Bestuur
Schriftelijke vragen van raad aan B&W
-
Zienswijzen inzake Masterplan Noordman
-
(ingekomen 22 februari 2010)
Tijdens de behandeling van de zienswijzen inzake het Masterplan Noordman op 12 oktober 2004 heeft de Raad een aantal amendementen en moties aangenomen en heeft toenmalig wethouder Hillebrand een aantal toezeggingen gedaan. Zie bijlage 1 voor een samenvatting van de punten die ik namens de PvdA-fractie heb ingebracht en de reactie van het college daarop.
Inmiddels lijkt weliswaar duidelijk dat het grootste knelpunt bij de breedte van het vaarwater is opgelost. Maar onduidelijk is of de ontwikkeling van het gebied conform deze besluitvorming heeft plaatsgevonden en of de toezeggingen zijn nagekomen.
Om zekerheid te krijgen voor de betrokkenen stel ik u, op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de Gemeenteraad, de volgende vragen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders (ingezonden )
1. Op welke wijze heeft uw college inmiddels gegarandeerd dat over de volle lengte van het Noormanterrein voldoende ruimte overblijft voor de roeisport, dat wil zeggen minimaal 42 meter voor twee wedstrijdbanen en een oproeibaan?
2. Met amendement 1 (zie bijlage) heeft de gemeenteraad besloten een aanlegverbod vast te stellen voor de Rijnzijde van het terras bij de horecagelegenheid. Dit aanlegverbod is er momenteel niet of het wordt niet gehandhaafd. Af en toe ligt daar zelfs een brede rondvaartboot afgemeerd. Waarom is de gemeenteraad niet geïnformeerd over het niet uitvoeren van dit besluit en wat kan het college doen om afmeren – in elk geval van brede boten – te voorkomen?
3. Over het aanlegverbod, het weghalen van de kantoorboot en het handhaven van snelheidsovertredingen zijn ook afspraken gemaakt met de roeiverenigingen. Wanneer zal de kantoorboot, die daar volgens het bestemmingsplan niet meer hoort te liggen, worden weggehaald? In hoeverre is handhavend opgetreden tegen snelheidsovertredingen tot nu toe?
4. Bij de Churchillbrug is het vaarwater versmald door het aanleggen van steigers en boxen voor sloepen. Daarvoor zijn twee ligplaatsen voor woonboten vervallen. Heeft het college daarmee ingestemd en zo ja onder welke voorwaarden? Is Wat is de maximale lengte van de sloepen om een vergunning te krijgen? Past dat binnen de maximale breedte van de voor woonboten bestemde ruimte?
5. Per motie heb ik met steun van andere fracties het college gevraagd de Rijnoever voor omwonenden en bezoekers toegankelijk te maken door:
a. In de exploitatie-overeenkomst met Noordman een voorwaarde op te nemen dat in de eindsituatie een voor iedereen toegankelijk pad wordt gerealiseerd langs de oever van de Rijn vanaf de molen tot de Churchillbrug en
b. Eenzelfde bepaling op te nemen in het bestemmingsplan.
In de huidige situatie is het terrein met de appartementen aan de kant van de brug door een hek afgeschermd. De Rijn is nog wel benaderbaar via het parkeerterrein bij de woningen. Op welke wijze heeft het college openbaarheid ook in de toekomst gegarandeerd en zal dit ook in het later te ontwikkelen terrein tot de molen worden gedaan?
6. De terrasvergunning, die in 2008 is afgegeven voor het restaurant bij de molen, is – voor zover ik heb kunnen nagaan - niet zoals toegezegd aan de raad voor advies voorgelegd.
In de terrasvergunning, die ik heb opgevraagd, zijn geen specifieke voorwaarden en geluidsnormen opgenomen, zoals toegezegd. Hoeveel klachten zijn er op jaarbasis ingediend tegen geluidsoverlast? Is het college bereid aanvullende afspraken te maken met de exploitant over voorkomen van geluidsoverlast? En is het college bereid aanvullende voorwaarden te stellen aan een nieuwe exploitant, wanneer de huidige exploitant op enig moment vertrekt, om voldoende zekerheden in te bouwen,Bijlage 1
Breedte van het vaarwater
In het debat is uitvoerig stilgestaan bij de breedte van het vaarwater en is de wethouder gevraagd te garanderen dat er voldoende ruimte beschikbaar blijft voor twee wedstrijdbanen en een oproeibaan voor roeiwedstrijden.
De indruk bestaat bij omwonenden dat – anders dan afgesproken - de breedte van het vaarwater is versmald door het plaatsen van damwanden, het aanleggen van steigers en het creëren van boxen om sloepen e.d. dwars op het vaarwater neer te leggen. Daartoe zijn palen in de grond geslagen, omstreeks 7 meter uit de kant.Amendement 1 (aanvaard) vroeg de zienswijzen met betrekking tot de beperking van de breedte van het vaarwater gedeeltelijk gegrond te verklaren en het college te verzoeken;
in de exploitatie-overeenkomst met Noordman en in de voorwaarden voor de gebruiksvergunning en/of de terrasvergunning en/ of het ligplaatsenplan en het bestemmingsplan Leiden Zuid-West in elk geval de voorwaarden op te nemen:
i. dat aanlegplaatsen uitsluitend in de balkenhaven gerealiseerd mogen worden;
ii. dat aan het terras aan de Rijnzijde een aanlegverbod geldt.
citaat uit verslag gemeenteraadvergadering 12 oktober 2004
‘Spreker(wethouder Hillebrand) vindt amendement 1 niet nodig omdat een sterrenrestaurant geen vaarverkeer zal aantrekken. In de Balkenhaven zal het aanleggen geen problemen geven. Bij aanlegplaatsen wordt in de lengte van de boten afgemeerd. De tekening is in dit opzicht onduidelijk omdat de boten haaks op de kant zijn getekend.’Toegankelijkheid van de Rijnoever
Motie 1 vroeg
b. in de exploitatie-overeenkomst met Noordman de voorwaarde op te
nemen dat in de eindsituatie een voor iedereen toegankelijk pad wordt gerealiseerd langs de oever van de Rijn vanaf de molen tot de Churchillbrug en
c. eenzelfde bepaling op te nemen in het Bestemmingsplan Leiden Zuid-WestBij motie 1 verzocht de wethouder om de vrijheid om dit zo te regelen dat het optimaal gegarandeerd is. Het college steunde volgens hem de intentie van de motie.
Geluidsoverlast van het terras bij het restaurant
De strekking van mijn motie was: in terrasvergunning voorwaarden op te nemen voor geluidsbelasting en daarnaast streng te handhaven geluidsoverlast tbv omwonenden
Ik heb mijn motie ingetrokken toen de wethouder toezegde de terrasvergunning aan de raad voor advies voor te leggen.
Gevraagd door: C. BROEYER (PvdA) op 22 februari 2010 -
Studentenhuisvesting Heerema locatie
-
(Ingekomen 2 december 2009)
Enige tijd geleden heeft de fractie van GroenLinks schriftelijke vragen gesteld over de mogelijkheid om kantoorruimte (tijdelijk) om te bouwen tot studentenkamers. In Leiden staat namelijk 51.739 vierkante meter kantoorruimte leeg! Dat zijn in potentie 2450 studentenkamers (ong. 21m2 per kamer inclusief voorzieningen). Het antwoord op onze vragen was voor GroenLinks daarom erg teleurstellend. Het College leek weinig moeite te willen nemen om de mogelijkheden van kantoorconversie goed te bekijken. Nu blijkt dat het oude Heerema-gebouw niet gebruikt gaat worden voor de opvang van asielzoekers ziet GroenLinks een goede mogelijkheid om studentenkamers te realiseren in dit grote gebouw op deze centrale locatie.
Daarom willen de fractie van GroenLinks op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen stellen aan het College van Burgemeester en Wethouders:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Het College schreef in haar brief d.d. 30 november 2009 dat er geen opvang voor asielzoekers zal komen in het oude Heerema gebouw aan de Plesmanlaan. Nu dat niet gebruikt gaat worden voor de opvang van asielzoekers, waar gaat het dan voor worden gebruikt?
Het is ons niet bekend welke concrete plannen de eigenaar van het kantoorpand Vondellaan 47 (voormalig hoofdkantoor Heerema) heeft.
2. Wanneer verwacht u dat deze nieuwe bestemming gereed zal zijn?
Momenteel ligt er een kantorenbestemming op dit pand. Bij een bestemmingswijziging naar studentenhuisvesting spelen een aantal aspecten een rol. Belangrijkst is wellicht de nabijheid van een LPG-vulpunt aan de Plesmanlaan. Rond dit vulpunt speelt een extern veiligheidsrisico (normen voor groepsrisico). In de milieuvergunning voor het tankstation is vastgelegd dat het tankstation bevoorraad mag worden tussen 21 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends. Dan zijn de gebouwen in de omgeving (Naturalis, Vijverlokatie, Vondellaan 47) leeg. Bij een bestemmingswijziging naar studentenhuisvesting is dat niet het geval. Het voorstel om een asielzoekerscentrum op deze plek te realiseren werd om deze reden door de Milieudienst afgeraden. Het lijkt waarschijnlijk dat ook in het geval van studentenhuisvesting de norm voor het groepsrisico wordt overschreden. Dit zou echter moeten worden uitgezocht.
Ook speelt geluidwetgeving een rol. Studentenhuisvesting is een geluidgevoelige functie. Er dient een akoestisch onderzoek te worden verricht. De locatie ligt ingeklemd tussen spoor en de Vondellaan / Plesmanlaan. De voorkeursgrenswaarden voor het wegverkeer en railverkeer zullen zeker overschreden worden. Het is maar zeer de vraag of aan de richtlijnen voor de vaststelling van hogere grenswaarde kan worden voldaan. Dit in tegenstelling tot een asielzoekerscentrum waarbij geldt dat dit geen woningen zijn qua geluidsnormen.
Al met al leidt dit ertoe dat een bestemmingswijziging niet op heel korte termijn te realiseren is.
3. Wanneer het gebouw niet direct een andere bestemming krijgt. Bent u het met GroenLinks eens dat leegstand zo snel mogelijk moet worden bestreden?
Wij zijn het met u eens dat leegstaande gebouwen zo snel mogelijk een goede nieuwe bestemming dienen te krijgen.
4. Bent u het met GroenLinks eens dat het tekort aan studentenkamers snel moet worden opgelost zodat de huidige eerstejaarsstudenten nog tijdens hun studententijd in Leiden kunnen wonen? Zo ja, vindt u dan ook dat iedere creatieve oplossing moet worden verkend en zo mogeljk benut?
Ja, wij zijn het met u eens dat het tekort aan studentenkamers zo snel mogelijk moet worden opgelost. Oplossingen die studentenhuisvesters of andere partijen daarvoor ontwikkelen zullen we daarom publiekrechtelijk steunen door voorrang te geven aan de noodzakelijke procedures.
GroenLinks is van mening dat het Heerema gebouw erg geschikt is voor snel realiseerbare studentenkamers die kunnen worden gebruikt tot dat de permanente locaties voor nieuwe studentenhuisvesting zoals aan de Lammenschansweg over enkele jaren gereed zijn.
5. Hoeveel studentenkamers verwacht u dat er in het Heerema-gebouw te realiseren zijn?Wij verwachten dat er geen snel realiseerbare studentenkamers kunnen komen op deze locatie.
6. Het gebouw van Heerema is niet heel modern. Welke technische problemen ziet u bij de realisatie? Denk hierbij aan bestemmingsplan e.d.
Er zijn inderdaad diverse problemen die bij het gebouw aan de Vondellaan spelen. Naast het bestemmingsplan, de hoge kosten van asbestsanering en wettelijke eisen als daglichttoetreding en geluidwering, speelt het LPG-station een grote belemmerende rol, zoals wij al bij de beantwoording van vraag 2 noemden.
Wij zijn geen eigenaar van het pand. Het is aan de eigenaar van het pand om iets te doen met het pand.7. Wanneer acht u realisatie haalbaar?
Realisatie achten wij niet op korte termijn mogelijk. Wij verwijzen hiervoor naar ons antwoord op vraag 2.
8. Welke stappen bent u van plan te nemen om op korte termijn te komen tot het ombouwen van leegstaande kantoorruimte naar studentenkamers. In dit specifieke pand maar wellicht ook op andere locaties?
Graag verwijzen wij u voor dit antwoord graag naar de beantwoording van de eerder gestelde vragen over studentenhuisvesting van Groen Links d.d. 27 oktober 2009 (BW 09.1173).
Gevraagd door: P. KOS (GL) op 2 december 2009 -
Zoektocht naar een permanente locatie voor een asielzoekerscentrum
-
(Ingekomen 2 december 2009)
Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van het raadslid P. KOS (GL) inzake de zoektocht naar een permanente locatie voor een asielzoekerscentrum in Leiden (ingekomen 2 december 2009)
De fractie van GroenLinks heeft kennis genomen van uw brief dd. 30 november 2009 betreffende de zoektocht naar een permanente locatie voor een asielzoekerscentrum (AZC) in Leiden. De uitkomst daarvan ervaren wij als zeer teleurstellend. Er is op basis van 5 zoeklocaties getrechterd om te komen tot een vestigingsplaats. Deze trechtering heeft in onze ogen uiteindelijk geleid tot een tunnelvisie. Wij nemen aan dat er serieus is onderzocht wat de mogelijkheden zijn op de genoemde 5 locaties. Dat deze allen niet tot gewenst resultaat hebben geleid betekent voor GroenLinks dat de zoektocht gewoon opnieuw behoort te beginnen.
Om dit wat te vergemakkelijken draagt de fractie van GroenLinks zelf een optie aan. Het zogenaamde Wernink-terrein. In de structuurvisie 2025 zoals wij deze hebben ontvangen staat dit terrein aangemerkt als gebied voor studentenhuisvesting. Daaruit leiden wij af dat uw college de grond in de nabije toekomst denkt te zullen verwerven. Het lijkt onze fractie mogelijk en wenselijk om op dit terrein voor de volgende invulling te kiezen, een combinatie van studentenhuisvesting en asielzoekersopvang.
Het deel van de grond dat direct bouwrijp is beslaat ongeveer 2,5 hectare. Op die oppervlakte is het mogelijk om via het spacebox® concept 500 eenheden te plaatsen, van 21 m2. Naast dat dit voor het COA meer dan voldoende eenheden zijn om een rendabele investering te hebben kunnen de spaceboxen ook nog binnen 4 maanden worden opgeleverd. De genoemde eenheden zijn gebaseerd op basis van 3 etages in verband met brandveiligheidseisen. De spaceboxen voldoen aan alle eisen van het bouwbesluit, hebben energielabel A en voldoen aan de eisen van duurzaam bouwen (DUBO keur).Het is mogelijk om de eenheden in functie te splitsen naar studentenhuisvesting en asielzoekersopvang. Maar voor wie iets creatiever denkt is het ook mogelijk om 2 rijnaken te plaatsen en hierop studentenhuisvesting te realiseren. Met twee rijnaken langs de kade wordt de schaarse ruimte in Leiden maximaal benut. Op deze rijnaken, er is ruimte voor 2 stuks, kunnen in totaal 80 ruime studenteneenheden worden gebouwd met zelfstandige voorzieningen.
Daarom willen wij, op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen stellen aan het college van Burgemeester en Wethouders:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Bent u het met ons eens dat deze vorm van bouwen een snelle oplossing kan zijn voor zowel het probleem van de studentenhuisvesting als de vestiging van het AZC in Leiden? Zo nee, waarom niet?
Nee, een snelle oplossing lijkt niet mogelijk. In het vigerend bestemmingsplan ‘Tussen Rijn en rails’ heeft het gebied de bestemming ‘bedrijven’. Dit gebied maakt deel uit van het ontwerp bestemmingsplan ‘Transvaal’ dat binnenkort in de raad ter vaststelling besproken wordt. Ook in dit bestemmingsplan heeft het gebied de bestemming ‘bedrijven’. Slechts het gebied waar de tijdelijke parkeergarage bij de Morspoort gepland is, wordt in dit bestemmingsplan betiteld als ontwikkelingslocatie.
De ontsluiting van het terrein is eveneens een probleem. Het terrein is slechts toegankelijk via een doodlopende weg, de Amphoraweg. Het betonbedrijf dat tot voor kort actief was op een groot deel van het bedrijventerrein maakte gebruik van schepen voor het laden en lossen van de goederen.
Het terrein is op basis van eeuwigdurende erfpacht uitgegeven waarbij op 1 januari 2060 de vaststelling van huidige grondwaarde afloopt. Vooraleer er andere functies op het terrein mogelijk zijn zal dus eerst of het erfpachtscontract moeten worden afgekocht of het erfpachtscontract moet worden opgezegd hetgeen min of meer te vergelijken is met onteigeningsprocedure. Daarnaast zal een nieuw projectbesluit of postzegel bestemmingsplan nodig zijn.
Het COA is op zoek naar locaties om daar een duurzaam asielzoekerscentrum te bouwen. Dit was ook uitgangspunt in de afgelopen zoektocht. Naast bovenvermelde overwegingen was dit mede de reden om de Wernink locatie niet in de zoektocht op te nemen. Het concept met spaceboxen lijkt vooral geschikt voor tijdelijke oplossingen, maar past niet in het streven naar een structurele voorziening.
Bij gebrek aan ruimte zullen we keuzes moeten maken. In de structuurvisie, die een vervolg is op de ontwikkelingsvisie, zetten wij in op een verdere ontwikkeling van Leiden als kennisstad. Wij zullen kansen moeten pakken om invulling te geven aan dit doel. In de structuurvisie zien wij het Wernink terrein als kans voor het ontwikkelen van studentenhuisvesting op de middellange termijn.
Het COA heeft ons nadrukkelijk aangegeven op zoek te zijn naar een permanente, duurzame locatie. Een tijdelijke locatie wordt niet helemaal uitgesloten, maar zou dan wel een locatie moeten zijn, waar geen extreme ontwikkelingskosten voor gemaakt zouden moeten worden.
2. Heeft u inmiddels de erfpacht van de firma Wernink afgekocht of bent u dit spoedig van plan te doen?De juridische situatie met betrekking tot de grond is dat de gemeente eigenaar is en het perceel belast is met een recht van erfpacht (voor onbepaalde tijd) ten behoeve van de firma Wernink. Een recht van erfpacht is niet zonder meer (tussentijds) te beëindigen. De gemeente heeft dus geen vrije beschikking over het perceel.
3. Bent u het met ons eens dat het Wernink-terrein een uitstekende locatie is voor een AZC in Leiden? Zo nee, waarom niet?
Zie ons antwoord op de vragen 1 en 2. Het terrein is gegeven de fysieke, juridische en procedurele beperkingen en onze ruimtelijke wensen geen geschikte locatie voor een door het COA gewenst duurzaam azc. De locatie is ook niet zo maar geschikt te maken voor een tijdelijke variant.
4. Welke technische problemen ziet u bij de realisatie? Denk hierbij aan het bestemmingsplan e.d.
Zie eveneens ons antwoord op bovenstaande vragen. Het bestemmingsplan laat huisvesting van studenten en/of asielzoekers niet toe. Daartoe zal voor de betreffende locatie een nieuw (postzegel) bestemmingsplan of projectbesluit gemaakt moeten worden. Snelle plaatsing van (tijdelijke) spaceboxes is niet mogelijk.
De ontsluiting van het terrein is nu ook een technisch probleem. Het terrein is op dit moment slechts toegankelijk via een doodlopende weg, de Amphoraweg. De verwachting is dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt is als het gebied daarachter gebruikt wordt voor woonfuncties. Dan zal eerst nieuwe infrastructuur aangelegd moeten worden die moet worden betaald uit de grondexploitatie van een eventuele ontwikkeling. Bij een woningbouwontwikkeling is dit mogelijk, bij het vestigen van een asielzoekerscentrum niet.
Naar verwachting is de grond op het terrein vervuild en zal eerst gesaneerd moeten worden voordat de grond gebruikt kan worden voor andere functies.
Het terrein is niet ons volle eigendom, maar is in (‘eeuwigdurende’) erfpacht uitgegeven. Eerst zal de erfpacht beëindigd moeten worden.
De Rijksoverheid zal er mee moeten instemmen dat er eventueel ‘boven water’ gewoond gaat worden.5. Per welke datum acht u realisatie haalbaar?
Niet op korte termijn, dat is op grond van de eerder beschreven feiten en omstandigheden niet realistisch.
6. Welke stappen bent u van plan te nemen om op korte termijn te komen tot invulling van het terrein?
Momenteel zijn wij in gesprek met de vertegenwoordigers van de firma Wernink om tot minnelijke verwerving te komen. Tevens wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om beëindiging van het recht van erfpacht te bewerkstelligen.
Het staat het COA vrij zelf in overleg te treden met Wernink over tijdelijke huisvesting voor de duur van vijf jaar. De gemeente kan in dat geval meewerken door het bestemmingsplan tijdelijk te wijzigen en erfpacht aan te passen.
Gevraagd door: P. KOS (GL) op 2 december 2009 -
Afname aantal woningen in betaalbare sector
-
(Ingekomen 18 november 2009)Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van de raadsleden
L. RADEMAKER (SP) en M. VAN DONGEN (PvdA) inzake afname aantal woningen in betaalbare sector (ingekomen 18 november 2009).Het aantal woningen in de betaalbare sector neemt af door zogeheten ‘liberalisering’. Dat houdt in dat woningcorporaties woningen, die voorheen nog betaalbaar waren, nu gaan verhuren voor meer dan 647,53 euro per maand. Dan hebben de huurders ook geen recht meer op huurtoeslag.
Liberalisering mag als een woning meer dan 142 punten waard is volgens het woonwaarderings-stelsel. Het hoeft niet. Een corporatie kan altijd kiezen om een woning nog onder de huurtoeslaggrens te verhuren.
In Leiden kiest de Sleutels ervoor om alle woningen met meer dan 142 punten te liberaliseren. Het gaat dan om circa 10% van hun totale bezit. Het afgelopen jaar heeft de Sleutels meer dan 40 woningen geliberaliseerd. Ook woningen van Portaal worden geliberaliseerd.
Er is alleen geen overzicht van hoeveel woningen er jaarlijks geliberaliseerd worden. Dat komt deels omdat corporaties niet verplicht zijn die woningen via Woonzicht aan te bieden.
De SP en PvdA maken zich zorgen om het aantal betaalbare woningen in Leiden. Vergaande liberalisering zal alleen maar leiden tot een nog groter tekort aan betaalbare huurwoningen. Daarom is het van groot belang om een inzicht te krijgen in de omvang van liberaliseringsplannen in de gemeente Leiden.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Hoeveel woningen in het bezit van de corporaties de Sleutels, Portaal en Ons Doel hebben een puntenaantal van meer dan 142 punten?
Aspect de Sleutels Portaal Ons Doel Totaal
> 142 punten 1.700 1.571 561 3.8322. Hoeveel woningen in dat bezit worden nu al in de vrije huursector (boven de 647,53 euro per maand) verhuurd?
Aspect de Sleutels Portaal Ons Doel Totaal
> 142 punten nu > € 647,53 111 185 1 297
De liberalisering van de ene woning van Ons Doel is per abuis gebeurd omdat in de huurprijs de prijs van een verbouwing is verrekend. Huurdersbelangenvereniging van Portaal is huurder van die woning.3. Hoeveel woningen zijn afgelopen jaren geliberaliseerd, uitgesplitst per corporatie en jaar?
Aspect de Sleutels Portaal Ons Doel Totaal
Aantal geliberaliseerde woningen
2005 16 49 0 65
2006 8 19 0 27
2007 15 17 0 32
2008 7 14 0 21
2009 65 86 1 152
Totaal 111 185 1 297
Het aantal van Portaal in 2009 is inclusief de nieuwbouw in Nieuw Leyden: 66 woningen.4. Hoeveel woningen verwachten de corporaties dat zij de komende jaren gaan liberaliseren?
Aspect de Sleutels Portaal Ons Doel Totaal
Aantal te liberaliseren woningen
2010 60 10-20 0 70-80
2011 60 10-20 0 70-80
2012 60 10-20 0 70-80
Portaal zal in de bestaande voorraad jaarlijks – net als in voorgaande jaren – 10 tot 20 extra woningen in de vrije sector verhuren. Dit gebeurt verspreid over de stad, maar vooral in het centrum. Het gaat per jaar – net als de afgelopen jaren – om zo’n 2 tot 3% van de vrijkomende woningen. Daarnaast streeft Portaal bij nieuwbouw naar toevoeging van vrije sectorwoningen. Hierbij zal het, afhankelijk van de oplevering van de projecten, gaan om grotere aantallen, net als in 2009 bij Nieuw Leyden. Uiteindelijk streven is een beperkt deel van de totale voorraad (tussen 300 en 700 woningen, ofwel 5 tot 10%) in de vrije sector te verhuren. Het grootste deel daarvan betreft nieuwbouw.
Ons Doel heeft geen plannen voor liberalisering van de woningen die nu in haar bezit zijn.Ten slotte willen wij over deze antwoorden de volgende twee opmerkingen maken:
1. Met nadruk wijzen wij op het feit dat de liberalisering van huurwoningen één aspect is waardoor het aantal betaalbare huurwoningen wijzigt. Daarom heeft het volgens het College niet zo veel betekenis om uitsluitend te kijken naar de effecten van liberalisering. Er zijn namelijk meer maatregelen die wijzigingen in dat aantal tot gevolg hebben: nieuwbouw, verkoop, sloop en woningverbetering. In de nieuwe Prestatieafspraken hebben de corporaties gegarandeerd dat de komende jaren het aantal betaalbare woningen minimaal 1,5 maal de omvang van de doelgroep zal zijn. Inmiddels hebben de corporaties en de gemeente – in overleg met de huurdersorganisaties – een monitorsysteem opgesteld waarmee al deze wijzigingen in de bestaande voorraad betaalbare woningen worden bijgehouden.2. Met de geliberaliseerde vrije sectorwoningen bedienen de Sleutels en Portaal een doelgroep (de middeninkomens) die moeilijk aan bod komt in de koopsector door het grote gat dat in Leiden bestaat tussen koop en huur. De corporaties genereren hierdoor inkomsten die zij vervolgens gebruiken voor het goedkoop en kwalitatief goed houden van hun overige woningen. Belangrijk is dat de corporaties met deze woningen met een goede prijs-kwaliteitverhouding mensen bedienen die wat meer willen betalen voor meer kwaliteit en die vaak een sociale huurwoning achterlaten die dan weer vrijkomt voor iemand met een laag inkomen: bevordering van de doorstroming op de Leidse woningmarkt. Bovendien sluiten de corporaties hiermee aan op de structuurvisie van de gemeente, waarin de focus ligt op het voor Leiden behouden van middeninkomens.
Gevraagd door: L. RADEMAKER (SP) en M. VAN DONGEN (PvdA) op 18 november 2009 -
Fietsenrekken Centraal Station
-
(ingekomen 5 november 2009)
‘Leiden verbijstert fietsers met ‘diefstal’ kopt het Leidsch Dagblad van 5 november 2009. Bij Leiden Centraal zijn dinsdag 3 november fietsenrekken geplaatst, die de volgende dag met fietsen en al werden verwijderd. Volgens het artikel gaat het hier om een ‘vergissing’, de fietsenrekken hadden niet geplaatst moeten worden.Naar aanleiding van dit bericht wil het CDA de volgende schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Is het College bekend met het artikel: 'Leiden verbijstert fietsers met diefstal' uit het Leidsch Dagblad van 5 november 2009?
‘De gemeente meldt dat het terugplaatsen van de beugels een 'vergissing' was. ,,Burgemeester en wethouders zijn van mening dat de aanblik van de stad negatief beïnvloedt wordt door deze rommelige fietsenrekken. We kijken hoe we tot een kwaliteitsverbetering van het
stationsgebied kunnen komen met inpassing van voldoende fietsparkeerplaatsen.''Mensen wier fiets is weggehaald, moeten die zelf gaan ophalen aan de Willem Barentzstraat. De stukgemaakte sloten krijgen zij vergoedt. Of ze ook iets krijgen voor de schrik dat hun fiets 'gestolen' was, meldt de gemeente niet.’
Ja, wij zijn bekend met dit artikel.
2. Het CDA deelt de mening dat er voldoende fietsparkeerplaatsen moeten komen tegelijkertijd met een verbetering van het stationsgebied. Echter, uit oogpunt van betrouwbaar bestuur,
dienstverlening en fatsoen is deze werkwijze - het zonder aankondiging verwijderen/stelen van gestalde fietsen - verwerpelijk.Wij nemen kennis van de mening van de CDA-fractie.
3. Acht het college het niet èen nog veel grotere vergissing om de per vergissing geplaatste rekken weer weg te halen?
Wij vinden dat de manier waarop dit is gegaan geen schoonheidsprijs verdient.
4. Kunt u uitleggen waarom u niet in staat bent wrakken en weesfietsen adequaat te verwijderen, (zie ook schriftelijke vragen van het CDA van 9 juli jl.) maar wel om correct geplaatste fietsen ten onrechte te verwijderen?
De langs de Stationsweg verwijderde fietsen hadden niet op deze manier verwijderd mogen worden. Dit staat los van het wrakken- en weesfietsenbeleid, waarbij het onze bedoeling is wrakken en weesfietsen terecht, en dus onderbouwd, te verwijderen. De vergelijking valt dan ook niet op deze manier te maken.
5. Is het College voornemens een schadevergoeding toe te kennen aan de mensen die ongewild meewerkten aan een 'kwaliteitsverbetering van het stationsgebied'?
Personen van wie de fiets is verwijderd, hebben een nieuw slot aangeboden gekregen bij het ophalen van de fiets. Verder hebben zijn als ‘goedmakertje’ een geschenkbon van 25 euro mogen ontvangen.
6. Als het College dienstverlening hoog in het vaandel heeft staan, hoe beoordeelt zij het weghalen van de fietsen zonder waarschuwing?
Wij vinden dat de manier waarop dit is gegaan gewoon fout. Vandaar het gratis slot en het “goedmakertje”.
7. Wanneer gaan er fietsparkeerplaatsen / beugels worden teruggeplaatst?
Momenteel wordt gewerkt aan een inrichtingsplan voor de Stationsweg. Hierbij wordt ook gekeken naar de situering van fietsenrekken in het gebied en hoe hier een hogere kwaliteit aan te geven.
Dit inrichtingsplan verwachten we op korte termijn. In april kunnen de eerste fietsenstallingsplaatsen langs de Stationsweg dan terugkeren.8. Welke lessen trekt het College uit deze ‘vergissing'? Welke consequenties worden hieruit getrokken, in de werkwijze en binnen de organisatie?
Het terugplaatsen en verwijderen van de fietsen was het gevolg van een interne communicatiestoornis. Inmiddels is uitgezocht hoe deze heeft kunnen ontstaan. Wij gaan er dan ook van uit dat in de toekomst dit soort voorvallen niet meer zullen plaatsvinden.
Gevraagd door: F.VAN DIJK (CDA) -
Openbaarheid debat NUON-gelden
-
(ingekomen 6 oktober 2009)
Op grond van art. 45 van het Reglement van orde voor de gemeenteraad wenst de fractie van D66 u de volgende vragen te stellen.
Aan de fractie van D66 is recent ongevraagd, bij verschillende gelegenheden en door diverse bronnen informatie verstrekt over geheim/vertrouwelijk overleg dat zou plaatsvinden/plaatsgevonden hebben tussen (vertegenwoordigers van) de coalitiefracties PvdA, VVD, CDA en Groenlinks en uw College inzake de besteding van de zgn. NUON-gelden. Zo zou bijv. op zondag 27 september jl. een dergelijk overleg hebben plaatsgevonden.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 27 oktober 2009)
1. Bent u op de hoogte van zulk overleg?
Ja.
2. Zo ja, neemt uw College deel aan dit overleg?
Nee, het college, als bestuurorgaan, neemt niet deel aan dit overleg.
Dat neemt niet weg dat individuele leden van het college, indien daar aanleiding toe is, met hun fracties en soms ook andere (coalitie)partijen verkenningen uitvoeren over actuele politieke onderwerpen, het te voeren beleid en de inzet van middelen hiervoor. Uiteraard speelt de bestemming van de Nuon-gelden hierin een rol.Indien dit overleg daadwerkelijk plaatsvindt beschouwt D66 dit als een volstrekte minachting van de Raad, c.q. van de lokale democratie. Ook zijn wij van mening dat deelname van uw College aan zulk overleg volstrekt haaks staat op uw toezegging aan D66, respectievelijk de Raad, bij gelegenheid van de bespreking van de Perspectiefnota 2010, dat over de besteding van de NUON-miljoenen een openbaar debat zal plaatsvinden.
3. Op welke wijze en wanneer is uw College van plan alsnog een openbaar debat over de NUON-gelden te houden?
Zoals wij bij de besluitvorming over de verkoop van de Nuon aandelen hebben toegezegd, zullen wij voor de start van de behandeling van de Programmabegroting 2010 in de commissies en raad een verkenning van de bestedingsdoelen aan de raad zenden.
4. Op welke wijze kunt u garanderen dat hierover niet reeds in de achterkamertjes, al dan niet met uw medewerking/medeweten, premature besluitvorming heeft plaatsgevonden?
Het college doet uiteindelijk een voorstel aan de raad over de besteding van de Nuon-gelden. De raad besluit.
5. Bent u met de fractie van D66 van oordeel dat de gevolgen van een keuze voor besteding van de vele miljoenen, afkomstig van de verkoop van de NUON-aandelen, een dermate grote betekenis voor de toekomst van onze stad hebben dat een besluit hierover na de verkiezingen van maart 2010 dient plaats te vinden? Dit geeft immers de politiek en de Leidse burgers de gelegenheid zich hierover een oordeel te vormen.
De gemeenteraad besluit over de besteding van de Nuon-gelden. De raad kan besluiten dit niet eerder te doen dan na de verkiezingen van maart 2010.
Gevraagd door: P. VAN MEENEN (D66) op 6 oktober 2009 -
Te vroege sluiting ondergrondse fietsenstalling zeezijde
-
(ingekomen 29 september 2009)
De nieuwe ondergrondse fietsenstalling aan de zeezijde van het station sluit om 21.00 uur. Dat is vroeg. Nog vervelender is het wanneer de stalling ook nog enige minuten eerder blijkt te sluiten, waardoor mensen die op het laatste moment toch nog hun fiets willen ophalen voor een gesloten deur komen te staan.
De afgelopen tijd heeft de fractie van de ChristenUnie enkele klachten ontvangen over een te vroege sluiting van de fietsenstalling, waardoor mensen die bijvoorbeeld om 20.57 uur (stationsklok) hun fiets wilden ophalen reeds voor een dichte deur kwamen te staan. Dat lijkt ons niet de bedoeling, want de stalling behoort gewoon tot 21.00 uur open te zijn. Daarom wil de ChristenUnie op basis van art 43 van het Reglement van Orde de volgende vraag aan het college stellen:Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(verzonden 15 december 2009)
1. Kan het college ervoor zorgen dat de stalling voortaan niet voor 21.00 uur sluit, zodat mensen die in de laatste openingsminuten hun fiets willen ophalen niet voor een gesloten deur komen te staan?
De beheerder van de fietsenstalling zeezijde, DZB, heeft ons inmiddels desgevraagd laten weten dat, mede naar aanleiding van klachten, de stalling om 05.55 uur opengaat en niet eerder dan 21.05 uur sluit.
Gevraagd door: J. CLEMENT (CU) op 29 september 2009 -
Privatiseren beheer openbare ruimte
-
(ingekomen 26 augustus 2009)
De SP heeft kennis genomen van het besluit van het college van 11 augustus om het beheer van de openbare ruimte te privatiseren. Daarover heeft de SP op grond van artikel 45 van de gemeentewet de onderstaande vragen. Wij verzoeken u, gezien de lopende termijnen, deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 september 2009)
1) Welke leden van het college hebben dit belangrijke besluit genomen? Waarom is dit besluit in de vakantietijd genomen en zonder dat alle leden van het college hierbij aanwezig waren?
Aanwezig: Lenferink, Witteman, Steegh, alsmede de gemeentesecretaris Van den Wijngaart;
Afwezig: Van den Berg, Van Woensel, De Haan.
Het besluit betreft een formalisering van een eerder ingezette lijn die op 14 juli 2009 in het college is besproken en besloten waarbij de burgemeester afwezig was in verband met zijn vakantie..De gemeente negeert bewust en expliciet het negatieve advies van de OndernemingsRaad (OR). De Wet op de Ondernemingsraden regelt hoe in zulke gevallen gehandeld dient te worden.
2) Is de voorbereiding van de uitvoering van de plannen nu stil gelegd tot 10 september, conform artikel 25 lid 6 van de Wet op de Onderneminsraden? Zo nee, waarom niet?
De uitvoering van het besluit wordt in overeenstemming met artikel 25 lid 6 van de Wet op de Ondernemingsraden opgeschort tot 13 september 2009. Tot die datum vinden geen onomkeerbare uitvoeringshandelingen plaats. Artikel 25 lid 6 WOR stelt niet dat de voorbereiding van de uitvoering van het besluit wordt opgeschort.
3) Heeft de gemeente meedegedeeld aan de OR waarom zij van het advies van de OR heeft afgeweken, conform artikel 25 lid 5? Zo nee, waarom niet?
De bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden heeft de OR op 12 augustus 2009 schriftelijk op de hoogte gesteld van het collegebesluit. Daarbij is deze beslissing in deze brief uitgebreid gemotiveerd.
4) Wordt het advies van de OR op dit moment ingewonnen over de wijze van uitvoering van de plannen, conform artikel 25 lid 5? Zo nee, waarom niet?
Indien en voorzover zou blijken dat er adviesplichtige onderwerpen aan de orde komen bij de uitvoering van het besluit zal, voorzover de OR daarover nog niet heeft geadviseerd, overeenkomstig art. 25 lid 5 WOR advies worden gevraagd aan de OR. Op dit moment is daar nog geen sprake van.
Het besluit om het advies van de OR te negeren en door te gaan met de plannen is midden in de vakantie genomen. Veel mensen zijn dan ook op vakantie, waaronder leden van de OndernemingsRaad.
5) Houdt het college rekening met het feit dat vanwege de vakantietijd , de wettelijke termijn van de OR om bezwaar te maken bij de OndernemingsKamer in het gedrang komt? Zo nee, waarom niet?
De door u aangehaalde ‘vakantietijd’ is niet als zodanig te begrenzen tot een beperkte periode in de zomer. Hierdoor is het ook niet mogelijk daar in objectieve termen rekening mee te houden. De bestuurder in de zin van de WOR heeft daarboven geen signalen van de OR ontvangen dat de wettelijke termijn om bezwaar te maken bij de Ondernemingskamer in het gedrang zou komen.
In de brief aan de betrokken suggereert het college dat overeenstemming met het Gemeenschappelijk Overleg binnen handbereik is.
6) In de brief staat dat wethouder Witteman verschillende malen heeft gezegd dat er nog maar over zes punten overeenstemming moet worden bereikt. Denken de bonden daar ook zo over? Zo nee, waarom wordt dat dan in deze brief zo gesteld?
In een schrijven d.d. 14 april 2009 is aan het personeel bekend gemaakt dat de vakbonden en de werkgever een goede kans zien om eruit te komen. In een brief d.d. 13 mei 2009 van de bonden aan de leden van de gemeenteraad bevestigen de bonden dat de onderhandelingen over het sociaal plan dusdanig ver gevorderd waren, dat partijen er op het gebied van het arbeidsvoorwaardenpakket tot een vergelijk hadden kunnen komen.
7) Er valt te lezen dat er een sociaal kader is overeengekomen. Welke partijen zijn dat overeengekomen?
Het Sociaal Kader is reeds op 17 september 2008 in het GO met de vakbonden overeengekomen en is op 7 oktober 2008 door het college besloten met besluit nr. 08.0949.
In de brief aan de betrokken valt te lezen dat “het algemene uitganspunt altijd is geweest dat u er uiteindelijk bij de overgang niet op achteruit mag gaan”.
Daarnaast is bekend dat de overgang voor veel werknemers een lager loon betekent, met een hogere toeslag om dat te compenseren. Dat betekent dat overuren, vakantieuren, pensioenopbouw enz. gebaseerd worden op een lager loon, waardoor het totale inkomen achteruitgaat.
8) Geldt het genoemde uitgangspunt voor het totale inkomen, of alleen voor het netto loon?
Het totale arbeidsvoorwaardenpakket wordt betrokken bij de onderhandelingen in het GO over het Sociaal Plan waaronder bijvoorbeeld ook secundaire arbeidsvoorwaarden zoals vakantiedagen enz. Het eerder genoemde Sociaal kader is van toepassing en dient als uitgangspunt voor de onderhandeling in het GO. Daar is aangegeven dat “het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden in redelijkheid vergelijkbaar moet zijn”. Over de wijze waarop binnen het Sociaal Plan compensatie zal plaatsvinden voor de verschillende arbeidsvoorwaarden kunnen wij vooruitlopend op het onderhandelingsresultaat nog geen uitspraken doen. U begrijpt dat wij en de bonden daarbij uiterst zorgvuldig te werk zullen gaan.
9) Moet het uitgangspunt zo gelezen worden dat “niemand erop achteruit mag gaan tijdens de overgang” of dat “niemand erop achteruit mag gaan als gevolg van de overgang”?
In het Sociaal Kader is eveneens gesteld dat “de datum van verzelfstandiging is de peildatum voor het vaststellen van de verschillen” (art 7 lid 1). Volledigheidshalve verwijzen wij hiernaar.
10) Wat voor afspraken heeft de gemeente Leiden met het college van B&W van Leiderdorp gemaakt over de garantstelling? Waarom is deze verlengd van 2 naar 5 jaar?
Met de ondertekening van ‘Intentieverklaring vorming regionaal werkbedrijf’ op 10 juni 2008 heeft het college van Leiderdorp ingestemd met een garantietermijn voor tarieven van 2 jaar. De portefeuillehouder van Leiderdorp heeft in mei 2009 aan zijn ambtgenoot van Leiden verzocht om de garantietermijn voor tarieven te verlengen tot 4 jaar. Door de portefeuillehouder Leiden is de bereidheid uitgesproken om in de realisatiefase dit aspect nader te verkennen, waarbij o.a gekeken moet worden naar de grondslag die Leiderdorp voorstelt (o.a. kostentoerekening en indexering). Dit kan leiden tot nadere afspraken tussen de NV en de deelnemende gemeenten/aandeelhouders. Uitgangspunt is dat Leiden het in het bedrijfsplan geraamde voordeel realiseert ter dekking van de door de gemeenteraad opgelegde financiële taakstelling ‘regie op maat’.
11) Heeft de OR van de gemeente Leiderdorp al een advies uitgebracht? Zo ja, hoe luidde dat advies?
Heeft de raad van Leiderdorp al wensen en bedenkingen uitgesproken?De OR van de gemeente Leiderdorp heeft op 9 september 2009 een negatief advies uitgebracht. De gemeenteraad van Leiderdorp zal zijn wensen en bedenkingen op 14 september 2009 in de raadsvergadering bekend maken.
Gevraagd door: A. THEEUWEN (SP) op 26 augustus 2009 -
Fietswrakken Leiden Centraal
-
(ingekomen 9 juli 2009)
Naar aanleiding van een artikel in het Leidsch Dagblad van 9 juli 2009 getiteld 'Halfjaar uitzicht op berg fietswrakken' verzoek ik, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad, u namens de CDA-fractie om de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Antwoorden van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Heeft het College kennis genomen van het artikel 'Halfjaar uitzicht op berg fietswrakken' in het Leidsch Dagblad van 9 juli jl?
Ja. Dezelfde dag is ter plaatse gekeken. Daarbij is geconstateerd dat de berg fietsen was gelegen buiten het gebied dat door ons is aangewezen in het kader van Fiets Fout Fiets Weg.
2. Deelt u de mening van de CDA-fractie dat het beeld van de entree naar de binnenstad ernstig ontsierd wordt door deze wrakken?
Ja, met dien verstande dat het hier ging om slechts twee fietswrakken en voor het overige om fietsen die lange tijd onbeheerd zijn achtergelaten.
3. Deelt het College de mening van de CDA-fractie dat deze rotzooi onmiddellijk moet worden opgeruimd? Zo ja, wanneer gaat de gemeente aan de slag?
Ja, mits overeenkomstig de daarvoor geldende regelgeving. In art. 5.1.11, eerste lid APV is geregeld dat ons College gebieden kan aanwijzen waar het verboden is om fietsen buiten de parkeervoorzieningen onbeheerd te laten staan. Een gedeelte van het gebied bij het Centraal Station is door ons aangewezen, maar zoals onder 1. is vermeld, lagen de onbeheerde fietsen buiten dit gebied en zijn alleen de twee wrakken verwijderd op basis van art.5.1.11, tweede lid van de APV. De genoemde mogelijkheid van een gebiedsaanwijzing beoogt in eerste instantie preventief te werken en te voorkomen dat zich in het aangewezen gebied structureel overlast van verkeerd geparkeerde fietsen voordoet. Voor overlast als gevolg van het incidenteel verkeerd parkeren van fietsen of deze onbeheerd op de openbare weg te plaatsen is een gebiedsaanwijzing niet het geëigende instrument.
Mede in het licht van deze vragen hebben wij ons beraden op andere, niet bestuurrechtelijke, mogelijkheden om tot verwijdering van fietsen over te kunnen gaan. Uitgangspunt daarbij is dat het bij deze onbeheerde fietsen voor het overgrote deel van de gevallen gaat om fietsen waarvan de eigenaar afstand heeft gedaan. Bij fietswrakken is dat evident het geval. Bij weesfietsen kan de twijfel daaraan worden weggenomen door onbeheerde fietsen te stickeren met de tekst “deze fiets wordt aangemerkt als een fiets waarvan afstand is gedaan tenzij deze binnen .. weken is verwijderd”.Na het verloop van de daarop aangegeven termijn kan worden vastgesteld dat van de eigendom kennelijk afstand is gedaan.
Op basis van artikel 4 van Boek 5 titel 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het mogelijk om dergelijke fietsen te verwijderen en te vernietigen. Aangezien het hier niet gaat over een strafrechtelijke handhaving, maar om een privaatrechtelijke aanpak is het niet noodzakelijk om daarvoor bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) in te zetten. De afdeling Stedelijk Beheer is thans volop bezig de daarvoor noodzakelijke ambtelijke capaciteit vrij te maken. Naar verwachting zal zo mogelijk in januari 2010 met deze nieuwe aanpak worden gestart. In eerste instantie zal worden ingezet op het verwijderen van de fietswrakken. Met de opgedane ervaring zal deze aanpak vervolgens ook worden toegepast op de weesfietsen, waarbij eventuele overlap met bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden nog een punt van aandacht is.4. Zo nee, wie gaat dit dan wel opruimen?
Zie antwoord vraag 3.
5. Hoe valt deze laksheid te verenigen met fiets fout = fiets weg en de aanpak van de weesfietsen?
Zie antwoord op vraag 3. Er is geen sprake van laksheid, maar van beperkingen van de mogelijkheden van het desbetreffende artikel in de APV.
6. Verzoeken aan de gemeente om de fietsen weg te halen – sinds januari volgens het artikel - bleven zonder resultaat. Hoe beoordeelt u de flexibiliteit van de gemeente in het reageren op concrete klachten?
Het Servicepunt Woonomgeving informeert klagers over de mogelijkheden om wel of niet op te treden indien duidelijk is of de fietsen waarover geklaagd wordt zich binnen of buiten het aangewezen gebied bevinden. Ook wordt er informatie verstrekt over het verschil tussen fout geparkeerde fietsen, weesfietsen en fietswrakken.
7. Kan het college aangeven welke stappen er genomen worden om klachten sneller te behandelen en deze terug te communiceren naar de klager (m/v)?
Voor de afhandeling van dit type klachten staan drie werkdagen. In het eerste half jaar van 2009 is 88% van de klachten over fietsen binnen deze termijn afgehandeld (zie verder vraag 10).
8. Welke termijn acht het college aanvaardbaar om klachten te behandelen?
Wij vinden drie werkdagen een aanvaardbare termijn.
9. Deelt u de mening van de CDA fractie dat als er binnen 2 weken niets aan een klacht door de gemeente (kan) worden gedaan, de klager schriftelijk of telefonisch op de hoogte moet worden gesteld van dit uitstel?
Ja, met dien verstande dat wij uitgaan van een termijn van drie dagen in plaats van twee weken.
10. Kunt u ons voor de begrotingsbehandeling 2010 een overzicht doen toekomen van de hoeveelheid klachten en de doorlooptijden bij het Servicepunt Woonomgeving? Zes maanden is in ieder geval geen service!
In het eerste halfjaar van 2009 zijn er in totaal 185 meldingen geweest over fietsen. Van deze meldingen zijn er 164 binnen de afhandelingstermijn (3 werkdagen) afgedaan. Het overgrote deel van de 21 meldingen die niet op tijd zijn afgedaan lag in mei en werd veroorzaakt door afwezigheid van enkele medewerkers. 14 meldingen zijn binnen 4 werkdagen overschrijding afgedaan. De overige 7 meldingen zijn binnen 14 dagen overschrijding afgedaan.
Gevraagd door: F. VAN DIJK (CDA) op 9 juli 2009 -
Handhaving Beschuitsteeg 6-6a
-
(ingekomen 4 juni 2009)
Antwoord van Burgemeester en wethouders
(ingezonden 7 juli 2009)
1. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat de aanduiding Horeca niet ten gevolge van een vergissing niet op de Plankaart van het bestemmingsplan Binnenstad I is aangegeven, maar dat daartoe is besloten naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen?
Nee, het college deelt deze mening niet.
In het ontwerpbestemmingsplan, dat is vastgesteld op 5 januari 2005, is wat betreft de locatie Beschuitsteeg 6/6a geen horeca-aanduiding aangegeven op de plankaart. Uit het zienswijzenrapport (april 2005) blijkt het volgende:
“In het pand Beschuitsteeg 6 zijn twee illegale horecabedrijven gevestigd onder het bedrijf “New Times”. Het pand is met medewerking van de gemeente, maar tegen het vigerende bestemmingsplan in gesplitst. Het gevolg is dat er twee horecabedrijven gevestigd zijn. Genoemde situatie is al geruime tijd geleden ontstaan. In het kader van het bestemmingsplan kan slechts tot “wegbestemmen” worden besloten als er in juridisch opzicht voldoende perspectief is op een met succes af te sluiten procedure. Dat is in dit geval niet mogelijk. Daarom zal aan het pand een horeca-aanduiding toegekend moeten worden ter legalisering van de bestaande situatie”.
Op 30 juni 2005 is het bestemmingsplan “Binnenstad I” door de raad vastgesteld. De Beschuitsteeg 6/6a had op de plankaart echter geen horeca-aanduiding. Hierdoor waren zowel het café als de coffeeshop in strijd met dit bestemmingsplan.
Gelet op de doorlopen stadia die voorafgingen aan de definitieve vaststelling van het bestemmingsplan “Binnenstad I” is de conclusie dat het wel de bestuurlijke bedoeling was om op de plankaart de betreffende horeca-aanduiding te plaatsen. De horeca-aanduiding is dus niet weggelaten naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen.
2. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat de huidige horeca-activiteiten in het op genoemde pand niet gelegaliseerd dienen te worden en maakt u daarbij een onderscheid tussen het café en de coffeeshop?
Ja. Het college deelt het oordeel van de CDA-fractie en maakt geen onderscheid tussen het café en de coffeeshop.
Het definitief vastleggen van de horecabestemming voor de panden aan de Beschuitsteeg 6 en 6a in een bestemmingsplan heeft tot op heden niet plaatsgevonden. Het gebruik van beide panden is gelet hierop in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Zowel de rechtbank ’s-Gravenhage sector bestuursrecht als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) hebben in hun uitspaken aangegeven dat er geen concreet zicht bestaat op legalisering door de gemeente. Hier wordt geen onderscheid gemaakt tussen het illegale gebruik van het café en het illegale gebruik van de coffeeshop. Het college zal met betrekking tot het café New Times en de coffeeshop Joy gebruik moeten maken van de bevoegdheid tot handhaven.
3. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat de huidige horeca-activiteiten in het op genoemde pand niet gedoogd dienen te worden?
Ja, gedogen is geen optie. Het beleid van de gemeente is dat gedogen alleen bij uitzondering gebeurt door middel van het afgeven van een gedoogbesluit. Een gedoogbesluit moet voorts worden beperkt in tijd en omvang, alsmede zijn gericht op een definitieve rechtmatige oplossing. In de gegeven situatie is er geen zicht op het alsnog mogelijk maken van het gebruik van de panden als café en/of als coffeeshop.
In het Coalitieakkoord 2008 – 2010 wordt het wenselijk gevonden om het aantal coffeeshops van 12 naar 8 terug te brengen.
4. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat, nu duidelijk gebleken is, dat een wettige grondslag voor de activiteiten in de coffeeshop in op genoemd pand ontbreekt, handhavend opgetreden dient te worden?
Ja. Dat geldt overigens niet alleen ten aanzien van de coffeeshop Joy, Beschuitsteeg 6a, maar ook ten aanzien van het café New Times, Beschuitsteeg 6. Beide ondernemingen zijn in strijd met het bestemmingsplan. Afzien van handhavend optreden kan eerst aan de orde komen indien de grondslag daarvoor ontvalt door middel van het verlenen van een ontheffing van het bestemmingsplan, dan wel aanpassing van het bestemmingsplan. Wij zijn van oordeel dat die ontheffing, dan wel aanpassing van het bestemmingsplan niet behoren te worden verleend, gelet op de belangen van de omwonenden in de Beschuitsteeg.
5. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat het handhavend optreden dient te leiden tot de onmiddellijke beëindiging van de handel in softdrugs in op genoemd pand?
Nee. Vaststaat dat het gebruik van de panden Beschuitsteeg 6 / 6a in strijd is met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een instrument dat de ruimtelijke ordening van een gebied bepaalt en geen instrument waarmee de handel in softdrugs wordt bestreden. Handhaving tegen het strijdige gebruik als coffeeshop dient op de gebruikelijke wijze plaats te vinden, waarbij een redelijke begunstigingstermijn wordt geboden voor het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten. De Commissie Beroep & Bezwaar heeft geadviseerd hier een termijn van een jaar te hanteren. Dit advies hebben wij inmiddels overgenomen.
Gevraagd door: A. FLIPPO (CDA) op 4 juni 2009 -
Deplorabele staat van de directe omgeving van station Lammenschans
-
(ingekomen 18 maart 2009)
De afgelopen jaren hebben de PvdA en het CDA meermaals aandacht gevraagd voor de staat van de directe omgeving van het station Lammenschans. Zo hebben Flippo, Van Dijk en Holla recentelijk nog aandacht gevraagd voor de uitbreiding van het aantal fietsrekken.
Tijdens verschillende gesprekken over en bezoeken aan station Lammenschans blijkt dat de situatie bij het station met een aantal kleine maatregelen fors kan verbeteren. Zo staan er veel weesfietsen in de omgeving, is het ’s avonds erg donker bij de fietsrekken tegen het talud van het spoor, ligt er veel rommel op straat, staan er in de bewaakte stalling zeer onhandige dubbellaagse fietsrekken en ontstaan er vrij snel grote plassen water onderaan de trap bij een regenbui.
Aangezien de PvdA en het CDA veel waarde hechten aan zo veel mogelijk gebruik van het openbaar vervoer, verzoeken wij, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad, u om de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 28 april 2009)
1. Is het college het met ons eens dat een goede staat van de directe omgeving van het Station Lammenschans een positieve bijdrage heeft aan het aantal treinreizigers?
Die veronderstelde relatie is gevoelsmatig aanwezig, maar of er werkelijk samenhang bestaat is niet onderzocht.
2. Is het college bereid om op korte termijn een weesfietsenactie houden rondom station Lammenschans?
Neen, dat lukt momenteel niet,gezien de prioriteit van de werkzaamheden van Handhaving en Toezicht in de binnenstad en met name het gebied rond het Centraal Station. In de APV is in artikel 5.1.11. lid 2 opgenomen dat het verboden is “fietswrakken” op de weg te laten staan; deze kunnen dus worden verwijderd. In artikel 5.1.12 is opgenomen dat het niet is toegestaan om fietsen langer dan 4 weken aaneengesloten te stallen, in speciaal aangewezen gebieden. Dit geldt echter alleen in het aangewezen gebied rondom het Centraal Station. Mocht er een besluit komen om de werkzaamheden uit te breiden, dan moet eerst een aanwijzingsbesluit worden genomen voor het gebied waarin dit artikel (ook) van kracht zal zijn. Op dit moment is geen capaciteit beschikbaar om een dergelijk besluit ook te handhaven..
3. Is het college bereid om extra verlichting te plaatsen bij de fietsrekken die tegen het talud van de spoorbaan staan?
Daartoe zijn wij bereid.
4. Is het college bereid om extra vuilnisbakken rondom station Lammenschans te plaatsen?
Dat is inmiddels gebeurd: het team Civiel van de afdeling Stedelijk Beheer heeft een extra 140 liter prullenbak geplaatst bij het station Lammenschans. Tevens is de 140 literbak in de bocht van de Lammenschansweg richting perrontrap verplaatst.
5. Is het college bereid om de bestrating onder aan de trap opnieuw te leggen zodat er daar geen grote waterpartijen meer ontstaan bij de eerste de beste regenbui?
Ja
6. Is het college bereid om met ProRail contact op te nemen om de dubbellaagse fietsrekken in de bewaakte fietsenstalling te moderniseren zodat fietsers hun fiets niet meer geheel op eigen kracht in de bovenste laag van de dubbellaagse fietsrekken hoeven plaatsen? (Bijvoorbeeld met behulp van een veer zoals bij de fietsenstalling van Club 70)?
Ja,we gaan met ProRail deze kwestie bespreken met als doel de capaciteit te verhogen. De grond is eigendom ProRail, de opstallen zijn eigendom van de gemeente en de stalling wordt door DZB geëxploiteerd. De stalling is niet zomaar geschikt voor dubbellaagse fietsrekken:het is een atypisch gebouw met een ronde kap, waardoor de ruimte langs de muur lager is dan de door de leverancier van de rekken gevraagde 2,75 meter. De kosten van de eventueel noodzakelijke aanpassingen zijn nog niet inzichtelijk gemaakt.
ProRail heeft wel een bouwplan ingediend voor het uitbreiden van het aantal klemmen in de buitenruimte. Hiervoor is inmiddels (gedeeltelijk) bouwvergunning verleend. Een deel, gestapelde rekken tegen het gebouw aan, is op advies van de ARK buiten de vergunning gelaten. Ook dit is onderdeel van de inmiddels gestarte gesprekken met ProRail.
7. Indien op een van de bovenstaande vragen het antwoord ja is, zouden wij graag weten op welke termijn wij de acties kunnen verwachten?
Een aantal acties is al ingezet, de herbestrating van de ruimte onder aan de trap vindt plaats in week 18 en het aanbrengen van de verlichting na de zomervakantie als gevolg van de levertijd van armaturen.
8. Indien op een van de bovenstaande vragen het antwoord nee is zouden we graag willen weten waarom niet?
Is bij vraag 2 beantwoord.
Gevraagd door: G. Holla (PvdA) en J. Flippo (CDA) op 18 maart 2009 -
Kleinschalige maatregelen in de wijk Transvaal
-
(ingekomen 20 april 2009)
Op 8 januari 2008 ontvingen bewoners van de wijk Transvaal I een bewonersbrief over en-kele kleinschalige verkeersmaatregelen in hun buurt. Specifiek had deze brief betrekking op:
- de aanleg van een trottoir en een fietssuggestiestrook van 1.50 meter aan de noordzijde van de Morsweg, ter hoogte van de bedrijven van de Oude Veelade bij de spoorwegovergang, inclusief enkele bijbehorende kleinere verkeermaatregelen;
- de afsluiting van de doorgang van Lopsenstraat naar Oude Veelade, om sluipverkeer tegen te gaan, waarmee tevens twee extra parkeerplaatsen en meer groen ontstonden.Bij aanvullende bewonersbrief van 21 april 2008 werd hieraan nog toegevoegd het veranderen van de rijrichting in de Lopsenstraat, President Steinstraat en Paul Krugerstraat, om daar sluipverkeer tegen te gaan en parkeerzoekverkeer in één richting door de wijk te geleiden.
Over al deze voorgenomen maatregelen is uitvoerig overleg geweest met de buurt (hulde) en het is voor de bewoners nu slechts wachten op de uitvoering. Onlangs (dus inmiddels een jaar later!) vernamen de bewoners echter tot hun verbazing per mail van de gemeente dat de raming voor deze werkzaamheden te hoog uitkwam. Wat er nog van deze allang voorgenomen maatregelen terechtkomt is niet duidelijk. Dit alles leidt de fractie van D66 tot de volgende vragen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 2 juni 2009)
1. Bent u het met ons eens dat bewonersbrieven als deze moeten gaan over kleinschalige maatregelen die op korte termijn worden uitgevoerd?
Ja, met dien verstande dat dergelijke brieven soms ook bedoeld zijn om het draagvlak voor bepaalde maatregelen te peilen bij de bewoners voordat deze worden uitgewerkt. Deze maatregelen moeten in zo’n geval na gebleken draagvlak nog worden voorbereid en technisch uitgewerkt. Onderdeel daarvan kan zijn het voeren van overleg met hulpdiensten en andere belanghebbenden en het nemen van een verkeersbesluit. Daar kan soms wel een jaar overheen gaan.
2. Zo ja, waarom is er sinds de laatste bewonersbrief een jaar verstreken zonder dat er iets gebeurd is?
Na de bewonerspeiling is er wel degelijk iets gebeurd. Met name het overleg met de hulpdiensten en het technisch onderzoek hebben veel tijd gekost. Uiteindelijk is er een oplossing gevonden voor de bereikbaarheid van de hulpdiensten, waardoor deze met het te nemen verkeersbesluit kunnen instemmen. De situatie kan zelfs worden verbeterd voor de hulpdiensten. Ook was overleg nodig met ProRail over de aanleg van een voetpad dat over het terrein van ProRail zou moeten komen te lopen. Met de wijkvereniging is overleg gevoerd over de exacte plek van de knip in de sluiproute.
3. Waarom is over deze maatregelen uitgebreid overleg geweest met de buurt en zijn daarna deze bewonersbrieven geschreven zonder dat duidelijk was dat de maatregelen ook betaald zouden kunnen worden?
In januari 2008 is de eerste bewonersbrief verspreid waarin men kon reageren op het voorstel om enkele verkeersmaatregelen te nemen. Diverse mensen hebben gereageerd, voornamelijk positief. In april 2008 is een tweede bewonersbrief verspreid met de resultaten van de bewonersreacties, en met de aankondiging dat het plan nu verder uitgewerkt moest worden, technisch en juridisch. Vanaf dat moment is het overleg gestart met de diverse organisaties en hebben we het plan verder verfijnd, in overleg met de wijkvereniging en de hulpdiensten. Normaal doen wij bij dergelijke maatregelen eerst een grove inschatting van de kosten om te bezien of de maatregelen uit de reguliere middelen betaald kunnen worden. Bij deze maatregelen in Transvaal hebben wij helaas een te optimistische inschatting gedaan. Wij gingen ervan uit dat de maatregelen betaald konden worden uit reguliere budgetten voor onderhoud, verlichting en verkeersvoorzieningen.
4. Waardoor is de raming nu kennelijk onverhoeds te hoog uitgekomen?
Het plan zoals dat is uitgewerkt ging uit van een ideale en (wellicht te) mooie inrichting. Onder andere gingen wij uit van nieuw bestratingsmateriaal, aanleg van een trottoir langs het spoor en verbreding van de fietssuggestiestrook. Binnen het onderhoudsbudget is echter geen noodzaak om het bestratingsmateriaal dit jaar te vervangen. Verder blijkt de verbreding van een smalle strook asfalt veel duurder dan wij hadden ingeschat, omdat het zowel qua techniek als qua uitvoering nogal complex is. De kosten stonden hierdoor niet meer in verhouding tot de ermee te behalen voordelen.
5. Verwacht u de aangekondigde maatregelen alsnog uit te gaan voeren nu daarover na uitgebreid overleg overeenstemming is bereikt met de buurt?
Wij zijn inderdaad van plan de maatregelen nog te gaan uitvoeren. Het plan is echter wel versoberd. De kern van de maatregelen blijft echter overeind. De drie kernelementen van het plan zijn het afsluiten van de sluiproute door de wijk, het beter bestraten en verlichten van het parkeerterrein en het verbeteren van het trottoir langs de Morsweg. De herbestrating van het parkeerterrein zal gebeuren met bestaand materiaal. De parallelroute langs het spoor wordt wel afgesloten voor sluipverkeer door middel van sleutelpalen, maar behoudt de huidige inrichting na herbestrating. Er komt dus geen trottoir langs. Dit is ook niet nodig, omdat er geen doorgaand verkeer meer over de route komt. De fietssuggestiestrook op de Morsweg zal niet met 50 centimeter worden verbreed. Wel wordt de parkeerindeling zoals gewenst aangepast en komt er een goed begaanbaar trottoir langs de Morsweg. Ook worden de inritten en de witte kruisen aangebracht.
6. Had u er niet wijzer aan gedaan eerst te kijken of de voorgenomen maatregelen betaalbaar zijn, alvorens deze aan de buurt in het vooruitzicht te stellen?
Ja. In dit geval hebben wij ons helaas verkeken op de kosten voor uitvoering. Het was beter geweest om dit plan eerst nauwkeuriger te ramen en met de hulpdiensten te bespreken, voordat we dit aan de buurt voorlegden. Het plan zoals dat aan de buurt is voorgelegd was echter ook bedoeld als draagvlakpeiling. Ten behoeve van de communicatie zat er wel een ontwerptekening bij. Deze is na overleg met de diverse partijen en de nodige aanpassingen geraamd, toen bleek dat er voldoende draagvlak was. Dat deze raming nu te hoog is uitgevallen is gemeld aan de wijkvereniging. Dat neemt niet weg, dat het ontwerp in versoberde vorm in de kern alsnog kan worden uitgevoerd.
7. Waarom is een financieel tekort op de uitvoering van kleinschalige verbeteringen ten behoeve van de verkeersveiligheid wel een bezwaar terwijl een voorzien geschat tekort van 4,7 miljoen euro (blz. 77 voorontwerp bestemmingsplan Transvaal) op de uitvoering van een parkeergarage geen bezwaar is?
Van een vermeend bezwaar is geen sprake. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 4 zouden de kosten niet meer in verhouding staan tot de te behalen voordelen.
8. Is er een verband tussen het plotseling schrappen van kleine projecten in de wijken en de geschatte tekorten op de grote prestigieuze projecten van het college? Zo nee, wil het college dan duidelijk aangeven uit welke begrotingspost deze kleine projecten worden gefinancierd?
Er worden geen kleine projecten geschrapt. De maatregelen in Transvaal worden gefinancierd uit het herbestratingsbudget, uit het budget voor “Schoon, Heel en Veilig” (voor het opknappen van bedrijventerreinen) en uit reguliere kredieten voor openbare verlichting en verkeersvoorzieningen uit het Meerjareninvesteringsplan.
9. Kunt u ons het collegebesluit doen toekomen waarmee u als uw nieuwe beleid heeft bepaald dat voortaan datgene wat een buurt wil (in dit geval de genoemde kleinschalige aanpassingen) niet gebeurt, en in plaats daarvan datgene wat de buurt niet wil (in dit geval een foeilelijk monstrueus parkeerdek bij de Morspoort) wel gebeurt?
Uiteraard bestaat een dergelijk collegebesluit niet.
Gevraagd door: P. VAN MEENEN (D66) op 20 april 2009 -
Leegstand Opaalstraat
-
(ingekomen 30 maart 2009)
Buurtbewoners hebben opgemerkt dat in de Opaalstraat al een geruime tijd meerdere betaalbare huurwoningen van Portaal leeg staan. Leegstaande woningen worden ook sinds april 2008 niet meer aangeboden op Woonzicht.nl.
De SP heeft bij Portaal nagevraagd waarom deze woningen leeg staan. Het blijkt dat Portaal binnenkort wil beginnen met de verkoop van betaalbare woningen in de Opaalstraat. Op 11 december 2007 heeft Portaal ook in de commissie Ruimte & Bereikbaarheid al gemeld dat zij 250 woningen aan de Opaalstraat wilden verkopen.
In Leiden zijn er geen afspraken met corporaties gemaakt over verkoop van betaalbare woningen. Door vele verkoopplannen is de voorraad betaalbare woningen de afgelopen jaren flink geslonken. Omdat het behoud van de sociale woningvoorraad een verantwoordelijkheid is van de overheid, wil de Socialistische Partij hierover de volgende schriftelijke vragen stellen aan het College van Burgemeester en Wethouders.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 12 mei 2009)
Als eerste enkele vragen over of u op de hoogte bent van de leegstand.
1. Bent u op de hoogte van de leegstand van woningen van Portaal in de Opaalstraat?
Neen. Wij zijn niet op de hoogte gesteld van leegstand van woningen van Portaal in de Opaalstraat.
Zo ja:
2. Sinds wanneer weet u dat al?
Zie ons antwoord op 1.
3. Heeft Portaal de leegstand ook vooraf met u overlegd?
Neen.
4. Heeft u ingestemd met het feit dat de woningen een lange tijd leegstaan, in afwachting tot verkoop?
Zie ons antwoord op 1.
Dan volgen nu enkele vragen over de leegstand zelf. In afwachting van eventuele verkoop staan woningen al maanden leeg.
5. Is het wettelijk toegestaan om, in afwachting van eventuele verkoop, betaalbare woningen aan de woningvoorraad te onttrekken?
Wij merken allereerst op dat het leeg laten staan van woningen iets anders is dan het onttrekken van woonruimte, omdat er dan sprake is van functiewijziging. Dat is bij leegstand niet het geval. De woningen blijven immers bestemd voor huisvesting. Formeel is er dus geen sprake van onttrekken aan de voorraad. Verder merken we op dat de Leegstandswet geen bepalingen meer kent om leegstand tegen te gaan.
Het goed beheer van de woningvoorraad is een locale verantwoordelijkheid geworden, waarin de woningcorporaties een belangrijke rol spelen. De regels zijn te vinden in de Huisvestingsverordening 2007 van de gemeente Leiden (rv 07.0128), waarvan de laatste wijziging per 16-02-<metricconverter productid="2008 in" w:st="on">2008 in</metricconverter> werking is getreden. De verordening regelt o.a. dat - zodra leegstand van woonruimte langer dan twee maanden duurt - de eigenaar verplicht is daarvan melding aan burgemeester en wethouders te doen. De verordening biedt verder de bevoegdheid om voor delen van de woningvoorraad de verplichting van melding van leegstaande woningen ontheffing te verlenen. Een dergelijke aanvraag om ontheffing is niet aan ons gedaan.
6. Bent u met ons van mening dat het onwenselijk is om, al is het tijdelijk, betaalbare woningen leeg te laten staan?
Ja. Wij menen eveneens dat het niet wenselijk is om betaalbare woningen leeg te laten staan, ook al is het tijdelijk.
7. Bent u bereid de leegstand van betaalbare woningen aan te pakken?
Ja. Wij zijn in zijn algemeenheid bereid om leegstand van betaalbare woningen aan te pakken en handhavend op te treden. In de huidige situatie is dit echter niet zinvol, omdat de besluitvorming bij Portaal inmiddels is afgerond, de verkoop van de leegstaande woningen naar verwachting binnen enkele maanden is gerealiseerd en alle huurders van de Opaalstraat schriftelijk op de hoogte zijn gebracht, waardoor onrust is voorkomen.
Wij zullen Portaal erop attenderen dat wij het ongewenst vinden dat woningen langere tijd leegstaan en dat de Huisvestingsverordening melding van leegstand na twee maanden vereist.
Sinds januari 2008 is voor de verkoop van betaalbare woningen in Leiden geen “splitsingsvergunning” meer nodig. De gemeente hoeft sindsdien niet meer verkoopplannen te controleren. Toentertijd heeft wethouder van Woensel gezegd dat er daardoor geen ongewenste effecten zouden optreden. Nu blijkt echter dat, zonder controle van de gemeente, betaalbare woningen voor lange tijd leeg blijven staan.
8. Zou de leegstand in de Opaalstraat mogelijk zijn als we nog het instrument van de splitsingsvergunning zouden kennen?
Ja. Het instrument van de splitsingsvergunning voorkomt geen leegstand. Bij een aanvraag om splitsing dienen wij een afweging van belangen te maken tussen het belang van het behoud van voldoende woonruimtevoorraad en dat van de verhuurder. Bij splitsing treedt echter geen vermindering van de voorraad op, alleen een verschuiving van huur naar koop. Verder heeft de verhuurder een aanmerkelijk belang bij verkoop, namelijk het genereren van inkomsten ten behoeve van herstructurering, zoals nieuwbouw en renovatie. In de Woonvisie, vastgesteld op 11 oktober 2005, is dan ook vermeld dat de corporaties in de periode 2005-2015 denken ongeveer 800 sociale huurwoningen te zullen verkopen. Verkoop dient, naast het genereren van inkomsten voor herstructurering ook een volkshuisvestelijk belang, namelijk het verkleinen van het gat tussen huur en koop, waardoor de noodzakelijke doorstroming op gang kan komen.
Ook na het verlenen van een splitsingsvergunning kan leegstand niet via het splitsingsinstrumentarium worden voorkomen. Wij kunnen weliswaar een splitsingsvergunning intrekken, indien niet binnen een jaar is overgegaan tot overschrijving van de akte van splitsing in appartementsrechten in het kadaster, maar niet geregeld is (en dat kan wettelijk ook niet) dat het appartementsrecht direct na overschrijving moet worden verkocht. De geldende Huisvestingsverordening biedt - via de eis van melding van leegstand na twee maanden – een toereikend instrument om ongewenste leegstand tegen te gaan.
Tot slot een aantal vragen over het algemene woningbeleid binnen de gemeente Leiden. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft jaren geleden toegezegd om jaarlijks met een “woonmonitor” te komen. Vooralsnog is daar nog niets van terecht gekomen, en daarom voelt de SP zich verplicht opnieuw te vragen naar de stand van zaken met de Leidse betaalbare woningvoorraad.
9. Wat is de ontwikkeling van de Leidse betaalbare woningvoorraad, zowel absoluut (aantallen) als relatief (in percentages van het totaal) over de afgelopen vijf jaar?
Met ingang van 2009 is in de Programmabegroting een nieuwe indicator opgenomen: e6.8a: aantal betaalbare huurwoningen. In de toekomst zal op deze plek over de ontwikkeling van de betaalbare huurwoningen worden gerapporteerd. De realisatiewaarden zijn:
31 dec 2003: 25.654 (51% van totaal aantal woningen)
31 dec 2004: 25.710 (51%)
31 dec 2005: 25.766 (51%)
31 dec 2006: 25.901 (51%)
31 dec 2007: 25.707* (50%)
* = schatting
Het gaat om zelfstandige woningen, wooneenheden zijn buiten beschouwing gelaten.
De realisatiewaarde van december 2008 is nog niet beschikbaar.
Bron: gemeentelijke afdeling Strategie en Onderzoek
10. Hoeveel betaalbare woningen zijn verkocht de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst per jaar en type verkoop (Koopgarant of andere betaalbare constructies, of gewoon vrije markt)?
Tabel met de verkoop van woningen van corporaties in Leiden in de periode 2004 t/m 2008 1)2)
2004
2005
2006
2007
2008
Totalen
43
48
44
39
88
Waarvan via koopgarant
0
0
0
13
18
1) Het betreft de verkoop van alle woningen. De vraag hoeveel ‘betaalbare woningen’ zijn verkocht kan niet worden beantwoord, omdat er geen definitie voor betaalbaar is aangegeven.
2) De Woonvisie, vastgesteld op 11 oktober 2005, vermeldt dat de corporaties in hun programma voor de periode 2005-2015 aangeven ongeveer 800 sociale huurwoningen te willen verkopen.
Bron: Woningcorporaties
11. Kunt u een overzicht geven van de huishoudens in deze stad gegroepeerd per inkomensgroepen? Kunt u daarbij aangeven hoeveel woonlasten een huishouden zou kunnen dragen indien maximaal 25% van het inkomen besteed mag worden aan woonlasten?
Hieronder volgt een overzicht van de inkomensverdeling in Leiden, vergeleken met Nederland. De gegevens zijn afkomstig van het Regionaal Inkomens Onderzoek (RIO) 2005.
besteedbaar inkomen per jaar
woonlasten per maand
(25% van inkomen)
Leiden
NL
ondergrens
bovengrens
ondergrens
bovengrens
aantal hh
% hh
% hh
-
€ 12.600
-
€ 263
6.270
12%
10%
€ 12.600
€ 15.900
€ 263
€ 331
5.270
10%
10%
€ 15.900
€ 19.000
€ 331
€ 396
5.470
11%
10%
€ 19.000
€ 22.400
€ 396
€ 467
4.960
10%
10%
€ 22.400
€ 26.300
€ 467
€ 548
4.910
10%
10%
€ 26.300
€ 30.400
€ 548
€ 633
4.290
8%
10%
€ 30.400
€ 35.000
€ 633
€ 729
4.420
9%
10%
€ 35.000
€ 41.000
€ 729
€ 854
4.510
9%
10%
€ 41.000
€ 51.000
€ 854
€ 1.063
4.870
10%
10%
€ 51.000
-
€ 1.063
-
5.550
11%
10%
50.520
100%
100%
De inkomens van Nederlandse huishoudens zijn verdeeld in 10 gelijke groepen (elke groep in Nederland bedraagt daardoor 10%). De inkomensgrenzen die daarbij horen zijn toegepast op Leiden. Dan blijkt bijvoorbeeld dat 11% van de Leidse huishoudens een besteedbaar inkomen heeft tussen de € 15.900 en € 19.000 per jaar. Bij een besteding van 25% van het inkomen aan woonlasten komen deze huishoudens op een bedrag tussen de € 331 en € 396 per maand.
Bron: gemeentelijke afdeling Strategie en Onderzoek
12. Kunt u aangeven wanneer de gemeenteraad prestatieafspraken voorgelegd krijgt? (Die prestatieafspraken zijn sinds 2005 beloofd.)
Er wordt naar gestreefd om voor het zomerreces 2009 met de corporaties tot een Onderhandelingsakkoord te komen. Hierna volgt het besluitvormingstraject. De verwachting is dat het Onderhandelingsakkoord voor het zomerreces aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt voorgelegd. Indien de betrokken partijen het Onderhandelingakkoord onderschrijven, kunnen de Prestatieafspraken worden ondertekend. De corporaties zullen over het Onderhandelingsakkoord, via de huurdersverenigingen, de Federatie Huurdersorganisatie Leiden en Omstreken (FHLO) om advies vragen.
Gevraagd door: L. Rademaker (SP) op 30 maart 2009 -
Mogelijkheden herinrichting Nieuwe Beestenmarkt
-
(ingekomen 18 augustus 2009)
De Nieuwe Beestenmarkt is een zeer centraal gelegen locatie in het centrum van Leiden. Het grenst aan de Beestenmarkt. Aan deze locatie is door het college onlangs een impuls gegeven, zoals gepland in het programma binnenstad. Op de Beestenmarkt zijn nieuwe plantenbakken geplaatst, mooie bankjes neergezet en de terrassen uitgebreid. Ook is in de omgeving een verbeterslag gaande waar het de gevels betreft.
De Nieuwe Beestenmarkt blijft hier helaas ver bij achter. De Nieuwe Beestenmarkt kent de laatste jaren een positieve trend waar het gaat om vestiging van hoogwaardige horeca. Ondernemers hebben hun verantwoordelijkheid genomen of maken plannen om dit te doen. Toch blijft de Nieuwe Beestenmarkt een ongezellig verkeersriool. Bezoekers voelen zich er vaak onveilig, zeker ’s avonds laat, en een hoop toeristen lopen er vast in het verkeer.Onze fracties denken dat dit beter kan. Zeker nu duidelijk is dat de RGL niet dit tracé gaat volgen is het tijd om te komen met plannen die recht doen aan het gebied.
Door aan de rechterzijde van de Nieuwe Beestenmarkt de parkeerplaatsen te verwijderen (gezien vanaf molen de Valk) kan er een breed terras gecreëerd worden.Op deze manier wordt met beperkte middelen de Nieuwe Beestenmarkt kwalitatief op hetzelfde niveau getrokken als de Beestenmarkt en ontstaat een mooie loop voor bezoekers van onze stad, komende vanuit de richting Lammermarkt/molen de Valk.
Naar aanleiding hiervan willen wij graag de volgende vragen stellen aan het college, op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 22 september 2009)
1. Is uw college met ons van mening dat de huidige staat van de Nieuwe Beestenmarkt verbetering behoeft? En zo nee, waarom niet?
Ja, wij delen de mening dat de huidige staat van de Nieuwe Beestenmarkt verbetering behoeft. Daarom is de Nieuwe Beestenmarkt ook meegenomen in de projectopdracht voor het gebied Entree van de Stad. De eerste prioriteiten van het project Entree van de Stad liggen bij de Beestenmarkt, Stationsweg en Steenstraat, vanwege het feit dat dit een belangrijke aanloop- en verbindingsroute vanaf het station richting de binnenstad vormt.
In de interne projectopdracht voor Entree van de Stad is opgenomen dat eind 2010 wordt bepaald of en hoe de ook door ons gewenste verbeterslag voor de Nieuwe Beestenmarkt zal worden gemaakt. Aansluitend zullen, bij positief antwoord op de vorige vraag, verbeteringsvoorstellen voor de Nieuwe Beestenmarkt en bijbehorend ontwerp worden opgesteld. Hoe om te gaan met de bestaande parkeerplekken op de Nieuwe Beestenmarkt zal daarin worden meegenomen. Wij zullen het voorstel dat bij deze raadsvragen zit (breed terras) meenemen bij de invulling van die interne projectopdracht.
Op veel kortere termijn zou overigens de Nieuwe Beestenmarkt, net als de Breestraat en de Beestenmarkt, kunnen worden opgefleurd door het plaatsen van boombakken.
Wij wijzen er in aanvulling op het voorgaande op, dat een aanpassing zoals door u voorgesteld (terras aan één zijde van de Nieuwe Beestenmarkt) nog betrekkelijk overzichtelijke consequenties heeft, met als belangrijke uitzondering het verloren gaan van een vrij groot aantal binnenstadsparkeerplaatsen, maar wanneer we de Nieuwe Beestenmarkt echt zouden willen herinrichten dit vergaande gevolgen zou hebben in een groot gebied. De verkeerscirculatie in de hele binnenstad zou geraakt worden, er zou een alternatieve route voor het busvervoer gevonden moeten worden en de ondergrondse vuilcontainer zou verplaatst moeten worden.2. Kan uw college een raming geven van de kosten van de voorgestelde maatregelen?
Nee, wij kunnen nu nog niet inschatten wat die kosten zijn, er zijn immers nog geen “voorgestelde maatregelen”. Uw eigen idee om ruimte te creëren voor een breed terras zou zeker de bestaande beschikbare middelen te boven gaan. Zie ook het antwoord op de volgende vraag.
3. Kunnen deze kosten gedekt worden vanuit het programma binnenstad?
Het project Entree van de Stad heeft eigen middelen. Dit zijn geen kapitaallasten, maar directe investeringen voor kleine ingrepen. In het Programma Binnenstad zijn geen middelen geraamd voor grootschalige ingrepen. Mocht in 2011 blijken dat er toch grootschalige ingrepen voor de Nieuwe Beestenmarkt gewenst zijn, dan zal bij het herinrichtingsplan ook een dekkingsvoorstel worden opgesteld.
Gevraagd door: J. Boer (SLO), P. Kos (GL) en G. Holla (PvdA) op 18 augustus 2009 -
Ondergrondse fietsenstalling
-
(ingekomen 25 mei 2009)
Twee jaar geleden heeft de gemeenteraad ingestemd met de bouw van een ondergrondse fietsenstalling (07.0045). Daarbij was afgesproken dat er 'sociaal toezicht' zou zijn in de stalling, maar dat die niet bewaakt zou zijn. Gezien het bordje met de tekst “Gratis en bewaakt” boven de stalling is blijkbaar toch gekozen voor wat meer dan sociaal toezicht.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 22 september 2009)
1) Is er inderdaad gekozen voor wat meer dan sociaal toezicht?
Ja, er is gekozen voor een stalling met permanent toezicht. We doen daarmee overigens meer dan wat in 2007 is overeengekomen: een vorm van sociaal toezicht (in de overeenkomst is niet uitgewerkt wat dat is) met openstelling tussen 6 en 21 uur. Wij hebben voor deze ruimere uitwerking gekozen vanwege de sociale veiligheid.
NB: om verwarring met de bewaakte, betaalde stalling te voorkomen is het betreffende bord vervangen door een pictogram met de tekst “Fietsenstalling’.Voorts is besloten dat het 'sociale toezicht' samen met de 'spoorse partners', de politie en andere partijen verder uitgewerkt zou worden tot een “gezamenlijke visie op het fietsparkeren en het sociale toezicht in het gehele gebied.”
2) Hoe staat het hiermee?
Stand van zaken: er is geprobeerd om het overleg met de partners vóór de opening van de stalling af te ronden, maar door dat NS-Fiets ons op het laatste moment meldde dat de exploitant van de betaalde stalling afhaakte, is dit niet gelukt. We hechtten eraan om toch de opening op 15 mei door te laten gaan. Het overleg heeft wel aanzetten tot oplossingen gegeven, maar (nog) geen tastbaar resultaat. Er is nu enige tijd nodig om dit complexe probleem op te lossen.
Er zou ook onderzoek gedaan worden door een extern bureau, deels betaald door de gemeente.
3) Wat heeft dat gekost en opgeleverd?
Het onderzoek door een extern bureau, dat als intermediair is opgetreden, betrof een studie naar visie en modellen. Juist bij de uitwerking daarvan konden partijen elkaar niet vinden. Die rapporten blijven basis om met elkaar verder te zoeken naar een lange termijn oplossing. De studie heeft de gemeente en NS-Fiets beide € 11.125,-- gekost en heeft de basis geleverd voor de toekomstige gesprekken.
Er is voor beperkte tijd geld voor sociaal toezicht, en bovengenoemde processen zouden moeten leiden tot een structurele oplossing en financiering.
4) Wanneer kan de raad voorstellen hierover verwachten?
In het B&W-besluit is aangegeven dat het ons streven is om binnen twee jaar met een voorstel te komen waarin de exploitatie van de stalling zeezijde structureel geregeld wordt.
Onderdeel van de plannen zou ook een beleid voor weesfietsen moeten zijn. Tot dat dat er is, leeft bij de SP de volgende vraag:
5) Hoe lang kan een fiets in de stalling blijven staan voor hij wordt verwijderd, en zorgt de toezichthouder voor het markeren en eventueel verplaatsen van overstaande fietsen?
Het Fiets Fout = Fiets Wegregime geldt niet in deze stalling. Beheerder DZB heeft huisregels opgesteld: een fiets mag maximaal 4 weken onafgebroken worden gestald. Daarna wordt de fiets (door de DZB) verwijderd.
Verder hebben wij nog een vraag over het geld voor het sociaal toezicht. Daar is 850.000 euro voor gereserveerd in 2006. In het Leidsch Dagblad viel echter te lezen dat er een reserve is van 350.000 euro, die genoeg is voor twee jaar toezicht.
6) Is de reservering uit 2006 nog intact?
Ja, die is nog intact.
7) Zo ja, klopt het dat er dan genoeg geld is voor vijf jaar toezicht?
Nee, vooralsnog voor de eerste twee jaar (€ 370.000) en daarna in principe voor nog iets meer dan twee jaar, maar zie het antwoord op vraag 8.
8) Zo ja, is de gemeente ook van plan de bewaking van de stalling 5 jaar lang te betalen?
Dat is afhankelijk van de nadere onderhandelingen en het voorstel dat daarvan het resultaat zal zijn (zie het antwoord op vraag 4).
9) Zo nee, waar is dat geld dan naartoe?
Niet van toepassing.
Ten slotte hebben wij nog enkele vragen over de situatie voor parkerende fietsers aan de achterkant van het station in het algemeen. Alle fietsparkeerplaatsen op straatniveau verdwijnen in de nabije toekomst. De plekken die op de plaats stonden waar in de toekomst het ROC-gebouw verrijst zijn al eerder opgedoekt.
10) Om hoeveel verdwenen en binnenkort verdwenen parkeerplaatsen gaat het grosso modo?
Per saldo is er aan de achterkant van station Leiden CS een groter aantal fietsstallings-plaatsen gecreëerd dan er voordien waren (circa 2200 nu tegen 1900 toen), en bovendien van betere kwaliteit én bewaakt.
Gevraagd door: J. V.D. KRAATS (SP) op 25 mei 2009 -
Polderpark Cronesteyn
-
(ingekomen 16 juli 2009)
Onlangs is vanuit de fractie van D66 een werkbezoek gebracht aan het polderpark Cronesteyn. Daarbij kwam ter sprake dat u (B&W-besluit 06.1325) besloten hebt dat compensatie gevonden moet worden voor de <metricconverter productid="4,2 hectare" w:st="on">4,2 hectare</metricconverter> van het park die verloren gaat door de verbreding van de A4 daar ter plaatse. Met enige jaren uitstel lijkt het erop dat de werkzaamheden daarvoor na de zomer gaan beginnen (hoewel op dit vlak vermoedelijk niets zeker is). Dat is voor D66 nu aanleiding u te vragen hoe het hiermee staat. Graag stellen wij uw college (wethouder Steegh) dan ook de volgende vragen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 25 augustus 2009)
1. Bij bovengenoemd besluit hebt u bepaald dat een bedrag van 200.000 euro beschikbaar komt voor een kwaliteitsverbetering van het park, te besteden in overleg met de Vereniging Vrienden van Polderpark Cronesteyn (VVPC). In deze vereniging wordt de vraag gesteld of men voor dit bedrag wel voldoende kwaliteitsverbetering kan plegen om <metricconverter productid="4,2 hectare" w:st="on">4,2 hectare</metricconverter> verloren gaand park te compenseren. Bent u van mening dat dit bedrag adequaat is? Zo niet, overweegt u dan hiervoor een deel in te zetten van het miljoen dat u aan het Rijk nu minder hoeft te betalen voor de inpassing van de A4 (B&W-besluit 09.0807)? In bovengenoemd besluit is niet alleen € 200.000 extra geld beschikbaar gesteld voor een kwaliteitsverbetering van polderpark Cronesteyn maar is ook besloten om een deel van de W4-groencompensatie over te hevelen van de Oostvlietpolder naar polderpark Cronesteyn. Met de W4-partners Zoeterwoude, Leiderdorp en Rijkswaterstaat is afgesproken dat (een deel van) hun W4-groencompensatie in Leiden gerealiseerd kan worden. Leiden stelt hiervoor ruimte beschikbaar en genoemde partners vullen die ruimte op hun kosten in. Dat gaat dus niet ten koste van die € 200.000. Leiden zal hiertoe, samen met de klankbordgroep polderpark Cronesteyn -daar zitten alle organisaties in die actief zijn in polderpark Cronesteyn en dus ook de volkstuinders- een groenplan maken. Wij zijn van mening dat de combinatie van een nieuwe groenstrook langs de A4 in het park (met de functie van een ‘groene wal’), samen met een taakstellend budget van € 200.000, voldoende is om het verlies van <metricconverter productid="4,2 ha" w:st="on">4,2 ha</metricconverter>. polderpark te compenseren. Wij zijn dan ook niet voornemens de raad te vragen extra financiële middelen beschikbaar te stellen voor aanvullende compensatiemaatregelen.Daar komt bij dat Leiden weliswaar € 1 miljoen korting op de bijdrage aan de meerkosten van de verbeterde inpassing van de A4 heeft gekregen, maar dat die korting een compensatie is voor extra kosten die de gemeente moet maken als gevolg van de vertraging van de werkzaamheden aan de A4. Het is dus niet een vrij besteedbaar bedrag.
2. De verbreding van de A4 lijkt nu geregeld te zijn; wilt u dan eveneens zo spoedig mogelijk beginnen met de compenserende maatregelen in het polderpark, zodat beide werken gelijk op gaan, en we straks niet met een verbrede A4 maar een verarmd park zitten?Het inrichten van de strook in het park langs de A4 zal worden uitgevoerd zodra de werkzaamheden aan de A4 dat toelaten en dat zal zijn direct na het beëindigen van de 1e fase van de werkzaamheden aan A4, naar verwachting eind 2011.
3. Bij de aanleg van de A4 zal een strook flora en fauna langs die snelweg sneuvelen. Die natuurstrook zal dunner worden, met als resultaat dat het park aan meer geluid blootgesteld zal worden. Een geluidsscherm om dat te voorkomen is nu slechts voorzien ter hoogte van het klooster aan de Vrouwenweg (want daar is bewoning). Bent u bereid met de VVPC en andere betrokken partijen (Rijkswaterstaat en de ontwikkelaar, BAM) in overleg te gaan over de mogelijkheden om de rust in het park te bevorderen, bijvoorbeeld door het doortrekken van dit geluidsscherm langs het polderpark, en het “groen aankleden” daarvan, waar de VVPC graag over meedenkt?Zowel het verlengen van het scherm dat Rijkswaterstaat laat bouwen als het aanleggen van een geluidswal kost (veel) geld. Ter indicatie, het geluidsscherm van Rijkswaterstaat doortrekken kost ca. € 400 per m2. Voor ca. <metricconverter productid="800 meter" w:st="on">800 meter</metricconverter> scherm van <metricconverter productid="4 meter" w:st="on">4 meter</metricconverter> hoog betekent dat een investering van ca. € 1.280.000. Rijkswaterstaat heeft al aangegeven die kosten niet te willen betalen. Met de BAM is overlegd over een geluidswal waarbij gebruik zou worden van de vrijkomende grond uit de werkzaamheden aan de A4. Uitgangspunt hierbij was dat het de gemeente Leiden geen geld zou kosten. Het resultaat was teleurstellend. Om kostenneutraal een wal te maken moet er een wal worden gemaakt met een kruinbreedte van ca. <metricconverter productid="80 meter" w:st="on">80 meter</metricconverter>. Bovendien zou zo’n wal, vanwege de slappe ondergrond, een bouwtijd hebben van 5 – 10 jaar. Dat vinden wij, en met ons ook de klankbordgroep polderpark Cronesteyn, een onaanvaardbare ingreep in het park. Wat overblijft, is het creëren van een nieuwe groenstrook langs de A4 die zal dienen als een ‘groene wal’. Zie hiervoor bij punt 1. Daar zullen wij samen met de klankbordgroep plannen voor maken.
4. Met D66 maakt de VVPC zich zorgen over het beheer van en de kwaliteit van het water in park Cronesteyn, inclusief het zwemwater in de waterspeelplaats. Zijn wij goed geïnformeerd, dan wilt u daarover in overleg treden met het Hoogheemraadschap van Rijnland. De achteruitgang op de genoemde punten is echter al zichtbaar in het park, zodat wij ons afvragen waarop u – immers vanuit uw vorige functie bij uitstek deskundige op dit vlak - wacht om deze problemen voor het gehele park aan te pakken?
Er is intensief contact met het hoogheemraadschap van Rijnland over de waterspeelplaats Cronesteijn. Als onderdeel van het Waterplan Leiden, een samenwerking tussen de gemeente Leiden en het hoogheemraadschap van Rijnland, is er onderzoek verricht naar de waterspeelplaats. In juni is er een Zwemwaterprofiel opgesteld. Om de waterkwaliteit te verbeteren is er reeds een schone zandbodem aangebracht en zijn er tijdelijke voorzieningen betreft de inlaat van schoon water getroffen. In het najaar van 2009 wordt de toevoersloot gebaggerd en worden de duikers verbeterd. De verwachting is dat hiermee een grote verbetering wordt bereikt. De kwaliteit van het inlaatwater en de invloed van zwemmers op de kwaliteit van het water wordt door Rijnland verder onderzocht. De mogelijkheden voor een alternatieve inlaat en het weren van ganzen worden nog bekeken.
De verbeteringen bij de waterspeelplaats zullen een positieve invloed hebben op de waterkwaliteit van het hele polderpark. Bij het maken van het groenplan voor het polderpark wordt, tevens in het kader van het Waterplan Leiden, bekeken hoe het watersysteem verder te verbeteren is. Bijvoorbeeld door het instellen van een flexibel peil of aanleg van een helofytenfilter.
De verbreding van de A4 is niet de enige bedreiging voor het polderpark A4; ook aan de noordoostkant wordt het park bedreigd.
5. Hoeveel hectare van het park zal in uw plannen verloren gaan als gevolg van de aanleg van de Rijn-Gouwe Lijn? Hiervoor bent u immers voornemens tot de aanleg van een nieuwe hoge tweesporige brug over het Rijn-Schiekanaal, naast de bestaande lage enkele spoorbrug, en die RGL-sporen zult u dan door willen trekken. Daarmee zou er dan weer een stuk van het park worden afgesnoept. Wellicht ten overvloede zij hierbij vermeld dat als het aan D66 ligt deze aantasting alvast achterwege kan blijven, aangezien wij niet mee zullen werken aan de aanleg van de RGL.
Uitgaande van een hoge tweesporige trambrug, met steilere opritten en dus minder ruimtebeslag dan bij de combibrug, zal de aanleg van de RGL ten koste gaan van <metricconverter productid="1,4 hectare" w:st="on">1,4 hectare</metricconverter> van het polderpark Cronesteyn..
6. Hoe denkt u, mocht het toch zover komen, de hectares van het polderpark die dan verloren gaan weer te gaan compenseren?
Vanuit de Bestuurlijke Overeenkomst Rijn-Gouwelijn 2 (BO 2 RGL ) ligt er een verplichting ter compensatie van Planschade en/of nadeelcompensatie (uiteraard los van verplichtingen voortvloeiend uit bouw- en/of kapvergunningen). Momenteel liggen er nog geen uitgewerkte plannen voor de compensatie. Het streven is om nog dit jaar in beeld te hebben wat de exacte grootte van de compensatie van de gehele Rijn-Gouwelijn inhoudt. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk ter plaatse wordt gecompenseerd.
7. Ziet u een samenhang de flora en fauna in park Cronesteyn en het belendende gedeelte van de Oostvlietpolder dat in uw plannen beoogd is groen te blijven?Zodra er wat meer duidelijkheid is over het uitwerkingsplan van de Oostvlietpolder – en de verwachting is dat dit eind van 2009 het geval is – zal er een groenplan worden gemaakt voor zowel de Oostvlietpolder als polderpark Cronesteyn. Hierbij zullen ook W4-groencompensatie, (nog niet gedefinieerde) RGL-compensatie en het taakstellende budget van € 200.000 voor compenserende maatregelen worden meegenomen.
Gevraagd door: P. VAN MEENEN en P. BOOTSMA (D66) op 16 juli 2009 -
Problemen rond het uitbaggeren van de Maresingel
-
(ingekomen 11 augustus 2009)
Op grond van artikel 42 van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad wil de fractie van D66 uw college enige schriftelijke vragen stellen.
De fractie van D66 heeft kennis genomen van de situatie zoals die vorige week is ontstaan naar aanleiding van de baggerwerkzaamheden in de Maresingel.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 8 september 2009)
Voordat tot beantwoording wordt overgegaan willen wij u graag wijzen op onze brief aan de raad d.d. 8 september (Sanering Maresingel, kenmerk DIV-2009-13099), waarin de raad wordt geïnformeerd over de problemen bij saneringswerkzaamheden in de Maresingel en waarmee het rapport van het interne onderzoek naar het stilleggen van de baggerwerkzaamheden aan de Maresingel d.d. 31 augustus 2009 aan de raad wordt aangeboden. Om doublures te voorkomen wordt in onderstaande beantwoording regelmatig verwezen naar deze brief en het daarbij horende “Rapport over het interne onderzoek naar het stilleggen van de baggerwerkzaamheden aan de Maresingel” d.d. 31 augustus 2009.
1. Was het college op de hoogte van de vervuiling van de Maresingel?
Ja. Het baggerwerk is immers onderdeel van de sanering van het voormalige gasfabriekterrein waarvoor de raad recent krediet heeft verstrekt.
2. Heeft het college maatregelen genomen, respectievelijk opdracht verstrekt tot het nemen van maatregelen om de baggerwerkzaamheden in de Maresingel ordentelijk en veilig te laten verlopen?
Ja. Zie voor nadere informatie de brief aan de raad van 8 september 2009 (Sanering Maresingel, kenmerk DIV-2009-13099).
3. Zo ja, welke maatregelen betrof dat?
Zie voor nadere informatie de brief aan de raad van 8 september 2009 (Sanering Maresingel, kenmerk DIV-2009-13099).
4. Wat is naar uw oordeel de oorzaak van de bij het baggeren ontstane problemen?
Zie voor nadere informatie over de gang van zaken de brief aan de raad van 8 september 2009 (Sanering Maresingel, kenmerk DIV-2009-13099).
5. Op welke wijze is de gemeente, uw college, betrokken bij de noodmaatregelen en -voorzieningen die sindsdien getroffen zijn?
De bedoelde maatregelen zijn in opdracht van de gemeente, met medewerking van E.ON en onder toezicht van Milieudienst West-Holland, de GGD en het Hoogheemraadschap van Rijnland genomen.
6. Welke risico’s voor de volksgezondheid hebben zich voorgedaan, of doen zich nog steeds voor?
Geen, de stoffen die in de lucht zijn gemeten stinken wel, maar zijn in deze concentraties geen gevaar voor de volksgezondheid. De stoffen in het water zijn ver onder de menselijke gezondheidsnormen. Dit is bevestigd door de GGD.
7. Indien zich risico’s voor de volksgezondheid hebben voorgedaan, of zich nog steeds voordoen, welke maatregelen heeft het college genomen om deze te beperken respectievelijk weg te nemen?
Zie antwoord op vraag 6.
8. Welke zijn de kosten die gepaard gaan met de noodmaatregelen en -voorzieningen?
De kosten zijn nu geraamd op ca. € 850.000.9. Zijn er nog aanvullende kosten te verwachten en zo ja, welke?
In het antwoord van vraag 8 zijn zowel de bekende als de nog te verwachten kosten meegenomen van de uitvoering van de werkzaamheden. Op dit moment is nog niet duidelijk of de gemeente claims van derden kan verwachten en waar deze uit gefinancierd moeten worden. Dit is mede afhankelijk van de vraag of het mogelijk is meerkosten te verhalen op derden en verzekeringen. Hierover wordt juridisch advies ingewonnen.
10. Welke zijn de verantwoordelijkheden van de gemeente Leiden in dezen, ook financieel?
De gemeente Leiden is opdrachtgever van de baggerwerkzaamheden en de extra maatregelen. De Milieudienst West-Holland is bevoegd gezag op het gebied van luchtkwaliteit en de kwaliteit van de waterbodem.
11. Indien de gemeente Leiden (deels) aansprakelijk is voor de gemaakte extra kosten, op welke wijze meent het college dat deze gefinancierd zullen worden?
Dit wordt nader onderzocht (zie ook het antwoord op vraag 9). Indien nodig zal aan de raad een aanvullend krediet worden gevraagd met bijbehorende onderbouwing.
Gezien de urgentie van bovenstaande verzoekt de fractie van D66 u op zo kort mogelijke termijn over de antwoorden op deze vragen te kunnen beschikken.
Gevraagd door: P. van Meenen (D66) op 11 augustus 2009 -
Schrappen van de provincie subsidie voor de aanleg van de groenzone in de Oostvlietpolder
-
(ingekomen 3 juni 2009)
Recentelijk heeft de Provincie Zuid-Holland als gevolg van ‘herprioritering’ besloten haar bijdrage aan vier nieuwe recreatiegebieden in de Leidse regio te schrappen. Het gaat om projecten die deel uitmaken van het programma Zuidvleugel Zichtbaar Groener en betreft de groenzone van de Oostvlietpolder in Leiden, een ecozone langs het Oegstgeester Kanaal (Oegstgeest/Katwijk), de Vlietlandzone (Zoeterwoude) en de Boterhuispolder (Leiderdorp).
Op grond van artikel 43 van het reglement van orde wil de fractie van de ChristenUnie het college graag enkele vragen stellen over dit provinciaal besluit. Te beginnen met enkele algemene vragen.Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 16 juni 2009)
1. Is het college bekend met dit besluit van de provincie?Ja
2. Hoe kijkt het college aan tegen het schrappen van de provinciale bijdragen aan verschillende projecten voor recreatief groen in de regio? Heeft de provincie hiermee alle bijdragen voor alle groenprojecten in de Leidse regio binnen het Programma Zuidvleugel Beter Zichtbaar geschrapt?
Ons college is zeer ongelukkig met het besluit van de provincie de bijdrage aan het recreatief groen in de Oostvlietpolder te schrappen.
Nee, binnen Zuidvleugel Zichtbaar Groener (ZZG) blijven de projecten Ghoybos, Bufferzone Valkenburg, Nieuw Rhijngeest, Haarlemmermeer Groen en Duivenvoorde Corridor behouden.3. Vindt het college, in navolging van enkele wethouders uit de regio, dat er sprake is van contractbreuk omdat over deze projecten in 2005 bindende afspraken zijn gemaakt?
Ja. Wij proberen in eerste instantie in overleg met de provincie tot een bevredigende oplossing te komen. Indien we gezamenlijk niet tot een bevredigende oplossing kunnen komen beraden wij ons op onze formele positie richting de provincie.
4. Heeft het college naar aanleiding van dit besluit overleg gezocht met de provincie? Trekt het college hierin samen op met de buurgemeenten (zo nee, waarom niet)?
Ons college zoekt in eerste instantie samen met de regio via Holland Rijnland contact met de provincie. Daarnaast heeft Wethouder Steegh tijdens een bestuurlijk overleg met de provincie op 10 juni 2009 het onderwerp ter sprake gebracht. In dit overleg is door gedeputeerde Evertse toegezegd dat alle contracten worden nagekomen, mits de gemeenten overtuigend aantoonbaar kunnen maken dat realisatie voor 2013 mogelijk is. Hierbij zal vooral gelet worden op de verwerving van grondposities, dekking van uitvoeringsprogramma’s en medewerking van belanghebbenden of betrokkenen. Wij spannen ons nu in om aan te tonen dat realisatie voor 2013 mogelijk is.
Het schrappen van de subsidie heeft ook gevolgen voor de aanleg van de groenzone in de Oostvlietpolder. Hoewel de ChristenUnie tegenstander is en blijft van de aanleg van een bedrijventerrein in de Oostvlietpolder, vindt de fractie dat de situatie moet worden voorkomen dat het college straks wel het bedrijventerrein aanlegt maar de groenzone niet. Daarom ten slotte nog enkele vragen over de gevolgen voor de planvorming voor de Oostvlietpolder.
5. Betekent het wegvallen van de provinciale bijdrage (max €1,8 miljoen, info uit PRIL 2009) een financiële tegenvaller voor de planvorming t.a.v. Oostvlietpolder?
Indien de subsidie daadwerkelijk niet toegekend wordt betekent dat een financiële tegenvaller voor de gemeente Leiden van €1.756.100
6. Betekent het wegvallen van provinciale subsidie dat de aanleg van groenzone in de Oostvlietpolder in gevaar komt of van de baan is? Hoe wordt deze tegenvaller opgevangen?
Ons college hecht bijzonder veel waarde aan de groenontwikkeling in de Oostvlietpolder. Zo is in het kader van de Startnotitie Oostvlietpolder besloten de groenambitie te versterken met 9,7 ha. Wij richten ons primair op inspanningen om de subsidie alsnog te behouden.
Gevraagd door: J. CLEMENT (CU) op 3 juni 2009 -
Aantasting Polderpark Cronesteyn
-
(ingekomen 17 juli 2009)
Als de Rijnlandroute volgens het voorkeurstracé wordt aangelegd, komt er een parallelweg langs de A4, vanaf de N11.
1. Is het al duidelijk of er een vierbaansweg zou komen aan de noordzijde van de A4, of twee maal een tweebaansweg aan weerszijde van de A4?
2. Is er al door de gemeente in kaart gebracht hoeveel ruimte er verloren gaat in park Cronesteyn mocht de RijnlandRoute volgens het voorkeurstracé van de gemeente worden aangelegd?
3. Zo ja hoeveel hectare en zijn er al plannen voor compensatie, en zo nee, waarom niet?
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 september 2009)
Er is nog geen definitief ontwerp voor de RijnlandRoute. De verschillende alternatieven kennen op hun beurt weer verschillende uitvoeringsvarianten.
Zonder een ontwerp valt nog niets te zeggen over het precieze ruimtebeslag van een RijnlandRoute. Daarmee kan ook nog geen antwoord worden gegeven over eventuele compensatie maatregelen.
Uit overleg met Rijkswaterstaat komt naar voren dat tweemaal een tweebaansweg langs de A4 bij Rijkswaterstaat meer de voorkeur geniet dan een vierbaansweg aan de noordzijde. Een besluit is daarover nog niet genomen.
Gevraagd door: J. v.d. KRAATS (SP) op 17 juli 2009 -
Werkzaamheden aan de Lage Morsweg en ontstane schade voor de winkeliers
-
(ingekomen 5 maart 2009)
Sinds 6 januari 2009 is de Lage Morsweg omgespit ter wille van het vervangen van de riolering. De Lage Morsweg is sindsdien een grote zandbak met een aantal grote buizen geparkeerd op het zand. De uitvoerders van de werken hebben begin januari gewaarschuwd dat het wel 6 tot 8 weken kon gaan duren. Er zijn enkele kleine winkels aan de Lage Morsweg gevestigd, waaronder een groentewinkel, een slager en een bakker. Het water staat hen aan de lippen, de groentewinkel heeft sinds januari haar omzet met 40% zien afnemen. Ondanks grote borden met de tekst “winkels bereikbaar” blijkt dat vanaf de Morsweg zelfs voor voetgangers en fietsers niet mogelijk.
Tot vandaag is er bij de winkels nog helemaal niets gebeurd en kunnen klanten en passanten de winkels amper bereiken. Omdat de Stadspartij Leiden Ontzet buurtwinkels ontzettend belangrijk vindt en zich samen met de winkeliers grote zorgen maakt over het verdere verloop van de werkzaamheden verzoeken wij u, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen – gezien de urgentie liefst zo snel mogelijk – schriftelijk te beantwoorden:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 7 april 2009)
1. Is het College bekend met het feit dat na het omspitten van de Lage Morsweg al 9 weken niets is gedaan om winkels en bewoners weer aan een bereikbare straat te helpen?
De oorspronkelijke planning van het werk had een doorlooptijd van 6 tot 8 weken. Door de onvoorziene omstandigheid van een bodemverontreiniging kon deze planning niet worden gehaald. Wij hebben echter alles op alles gezet om te bevorderen dat de werkzaamheden zo snel mogelijk konden worden voortgezet (tussentijds is op vrijdag 13 maart een deel van de weg opgeschoond waardoor de bereikbaarheid beter werd).
2. Kan het College aangeven waarom de Lage Morsweg niet gefaseerd is opengegooid, zodat de gigantische overlast een stuk minder zou zijn geweest?
De asfaltverharding moest worden verwijderd. Het is bestendig gebruik dat bij vervangen van rioleringen van ca. 50 tot 70 meter dit in één keer wordt uitgevoerd.
3. Is het College bekend met het gegeven dat – los van de zware financiële consequenties voor de winkeliers – er ook problemen zijn met de bevoorrading?
Ja, daar zijn we ons van bewust. Helaas is door onvoorziene omstandigheden inzake de aangetroffen bodemverontreiniging de overlast over een veel langere periode ontstaan.
4. Kan het College aangeven wanneer de Lage Morsweg weer bereikbaar zal zijn?
Inmiddels is de vervuilde grond en de oude gasleiding (veroorzaker) opgeruimd en zijn de werkzaamheden weer hervat. Naar verwachting zal in de eerste helft van mei de bestrating weer zijn aangebracht. Als bijdrage aan de vermindering van de overlast is overigens op vrijdag 13 maart een deel van de weg opgeschoond waardoor de bereikbaarheid beter werd.
5. Is het College bereid de werkzaamheden nu versneld (in de 10e versnelling) te laten uitvoeren om de schade niet onnodig nog groter te maken?
Al het mogelijke zal in het werk worden gesteld het werk zo snel mogelijk af te maken.
6. Is het College bereid om de gederfde omzet na de 8e week van het aanleggen van de zandbak aan de winkeliers als planschade te vergoeden?
Algemeen uitgangspunt is dat schade die bedrijven en particulieren ten gevolge van de uitvoering van infrastructurele werken van de gemeente ondervinden in principe voor eigen rekening komen (maatschappelijk risico).
In dit geval zullen wij echter aan de betrokken ondernemers een brief zenden met het aanbod gezamenlijk te onderzoeken of hier sprake is van zodanig onevenredige schade dat die redelijkerwijs niet meer als maatschappelijk risico kan worden aangemerkt en dat er alsdan sprake zou zijn van de noodzaak van nadeelcompensatie. In het kader van dit onderzoek krijgen de betrokken ondernemers de gelegenheid aannemelijk te maken dat dit het geval is.
7. Kan het College aangeven wat de oorzaak is van deze merkwaardige planning van werkzaamheden?
Tijdens de ontgravingwerkzaamheden kwam er een gaslucht vrij. Vanaf dat moment is er onderzoek verricht wat de oorzaak hiervan was. De oorzaak bleek een hoge concentratie benzeen te zijn dat vanuit een oude niet meer in gebruik zijnde gasleiding in de grond was gestroomd. De voorbereiding om deze vervuiling te verwijderen (door Alliander = voormalig NUON, eigenaar van de gasbuis) heeft veel tijd in beslag genomen omdat het verwijderen door een gekwalificeerd bedrijf moet worden uitgevoerd.
8. Is het College bekent met de nieuwe regeling in Amsterdam dat kleine winkels subsidie kunnen krijgen om verpaupering te voorkomen?
Ja, wij hebben kennisgenomen van deze regeling en zijn van mening dat subsidiëring niet het juiste middel zou zijn om het soort problemen dat zich hier voor heeft gedaan te bestrijden.
9. Is het College bereid om ook voor kleine Leidse winkels – zo nodig – een dergelijke subsidie ter beschikking te stellen?
Ook wij hechten aan het belang van instandhouding van buurtwinkels. We zien in de praktijk dat de grotere wijkwinkelcentra of de winkels in het centrum een steeds grotere aantrekkingskracht uitoefenen op de consumenten uit alle delen van de stad. Modernisering van deze winkelcentra of de ruimere openstelling van deze winkels vormen daarvoor een belangrijke oorzaak. Wij denken dat een structurele subsidie aan buurtwinkels geen oplossing is omdat we daarmee als gemeente teveel zouden ingrijpen in de marktwerking. Dit laat onverlet dat wij in samenwerking met vastgoedeigenaren, woningbouwcorporaties en andere maatschappelijke instellingen in deze stad ons zullen inspannen om te bevorderen dat deze wijkvoorzieningen in stand blijven.
Gevraagd door: J. BOER (SLO) op 5 maart 2009 -
Het zogenaamde gat van Dingjan hoek Hoge Rijndijk/Zoeterwoudse-singel
-
Antwoord Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 3 maart 2009)
1. Waarom is er nog steeds geen bebouwing op het voormalige Dingjanterrein?
Tot heden is geen aanvraag om een bouwvergunning ingediend voor deze locatie, en is geen bouwvergunning voor deze locatie verleend. Zonder bouwvergunning mag niet worden gebouwd. Daarnaast is voor deze locatie een goedgekeurd saneringsplan noodzakelijk vanwege ernstige bodemverontreiniging. Tot heden is er geen goedgekeurd saneringsplan.
2. Is het waar dat door onenigheid tussen partijen er nog steeds geen bebouwing is op het voormalige Dingjanterrein?
Nee. De reden dat er nog geen bebouwing is op het voormalige Dingjanterrein is dat er nog geen aanvraag om bouwvergunning voor deze locatie is ingediend, die heeft geleid tot een bouwvergunning. Daarbij is er geen goedgekeurd saneringsplan
Tijdens een gesprek op 21 december 2006 tussen projectontwikkelaar en wethouder Ruimtelijke Ordening, Wijkontwikkeling en Regiozaken is de projectontwikkelaar akkoord gegaan met het (bijgestelde) stedenbouwkundig progamma van eisen (spve). Afgesproken is dat een bouwplan in overeenstemming met dat spve zou worden ingediend en dat dat bouwplan op de reguliere wijze zou worden behandeld. Een bouwplan werd echter niet ingediend.
Per brief d.d. 31 juli 2007, verzonden 7 augustus 2007, is de ontwikkelaar aan de gemaakte afspraken herinnerd. Namens de eigenaren van de gronden is toen medegedeeld dat weliswaar met de ontwikkelaar kan zijn onderhandeld, maar dat de uiteindelijke beslissing bij hen ligt en dat zij niet akkoord gaan met de opgestelde uitgangspunten voor de locatie. De eigenaren hebben darbij aangegeven alleen over de uitgangspunten voor de ontwikkeling te praten als de gemeente bereid is met de één van de eigenaren te spreken over de legalisering van zonder bouwvergunning gerealiseerde appartementen in de loods achter de videotheek aan de Korevaarstraat (eigendom van één van genoemde eigenaren).
Aan de eigenaar is meermalen aangegeven dat het college alle bouwlocaties / bouwplannen afzonderlijk beoordeeld, en dat geen sprake kan zijn van legalisatie van de illegale appartementen alleen omdat de eigenaren een bouwplan conform spve voor het Dingjanterrein indienen. De vraag of de appartementen kunnen worden gelegaliseerd staat los van de vraag aan welke stedenbouwkundige eisen een bouwplan voor het Dingjanterrein moet voldoen. Van koppeling van de behandeling van plannen voor deze twee bouwlocaties kan dan ook geen sprake zijn.
Op 27 maart 2008 heeft de wethouder Ruimtelijke Ordening, Binnenstad en Publiekszaken met een vertegenwoordiger van de ontwikkelaar gesproken over het Dingjanterrein. Er is toen afgesproken is dat de vertegenwoordiger aan de ontwikkelaar zal melden dat de oplossing is het indienen van bouwplan dat voldoet aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden zoals deze in het verleden aan zijn medegedeeld, en een goedgekeurd saneringsplan. Een bouwplan is tot heden niet ingediend.
De stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan Zuidelijke Schil. Dit ontwerp heeft van 17 maart 2008 tot 28 april 2008 tot ter inzage gelegen. Namens de eigenaren is een ongemotiveerde zienswijze ingediend, de toegezegde aanvullende motivering is niet ingediend. Binnenkort zal het ontwerpbestemmingsplan met de beantwoording van de zienswijzen aan de raad worden voorgelegd.
3. Zo ja waarom wat is de aard van de meningsverschillen?
Zie de beantwoording bij vraag 2
4. Kunt u ons vertellen om hoeveel projecten het gaat in Leiden waar u met de projectontwikkelaar niet tot een goed eind kunt komen en waarom niet?
Ons zijn geen concrete projecten bekend, die niet tot een goed einde gebracht zouden kunnen worden. De ontwikkelaar heeft een aantal aanvragen om bouwvergunning ingediend voor diverse locaties in de stad. Deze aanvragen worden op de reguliere wijze afgehandeld. Dat betekent dat voor sommige locaties een bouwvergunning is verleend, voor sommige locaties de bouwvergunning is geweigerd, en dat een aantal aanvragen moet nog afgehandeld worden. Dat laatste komt doordat plannen aangepast moeten worden en omdat procedures op grond van het bestemmingsplan en/of de Wet ruimtelijke ordening moeten worden gevoerd. Ook is een aantal handhavingsacties lopend.
5. Op welk onderhanddeling niveau spreekt u met de projectontwikkelaar is dat op ambtelijk niveau of bestuurlijk.
Thans worden de gesprekken op ambtelijk niveau gevoerd. Besluiten worden genomen op de reguliere niveaus.
6. Heeft uw college er alles aan gedaan om een goede verstandhouding verwezenlijken met de ondernemer?
Ja. De ontwikkelaar heeft in het verleden op diverse niveaus gesprekken gevoerd, zowel ambtelijk als bestuurlijk. In deze gesprekken zijn individuele bouwplannen besproken en is aangeven welke mogelijke oplossingen er zijn, binnen de kaders van wet- en regelgeving.
7. Kunt u ons zeggen wat de plannen zijn van het college als u niet tot een overeenkomst kan komen met de ontwikkelaar betreffende het bouwplan?
Nee. Zoals vermeld bij de vragen 1 en 2 is tot heden geen concreet bouwplan ingediend dat kan leiden tot een bouwvergunning.
8. Is het waar dat pogingen van de project ontwikkelaar om een afspraak met het bestuur te maken over het algemeen worden genegeerd?
Nee. In het verleden is veelvuldig en op verschillende niveaus met de ontwikkelaar gesproken. Zie het antwoord bij vraag 6.
De (bestuurlijke) overleggen niet hebben geleid tot vermindering van de problemen rond diverse bouwprojecten waarbij de ontwikkelaar betrokken is. Om deze reden, en vanwege de ernstige bedreigingen die de ontwikkelaar heeft geuit tegenover bestuurders en ambtenaren, is er nu geen aanleiding om opnieuw met de ontwikkelaar op bestuurlijk niveau te spreken. De door hem ingediende aanvragen om bouwvergunning, en de handhavingsacties met betrekking tot verschillende projecten worden overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving behandeld.
9. Zo ja wat is de reden daarvoor?
Zie antwoord bij vraag 8.
Gevraagd door: Raadslid D. SLOOS (LL) op 19 januari 2009 -
Een artikel in het Leidsch Dagblad dd. 16 juni 2009, “Woedend over weren kunststof” over het weren van kunststof kozijnen in de Merenwijk
-
(ingekomen 16 juni 2009)
Op grond van artikel 43 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad willen wij u namens de fractie van de VVD dan ook de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 14 juli 2009)
1. Onlangs is er door de ARK een negatief advies uitgebracht over het plaatsen van een kunststof kozijn. Klopt het dat dit advies is gegeven vanwege het gebruik van kunststof? Zo ja: waarom?
Er is onlangs een negatief advies door de ARK afgegeven omdat het voorgestelde materiaalgebruik niet overeenkwam met het bestaande materiaal van het hoofdgebouw. Het betrof een aanvraag om een bouwvergunning voor het plaatsen van 2 dakkapellen op een woning in de straat de Klimroos (Merenwijk). De ARK heeft daarbij overwogen dat de dakkapel afwijkt van de materiaaltoepassing van het hoofdhuis. Daarom adviseerde de ARK onder verwijzing naar de door de gemeenteraad vastgestelde nota Welstandtoets Leiden (hoofdstuk 8.2.4: dakkapellen) om (ook) de kozijnen van de dakkapel in hout uit te voeren. De nota schrijft namelijk voor dat inzake materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk moeten zijn aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. In die zin is dus irrelevant dat het om kunststof ging. Als het hoofdgebouw (let wel: dit betreft het hele bouwblok) in kunststof zou zijn uitgevoerd dan had het advies van de ARK wellicht anders geluid.
Het is goed om nog te vermelden dat de aanvrager zijn aanvraag heeft aangepast. Inmiddels is een bouwvergunning verleend voor het plaatsen van dakkapellen met een houten kozijn.
2. Is het college met de VVD van mening dat de huidige Welstandsnota te verstrekkend is voor lichte welstandsgebieden zoals de Merenwijk en/of zaken op detailniveau zoals de uitvoering en het gebruikte materiaal van dakkapellen.
Ja, daarom is dit in de nieuwe welstandsnota, anders geregeld. In de nieuwe nota wordt voor een groot aantal gebieden een licht welstandsniveau (‘terughoudend beheer’) voorgesteld. Dit komt ook tot uiting in sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine plannen in die gebieden, zoals dakkapellen. Daarvoor geldt dan een beperkt aantal sneltoetscriteria, die ambtelijk getoetst worden.
3. Is bij dit advies gelet op het “en bloc” doorvoeren van de bedoelde wijzigingen aan het dakvlak? Zo ja, hoe verhoudt zich dit met de tekst van motie 1 bij RV 05.0168? is het college bekend met deze motie en in hoeverre wordt heden ten dage uitvoering gegeven aan de wens van de raad zoals verwoord in de voornoemde motie.
Nee, de motie is ook niet gericht aan de ARK maar aan ons. Ook wij hebben in dit geval geen acht kunnen slaan op de Motie omdat deze motie gaat over de vereenvoudiging van de procedure van aanbouwen aan woningen in de Merenwijk De raad heeft ons verzocht om ruimhartig om te gaan met de bevoegdheid om vrijstelling (thans ontheffing) van het bestemmingsplan te verlenen. Deze bevoegdheid is een wezenlijk andere dan de bevoegdheid om toch een bouwvergunning te verlenen ook al is sprake van strijd met redelijke eisen van welstand.
4. Is het college het eens met de VVD dat kunststof kozijnen over het algemeen duurzamer en milieuvriendelijker zijn bij productie, verwerking, plaatsing, gebruik, sloop en recycling dan (hard)hout? Zo ja: Waarom wordt het gebruik van kunststof niet ruimer toegestaan?
De deskundigen zijn verdeeld over de vraag welk materiaal minder belastend zou zijn voor het milieu. Harde gegevens ter zake ontbreken. Neemt niet weg dat het gebruik van kunststof meer zal kunnen worden toegepast zodra het nieuwe welstandsbeleid door de raad is vastgesteld. Overigens kan in dit verband nog verwezen worden naar de recente actualisatie van het regionaal duurzaam bouwen plus pakket.
5. Is het college voornemens om bij de reeds aangekondigde nieuwe welstandsnota het gebruik van duurzame en energiebesparende bouwmaterialen zoals kunststof in grote delen van de stad (ruimer) toe te staan?
Ja. zie ook vraag 2. In beschermd stadsgezicht blijven traditionele bouwmaterialen wel de norm. In gebieden die in de nieuwe nota voorzien zijn van het welstandsniveau ‘beheren met aandacht’ worden in beginsel ook traditionele materialen voorgeschreven.
6. Indien het antwoord op vraag 5 ‘ja’ is : Is het mogelijk om, vooruitlopend op de vaststelling van de nieuwe welstandsnota door de raad, al ruimhartiger te zijn bij het verlenen van vergunningen voor het toepassen van kunststof bouwdelen?
Op grond van artikel 44 van de Woningwet moet de bouwvergunning worden geweigerd, indien het bouwwerk in strijd is met redelijke eisen van welstand beoordeeld naar de criteria zoals opgenomen in de vigerende Nota. Aangezien de nieuwe Welstandsnota nog niet in de Raad is vastgesteld, dient het college de vigerende nota te hanteren.
7. Waarom is een aangevraagd gesprek met de constructeur, om te komen tot een oplossing c.q. verheldering van standpunten, geweigerd? Is het niet juist in het belang van deze gemeente en haar inwoners om bij geschillen in goed overleg te proberen om tot een oplossing te komen?
Er is geen gesprek geweigerd. Integendeel. Bij schrijven van 20 april 2009 heeft de directeur van Rijnland Kozijnen aan het college enkele vragen gesteld over het welstandsbeleid in het algemeen en meer specifiek de bepalingen omtrent kunststof. Bij brief van 14 mei 2009 is namens het college door de teamleider V&S antwoord op de vragen gegeven. Daarbij is nadrukkelijk aangegeven dat het college openstaat voor een gesprek en het geven van een nadere toelichting. Van deze mogelijkheid heeft de heer De Ligt gebruik gemaakt en op 10 juni is een afspraak gemaakt tussen de heer De Ligt en de teamleider V&S. Dinsdag 22 juni heeft het gesprek plaatsgevonden.
Na afloop van dit gesprek heeft de directeur van Rijnland Kozijnen zijn vertrouwen uitgesproken in de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van toepassingsmogelijkheden van kunststof kozijnen en -dakkapellen.
Gevraagd door: P. LAUDY en F. ZEVENBERGEN(VVD) op 16 juni 2009
