meegedaan aan het betreffende onderzoek. Het onderzoek van de VROM-inspectie is gericht op bedrijven met beschermingsniveau 1. Binnen de gemeente Leiden zijn geen bedrijven met beschermingsniveau 1 aanwezig.
3. Zijn er binnen de gemeente Leiden zogenaamde PGS-15 opslagen?
Binnen de gemeente Leiden is er één bedrijf met een PGS-15 opslag. PGS-15 staat voor Publiekreeks Gevaarlijke Stoffen. De opslagen van de PGS-15 bedrijven zijn gekoppeld aan voorschriften. De voorschriften voor opslaghoeveelheden groter dan 10 ton met betrekking tot brandpreventie en bluswateropvang zijn onderverdeeld in drie zogeheten beschermingsniveaus. Beschermingsniveau 1, het hoogste beschermingsniveau kenmerkt zich door een doelmatige detectie in geval van brand en een blussing die binnen korte tijd (semi-) automatisch wordt ingezet.
Bij beschermingsniveau 2 moet evenzeer een beheersing en blussing van een brand mogelijk zijn door een goed voorbereide blusactie. In deze situaties wordt echter geaccepteerd dat de blusactie niet ‘automatisch’ wordt ingezet.
Beschermingsniveau 3 betreft situaties waarin de kans op een (omvangrijke) brand klein wordt geacht. Verdergaande eisen met betrekking tot brandpreventie en bluswateropvang worden dan niet als een redelijkerwijs te verlangen maatregel beschouwd. Volstaan kan worden met maatregelen in de preventieve sfeer, welke overigens ook gelden voor de beschermingsniveaus 1 en 2. Beschermingsniveau 3 bestaat uit bouwkundige voorzieningen, gescheiden opvangfaciliteiten (productopvang) en brandpreventieve maatregelen.
Het bedrijf Apothex Nederland in Leiden, gevestigd op Archimedesweg 2 dient te voldoen aan beschermingsniveau 3 en voldoet hier ook aan.
4. Is het college ten aanzien van deze bedrijven het bevoegde gezag?
Het college is ten aanzien van deze bedrijven het bevoegd gezag, waarbij geldt dat de Milieudienst West Holland is gemandateerd.
5. Is de gemeente Leiden voldoende voorbereid (bijvoorbeeld door een gemeentelijk rampenplan dan wel door afspraken in de veiligheidsregio Holland Midden) om bij een brand die qua aard en omvang vergelijkbaar is met die in Moerdijk de veiligheid van de inwoners te waarborgen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze is dit geregeld?
De gemeente Leiden beschikt over een gemeentelijk crisisplan (voorheen rampenplan)
waarin de voorbereiding op crisis is uitgewerkt. Het voornoemde bedrijf met
beschermingsniveau 3 ligt in het Bio Science Park. Voor het Bio Science park is een specifiek rampbestrijdingsplan opgesteld. Dit jaar wordt in samenwerking met vertegenwoordigers van het Bio Science Park en de hulpverleningsdiensten gewerkt aan een herziening van het rampbestrijdingsplan.
Indien er in Leiden PGS-15 opslagen zijn:
6. Bent u het met de VVD eens dat de brandveiligheid bij deze opslagen op orde moet?
Wij zijn het er mee eens dat de opslagen op orde moet zijn.
7. Landelijke richtlijnen genaamd CPR 15/PGS 15 bepalen dat in de voorwaarden voor een (milieu)vergunning moet staan dat een bedrijf moet voldoen aan beschermingsniveau 1 (een combinatie van automatische brandbeveiligingsinstallaties, branddetectie en bluswateropvang), dat er tenminste jaarlijks inspecties worden uitgevoerd door een geaccrediteerde A-instelling en dat er een goedgekeurd uitgangspuntendocument aanwezig moet zijn. Zijn in Leiden deze voorschriften in de (milieu)vergunning van deze bedrijven opgenomen?
De landelijke richtlijnen gelden voor beschermingsniveau 1. Het Leidse bedrijf “Apothex Nederland” beschikt over een beschermingsniveau 3. Omdat het een lager beschermingsniveau betreft, hoeft het niet in de vergunning te worden opgenomen.
Zo nee, waarom niet?
Zie bovenstaand.
8. Wordt door deze bedrijven aan de voorwaarden van de vergunning voldaan?
Er wordt aan de voorwaarden van de vergunningen voldaan.
En hoe vaak houdt het college daar toezicht op?
Door de Milieudienst West Holland worden er jaarlijks reguliere controles uitgevoerd.
9. Hebben de bedrijven de afgelopen twee jaren tijdig aan het college een recent (maximaal 12 maanden oud) en goedgekeurd inspectierapport overgelegd?
Er zijn de afgelopen twee jaar geen inspectierapporten overlegd. Dit is voor het betreffende bedrijf ook niet verplicht.
10. Indien niet tijdig een recent en goedgekeurd inspectierapport is overgelegd, heeft het college dan steeds een handhavingstraject ten aanzien van deze bedrijven gestart?
Er is geen handhavingstraject gestart ten aanzien van de bedrijven.
Als niet, waarom niet?
Een inspectierapport is voor dit bedrijf niet verplicht en het bedrijf voldoet aan de vergunningen.
11. Ziet het college naar aanleiding van de uitkomsten van het onderhavige rapport aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen om de brandveiligheid bij PGS-15 opslagen te vergroten?
Het college ziet geen aanleiding om extra maatregelen te nemen ten behoeve van brandveiligheid van de PGS-15 opslagen.
Zo nee, waarom niet?
De vergunning voldoet aan de regels.
Zo ja, welke maatregelen zijn dit en op welke termijn zullen deze uitgevoerd worden?
Niet van toepassing.
Schadelijke effecten landbouwbestrijdingsmiddel imidacloprid
(Ingekomen op 10 januari 2011)
Zaterdagavond 8 januari besteedde Zembla aandacht aan de schadelijke effecten van het landbouwbestrijdingsmiddel imidacloprid. Leidenaar en bijenexpert prof. Jeroen van der Sluijs (hoogleraar Utrecht) heeft in de uitzending van Vroege Vogels, 9 januari, gewezen op de effecten van dit superbestrijdingsmiddel, dat voor insecten 7000 keer giftiger is als DDT. Insecten sterven direct of worden verzwakt en vatbaar voor ziekten. Imidacloprid wordt als {hoofd}oorzaak genoemd voor de wereldwijde bijensterfte. Afname van het aantal insecten heeft ook effect op insectenetende vogels en zoogdieren. Behalve in landbouwgebieden wordt dit middel ook ingezet op sportvelden om o.a. emelten te doden (stapelvoedsel voor o.a. spreeuwen). Ook is het middel schadelijk voor mensen, wat o.a. blijkt uit allergische reacties.
Nadere info o.a. via http://www.duurzaamnieuws.nl/bericht.rxml?id=62025&title=Imidacloprid%20mogelijk%20oorzaak%20bijensterfte
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 8 februari 2011)
1. Wordt het middel imidacloprid binnen de gemeentegrenzen van Leiden gebruikt, bijv. op graslanden, sportvelden of bij ongediertebestrijding?
Het bewuste bestrijdingsmiddel wordt in Leiden niet toegepast in het groen zoals parken, bosplantsoen, gazons, plantenborders (daarin wordt in Leiden al ruim twintig jaar in het geheel geen bestrijdingsmiddel gebruikt), noch op de sportvelden. Wel worden op zeer beperkte schaal bij ongediertebestrijding middelen gebruikt die als werkzame stof imidacloprid bevatten. De gemeentelijke ongediertebestrijder richt zich vooral op preventie, door middel van voorlichting. Indien desondanks overlast ontstaat, worden bestrijdingsmiddelen gebruikt, alle toegelaten door het CTGB (College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden). In drie van deze middelen zit imidacloprid als werkzame stof, in gehaltes van 0,03% (Maxforce Quantum, voor professioneel gebruik tegen faraomieren; in Leiden in 2008 voor het laatst gebruikt), 0,05% (Maxforce LN, tegen mieren, in Leiden gemiddeld 8x per jaar gebruikt) en 2,15% (Maxforce White IC, tegen kakkerlakken, in Leiden gemiddeld 19x per jaar gebruikt, in kieren in bakkerijen etc., een druppel gel per meter). Als er alternatieve middelen zijn, zoals het gebruik van lijmvallen voor kakkerlakken, worden die eerst toegepast.
2. Zo ja, welke mogelijkheden ziet het college om, in afwachting van een landelijk verbod, te komen tot een stop op de verkoop en inzet van dit middel?
(Wij nemen aan dat vragensteller een stop op de inkoop en inzet van dit middel bedoelt.)
Wij gebruiken het middel niet bij het groenbeheer en het beheer van de sportvelden en wij gebruiken het slechts op beperkte schaal bij de bestrijding van ongedierte, waarbij de nadruk ligt op preventie, waarbij we waar mogelijk alternatieve middelen inzetten en pas waar het echt nodig is het middel gebruiken, en dan nog op beperkte schaal en selectief, d.w.z. op specifieke plekken en in kleine ruimten.
Dit overwegende zijn wij nu niet voornemens om het gebruik van het imidacloprid door onze organisatie geheel te verbieden, maar vanuit de afdeling Stedelijk Beheer zal worden nagegaan of er minder milieubelastende maar goed werkende middelen beschikbaar zijn.
3. Imidacloprid wordt veel toegepast in de Bollenstreek. Welke mogelijkheden ziet het college om binnen het verband van Holland Rijnland te komen tot een verbod of een afspraak met het bedrijfsleven om dit middel niet langer toe te passen?
Wij hebben kennisgenomen van het feit dat vragensteller ook het Hoogheemraadschap van Rijnland vragen heeft gesteld en dat het hoogheemraadschap de kwestie met de bloembollensector bespreekt. Wij delen net als het hoogheemraadschap de zorgen van vragensteller over het gebruik van imidacloprid op die schaal en zien de reactie van het hoogheemraadschap met belangstelling tegemoet. Voor het overige achten wij dit vooral een zaak van landelijke regelgeving.
Strooien cacaodoppen Valkenhorstplein
(Ingekomen 6 december 2010)
In de tuin bij het Valkenhorstplein in Leiden zijn cacaodoppen gestrooid, ter voorkoming van ongewenste plantengroei.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 11 januari 2011)
1. Is het college bekend met het feit dat honden ernstig ziek kunnen worden, of dood kunnen gaan van het eten van cacao en chocola?
Het is bekend dat honden ziek kunnen worden dan wel kunnen overlijden bij het eten van te veel chocolade. In dit geval is dat niet aan de orde aangezien gebruik is gemaakt van de doppen van cacaobonen, de stof waarvan zij ziek kunnen worden is daarin niet aanwezig.
2. Wordt dit middel vaker toegepast om ongewenste plantengroei tegen te gaan? Wat is hier het gemeentelijk beleid?
De cacaodoppen zijn bij alle tuincentra in grote hoeveelheden te koop. Ze kunnen worden gebruikt om paden te verstevigen en om onkruidgroei tegen te gaan. De gemeente heeft geen specifiek beleid ten aanzien van dit soort middelen omdat de toepassing van het gebruik van cacaodoppen geen gevaar oplevert voor mens en dier. Dit laatste wordt door de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) bevestigd.
3. Kan dit beleid worden aangepast, zodat het middel niet meer wordt toegepast op plaatsen waar honden worden uitgelaten?
Zie antwoord op vraag 3.
4. Waar ligt hier de grens van de bevoegdheid tussen de gemeente en de woningcorporaties?
De tuin is aangelegd op grond van corporatie De Sleutels, die is bevoegd en verantwoordelijk. De gemeente heeft het project ondersteund via subsidie en door inzet van menskracht, maar is niet verantwoordelijk voor de uitvoering en het beheer.
5. Is het mogelijk om, waar deze cacaodoppen al gestrooid zijn, op korte termijn waarschuwingsbordjes neer te zetten voor hondenbezitters?
Gezien het antwoord op de vragen 1 en 2 is er geen aanleiding tot het plaatsen van borden.
Schade toebrengen aan burggen en meerpalen met onbestuurbare dekschuieten
(Ingekomen 28 september 2010)
Het is de fractie van GroenLinks opgevallen dat het gesleep door de vaarwegen in onze binnenstad, met onbestuurbare dekschuiten veel schade toebrengt aan bruggen en meerpalen. Een activiteit die zich in de loop van de jaren heeft ontwikkeld. Afgezien van de beschadigingen kunnen de onbestuurbare dekschuiten ook een gevaar vormen voor het overig scheepvaartverkeer.
De wijze waarop kan langzamerhand een bedenkelijke zaak genoemd worden. Om de dekschuiten op koers te houden worden meerpalen en bruggen gebruikt. Ten gevolge daarvan zijn op allerlei plaatsen sporen van beschadiging zichtbaar.
Op sommige plaatsen zullen vrij ingrijpende reparaties ongetwijfeld het gevolg zijn.
Het lijkt de fractie van GroenLinks onacceptabel dat de verplaatsing van dekschuiten op deze wijze wordt voortgezet. Een weggebruiker aan wal zou direct voor de schade aansprakelijk worden gesteld.
Derhalve stellen wij, op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad, het college de volgende schriftelijke vragen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 9 november 2010)
1. Is het college bekend met de hierboven geschetste problematiek?
Het college is bekend met deze problematiek. Een exploitant van een rondvaartbedrijf heeft ons hiervan op de hoogte gesteld.
2. Is het college bereid om, in overleg met de exploitant, te zoeken naar een andere wijze van verplaatsing waarbij geen beschadigingen optreden?
Er is met het sleepbedrijf contact opgenomen. Geëist zal worden om op een andere manier de dekschuiten te verplaatsen. Dit houdt in niet te slepen maar de dekschuiten te duwen. Hierdoor kan er beter met de dekschuiten worden gemanoeuvreerd.
3. Heeft het college maatregelen in gedachten om deze overlast in de toekomst tegen te gaan?
Zie antwoord bij vraag 2.
4. Is het college bereid handhavend op te treden bij voortgaande beschadigingen?
Het college zal handhavend optreden bij verdere beschadiging mits er bewijslast aanwezig is.
5. Is een inschatting te maken van de kosten die reparatie/herstel van de beschadigde elementen met zich mee brengen?
De kosten van deze reparatie/herstel per meerpaal/remmingwerk zijn ca. € 1.800,--.
Overigens zijn de beschadigingen niet alleen ontstaan door het sleepwerk maar ook door ouderdom. De remmingwerken, die tevens als doel hebben dat bruggen en andere kunstwerken niet worden beschadigd, gaan ca. 40 jaar mee. De meeste remmingwerken zijn ouder dan 40 jaar. Gestart is met het repareren van de remmingwerken. Op de lijn tussen water en wind, (dit is het deel van het remmingwerk dat afwisselend onder water dan wel droog staat), zijn de remmingwerken het meest beschadigd. De vervanging bestaat uit het gedeeltelijk optrekken van het remmingwerk waarna de paalkop tot het slechte deel wordt afgezaagd. Daarna wordt een metalen constructie aangebracht en zal een nieuw stuk remmingwerk op deze metalen constructie worden geplaatst. Deze oplossing is aanzienlijk goedkoper dan het geheel vervangen van een remmingwerk.
6. Bestaat de mogelijkheid om, bij geconstateerde schade, deze te verhalen?
De mogelijkheid tot verhalen bestaat indien bewezen kan worden wie de dader is. In de huidige gevallen is de dader onbekend.
Overlast hangjongeren op het Bevrijdingsplein
(Ingekomen 19 juli 2010)
In de zomermaanden verplaatst het leven zich bijna automatisch meer naar buiten en daarmee ook naar de openbare ruimte. Logischerwijze brengt dat met zich mee dat de jeugd vaker en langer op straat hangt. Niets mis mee, aldus de VVD-fractie, zolang het vrije buitenleven gepaard gaat met verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag en rekening houden met je omgeving. Dat wil zeggen: je eigen rommel opruimen, niet aan andermans eigendommen zitten, geen herrie maken en andere mensen niet lastig vallen. Kortom, buiten zitten is prima zolang de omgeving maar schoon, heel en veilig blijft.
In Winkelcentrum de Luifelbaan aan het Bevrijdingsplein is deze verantwoordelijkheid bij de daar aanwezige hangjeugd echter ver te zoeken.
De eigenaar van de centraal op het Bevrijdingsplein gelegen Supervlaai schreef ons bijvoorbeeld dat zijn -in 2008 nieuw gebouwde- koffiehuis/lunchroom ´s avonds geteisterd wordt door groepen jongeren die rond het pand hangen. Het betreffen groepjes jongelui in de leeftijd tussen 15 en 20 jaar. Men gebruikt de brede vensterbanken van het gebouw als bankje en afvalbak. Bij zitten alleen blijft het niet, er word ook veel aan het pand vernield. De eigenaar meldt dat hij op dit moment voor ruim € 6.000,-- excl. BTW de aan vernielde natuurstenen gevelbeplating heeft moeten vervangen. Voor hem en zijn personeel zijn ook het continu loshalen van de reclame-uitingen van de lunchroom, de grote hoeveelheid rommel en blikjes die de jeugd in hun vensterbanken achterlaat, het regelmatig voetballen tegen de glazen gevel en de graffiti een dagelijks terugkerend probleem. De eigenaar van de Supervlaai is ten einde raad en vraagt het college dan ook om in het gebied van het Bevrijdingsplein preventief cameratoezicht toe te passen om de vernielingen te stoppen.
Navraag bij de omliggende winkeliers leert de VVD dat bovengenoemde overlast zich niet beperkt tot de Supervlaai, maar ook uitstraalt naar de winkels en portieken aan de randen van het Bevrijdingsplein. Winkeliers spreken over groepjes hangjongeren die aan het eind van de middag, na schooltijd rondhangen voor de ingangen van de winkels en´s avonds of bij kou en regen zich ophouden in de portiekjes die de ingang vormen voor de boven de winkels gelegen woningen. Ook hier beperkt het zich niet slechts tot hangen. Meerdere winkeliers maken melding van sloop, vandalisme en vervuiling van de winkelpanden en de portieken. Zo heeft ook één van de winkeliers gevestigd aan de rand van het plein bijvoorbeeld recent een nieuw stuk gevelbeplating moeten aanbrengen, omdat het door hangjongeren van de muur gesloopt was.
Het meest geschokt is de VVD echter van de mededeling van de winkeliers dat de groepen jongeren zich niet zelden zo gedragen dat hun aanwezigheid als zeer intimiderend wordt ervaren. Eén van de winkeliers gaf zelfs aan dat hij vanwege deze intimidatie heeft besloten om op donderdagavond niet meer open te zijn en een andere winkelier meldde dat zij om die reden de winkel op donderdagavond zo nu en dan zelfs eerder sluit. Winkeliers en hun personeel voelen zich ’s avonds niet meer veilig. Diegene die iets durft te zeggen over vandalisme en vervuiling wordt bijvoorbeeld gestraft door het vernielen van de uitgestalde artikelen. Een van de ondernemers zei letterlijk : ¨Als je handel drie keer tegen de vlakte is gegaan dan hou je je mond wel.¨ De VVD vindt het onaanvaardbaar dat winkeliers door intimiderend groepsgedrag van hangjongeren in de uitoefening van hun bedrijf worden belemmerd.
Nota bene: in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, beperkt de problematiek met de hangjongeren zich niet tot de zomer en dagen met mooi weer. Bij slecht weer of in de herfst en winter verschuiven de groepen hangjongeren zich naar de portieken langs het plein en de 2e verdieping van de parkeergarage van Albert Heijn.
De winkeliers missen adequaat optreden door politie en gemeente tegen bovengenoemde overlast. De politie wordt wel regelmatig gesignaleerd op het plein, maar men ervaart dat de prioriteit niet niet bij de overlastgevende jeugd ligt. Twee winkeliers geven aan: we zien politie steeds stevig verbaliseren op fietsen in het voetgangersgebied van het Bevrijdingsplein (wat door zowel de VVD als de winkeliers overigens ook gewaardeerd wordt!) maar de overlastgevende groepen hangjongeren zien we onaangetast door de wetshandhavers die aan het verbaliseren zijn. Voor winkeliers van het Bevrijdingsplein de dagelijkse realiteit, voor de VVD een onbegrijpelijke situatie.
Voor de fractie van de VVD is het heel helder: een ieders vrijheid gaat gepaard met verantwoordelijkheid en eindigt waar je de vrijheid van je medemens aantast. Uit de berichten van de winkeliers van de Luifelbaan is het de VVD fractie echter pijnlijk duidelijk geworden dat op het Bevrijdingsplein dit principe door bepaalde groepen hangjongeren met voeten wordt getreden. Een kwalijke zaak!
Op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad willen wij u namens de fractie van de VVD dan ook de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 21 september)
1. Bent u bekend met de overlast en vernieling zoals deze al geruime tijd door de winkeliers op het Bevrijdingsplein wordt ervaren?
Op dit moment zijn meldingen van overlast en vernielingen, zeker in deze mate bij de gemeente niet bekend. In 2009 speelde dit wel. Uit recente contacten met de winkeliers is gebleken dat de overlast en vernielingen tot de verleden tijd behoren. Het door u geschetste beeld komt dan ook niet overeen met het beeld dat wij hebben. Dit wordt bevestigd door de waarnemingen en het meldingenbeeld van de politie.
Wel is bekend dat zich sporadisch jongeren op het Bevrijdingsplein bevinden die luidruchtig aanwezig kunnen zijn. Wanneer zich dit voordoet is dit in de avonduren tussen 22.00 en 23.00 uur. Als hier melding van gedaan wordt is dit afkomstig van één individuele melder waar de wijkagent nauw mee in contact staat. Vanuit het politiesysteem blijkt dat de laatste drie maanden geen grootschalige vernielingen hebben plaatsgevonden.
2. Kent u de omvang en samenstelling van de groep(en) overlastgevende jeugd? Betreft het bijvoorbeeld steeds dezelfde groep(en), variëren de groepen steeds in omvang en samenstelling en betreft het jeugd die in de directe omgeving van het Bevrijdingsplein woont of uit andere wijken komt? Zijn deze groepen samengesteld uit jeugdigen die bij politie bekend zijn (bijvoorbeeld jeugdige veelplegers) of juist niet?
De jongeren die in de avonduren op het plein vertoeven worden niet als één ‘hechte’ groep gezien. De groep wisselt regelmatig van samenstelling. Voor zover bekend is geen sprake van jeugdige veelplegers binnen de groep.
3. Bent u het met de fractie van de VVD eens dat bovenstaande verhaal noopt tot een intensievere vorm van handhaving op de overlastgevende hangjongeren op het Bevrijdingsplein?
Gelet op de beantwoording van vraag 1. is een intensievere vorm van handhaving niet nodig.
4. Wat gaat u doen, samen met politie, zowel in preventieve als repressieve sfeer om deze overlast tegen te gaan?
Al sinds geruime tijd vindt eens in de vier tot zes weken overleg plaats tussen de gemeente, politie, de bewonersvereniging en de ondernemersvereniging. Hierbij is het onderwerp overlast in een eerder stadium wel op de agenda geweest, maar nooit is de mate van overlast, zoals door u geschetst, door de winkeliers naar voren gebracht. In 2009 was er wel sprake van een grote en overlastgevende groep, maar deze is door toezicht en handhaving van het plein ‘verdreven’, waarbij geen verplaatsingseffect plaatsgevonden naar plekken elders in de wijk. Het onderwerp zal nogmaals worden besproken in het voornoemde overleg.
In de repressieve sfeer wordt vanuit de politie door de wijkagent regelmatig toezicht gehouden op het plein. Vanuit politieteam Zuid geldt de afspraak dat politiemedewerkers jongeren op het plein aanspreken en als er ruimte is wordt extra toezicht gehouden op uren waarin zich mogelijk overlast zou kunnen voordoen. Wanneer zich daadwerkelijk strafbare feiten voordoen wordt volgens de wet opgetreden.
In preventieve zin biedt de Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden Holland activiteiten aan in een jeugdsoos. Daarnaast gaat de jongerenwerker op straat in gesprek met de jongeren.
5. Wanneer kunnen we daar de eerste resultaten van verwachten?
Op zowel preventieve als repressieve basis vindt continue inzet plaats. De inzet wordt afgestemd op de actuele situatie.
6. Welke prioriteit heeft het optreden tegen overlastgevende hangjongeren?
Het optreden tegen overlastgevende hangjongeren heeft bij de politie een hoge prioriteit, met name in de zomermaanden.
7. Klopt het dat het optreden tegen deze overlast een lagere prioriteit heeft bij politie dan bijvoorbeeld het optreden tegen het fietsen en brommen in het voetgangersgebied van het winkelcentrum? Wat is de instructie van de agenten? Bij welke mate van overlast stopt de fietserscontrole en start de handhaving tegen overlast, vandalisme en vervuiling?
Bij het daadwerkelijk constateren van strafbare feiten wordt opgetreden. Hierbij geldt dat misdrijven zoals vernieling vóór handhaving op overtredingen (fietsen in voetgangersgebied) gaat.
8. Indien u tegen de overlast optreedt, is deze aanpak maatwerk dat specifiek is toegesneden op de groep overlastgevenden of betreft het een generieke aanpak?
In algemene zin geldt dat het optreden tegen overlast volgens een generieke aanpak gaat waarbij gefaseerd kan worden opgetreden. Dit loopt uiteen van het in contact komen met de groep tot het verrichten van aanhoudingen of opsporingsonderzoeken als er strafbare feiten worden gepleegd. Waar verder maatwerk nodig is, toegespitst op de specifieke situatie, zal dit vanzelfsprekend worden toegepast, zowel voor het individu als voor de groep.
9. Bent u bereid om, zoals winkeliers vragen, op het Bevrijdingsplein preventief cameratoezicht toe te passen?
Om cameratoezicht toe te mogen passen op openbare plaatsen, stelt de wet strenge eisen. Gezien de huidige stand van zaken zien wij geen noodzaak en mogelijkheden om cameratoezicht op deze locatie toe te passen. Overigens is ons ook geen specifiek verzoek gedaan.
Berichten rond de intentieverklaring gemeentelijke aanpak Marokkaans-Nederlandse risicojongeren
(Ingekomen 19 juli 2010)
De gemeente Leiden heeft, samen met 21 andere gemeenten, begin oktober 2009 de Intentieverklaring Gemeentelijke aanpak Marokkaans - Nederlandse risicojongeren ondertekend. Vandaag is in de media uitvoerig bericht over 14 gemeenten die géén uitvoering meer willen geven aan de hierbij gemaakte prestatieafspraken over het terugdringen van criminaliteit, overlast, schooluitval en werkloosheid onder Marokkaans-Nederlandse jongeren. Deze 14 gemeenten willen overigens wèl het budget dat bij de intentieverklaring behoort, ontvangen.
Volgens de intentieverklaring is een integrale aanpak nodig van preventie, begeleiding, repressie en nazorg. Mede daarom was de fractie van de VVD zeer verbaasd dat bij de behandeling van de begroting in de raadscommissie Bestuur & Leefbaarheid op 27 oktober 2009 dit probleem door de Burgemeester werd ontkend. In die vergadering vroeg de VVD fractie om een nadere toelichting met betrekking tot de passages op pagina’s 38 en 45 van de conceptprogrammabegroting 2010. Daar stond te lezen :
“waarin de politieke discussie in hoeverre etnische afkomst in het bijzonder de Marokkaanse afkomst hierbij wel of geen extra aandacht in Leiden nodig heeft nog niet is afgerond”
De burgemeester kondigde direct aan om deze passage, en een soortgelijke elders in de Programmabegroting, te schrappen en zulks geschiedde middels het erratum van 10 november 2009. Dat bevreemdt de VVD in hoge mate, zeker omdat er in de intentieverklaring wel degelijk wordt gesproken over de Marokkaans-Nederlandse risicojongeren. Deze zijn uiteraard niet als enigen betrokken bij overlast en criminaliteit. Zij zijn daar -volgens de intentieverklaring én de eigen woorden van de Burgemeester- wel overmatig bij betrokken¹. Het doel van de intentieverklaring en de inzet van de rijksmiddelen is dan ook vermindering van criminaliteit en overlast onder Marokkaanse jongeren.
De burgemeester spreekt in de raadscommissie Bestuur & Leefbaarheid op 27 oktober de problemen met Marokkaanse jongeren tegen. Volgens de burgemeester scoort Leiden laag als het om recidive gaat. First-offenders worden stevig aangepakt en begeleid in een traject. De gemeente heeft de afgelopen jaren veel tijd en energie gestoken in integratie, onderwijsachterstandenproblematiek en werkgelegenheid. Er wordt relatief streng en snel opgetreden waardoor het recidiveren afneemt.
Volgens de Veiligheidsmonitor 2008 Leiden staat overlast door jongeren op de derde plaats bij de stadsdelen west, noord en midden. Verder laat de rapportage “Veiligheid in cijfers 2009” (Gemeente Leiden, 2009)² van BOA zien dat hoewel het aantal criminele of overlastincidenten grosso modo gelijk blijft, het aantal veelplegers sinds 2002 bijna is verdubbeld. In deze rapportage worden de cijfers overigens niet uitgesplitst naar etnische afkomst.
In de eerste deelrapportage van het onderzoek naar jeugdige veelplegers in het politiedistrict Leiden-Voorschoten in de periode oktober 2007 – oktober 2008 (drs. G.H.P van der Helm, 2008)³, wordt dat wel gedaan. Daar wordt gemeld dat er sprake is van oververtegenwoordiging van bepaalde etnische groepen, met name van de eerste en tweede generatie Marokkaanse allochtonen. Deze oververtegenwoordiging werd recentelijk in de veiligheidsmonitor uit 2008 nog bevestigd. Uit deze veiligheidsmonitor bleek ook dat het aantal jeugdige veelplegers in Leiden sinds 2006 is gestegen met 34%. Dat baart de VVD zorgen.
Leiden staat hierin niet alleen. De helft van de jonge criminele veelplegers in Utrecht is van Marokkaanse afkomst volgens een rapport van het Willem Pompe Instituut (Weijers, 2009)4. Dit beeld wordt bevestigd door recente publicaties in het Tijdschrift van Criminologie5 over onderzoek dat gedaan is naar criminaliteit onder jongeren die in 1984 zijn geboren.
Uit dat onderzoek blijkt dat 14 procent van de jongeren geboren in 1984 minstens één keer met de politie in contact is gekomen. Bij Nederlandse jongens gaat dat om 20 procent. Marokkaanse jongeren zijn in de statistieken oververtegenwoordigd: 54 procent van hen komt tussen de twaalf en 22 jaar minimaal één keer in aanraking met politie, waarvan een derde vijf keer of meer.
De VVD Leiden is van mening dat dit onderwerp juist aandacht verdient in de gemeentelijke begroting, in plaats van per erratum te worden weggesneden. Hoe moeten de stijgende cijfers uit de rapportage “Veiligheid in cijfers 2009” worden gezien in het licht van de sussende woorden van de burgemeester? Het onder de pet houden van cijfers en feiten of te wel, je niet houden aan de prestatieafspraken van de Intentieverklaring terwijl je wel aanspraak blijft maken op de extra rijksgelden , vindt de VVD dan ook een verkeerde keuze. De VVD wil duidelijkheid. Of er is een probleem en dat pakken we dan (mede) met belastinggeld van het rijk aan of er is geen probleem en dan vervalt de claim op dit budget.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders (ingezonden 2 november 2010), inclusief
met 3 bijlagen:
1. Verdachten en veelplegers naar herkomst, 2009 (voorlopige cijfers)
2. Marokkaanse Nederlanders 2010;
3. Marokkaanse Nederlanders in Leiden 2010;
1. Waarom heeft het college de “Intentieverklaring Gemeentelijke aanpak Marokkaans - Nederlandse risicojongeren” getekend als het college passages uit de begroting verwijdert en blijkbaar tot op heden nauwelijks of geen problemen ervaart die een discussie met de Raad noodzakelijk maken.
Het College heeft indertijd een erratum opgesteld omdat in de concept begroting naar het oordeel van het College te veel nadruk werd gelegd op de etnische achtergrond. Jeugdoverlast en –criminaliteit is immers een verschijnsel dat veel breder is dan alleen de problematiek van Marokkaans-Nederlandse jongeren. De problematiek met Marokkaans-Nederlandse jongeren is echter op onderdelen zeker wel aanwezig, naar nu ook blijkt uit nieuw cijfermateriaal. De bestaande problematiek moet gericht worden aangepakt, waarbij wordt opgemerkt dat een te zware focus averechts kan werken. De intentieverklaring is ondertekend omdat hiermee middelen werden verkregen om op enkele plaatsen in de stad problematiek intensiever aan te kunnen pakken.
2. Behoort Leiden tot de 14 gemeenten die geen uitvoering meer willen geven aan de prestatieafspraken uit de intentieverklaring? Zo ja, waarom?
Nee.
3. Is er al geld uitgegeven dat beschikbaar is gesteld bij de intentieverklaring? Zo ja : Waaraan is dat besteed? Zijn er al doelstellingen behaald?
De beschikbaar gestelde financiële middelen zijn in 2009 en 2010 ingezet voor streetcoaches, gezinschoaches en gezinsbegeleiding.
De streetcoaches zijn vooral ingezet in de Slaaghwijk en in de Hoge en Lage Mors. De (hang)jongeren worden door de streetcoaches aangesproken op hun gedrag en worden gestimuleerd hun vrije tijd anders en nuttiger te besteden. Concreet resultaat is verder dat een aantal jongeren dankzij de streetcoach met werk en/of opleiding zijn gestart.
Daarnaast zijn ongeveer 17 Marokkaans Nederlandse gezinnen extra begeleid, in aanvulling op de reguliere begeleiding.
Hoewel het gevoel bestaat dat deze maatregelen positieve effecten hebben (de woningcorporatie en de politie geven bijvoorbeeld aan dat onrust op straat door de streetcoaches op bepaalde locaties verminderd is), is het niet mogelijk al die effecten te meten.
Met een quickscan in alle tweeëntwintig gemeenten is de problematiek in kaart gebracht. Daarbij is gekeken naar het aantal risicojongeren, ernst en soort van de problemen, en het beleid en de interventies van gemeenten. De quickscan dient als basis voor prestatieafspraken.
4. Wat was de uitslag voor Leiden van deze quickscan?
De quickscan was een inventarisatie van de plannen van aanpak van de 22 gemeenten en bevatte geen nieuwe informatie voor de gemeente. De aanpak van Leiden is terecht beschreven als ‘opschaling van de bestaande aanpak via straatcoaching en gezinsmanagers’.
Interessanter dan de quickscan is de monitor/nulmeting met allerlei gegevens over de positie van Marokkaanse Nederlanders. Deze monitor/nulmeting is beschikbaar voor Leiden. Ook is een monitor voor de 22 gemeenten gemaakt. Deze monitoren bevatten uitgebreide gegevens over demografie en migratie, onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit. Kort samengevat is het beeld voor Leiden als volgt.
Wat betreft onderwijs valt het volgende op. In vergelijking met de totale groep Leidse leerlingen volgen relatief veel Marokkaans-Nederlandse jongeren praktijkonderwijs. Verder blijkt dat in Leiden sprake is van een ondervertegenwoordiging van Marokkaans-Nederlandse jongeren als het gaat om voortijdig schoolverlaten. In andere steden is juist sprake van een oververtegenwoordiging. Op het gebied van voortijdig schoolverlaten scoren de Marokkaans-Nederlandse jongeren in Leiden dus goed, zowel in vergelijking met de totale groep Leidse leerlingen als in vergelijking met andere steden. Met betrekking tot het Middelbaar Beroeps Onderwijs vindt vervolgonderzoek plaats naar de positie van Marokkaans-Nederlandse jongeren.
Als het gaat om arbeid en uitkering is het beeld anders. Marokkaans-Nederlandse werkzoekende personen zijn in Leiden oververtegenwoordigd. Dit geldt ook voor uitkeringsgerechtigden. Als ook naar leeftijd wordt gekeken, blijkt het verschil bij jongeren veel kleiner te zijn. Hieruit blijkt dat Marokkaans-Nederlandse Leidenaren het in vergelijking met de totale Leidse bevolking slechter doen op de arbeidsmarkt. Het verschil onder jongeren is kleiner, maar nog steeds aanwezig. In vergelijking met de andere 21 steden scoort Leiden in totaal slechter dan gemiddeld. Na de kerst komt het college op verzoek van de commissie Werk en Financiën met een actieplan allochtone jongeren en arbeidsmarkt. Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat het voornoemde actieplan allochtone jongeren en arbeidsmarkt betrekking heeft op een doelgroep die breder is dan louter Marokkaans-Nederlandse jongeren.
Op het onderwerp criminaliteit is sprake van een forse oververtegenwoordiging van Marokkaanse verdachten ten opzichte van de totale Leidse bevolking. Het gaat daarbij vooral om mannen. Ook zijn voortijdig schoolverlaters oververtegenwoordigd, hoewel het hier om een relatief kleine groep gaat (zie hierboven). Of iemand wel of geen werk heeft, lijkt voor de groep van Leidse Marokkaanse Nederlandse weinig verschil te maken in relatie tot criminaliteit. In vergelijking met het gemiddelde van de 22 steden scoort Leiden iets slechter.
In de bijlage treft u de monitor voor de 22 gemeenten aan. Ook treft u de Leidse rapportage aan.
5. Kan het college cijfers aanleveren waaruit blijkt
a. hoe de etnische verhoudingen liggen binnen de groep veelplegers in Leiden?
In Leiden zijn 63 van de 288 veelplegers van Marokkaanse herkomst. De etnische verhoudingen binnen de groep ‘veelplegers’ zijn weergegeven in bijgevoegde cijfers: “Verdachten en veelplegers in Leiden naar herkomst, 2009” (bron KLPD: voorlopige cijfers).
b. hoe de etnische verhouding is bij first-offenders?
In Leiden zijn 222 van de 1864 verdachten van Marokkaanse herkomst. Uit de monitor/nulmeting blijkt dat ten opzichte van de pleegcarrière van alle verdachten uit Leiden, voor de Marokkaans-Nederlandse verdachten geldt dat een relatief kleiner deel ‘beginner’ is. Een groot deel van de Marokkaans-Nederlandse verdachten, namelijk één op de vier, is veelpleger. Zie verder de bijlage “Verdachten en veelplegers in Leiden naar herkomst, 2009” en pagina 42 en 43 van de monitor/nulmeting Leiden voor meer informatie over de pleegcarrière van diverse bevolkingsgroepen.
c. wat de recidive cijfers zijn van de veelplegers?
Zie het antwoord op vraag 5a en 5b. Meer informatie is momenteel niet beschikbaar.
d. wat de recidive cijfers zijn van de first-offenders
Zie het antwoord op vraag 5a en 5b. Meer informatie is momenteel niet beschikbaar.
6. Onderschrijft het college de getallen en conclusies van de eerste rapportage van het onderzoek naar de jeugdige veelplegers in het politiedistrict Leiden-Voorschoten in de periode oktober 2007 – oktober 2008?
Ja.
7. Dit rapport stelt onder andere dat er landelijk nog relatief weinig bekend is over de achtergrond van jeugdige veelplegers en de ontwikkelingstrajecten die zij doorlopen voorafgaand aan hun registratie als veelpleger. De informatie over de Leidse situatie wordt gekenmerkt als beperkt, summier en versnipperd. Onderschrijft het college deze stelling?
Ja.
8. Zo ja, wat gaat dit college er aan doen om te zorgen voor beschikbaarheid van de gegevens die een beter beeld geven over aanknopingspunten die zouden kunnen bijdragen aan het voorkomen van een verdere ontwikkeling van het criminele traject?
De aanpak van de (jeugdige) veelplegers en de risicojongeren vindt tegenwoordig plaats in het veiligheidshuis. De aanpak is erop gericht om een criminele carrière te voorkomen en/of te stoppen. De informatiepositie is nog voor verbetering vatbaar, maar ten opzichte van een aantal jaar geleden is zeker vooruitgang geboekt. In diverse overleggen zoals het justitieel casus overleg en het jeugd veiligheidsoverleg wordt informatie over verschillende doelgroepen gedeeld tussen de partijen uit de justitie- en zorgketen. Ook wordt tegenwoordig met een ondersteunend systeem gewerkt, de Web Applicatie Stelselmatige Daders. In het veiligheidshuis worden ook landelijke ontwikkelingen gevolgd, zodat we kunnen leren van een goede aanpak in andere gemeenten.
De voortgang en de effectiviteit van de aanpak dient jaarlijks op basis van een gezamenlijke, bondige en heldere rapportage te worden teruggekoppeld naar het rijk. Tevens worden ervaringen onderling uitgewisseld.
9. Wat zijn voor Leiden de doelstellingen voor 2010 en verder in het kader van de gemeentelijke aanpak Marokkaans - Nederlandse risicojongeren? Graag uitgesplitst naar de volgende hoofdthema’s :
a. preventie,
b. begeleiding,
c. repressie
d. nazorg.
a. preventie:
In de preventieve sfeer vindt activiteitenbegeleiding plaats, aangeboden door Stichting jeugd- en jongerenwerk Midden-Holland. Verder zijn jongerensozen toegankelijk voor jongeren van diverse leeftijden. Daarnaast is met behulp van de rijksmiddelen een streetcoach ingehuurd die jongeren op straat aanspreekt en gemakkelijk toegankelijk is voor jongeren om hen te helpen. De straatcoach staat in contact met de gemeente, de wijkagenten en jongerenwerkers. Verder kan het reguliere Jeugd Preventie Team een belangrijke rol spelen in de preventie (en begeleiding).
b. begeleiding:
Begeleiding vindt plaats met behulp van jongerenwerk, straatcoaches en gezinscoaches. Deels is dit reguliere begeleiding.
c. repressie:
Wanneer repressief opgetreden moet worden, gaat dit via de gebruikelijke weg, namelijk door optreden van de politie.
d. nazorg:
De streetcoach probeert in samenspraak met de jongere oplossingen te vinden voor diverse problemen zoals huisvesting, scholing/werk en inkomen, maar brengt hen ook normen en waarden bij zoals het tijdig verschijnen bij afspraken. De straatcoaches werken nauw samen met het Jongerenloket. De doelstelling is dat een jongere binnen drie maanden een toekomstperspectief geboden krijgt.
Binnenkort zullen de bij dit onderwerp betrokken collegeleden het onderwerp bespreken om te bezien of bijstelling van de aanpak nodig is.
10. Op welk moment gaat het college de Raad van vorderingen op de hoogte houden?
Dit vindt plaats via de reguliere cyclus, in de programmaverantwoording.
11. Welke ervaringen heeft Leiden, volgens de afspraken, teruggekoppeld naar de andere gemeenten?
Leiden heeft de ervaringen die betrekking hebben op vraag 3 en 9 gedeeld met de andere 21 gemeenten.
____________________________________________
¹ “het aantal Marokkaanse jongere verdachten is extreem veel hoger dan het aantal niet-Marokkanen”, pagina 18, Verslag van de vergadering van de raadscommissie Bestuur en Leefbaarheid, gehouden op 27 oktober 2009 in de raadzaal van het stadhuis te Leiden. (Vastgesteld d.d. 26 november 2009). Gemeente Leiden
² Gemeente Leiden. (2009). Veiligheid in cijfers 2009. Gemeente Leiden, Afdeling Stratgie en Onderzoek. Leiden: Gemeente Leiden.
³ G.H.P van der Helm, drs. m. d. (2008). Veel en vervelend… maar niet verrot. In opdracht van de gemeente Leiden Leiden: Hogeschool Leiden en Universiteit Leiden.
4 Weijers, D. M. (2009). Tussenrapportage/ Factsheet Jeugdige veelplegers Utrecht. Universiteit Utrecht: Willem Pompe Instituut.
5 A. Blokland, K. Grimbergen, W. Bernasco, P. Nieuwbeerta, ‘Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren uit het geboortecohort 1984’ Tijdschrift voor de Criminologie nr. 52 (2010) themanummer 'Criminaliteit, migratie en etniciteit'
Verplaatsen blindengeleidestrook in Haarlemmerstraat
(Ingekomen 27 mei 2010)
In antwoord op de schriftelijke vragen van 23 maart heeft het college bijgaande antwoorden op 25 mei jongstleden verzonden. Het summiere karakter van sommige antwoorden en berichten uit maatschappelijke organisaties maken dat op een aantal punten meer heldere informatie aangaande de voortgang van het verplaatsen van de blindegeleidenstrook in de Haarlemmerstraat gewenst is.
Op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde voor de Gemeente stelt D66 graag de volgende aanvullende vragen:
Het college geeft in haar beantwoording aan dat de vrije blindegeleidenstrook gehandhaafd kan worden, zodra de gewijzigde APV gepubliceerd is en de blindegeleidenstrook verlegd is.
Het verplaatsingsbesluit dateert van B&W 6 oktober 2009 en de APV is gewijzigd in de Raadsvergadering van 11 februari 2010.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 29 juni 2010)
1. Kan het college aangeven waarom de gewijzigde APV nog niet gepubliceerd is?
Op 18 februari 2010 heeft de Raad de Algemene plaatselijke verordening 2009 vastgesteld. Bij de implementatie van de wijzigingen ten opzichte van de vorige APV is gebleken dat de wijzigingen waartoe de raad in Rv 08.0124 van 2008 heeft besloten (verruiming opheffing strafbaarstelling verontreiniging door honden en het weesfietsartikel) abusievelijk niet zijn meegenomen in de versie die de Raad op 18 februari heeft vastgesteld.
Ook het verbod in artikel 5:6 om caravans, aanhangwagentjes e.d. langer dan drie dagen achtereen op de weg te parkeren wijkt af van de versie waartoe de Raad in een eerdere wijziging van de verordening heeft besloten. Het raadsvoorstel waarin deze omissies worden hersteld zal naar verwachting in de raadsvergadering van 29 juni worden behandeld.
2. Is het college het met de fractie van D66 eens dat een tijdspanne van 3 maanden tussen een raadsbesluit en publicatie van de gewijzigde APV een te lange periode is?
In zijn algemeenheid is een tijdspanne van drie maanden ongebruikelijk. In het onderhavige geval was het feit dat de gehele nummering van de APV moest worden aangepast mede de oorzaak van de lange duur.
3. Kan het college aangeven hoe in de toekomst voorkomen gaat worden dat een dusdanig lange termijn voorafgaat aan de openbaarmaking van een besluit?
De lange termijn is in dit geval te wijten aan duidelijke en aanwijsbare redenen en heeft een incidenteel karakter. Nadere maatregelen achten wij daarom niet nodig.
4. Klopt de informatie die D66 Leiden heeft opvangen dat pas begin mei 2010 (vlak voor beantwoording van de schriftelijke vragen) contact is opgenomen met Platform Gehandicapten Leiden (PGL) aangaande de verlegging van de blindengeleidestrook?
Al in een eerder stadium zijn er contacten geweest met het PGL. Begin mei 2010 heeft er overleg plaatsgevonden over de precieze uitvoering van het werk.
5. Zo ja, kan het college aangeven waarom de voorbereidingen voor het verplaatsen van de strook zo laat pas op gang zijn gekomen?
De voorbereidingen waren al langer gaande. Echter er moest capaciteit vrijgemaakt worden om de realisatie goed voor te bereiden en nader af te stemmen met belanghebbende partijen. Dit planningsconflict heeft tot vertraging geleid.
6. Gaat het college, naast het gesprek met de winkeliers en PGL, ook contact opnemen met andere belangengroepen aangaande de tekening van de strook?
Er is overleg gevoerd met de ondernemersvereniging en met de PGL. Wij hebben geen andere direct belanghebbenden kunnen bedenken.
7. Is het college het met de fractie van D66 eens dat een dusdanige lange periode tussen besluit en begin met de uitvoering van het besluit ongewenst is, zeker gezien het feit dat dit dossier zeer langlopend is en visueel minder valide hinder ondervinden van de onvolmaakte blindengeleidestrook?
Ja.
8. Kan het college aangeven hoe in de toekomst voorkomen gaat worden dat een dusdanig lange tijd tussen een genomen besluit en de uitvoering ligt?
Op dit moment wordt gewerkt aan een verbetering van het proces van beheer en uitvoering, als onderdeel van het totale stedelijk proces. De inrichting van het toekomstige beheersysteem (als onderdeel van het project BeheerProces en – Systeem) zal in de toekomst dergelijke planningsproblemen moeten voorkomen.
9. Kan het college aangeven welk doel zij zichzelf stelt aangaande de termijn waarop de blindengeleidestrook verlegd en functioneel moet zijn? Kan het college voorts aangeven of, zodra de geleidestrook verlegd is, direct zal worden gestart met handhaven?
In overleg met de ondernemers is besloten het werk na de bouwvakvakantie te laten starten. Eind september zou het dan klaar moeten zijn.
Wat betreft de handhaving: Ja, zodra de geleidestrook verlegd is zal meteen gestart worden met handhaven. Volgens het (goedgekeurde) Handhavingsprogramma 2010 heeft de blindengeleidestrook een middelmatige prioriteit. Zoals met elk nieuw handhavingstraject zal er eerst een korte aanloopperiode zijn van informeren en waarschuwen, waarna tot daadwerkelijke handhaving overgegaan wordt.
10. Is het college het met de fractie van D66 eens dat het wenselijk is in de zijstraten van de Haarlemmerstraat fietsenrekken te plaatsen, los van de vraag of het plaatsen van de fietsenrekken vergund kan worden en dat deze straten deel uitmaken van een PvdA initiatiefvoorstel, omdat er nu overal en nergens (brom)fietsen in de stegen staan.
Nee, niet alle stegen / zijstraten lenen zich daarvoor. Per locatie wordt momenteel onderzocht (zo mogelijk in overleg met het centrummanagement) wat haalbaar is.
11. Zo ja, is het college bereid zich in te spannen om het plaatsen van fietsenrekken in de zijstraten van de Haarlemmerstraat te realiseren?
Zie bij vraag 10.
Blindegeleidestroken in Haarlemmerstraat
(Ingekomen 23 maart 2010)
D66 maakt zich zorgen over het vrijmaken en vrijhouden van de blindengeleidestrook in de Haarlemmerstraat. Al sinds 1996 buigen verschillende (politieke) partijen zich over de toegankelijkheid van de geleidestrook. In het debat is in de afgelopen jaren meermalen gesproken over de concurrentie tussen de geleidestrook en het stallen van o.a. reclameborden en fietsen en het al dan niet verleggen van de strook.
In de laatste Raadsvergadering voor de gemeenteraadsverkiezingen d.d. 11 februari 2010 is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gewijzigd. Een van de wijzigingen in de APV betreft het opnemen van het verbod op het plaatsen van fietsen, brommers en scooters op de blindegeleidestrook. Dit biedt de gemeente de mogelijkheid om de blindengeleidestrook te kunnen handhaven.
Op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde voor de Gemeente stelt D66 de volgende vragen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouder
(ingezonden 25 mei 2010)
1. Klopt het dat de gemeente nog niet handhaaft bij de blindengeleidestrook in de Haarlemmerstraat?
Ja, dat klopt. Er wordt op dit moment niet gehandhaafd.
a. Mocht dit wel het geval zijn, kunt u aangeven wanneer er door de gemeente is gehandhaafd en wat dit heeft opgeleverd?
Niet van toepassing.
b. Zo nee, waarom heeft u nog niet gehandhaafd en wat is dan de termijn waarop u wel gaat handhaven?
Hiervoor wordt verwezen naar collegebesluit B&W nr. 09.1081, d.d. 6 oktober 2009. Er kan gestart worden met handhaven zodra de gewijzigde APV gepubliceerd is én de blindengeleidestrook verplaatst is.
Daarnaast was door de gemeente besloten om de geleidestrook in de Haarlemmerstraat een paar centimeter te verplaatsen om zo een vrije strook te creëren zonder het onmogelijk maken van het plaatsen van reclameborden en fietsen.
2. Hoe staat het met de voorbereidingen voor het verplaatsen van de strook?
Op dit moment wordt, aan de hand van een tekening, overleg gepleegd met de gehandicaptenvertegenwoordiger (PGL) en met de winkeliers. Er is een offerte opgevraagd.
3. Op welke termijn denkt u de strook te gaan verplaatsen?
Zodra de acties onder 2 zijn afgerond kan er op korte termijn gestart worden.
4. Bent u het met D66 eens dat er in de zijstraten van de Haarlemmerstraat fietsenrekken geplaatst moeten worden om fietsers de mogelijkheid te geven om hun fiets wel kwijt te kunnen?
De stegen van de Haarlemmerstraat maken deel uit van het raadsbesluit over het initiatiefraadsvoorstel van de PvdA. De hulpverleningsdiensten hebben overigens aangegeven dat zij in principe tegenstander zijn van het plaatsen van fietsenklemmen in de stegen. Daar waar wij met voorstellen komen, zullen zij de specifieke locaties in de stegen nog wel afzonderlijk beoordelen. Voor het plaatsen van fietsklemmen in het beschermd stadsgezicht is een lichte bouwvergunning nodig. Dit betekent dat er een mogelijkheid voor belanghebbenden bestaat bezwaar aan te tekenen tegen plaatsing.
Inzet wijkagenten
(Ingekomen 12 januari 2010)
De Partij van de Arbeid is een groot voorstander van de wijkagent. In onze ogen dé ogen en de oren van de politie in de wijken. In onze ogen werkt het instituut wijkagent alleen als een wijkagent zich volledig op zijn wijk kan richten en dus full-time beschikbaar is.
Vandaag lazen wij dat uit een onderzoek van de Raad van hoofdcommissarissen blijkt dat nog geen kwart van de politiekorpsen de wijkagent ook echt wijkagent laat zijn. De wijkagent wordt dan ingezet voor regulier politiewerk zoals noodhulp.
Op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde stel ik u de volgende vragen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 2 februari 2010)
1. Zijn Leidse wijkagenten hun volledige arbeidstijd beschikbaar om hun werk in hun wijk te doen?
Ja, de Leidse wijkagenten zijn hun volledige arbeidstijd beschikbaar voor het werk in hun wijk. Concreet houden zij zich bezig met toezicht, handhaving en opsporing. Ook adviseren zij partners over de aanpak van gesignaleerde problemen.
Vanuit zowel de organisatie als vanaf de straat gezien is de wijkagent de meest vooruitgeschoven post van het gebiedsgebonden team en onderhoudt een eigen operationeel netwerk in zijn wijk. Zij staan met beide benen in de wijk en zorgen voor verbinding tussen wijkbewoners en de politie.
In de vergadering van de raadscommissie Bestuur en Leefbaarheid, gehouden op 8 oktober 2009, is toegelicht dat de politie regionaal de beschikbaarheid krijgt over nog eens 19 extra wijkagenten. Hiervan zal ook een aantal geplaatst worden in Leiden. Zij zullen net als de reeds in Leiden werkzame wijkagenten volledig ingezet worden voor werkzaamheden in de aan hen toegewezen wijk. Dit proces is inmiddels in gang gezet en de verwachting is dat deze extra agenten in de tweede helft van 2010 beschikbaar zijn.
Zo nee, waarom niet en voor welk deel zijn ze wel beschikbaar voor hun wijk?
Niet van toepassing; zie het antwoord op het eerste deel van de vraag.
2. Indien Leidse wijkagenten niet full-time beschikbaar zijn voor hun wijk, bent u dan met de Partij van de Arbeid van mening dat dit wel de gewenste situatie is en bent u bereid zich hiervoor hard te maken? Zo nee, waarom niet.
Niet van toepassing; zie antwoord vraag 1.
Strooibeleid
(Ingekomen 5 januari 2010)
In verschillende gemeenten zijn er de afgelopen tijd vragen gesteld over het strooibeleid van de gemeente. Zie onder andere de vragen van de VVD in Den Haag ten aanzien van de fietsers. 1) Bij inspectie van de route vanaf Leiden Centraal naar de binnenstad op maandag 4 januari 2010 vielen een aantal zaken op:
De wegen zijn minder slecht begaanbaar dan de fietspaden. Het stationsplein is een verraderlijke, aflopende ijsbaan. Wanneer er wel goed gestrooid is, onder andere op bepaalde plekken in de Breestraat, is er weinig overlast. Helaas is dit op weinig plekken het geval.
Getuige de berichten uit het Leidsch Dagblad van 4 januari is het op de ringwegen niet veel beter. 2)
Naar aanleiding van deze omstandigheden wil het CDA de volgende schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 26 januari 2010)
Voorafgaand aan de beantwoording van de onderstaande vragen wil het college enige algemene kanttekeningen maken bij de weersomstandigheden waarmee de gemeente de voorgaande weken geconfronteerd is. Die omstandigheden zijn extreem geweest, waarbij met name de hevige sneeuwval op 20 december 2009 en 4 januari 2010 in relatief korte periodes met wisselende temperaturen waardoor ook sprake was van ijsvorming op het wegdek, de gladheidbestrijding parten heeft gespeeld.
Met name het materieel om sneeuw te ruimen op de fietspaden was bij die omstandigheden niet toereikend.
Hierdoor is, ondanks de grote inzet bij de gladheidbestrijding, veel overlast ontstaan hetgeen door het college nadrukkelijk wordt betreurd.
Inmiddels heeft het college maatregelen genomen door de capaciteit voor het begaanbaar maken van de fietspaden uit te breiden. Naast de bestaande 4 fietspadstrooiers en 2 borstelmachines voor de doorgaande fietsroutes worden 2 extra borstelmachines voor de fietspaden ingezet. Hiervoor zijn afspraken gemaakt met een aantal aannemers die met hun materieel direct inzetbaar zijn. Die extra inzet heeft de afgelopen weken ook al een aantal maal plaatsgevonden. Daarnaast is de gemeente in overleg met het Sportbedrijf om zo nodig ook materieel van het Sportbedrijf te kunnen inzetten.
De komende tijd zal worden bezien hoe deze maatregelen structureel ingepast kunnen worden in de gladheidbestrijding.
1. Is het College bekend met de gevaarlijke situatie op het Stationsplein en het busstation, en gebied in de openbare ruimte van de stad?
Ja, het college is bekend met de situatie op het Stationsplein. Op het plein is meerdere malen gestrooid. Het effect van het zoutstrooien werd beperkt door het feit dat het plein nauwelijks bereden wordt, waardoor het zout niet optimaal in kon werken op de onderliggende ijslaag. Het effect van strooizout wordt namelijk grotendeels bepaald door de verkeersintensiteit en die is op het voetgangersdeel van het stationsplein beperkt.
Daarbij kwam dat MeteoConsult de hevige en langdurige sneeuwval op 4 januari 2010 niet had voorspeld, waardoor niet preventief is gestrooid. De gladheidbestrijding wordt uitgevoerd op basis van de voorspellingen over de lokale situatie door MeteoConsult. Aangegeven werd dat het slechts licht en kort zou sneeuwen, bij temperaturen boven het vriespunt, waarbij volgens de informatie van MeteoConsult niet behoefde te worden gestrooid. Uiteindelijk pakte dat anders uit. Door opvriezing en de vertraagde start van de gladheidbestrijding was het effect daarvan en van de nadien ingezette borstelmachines zeer beperkt.
De komende periode zal voor zover de gangbare middelen niet voldoende effect sorteren door middel van het strooien van zand getracht worden het Stationsplein toch begaanbaar te houden.
2. Acht het college het haar taak om zorg te dragen voor een veilig verkeer in Leiden voor auto’s, voetgangers en fietsers?
Ja, het college rekent het strooien van hoofdroutes van auto’s en fietsen tot zijn zorgtaak.
In bijlagen bij de beantwoording zijn de hoofdroutes (A routes) voor de wegen, fietspaden en bruggen opgenomen.
3. Heeft Leiden wel een strooibeleid, ook gezien berichten op de site van het Leidsch Dagblad van 4 januari? Zo nee, waarom niet?
Ja, Leiden heeft een strooibeleid. Dit is vastgelegd in het Gladheidbestrijdingsplan dat jaarlijks wordt geactualiseerd op basis van o.a. areaaluitbreiding en ervaringen uit voorgaande winters.
4. Wordt er door de gemeente gestrooid bij gladheid voor fietsers en op voor voetgangers veel gebruikte plaatsen, zoals het Stationsplein en het busstation? Zo nee, waarom niet? Wie zou dit wel moeten doen in dit openbare en centrale gebied?
Ja, er wordt frequent gestrooid bij gladheid. De hoofdroutes (de zogenaamde A-routes) voor auto’s en fietsen krijgen voorrang. Deze wegen en paden moeten zo veel mogelijk sneeuwvrij gehouden worden en gestrooid in verband met het drukke verkeer en de hulpdiensten zoals de Eerstehulpdienst, Politie en Brandweer. Ook wordt met voorrang gestrooid op specifieke locaties met (veel) kwetsbare verkeersdeelnemers zoals scholen, bejaarden- en verpleeghuizen, ziekenhuizen, winkelcentra, wijkontsluitingswegen en fietspaden etc. Aansluitend wordt gestrooid en zo nodig en zo mogelijk geschoven en geborsteld in woonwijken.
5. Onlangs zijn in de Raad 7 speciale woonservice-zônes en meerdere pluslokaties ingesteld, voor ouderen en minder valide mensen. Is er in deze gebieden extra inzet verleend om voorzieningen goed bereikbaar te houden? Zo ook, met het oog op dezelfde doelgroep, geldt deze vraag voor Haarlemmerstraat, Breestraat en het Stationsplein?
Zie het antwoord op vraag 4. De Nota Winkelen, Wonen, Welzijn en Zorg is in oktober 2009 vastgesteld. De uitvoering van de nota is nog in voorbereiding. Bijna alle ‘woonservicezones’ zoals deze in oktober 2009 zijn vastgesteld waren al onderdeel van de specifieke locaties waar met voorrang gladheid wordt bestreden.
Voor Buurtcentrum Stevenshof (wijkactiviteitencentrum) en het zorgkruispunt Theda Mansholtstraat was dit bij de aanvang van het winterseizoen 2009 – 2010 nog niet het geval. Recent zijn ook deze 2 locaties toegevooegd.
Met de actualisering van het Gladheidbestrijdingsplan voor de winter 2010/2011 zal worden bezien of nog aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
De Haarlemmerstraat, Breestraat en het Stationsplein behoren al tot de hoofdroutes waar gladheidbestrijding met voorrang plaatsvindt. Zoals eerder aangeduid zijn de effecten van die gladheidbestrijding in eerste instantie beperkt geweest door het bijzondere karakter van de winterse omstandigheden: veel sneeuw, dooien, opvriezen en ijsvorming, waarbij het effect van strooien beperkt is doordat op de genoemde locaties weinig autoverkeersbewegingen plaatsvinden en het zout niet wordt ingereden. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor stoepen en trottoirs bij winkelcentra.
6. Is het college bereid om voortaan niet alleen de straten, maar ook de fietspaden en trottoirs sneeuw en ijsvrij te laten maken? Dit zou de veiligheid van voetgangers en fietsers ten goede komen?
De hoofdroutes voor auto’s en fietsen krijgen prioriteit. Zie bij vraag 4. Andere wegen komen aan de beurt op het moment dat de hoofdroutes goed begaanbaar zijn. Stoepen worden slechts op ‘kwetsbare’ plekken met de hand gestrooid. Gedacht moet worden aan de directe omgeving van de hiervoor genoemde bejaardenhuizen, verpleeghuizen, ziekenhuizen, scholen, winkelcentra e.d.
Stoepen strooien is een zeer arbeidsintensieve klus en kost veel extra zout. Dat zout is in tijden van nood schaars. Bovendien is de werking van zout zeer beperkt op het moment dat de stoep weinig belopen wordt. Niet onderschat moet worden dat strooimachines op de stoep door hun gewicht schade aan de tegels kunnen veroorzaken.
Voor een generieke bestrijding van gladheid op stoepen en trottoirs heeft de gemeente geen capaciteit. Wel vindt gladheidbestrijding plaats op specifieke voetgangerslocaties zoals bij winkelcentra en bruggen.
7. Is het College voornemens bekendheid te geven aan eventuele voorzorgsmaatregelen (zoals het ophalen van strooizout) waar burgers gebruik van kunnen maken?
Ja. Op de gemeentelijke website (www.leiden.nl/gemeente) onder de rubriek Uitgelicht, Effecten winterweer is hierover informatie opgenomen. Daarnaast zal ook in de Stadskrant en in toekomstige edities van de Wegwijzer voor Leiden melding worden gemaakt van deze mogelijkheid.
8. Heeft de gemeente een draaiboek voor (stevige) sneeuwval of gladheid? Zo ja, wat staat daarin vermeld over het beveiligen van trottoirs en fietspaden? Kan daarin extra aandacht worden besteed aan de fietspaden en trottoirs? Zo nee, kan het College toezeggen dat dit draaiboek er zo snel mogelijk komt?
Ja, er is een draaiboek. Dit is onderdeel van het genoemde Gladheidbestrijdingsplan en daarin is vastgelegd op welke autowegen, bruggen, fietspaden en specifieke locaties als eerste gladheid wordt bestreden. Zo mogelijk wordt preventief gestrooid. Aansluitend vindt gladheidbestrijding plaats op de zogenaamde B-routes. Trottoirs worden niet generiek gestrooid; wel gebeurt dit op specifieke locaties. Deze zijn hiervoor al genoemd.
1) http://www.telegraaf.nl/binnenland/5621204/__Haagse_VVD_hekelt_strooibeleid__.html
2) http://www.leidschdagblad.nl/nieuws/regionaal/leidenenregio/article5658337.ece/Avondspits-Leiden-chaos-door-gladheid
Maatregelen tegen overlast jongeren
(ingekomen 25 november 2009)
Deze vragen zijn mondeling beantwoord in de Commissie Bestuur en Leefbaarheid d.d. 26 november 2009 tegelijkertijd met de vragen van D66.
In het Leidsch Dagblad van 17 november worden er stevige maatregelen aangekondigd om de overlast van jongeren rond buurtcentrum Op Eigen Wieken, jongerensoos Stevenshof en de scholen aan de Vondellaan. GroenLinks is niet tegen het bestrijden van overlast maar heeft vragen bij de hevigheid en de inbreuk op de privacy en rechten van niet overlastgevers.
Daarom willen wij, op basis van artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen stellen aan de Burgemeester:
1. Kloppen de maatregelen aangegeven, zoals aangegeven in het artikel Drugsverbod en verborgen camera's tegen overlast jeugd in het Leidsch Dagblad van 17 november?
2. Waarom wordt er gekozen voor cameratoezicht, terwijl hiermee de privacy van ook mensen die geen overlast geven wordt geschonden?
3. Waarom wordt er gekozen voor heimelijk cameratoezicht en op welke grond? En mag dit wel worden ingevoerd zonder dat de apv moet worden gewijzigd?
GroenLinks vindt dat jongerenproblemen primair moeten worden opgelost door inzet op preventie en goed toezicht door echte ogen.
4. Waarom is er gekozen voor repressieve en juridische maatregelen en is er niet gekozen om maatregelen die meer in de preventieve sfeer liggen?
5. Is het college met GroenLinks eens dat de verboden, zoals gebiedsverboden eerder welwillende buurtbewoners en jongeren zullen schaden dan dat ze effectief de problemen aanpakken?
Inbraakgolf in Leiden-Zuid en Voorschoten
(ingekomen 29 oktober 2009)
In de afgelopen weken is er – zo meldt het Leidsch Dagblad van 28 oktober 2009 – sprake van een inbraakgolf in Leiden-Zuid en Voorschoten. Er werd ongeveer 30 keer ingebroken zo wordt gemeld. In het artikel wordt gesproken over een gelijke manier van inbreken en ook de tijdstippen vertonen een patroon.
Inbraken hebben een enorme impact op de slachtoffers. Een woninginbraak vormt een grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, letterlijk, en laat in verreweg de meeste gevallen nog jarenlang haar sporen na. Deze gevolgen zitten verscholen achter de kille, statistische cijfers. Dit is dan ook een reden voor deze vragen, omdat het veel verder draagt dan een mogelijk materieel verlies.
Naar aanleiding van dit bericht wil het CDA de volgende schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 1 december 2009)
1. Heeft het College kennisgenomen van het bericht “Inbraakgolf Leiden-Zuid en Voorschoten” in het Leidsch Dagblad van 28 oktober 2009?
Ja.
2. Kloppen de cijfers zoals genoemd in het artikel? Wat is uw oordeel over deze cijfers?
Ja. Uit de politiecijfers blijkt dat in Leiden-Zuid en Voorschoten sprake is van veel woninginbraken.
3. De genoemde methodes geven een georganiseerd beeld. Is hiervan sprake? Wordt er bij de opsporing gebruik gemaakt van ervaringen uit andere steden?
Het is goed mogelijk dat er enig georganiseerd verband achter de woninginbraken zit. Voor de opsporing wordt gebruik gemaakt van lokale, regionale en landelijke kennis en ervaring.
4. Welke acties heeft de politie ondernomen om de daders te pakken? Wordt er extra gepatrouilleerd? Zijn er signalementen van mogelijke daders bekend?
In het driehoeksoverleg tussen burgemeester. de districtchef van politie en de officier van justitie zijn afspraken gemaakt over de recente stijging van het aantal woninginbraken. De politie zet hier extra capaciteit op in. Over de opsporingsmethoden die ingezet worden onder gezag van de officier van justitie kunnen geen mededelingen worden gedaan. Een aantal signalementen van mogelijke daders is bekend. De inspanningen van de politie hebben inmiddels vruchten afgeworpen. Zo is naar aanleiding van een melding begin november een inbreker aangehouden. Vervolgens werden op 16 november jl. in Voorschoten drie mannen aangehouden die ook verdacht werden van inbraak of poging daartoe.
5. Naar de mening van de CDA-fractie is het van groot belang dat aangiftes (via de website of op het bureau) – ook voor kleinere criminaliteit - serieus worden behandeld en dat de slachtoffers het gevoel hebben dat er serieus met hun aangiften wordt omgegaan. Dit is ook goed voor het vertrouwen in de politie. Wordt er bij aangifte op het bureau of via de website eenzelfde actie ondernomen, of is alleen aangifte op het bureau effectief?
Ten aanzien van een inbraak woning wordt bij ontdekking op heterdaad ter plekke de aangifte opgenomen. Bij een ontdekking op later moment wordt de aangifte aan het bureau opgenomen. Aangifte woninginbraak via internet is niet mogelijk vanwege de ernst van het feit.
6. Welke hulpmiddelen zet de politie in om de opsporing te vergemakkelijken? De CDA fractie vindt dat de politie ook gebruik moet kunnen maken van de ‘extra ogen’ van de Leidenaren. Wordt er gebruik gemaakt van opsporing verzocht, burgernet of ‘Extra Ogen”? Zo ja, waar heb u dit kenbaar gemaakt. Zo nee, waarom niet?
In het systeem Burgernet wordt in de toekomst ook de systematiek van ‘sms-alert’ en ‘extra ogen’ ondergebracht. Burgernet heeft daarom de toekomst, omdat in dit systeem een aantal mogelijkheden wordt gecombineerd. Besluitvorming over het eventueel landelijk en regionaal mogelijk maken van Burgernet dient nog plaats te vinden. Besluitvorming hierover is mede een bevoegdheid van de politie en hangt bijvoorbeeld ook af van kostenaspecten.
De politie maakt wel gebruik van internet via website van buurtverenigingen. Dit is echter nog experimenteel. Bij buurtonderzoeken verspreidt de politie brieven.
7. Hoe verloopt de samenwerking met de woningcorporaties bij preventie van en voorlichting over woninginbraken?
De politie is samen met de woningbouwcoöperaties en de gemeente in het samenwerkingverband “Leiden buitengewoon veilig” actief . Naast de veiligheid in de openbare ruimte is in dit samenwerkingsverband ook inbraakpreventie een speerpunt. De politie geeft daarnaast ook preventieadviezen ter plekke.
8. Kan het Keurmerk Veilig Wonen een rol spelen bij de preventie van dit soort inbraken? Is het college voornemens risicogebieden in kaart te brengen en daar het Keurmerk versneld ‘uit te rollen’? Zo ja, waar liggen de prioriteiten, zo nee, waarom niet?
Het Keurmerk Veilig Wonen kan een rol spelen bij preventie van inbraken, momenteel wordt gewerkt aan een plan om het keurmerk te stimuleren.
Brandwachten in de Stadsgehoorzaal
(ingekomen 27 oktober 2009)
Na een grondige renovatie is de Stadsgehoorzaal sinds enige tijd weer in bedrijf. Dat is natuurlijk fijn, maar het is de ChristenUniefractie opgevallen dat er sindsdien bij ieder concert of evenement een aantal brandwachten rondloopt. Dit is een arbeidsintensieve en dus prijzige vorm van brandveiligheid. Omdat dit nu al enige tijd voortduurt wil de ChristenUniefractie het college op grond van artikel 45 van het reglement van orde graag enkele vragen stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders (ingezonden 24 november 2009)
1. Waarom zijn er bij evenementen en concerten in de Stadsgehoorzaal brandwachten aanwezig?
Na koppeling van het oude en het nieuwe deel van de brandmeld- en ontruimingsinstallatie bleek de nieuwe configuratie onvoldoende stabiel te zijn. Vanwege die instabiliteit was er geen 100% garantie, dat doormelding naar de brandweer plaats zou vinden. Om de veiligheid van bezoekers bij evenementen te kunnen garanderen, zijn er in overleg met de brandweer brandwachten ingezet. Van een onveilige situatie is hierdoor op geen enkel moment sprake geweest.
2. Per wanneer zijn de problemen met de brandveiligheid opgelost?
Per 13 november 2009 zijn de problemen met de installatie opgelost. De brandweer heeft de brandmeld- en ontruimingsinstallatie goedgekeurd. Hierdoor behoort de inzet van brandwachten tot het verleden.
3. Wat heeft de inzet van de brandwachten tot op heden gekost? En welke kosten kunnen we nog verwachten?
De inzet van brandwachten heeft in totaal circa € 20.000,- gekost. Er worden geen verdere kosten meer verwacht.
4. Wie betaalt de rekening voor de inzet van de brandwachten?
Aangezien de gemaakte kosten gerelateerd zijn aan het bouwproces, zijn de rekeningen voor de inzet van de brandwachten door de gemeente voldaan en geboekt op het project voor de uitbreiding van de Stadsgehoorzaal.
Verdwijnen fietsrekken op de Stationswe
(ingekomen 22 oktober 2009)
De fractie van de Partij van de Arbeid Leiden zet zich al jaren in voor meer en betere fietsvoorzieningen bij Leiden Centraal. De vele nieuwe fietsrekken die het afgelopen jaar rondom Leiden Centraal zijn verschenen, zijn daar het zichtbare resultaat van.
U zult het met mij eens zijn dat die uitbreiding geen gemakkelijke opgave was. Des te groter is mijn verbazing dat sinds de viering van 3 October de honderden fietsrekken op de stationsweg niet meer zijn teruggezet door de gemeente. Het resultaat van hard werken wordt daarmee in één klap van tafel geveegd.
Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad stellen wij u de volgende vragen:
Antwoord Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 1 december 2009)
1. Is het college bereid om de fietsrekken weer terug te plaatsen?
Ja, op termijn zijn wij bereid fietsenrekken aan de Stationsweg te plaatsen.
2. Is het een bewuste keuze van het college dat de fietsrekken op de stationsweg niet direct zijn teruggezet?
Ja, zie antwoord op vraag 4.
3. Zo nee, waarom staan ze er dan nog niet?
N.v.t.
4. Zo ja, wat zijn de argumenten van het college om de rekken niet direct terug te plaatsen?
In het kader van het Programma Binnenstad, entree van de stad, zijn wij bezig met een kwaliteitsverbetering van het entreegebied. Voor de nadere invulling van deze kwaliteitsverbetering wordt momenteel gewerkt aan een inrichtingsplan voor de Stationsweg. In afwachting van het inrichtingsplan, waarbij ook wordt gekeken naar de situering van fietsenstallingen in het gebied en hoe hier een hogere kwaliteit aan te geven, blijven de fietsenrekken voorlopig van hun plaats.
Overigens waren de fietsenrekken langs de Stationsweg niet bedoeld als stalling voor het station. Ze waren bedoeld voor bezoekers aan de winkels en horeca langs de Stationsweg. In de praktijk bleken de rekken vooral gebruikt te worden door treinreizigers. Daarmee schoten de stallingsplaatsen hun doel voorbij en konden bezoekers van de winkels en horeca hun fietsen niet in de rekken kwijt. Er zal in het inrichtingsplan voor de Stationsweg dan ook rekening worden gehouden met stallingcapaciteit van bezoekers van functies op de Stationsweg.
5. Indien uw argumenten te maken hebben met de verbetering van de beeldkwaliteit van de stationsweg, is het college het dan met de PvdA eens dat dat ook op andere manieren bereikt kan worden? (Bijvoorbeeld door uitbreiding van het fietsfout=fietsweggebied en/of het weesfietsenbeleid)
Wij vinden dat er voor de verbetering van de beeldkwaliteit van de Stationsweg meer nodig is dan alleen uitbreiding van fiets fout = fiets weg en/of het weesfietsenbeleid . Wij denken dat het en en is. Ook naar de manier van fietsen stallen op de Stationsweg moet worden gekeken en deze moet op een goede manier worden ingepast. Dit zal gebeuren in het inrichtingsplan voor de Stationsweg waar momenteel aan wordt gewerkt.
Op dit moment wordt ook onderzocht binnen welke randvoorwaarden het restrictiegebied ‘Fiets Fout = Fiets Weg’ kan worden uitgebreid, zoals bijvoorbeeld het creëren van alternatieve fietsparkeervoorzieningen, het voorzien in de benodigde handhavingscapaciteit en het huren, inrichten en exploiteren van de benodigde opslagvoorzieningen.
6. Indien het college het hiermee eens is, is zij dan bereid om hiervoor de APV aan te passen?
De APV behoeft niet te worden aangepast. Uitbreiding van het Fiets fout = fiets weggebied is een collegebesluit. Als blijkt dat uitbreiding mogelijk is, zijn wij van plan dit te doen.
Indien u de keuze moet maken tussen het eerst beantwoorden van deze vragen of het eerst terugplaatsen van de fietsrekken, voel u dan vrij om voor dat laatste te kiezen.
Vernielingen buurtcentrum Morschwijk
(ingkomen 17 september 2009)
Sinds 1 januari 2009 zijn er in het buurtcentrum Morschwijk acht keer de ruiten ingegooid en is er vier keer ingebroken. De financiële schade op dit moment voor het jaar 2009 opgelopen tot € 8555.
In de aangrenzende Jongeren Ontmoetings Ruimte (JOR) zijn eveneens regelmatig de ruiten ingegooid. Inmiddels zijn in de JOR camera’s geplaatst, met welke inmiddels is aangetoond wie er verantwoordelijk zijn voor enkele vernielingen. Camera’s zijn op eigen kosten van Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Midden-Holland geplaatst, aangezien de gemeente Leiden niet bereid was hieraan mee te werken.
Op enkele meters afstand van het buurtcentrum ligt een gymzaal van de gemeente Leiden. Deze gymzaal wordt regelmatig opengebroken door rondhangende jongeren, die daar vervolgens ’s nachts verblijven, pokeren en rottigheid uithalen. Bij het inbreken in deze ruimte zijn meerdere malen de ruiten ingegooid. De financiële schade van dit vandalisme is bij het CDA onbekend.
Alhoewel het de laatste 2 maanden rustig is geweest, vermoedelijk dankzij de grote vakantie en de Ramadan, blijft het probleem bestaan.
Naar aanleiding van geluiden uit de buurt is het CDA gaan praten met medewerkers van het buurtcentrum en van het Jongerenwerk Midden-Holland. Deze gesprekken en de ontwikkelingen in de wijk maken dat het CDA de volgende schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 1 december 2009)
Schade
1. Is het College bekend met bovenstaande delicten en schade? Zo ja, hoeveel incidenten zijn bekend en wat is het totale bedrag van de schade die er sinds 1 januari 2009 in en rond buurtcentrum Morschwijk (inclusief gymzaal) is geleden en waaruit bestaat deze schade?
We zijn bekend met de genoemde delicten. Daarnaast zijn we bekend met soortgelijke omstandigheden elders in de Morschwijk, rondom het scholencomplex aan de Vondellaan / P.C.Hooftlaan.
De schade in 2009 veroorzaakt aan de gymzaal bedraagt ongeveer 3500,- euro. Over schade in en rond het buurtcentrum zijn geen adequate gegevens beschikbaar.
Wij hebben de situatie in de Morschwijk serieus genomen en hebben tijdens een bijeenkomst op bestuurlijk niveau met een aantal betrokken organisaties afspraken gemaakt over maatregelen. Het gaat dan om fysieke maatregelen, toezicht en het in kaart brengen en aanpakken van die jongeren die problemen veroorzaken. Ook heeft de burgemeester bij de Vondellaan / P.C. Hooftlaan een alcohol- en blowverbod ingesteld, waarover u eerder bent geïnformeerd.
2. Wie moet deze schade betalen, buurtcentrum of gemeente? Kan de gemeente als eigenaar van het buurtcentrum de schade civielrechtelijk verhalen op de daders? Zo ja, waarom doet de gemeente dat niet? Zo nee, wat kan de gemeente doen om het buurtcentrum en jongerencentrum hierbij te helpen en is deze hulp al aangeboden?
Voor het buurtcentrum geldt dat de gemeente Leiden eigenaar en verhuurder is. De afhandeling voor de schade aan de opstal komt daarom voor rekening van de gemeente. Schade veroorzaakt aan de inboedel maakt deel uit van de bedrijfsrisico van de gebruiker / huurder zelf.
Voor wat betreft de gymzaal is de situatie iets anders. Schade voor zowel de opstal als de inboedel komt voor rekening van de gemeente.
Vaak is sprake van verzekeringswerk. Als er een dader van de schade bekend is kan de verzekeringsmaatschappij de schade proberen te verhalen. In deze gevallen is echter geen dader bekend, dus kan de schade niet worden verhaald.
In het algemeen geldt dat als een dader bekend is, er verschillende mogelijkheden voor schadeverhaal zijn. Ten eerste kan een losse civiele procedure worden gestart. Ook verzorgt de politie schadebemiddeling. Daarnaast kunnen benadeelden zich voegen in het strafproces, waardoor een civiele vordering wordt meegenomen in het strafproces en geen aparte procedure behoeft te worden gestart. Dat betekent dat het ook voor particulieren eenvoudig is om een claim in te dienen, als tenminste de dader bekend is. Dat is helaas niet altijd het geval.
De politie heeft aangegeven bereid te zijn zoveel mogelijk medewerking te verlenen aan schadebemiddeling en schadeverhaal. De mogelijkheden tot schadeverhaal zijn door de burgemeester ook met diverse organisaties besproken.
3. Mogelijk is het antwoord op vraag 2: de kosten van het verhaal “wegen niet tegen de baten op” . Wat vindt het college dan van de stelling dat van daadwerkelijk verhaal halen wellicht een afschrikwekkend effect uitgaat en verhaal om die reden op de lange termijn toch is geraden? ‘Als je aan onze spullen zit, weten we je te vinden, linksom of rechtsom?’
Wij kunnen ons vinden in de stelling dat schadeverhaal afschrikwekkend is.
4. Het jongerenwerk Midden Holland is van mening dat de kosten van de kapotte ruiten, de inbraken en de noodzakelijke aanpassingen verhaald moeten worden op de daders en hun ouders. Het CDA steunt deze visie. Hiervoor acht het jongerenwerk een intensieve samenwerking met de politie Hollands Midden noodzakelijk. Is het college bereid om deze twee organisaties een doelgerichte opdracht te geven gezamenlijk deze schade te verhalen? Zo ja, wanneer wordt deze gegeven? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 2.
Beveiliging
5. Kan de gemeente aangeven welke acties er door de politie zijn ondernomen om deze opeenvolging van criminaliteit aan te pakken? Waarom grijpt de politie niet krachtig in?
De politie heeft extra aandacht gegeven aan desbetreffende locaties. Ook is dit jaar een aantal verdachten van strafbare feiten aangehouden in de omgeving van het buurtcentrum. Momenteel richt de politie zich met name op het uit de anonimiteit halen van de jongeren die problemen veroorzaken en wordt een persoonsgerichte aanpak gestart. Dit houdt in dat zoveel mogelijk geïnventariseerd wordt welke jongeren zorgen voor overlast (personalia) en in welke mate en op welke manier zij daaraan bijdragen. Zo wordt bijvoorbeeld bekeken welke personen een leidende rol hebben. De aanpak wordt vervolgens op de persoon en de situatie afgestemd, waarbij dus maatwerk wordt geleverd.
6. Het buurtcentrum Morschwijk en het Jongerenwerk Midden Holland achten het noodzakelijk dat er voor de buitenruimte rond het buurtcentrum cameratoezicht gaat komen. Is de gemeente bereid hieraan mee te werken? Zo ja, op welke termijn kan dit worden gerealiseerd en wat gaat dit kosten? Zo nee, op welke wijze denkt de gemeente dit buurtcentrum te beschermen tegen de ernstige overlast?
Indien de camera zich niet richt op de openbare weg is ons college bereid om hier, afhankelijk van nadere afspraken, aan mee te werken.
7. Het Jongerenwerk Midden Holland heeft al meerdere keren aangedrongen om de nabijgelegen gymzaal van een alarm te voorzien, opdat de politie gewaarschuwd kan gaan worden en kan optreden. Tot nu toe wordt dit verzoek stelselmatig door de gemeente Leiden geweigerd. Kan het College aangeven waarom de gymzaal niet van een alarm wordt voorzien? En kan het college aangeven op welke wijze zij wel bereid is de criminaliteit in en rond de gymzaal terug te dringen?
De politie werkt volgens een landelijke richtlijn, waarbij de eigenaar/gebruiker van het onroerend goed zelf de eerste opvolging ter hand moet nemen. Indien daaruit blijkt dat het alarm terecht is afgegaan, kan de politie tot inzet overgaan. Uit ervaring in het verleden is gebleken dat een alarm vernielingen niet voorkomt. Daarnaast geldt dat de kosten van een alarm (afhankelijk van de gestelde eisen variërend van 2.500 – 10.000 euro) gecombineerd met eventuele opvolging niet helemaal in verhouding staan tot de geleden schade en voor de toekomst zijn er geen redenen om te verwachten dat dit anders zal zijn.
Het college ziet samenwerking tussen bewoners, politie, maatschappelijke organisaties gemeente als het middel om criminaliteit terug te dringen.
8. De gemeente Leiden is eigenaar van het buurtcentrumgebouw, de gymzaal, de jongerenruimte. De gemeente Leiden werkt niet mee aan het plaatsen van camera’s in ruimtes (inpandig) van het jongerenwerk terwijl deze organisatie dit wel noodzakelijk acht. Kan de gemeente aangeven waarom zij hieraan niet mee wil werken?
Het plaatsen van camera’s in gebouwen is een eerste verantwoordelijkheid van de gebruiker van dat gebouw. Met jongerenwerk is de afspraak gemaakt dat camera’s bestemd voor toezicht uit het bestaande budget jongerenwerk bekostigd mogen worden.
Daders
9. Jongeren van merendeel allochtone afkomst uit Noord en de Morswijk behoren tot de groep die de overlast op haar naam kan schrijven. Enkele personen uit deze groep, die ook de kern vormen, hebben een strafblad. Het Jongerenwerk Midden Holland acht het noodzakelijk dat juist deze kern wordt aangepakt en acht hierbij de expertise van politie en justitie onontbeerlijk. Deelt het College deze visie? Zo ja, hoe denkt zij dit aan te pakken? Zo nee, waarom niet en wat acht het College de oorzaak van de schade en overlast in en rond Buurtcentrum Morschwijk?
De jongeren zijn met name uit de Morswijk afkomstig. Inderdaad is in de aanpak de expertise van politie en justitie hard nodig. De belangrijkste maatregel is dat de politie momenteel samen met andere instanties werkt aan het uit de anonimiteit halen van jongeren waarbij een persoonsgerichte aanpak wordt gestart.
10. Tevens is het noodzakelijk om het netwerk rond deze jongeren te betrekken bij de aanpak. Ouders, vrienden, sport, werk etc. zullen moeten worden benaderd om één lijn te trekken met als doel de crimineel weer op het rechte spoor te krijgen. Is het college bereid om binnen het jeugdwerk opdracht te geven deze netwerk aanpak prioriteit te geven?
De netwerkaanpak wordt beschouwd als onderdeel van de persoonsgerichte aanpak. Naast de politie heeft ook jongerenwerk een taak in de netwerkbenadering.
11. De overlast gevende groep jongeren lijkt een mengeling te zijn van grotendeels allochtone wijkbewoners en jongeren uit Noord e.o.. Heeft het college inzicht op deze groep? Wat voor een groep is het?
Met een aantal betrokkenen is afgesproken een inventarisatie te maken van de jongeren die problemen veroorzaken. Daarbij wordt bekeken welke jongeren maken deel uit van een overlastgevende groep en welke jongeren strafbare feiten plegen. Op dit moment lijkt het te gaan om een groep die breder is dan alleen allochtone wijkbewoners.
12. Jongeren van allochtone afkomst terroriseren het centraal gelegen ‘avontuurlijke’ speelgebied. Sexueel getinte intimidatie, grof taalgebruik en agressief gedrag zijn aan de orde van de dag. Vooral jonge meisjes zijn hiervan de dupe, en zij worden dan ook steeds meer binnengehouden, terwijl buitenspelen ook hun goed recht is. Het is de vraag of het hier gaat om eenzelfde groep van jongeren. De medewerkers van het buurtcentrum pleiten voor een stevig onderzoek naar en aanpak van het normloze jeugd- en jongerengedrag in en rond het buurtcentrum. Is het College bereid dit verzoek te steunen? Zo ja, wat denkt zij wanneer te gaan doen? Zo nee, waarom niet en waar ligt de grens van het College?
De geschetste situatie herkennen we niet. Dit gedrag is ook niet bekend bij de politie en jongerenwerk. Hier zijn ook geen meldingen binnengekomen. Wij zien op dit moment geen aanleiding voor een onderzoek.
Toekomst
13. Het CDA is van mening dat de samenwerking tussen buurtcentrum (Libertas Leiden) en jongerencentrum (Jongerenwerk Midden Holland) nog niet optimaal is. De hanggroep rond het buurtcentrum maakt hier uiteraard ge(mis)bruik van. Is het college bereid een analyse te maken van de huidige stand van zaken in de samenwerking tussen Libertas Leiden en het jongerenwerk voor de wijken waar deze wegens jongerenoverlast intensief moeten samenwerken?
Er zijn geen signalen waaruit blijkt dat de samenwerking tussen deze partijen onvoldoende zou zijn. Het college ziet op dit moment dan ook geen aanleiding voor aanvullende maatregelen.
14. De politie werkt in geval van jongerenoverlast met 3 codes, groen, oranje en rood. De jongerengroep rond dit buurthuis had code oranje. Wat is de huidige stand van zaken? En reageert de politie conform de afspraken van deze code? Het CDA is van mening dat deze code klaarblijkelijk niet werkt, gezien de enorme overlast. Wordt het niet tijd voor een andere aanpak?
De jongerengroep rondom het buurthuis heeft nu de code Rood. De locatie staat op de werklijst van de politie Leiden en is een locatie waar extra aandacht naar uitgaat. De politie handelt daarbij conform de afspraken. Onlangs zijn ook nadere afspraken gemaakt, waaronder het nog beter zicht krijgen op de jongeren en een persoonsgerichte aanpak.
15. Het CDA is van mening dat het tij gekeerd moet worden. Hiervoor achten zij een integrale aanpak noodzakelijk. Cameratoezicht, schade verhalen, de criminele kern vervolgen, en het netwerk van de schil begeleiden zijn gerichte activiteiten die het CDA noodzakelijk acht. Is het College het eens met deze visie van het CDA? Zo ja, op welke wijze wil het College hier vorm aan geven? Zo nee, wat denkt het College te gaan doen aan deze overlast en wanneer kunnen wij een plan van aanpak tegemoet zien?
Een integrale aanpak is inderdaad van groot belang. Vandaar dat met diverse instanties zoals jongerenwerk, scholen en politie afspraken gemaakt zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om betere verlichting, camera’s op privéterrein, het goed onderhouden en schoonhouden van de leefomgeving, sociale controle, het uit de anonimiteit halen van jongeren en een persoongerichte aanpak, gericht toezicht en directe handhaving. Tevens geldt op grond van een burgemeestersbesluit een alcohol- en blowverbod bij de Vondellaan / P.C. Hooftlaan.
Politiebureau Stevenshof
(ingekomen 28 augustus 2009)
De Leidenaar voelt zich in zijn eigen stad gelukkig over het algemeen veilig. Dat is mede een verdienste van de mannen en vrouwen in het blauw; onze politieagenten. De Partij van de Arbeid is van mening dat de politie dichtbij de burger moet zitten om signalen op te vangen en snel in actie te komen als dat nodig is.
Vandaag vernamen wij dat het politiebureau in de Stevenshof voortaan nog maar twee uur per week geopend zal zijn en dat de politiemannen en vrouwen die daar werken hun werk voortaan vanuit het hoofdbureau moeten uitvoeren.
Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde, stel ik u de volgende vragen:
Antwoord van de Burgemeester
(ingezonden 15 september 2009)
1) Is onze informatie dat het politiebureau in de Stevenshof op twee uur per week na feitelijk gesloten wordt juist?
Ja.
2) Is u de reden van deze sluiting bekend, zo ja welke reden(en) is/zijn dat?
Het openhouden van het politiebureau in de Stevenshof kost capaciteit. Deze capaciteit wil de politie op straat inzetten om actief aan veiligheid en burgertevredenheid te kunnen werken. Ook de werk- en roosterdruk nopen tot herschikking van capaciteit. Uit analyse blijkt, dat er bij bureau West gemiddeld slechts 1 aangifte per dag werd gedaan. Kosten, afgezet tegen rendement, leiden dan tot deze beslissing. Verder is vermeldenswaardig dat in de regio Hollands Midden en ook in Leiden meer wijkagenten zullen worden ingezet, die 100% in de wijk werken.
De reden van de sluiting hangt samen met de nieuwe gebiedsindeling van de politieregio Hollands Midden, waarover de Commissie Bestuur en Leefbaarheid is geïnformeerd in de brief van 22 juni. Het Regionaal College heeft inmiddels conform het voorstel van de korpsbeheerder besloten. Dit betekent dat naast Leiden en Voorschoten ook Oegstgeest, Leiderdorp en Zoeterwoude deel gaan uitmaken van hetzelfde district. Ook de teamindeling gaat veranderen. Zo zal team West worden samengevoegd met team Midden. In de praktijk werkten beide teams al intensief samen om de slagkracht en flexibiliteit te vergroten.
3) Bent u met ons van mening dat de politie dicht bij de mensen hoort te werken? En dus vanuit de wijken moet opereren? Zo nee, waarom niet?
Zeker, en dit gebeurt ook. Politiewerk vindt niet primair plaats vanuit/op het bureau, behoudens de schriftelijke afhandeling van zaken. Het doel van deze beweging is juist om dienders in de wijk en dicht bij de burgers te kunnen laten werken.
4) Zo ja, bent u met ons van mening dat het sluiten van een wijkpost dat dicht op de burger zitten juist tegenwerkt?
Nee, gelet op het marginale aantal aangiften dat bij bureau West wordt gedaan en het feit dat de politie wel degelijk in de wijk aanwezig is. Vandaar dat sluiting van deze post verantwoord is.
5) Wij hebben uit gesprekken met Leidenaren juist te horen gekregen dat er behoefte is aan een politiepost die open is wanneer de meeste ‘rottigheid’ plaatsvindt. Bent u met ons van mening dat dit inderdaad het geval is, en zouden openingstijden aan de rand van de dag niet de meest geëigende openingstijden zijn?
Juist als er rottigheid is, dient de politie fysiek en herkenbaar op straat aanwezig te zijn. De hiervoor geschetste ontwikkelingen maken dit beter mogelijk.
6) Wat zijn naar uw mening de meest voelbare gevolgen voor de bewoners van de Stevenshof nu het wijkbureau feitelijk sluit. Wilt u in ieder geval uw mening geven over: dagelijks toezicht en aanrijtijden?
Met de komst van meer wijkagenten, meer blauw op straat, het spreekuur, beschikbaarheid van bureau Langegracht en de mogelijkheid tot het doen van internetaangifte zullen er voor de wijk weinig voelbare gevolgen zijn. Over de aanrijtijden en het dagelijks toezicht zijn geen zorgen.
7) Bent u in uw functie als korpsbeheerder mede verantwoordelijk voor deze sluiting?
a. Zo nee:
i. bij wie rust die verantwoordelijkheid dan (mede)?
ii. wat zijn de redenen voor het besluit geweest?
iii. bent u het met dit besluit eens?
iv. bent u betrokken geweest bij de besluitvorming en wat was uw mening?
b. Zo ja:
i. wat zijn uw overwegingen geweest om het besluit te nemen?
Het formele besluit over de sluiting van dit bureau (en eventueel andere politiebureaus in de regio) moet nog genomen worden. Dit betreft beslissingen over de bedrijfsvoering, waar de korpsbeheerder en het Regionaal College een verantwoordelijkheid in hebben.
Zie voor de overwegingen het antwoord op vraag 2.
Indien dit op prijs wordt gesteld ben ik uiteraard bereid om de achtergrond en voortgang van de korpsontwikkelingen toe te lichten aan de raadscommissie bestuur en leefbaarheid.
8) Heeft u de gemeenteraad in een eerder stadium geïnformeerd over dit besluit? Zo ja, wanneer en zo nee, waarom niet?
In de eerdergenoemde brief van 22 juni bent u wel geïnformeerd over de verregaande samenwerking tussen team West en Midden. Over de sluiting van het bureau Stevenshof bent u niet geïnformeerd. Het had beter geweest als dat wel was gebeurd. Zie ook het antwoord op vraag 9.
9) Zou naar uw mening de gemeenteraad niet bij een belangrijke beslissing als een sluiting van een wijkpost betrokken moeten worden?
Alhoewel dit type beslissingen niet tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort, zou het beter geweest zijn als de gemeenteraad eerder geïnformeerd was geweest over deze ontwikkeling en de achtergronden.
10) Bent u van zins de gemeenteraad alsnog bij deze zaak te betrekken en bent u bereid de wijkpost te heropenen als de gemeenteraad van mening is dat zulks noodzakelijk is?
Nee. Dit zou ten koste gaan van ‘blauw’ op straat en dat komt de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de burgers in deze wijk niet ten goede.
11) Staan er nog meer politiekantoren op de nominatie om gesloten te worden; zo ja, welke?
Op dit moment is dat nog niet precies duidelijk. Wel is het zo, dat als er een politiebureau gesloten wordt, voldoende mogelijkheden voor contact met de politie zijn, bijvoorbeeld door middel van een spreekuurvoorziening.
12) Wat zijn de kosten van het aanhouden van het kantoor in de Stevenshof (dat slechts 2 uur per week gebruikt wordt)? En wanneer bijna sluiting van het kantoor onontkoombaar is: is het niet beter en goedkoper om deze post dan te combineren met een buurthuis of ander wijkgebouw?
De huurkosten van het pand bedragen ongeveer 100.000 euro per jaar, exclusief energiekosten.
Verder geldt dat het openhouden van het bureau politiecapaciteit kost, het gaat dan bijvoorbeeld om iemand voor publieksopvang en een achterwacht. De politiecapaciteit kan in de nieuwe situatie meer op straat ingezet worden.
Een combinatie met een buurthuis/wijkgebouw kan inderdaad onderzocht worden als mogelijkheid voor het houden van spreekuur.
Gebruik van SMS-alert en extra ogen
(ingekomen 23 januari 2009)
Voor het CDA heeft veiligheid prioriteit. Wij hebben dat eind vorig jaar ook duidelijk gemaakt met het houden van een veiligheidsweek. Een van onze voorstellen was het starten van het project ‘Extra Ogen’ in Leiden. Deze voorstellen zijn aangeboden aan de burgemeester.
Omroep Brabant en de Volkskrant melden op hun websites op 19 januari jl. dat de gemeente Tilburg sms-alert gaat inzetten om overvallers te kunnen pakken. De gemeente heeft 2000 ambtenaren aangemeld voor sms-alert.[1] Dit zijn voorbeelden waarbij de politie een beroep doet op de extra ogen in de gemeente. Het CDA vindt dit een goede manier om de politie te helpen met haar taak en burgers bewust te maken van veiligheid in hun omgeving.
Ook een systeem zoals Burgernet, waarbij de omwonende gebeld wordt voor informatie bij een onderzoek is een mogelijkheid. Dit is in Gouda ingevoerd.
Een derde mogelijkheid is ‘extra ogen’, dat in de plaatsen Alphen aan den Rijn, Alkemade, Nieuwkoop, Jacobswoude, Ter Aar, Liemeer, Leiderdorp, Rijnwoude en Zoeterwoude. De politie stuurt u hierbij als inwoner een e-mail als zij op zoek is naar bijvoorbeeld een bepaald voertuig of een dader van een straatroof of inbraak. Het CDA vindt dit alle drie goede initiatieven.
Zowel extra ogen als Burgernet wordt in de politieregio Hollands-Midden uitgevoerd. Een tweede gemeenschappelijk kenmerk is dat de politie in Leiden deze extra ondersteuning niet ontvangt. Het CDA wil graag van het college weten wanneer extra hulpmiddelen voor de politie in Leiden worden ingevoerd.
Antwoord Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 10 maart 2009)
1. Hebt u kennis genomen van het bericht van omroep Brabant “Sms-alert moet overvallenreeks Tilburg stoppen”?[2]
Ja.
2. Bent u bekend met de hulpmiddelen voor de politie sms-alert, Burgernet en Extra Ogen?
Ja.
3. Waarom heeft de gemeente deze hulpmiddelen nog niet ingezet?
Momenteel vinden elders in het land, waaronder ook binnen de politieregio Hollands-Midden (Gouda)
Burgernet-pilots plaats. Deze ontwikkelingen worden afgewacht.
4. Wat zijn de ervaringen in andere gemeenten met deze hulpmiddelen ?
Burgernet is in Nieuwegein gestart. Naar aanleiding van de goede resultaten vinden, ondersteund door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Justitie, diverse pilots plaats. Tijdens deze proefperiode blijkt bijvoorbeeld in Gouda dat onder de bevolking grote bereidheid is tot deelname. Ook blijkt het systeem haar vruchten af te werpen, zo zijn onlangs in Vinkenveen twee overvallers aangehouden dankzij een Burgernetactie.
5. Welk hulpmiddel kan de politie het meeste helpen in Leiden ?
In het systeem Burgernet wordt ook de systematiek van ‘sms-alert’ en ‘extra ogen’ ondergebracht. Burgernet heeft daarom de toekomst, omdat in dit systeem een aantal mogelijkheden wordt gecombineerd. Via Burgernet kan communicatie met burgers plaatsvinden door SMS berichten, per email en ook via ingesproken berichten op de (vaste) telefoon. Zo kunnen burgers worden ingezet om bijvoorbeeld uit te zien naar een vermist kind of een verdacht voertuig.
6. Wilt u, met verwijzing naar vraag 3, zich inspannen om dit hulpmiddel in Leiden in te voeren en de Raad daarvan op de hoogte stellen?
De resultaten van de lopende pilots worden geëvalueerd en op basis daarvan wordt besloten over eventuele landelijke invoering van Burgernet. Bij de evaluatie wordt ook advies gegeven over de wijze van invoering voor nieuwe gemeenten. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de mogelijkheden voor Leiden zal de Raad hierover worden geïnformeerd. Besluitvorming hierover is overigens mede een bevoegdheid van de politie.
7. Indien u besluit om sms alert en burgernet niet in te zetten welke instrumenten gaat u dan inzetten om de politie ‘extra ogen’ te geven, de pakkans te vergroten en Leiden veiliger te maken?
Zie het antwoord op vraag 6.
Overigens fungeren momenteel met name de Gemeentelijke Opsporings Ambtenaren als extra ogen en oren voor de politie en leveren daarmee een bijdrage aan een veiliger Leiden.
Handhaving op en rond de blindengeleidestroken
(ingekomen 3 juni 2009)
Bij de behandeling van de begroting 2006 (najaar 2005) heeft de Leidse gemeenteraad het College per motie (motie 23, Van As c.s.), opgeroepen uiterlijk december 2005 (!) met concrete voorstellen te komen inzake de handhaving van de blindengeleidestroken. Het College heeft op 30 oktober 2007 een besluit genomen (na meerdere malen gerappelleerd te zijn door de commissie) waarin met diverse voor een deel nog te besluiten middelen het handhaven van de blindengeleidestroken zou worden opgepakt. Het feit dat daarin nog niet alle maatregelen werden vastgelegd, was voor een aantal fracties aanleiding om de motie nog niet als afgedaan te beschouwen. Uiteindelijk heeft een meerderheid van de raadscommissie Bestuur en Leefbaarheid zich laten overtuigen te besluiten tot afdoening met de toezegging van de wethouder dat er over 1 jaar een rapportage over het effect van de door College genomen en aangekondigde maatregelen aan de commissie zou worden voorgelegd.
Pas nadat de fractie van de PvdA in de commissievergadering van 9 mei 2009 informeerde naar het uitblijven van enige zichtbare actie, kwam het college met de mededeling dat er nog altijd geen enkele concrete actie is ondernomen omdat het van oordeel is dat de juridische basis voor handhaving van toegankelijke blindengeleidestroken onvoldoende is. Ook werd gemeld dat het college het regelmatig fysiek obstakel- en fietsvrij maken van blindengeleidestroken niet ziet zitten.
De fracties van PvdA en ChristenUnie zijn verbaasd over deze beantwoording en leggen het college de volgende schriftelijke vragen voor onder verwijzing naar artikel op basis van artikel 43 van het Reglement van Orde voor de Gemeenteraad.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 6 oktober 2009)
1. Waarom is het College van mening dat de huidige wet- en regelgeving (incl. APV) onvoldoende basis voor de bedoelde handhaving bieden? Zijn er oude of nieuwe rechterlijke uitspraken die het huidige inzicht van het College ondersteunen?
Er is geen sprake van oude of nieuwe rechterlijke uitspraken die de handhaving in de weg staan.
In de APV is een bepaling (artikel 2.1.5.1) opgenomen op grond waarvan het is verboden om voorwerpen op de weg (uitstallingen) te plaatsen zonder vergunning van het college, inclusief de verplichting om blindengeleidestroken aan weerskanten 50 cm vrij te houden.
(Brom-)fietsen e.d. zijn echter voertuigen en daarvoor geldt dit verbod dus niet.
Voor blokkering door terrassen heeft de APV sinds 1 januari 2008 voldoende aanknopingspunten om handhavend op te treden.
Eveneens per 1 januari 2008 is het Modellenboek gevelreclame opgeleverd. Niet alle uitgangspunten die in het modellenboek zijn neergelegd, zijn ook al verankerd in de Algemene Plaatselijke Verordening (m.n. verbod op stoepborden). Dat wordt gerepareerd in de wijziging van de APV die u dit najaar zal worden voorgelegd ter besluitvorming, zodat dan modellenboek en APV met elkaar in overeenstemming zijn.
2. Sinds welk moment is het college van oordeel dat de juridische basis voor handhaving van vrije blindengeleidestroken onvoldoende is? Waarom was deze kennis niet reeds aanwezig ten tijde van Collegebesluit 07.1060 en bijbehorende brief aan de Raad van 31 oktober 2007?
De problematiek rond handhaving van de blindengeleidestrook zit niet primair in de juridische basis voor handhaving, De blindengeleidestrook is één van meerdere elementen in de openbare ruimte die met elkaar te maken hebben en waarvan de handhaving elkaar beïnvloedt. Concreet: als we niet zelf bij de inrichting van de openbare ruimte rekening houden met de regels voor blindengeleidestroken, dan wordt het erg lastig dat bij de andere “elementen” (bijvoorbeeld uitstallingen of terrassen) dat wel te doen. Wat betreft de inrichting van de openbare ruimte concurreert de blindengeleidenstrook met fietsenklemmen, prullenbakken, mupi’s, brandkranen, palen, verkeersborden, bomen, bloembakken et cetera. Wat betreft handhaving concurreert de blindengeleidenstrook met andere bepalingen in de APV.
3. Waarom is deze constatering niet terstond aan de raad gemeld, vergezeld met een voorstel tot aanpassing van de APV?
In commissieverband is meerdere malen gesproken over de constatering dat het vrijhouden van blindengeleidenstroken lastig te handhaven is.
Tijdens de commissievergadering van B&L d.d. 20 november 2007 is gesproken over de afhandeling van Motie 23 Begroting 2006: handhaving blindengeleidenstroken. Wethouder Steegh heeft tijdens deze behandeling gezegd dat het noodzakelijk is om maatregelen te treffen, hij heeft tevens aangegeven dat als wij als gemeente niet in staat zijn te handhaven, deze maatregelen op dit moment weinig zin hebben.
In het kader van de behandeling van de wijziging van de APV is in commissieverband (B&L d.d. 18 maart 2008) door het college geantwoord dat er naast de wijziging van de APV nog aanvullende juridische regelgeving nodig is om te kunnen realiseren dat het vastgestelde beleid (het vrijhouden van blindengeleidenstroken) ook handhaafbaar is.
Tot slot heeft de wethouder tijdens de rondvraag van de commissie B&L van 19 mei 2009 aangegeven dat de blindengeleidestrook in de omgeving van terrassen nadrukkelijker in de regels is opgenomen en dat daar ook op wordt toegezien. Het toezicht op de blindengeleidestrook bij winkeluitstallingen is buitengewoon ingewikkeld omdat er nog geen goede regelingen zijn om deze uitstallingen aan te pakken. Daarvoor met de APV eerst verder worden verfijnd. Het gevolg is dat de handhaving van terrassen (die hier vaak tegenover liggen) ook weer moeilijker wordt in verband met het gelijkheidsbeginsel. Wel worden de winkeliers aangesproken op het vrijhouden van de stroken. Handhaving met betrekking tot gestalde fietsen is (zeker op zaterdag) vrijwel onmogelijk. Er is nog geen definitieve oplossing.
Zoals in het antwoord op vraag 1 gesteld zullen wij u alsnog een wijziging van de APV voorleggen met als doel en strekking om het nu juridisch sluitend te maken.
4. Hoe rijmt het College het in vergadering van 9 mei gegeven antwoord dat de huidige relevante regelgeving onduidelijk is met het bestaan van gemeentelijk foldermateriaal over de uitstallingen, opgesteld in samenwerking met het Centrummanagement?
De inhoud van het foldermateriaal is wel correct, maar de APV moet nog worden aangepast aan het modellenboek. Zie verder antwoord 1.
In de vergadering van Bestuur en Leefbaarheid van 9 mei 2009 gaf het College tevens aan niet van plan te zijn fietsen van blindengeleidestroken te verwijderen omdat dit “dweilen met de kraan open” zou zijn.
Het plaatsen van (brom-)fietsen op de blindengeleidestrook is op grond van de APV geen overtreding. (zie onder 1).Wanneer het wel een overtreding wordt, zou toch nog het verwijderen van fietsen ‘dweilen met de kraan open zijn’ door de combinatie van (a) het volume aan fietsen, (b) het gedrag van fietsers (zo dicht mogelijk bij plaats bestemming), en (c) het gebrek aan alternatieve stallingmogelijkheden.
5. Waarom is sinds 31 oktober 2007 ruim anderhalf jaar gewacht met het melden van dit inzicht aan de Raad?
Zie antwoord 3.
6. Waarom is het college van oordeel dat het regelmatig verplaatsen van fietsen van de stroken in combinatie met het aanbrengen van een bewustwordingskaartje of -sticker geen zin heeft?
Het aanbrengen van stickers e.d. is arbeidsintensief (en dus kostbaar) en is weinig effectief zolang er onvoldoende alternatieven zijn voor de stalling van fietsen en er geen sancties en vervolgmaatregelen zijn. Het kan wel helpen in het kader van bewustwording, maar omdat ons de juridische middelen ontbreken in geval van onwil door te pakken maakt het de overheid minder geloofwaardig. Daarom stelt het college zich voor de zaak anders aan te pakken. Zie het antwoord op vraag 8.
7. In hoeverre zijn capaciteitsproblemen bij de handhavers debet aan het uitblijven van actie op dit gebied?
Beperkt. Als object in de openbare ruimte concurreert de blindengeleidestrook met wensen ten aanzien van andere objecten zoals fietsenklemmen, prullenbakken, mupi’s, brandkranen, palen, verkeersborden, bomen, bloembakken et cetera. Wat betreft handhaving concurreert de blindengeleidestrook met andere bepalingen in de APV. Zie ook het antwoord op vraag 2.
8. Is het College bereid de aanduiding van de blindengeleidestroken te verbeteren met gebruik van tegels die aanduiden dat het om een blindengeleidestrook gaat? (graag een gemotiveerd antwoord)
Het college zal in het laatste kwartaal 2009 de blindengeleidestrook in de Haarlemmerstraat aanpassen. De bedoeling is om de blindengeleidestroken die op deze locatie vanuit de goot in het midden zijn gemeten en aangelegd, over de gehele lengte van de straat en aan beide zijden te verplaatsen. De blindengeleidestrook zal daarbij overigens niet in de middengoot terecht komen en zoveel mogelijk in een rechte lijn gehouden worden.
De afstand tot de gevels wordt hierbij zo gekozen dat – rekening houdend met de eis dat de vrije doorgang voor alarmverkeer 3 meter moet bedragen - winkeliers gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om uitstallingen te plaatsen en dat deze niet meer strijdig zijn met het voorschrift om blindengeleidestroken aan weerskanten 50 cm vrij te laten. Het resultaat is dat er vervolgens op uitstallingen gehandhaafd kan worden.
Door het verleggen van de stroken zou het ook niet meer nodig zijn om alle attributen die zich nu nog op of binnen 50 cm er van bevinden te moeten verplaatsen. Ook de terrassen in de Haarlemmerstraat zijn gebaat bij het verleggen van de blindengeleidestrook. In de huidige situatie komt het voor dat de strook op minder dan 50 cm afstand langs een terras ligt. De handhaving op de terrassen in de Haarlemmerstraat is dan ook niet meer problematisch.
Ten slotte ligt het na de verlegging van de stroken minder in de rede dat er fietsen op geparkeerd zullen worden. De afstand tot de gevels is immers groter geworden.
Wij gaan er daarom van uit dat de ergernissen in de Haarlemmerstraat voor een groot deel opgelost zullen zijn door een praktischer ligging te kiezen voor de blindengeleidestroken.
Handhaving van de blindengeleidestrook (fietsen, uitstallingen) kan aansluitend starten.
De fracties van PvdA en ChristenUnie zijn – mede gezien de voorgeschiedenis – verontwaardigd dat er nog altijd geen zichtbare acties zijn ondernomen ter handhaving van de blindengeleidestroken.
9. Is er behalve het doorbreken van een al dan niet nieuw juridische inzicht enige actie ondernomen op het gebied van handhaving van toegankelijke blindengeleidestroken sinds collegebesluit 07.1060 van 31 oktober? Zo ja, graag een nauwkeurig overzicht hiervan.
In het eerste kwartaal van 2009 is het formaat van de bloemenstandplaats op de hoek van de Haarlemmerstraat en de Donkersteeg zodanig aangepast dat de blindengeleidestrook op deze locatie vrij blijft. Op het eerbiedigen van de begrenzingen door de koopman wordt tot op heden regelmatig toegezien. Dit heeft in augustus 2009 geleid tot een besluit om de standplaatsvergunning van de koopman in te trekken per 1 oktober as. Opgemerkt moet worden dat dit besluit in rechte nog niet vaststaat en dus nog niet geëffectueerd kan worden.
Verder is er in het kader van de handhaving van terrassen – die voor het eerst in het terrassenseizoen 2009 vorm heeft gekregen – een inventarisatie gedaan in de Haarlemmerstraat van het aantal items dat zich op of te dicht bij de blindengeleidestrook bevindt. Het gaat om in totaal 18 item’s (palen, prullenbakken, brandkranen en mupi’s). Met ons besluit de blindengeleidestrook te verplaatsen is verplaatsing van deze items gelukkig niet nodig.
10. Is het college met het oog op de in het vorige antwoord bedoelde acties van oordeel dat het zich voldoende heeft ingespannen ten aanzien van haar eigen toezeggingen, de stad en de gemeenteraad van Leiden? Beantwoording graag voorzien van toelichting/verklaring.
Ja, gelet op de kaders van de door de gemeenteraad vastgestelde APV en rekening houdend met andere ambities t.a.v. de inrichting van de openbare ruimte en handhaving van de APV waar handhaving van de blindengeleidestrook altijd zal moeten concurreren met vele andere overtredingen waar tegen opgetreden moet worden.
11. Op welke data:
a) biedt het college de voor handhaving benodigde APV/wijziging aan?
b) zal de handhaving van toegankelijkheid van blindengeleidestroken gestart worden?
ad a) Bij de volgende aanpassing van de APV die voor het vierde kwartaal 2009 gepland is, zal er bij het artikel over de uitstallingen een verbod op stoepborden worden toegevoegd.
ad b) Bij een besluit om de blindengeleidestrook in de Haarlemmerstraat te verplaatsen, is dat mogelijk na afronding van de werkzaamheden.
De werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd binnen twee weken na opdracht en nemen ongeveer vier weken in beslag. De kosten bedragen € 35.000,-. De hoogte van deze kosten moet worden afgezet tegen de veel grotere inspanning die voort zou vloeien uit het strak handhaven van de bestaande geleidestrook, nog afgezien van de feitelijke onmogelijkheid iedere fiets die nu op de strook wordt geplaatst snel te verwijderen. Zie ook het antwoord op vraag 4.
Integriteit van politiepersoneel in de politieregio Hollands Midden
(ingekomen 2 februari 2009)
Ter inleiding het volgende.
Deze week stonden de kranten bol van een anonieme brief die bij diverse kranten was aangeboden waarin staat dat allochtone dienders voorgetrokken worden.
Volgens mij is het allemaal veel ernstiger.
De veiligheid van de staat is in gevaar meen ik.
Ik ga op onderzoek uit.
Als raadlid bel je dan gewoon met de portefeuillehouder dus in dit geval de Burgemeester.
Ik denk nou hij zal het wel druk hebben dus vraag ik aan de telefoniste of ik de bestuurs secretaris van de portefeuillehouder mag spreken.
Die is vrijdags afwezig zegt de secretaresse van de Burgemeester.
Maar ik zal kijken of de Burgemeester even tijd heeft want die moet zo in een vergadering.
De Burgemeester heeft dus geen tijd.
Intussen heeft de landelijke media aan mij gevraagd hoe ik er over dacht.
Ik wist van niets dus moest ik toch even bijpraten met Lenferink..
Ik had al contact gehad met Hero Brinkman een tweedekamer lid maar die vertelde dat er al kamervragen gesteld waren .
Hero is zelf een oud politie functionaris dus die vertelde mij hoe of het vroeger ging met screeningen bij de politie.
Zelf heb ik jaren bij defensieonderzoek gewerkt en heel veel met screeningen te maken gehad.
Dus wilde ik direct een antwoord op de voor mij zeer amateuristische antwoorden van Lenferink in de grote Pers.
Dat ging dus even niet.
Maar de persvoorlichtster heeft mij heel goed en bekwaam antwoord op vragen kunnen geven.
Alleen op verschillende punten was ik het niet eens met wat zei mij vertelde wat de standpunten van de korpsbeheerder waren..
De persvoorlichtster zei het volgende ik citeer
De Burgemeester vind dat de politie een afspiegeling moet zijn van de samenleving en dat als er veel Polen in het district wonen dat er dan ook Poolse agenten zouden moeten zijn.
En dat hij het Pools personeel het zelfde zal behandelen qua antecedent onderzoeken als het Marokkaans personeel.
Op dat punt ben ik het geheel oneens met de Burgemeester.
Immers zal er altijd een risico analyse aan vooraf moeten gaan en dan kan je bedenken dat niet alle landen en mensen die daar uit afkomstig zijn het zelfde risico factor hebben.
Alleen al daarom zou het onmogelijk moeten zijn en altijd dat politiepersoneel met naaste familie zoals broers en zussen een baan krijgen bij de politie.
Dat is gewoon in deze tijd met terroristische dreigingen in de wereld naar mijn mening niet verantwoord.
Ik vernam dat de integriteitbeoordeling aan de politie regio,s zelf overgelaten wordt.
Dus het kan van de ene regio naar de andere regio nog al eens verschillen hoe men met deze vraag stukken omgaat.
En dan kan het zijn dat de korps beheerder ook nog eens kan verschillen van politieke voorkeuren.
Ik heb vernomen dat het gaat om instromende junioragenten die in de hele politie regio werkzaam zijn.
En dat het niet uitgesloten is dat er ook in het district Leiden Voorschoten agenten rondlopen waarvan hun naaste familie crimineel zijn.
Verder verbaas ik me er over dat in de ene krant de korpsbeheerder Lenferink commentaar geeft en in de andere krant korpschef Stikvoord.
Dat geeft niet aan wie of er nou eigenlijk verantwoordelijk is.
Ik kom dus met de volgende schriftelijke vragen namens de fractie van Leefbaar Leiden.
Antwoord van de Burgemeester
(ingezonden 24 februari 2009)
1. Wie is er verantwoordelijk voor het politie personeel als het gaat om integriteit en screeningen in de politieregio Hollands Midden.
Op grond van artikel 24 en artikel 26 Politiewet is het beheer een verantwoordelijkheid van de korpsbeheerder en worden ambtenaren van het regionale politiekorps benoemd, bevorderd, geschorst en ontslagen door de korpsbeheerder. In de politieregio Hollands Midden is de aanname en bevordering van politiemedewerkers gemandateerd aan de korpschef. De korpsbeheerder blijft echter eindverantwoordelijk. De integriteitbeoordeling en screening van politiepersoneel zijn onderdeel van het werving- en selectiebeleid van het korps en vallen onder de verantwoordelijkheid van de korpsbeheerder.
2. Is de Korpsbeheerder het met mij eens dat er verschillen van risico zijn naarmate uit welk land of afkomst politie personeel moet worden bekeken bij sollicitatie bij de politie.
Nee, voor iedere sollicitant van Politie Hollands Midden gelden in de selectieprocedure dezelfde criteria, zonder aanziens des persoons.
3. Is de korpsbeheerder het met mij eens dat als een er bij sollicitatie blijkt dat in de zeer naaste familie crimineel verdachten zijn of veroordeelde dat er dan afgezien moet worden van een loop baan bij de politie.
Het is afhankelijk van de context c.q. persoonlijke omstandigheden of de sollicitant voor een functie bij de politie in aanmerking komt als hij / zij familie met antecedenten heeft. Een belangrijke factor in de afweging is of de betreffende sollicitant een (te) nauwe band met het familielid onderhoudt dan wel met andere personen in de privé-omgeving die criminele antecedenten hebben. In alle gevallen wordt het risico van beïnvloeding en de mate waarin de betrokkene chantabel is, beoordeeld. Dit is in het belang van de bescherming van de maatschappij, het korps en de persoon zelf.
4. Is het zo dat alleen bij instroming op de politieschool de onderzoeken gedaan worden?
Of wordt bij aanstelling in de regio,s nog weer eens bekeken of gaat het nog als vroeger dat eens in de zoveel jaren er opnieuw gekeken wordt hoe het met de integriteit staat.
Bij indiensttreding van iedere medewerker van Politie Hollands Midden wordt standaard een screening in de vorm van een Betrouwbaarheid- en Geschiktheidonderzoek (BGO) uitgevoerd. In het BGO worden antecedenten en referenten van de kandidaat nagegaan. Het onderzoek bestaat uit het raadplegen van meerdere politiesystemen en een screening van het openbare orde register door de Regionale Inlichtingen Dienst (RID).
Ingeval van de werving en selectie van aspirant-(hoofd)agenten wordt de integriteit van de kandidaat in de sollicitatieprocedure op meerdere manieren beoordeeld. De kandidaat wordt, naast het Betrouwbaarheid- en Geschiktheidonderzoek, in een voorlichting-, intake- en korpsselectiegesprek alsmede in het wettelijk geschiktheidonderzoek beoordeeld op norm- en integriteitbesef.
Indien het een vertrouwensfunctie betreft, vindt op grond van de Wet Veiligheidsonderzoeken (artikel 7 lid 2), een veiligheidsonderzoek door de Regionale Inlichtingendienst of Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst plaats naar gegevens die uit oogpunt van de nationale veiligheid van belang zijn voor de vervulling van de functie. Deze functies zijn limitatief en vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze veiligheidsonderzoeken worden om de vijf jaar herhaald.
Overigens staat de screening van politiemedewerkers van Hollands Midden niet op zichzelf, maar is een van de maatregelen van het korps om het belang van integriteit van het personeel voor, tijdens èn na indiensttreding te borgen. Gewezen wordt in dat kader ook op interne ‘integriteit workshops’ in de teams en korpsonderdelen, de aanwezigheid van vertrouwenspersonen, bewustwording op ongewenst gedrag (van management en medewerker) en de regeling rond nevenwerkzaamheden.
5. Wat is de opvatting van de korpsbeheerder als het gaat om personeel met naaste familie met een crimineel verleden vind hij persoonlijk dat het wel of niet mogelijk is.
Zie beantwoording vraag 3.
6. Kan de Burgemeester mij ook zeggen als ik een directe informatie moet hebben voor het uitoefenen van mijn controlerende taak waar ik die informatie moet halen als de vergadering van de burgemeester belangrijker is en de bestuurssecretaris vrij is.
Is dan de Persvoorlichtster verantwoordelijk voor de gegeven informatie.
De burgemeester is graag bereid ook persoonlijk informatie te verschaffen. Dat is echter niet altijd op ieder moment mogelijk. Als een raadslid dan niet kan wachten moet soms genoegen worden genomen met ambtelijke beantwoording van de vraag.
7. Het gaat om een anonieme informatie aan de kranten kan de Korpsbeheerder mij ook zeggen of hij anonieme info serieus neemt .
Naar aanleiding van de anonieme informatie en het krantenbericht in de Telegraaf heb ik als korpsbeheerder de korpschef van Politie Hollands Midden opdracht gegeven om de screening van alle politiemedewerkers die in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 bij het korps in dienst zijn getreden, te toetsen. Het is mijns inziens van belang iedere vorm van onzekerheid of twijfel weg te nemen.
Kraak en ontruiming pand Lammenschansweg 136
(ingekomen 16 maart 2009)
Op 6 maart jongstleden werd Lammenschansweg 136 gekraakt en korte tijd daarna ontruimd. De krakers werden gearresteerd wegens verdenking van huisvredebreuk en vernieling. Dit terwijl eerder die dag een agent leegstand had geconstateerd en er dus van huisvrede voor die tijd geen sprake was. Sterker nog de krakers hadden zelf huisvrede gecreëerd.
Daarom willen wij, op basis van artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen stellen aan het college van Burgemeester en Wethouders:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden op 12 mei 2009)
1. Kloppen de feiten uit het inleidende stuk? Zo ja, hoe kan het dat nadat eerder leegstand werd geconstateerd door de politie het pand waar huisvrede heerste zonder toestemming van de krakers of bevel is betreden en zonder uitspraak van de rechter is ontruimd? Zo nee, wat is er dan wel gebeurd?
Vooropgesteld zij dat deze schriftelijke vragen, voor zover ze gerelateerd zijn aan het strafrecht, betrekking hebben op handelingen van de politie die vallen binnen de verantwoordelijkheidssfeer van het Openbaar Ministerie. Aangezien de vragen met name een feitelijk karakter dragen, zijn wij ondanks het gestelde in het voorgaande, bereid de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.
Verder is het het College bekend dat er diverse rechterlijke uitspraken zijn omtrent de mogelijkheid van strafrechtelijke ontruiming, indien daadwerkelijk sprake is van een gekraakt pand.
De meest recente is die van het gerechtshof Amsterdam van 31 maart <metricconverter productid="2009. In" w:st="on">2009. In</metricconverter> deze uitspraak komt het hof tot het oordeel dat in principe de mogelijkheid bestaat tot strafrechtelijke ontruiming in geval van kraken. Naar verwachting zal de Hoge Raad omtrent vraagstuk over enige tijd een eindoordeel moeten geven.
De feiten in het inleidende stuk zijn onjuist. De verdachten zijn aangehouden op grond van vernieling en openlijk geweld. Zij hebben zich (op basis van getuigenverklaring) door middel van vernieling toegang verschaft tot het pand.
Vervolgens wilde de politie tot aanhouding overgaan. De verdachten bevonden zich allen op de eerste verdieping van het gebouw. Deze verdieping was alleen te bereiken via een wenteltrap. Deze wenteltrap was echter door de verdachten gebarricadeerd met zware voorwerpen en metalen buizen.
In eerste instantie is geprobeerd om in gesprek te gaan met de verdachten. Zij gaven echter aan niet vrijwillig naar buiten te willen komen. Hierop heeft de politie hen aangegeven dat een confrontatie niet gewenst was en zijn zij nogmaals verzocht om mee te werken. De verdachten bleven echter aangeven niet naar beneden te komen. Hierop is geprobeerd om met regulier politiepersoneel de eerste etage te bereiken. Toen het politiepersoneel de barricade wilde verwijderen hoorden zij dat er glazen materialen in het trapgat werden gegooid en werd met voorwerpen in de richting van de politie gegooid. Hierop heeft de politie zich teruggetrokken, teneinde te voorkomen dat er letsel bij het aanwezige politiepersoneel zou ontstaan en is er opgeschaald. De politie is overgegaan tot aanhouding met behulp van een groep Mobiele Eenheid. De inzet van de Mobiele Eenheid is geschied in overleg met burgemeester. Nadat de verdachten waren aangehouden bleek uit niets dat het pand bewoond was of werd.
2. Klopt het dat geen van de gearresteerde krakers wordt vervolgd en allen redelijk snel weer naar huis mocht? Waren deze arrestaties dan wel terecht?
Het politieonderzoek loopt nog. Er wordt vooralsnog wel vervolging ingesteld. De zaak wordt een loopzaak, hetgeen betekent dat er op een later moment door Justitie dagvaardingen worden verzonden. Het is aan het Openbaar Ministerie om wel of niet over te gaan tot vervolging.
Berichten in verschillende media spreken elkaar tegen. Er wordt melding gemaakt van geweld van de krakers, terwijl de krakers zelf melden dat deze aantijgingen onjuist zijn.
3. Was er sprake van geweldloos of gewelddadig verzet tegen de ontruiming?
Er was sprake van gewelddadig verzet: de verdachten hebben glazen materialen in het trapgat gegooid op het moment dat het reguliere politiepersoneel via de trap de eerste etage wilde bereiken. Tevens zijn voorbereidende activiteiten ondernomen die ook zouden bijdragen aan dit gewelddadig verzet.
Het baart ons naast de mogelijk onterechte ontruiming zorgen dat er mogelijk sprake is geweest van politiegeweld. Waarbij 1 kraker die zich overgaf alsnog met een politieknuppel geslagen zou zijn. Ook na de arrestatie van deze persoon zouden ernstige fouten zijn gemaakt, zoals het weigeren van een gesprek met de advocaat en het weigeren van medicatie.
4. Ben u met GroenLinks eens dat dit zorgelijke geluiden zijn en dat deze moeten worden onderzocht? Mocht een eerste onderzoek al bij de beantwoording van deze vragen zijn verricht hoe beoordeelt u het optreden van de politie in deze?
De politie heeft enig geweld moeten toepassen in verband met het feit dat niet voldaan werd aan de vorderingen gericht aan verdachten.
De bevoegdheid voor de ambtenaar van politie die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak om in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld te gebruiken is vastgelegd in hoofdstuk III, artikel 8, lid 1 van de politiewet. De verantwoording voor het toetsen van door de politie toegepast geweld is binnen het bevoegd gezag opgedragen aan het OM.
Alle verdachten hebben gebruik kunnen maken van een (collectieve) advocaat. Tevens heeft de betreffende kraker de dienstdoende politiearts bezocht omtrent inname medicatie.
5. Volgens de krakers is via hun advocaat met de officier van justitie afgesproken dat nadat de eerste groep was gearresteerd een tweede groep alsnog het kraken van het pand voort mocht zetten. Klopt het dat deze afspraak is gemaakt?
Het Openbaar Ministerie antwoordt op deze vraag het volgende: de Officier van Justitie heeft met de advocaat van de verdachten gesproken over het al dan niet sprake zijn van huisvredebreuk. De Officier van Justitie heeft met de advocaat van de verdachten niet gesproken over vervolgkwesties zoals anti-kraak.
Toen deze tweede kraakgroep het pand wou betrekken was er echter al een antikraakwacht in het pand gezet.
6. Hoe beoordeelt u dat deze afspraak niet door de politie en justitie is nagekomen? Bent u het met GroenLinks eens dat afspraken op dit niveau moeten worden nagekomen?
Zie het antwoord op vraag 5.
7. Zijn de krakers of hun advocaat door de officier van justitie geïnformeerd over het feit dat er een anti-kraakwacht geplaatst is?
Nee.
Lokaliseren mobieltje
(ingekomen 12 januari 2009)
De vragen zijn beantwoord door de Burgemeester.
De fractie van Leefbaar Leiden heeft een aantal vragen op diverse onderwerpen aangaande Politie en Justitie.
Allereerst was deze week de IMSI-Catcher in het nieuws onder het hoofdstuk Politie kan met IMSI-catcher elk mobieltje lokaliseren.
Wij hebben begrepen dat met dit apparaat gesprekken en sms berichten direct af te luisteren zijn en dat berichten gelezen kunnen worden van mobiele telefoons van zowel mobiele abonneenummers als van prepaid nummers.
Omdat dat bij ons over komt als inbreken in de privacy van personen komen we met de volgende vragen.
Antwoord van de Burgemeester
(ingezonden 27 januari 2009)
Er is bij de beantwoording gebruik gemaakt van internet: www.netkwesties.nl/editie32/artikel1.html
1. Gebruikt de politie in Leiden een dergelijk apparaat?
De politie in Leiden gebruikt een dergelijk apparaat zelf niet.
2. Zo ja voor welke doeleinden wordt het apparaat ingezet?
Nvt.
3. Kan elke opsporingsambtenaar gebruik maken van dit apparaat ?
Bevoegd tot het gebruik van de apparatuur, bedoeld in artikel 2, is de door de korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten aangewezen opsporingsambtenaar van het Korps landelijke politiediensten die voldoet aan de door Onze Minister van Justitie vastgestelde eisen betreffende kennis van de juridische, operationele en technische aspecten van het gebruik van de apparatuur.
4. Zo niet wie geeft dan opdracht voor gebruik. En wie mag er gebruik van het apparaat maken?
De minister van Verkeer en Waterstaat geeft toestemming. Het is een zeer zwaar middel dat slechts zeer sporadisch ingezet mag worden. Op last van de minister van Justitie mogen alleen opsporingsambtenaren van de KLPD deze apparatuur bedienen.
5. Zijn er wettelijke regels voor het gebruik van de IMSI-Catcher. Zo ja welke zijn dat?
Dat de IMSI-catcher er komt is een uitvloeisel van de wetgeving op het gebied van afluisteren. Het apparaat valt onder het Besluit bijzondere vergaring nummer-gegevens telecommunicatie'. Het bleek namelijk dat het Wetboek van Strafvordering niet specifiek genoeg was als het gaat om het afluisteren van mobiele telefoongesprekken. Er werd verruiming van de wet voorgesteld. Sinds 1 maart 2002 is dit besluit, dat aan de Telecommunicatiewet hangt, actief.
6. Als men afgeluisterd is door de politie wordt dan uiteindelijk medegedeeld dat men afgeluisterd is ?
Bij verdenking van strafbare feiten kan het bevoegd gezag gebruik maken van de IMSI-catcher. Indien er met een dergelijke instrument een strafbaar feit wordt geconfronteerd wordt hiervan procesverbaal opgemaakt. Indien een verdachte wordt aangehouden kan hij een dergelijke proces verbaal inzien.
7. Gaarne zouden wij de uitleg hebben van het college wat het verschil in het gebruik van de IMSI-Catcher en het gebruik van opsporingscamera, s in de openbare ruimte daar waar het gaat over inbreuk maken op de privacy van personen ?
De IMSI-catcher is enerzijds een veel grover middel omdat het alle telecomverkeer screent. Aan de andere kant is het een zeer selectief middel omdat het een individu van zeer nabij kan volgen. Heeft dus een grote inbreuk op de privacy van een persoon. Vandaar dat het ook zeer selectief en conform strikte procedures kan worden gebruikt.
8. Kunt u ons vertellen hoe vaak het apparaat is ingezet in het jaar 2008?
Nvt. Zie vraag 1.
Beveiliging privacy gegevens
( ingekomen 24 juni 2009)
IWI onderzocht hoe gemeenten, UWV en SVB omgaan met de beveiliging van persoonsgebonden gegevens bij gebruik van Suwinet-Inkijk, een systeem waarmee ze elektronisch gegevens uitwisselen. Hiermee hebben ze inzicht in elkaars gegevens en in die van organisaties als de Kamer van Koophandel en de Rijksdienst voor het Wegverkeer.
Er zijn maar weinig gemeenten die een goed beveiligingsplan hebben. In de regel dragen ze de plannen niet goed uit in hun organisatie. Van een jaarlijkse evaluatie komt het maar zelden. Het gebruik van Suwinet-inkijk wordt meestal niet gemonitord, en ongeoorloofde pogingen om van het systeem gebruik te maken worden niet opgespoord. Dit heeft als risico dat ongeoorloofd gebruik niet wordt opgemerkt. Verder ziet IWI verbetermogelijkheden bij de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van medewerkers.
GroenLinks is een groot voorstander van efficiencyverbetering in het kader van de samenwerking tussen de verschillende ketenpartners. De beveiliging van persoonsgegevens binnen de daarvoor gestelde randvoorwaarden is daarbij noodzakelijk. Het verontrust de fractie van GroenLinks dat dit blijkbaar bij veel gemeenten in het land nog niet op orde is.
De fractie van GroenLinks heeft daarom op grond van artikel 43 van het reglement van orde de volgende vragen aan het college van B en W:
Antwoord van burgemeester en wethouders.
(ingezonden 1 september 2009)
1. Bent u op de hoogte van het betreffende rapport en welke acties heeft u na het verschijnen van het rapport ondernomen.
Het college is op de hoogte van het rapport. Er zijn tot nu toe naar aanleiding van het rapport geen acties ondernomen.
2. Heeft Leiden deelgenomen aan het onderzoek en welke conclusies zijn daar voor de gemeente uitgekomen?
Leiden heeft deelgenomen aan het onderzoek. De enige conclusie m.b.t. afzonderlijke gemeenten, die tot nu toe bekend is gemaakt, is dat een groot aantal gemeenten niet beschikt over een beveiligingsplan. Deze gemeenten zijn hierover aangeschreven door de inspectie werk en inkomen. Leiden behoort niet tot die groep, omdat we sinds 2006 beschikken over een gemeentebreed beveiligingsbeleid en een uitvoeringsplan informatiebeveiliging en daarnaast over een aanvullend beveiligingsplan voor de sociale dienst.
3. Bestaat er in Leiden een beveiligingsplan? Zo ja, bent u bereid dat te verstrekken?
In 2006 heeft het college het beveiligingsbeleid vastgesteld en het besluit genomen om “De nota vertrouwelijk ter kennis te brengen van de OR en de Commissie Bestuur en Veiligheid.” (B&W.nr.: 060271 d.d. 28-02-2006.). De motieven voor die vertrouwelijkheid zijn nog steeds van kracht. Ook het uitvoeringsplan, waarin het beleidsplan is vertaald naar concrete maatregelen, en het aanvullende plan voor de sociale dienst dienen om voor de hand liggende redenen vertrouwelijk te blijven.
Het College is bereid al deze stukken vertrouwelijk ter inzage te geven aan de Cie. Werk en Inkomen
.
4. Is het beveiligingsbeleid geëvalueerd? Zo ja, op welke momenten en ben u bereid de evaluaties te verstrekken?
Het is de bedoeling om zowel het beleid als de uitvoering periodiek te evalueren. De eerste evaluatie zal dit najaar plaatsvinden. Het College is bereid het evaluatierapport vertrouwelijk ter inzage te geven aan de Cie. Werk en Inkomen.
5. Is er sprake van monitoring van “Suwinet-inkijk”?
Er is binnen de afdeling WIZ een security-officer benoemd. Deze functionaris krijgt iedere maand een overzicht van alle raadplegingen in suwi-inkijk door medewerkers van WIZ. Opvallende of onduidelijke zaken op dit overzicht worden nader onderzocht.
6. Is er sprake van een vastlegging van veiligheidsincidenten en worden deze geanalyseerd?
Er is nog geen systematische registratie van beveiligingsincidenten. Een van de acties in het uitvoeringsplan informatiebeveiliging is het opzetten van een registratiesysteem voor beveiligingsincidenten. Deze actie is nog niet uitgevoerd. (zie ook antwoord vraag 9).
7. Welk integriteitbeleid bestaat er ten aanzien van personeel in relatie tot de beveiliging van persoonsgegevens? Wordt dit beleid daadwerkelijk uitgevoerd? Welke rapportages zijn daarover beschikbaar?
Het integriteitbeleid ten aanzien van personeel bestaat uit een scala van elementen, waaronder screening bij aanstelling, ambtseed, gedragscode, integriteitcursussen, strikte regels voor het gebruik van wachtwoorden e.d. Alle medewerkers van WIZ, die inzagerecht hebben in Suwi-inkijk, hebben een verklaring ondertekend, waarin zij verklaren deze mogelijkheid uitsluitend te gebruiken voor het doel, waarvoor het inzagerecht is verleend.
Er kunnen desgewenst rapportages worden samengesteld over aantallen medewerkers, die bij de verschillende maatregelen betrokken zijn.
8. Worden persoonsgegevens aan derden verstrekt en hoe wordt de beveiliging en de vertrouwelijkheid van de gegevens hierbij gewaarborgd?
Voor de verstrekking van persoonsgegevens uit de gemeentelijke basisregistratie aan derden is de gemeentelijk verordening GBA (vastgesteld door de Raad per 24 april 2004, RV 03.0172) van kracht. Daarbuiten worden persoonsgegevens, die worden geregistreerd voor specifieke taken, zoals uitkeringverstrekking en arbeidsmarkttoeleiding, nooit verstrekt aan derden.
9. Hoe oordeelt het college, mede in relatie tot het rapport en de hierboven gestelde vragen, over het beveiligingsbeleid en welke verbeteringen dienen er te worden aangebracht? Graag ontvangen wij een nadere toelichting.
De gemeente beschikt sinds 2006 over een adequaat beveiligingsbeleid. Dit beleid zal, na de evaluatie in het najaar (zie vraag 4), waar nodig worden geactualiseerd.
Om de uitvoering van het beleid beter te waarborgen, zal binnenkort een gemeentebrede coördinator worden aangesteld.
10. Bent u bereid het beveiligingsbeleid periodiek te evalueren en de uitkomst hiervan aan te bieden aan de gemeenteraad?
Zie antwoord op vraag 4.
Asbestinventarisatie Belastingkantoor
(ingekomen 23 februari 2009)
Op grond van artikel 42 van het reglement van orde zou de fractie van de SP het geachte College de volgende vragen willen stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 31 maart 2009)
1. Heeft er vóór de aankoop van het Belastingkantoor een asbestinventarisatie plaatsgevonden?
Ja.
2. Zo ja, wat was daarvan de uitkomst, en zo nee, waarom niet?
De verkopende partij, de Dienst der Domeinen, beschikte reeds over asbestinventarisatie rapporten uit 2002 en 2003. Hieruit kon worden opgemaakt dat er asbest was aangetroffen in het zwarte kitwerk in de buitengevel (ca.75m) en een bepaald gedeelte van de ventilatiekanalen van de werkkasten (ca.50m). Het asbest is hechtgebonden en er bestaat geen direct emissierisico. De saneringsprioriteit is laag, wat betekent dat sanering op langere termijn kan plaatsvinden.
Omdat in de rapportage bovendien was aangegeven dat de liftschachten eerder niet waren onderzocht, is er ten tijde van de aankooponderhandelingen een aanvullend onderzoek gehouden naar de aanwezigheid van asbest in de liftschachten, zulks voor rekening van de Domeinen. Hieruit kwam naar voren dat er geen asbesthoudende materialen zijn aangetroffen.
Hoewel de hoeveelheid aangetroffen asbest gering is en er geen dringende saneringsbehoefte was, zijn desondanks de kosten van een eventuele sanering geraamd en voor de berekening van de taxatiewaarde in mindering gebracht op de bruto-taxatiewaarde.
We kunnen er aan toevoegen dat het, in het kader van de voorbereidingen om het Belastingkantoor geschikt te maken voor de huisvesting van medewerkers van de gemeente, nog weer noodzakelijk werd geacht om de bestaande rapportage van 2002/2003 nog eens kritisch te beoordelen. Dat heeft te maken met de wens vanuit de optiek van het beheer van het gebouw om zekerheid voor alles te hebben met betrekking tot de actuele asbestinventarisatie en waarvoor de onderzoeksmogelijkheden in de huidige, lege staat groter zijn dan voorheen in 2002/2003, toen het gebouw in gebruik was.
Op de achtergrond speelt mee dat er sinds enige jaren nieuwe regelgeving is inzake asbest, n.l. het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Dit bevat regels voor het inventariseren van asbest en asbesthoudende producten en verwijderen van asbest en asbesthoudende producten uit bouwwerken en objecten. Het heeft te maken met het classificeren in risicoklassen en het derhalve inschakelen van gecertificeerde bedrijven. Bij het verifiëren door de MDWH op ons verzoek in 2007 van het rapport uit 2002/2003 is dit wel in de beoordeling meegenomen.
Overigens heeft het veldonderzoek 23 maart j.l. plaats gevonden. Alles kon nu goed bekeken worden. Er zijn monsters genomen voor nader onderzoek, maar de eerste indruk is dat er geen onverwachte zaken aan de orde komen.
