Bestuur
Schriftelijke vragen van raad aan B&W
-
Nieuw Leyden en particulier opdrachtgeverschap
-
(ingekomen 26 februari 2010)
Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van het raadslid M. VAN DONGEN (PvdA) inzake Nieuw Leyden en particulier opdrachtgeverschap
In September 2006 heeft de PvdA in de commissie Ruimte en Bereikbaarheid een rondvraag gesteld over de ontwikkelingen van de bouwlocatie Nieuw Leyden. Het ging hier met name over het particuliere opdrachtgeverschap. Vooral bij de start van de bouw van de eerste kavels particulier opdrachtgeverschap zijn er veel zaken misgelopen waaronder;
- een te rooskleurige kostprijs voor de bouw van de huizen;
- weinig begeleiding van het projectbureau;
- en het bouwen van de gezamenlijke garage.Naar aanleiding van die vragen is toegezegd dat bij de afronding van dit project een uitgebreide rapportage komt waarin leerpunten worden aangegeven voor vergelijkbare nieuwe projecten particulier opdrachtgeverschap.
De afgelopen periode hebben wij tijdens het bezoeken van Leiden Noord geconstateerd dat de pioniers van de eerste kavels er nu wel wonen maar vergeleken met de latere bouwkavels van het particuliere opdrachtgeverschap veel kastanjes uit het vuur hebben gehaald. Dit vooral met verhoogde (im)materiële kosten. Op de lange termijn agenda van de commissie Ruimte en Bereikbaarheid is echter de evaluatie van Nieuw Leyden verdwenen!Daarom wil de PvdA de volgende schriftelijke vragen stellen op grond van art. 45 van het Reglement van Orde.
1. Is het college van plan om een evaluatie particulier opdrachtgeverschap Nieuw Leyden alsnog te bespreken in de raad op korte termijn?
2. Is in de evaluatie onder andere meegenomen;
de verschillende afspraken over het bouwen van een gezamenlijke garage,
het verschil in EPC/waarden tussen Portaal en particulier opdrachtgevers,
de verschillen in begroting in de eerste folder en de tweede,
het begeleiden van het project.3. Is het college via BV Leyden de pioniers van het particulier opdrachtgeverschap tegemoet gekomen en staat dat in verhouding met de geleden (im)materiële schade.
Gevraagd door: M.VAN DONGEN (PvdA)op 26 februari 2010 -
Sloop Alexanderstraat
-
(ingekomen 25 februari 2010)
Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders door de fractie SP inzake Sloop Alexanderstraat (ingekomen 25 februari 2010)
Op 18 februari heeft de bewonerscommissie van de Alexanderstraat een brief gestuurd aan burgemeester Lenferink. In de straat wil de Sleutels woningen slopen, maar daarover is er nog geen akkoord tussen de bewonerscommissie en de Sleutels. Toch heeft het College op 8 februari jongstleden besloten om Holland Rijnland te verzoeken om stadsvernieuwingsurgentie (SVU) te verlenen.Echter, afgelopen najaar heeft de gemeenteraad een nieuwe sloopprocedure vastgesteld. Die procedure luidt:
• Er moet eerst een akkoord zijn tussen de bewonerscommissie en corporatie, gesteund door meer dan 70% van de complexbewoners.
• De corporatie vraagt dan een sloopbesluit aan bij het College van B&W.
• Indien het College van B&W het sloopbesluit goedkeurd, komt er stadsvernieuwingsurgentie en mag er tijdelijke huur toegestaan worden.Uit de brief blijkt dus dat in de Alexanderstraat er geen akkoord is tussen bewoners en corporatie, maar dat er toch tijdelijke verhuur is toegestaan en dat er stadsvernieuwingsurgentie is aangevraagd.
Daarom heeft de SP de volgende schriftelijke vragen aan het College.
1. Bent u op de hoogte van het feit dat er nog geen akkoord is tussen de bewonerscommissie en de Sleutels over de Alexanderstraat?
2. Heeft u een aanvraag voor een sloopbesluit van de corporatie ontvangen?
a. Zo ja, voldoet deze aanvraag aan alle eisen die de raad aan de nieuwe sloopprocedure heeft gesteld?3. Klopt het dat er in de Alexanderstraat al sprake is van tijdelijke verhuur?
4. Waarom heeft u stadsvernieuwingsurgentie aangevraagd bij Holland Rijnland?
5. Tijdelijke verhuur en stadsvernieuwingsurgentie voordat de bewoners akkoord zijn is in strijd met de nieuwe sloopprocedure. Bent u bereid om alsnog de nieuwe sloopprocedure te volgen voor de plannen in de Alexanderstraat?
Gevraagd door: SP op 25 februari 2010 -
Wenselijkheid huurteam
-
(ingekomen 18 augustus 2009)
De markt voor studentenkamers en kleine zelfstandige wooneenheden is in onze stad buitengewoon krap. Het gevolg is hoge prijzen. Ook als de kwaliteit van de woning daar geen aanleiding toe geeft. Een bewoner kan natuurlijk altijd naar de Huurcommissie stappen als hij de huur te hoog vindt, maar laat dit in veel gevallen achterwege uit angst voor onenigheid met de huiseigenaar. Een mogelijkheid om als overheid toe te zien op eerlijke toepassing van de huurprijswetgeving en om huurders een steuntje in de rug te geven, is het inrichten van een huurteam. Een aantal studentensteden hebben zo’n team en heeft daar goede ervaring mee.
Ook de gemeente Leiden was ooit, op wens van de ChristenUnie, voornemens om een huurteam in te richten, maar bij de behandeling van de Perspectiefnota in juni jl. heeft het college aangegeven daarvan af te zien. Het college heeft als motivatie voor het schrappen van de inrichting van een huurteam aangegeven dat dit geen gemeentelijk taak zou betreffen maar een taak voor de markt en voor de woningcorporaties (!).
Nu het nieuwe collegeseizoen zich weer aandient met bijbehorend ‘kamerleed’ hebben deze week de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en de Jonge Socialisten (JS) aandacht gevraagd voor de noodzaak van een huurteam in een studentenstad als Leiden. ChristenUnie Leiden ondersteunt deze oproep van harte en wil op grond van artikel 43 van het reglement van orde het college graag de volgende vragen stellen.Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 22 september 2009)
1. Wat vindt het college van de oproep van de LSVb en de JS?
In een aantal gevallen kan een huurteam een aanvulling zijn op reeds bestaande instrumenten die toezien op juiste toepassing van de huurprijswetgeving. In Leiden is er echter al een goed juridisch netwerk, zoals het juridisch loket en de huurcommissie, en gaat het om een beperkt deel van de kamervoorraad, namelijk bij een deel van de particuliere verhuurders. Een meerderheid van de studenten en werkende jongeren huren kamers bij studentenhuisvesters als SLS Wonen en DUWO, bij corporaties of bij de Stichting Huisvesting Werkende Jongeren. Bij kamers van genoemde verhuurders doen zich af en toe incidenten voor.
In het deel van de particuliere markt waar de eigenaar een kamer verhuurt in zijn woning waar hij zelf in woont, verwachten wij ook geen problemen. Voor het overblijvende deel van de particuliere kamermarkt waar zich misstanden kunnen voordoen, zijn er al verschillende laagdrempelige instanties om te helpen. In plaats van weer een instantie toe te voegen willen wij ons inzetten voor het geven van voorlichting om de bestaande mogelijkheden meer bekendheid te geven.2. Is het college bereid om terug te komen op het eerder genomen besluit om af te zien van de inrichting van een huurteam?
Neen, daar zien wij geen aanleiding toe. In de periode van juni 2009 tot heden zijn geen wezenlijke veranderingen opgetreden. Zoals al uit de beantwoording van vraag 1 blijkt gaat het in Leiden slechts om een klein deel van de markt, waardoor de kosten van huurteams relatief hoog zouden oplopen.
3. Zo, nee op welke wijze wil het college zich dan inzetten om ongewenst verhuurgedrag, zoals slecht onderhoud, hoge huren, hoge bemiddelingskosten, sleutelgeld e.d., te helpen tegengaan?
Allereerst merken wij op dat studenten in de regel beschikken over een behoorlijke zelfredzaamheid en bovendien al over veel instrumenten kunnen beschikken om – als dat nodig is - in actie te komen tegen ‘kamerleed’. Dat kan bijvoorbeeld via het laagdrempelige Juridisch Loket, dat gratis werkzaam is. Sinds kort heeft de Huurcommissie een nieuw instrument op internet gezet om zelf de redelijkheid van de huurprijs na te gaan, of om een onderhoudscheck te doen. Als de huurder er – bij achterstallig onderhoud - niet uitkomt met de huurbaas kan hij ook een beroep doen op de gemeente om het treffen van voorzieningen af te dwingen. Bij acute situaties (bijvoorbeeld bij slecht onderhouden schoorstenen of kachels waar gevaar voor koolmonoxide bestaat) kan zelfs anoniem een klacht worden ingediend.
Inmiddels hebben wij in de Task Force Studentenhuisvesting over deze problematiek gesproken met de Universiteit, de Hogeschool en vertegenwoordigers van de studentenbelangenvereniging BRES. Afgesproken is dat we gezamenlijk bezien een publiciteitscampagne te voeren om studenten en werkende jongeren te wijzen op alle mogelijkheden, ook anoniem desnoods, die er zijn om wat te doen aan ‘kamerleed’ en om hen op te roepen om daar – indien nodig – gebruik van te maken.
Tot slot wijzen wij er op dat de beste manier om ‘kamerleed’ te bestrijden is om te zorgen voor meer aanbod van goede studentenkamers, waardoor meer concurrentie ontstaat en de kwaliteit omhoog gaat.
Daar werken wij – samen met partners - hard aan.
Gevraagd door: J. CLEMENT (CU) op 18 augustus 2009 -
studentenhuisvesting
-
(ingekomen 9 september 2009)
Vorige week heeft GroenLinks bij de opening van het Academisch Jaar van de Leidse Universiteit actie gevoerd om aandacht te vragen voor de kamernood. Volgens berekeningen van de heer Bensschop, directeur van Duwo zijn er meer dan 2000 kamers tekort in Leiden. Dit komt door de snelle stijging van het aantal studenten en de afname van particuliere kamers.
GroenLinks wil nog deze Raadsperiode creatieve oplossingen om het tekort terug te dringen. Dat kan zijn door het plaatsen van spaceboxen in de stad. Hiermee is goede ervaring opgedaan in o.a. Utrecht.
GroenLinks ziet ook een goede mogelijkheid in het ombouwen van leegstaande kantoorruimten tot studentenkamers. In een compacte stad als Leiden is leegstand een luxe die we niet kunnen veroorloven.
Vandaar dat de fractie van GroenLinks op basis van artikel 45 van het reglement van de Raad de volgende vragen heeft aan het College van Burgemeesters en Wethouders.Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingekomen 27 oktober 2009)
1. Is het College van B&W het met GroenLinks eens dat deze Raadsperiode er nog een oplossing moet worden gezocht voor het grote tekort aan studentenkamers?Ja , wij doen ons uiterste best om elke kans die zich voordoet aan te grijpen om extra studentenhuisvesting te realiseren.
Zo hebben wij in de structuurvisie een drietal zoeklocaties aangewezen voor realisatie van extra studentenhuisvesting. Inmiddels zijn wij voortvarend van start gegaan met de voorbereiding van de herontwikkeling van Lammenschanspark tot studentenhuisvesting. Nog deze collegeperiode hopen wij u de uitgangspunten voor deze ontwikkeling aan u voor te leggen.
Daarnaast hebben we ook extra financiële middelen gereserveerd (onder meer uit de Nuon gelden) om meer studentenhuisvesting te realiseren. Ook voor het project Wonen boven winkels hebben we middelen gereserveerd. Ook dit project zou een goede bijdrage kunnen leveren aan de studentenhuisvesting.2. Ziet uw College mogelijkheden om in Leiden spaceboxen te laten neerzetten? Zo neen, waarom niet?
Het is om drie redenen lastig om in Leiden snel spaceboxen neer te zetten: de schaarse ruimte, de grote financiële investeringen die nodig zijn (waarvoor de gemeente geen geld heeft gereserveerd) en de procedures die nodig zijn. Voor een haalbaar project dient het bovendien om een substantieel aantal boxen te gaan; om financiële redenen en om er een acceptabel woonklimaat te maken. Er zijn gesprekken gevoerd met bedrijven die in Nederland spaceboxen neerzetten; ook zij lopen aan tegen de schaarse beschikbaarheid van grond.
3. Zo ja, waar en wanneer zouden deze kunnen staan?
Wij willen graag meewerken aan ruimtelijke ordeningsprocedures als bedrijven ergens grond vinden waar zij spaceboxen willen plaatsen.
Wij merken daarbij op dat voor het tijdelijk plaatsen van spaceboxen een bouwvergunning nodig is. De standaard doorlooptijd van een bouwaanvraag passend in het bestemmingsplan (wat doorgaans niet het geval zal zijn) is maximaal 12 weken. Indien er een ontheffingsprocedure op basis van de Wro noodzakelijk is wordt deze termijn met minimaal 6 weken verlengd, dus wordt de doorlooptijd minimaal 18 weken. Bij bezwaren is er al gauw sprake van een verlenging met een half jaar of langer.
Indien plaatsing niet in het bestemmingsplan past is de periode langer omdat een zogenoemd postzegelbestemmingsplan of een projectprocedure moet worden gevoerd. Hierbij moet enige tijd worden opgesteld voor productie, transport en montage op de bouwplaats.4. GroenLinks ziet ook een mogelijkheid in het ombouwen van leegstaande kantoorruimten. Is uw college het met GroenLinks eens dat kantoorruimteconversie een oplossing kan zijn?
In algemene zin zijn wij het met GroenLinks eens dat het ombouwen van leegstaande kantoorruimten een bijdrage zou kunnen leveren aan het verkleinen van de schaarste aan studentenkamers. Pandeigenaren maken echter de afweging of panden met een werkfunctie omgezet kunnen worden naar woonfuncties. Het is erg duur om een kantoor te verbouwen tot woningen, gezien de wettelijke eisen. Indien omzetting mogelijk is willen wij meewerken aan een bestemmingsplanprocedure.
Op enkele andere locaties zijn de voorbereidingen in gang gezet voor transformatie. Bijvoorbeeld in het Lammenschanspark, voor het zogenoemde Werninkterrein en voor een gebied nabij de Vrouwenweg.5. Graag zouden wij willen weten hoeveel vierkante meter kantoorruimte er leeg staat in Leiden.
We onderscheiden twee situaties: gebouwen in eigendom bij de gemeente en kantoorgebouwen in eigendom bij beleggers. De gemeentelijke panden zijn allemaal in gebruik, voorzien van een bestemming of moeten d.m.v. verkoop geld opleveren voor de gemeente.
Wat de panden van beleggers betreft is het beeld als volgt. Er is geen overzicht van leegstaande kantoorpanden bij de gemeente beschikbaar. Het ligt echter in de bedoeling om in regionaal verband in 2010 een monitor van bedrijfspanden op te stellen.
Volgens Funda staat er op dit moment 51.739 m2 te huur, (inclusief onvoltooide panden)6. Hoeveel daarvan is geschikt voor conversie?
Hoeveel panden geschikt zijn voor conversie naar studenteneenheden is ons niet bekend. Zie echter ook de beantwoording van de volgende vraag.
7. Als een deel van de kantoorruimten niet geschikt is? Waarom niet?
Of te huur- of te koop staande kantoorpanden geschikt zijn voor conversie hangt af van verschillende zaken:
- panden staan (nog) niet leeg, omdat al geadverteerd wordt voordat – eventueel- wordt verhuisd;
- panden zijn nog in aanbouw en pas over geruime tijd beschikbaar;
- panden staan in de milieuzonering van een bedrijventerrein waardoor bewoning niet mogelijk is of waar het woonmilieu onvoldoende is;
- panden staan in de zogenoemde ‘tweede ring’ rond het Leiden Bio Science Park die volgens het concept - Structuurvisiekaart Leiden 2025 nodig is om bedrijven die gelieerd zijn aan of toeleveraar zijn voor de bio science te kunnen huisvesten;
- bij oudere kantoorpanden kan sprake zijn van hoge verbouwingskosten i.v.m. brandveiligheid, vluchtwegen of sanering van schadelijke stoffen als bv. asbest;
- bij monumentale panden kunnen de aankoop- , verbouwings – en beheerkosten te hoog oplopen;
- bij monumentale panden kunnen de vereiste vergunningen leiden tot langere procedures en tot te hoge kosten;
- enige leegstand is nodig voor een gezonde kantorenmarkt, zogenaamde frictieleegstand;
- het gemeentelijk beleid dat de ruimte voor werkgelegenheid in de stad niet mag krimpen i.v.m. het op peil houden van de werkgelegenheid;
- de eigenaar wenst niet te verbouwen/ kan niet investeren.8. Hoeveel studentenkamers kunnen er door conversie worden gecreëerd?
Dat weten wij niet.
9. Bent u bereid met de eigenaren van de leegstaande kantoorruimten in gesprek te gaan om te zorgen dat er snel studentenkamers worden gecreëerd?
Nee.
10. Wanneer verwacht u dat de eerste studentenkamers door conversie kunnen worden opgeleverd?
Dat kunnen wij niet zeggen. Allereerst hangt dat af van de bereidheid van particuliere investeerders, die wij niet kunnen dwingen. Voor geschikte locaties dient vervolgens het bestemmingsplan te worden aangepast. De afgifte van een bouwvergunning en de uitvoering van het bouwplan kost – helaas – al gauw enkele jaren. Het voor studentenhuisvesting aanwijzen van drie grote locaties in de stad via het structuurplan, is echter een belangrijke bestuurlijke doorbraak. Die willen wij zo snel mogelijk consolideren.
Gevraagd door: P. KOS EN I. SPRONSEN (GL) op 9 september 2009 -
Hooglandse Kerkgracht 4
-
(ingekomen 12 juni 2009)
Uit informatie van de SP blijkt dat de gemeente geen eigenaar is van het pand Hooglandse Kerkgracht 4. Momenteel zijn gevestigd in het pand: Cardea Jeugdzorg en De Linkse Kerk, die onderdeel uitmaakt van de Vrijplaats Koppenhinksteeg.
Daarnaast is de SP ter ore gekomen dat Portaal het eerste recht op koop heeft van het betreffende pand. Beschouwd in het licht van de beloofde legalisering (Legaliseringsnotitie van 18 april 2007) van de Vrijplaats Koppenhinksteeg, waarmee overdracht van de panden aan de Woningstichting Ons Doel gemoeid was, rijzen vragen over de handelswijze van het college en de betrokkenheid van Portaal. Deze vragen stellen wij op grond van artikel 43 van het reglement van orde. Wij stellen het zeer op prijs als u de vragen voor het zomerreces zou kunnen beantwoorden.
Eigendom
In een brief van de gemeente, dd 14 juni 2000, kenmerk 17248, staat dat het pand Hooglandse Kerkgracht 4 niet in bezit is van de gemeente, maar dat de eigenaar de Woningbouwvereniging Leiden is. De Woningbouwvereniging Leiden maakt na een fusie deel uit van het huidige Portaal.Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 7 juli 2009)
1. Klopt het dat Portaal de huidige eigenaar is van de Hooglandse Kerkgracht 4, zoals uit de brief blijkt? Zo niet, waarom wordt dan gesteld?
Nee. Bij de verzelfstandiging van Woningbouwvereniging Leiden is dit pand niet overgegaan in eigendom naar Portaal. Per brief d.d. 21 maart 2006 heeft Portaal aangegeven af te zien van het recht om Hooglandse Kerkgracht 4 alsnog in eigendom te verkrijgen. Dit wordt andermaal bevestigd door Portaal in een brief d.d. 7 oktober 2008.
2. Hoe kan het dat, wanneer de gemeente niet de eigenaar is van het pand, zij de Hooglandse Kerkgracht 4 wilde overdragen aan Ons Doel in het kader van de legalisering en hoe?
Zie antwoord op vraag 1.
De SP heeft vervolgens verder gezocht naar de eigendomssituatie bij dit pand. We stuitten op een raadsvoorstel uit 1994, nummer 94.0105.
3. In het raadsvoorstel staan verschillende bijlagen genoemd. De SP vraagt u om alle bijlagen uit het raadsvoorstel.
Raadsvoorstel 94.0105 is inclusief bijlagen is als bijlage toegevoegd aan de beantwoording.
4. De SP vraagt u om de overeenkomst die indertijd is afgesloten met de Woningbouwvereniging Leiden.
Als de overeenkomst in de tussentijd is veranderd, wil de SP tevens graag de nieuwe overeenkomst.Als wordt gedoeld op de overeenkomst behorende bij raadsvoorstel 94.0105 dan is deze bijgevoegd (zie antwoord 3)
5. Is de overeenkomst nog steeds van kracht, en waarom wel/ niet?
Ja.
In het raadsvoorstel wordt gesproken over uitgifte in erfpacht, onder meer van het pand Hooglandse Kerkgracht 4. Op pagina 10 van het raadsvoorstel wordt echter ook gesproken over economische en juridische overdracht.
6. Wat wordt er met die 'overdracht' bedoeld? Met andere woorden: heeft de gemeente m.b.t. het pand rechten overgedragen aan derden, bijvoorbeeld het huidige Portaal, zo ja welke en kunnen wij van de overeenkomst een afschrift ontvangen?
Overdracht betekent leveren aan een andere partij. Ten aanzien van onderhavige casus heeft geen overdracht plaatsgevonden.
7. Wie is nu de eigenaar van het pand, en waaruit blijkt dat?
De gemeente Leiden is eigenaar van de panden. Dit is na te gaan in het Openbaar Registers (Kadaster).
8. Wie is nu de eigenaar van de grond,en waaruit blijkt dat?
De gemeente Leiden is eigenaar van de grond. Ook dit is na te gaan in het Openbaar Register.
Recht op eerste koop
Uit andere bronnen is de SP ter ore gekomen dat Portaal het eerste recht op koop heeft op de Hooglandse Kerkgracht 4.9. a. Heeft Portaal het eerste recht op koop, en waarom?
Zie antwoord op vraag 1.
9. b. Indien Portaal niet het eerste recht op koop heeft, wie dan wel en waarom? De SP vaagt u om de overeenkomst met diegene die het eerste recht op koop heeft.
Er zijn, voor zover bekend, geen andere afspraken gemaakt met andere partijen over een recht van eerste koop.
10. Welke tegenprestatie is er geleverd om dit eerste recht te verkrijgen?
Niet van toepassing
11. En onder welke voorwaarden zal er afstand gedaan worden, of is er afstand gedaan van dit eerste recht op koop?
Als er al zodanig gesproken zou kunnen worden van een recht van eerste koop is daar door Portaal middels eerder genoemde brieven (zie antwoord op vraag 1) al afstand van gedaan.
12. Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd over deze constructie, alsmede de bovenstaande vragen?
Het betreft hier een handeling in verkoop van vastgoed welke een bevoegdheid betreft van ons College. Omdat hierover wat ons betreft geen onduidelijkheid heeft bestaan hebben wij gemeend de raad niet expliciet hierover te informeren.
Huidige verkoopproces
13. Wat zijn de gevolgen van de twee punten (het eigendom en het recht op eerste koop) voor de huidige gebruiker van het pand Cardea Jeugdzorg? Is het college van plan om Cardea te ontruimen?
Ten aanzien van deze twee punten zijn er geen directe gevolgen voor Cardea. Wel zijn wij met Cardea in gesprek inzake de mogelijkheid voor herhuisvesting. Zij vormen geen onderdeel van de ontruimingstitel die wij voor ogen hebben voor het gehele complex en gaan ervan uit dat wij met Cardea een passende oplossing kunnen vinden voor hun huisvestingsvraag.
14. Wat zijn de gevolgen van deze twee punten (of kunnen de gevolgen zijn) voor het verkoopproces en de eventuele geïnteresseerde koper(s)?
Geen.
Het huidige college is in 2008 een procedure gestart om de Vrijplaats Koppenhinksteeg, inclusief Hooglandse Kerkgracht 4, te verkopen tegen eerdere besluitvorming en beloften in. Het betrof een onderhandse verkoopprocedure.
15. Heeft het college Portaal gevraagd de Hooglandse Kerkgracht 4 te kopen, en waarom wel/niet?
Dit was niet meer nodig gezien eerdere briefwisseling.
De SP vindt het stil vanuit het college ten aanzien van de verkoopprocedure, terwijl het college met grote woorden en zogenaamd veel haast de wens om tot verkoop van het complex over te gaan aankondigde. Om die reden vragen wij u naar de huidige stand van zaken. Uit informatie die tot ons is gekomen heeft de SP vernomen dat het college met verschillende gegadigden in gesprek is.
16. Met hoeveel eventuele kopers is het college in gesprek en waarom?
Inmiddels is u bekend wie de koper is. De reden van de stilte ligt in het feit dat de onderhandelingen met de kandidaat kopers en de daarop volgende contractuele besprekingen zorgvuldig moesten worden afgehandeld. Uiteindelijk is met drie kandidaten gesproken. De andere kandidaten zijn eerder uitgesloten van verdere gesprekken vanwege incomplete biedingen of omdat ze niet voldaan hebben aan de voorwaarden.
17. a. Hoeveel van de biedingen bieden of boden mogelijkheid voor het behoud van de vrijplaats?
Twee kandidaten hebben aangegeven de huidige situatie te willen handhaven.
17. b. En hoeveel van deze biedingen behoren tot de geselecteerde biedingen waar het college zich momenteel over buigt?
Geen van deze biedingen is meegenomen in de verdere onderhandelingsgesprekken.
18. Is er zicht op verkoop en op welke termijn?
Dit is inmiddels duidelijk.
Gevraagd door: L. RADEMAKERS en E. DE BAKKER (SP) op 12 juni 2009 -
Mogelijke ontvreemding van vastgoed behorend bij ateliercomplex Haagweg 4
-
(ingekomen 19 maart 2009)
Gisteren, 17 maart 2009, kwam plots het verhaal uit de lucht vallen, zonder dat iemand van de Stichting De Leidse School/Haagweg 4 er iets van wist, dat zonder enig overleg met voornoemde Stichting er plannen zijn gemaakt om 2 gebouwen, behorend bij Haagweg 4 af te breken (de als atelier in gebruik zijnde “metselloods” en de “staalloods”) plus ongevraagd een herbestemming te geven aan de “gymzaal” als kantine voor Stichting Stadsparkeerplan/SSL.
Deze ruimten worden echter door Stichting De Leidse School/Haagweg 4 intensief gebruikt en vormen een wezenlijk onderdeel van hun ateliercomplex.
Nu, na jarenlang loze beloften van het College te hebben moeten slikken, dacht het ateliercomplex eindelijk in rustiger vaarwater te zijn beland nu de noodzakelijke renovatie eindelijk zijn beslag gaat krijgen en komt dit bericht als donderslag bij heldere hemel.
De voorzitter van de Stichting de Leidse School/Haagweg 4 mocht gisteren van de directeur van Stichting Stadsparkeerplan/SSL vernemen dat “het hem wel zou lukken met die gebouwen”.
Gisterenavond, tijdens een vergadering van de Commissie Ruimte en Bereikbaarheid, maakte de verantwoordelijk wethouder Witteman, bij het tonen van een plattegrond van het Haagweg parkeerterrein, tussen neus en lippen door de typerende opmerking “die gebouwtjes kunnen weg”.
Ruim een week geleden heeft de directeur van Ins Blau en de Jeugdtheaterschool (ook gebruiker van het ateliercomplex) met wethouder JJ de Haan afgesproken te onderzoeken of het voor hen haalbaar is de “gymzaal” in te richten als vlakke-vloertheater met 180-200 zitplaatsen. Kennelijk wist deze wethouder niet dat er binnen zijn eigen college wederom met de botte bijl en zonder enig overleg ingehakt werd op de laatste restjes nog levende cultuur in Leiden.
Er heerst nu opnieuw grote onzekerheid over mogelijke afbraak en/of herbestemming van voornoemde gebouwen. Daar dit Collegegedrag een steeds vaker voorkomend fenomeen schijnt te worden in Leiden en de Stadspartij Leiden Ontzet zich daar, samen met de Stichting de Leidse School, grote zorgen over maakt, verzoeken wij u, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:Vooraf merken wij ter verduidelijking het volgende op. De gymzaal (zie bijlage) maakt onderdeel uit van het renovatieplan Haagweg 4 en is daarin opgenomen als commerciële ruimte voor creatieve economie. De Jeugdtheaterschool/Ins Blau heeft belangstelling getoond om deze ruimte te huren t.b.v. de verplaatsing van de huidige theaterzaal op de begane grond van de Haagweg 4. Daarnaast zoekt men nog naar (twee) aanvullende leslokalen.
De metselloods achter de gymzaal staat op het terrein van de school, maar maakt geen onderdeel uit van de renovatie. De metselloods bestaat uit twee aaneengeschakelde gebouwen: de metsellokalen en een opslagruimte van metaal, ook wel de staal- of ijzerloods genoemd. Het geheel staat bekend als metselloods. Wegens zeer slechte bouwkundige staat, is reeds lange tijd het voornemen om dit complex te slopen. In de oorspronkelijke plannen rond Bon-bon bloc (ontwerp-bestemmingsplan Haagwegterrein) zou deze locatie na sloop en sanering groen blijven.
Daarachter staat nog een groene loods, ook bekend als de Romneyloods. Deze staat op het La Linea-kavel en heeft geen relatie met de Haagweg 4.Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 31 maart 2009)
1. Waarom is de Stichting De Leidse School/Haagweg 4 niet op de hoogte gebracht van deze vergaande plannen?
De SDLS is bekend met de bouwkundige staat van de metsel- en staalloods (hieronder kortweg ‘metselloods’ genoemd) en de uitsluiting van deze loods in de renovatieplannen voor Haagweg 4. De metselloods maakt geen onderdeel uit van de tekeningen en berekeningen, waarover met het bestuur gesproken is. Het voornemen van de sloop van de loods is bekend bij de stichting. De twee beeldhouwers die verplaatst moeten worden wanneer de loods gesloopt zal worden, maken onderdeel uit van het geheel van verplaatsingen, als gevolg van de renovatie.
Ten aanzien van de gymzaal: de hiervoor gesuggereerde ‘vergaande plannen’ (kantine in de gymzaal) zijn geen onderdeel van de plannen die de gemeente voorstaat. De gymzaal blijft onverdeeld onderdeel van het Haagweg 4 complex en zal in die hoedanigheid worden meegenomen in de renovatie van het complex.2. Waarom gebeurt dit achter de schermen en achter de rug van voornoemde Stichting?
Er is geen besluit over sloop van de metselloods achter de rug van de stichting om genomen en van de vestiging van de kantine in de gymzaal is geen sprake. Nieuw is wel het idee om te bezien of de locatie van de (te slopen) metselloods gebruikt kan worden voor facilitaire ruimten van de SSL. Ook nieuw is gedachte om ter plekke te bezien of er mogelijk (tijdelijke) voorzieningen voor de Jeugdtheaterschool (JTS) gevestigd kunnen worden. Beide ideeën dateren van zeer recent en wijzigen de uitvoering van het renovatieplan van Haagweg 4 niet.
3. Is het College op de hoogte van het feit dat “de metselloods” en “de gymzaal” volledig legaal in gebruik zijn en dat deze ruimten al sinds jaar en dag behoren bij het ateliercomplex?
Het gebruik van metselloods en gymzaal valt binnen de gebruiksafspraken die na de start van Haagweg 4 (jaren geleden) met de gebruikers zijn gemaakt. In het renovatieproject Haagweg 4 is al in een vrij vroeg stadium besloten de metselloods niet op te nemen in het project en dat rekening gehouden moet worden met herhuisvesting van de kunstenaars die daar nu gebruik van maken. De gymzaal is wel in het uitvoeringsbesluit Renovatie Haagweg 4 meegenomen.
4. Is het College het met de Stadspartij Leiden Ontzet(SLO) eens dat dit soort wild-west bestuurstijl uiterst schadelijk is voor het bestuursimago van de Stad Leiden?
Wij hebben geen uitspraken gedaan over de gymzaal in combinatie met de SSL. In de commissie is dit door een van de raadspartijen naar voren gebracht. Wij hebben echter duidelijke afspraken gemaakt over de gymzaal en beraden ons daarnaast op de mogelijkheden van de locatie van de te slopen metselloods.
De voorstelling van zaken zoals u deze schetst passen niet in het beeld dat wij hebben bij de plannen die wij voorstaan met zowel het Haagwegterrein als met Haagweg 4. Het college probeert momenteel verschillende wensen van partners in de stad, die betrekking hebben op hetzelfde perceel, tegen elkaar af te wegen. Betreffende partners zijn hiervan op de hoogte.5. Kan het College aangeven waarom de ambtelijke projectleider van de renovatie van het ateliercomplex de Stichting de Leidse School/Haagweg 4 niet op de hoogte heeft gebracht van deze manoeuvre? En kan het College exact aangeven sinds wanneer voornoemde projectleider op de hoogte is van deze afbraak- en ontvreemdingsplannen?
Het genoemde idee m.b.t. de gymzaal was zowel ambtelijk als bestuurlijk bij ons niet bekend. Bij de Raadscommissie van 17 maart zijn deze gedachten pas geopperd, maar niet door ons, noch door een van de projectleiders. Inmiddels is contact geweest met het bestuur van de Haagweg 4 en is uitgelegd dat wij niet bekend zijn met deze ideeën/wensen en nog altijd conform de afspraken van het Uitvoeringsbesluit Renovatie Haagweg 4 handelen.
6. Kan het College exact aangeven wanneer Collegelid wethouder JJ de Haan op de hoogte werd gesteld van deze plannen? En hoe zijn reactie was?
Deze is pas bekend met het idee van een kantine in de Gymzaal sinds de commissievergadering van 17 maart, aangezien het daar voor het eerst genoemd is door een raadsfractie. Dit idee past niet in het beeld dat de wethouder heeft bij de ontwikkelingen aldaar en de renovatieplannen worden dan ook uitgevoerd zoals ze zijn vastgesteld.
7. Kan het College exact aangeven sinds wanneer wethouder M. Witteman op de hoogte is van deze plannen? En waarom hij het niet nodig vond daarover te communiceren?
Deze is pas bekend met het idee betreffende de gymzaal sinds de commissievergadering, aangezien het daar voor het eerst genoemd is door een raadsfractie. (zie 6).
Met betrekking tot de metselloods: op 5 maart werden beide wethouders per e-mail op de hoogte gebracht dat er meerdere, verschillende mogelijkheden bestonden inzake de invulling van de vrijkomende ruimte na de reeds lang voorgenomen sloop van de metselloods. Betrokken belanghebbenden (Jeugdtheaterschool en SSL) zijn binnen enkele dagen op de hoogte gebracht van het feit dat er meerdere ideeën voor de invulling van die vrijkomende grond bestonden en dat niet bij voorbaat zeker was of beide ideeën gerealiseerd konden worden.8. Is het College het met de Stadspartij Leiden Ontzet eens dat het de taak van betreffende wethouders is om de Stichting de Leidse School/Haagweg 4 tevoren alle informatie te verschaffen omtrent plannen die het ateliercomplex betreffen? Inclusief plannen van derden waar zij weet van hebben?
Indien het concrete plannen zouden zijn, achten wij het noodzakelijk om alle betrokken partijen daarvan op de hoogte te stellen. Het idee van een kantine in de gymzaal was ons echter niet bekend. De recente ideeën voor vrijkomende locatie van de metselloods wijzigen het renovatieplan Haagweg 4 niet en bevinden zich in een verkennende stadium. JTS en SSL zijn binnen enkele dagen op de hoogte gesteld.
9. Kan het College aangeven wat voor afspraken er inmiddels met derden gemaakt zijn en exact aangeven wanneer deze afspraken zijn gemaakt en/of er verplichtingen zijn aangegaan?
Er zijn geen bindende afspraken met derden gemaakt ten aanzien van de metselloods en de gymzaal waarvan de Haagweg 4/SDLS niet op de hoogte is. Aan SSL en JTS is medegedeeld dat verschillende wensen (bij voorkeur in combinatie) verkend worden op ruimtelijke en financiële haalbaarheid.
10. Is het College het eens met de Stadspartij Leiden Ontzet (SLO) dat het College, met deze werkwijze, de schijn op zich laadt dat een paar geparkeerde autootjes blijkbaar veel belangrijker zijn dan kunstenaars die hard aan het werk zijn om Leiden op de culturele kaart te houden en het normaal en correct communiceren met betrokken partijen vanzelfsprekend standaard protocol dient te zijn?En zo nee: waarom niet?
Nee, geen van de recente wensen, die deels uit de Haagweg 4 voortkomen en deels op de SSL betrekking hebben, zijn een belemmering voor de realisatie van het uitvoeringsbesluit Haagweg 4, zoals dat door de gemeenteraad is aangenomen. Op dit moment wordt uitgezocht of beide –additionele- wensen inzake de vrijkomende grond combineerbaar zijn.
Gevraagd door: J. BOER (SLO) op 19 maart 2009 -
Renovatiekosten van de Vrijplaats Koppenhinksteeg
-
(ingekomen 12 januari 2009)
De Leidse SP-fractie is een kostenbegroting van de renovatie van de Koppenhinksteeg onder ogen gekomen, de zogenaamde bijlage II. Deze bijlage hoort bij een brief van de Woonstichting Ons Doel aan de gemeente Leiden uit 2006.
Op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde heeft de SP-fractie de volgende vragen aan het college van burgemeester en wethouders.
Het college weigerde eerder deze renovatiebegroting ten tijde van debatten in het voorjaar van 2008 openbaar te maken en te betrekken in het debat. Dit blijkt o.a. uit de beantwoording van technische vragen van 13 mei 2008 en uit het debat op 8 april 2008 in commissie Ruimte en Bereikbaarheid. Terwijl de debatten voor een groot deel over de betaalbaarheid van de legalisering ging en het vermeende financiële tekort. Het kostenoverzicht heeft het college nu openbaar moeten maken door een Wob (wet openbaarheid bestuur)-verzoek van de Stichting Ontmoetingsruimte De Linkse Kerk.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 24 februari 2009)
1. Waarom heeft het college dit kostenoverzicht niet eerder openbaar gemaakt hoewel de SP er zelfs om heeft gevraagd in de vergadering van de commissie Ruimte en bereikbaarheid 8 april 2008?
De betreffende informatie is bedrijfsgevoelige informatie die ten tijde van de discussie niet openbaar gemaakt hadden kunnen worden in het belang van de prijsvorming die Ons Doel nog met aannemers had moeten starten indien toch nog door u was gekozen voor legalisering. Bij het WOB-verzoek is in overleg met Ons Doel aangegeven dat de betreffende informatie alsnog openbaar gemaakt zou mogen worden omdat er op dat moment inmiddels bestuurlijk gekozen was voor verkoop van het complex.
Bijlage II is overigens een gedateerd overzicht van september 2007.2. Waarom achtte het college destijds (antwoord 13 mei 2008, vraag 11) rapporten van Ons Doel niet openbaar?
Zie antwoord vraag 1.
Er vallen in het kostenoverzicht een aantal zaken op. Zoals bekend schreef het college op 25 maart 2008 (DIV-2008-4257) een brief aan de gemeenteraad waarin zij het voornemen uit om het legaliseringsproces van de Vrijplaats te stoppen. Een vermeend financieel tekort van ongeveer 3 ton voerde het college aan als reden. De SP ontdekt echter in het kostenoverzicht voor de renovatie dat er zaken worden gerekend tot de legalisering van de Vrijplaats, die niet tot de Vrijplaats behoren.
Het gaat om ‘bouwkundige werkzaamheden buitenkant’ van de Koppenhinksteeg 6 en de Hooglandse Kerkgracht 4A, een grote ‘bovenwoning’ die niet in gebruik is door de Vrijplaats. Het betreft een ruimte van de drukkerij Nautilus en de bovenverdieping die in gebruik is door Cardea Jeugdzorg. Deze panden worden wél meegerekend in de renovatiekosten, maar komen níet terug in de brief van 25 maart 2008.
Ook in de Legaliseringsnotitie uit 2007 wordt er niets gezegd over de Hooglandse Kerkgracht 4A, of over de renovatie van Koppenhinksteeg 6. Op bladzijde 19 van de notitie wordt bij de ‘afdoening van de motie’ ook niets gezegd over de twee genoemde panden.
Op 4 april 2008 beantwoordt het college schriftelijke vragen van de SP-raadsleden Eva de Bakker en Julian van der Kraats. Daarin vragen zij letterlijk waar het financiële tekort zit (vraag 3), maar verzuimd het college een concreet antwoord. Laat staan een specificatie van de begroting renovatiekosten, welke basis zijn van de onderhandelingen met Ons Doel over de gemeentelijke bijdrage aan hen, waar het financiële tekort uit voortkomt. Het college heeft dus bij de gemeenteraad en de betrokkenen voortdurend in de openbaarheid- naar nu blijkt onterecht- de suggestie gewekt dat de twee panden niet zouden drukken op het vermeende financiële tekort, zoals dat door het college is gesteld. En wat de reden was om de legalisering te stoppen.
3. Waarom is het college blijven rekenen met een kostenoverzicht van de renovatie welke gebaseerd is op verkeerde veronderstellingen, namelijk het meetellen van panden die niet behoren tot de Vrijplaats?
In de legalisatienota van 18 april 2007 is nadrukkelijk opgenomen dat Ons Doel het gehele complex – voor zover eigendom van de gemeente Leiden – zou kopen voor één euro en de renovatie van het complex ter hand zou nemen, dus inclusief Hooglandse Kerkgracht 4a en Koppenhinksteeg 6.
In het project is zowel door Ons Doel als door de gemeente Leiden altijd rekening gehouden met het gehele complex.
In de plannen zijn wij samen met Ons Doel altijd uitgegaan van de betrokkenheid van het gehele blok dat in eigendom is van de gemeente. Dus inclusief de Hooglandse Kerkgacht 4A en de Koppenhinksteeg 6. In de notitie Legalisering Vrijplaats Koppenhinksteeg zijn beide panden weldegelijk meegenomen in het voorstel, zowel wat betreft de kosten als de opbrengsten. Er is dus geen sprake van verkeerde veronderstellingen maar van een kostenoverzicht op basis van renovatie van het gehele blok aan de Koppenhinksteeg dat in eigendom is van de gemeente Leiden.4. Welk deel van het gesignaleerde financiële tekort rust precies op de Vrijplaats?
Het financiële tekort betreft een exploitatieresultaat van het complex waarbij de investeringen die gemaakt zijn om het gebouw te renoveren moet worden terugverdiend. Het is niet duidelijk aan te geven welk deel van het tekort op welk onderdeel van het complex drukt omdat altijd naar het geheel is gekeken.
Gezien de grote van de verschillende panden en de status van het onderhoud ervan is het de verwachting dat het overgrote deel (ruim 2/3e) van de investering zal plaatsvinden in Hooglandse Kerkgracht 4/4a/Koppenhinksteeg 2. De minste investering zal betrekking hebben op Koppenhinksteeg 6.
Aan de opbrengstenkant zit de verdiencapaciteit van het gehele complex voornamelijk in de appartementen van Hooglandse Kerkgracht 4a (huurprijs op basis van puntentelling) en de Koppenhinksteeg 6. De huuropbrengsten van de Vrijplaats zijn naar verhouding lager.
5. Welk deel van het tekort rust precies op het pand Hooglandse Kerkgracht 4A (bovenwoning) en welk deel precies op het pand Koppenhinksteeg 6?
Zie antwoordt op vraag 4.
(De investeringen die hier gedaan zouden moeten worden zijn stukken lager. Wat huurinkomsten betreft is de huur van 4A redelijk marktconform en is de huur van Nautilus ongeveer de helft van de marktconforme waarde. Bij de laatste moet worden aangetekend d
6. Zoals hierboven gesteld is er in de brief van het college van 25 maart 2008 geen melding gemaakt van deze panden. Waarom heeft het college er in de brief toen of op een ander moment niets over gezegd in het kader van de renovatiekosten?
Wij hebben bij de ontwikkelingen over de Koppenhinksteeg altijd gesproken over de ontwikkeling van het gehele complex.
7. Heeft het college bewust het renovatiekostenoverzicht achtergehouden om het draagvlak van het stoppen van het legalisatieproces te vergroten, en waarom?
Nee, er is niets achtergehouden
De SP is van mening dat de foutieve voorstelling van zaken in de renovatiebegroting reden moet zijn om het stopzetten van het legaliseringsproces van de Vrijplaats te heroverwegen.
8. Is het college het eens met de SP-fractie? Zo nee, waarom niet?
Nee. Er is geen foutieve voorstelling van zaken gegeven.
9. Wat gaat het college doen in de richting van alle betrokkenen nu deze verkeerde voorstelling van zaken aan het licht is gekomen?
Zie vraag 8. Er hoeft aangaande dit onderwerp geen actie ondernomen te worden richting betrokkenen.
Gevraagd door: E. DE BAKKER (SP) op 12 januari 2009 -
Vergunningaanvragen en drukkerij Nautilus, Koppenhinksteeg 6
-
(24 augustus 2009)
Op 23 juli jl zijn er een bouwvergunning- en een monumentenvergunning aangevraagd door de beoogde koper Atrium Vastgoedontwikkeling BV over de panden aan de Koppenhinksteeg en de Hooglandse Kerkgracht. Ook zijn er onduidelijkheden gerezen over de positie van de drukker Nautilus.
Ondanks het feit dat er nog juridische procedures lopen tussen de vrijplaats en de gemeente, waarbij de kans aanwezig is dat de gemeente verliest en daarmee de koop van de panden door Atrium BV (de heer H. Bakker) niet door zal kunnen gaan, heeft mijn mijn fractie vragen aan het college van B&W op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde.
Vergunningen
Ten eerste is er onduidelijkheid over het aantal appartementen die dhr. Bakker wil bouwen. In de aanvraag voor de bouwvergunning wordt gesproken over 11 koopappartementen. De gemeente heeft eerder gesproken over 20 appartementen. Uit de tekeningen bij monumentenvergunning aanvraag of de plantoelichting van architektenburo Hans Bakker blijkt dat er 13 appartementen komen. Uit de tekst bij de plananalyse van Bureau Monumenten en Archeologie blijkt dat het om 20 appartementen gaat.Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 13 oktober 2009)
1. Om hoeveel appartementen gaat het nu?
13 appartementen.
2. Wat is de mening van het college over de verschillende aantallen die genoemd worden?
De aanvrager heeft ervoor gekozen om de aanvraag in te trekken en een gewijzigde aanvraag in te dienen.
3. Hoe kunnen de vergunningaanvragen al in behandeling worden genomen als er verschillende aantallen worden genoemd, hoewel de bouw van appartementen voor het college zo belangrijk lijkt?
Zie antwoord vraag 2.
Ten tweede, in de aanvraag voor de bouwvergunning noemt dhr. Bakker een aanneemsom van 860.000 euro, terwijl het college heeft gezegd dat alleen de cascorenovatie al 1,4 miljoen euro zou kosten. Dit wordt beaamd in een 'financieel overzicht van 11 maart 2008' waarin staat dat Woonstichting Ons Doel op vraag van de gemeente de begroting heeft doorgelopen in december 2007 en de renovatie berekende op 1.471.819 euro, waar dat enkele maanden daarvoor nog 1.650.000 euro was.
Uit hetzelfde financiële overzicht staat dat de gemeente bij commerciële herontwikkeling uitgaat van een bedrag van 3,9 miljoen euro voor het renoveren en/of herbouwen.4. Wat zijn nu de werkelijke kosten?
In de gewijzigde aanvraag om een bouwvergunning heeft de aanvrager een aanneemsom van € 1.247.600 opgenomen. De werkelijke kosten zijn de kosten die de eigenaar zal maken bij de herontwikkeling van het complex zijn pas na afloop bekend.
5. Hoe kan het college de grote verschillen verklaren?
De bedragen hebben betrekking op de ontwikkelkosten die diverse partijen hebben opgesteld op basis van wisselende aannames en variabelen.
6. Welk bedrag moet dhr. Bakker betalen aan leges?
De bij verordening vastgestelde bedragen. Op basis van de opgegeven bouwkosten: bouwvergunning €26.088,56, monumentenvergunning €5.217,7. Totaal derhalve €31.306,37
7. Kan het zo zijn dat dhr. Bakker een lagere bouwsom opgeeft, zodat de kosten van de leges worden gedrukt?
Dat is ons niet bekend.
8. Zo ja, wat is de mening van het college hierover? Zo nee, welke consequenties verbindt het college hieraan?
Indien de bij een vergunningaanvraag opgegeven bouwkosten naar onze mening te laag zijn, zullen deze door ons ambtshalve worden vastgesteld.
Drukkerij Nautilus
In de Legaliseringsnotitie van 18 april 2007 wordt door B&W toegezegd, dat indien Bar & Boos niet gelegaliseerd kan worden, Nautilus als eerste de beschikbare ruimte krijgt aangeboden. In de tekeningen bij de aanvraag voor de bouwvergunning staat Nautilus op Koppenhinksteeg 6 ingetekend. In de plantoelichting van architektenburo H. Bakker, dd 20 juli 2009 , lezen we echter: “(...) na uitplaatsing van dit bedrijf zullen in dit deel jongerenappartementen worden gebouwd.”
In de plananalyse van Bureau Monumenten en Archeologie lezen we echter dat er 6 appartementen staan gepland en wordt de drukker niet genoemd. Op de plek van Bar & Boos staan 5 appartementen gepland.9. Kunnen we uit bovenstaande afleiden dat drukkerij Nautilus heeft afgezien van uitbreiding naar de begane grond van Koppenhinksteeg 4 en waar blijkt dit uit? Zo nee, waarom niet?
In de (nieuwe) bouwaanvraag is met de positie van Nautilus rekening gehouden conform de gemaakte afspraken in de verkoopovereenkomst.
10. Blijft drukkerij Nautilus nu wel of niet gevestigd op de Koppenhinksteeg 6, waarom wel/ niet? En waar blijkt dat uit?
Zie antwoord vraag 9. De toekomstige huisvesting is een eigen ondernemingsbeslissing van Nautilus.
11. Was het college op de hoogte van een eventuele uitplaatsing van Nautilus? Zo ja, welke locatie zal de drukker betrekken en op welke termijn?
Zie antwoord vraag 9.
12. Zo ja, waarom is de uitplaatsing van Nautilus niet eerder met de gemeenteraad gedeeld?
Zie antwoord vraag 9.
13. Wat zijn de consequenties voor de tegenstrijdige informatie over de drukker in de aanvragen van de heer Bakker?
Zie antwoord vraag 9.
De SP is een intern stuk in handen gekomen. Het betreft een ambtelijke reactie op een persbericht van de wijkvereniging Pancras-West uit januari 2007. In de reactie staat:
“Overigens is er zicht op de oplossing van de ruimtenood van drukkerij Nautilus: in overleg met Ons Doel wordt bekeken of de panden oostelijk van drukkerij Nautilus voor vervanging in aanmerking komen. Dat zijn geen monumenten of beeldbepalende panden. Bij vervangende nieuwbouw met inbegrip van woonruimten op de verdiepingen ontstaat een belangrijke verbetering van de financiële grondslagen voor de plannen m.b.t. het hele complex. Aan Nautilus kan ruim 300 m2 bedrijfsruimte op de begane grond worden aangeboden. Als deze gereed is kan met volstaan met een verhuizing naar de naastgelegen ruimten.”
14. Is deze tekst nog van toepassing? Zo nee, waarom niet?
Nee. Ons Doel is geen partij meer. Zie verder antwoord vraag 9.
15. Zo ja, op welke wijze komt het terug in de plannen van dhr. Bakker?
Zie de vergunningaanvragen van de eigenaar van het complex.
Kosten uitplaatsing Nautilus
Drukkerij Nautilus is in het verleden beloftes gedaan door de gemeente, zoals hierboven genoemd. Ook komen we in het financieel overzicht Koppenhinksteeg dd 11 maart 2008 verschillende bedragen tegen waar Nautilus eventueel aanspraak op zou kunnen maken.In het financiële overzicht staat: “Nautilus bij handhaving: (...)
Bij gefaseerde uitbreiding zal er een huurcompensatievergoeding in beeld gebracht moeten worden (nieuw voor oud). Ook zal er een verhuisvergoeding moeten worden uitgekeerd. Naar verwachting zullen de kosten maximaal rond de € 150.000 liggen.
Bij bedrijfsverplaatsing moet eerst een geschikte locatie gevonden worden. Indien die gevonden is moet rekening gehouden worden met een schadeloosstelling van meer dan € 100.000 en een verhuis- en inrichtingsvergoeding van een zelfde bedrag. Naar schatting zullen de totale kosten circa € 250.000 zijn.
Liquidatie is de duurste variant en moeilijk te bepalen.
Afgezien van het lange onderhandelingstraject moet rekening gehouden worden met een hoge afkoopsom die naar alle verwachting het dubbele zal zijn van de kosten bij bedrijfsverplaatsing. Het advies van de afdeling Vastgoedontwikkeling en Grondzaken is om deze mogelijkheid te voorkomen.”Zoals gezegd is het op dit moment totaal onduidelijk voor de gemeenteraad wat er met Nautilus gaat gebeuren en onder welke voorwaarden. Terwijl de drukker al jaren werkzaam is op de huidige locatie en afhankelijk is van de stappen van het college.
16. Heeft het college contact gehad met Nautilus over de huidige situatie en de genoemde bedragen? Zo nee, waarom niet?
Nee, dit is een zaak van de koper. Wij houden de koper aan de overeenkomst.
17. Zijn er voor de gemeente in de huidige situatie met Bakker kosten verbonden aan het uitplaatsen van Nautilus?
Nee, zie antwoord op vraag 16
18. Over welke bedragen gaat het precies (verhuisvergoeding, schadeloosstelling en/ of huurcompensatie)?
Zie antwoord op vraag 16
19. Komen deze kosten voor rekening van de gemeente en zo ja, waaruit wordt het betaald?
Nee, zie antwoord vraag 16.
20. Kunnen deze kosten aangemerkt worden als onrechtmatige staatssteun en waarom wel/ niet?
Niet van toepassing.
Op 25 maart jl heeft wethouder Van Woensel op vragen van de SP de 11 criteria doorgegeven, zoals deze door het college zijn gesteld, waaraan een bieding op de panden aan moest voldoen.
21. Als er sprake is van uitplaatsing van Nautilus, hoe verhoudt zich dat tot de 11 verkoopcriteria, zoals die gesteld zijn door het college met name de laatste, om überhaupt mee te mogen doen aan de bieding op de panden? (graag per criteria antwoorden)
Zie antwoord op vraag 9.
De 11 criteria:
Akkoordverklaring met de disclaimer gemeente Leiden
Akkoordverklaring met de dataroom Protocol DTZ Zadelhoff
Akkoordverklaring met de procesletter
Aanwezigheid van een schetsplan
Aanwezigheid van minimaal twee referentieprojecten
Aanwezigheid van legitimatiebewijs inschrijver(s)
Aanwezigheid van bankgarantie van een bankinstelling
Aanwezigheid van indicatief biedingformulier
Juiste ondertekening van de diverse documenten
Passendheid van schetsplan in het vigerende bestemmingsplan
Toetsing aan de voorwaarde om de begane grond van Koppenhinksteeg 4 als eerste aan te bieden aan de huurder van Koppenhinksteeg 6.
Gevraagd door: L. RADEMAKERS en E. DE BAKKER (SP) op 24 augustus 2009 -
Verbouwplannen winkelcentrum Stevenshof
-
(19 augustus 2009)
De voortgang van de verbouwplannen voor het winkelcentrum Stevenshof baart onze fractie zorgen. Meerdere malen hebben wij het college verzocht alles in het werk te stellen tot een goede oplossing te komen in overleg met bewoners en de eigenaar van het winkelcentrum.
Daarbij hebben wij ook aandacht gevraagd voor een goede communicatie richting bewoners en betrokken winkeliers.
Uiteraard betreft het hier een plan dat veel overleg en afstemming vergt en goede wil van meerdere kanten. Tot juni leek het erop dat dit proces nu goed verliep.Tot ons het bericht bereikte van het college dat de eigenaar van het winkelcentrum aangegeven zou hebben het plan Stevensbloem op de lange baan te schuiven, vanwege problemen met de gemeente rond de locatie Stationsweg.
Hierop hebben wij een handtekeningenactie gehouden onder bewoners om de eigenaar en supermarkten op te roepen wél door te gaan met (het overleg over) de uitvoering van het plan. Onze actie is door veel bewoners gewaardeerd met hun handtekening.
Bij het aanbieden van de handtekeningen aan de directeur van Urban Interest meldde hij dat wat hem betreft het overleg gewoon doorgaat en hij geenszins van plan is om de boel op de lange baan te schuiven.Teneinde helder te krijgen wat nu de stand van zaken is en welke acties het college onderneemt, stellen wij de volgende schriftelijke vragen op grond van art. 45 uit het Reglement van Orde.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 8 september 2009)
1. Is het overleg over de uitvoering van het verbouwplan inmiddels weer geopend?
Het overleg is nooit gesloten geweest. Er is altijd contact geweest tussen gemeente en Urban Interest. Urban Interest heeft aangegeven in onderhandeling te zijn met beide supermarkten over het concept ontwerp en de financiële gevolgen daarvan. Op dit moment is geen inschatting te maken van de tijd die nodig is om tot overeenstemming te komen met beide supermarkten. Op het moment dat er overeenstemming bereikt is over het concept-ontwerp, kan het overleg over de te volgen ruimtelijke procedure tussen de gemeente en Urban Interest weer opgestart worden.
2. Zo nee, op welke termijn onderneemt het college actie om dit overleg wel weer op te starten?
Zie beantwoording bij vraag 1.
3. Kan het college aangeven welke acties zij onderneemt om de kansen optimaal te maken dat direct na vaststelling van het bestemmingsplan met de bouw begonnen kan worden?
Urban Interest heeft op 25 juni 2008 een verzoek ingediend bij de gemeente om in aanmerking te komen voor een vrijstelling artikel 19 lid 2 WRO ten behoeve van de plannen voor winkelcentrum Stevensbloem. Dit verzoek is ingediend met het oog op het ingaan van de nieuwe wetgeving en biedt de mogelijkheid om in een later stadium, mits het plan niet grootschalig wijzigt, in aanmerking te blijven komen om deze versnelde procedure te mogen volgen (duurt circa zes maanden).
In het nieuwe bestemmingsplan Stevenshof, dat binnenkort in uw raad besproken wordt, is de omtrek van het conceptontwerp voor winkelcentrum Stevensbloem opgenomen. Het betreft de stand van zaken van het moment waarop het vrijstellingsverzoek is ingediend. Gezien de overleggen tussen Urban Interest en beide supermarkten bestaat de mogelijkheid dat het plan opnieuw wordt gewijzigd door Urban Interest, met name ten aanzien van de wijze waarop het laden en lossen opgelost kan worden. Dit is namelijk het vraagstuk waar tot op heden nog geen goede oplossing voor gevonden is door Urban Interest, waar betrokken partijen mee kunnen instemmen. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid voor het wijzigen van de bestaande laad- en losruimtes in ruimte voor detailhandel opgenomen, mits er een vervangende locatie voor het laden en lossen gevonden wordt.Als gevolg van het feit dat de planning voor het opstellen en het goedkeuren van de plannen van Urban Interest niet gelijk oploopt met de planning voor het nieuwe bestemmingsplan Stevenshof is ervoor gekozen een aparte vrijstellingsprocedure te voeren. Immers, op dit moment is nog steeds geen sprake van een definitief plan voor winkelcentrum Stevensbloem dat goedgekeurd is door de gemeente met een positief advies van de Politie. Indien Urban Interest de plannen grootschalig wijzigt zal Urban Interest niet langer gebruik kunnen maken van een artikel 19 lid 2 WRO en zal een reguliere bestemmingsplanprocedure gevolgd moeten worden conform de nieuwe WRO (duurt circa 12 maanden).
Zodra Urban Interest haar plannen klaar heeft, zal de gemeente er alles aan doen om de plannen snel in behandeling te nemen. Naast een procedure in het kader van de WRO zal er ook sprake zijn van o.a. een procedure om een sloop- en bouwvergunning te verkrijgen en zal een verkeersbesluit genomen moeten worden met het oog op het wijzigen van het laden en lossen.
4. Maakt het college een risico-inschatting van mogelijke bezwaren en is het college van plan hierop te anticiperen door zelf vooraf, actief, in overleg met de eigenaar, en winkeliers tot een vorm van overeenstemming te komen? Met name daar, waar die bezwaren juridisch technisch een kans van slagen maken?
Mede op basis van diverse overleggen en bijeenkomsten met ondernemers en bewoners is een risico-inventarisatie gemaakt. In deze risico-inventarisatie is ook ingegaan op een inschatting van mogelijke bezwaren. Deze inventarisatie wordt structureel meegenomen in de overleggen tussen de gemeente en Urban Interest en vormt mede uitgangspunt voor de communicatie richting ondernemers en omwonenden. We blijven meedenken en blijven overleggen met alle partijen om zo snel mogelijk tot een goed definitief ontwerp te komen.
5. Heeft dit verbouwingsplan nog steeds urgentie voor het college? En zo ja, waaruit kunnen wij dat opmaken?
Ja, wij hebben naar aanleiding van eerdere uitspraken over stopzetting van de plannen voor het verbouwen, door Urban Interest gedaan tijdens een bijeenkomst van de ondernemersvereniging op 26 mei jl. en in de brief d.d. 3 juni jl. aan uw raad, een aantal acties ondernomen.
Wij hebben overleg gevoerd met de wijkvereniging en de ondernemersvereniging en dat heeft ertoe geleid dat deze partijen ook een brief gestuurd hebben aan Urban Interest om het belang van de plannen voor winkelcentrum Stevensbloem en voor de wijk Stevenshof te benadrukken.Daarnaast hebben wij een brief gestuurd aan Urban Interest, waarin benadrukt is dat de gemeente nog steeds mogelijkheden ziet voor een oplossing voor het laden en lossen en graag het overleg met Urban Interest en beide supermarkten zou willen hervatten.
Gevraagd door: T. Dickhoff en H. Keereweer (PvdA) op 19 augustus 2009 -
Bar en Boos en eerdere antwoorden
-
(ingekomen 12 januari 2009)
Op 16 december 2008 heeft het college schriftelijke vragen (B&W nr. 08.1226) van de SP-fractie beantwoord over de beoordeling van het (bedrijfs)plan van aanpak van Cultureel Centrum Bar en Boos, ingekomen op 31 oktober 2008.
Op sommige vragen is echter geen antwoord gegeven, daarom ziet mijn fractie zich genoodzaakt de vragen opnieuw te stellen. Ik verzoek u met klem deze vragen nu wel te beantwoorden.
De SP heeft vragen over de beoordeling door Van Spronsen en Partners Horeca-advies (I) en over het niet overhandigen of‘zoek zijn’ van stukken (II). Daarnaast heeft de SP nadere vragen, omdat er discrepantie (zie III) zit in de antwoorden op de eerder schriftelijke vragen.
Op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde heeft de SP-fractie de volgende vragen aan het college van burgemeester en wethouders (B&W).
I
Zoals de SP beschreef in haar vragen van 31 oktober 2008 heeft het college voor het beoordelen van het (bedrijfs)plan van aanpak het bureau Van Spronsen en Partners Horeca-advies (hierna Van Spronsen) ingehuurd.
Het college stelt in antwoorden van 16 december jl. dat zij “uit oogpunt van zorgvuldigheid” heeft gekozen voor Van Spronsen, “een deskundige op dat gebied”.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 24 februari 2009)
1. Waarom noemt het college Van Spronsen “een deskundige op dat gebied”, want Van Spronsen heeft niet eerder met Vrijplaatsen te maken gehad? Uit hun site blijkt dat zij ervaring heeft met vooral commerciële horeca, als hotels, restaurants en bowlingbanen.
Vooropgesteld wordt dat Bar en Boos en niet de Vrijplaats ter beoordeling stond. Binnen de non-profit organisatie heeft Van Spronsen wel degelijk ervaring in samenwerkingsverbanden met gemeenten om totale horecavisies te ontwikkelen of conceptbepalingen te doen voor leegstaande panden of gebieden. Ook het uitzetten van een strategisch beleid voor een museum of het opstellen van een marketing communicatieplan behoren tot de werkzaamheden. Ook is ruime ervaring met verschillende theaters en schouwburgen en de horecavoorzieningen van deze non-profit organisaties. Voor stadsdelen en semi-overheidsinstellingen zoals ontwikkelingsorganisaties is Van Spronsen een ervaren partner bij het oplossen van diverse gastvrijheidgerelateerde vraagstukken.
2. Waarom is de conceptrapportage van Van Spronsen nooit verzonden naar alle betrokken personen, met name Bar en Boos (eerder gestelde schriftelijke vragen, dd 31 oktober 2008)?
Wij hebben aan Van Spronsen opdracht verstrekt om het (bedrijfs)plan van aanpak te toetsen. Het is gebruikelijk dat een concept wordt voorgelegd aan de opdrachtgever en niet aan een derde.
Uit de teksten op de website van Van Spronsen blijkt dat het bureau “op basis van gesprekken” tot een advies komt. Dit maakt bovenstaande vraag 2 des te relevanter, en leidt bovendien tot de volgende vragen:
3. Heeft het college op enige wijze aan Van Spronsen gevraagd geen contact op te nemen met betrokkenen, naast de gemeente Leiden? Zo ja, waarom?
nee
4. Zo nee, wat is naar mening van het college de reden geweest dat Van Spronsen van de eigen lijn is afgeweken en geen overleg heeft gevoerd met betrokken naast de gemeente?
Van Spronsen hanteert de lijn om gesprekken te houden met de opdrachtgever. Het stond Van Spronsen vrij om contact op te nemen met Bar en Boos. Kennelijk vond Van Spronsen het ter uitvoering van onze opdracht niet nodig om Bar en Boos voor een toelichting of overleg te noden.
5. Met wie heeft de gemeente wél overleg gehad over de conceptrapportage? En wat waren de bevindingen (eerder gestelde schriftelijke vragen, dd 31 oktober 2008)?
Deze bespreking heeft plaatsgevonden op 6 mei om 14.00 uur in het Tweelinghuis te Leiden. Hierbij waren de afdelingsmanager Handhaving en de teamleider Juridische Zaken vanuit de gemeente Leiden en een medewerker van Van Spronsen & Partners horeca-advies aanwezig. Er is geen gespreksverslag van dit overleg gemaakt. De geleverde conceptrapportage is besproken en er zijn door de heer Rietveld aantekeningen in een geprinte versie van de conceptrapportage gemaakt. Deze is niet in ons bezit. De strekking van de conceptrapportage is na deze bespreking niet gewijzigd.
6. De SP vraagt u bij deze om verslagen van de gesprekken over de conceptrapportage.
Er is geen verslag gemaakt. Zie ook vraag 5.
Bij de beantwoording op vraag 4, d.d. 16 december jl., stelt het college dat de conceptrapportage “slechts op ondergeschikte punten is gewijzigd’.
7. Wat zijn deze ondergeschikte punten?
Beide rapporten zijn ter eigen beoordeling al enige tijd geleden openbaar gemaakt. Evenwel zijn hieronder de wijzigingen aangegeven.
P 3 Duidelijke vermelding ISO certificering & schrappen paragraaf inleiding situatie Koppenhinksteeg
P 5 Schrappen ‘vier kanalen’ / Verplaatsing paragraaf / Onder OPENSTELLING: In algemeenheid geldend.
P 6 ‘voorschiften’ wijzigen in ‘beleidskader’
P 9 verduidelijken 1e paragraaf. / Toevoeging: ‘Inzake de paracommercialiteit maakt dit manifest ….. gemeente beperkende voorwaarden opstelt’ / 2e paragraaf toevoegen “fiscale effecten’ / toevoegen derde paragraaf: “In bijlage 8 … buiten beschouwing gelaten” en toegevoegd BELASTINGPOSITIE op pagina 10.
P 11 (CONCLUSIE) Duidelijkere formulering vanuit volledigheid, juistheid en voldoen aan randvoorwaarden: schrappen paragraaf 2 en toevoegen paragraaf 1 tot en met 5 en 7 en 8. Paragraaf 6 is hierbij niet gewijzigd.
P 12 Toegevoegd ARTIKEL 4 DRANK- EN HORECAWET (DHW)
P 13 GEMEENTELIJKE VOORWAARDEN: beleid veranderd in beleidskader / punt 1 “horeca’ veranderd in “alcoholverstrekking”
8. Waarom noemt het college deze punten “ondergeschikt”, want volgens de SP is de centrale conclusie gewijzigd welke niet ondergeschikt genoemd kan worden?
De wijzigingen die zijn aangebracht in de centrale conclusie zijn hierboven bij de beantwoording van vraag 7 opgenomen ( bij wijzigingen pagina 11). Feitelijk zijn alleen de in het concept al opgenomen deelconclusies opgenomen in de centrale conclusie. De centrale conclusie is daarmee derhalve alleen tekstueel uitgebreid. Inhoudelijk is er ten opzichte van het concept wat dat betreft niets gewijzigd. De volledige verantwoordelijkheid voor het rapport ligt overigens bij Van Spronsen die vanuit hun deskundigheid om advies is gevraagd.
9. Hoe kan het, dat in de conceptrapportage wordt gesteld dat er “cruciale onderdelen ontbreken waardoor het niet mogelijk is de haalbaarheid te toetsen”, en er 1 week later een definitieve advies ligt zónder dat er met betrokkenen van Bar en Boos is gesproken over de ontbrekende stukken?
Voor een goede beantwoording van deze vraag is het goed te beseffen dat er 2 toetsen zijn, namelijk een financiële en een bedrijfseconomische haalbaarheidstoets. In de conceptrapportage wordt aangegeven dat het voorgestelde plan financieel niet haalbaar lijkt en dat de bedrijfseconomische haalbaarheid niet getoetst kan worden omdat cruciale informatie ontbreekt.
In de definitieve versie is alleen nog ingegaan de financiële haalbaarheidstoets en is de bedrijfseconomische haalbaarheid verder buiten beschouwing gelaten. Op ons verzoek is de aanname van Van Spronsen dat het bedrijfsplan bedrijfseconomisch waarschijnlijk niet haalbaar is in de definitieve versie niet opgenomen.
Het college stelt immers zelf dat er geen overleg is geweest met de betrokkenen (antwoord op vraag 2 dd 16 december jl.).
II
Het college weigert wederom stukken openbaarbaar te maken naar aanleiding van een Wob (wet openbaarheid bestuur)-verzoek van de Stichting Ontmoetingsruimte De Linkse Kerk. Ditmaal gaat het over 3 schriftelijke reacties, waarover u spreekt in een brief van 24 december 2008 aan de advocaat van de Stichting Ontmoetingsruimte De Linkse Kerk.
10. De 3 reacties wil het college niet vrijgeven omdat het een ‘persoonlijke beleidsopvatting’ betreft, blijkens uit de brief van 24 december jl. Waarom gebruikt het college dit argument, hoewel het openbaar was en zelfs benoemt in de Legaliseringsnotitie (2007), dat verschillende ambtenaren het (bedrijfs)plan van aanpak zouden toetsen?
De reacties zijn in tegenstelling van wat in de vraagstelling wordt gesuggereerd niet zonder meer openbaar. De bedoelde reacties moeten worden gezien als een eerste aanzet c.q. een discussiestuk in het kader van een totale beoordeling van het bedrijfsplan. Ze zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad. Op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is openbaarmaking geweigerd. Openbaarmaking zal alleen geschieden indien uit de juridische procedures onherroepelijk komt vast te staan dat de informatie openbaar moet worden gemaakt Aan de rechtbank en de voorzitter van de Commissie voor de Beroep- en Bezwaarschriften zijn vertrouwelijk de geweigerde documenten ter beschikking gesteld.
11. Is het college het met de SP eens als zij stelt dat de afwijzing op grond van ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ (u kunt immers de reacties anonimiseren) op zijn minst discutabel is in dit dossier?
De documenten bevatten voornamelijk persoonlijke beleidsopvattingen zodat openbaarmaking op grond daarvan achterwege kan blijven. Voor zover de documenten al niet-persoonlijke beleidsopvattingen zouden bevatten, zijn wij overigens van oordeel dat deze gegevens zodanig met de persoonlijke beleidsopvattingen zijn verweven, dat om die reden niet tot openbaarmaking ervan kon worden overgegaan.
Het college stelt zelf het eens te zijn met de SP (antwoorden op vraag 23, dd 16 december jl.) dat openheid en transparantie een vereiste is in dit dossier. Daarom nadere vragen over het achterhouden van stukken:
12. Waarom weigert het college stukken (bijvoorbeeld o.a. de conceptrapportage) te overhandigen aan betrokkenen, hoewel het college al eerder is gecorrigeerd in deze door de Commissie Beroep en Bezwaar?
Dat wij voor openheid en transparantie zijn, laat onverlet dat artikel 11, eerste lid, van de Wob beperkingen stelt, die voortvloeien uit de omstandigheid dat een openhartige onderlinge gedachtenwisseling tussen bestuur en ambtenaren mogelijk moet blijven. Met deze wettelijke beperking heeft de wetgever beoogd dat ambtenaren de vrijheid dienen te hebben ongehinderd hun bijdrage te leveren aan de beleidsvoorbereiding of - uitvoering, en daarover te studeren, te brainstormen, anderszins te overleggen, nota's te schrijven, etc. Zij moeten in alle openhartigheid onderling functioneel kunnen communiceren.
13. Hoe kan het dat het college meerdere malen stelt dat bepaalde stukken niet bestaan om ze vervolgens toch ‘te vinden’?
Op grond van de Wob kan een ieder om informatie vragen over een bestuurlijke aangelegenheid. Hierbij hoeft niet te worden aangegeven op welke documenten het verzoek om informatie concreet betrekking heeft. Dit was in casu dan ook lange tijd onduidelijk. Niet alleen nadat de verzoeken om informatie door betrokkenen nader waren geconcretiseerd maar ook uit eigen beweging zijn nadien stukken opgestuurd.
14. Zijn er nog meerdere of andere stukken (verslagen, mails, enzovoort) waarvan het college niet meer weet dat ze bestaan?
Zie antwoord vraag 13.
15. De SP vraagt u met klem alle gevraagde stukken in het kader van de Wob-verzoeken te overhandigen aan de gemeenteraad en de betrokkenen. Zo nee, waarom niet?
Honorering van dit verzoek zou in strijd komen met de rechtstatelijke principes zoals belichaamd in de Wob. Openbaarmaking zal alleen geschieden indien uit de juridische procedures onherroepelijk komt vast te staan dat de informatie openbaar moet worden gemaakt Aan de rechtbank en de voorzitter van de Commissie voor de Beroep- en Bezwaarschriften zijn vertrouwelijk de geweigerde documenten ter beschikking gesteld (zie ook vraag 10).
III
Het college spreekt zichzelf tegen in de antwoorden van 16 december 2008 op eerdere schriftelijke vragen.
Bij vraag 13A stelt het college dat er geen toetsing (beoordeling) is geweest van het definitieve (bedrijfs)plan van aanpak van de Bar en Boos door gemeentelijke afdelingen. Bij de antwoorden op vraag 1 schrijft het college echter: “De opdracht aan Van Spronsen is onderdeel geweest van de ambtelijke beoordeling.”
Ook in het antwoord op vraag 18 schrijft het college over “Het bedrijfsplan van Bar en Boos is door ons op basis van interne adviezen zoals het rapport van een deskundig bureau niet akkoord bevonden.”
Bovendien is nu bekend dat er wél reacties zijn geweest op het rapport binnen de gemeente.
16. Waarom informeert het college de gemeenteraad fout, door te stellen dat er geen toetsing is geweest (antwoord op vraag 13A van de eerdere schriftelijke vragen)?
De gemeenteraad is niet fout geïnformeerd. Alleen Van Spronsen heeft het bedrijfsplan getoetst. Het college heeft vervolgens besloten op basis van ambtelijke adviezen en de toets van Van Spronsen.
17. Daarom nogmaals de vraag: wat waren de bevindingen van de interne, ambtelijke beoordeling en adviezen?
Zie antwoord vraag 15.
18. Zijn er nog meer onderdelen die ten grondslag hebben gelegen aan het afwijzen van het plan van aanpak, naast het advies van Van Spronsen en de ambtelijke beoordeling? Zo ja, welke?
nee
Gevraagd door: E. de Bakker (SP) op 12 januari 2009 -
Voortgang WOP in Leiden-Noord
-
(ingekomen 27 januari 2009)
De laatste tijd bereiken de CDA-fractie steeds meer berichten, dat bewoners in Leiden-Noord het vertrouwen in een goede afloop van met name het project Kooiplein en omgeving aan het verliezen zijn. Zij wijzen ons er daarbij op, dat ruim 10 jaar geleden begonnen is met het WOP-Noord om juist het Kooiplein en omgeving tot het kloppend hart van Leiden-Noord te maken, wat de noodzakelijke kwaliteitsimpuls aan dit deel van Leiden zou moeten geven. Mede op grond daarvan verzoeken wij, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad, u namens de CDA-fractie om de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Op 22 februari 2008 heeft u een brief aan de Minister van Wonen, Wijken en Integratie gezonden. Hierin deelt u onder andere mee, dat het project Kooiplein een negatief exploitatieresultaat heeft van € 16 miljoen. Verder doet u een beroep op de Minister om ten behoeve van het project Kooiplein een deel van de BLS-middelen in te zetten. U refereert hierbij “ aan het treffen van maatregelen, die uiterlijk in 2008 uitgevoerd worden om voor 2010 tot resultaat te leiden.”
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 3 februari 2009)
1. Heeft u al een antwoord van de Minister ontvangen? En zo niet: Wanneer verwacht u het antwoord? En zo ja: Heeft de Minister u een deel van de BLS-middelen toegezegd?
Op de brief naar de Minister hebben wij nog geen antwoord ontvangen. Wel hebben wij via de accountmanager van VROM begrepen dat de BLS-middelen die overblijven niet meer verdeeld worden via een zogenoemde knelpuntenpot, maar verdeeld worden via nieuwe Verstedelijkingsafspraken voor de periode 2009-2014. Deze Verstedelijkingsafspraken worden gesloten met de regio Holland Rijnland en zijn eind 2009 definitief.
2. Kunt u, als de Minister BLS-middelen heeft toegezegd, meedelen om welk bedrag het dan gaat?[1]
Bedragen vanuit de beschikbare BLS-middelen zijn niet genoemd. Zie verder het antwoord op vraag 1.
3. Kunt u, als de Minister het verzoek om BLS-middelen ten behoeve van het realiseren van het Kooiplein toe te kennen heeft afgewezen, meedelen wat de reden daartoe is?
De minister heeft formeel nog geen antwoord gegeven. Zie verder het antwoord op vraag 1.
Nog tot drie jaar geleden was de planning, dat het WOP-Noord in 2010 gerealiseerd zou zijn. Duidelijk lijkt ons, dat deze planning niet meer gehaald zal worden. Daarom vragen wij u:
4. Wanneer wordt gestart met de overkluizing van de Willem de Zwijgerlaan bij de Gooimeerlaan en, wanneer zal dat werk gereed zijn.
De start van de bouw is voorzien in november 2009. Het werk zal vaar verwachting in juni 2011 gereed zijn.
5. Wanneer wordt gestart met de werkzaamheden voor de Groenoordhallen en omgeving en wanneer zullen de geplande woningen opgeleverd worden?
In de tweede helft van 2009 wordt het terrein van de eengezinswoningen bouwrijp gemaakt. Vanaf begin 2010 wordt gestart met de woningbouw, maar dit is afhankelijk van het moment dat 70% van de woningen verkocht is. De oplevering van de eerste woningen is voorzien vanaf begin 2011.
6. Wanneer wordt gestart met de verdiepte aanleg van de Willem de Zwijgerlaan bij de omgelegde Kooilaan en de geplande “rotonde” daar? Wanneer zullen deze werken gerealiseerd zijn?
De start van de verdiepte aanleg is voorzien in november 2009. Het werk zal vaar verwachting in december 2011 gereed zijn. De rotonde hangt samen met de uitvoering van het Kooiplein.
7. Wanneer wordt het Uitvoeringsbesluit Kooiplein e.o. aan de raad aangeboden?
Het streven is er op gericht om dit jaar een uitvoeringsbesluit Kooiplein e.o. aan de Raad voor te leggen.
8. Wanneer wordt vervolgens gestart met de bouw van de ruim 500 woningen en de overige voorzieningen op dat Kooiplein? Wanneer zullen die alle opgeleverd worden?
Wanneer in 2009 het uitvoeringsbesluit Kooiplein e.o. wordt besloten, vindt in 2010 de verdere ontwikkeling van het eerste deelgebied plaats en zal na het vaststellen van een uitwerkingsplan en het behalen van een voldoende verkooppercentage in 2011 gestart worden met de bouw van de eerste woningen. Rekening houdend met een gemiddelde afzet van 75 tot 100 woningen per jaar, zullen in 2017 de laatste woningen worden opgeleverd.
9. Kan de huidige kredietcrisis nog roet in het eten gooien en zo ja: in welke mate? Hierbij graag een nadere toelichting.
De huidige kredietcrisis betekent onder meer dat:- marktpartijen moeilijker geld kunnen aantrekken om ruimtelijke ontwikkelingen voor te financieren;- de verkoop van koopwoningen langer duurt, omdat potentiële kopers eerst hun bestaande woning willen verkopen;- het te investeren vermogen van beleggers voor de commerciële- en maatschappelijke voorzieningen is afgenomen;-complexe, integrale en risicovolle projecten in zijn algemeen lager worden geprioriteerd door de marktpartijen.
10. Welke andere feiten en omstandigheden kunnen nog aan de door u hierboven gegeven planningen in de weg staan? Daarbij graag een toelichting.
- Het vinden van voldoende dekking voor het aanwezige tekort op de grondexploitatie Kooiplein e.o..- De afzet van de openbare parkeerplaatsen in een gebied zonder parkeerregulering.- De samenwerking tussen de gemeente en de woningbouwvereniging met adviseurs in het kader van het aanbestedingsrecht en staatsteun.- Het vernietigen van het ontwerp bestemmingsplan en/ of vertraging in de vaststelling van het uitwerkingsplan.
- Onvoorziene omstandigheden.
[1] Mocht het belang van de gemeente dat vereisen, verzoek en wij u die informatie vertrouwelijk aan de commissie van Ruimte en Bereikbaarheid te doen toekomen.
Gevraagd door: A. FLIPPO EN A. BONESTROO (CDA) 27 januari 2009
