- Ga direct naar: inhoud, hoofdnavigatie, service menu, zoeken
Schriftelijke vragen van raad aan B&W
- Plastic in de Leidse wateren
- Samenscholingsverbod Plantsoen
- Muskusrattenbestrijding
- Stoepborden Leidse binnenstad
- Bestemming gekapte bomen
- Toename biodiversiteit in Leiden
- Makelaarsborden en stoepborden
- Klimaatbestendigheid
- Ligplaatsen Rapenburg
- Herhaalde vragen Groenvoorzieningen Lasserstraat
- Voorbereiding extreem slecht weer
- Oostblokplein (buurtcheque)
- Energiebesparing bij supermarkten
- Barbecue zones
- Barbecueën in de stad
- Ruimter interpreteren Flora- en Faunawet
- Vervolg vragen Fiets fout = fiets weg
- Gele vuilniszakken
- Groenvoorzieningen in de Lasserstraat
- Fiets fout = fiets weg
- Veilig en schoon in Groenoord Zuid 10 maart 2011
- Ontbossing van de stad
- Gebruik gekraakt kantoorgebouw "De Leidse Poort"
- Bos van Bosman
- Inzet roofvogels bij meeuwenbestrijding
- Energieverbruik en energiekosten van de Gemeente Leiden
- Bouwen woningen rondom gebouw TENNET BV
- Pilot nieuwe bestrating in Donkersteeg
- Sloopaanvraag Alexanderstraat
- Aanpak project van het project Entree van de Stad
- Kwaliteit buurthuizen en buurtspeeltuinen
- Nacht van de Nacht
- Bestrijding ongewenste plantengroei
- Geliberaliseerd verhuren van sociale huurwoningen
- Jeugdhonk Zwaluw 2, Stevenshof
- Problemen hangjongeren op de Topaaslaan en Turkooislaan in Leiden
- Adopteren van rotondes
- Opknappen Stevenspark in de Stevenshof
- Breestraatbomen
- Parkeerdruk in de Merenwijk
- Kapotte Churchillbrug
- Fraude Meldpunt Integriteit Woningcorporaties
- Rapportage Holthuis
- Reclameposters voor "Pindipje/Saldodipje
- Zienswijzen inzake Masterplan Noordman
- Studentenhuisvesting Heerema locatie
- Zoektocht naar een permanente locatie voor een asielzoekerscentrum
- Afname aantal woningen in betaalbare sector
- Fietsenrekken Centraal Station
- Openbaarheid debat NUON-gelden
- Te vroege sluiting ondergrondse fietsenstalling zeezijde
- Privatiseren beheer openbare ruimte
- Fietswrakken Leiden Centraal
- Handhaving Beschuitsteeg 6-6a
- Deplorabele staat van de directe omgeving van station Lammenschans
- Kleinschalige maatregelen in de wijk Transvaal
- Leegstand Opaalstraat
- Mogelijkheden herinrichting Nieuwe Beestenmarkt
- Ondergrondse fietsenstalling
- Polderpark Cronesteyn
- Problemen rond het uitbaggeren van de Maresingel
- Schrappen van de provincie subsidie voor de aanleg van de groenzone in de Oostvlietpolder
- Aantasting Polderpark Cronesteyn
- Werkzaamheden aan de Lage Morsweg en ontstane schade voor de winkeliers
- Het zogenaamde gat van Dingjan hoek Hoge Rijndijk/Zoeterwoudse-singel
- Een artikel in het Leidsch Dagblad dd. 16 juni 2009, “Woedend over weren kunststof” over het weren van kunststof kozijnen in de Merenwijk
Plastic in de Leidse wateren
(ingekomen op 14 mei 2012)
GroenLinks maakt zich al jaren zorgen over de toename van afval dat in de mooie Leidse grachten terecht komt. Inmiddels heeft GroenLinks al meerdere keren met inwoners, bedrijven uit de stad en andere politieke partijen tientallen kilo's aan vuil uit de grachten gehaald. Het merendeel hiervan is plastic.
Na afgelopen (overigens zeer succesvol verlopen) Koninginnedag op 30 april lagen de Leidse grachten weer vol met afval. En wel voornamelijk met allerhande lege flessen en lege plastic bekers, zoals bijgaande foto bij het Stadhuis laat zien. De Gemeente Leiden heeft na Koninginnedag uiteraard de grachten wel schoon proberen te maken, maar het blijkt dat de ‘schepschuit’ pas in de loop van 2 mei aan haar taak is begonnen. Door wind en stroming was toen het merendeel van het afval over een grotere plek verspreid, waardoor het opruimen hiervan alleen maar moeilijker wordt.
Plasticafval in het water is niet alleen een probleem in de binnenstad. Ook buiten de singels verzamelt zich afval in de sloten en grachten, waarbij het voornamelijk gaat om plastic afval en met name kleine PET-flessen. Een voorbeeld hiervan is de sloot aan de Boshuizerkade, zie onderstaande foto.
De fractie van GroenLinks acht de ontstane situatie kwalijk en op grond van artikel 45 van het reglement van orde stelt GroenLinks u de volgende vragen:
1. Is het college ervan op de hoogte dat de Leidse grachten vol zitten met plasticafval? Is het college van plan om meer te gaan doen om dit te beperken?
In het verleden hebben medewerkers die de gemeenteboot besturen om de grachten schoon te maken al een aantal keer geholpen met de genoemde “plasticvis”-acties. Deze inzet werd erg gewaardeerd. Het viel echter wel op dat het lastig was om met zo'n grote boot het afval op moeilijk bereikbare plekken weg te halen, bijvoorbeeld tussen aangemeerde boten en in hoeken van kades. De ‘schepboot’ is duidelijk voor het meer grovere werk qua schoonhouden van de grachten is lijkt niet in staat te zijn om juist kleine lege flesjes op te ruimen.
2. Is het college hiervan op de hoogte van de beperking van het huidige materieel en is het college van plan om hier iets aan te doen, zoals bijvoorbeeld het in te zetten van kleinere boten?
3. Met welke regelmaat worden sloten buiten de binnenstad schoongemaakt? Gebeurt dit met enige regelmaat? Wanneer is de sloot aan de Boshuizerkade voor het laatst schoongemaakt?
Het schoonhouden van de openbare ruimte is natuurlijk niet alleen een taak van de gemeente maar ook van haar inwoners.
4. Aan de Boshuizerkade zitten een aantal voetbalclubs, heeft de gemeente al eens contact met de clubs opgenomen om te bespreken hoe afval in de sloot beperkt kan worden? Zo nee, zou de gemeente dat willen gaan doen?
Tot slot is ons bij verschillende acties duidelijk geworden dat niet alleen de Leidse wateren Leiden onder plastic zwerfvuil; ook op de walkanten ligt vaak aangespoeld plastic en ander afval. Een voorbeeld hiervan is de walkant van de begraafplaats aan het einde van de Groenesteeg. Dit afval is vanaf de wal slecht zichtbaar, maar is tijdens recreatie op het water duidelijk zichtbaar. De Leidse singels zijn van groot belang voor het toerisme en dus is het schoonhouden hiervan belangrijk.
5. Herkent het college deze specifieke problematiek en heeft het college gerichte plannen om deze vervuiling op korte termijn aan te pakken? Zo ja, welke plannen mogen wij vewachten?
Samenscholingsverbod Plantsoen
(Ingekomen 27 april 2012)
het wordt gelukkig wat mooier en warmer weer. We kunnen weer naar buiten! Het Plantsoen is nu op z’n mooist. Het wordt er ook weer wat drukker en levendiger. Het is geweldig om te zien hoeveel mensen zich daar vermaken: Gezellig kletsen; Met rooie koppen verliefd zijn; Lekker eten; Een drankje; Een spelletje; soms met een muziekje er bij en noem maar op. Een bruisend park.
Mijn partner en ik komen zelf regelmatig in het Plantsoen. Ook ’s avonds laat. Er heerst altijd een prettige sfeer en we hebben ons nog nooit onveilig gevoeld. Ook niet door groepjes jongeren en ook niet door de daklozen die we daar regelmatig tegen komen.
Een pracht plek!
Edoch, blijkbaar heeft u - aan de onlangs opgehangen borden te zien- redenen om voor het Plantsoen een samenscholingsverbod van 22:00 uur tot 7:00 uur af te kondigen.
Ik kan mij voorstellen dat anderen overlast ervaren als er zich tot vrij laat een behoorlijk aantal mensen in het Plantsoen bevinden. Muziek en hard praten; af een toe een gilletje en het helaas achterlaten van rotzooi (het meeste wordt overigens in de prullen bakken gegooid als ze niet te vol zijn), kunnen hinderlijk zijn, maar wordt daardoor nu de openbare orde verstoord en dan ook nog ernstig? Ik ben zo vrij dat vooralsnog te betwijfelen, maar ik laat me graag overtuigen.
Wat mag er nu nog wel en wat mag er nu niet meer na 22:00 uur in het Plantsoen? Mogen er nu nog wel scholieren, studenten en anderen gezellig samenzijn of gaan we er na dat tijdstip een dooie boel van maken? Het lijkt me van belang dat u deze vragen zo snel mogelijk beantwoordt, zodat iedere Plantsoengebruiker weet waar ie met het mooie weer aan toe is.
Dat bewoners van het Plantsoen klagen, kan ik me in een enkel geval wel voorstellen, maar niet vergeten moet worden dat een ding duidelijk is: Toen al die mensen daar gingen wonen, bestond het Plantsoen met haar openbare functie al heel lang. Als je daar gaat wonen, moet je dus meer verdragen dan andere binnenstadbewoners. Bij het in ogenschouw van eventuele overlast moet dat wel meegenomen worden.
Antwoord van de burgemeester (ingezonden 15-05-2012)
Ik stel u dan ook op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde de volgende vragen:
1. Waarom is het samenscholingsverbod afgekondigd?
In het Plantsoen is al enige jaren veel overlast door met name groepen jongeren in de
de avond- en nachtelijke uren van de zomermaanden. Het Plantsoen is een verzamelplaats geworden voor jongeren uit Leiden en de omgeving. Het gaat gepaard met veel overlast, vervuiling door het achterlaten van afval, vernielingen, onbeschoft gedrag tegen bewoners en het nuttigen van veel alcohol. Dit is ook door de politie gesignaleerd en uit gegevens van de Politie Hollands Midden blijkt dat de laatste jaren veelvuldig is geklaagd over overlast. Alleen al in de periode 18 mei 2011 tot 1 september 2011 zijn 92 meldingen geregistreerd. Op basis hiervan is in bepaalde perioden extra toezicht gehouden. Zowel de politie als de buurtbewoners (bijvoorbeeld door middel van de brief die de raadsleden op 5 april 2012 ontvangen hebben) hebben verzocht een samenscholingsverbod in te stellen om zo effectieve handhaving mogelijk te maken. Met als doel dat het Plantsoen een plek is waar mensen graag komen, maar bewoners in de zomermaanden niet voor hun nachtrust hoeven te vrezen.
2. Waaruit bestaan de ernstige verstoringen van de openbare orde die u tot deze afkondiging hebben doen besluiten?
Zie antwoord vraag 1
3. Voor hoe lang is het samenscholingsverbod afgekondigd?
Het samenscholingsverbod geldt van 25 april tot en met 21 oktober 2012. Het beperkt zich tot de nachtelijke uren, namelijk van 22.00 uur tot en met 07.00 uur.
4. Wat mag er nu nog wel en wat mag er nu niet meer na 22:00 uur in het plantsoen?
Concreet houdt de maatregel in dat het verboden is om van 22:00 – 7:00 uur met een groep van drie personen of meer in het Plantsoen te verblijven. Bij overtreding van het verbod kan de politie zo nodig strafrechtelijk optreden, om overlast tegen te gaan. Goedwillende bewoners en bezoekers hebben van de maatregel niets te vrezen.
Uiteraard gelden overige bepalingen en voorschriften in het Plantsoen ook.
5. Wilt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Ja.
Muskusrattenbestrijding
(ingekomen 20 maart 2012)
Antwoord van burgemeester en wethouders
(ingezonden 15 mei 2012)
1. Klopt het dat de klem is uitgezet door de muskusrattenbestrijdingsdienst?
Ja, dat klopt. De klem is uitgezet door “Muskusrattenbeheer” van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. De Stichtse Rijnlanden voert de bestrijding van muskusratten uit in opdracht van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
2. Cronesteyn is een intensief recreatiegebied. Welke afspraken zijn er gemaakt tussen het Hoogheemraadschap en de gemeente Leiden over het zetten van muskusrattenvallen in recreatiegebieden?
“Muskusrattenbeheer” heeft de vallen geplaatst zonder overleg met de gemeente Leiden. De afspraak is gemaakt dat plaatsing van vangmiddelen in Leiden in het vervolg doorgegeven wordt aan de groen- en waterbeheerders in Leiden en betreffende beleidsmedewerkers. Op locaties die vrij toegankelijk zijn, zal via bebording aangegeven worden dat er vangmiddelen geplaatst zijn.
3. Klopt het dat de klem niet was gemarkeerd met een oranje vlaggetje? Komt dit vaker voor?
Het vlaggetje is een hulpmiddel voor de bestrijders om hun vangmiddel snel terug te vinden. Er is geen verplichting om deze vorm van markering te gebruiken. In verstedelijkt gebied worden geen markeringsvlaggetjes gezet i.v.m. diefstal.
4. Welke noodzaak is er voor het uitzetten van muskusrattenvallen, aangezien er in Cronesteyn geen gevaar bestaat voor het doorbreken van dijken?
Het wegvangen van muskusratten is het meest effectief als er nog geen sprake is van een gevestigde populatie. Verdere verspreiding van de muskusrat wordt dan zo goed mogelijk tegengegaan.
5. Hoeveel muskusratten worden er tegenwoordig nog op Leids grondgebied gevangen en op welke wijze? Klemmen of gebruikt men nog de wrede verdrinkingsvallen?
In 2011 zijn in de directe omgeving van Cronesteyn 2 muskusratten gevangen. In 2012 zijn er tot nu toe geen muskusrat-vangsten in Leiden. De vangmiddelen in Leiden hebben vooral een preventieve en signalerende functie. Er staan in Leiden in totaal 16 vangmiddelen (zowel kooien als klemmen). Kooien en klemmen voor muskusratten worden vrijwel altijd onder water geplaatst. Vangkooien werken dan dus per definitie als verdrinkingskooi.
6. Wie draait in uw ogen op voor de kosten die gemaakt zijn voor de dierenambulance en dierenarts?
“Muskusrattenbeheer” heeft aangegeven dat genoemde kosten bij haar geclaimd kunnen worden.
Stoepborden Leidse binnenstad
(ingekomen 19 maart 2012)
Eind 2007 heeft de gemeente in samenwerking met het Centrummanagement en ondernemersverenigingen het Modellenboek Gevelreclame vastgesteld. Over het algemeen is iedereen zeer te spreken over de uitwerking daarvan maar de VVD merkt dat een bepaling de laatste tijd begint te knellen, namelijk het verbod op het gebruik van stoepborden.
Ondernemen is in 2012 keihard werken voor een boterham. De consument geeft door de economische crisis minder uit en de concurrentie is zwaar. Winkeliers doen alles om hun waren aan te prijzen en bijvoorbeeld het stoepbord dat in 2007 uit de gratie is geraakt is weer helemaal terug van weggeweest. De laatste tijd bereiken de VVD van ondernemers uit de stad steeds vaker kritische geluiden over het stoepbord-verbod.
Het draagvlak voor het stoepbord-verbod lijkt ten opzichte van 2007 dan ook flink afgenomen te zijn. De reacties van onbegrip van winkeliers op de onlangs gehouden handhavingsactie op de Doezastraat (Gebied 2: winkelstraten) waarover wij in het Leidsch Dagblad lazen onderschrijven dit vermoeden. Sinds die handhavingsactie staan klachten van winkeliers over het stoepbord-verbod bijna wekelijks in de krant. Het onbegrip van de winkeliers lijkt mede ingegeven doordat veel winkeliers niet met het verbod bekend zijn en het erop lijkt dat de gemeente pas dit jaar voor het eerst structureel op het verbod handhaaft.
Het veelvoud van de geluiden van onvrede maakt dat de fractie van de VVD vindt dat het tijd is om te onderzoeken of er onder de Leidse winkeliers nog voldoende draagvlak is voor het verbod op stoepborden. Dit onderzoek zou wat ons betreft betrokken kunnen worden bij een evaluatie van het Modellenboek Gevelreclame. Het Modellenboek is nu vier jaar oud, wat ons betreft een goed moment voor evaluatie.
Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad wil de fractie van de VVD uw college hierover enige schriftelijke vragen stellen.
1. Klopt het dat u pas dit jaar structureel handhaaft op het stoepbord-verbod? Wat is de reden daarvoor?
2. Bent u met de VVD van mening dat een regel die niet gehandhaafd wordt beter afgeschaft kan worden? Wat betekent uw antwoord voor het in stand houden van het stoepbord-verbod?
3. Volgens de Centrummanager is er vooral veel onbekendheid bij ondernemers over het verbod op stoepborden. Bent u van plan om ondernemers, al dan niet samen met het Centrummanagement, hierover additioneel te informeren?
4. Bent u het eens met de VVD dat het economisch tij tussen 2007 en 2012 ingrijpend is gewijzigd? Zo ja, bent u het met de VVD eens dat dit noopt tot heroverweging van het stoepbord-verbod?
5. Bent u van plan om het Modellenboek Gevelreclame dit jaar te evalueren? Zo ja wanneer, zo nee waarom niet?
6. Bent u bereid bij de evaluatie ook het draagvlak onder Leidse winkeliers voor het stoepbord-verbod te onderzoeken en te betrekken?
7. Bent u bereid om in afwachting van de evaluatie van het Modellenboek slechts op het stoepbord-verbod te handhaven indien er sprake is van een gevaarlijke situatie (w.o. blokkeren blindengeleidestrook)?
De VVD heeft in 2008 bij de behandeling van het besluit RV08.0014 een motie ingediend om in samenspraak met de ondernemers in het Pieterskwartier tot een smaakvolle, goed zichtbare, reclame-uiting in de Breestraat te komen, waarbij de bewegingsvrijheid van blinden en slechtzienden niet wordt belemmerd. Tot op de dag van vandaag is deze motie niet uitgevoerd. Deze week nog konden we in het Leidsch Dagblad lezen dat de Winkeliersvereniging Pieterskwartier inmiddels al jaren werkt aan voorstellen voor alternatieven maar dat deze voorstellen door de gemeente steeds van tafel geveegd zouden zijn. De VVD meent dat het de hoogste tijd is dat deze impasse doorbroken wordt en gemeente en winkeliers komen tot overeenstemming over een type reclame-uiting die recht doet aan de reclame-behoefte van de ondernemers, de bewegingsvrijheid van blinden en slechtzienden en de historische uitstraling van de binnenstad. Gelet op de groeiende kritiek op het stoepbord-verbod meent de VVD dat het ontwikkelen van een alternatief zich niet alleen maar zou moeten beperken tot het Pieterskwartier; voor alle winkeliers voor wie het stoepbord-verbod geldt zouden deze alternatieven beschikbaar moeten zijn.
8. Hoe kan het dat tot op de dag van vandaag geen uitvoering aan de VVD-motie is gegeven?
9. Wanneer gaat de gemeente met de winkeliers van het Pieterkwartier aan de slag om tot een alternatief te komen? En wanneer kunnen we dat alternatief tegemoet zien?
10. Bent u bereid om (bijv. in het kader van de evaluatie van het Modellenboek) ook met de andere Leidse winkeliersverenigingen voor wie het verbod geldt te gaan praten over een alternatief?
11. Wat vindt het college van het idee om in het Modellenboek Gevelreclame een aantal modellen stoepborden of andere typen reclame-uitingen (denk aan een Leidse Winkelloper, reclame-zuiltjesetc) op te nemen die qua ontwerp recht doen aan de historische uitstraling van de stad en de bewegingsvrijheid van visueel gehandicapten?
Bestemming gekapte bomen
(ingekomen 16 maart 2012)
Om de bouw van een tijdelijke parkeergarage mogelijk te maken is onlangs een aantal monumentale bomen gekapt op het parkeerterrein tegenover de Morspoort. De stammen, met doorsneden tot 110 cm, en de dikkere takken zin vervolgens in grote stukken gezaagd, terwijl de dunnere takken zijn versnipperd. De bovenwettelijke ambities die Ben W voorhebben met de Duurzaamheidsagenda 2011 – 2014 indachtig, heb ik de volgende vragen aan het College:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 24 april 2012)
1. Heeft u met het bedrijf dat de kap heeft uitgevoerd of met andere partijen afspraken gemaakt, gericht op een duurzame bestemming van het gekapte hout? Zo ja, welke? Zo nee, is dit hout dan gedoemd tot verbranding of verrotting, met extra uitstoot van koolzuurgas in de atmosfeer als gevolg?
Met de aannemer aan wie opdracht is verstrekt voor het kappen en verplanten van de bomen op het Morspoortterrein zijn geen afspraken gemaakt voor een duurzame bestemming van het uitkomende hout. Echter navraag bij de aannemer geeft de volgende bestemming.
Het dikke rechte hout wordt verwerkt tot plankhout voor bijvoorbeeld pallets, het dunnere mindere hout gaat naar de vezelindustrie en wordt verwerkt tot spaanplaten. Het snipperhout wordt in de vergistingsinstallatie gebruikt voor verwarming.
2. Mocht niet-duurzame verwerking hier onverhoopt voorzien zijn, bent u dan bereid om bij volgende gelegenheden sluitende afspraken te maken over het duurzaam verwerken van de te vellen bomen, bijvoorbeeld als bouwmateriaal? Zo nee, waarom niet?
In de praktijk blijken aannemers op eigen initiatief te voorzien in het duurzaam bestemmen van uitkomend hout. Het formuleren van beleid in deze achten wij daarom niet noodzakelijk.
Daarnaast ontbreekt ons een controle instrumentarium om het duurzaam bestemmen van uitkomend hout dwingend voor te kunnen schrijven.
3. Wilt u de doorwerking van het duurzaamheidsbeleid in het proces van kap en verwerking van bomen evalueren en de Raad voor de zomer van 2013 informeren over de resultaten?
Zie 2.
Toename biodiversiteit in Leiden
(Ingekomen 29 februari 2012)
Tijdens de raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid van 9 februari 2012 heeft wethouder De Wit gemeld dat de biodiversiteit in Leiden is toegenomen. De Partij voor de Dieren wil graag weten waarop deze conclusie is gestoeld, gezien de grote hoeveelheid groene en onbebouwde ruimte die de laatste jaren is verdwenen. Daarom willen wij u de volgende vragen voorleggen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden d.d. 10 april 2012)
1. Op grond van welke gegevens en over welke periode heeft de wethouder de conclusie getrokken dat de biodiversiteit in Leiden is toegenomen?
Deze conclusie is getrokken op grond van het feit dat in steden de biodiversiteit tegenwoordig hoger is dan op het platteland. (Zie ook: “J. Noordijk, E.Kleukers, e.a.: “De Nederlandse Biodiversiteit “.) Daarnaast is in Leiden expliciet aandacht besteed aan Biodiversiteit. Sinds 2009 is gewerkt aan uitvoering van het biodiversiteitsactieplan. Sommige deelprojecten hebben een directe verbetering als gevolg; andere zullen op langere termijn de biodiversiteit verbeteren.
2. Welke definitie van biodiversiteit hanteert de gemeente?Is het college bekend met het ecologische verschijnsel van homogenisatie, wat inhoudt dat oorspronkelijke soorten verdwijnen, terwijl algemenere, meer opportunistische, soorten toenemen? Ziet u dit proces terug in de Leidse natuur?
De gemeente hanteert verschillende definities van biodiversiteit:
• In het kader van het Biodiversiteitsactieplan wordt uitgegaan van de functionele benadering, gebaseerd op ecosysteemdiensten, ontleend aan het TEEB (The Economics of Ecosystems and Biodiversity is een door de VN in 2010 uitgebrachte internationale studie naar de kosten en baten van biodiversiteit).
• Met betrekking tot bv. het Stadsnatuurmeetnet wordt gekeken naar soorten vogels, vleemuizen, libellen, amfibieën, etc. Daarmee wordt een beeld gevormd van de diversiteit van soorten in de stad. Binnen steden komt dit meestal neer op de – qua areaal smalle- alpha-diversiteit en blijven de bredere beta- en gammadiversiteit, van uitgebreidere ecosystemen buiten beschouwing.
Het college is bekend met het verschijnsel homogenisatie en ziet dit verschijnsel ook terug in de Leidse natuur.
3. Deelt het college de mening dat louter de aanwezigheid van soorten onvoldoende is om conclusies over biodiversiteit te trekken, gezien de populaties van karakteristieke soorten over tijd in omvang kunnen afnemen? Zo neen, waarom niet?
Ja, het college deelt die mening.
4. Naar wij begrepen hebben, wordt de natuurontwikkeling in Leiden gemonitord via het Stadsnatuurnet. Hoe worden de gegevens in dit meetnet verzameld? Geven de metingen een betrouwbaar beeld van de natuurontwikkelingen in Leiden?
De gegevens van het Stadsnatuurmeetnet worden verzameld door ecologen in dienst van Bureau Stads Natuur Rotterdam (bSR), volgens een methode die is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit van Leiden. De metingen geven een betrouwbaar beeld van de natuurontwikkeling in Leiden, mits er voldoende jaren achtereen wordt gemeten.
5. Komen in de Leidse groengebieden Rode Lijst-, Habitat- of Vogelrichtlijnsoorten voor? Zo ja, welke en waar?
Bij alle in Leiden gemonitorde dieren zijn de volgende opmerkingen van toepassing. Alle vogels vallen onder de Vogelrichtlijn.
Alle vleermuizen vallen onder de Habitatrichtlijn.
Van alle vogels staan er zeven op de Rode Lijst. Vier in de categorie “kwetsbaar” ((boomvalk, groene specht, slobeend en visdief) en drie in de iets minder kritische categorie “gevoelig” (grutto, tureluur en huismus).
Van de libelles staand er drie op de rode lijst. In de categorie “bedreigd”: de bruine winterjuffer, en in de categorie “kwetsbaar” de glassnijder en de vroege glazenmaker.
Onder de vlinders, vleermuizen en amfibieën zijn geen Rode Lijstsoorten.
Voor de locaties waar deze soorten voorkomen wordt verwezen naar de site van het Stadsnatuurmeetnet http//natuurinLeiden.nl.
Planten zijn hier buiten beschouwing gebleven; deze staan niet op de site, maar wel in de onderzoeksrapporten.
6. Hoe geeft Leiden uitvoering aan de in 2010 uitgesproken doelstelling van de lidstaten van de Europese Unie om het verlies aan biodiversiteit te stoppen?http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=MOTION&reference=B7-2010-0536&format=XML&language=EN
De meeste punten uit het betreffende document zullen op Rijks- en Provinciaal niveau moeten worden aangepakt. Waar mogelijk probeert Leiden samen met private partijen hieraan ook invulling te geven door projecten zoals het Stadsnatuurmeetnet, Stadsvogelcampagne, het Biodiversiteitsactieplan en het vervolg hierop samen met de Provincie Zuid-Holland, het lokaal klimaatbeleid, groene daken, toepassing biobrandstof en andere duurzame initiatieven.
7. Op welke wijze zou een meer ecologisch groenbeheer, zoals ook ter sprake kwam in de commissievergadering van 9 februari, kunnen bijdragen aan meer biodiversiteit? Is het college voornemens hierover beleid te ontwikkelen?
Het college is bezig met opstellen van een nieuw Ecologisch Beleidsplan; het oude dateert van 2000. Door onder meer, het kennisniveau van gemeentelijke medewerkers op peil te houden en de kennis van bewoners te benutten, kan een meer ecologisch groenbeheer bijdragen aan meer biodiversiteit.
8. Is het waar, dat Leiden de “biodiversiteitshoofdstad van Europa” wil worden? Zo ja, op welke wijze zal dit worden ingevuld? Zo nee, wanneer is dit kennelijke voornemen verlaten? http://tinyurl.com/7y6df8g
Dit is een politiek voornemen dat in een vorig college ter sprake is geweest en dat nog steeds “leeft”. Het voornemen is nooit formeel bestuurlijk vastgesteld en dus evenmin verlaten. Het zal worden ingevuld, door - binnen de huidige mogelijkheden- door te gaan met aandacht te besteden aan biodiversiteit.
Makelaarsborden en stoepborden
(Ingekomen 24 februari 2012)
De afgelopen weken zijn er verschillende artikelen in de media verschenen over de handhaving van stoepborden van winkeliers. Vanwege de kwaliteit van de historische openbare ruimte is het niet meer toegestaan dat winkeliers deze borden gebruiken. Wij ondersteunen deze lijn want ook wij vinden de historische kwaliteit van onze binnenstad belangrijk.
Wel is het ons opgevallen dat verschillende makelaars hun bord – ook al is het gebouw al verkocht of verhuurd – nog weken aan de gevel van het verkochte of verhuurde object laten hangen. Een goed voorbeeld is nu te zien in de Zonneveldstraat. Daar is het oude politiebureau 7 weken geleden verkocht maar hangt nog steeds een enorm makelaarsbord aan de gevel met daarop de mededeling ‘verkocht’.
Zo’n makelaarsbord – soms wel 10x zo groot als een stoepbord – verstoort ook de kwaliteit van de openbare ruimte, maar wij hebben niet het idee dat het college hier handhavend tegen optreedt. Wij zetten vraagtekens bij deze verschillende behandeling. Daarom stellen wij op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde u de volgende vragen:
Antwoord van burgemeester en wethouders
(ingekomen 27 maart 2012)
1. Bent u het met ons eens dat makelaarsborden de kwaliteit van de openbare ruimte verstoren en dat het daarom uw streven moet zijn om deze er zo kort mogelijk te laten hangen?
Ja. Het college is het eens met de constatering dat de reclameborden de kwaliteit van de openbare ruimte verstoren in het historische gebied binnen de singels en streeft er naar dat deze borden er zo kort mogelijk hangen.
2. Bent u het met ons eens dat indien een gebouw verkocht of verhuurd is, het eigenlijk overbodig is dat zo’n bord er hangt? Of zijn er wettelijke regels die dat voorschrijven?
Het modellenboek Gevelreclame bevat regels voor tijdelijke reclame, zoals bijvoorbeeld de makelaarsborden waarmee vrijstaande winkels worden aangeboden. Het modellenboek gevelreclame zegt hierover het volgende:
"Deze reclame mag blijven hangen zolang het pand in de verkoop is. Het is wel belangrijk dat de reclame geen schade veroorzaakt of blijvende sporen achter laat. Dit kan niet altijd gezegd worden van makelaarsborden die met bouten aan de gevel worden bevestigd. Bij monumentale gevels is dit niet toelaatbaar. De driehoeksborden die door middel van plakstrips op de ruiten worden bevestigd vormen een goed alternatief. Voor de afmetingen van de uitstekende makelaarsborden gelden dezelfde voorwaarden als voor andere uitsteekreclames" (p. 30 modellenboek).
In het modellenboek is de binnenstad ingedeeld in verschillende gebieden. De regels voor andere uitsteekreclames zijn op de gebieden afgestemd en variëren. Over het algemeen geldt dat één uitsteekreclame in de vorm van een lichtbak, paneel of klassiek uithangbord is toegestaan onder bepaalde voorwaarden (t.a.v. bevestigingshoogte en formaat).
3. Is het mogelijk om lokale regelgeving op te stellen om de situatie, zoals genoemd onder vraag 2, te voorkomen? Zo ja welke?
Zie antwoord op vraag 2.
4. Bent u bereid om actie te ondernemen (door bijvoorbeeld in gesprek te gaan met de makelaars of via het aanpassen van de lokale regelgeving) om de situatie zoals genoemd onder vraag 2 te voorkomen of in elk geval zo kort mogelijk te laten duren? Zo ja welke actie wil u gaan ondernemen?
De wethouder Economie zal in zijn eerstvolgende reguliere overleg met de plaatselijke makelaars dit onderwerp aan de orde stellen, teneinde met de makelaars afspraken te maken over de maximale termijn dat genoemde borden nog na verkoop blijven hangen, in ieder geval voor zover het betreft het historisch gebied binnen de singels.
Nadere/verdergaande maatregelen worden overwogen als de makelaars niet tot zelfregulering zijn te bewegen.
Het koppelen van het toezicht op de precario en het verwijderen van het “verkocht” bord na de verkoop van een pand wordt dan overwogen.
5. Betaalt een makelaar die een dergelijk bord laat hangen precario aan de gemeente? Zo ja, hoeveel?
Het precario-tarief voor deze borden bedraagt voor het belastingjaar 2012 26,20 Euro per m2 op jaarbasis.
Klimaatbestendigheid
(Ingekomen 2 december 2011)
Uit het artikel ‘Nederlandse steden slecht voorbereid op extreem weer’ in Trouw van 30 augustus 2011 (http://www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/2877284/2011/08/30/Nederlandse-steden-slecht-voorbereid-op-extreem-weer.dhtml), blijkt dat veel Nederlandse steden nog geen maatregelen nemen om problemen die de door de klimaatsverandering veroorzaakte grillige weersomstandigheden opleveren, op te kunnen vangen. Te denken valt aan extreme droogte – met bodemdalingen tot gevolg - of extreme wateroverlast. In het artikel wordt gesuggereerd om voortaan bij nieuwbouwprojecten, maar ook gepland groot onderhoud aan bestaande bouw, na te denken over maatregelen om extreem weer op te kunnen vangen. Zo vangen groene daken bij veel water een deel van het water op en koelen ze huizen bij extreme hitte. Straten met veel groen kunnen meer water afvoeren dan beton en asfalt.
De fracties van GroenLinks en Partij voor de Dieren willen op grond van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, aan het college de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 24 januari 2012)
1. Is het college op de hoogte van het artikel?
Ja.
2. Deelt het college de mening van GroenLinks/PvdD dat klimaatveranderingen en de bijkomende extreme weersomstandigheden vragen om structurele maatregelen om Leiden klimaatbestendig te maken?
Ja, maar deze zijn er al.
3. Bijvoorbeeld: In een deel van de Oude Kooi is er bijvoorbeeld een gescheiden riolering aangelegd, is het college van plan om dit op meerdere plekken in Leiden te doen?
Ja. Dit doet de gemeente reeds op meerdere plekken en zal dit ook in de toekomst doen. Deze werkzaamheden staan genoemd in het Verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan (VGRP).
4. Wordt er bij nieuwbouw en geplande projecten al nagedacht om daarin maatregelen in te passen om Leiden klimaatbestendig te maken? Welke zijn dat dan?
Ja, volop. Sinds vele jaren is het uitgangspunt om zo weinig mogelijk extra verharding toe te voegen aan de openbare ruimte. Als zich dat toch voordoet wordt 15% van het extra verhard oppervlak gecompenseerd met extra open water. Dit is een eis van het hoogheemraadschap van Rijnland, is afgesproken in het Waterplan Leiden (2007) en wordt sinds vele jaren bij alle gemeentelijk projecten aan voldaan (begrotingsindicator). Daarnaast wordt een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd en wordt er getracht meer groen aan te planten in de vorm van bomen, groene daken en groene gevels.
5. Als er nog niet wordt nagedacht over dergelijk maatregelen, deelt het college dan de mening van GroenLinks/PvdD dat er snel beleid zou moeten worden gemaakt om het inpassen van dergelijke maatregelen structureel onderdeel te laten zijn van het plannen van projecten?
Met het beleid van het hoogheemraadschap van Rijnland en het Waterplan Leiden is het beleid sterk genoeg neergezet.
6. Is het college van mening dat het nu geldende Waterplan al voldoende rekening houdt met de nieuwste inzichten op het gebied van klimaatbestendigheid en adaptatie?
Ja. Het huidige Waterplan Leiden biedt genoeg beleid en uitgangspunten om ervoor te zorgen dat ruimtelijke projecten klimaatbestendig worden ontwikkeld en dat problemen kunnen worden aangepakt.
7. Deelt het college de mening van GroenLinks/PvdD dat het verstandiger is om nu maatregelen relatief goedkoop in te passen dan om in de toekomst relatief dure maatregelen te moeten nemen om de stad voor te bereiden op extreem weer?
Ja.
8. Kan het college de vraag beantwoorden of de afgelopen jaren bij planwijzigingen of het vergroten van het verhard oppervlakte in de stad steeds voldaan is aan de eis van het hoogheemraadschap tenminste 15% nieuw oppervlaktewater te creëren van het toegevoegde verharde areaal?
Ja. Dit geldt voor 100% van de gemeentelijke projecten, dit is een begrotingsindicator. In de afgelopen jaren is er zelfs meer dan de vereiste 15% gerealiseerd. Dit wordt bijgehouden in de BergingsRekeningCourant (BRC), een onderdeel van het Waterplan Leiden.
9. Rotterdam is al erg ver op het gebied van klimaatbestendigheid. Is het college bereid om aan Rotterdam het goede voorbeeld te nemen en te onderzoeken of de Rotterdamse oplossingen ook in Leiden haalbaar zijn?
Het college en de gemeentelijke organisatie staan altijd open voor het ontvangen van informatie over de meest recente ontwikkelingen.
Ligplaatsen Rapenburg
(ingekomen 24 januari 2012)
De mooiste gracht van Leiden ligplaatsenvrij.
GroenLinks Leiden vindt het Rapenburg de mooiste gracht van Nederland, op de voet gevolgd door de Herengracht, eveneens te Leiden. Van enig chauvinisme is hier natuurlijk geen sprake. Objectieve criteria leiden al snel tot deze conclusie.
Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, wil GroenLinks u de volgende vragen stellen:
Antwoord van burgemeester en wethouders
(ingezonden 28 februari 2012)
1. Wat vindt uw geëerd college de mooiste gracht van Nederland?
Het college vindt het Rapenburg zeker tot een van de mooiste grachten van Nederland behoren.
GroenLinks is voorstander van meer ligplaatsen voor bootjes van Leidenaren aan de grachten. Daarvoor is ook ruimte. Echter een gracht, de mooiste, houden wij graag auto en ligplaatsen vrij. Wij zijn er van overtuigd dat deze gracht dan nog mooier zal worden. Zo zal op den duur de hele wereld moeten beamen dat de mooiste gracht op aarde in Leiden ligt.
2. Is het college het met GroenLinks eens dat het Rapenburg nog mooier zal schitteren zonder boten met een vaste ligplaats aan de kade?
Het College hecht grote waarde aan de beeldkwaliteit van de historische binnenstad waarvan het Rapenburg een belangrijk deel uitmaakt. Bij behandeling van het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 in uw raad bleek echter dat het voorstel om, door het instellen van een uitsterfbeleid, het Rapenburg op den duur vrij te maken van ligplaatsen, niet voldoende draagvlak had. Er is toen een amendement aangenomen (Amendement A100046/3, Elze ’t Hart/D66 en Margreet van Wijk/VVD ) bij het raadsvoorstel (RV 10.0046 Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010) om de ligplaatsen aan het Rapenburg te handhaven conform de toen actuele situatie zònder uitsterfbeleid. Motivatie hiervoor was:
-er zijn te weinig ligplaatsen voor pleziervaartuigen;
-veel inwoners staan al jaren op de wachtlijst voor een vergunning;
-de ligplaatsen die in de huidige situatie beschikbaar zijn aan het Rapenburg zijn niet storend voor de beeldkwaliteit;
-pleziervaartuigen horen bij Leiden en geven de grachten een authentieke sfeer.
De huidige praktijk is dat er op het Rapenburg maar een beperkt aantal ligplaatsen zijn uitgegeven, juist om ook maar enige kans op verloedering in de mooiste gracht van Leiden te voorkomen.
In het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 werd tevens voorgesteld om het Rapenburg verder vrij te maken van vaste ligplaatsen door in het stuk water tegenover de twee monumentale panden van de universiteit (de oude UB en het Academiegebouw) de ligplaatsen geheel te schrappen. Voor deze monumentale gebouwen zijn geen ligplaatsen uitgegeven.
3. Is het college bereid om de aangeboden ligplaats ter hoogte van Rapenburg 106 terug te trekken?
Deze ligplaats is onlangs aangeboden als vrije ligplaats voor een pleziervaartuig (conform waterkaart behorend bij Ligplaatsenplan 2010).
Zie ook antwoord op vraag 2.
4. Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord op vraag 2.
5. Wil het college toezeggen een uitsterfconstructie voor ligplaatsen in het Rapenburg te gaan hanteren?
Nee, het college acht dit niet wenselijk.
6. Zo nee, waarom niet?
Het college wil conform het vigerend beleid handelen.
Zie antwoord op vraag 2.
Herhaalde vragen Groenvoorzieningen Lasserstraat
(ingekomen 3 januari 2011)
Op 29 juli 2011 heeft de fractie van GroenLinks vragen gesteld over door de gemeente omgezaagde bomen aan de Lasserstraat. Op 13 september zijn deze beantwoord door het College van B&W (zie hieronder).
Zonder overleg met de wijk hebben medewerkers van de dienst groenvoorziening in 2011, gewapend met kettingzagen, de bomen aan de Lasserstraat verwijderd. In uw antwoord beloofde u dat er overleg met de wijk zou plaatsvinden én dat er tussen half november en half december nieuwe bomen zouden worden geplant.
De fractie van GroenLinks was tevreden over dit antwoord. Het college blijkt het steeds moeilijk te vinden om geschikte plekken te vinden voor de aanplant van bomen en zie hier, opeens een kans! Het is dan ook teleurstellend en verbazingwekkend dat er aan de Lasserstraat hoegenaamd niets is waargemaakt van de gedane beloftes. Er heeft geen overleg met de wijk plaatsgevonden én er is tot op heden niet één boom herplant. De prioriteit van dit college op het gebied van groen blijkt telkens stukken lager dan de prioriteit die aan andere onderwerpen wordt gegeven.
Dat leidt, op grond van art. 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, tot de volgende vragen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 28 februari 2012)
1. Was het college ervan op de hoogte dat er, anders dan beloofd, half december nog geen herplant heeft plaatsgevonden, noch dat er overleg is geweest met de wijk?
Het college is hiervan niet op de hoogte gesteld. Wel zijn er in oktober 2011 gesprekken geweest tussen medewerkers van Team Groen en enkele omwonenden (buurtcommissie Vrijheidslaan). Tijdens dit gesprek is uitgelegd waarom de bomen gekapt zijn. Ook is toegezegd dat begin december groeiplaatsverbetering toegepast zou worden en dat de bomen herplant zouden worden wanneer het weer het toe zou laten. De herplant stond voor half december ingepland. Het weer liet toen echter niet toe dat de bomen herplant zouden worden. Immers, wanneer je in de grond gaat graven wanneer het te nat is, verpest je hiermee de structuur en de waterdoorlatende eigenschappen van de grond. Ook zou het gazon helemaal kapot gereden worden als je eroverheen gaat rijden met allerlei materieel wat nodig is om plantgaten te graven en bomen te planten.
2. Zo ja, waarom is dit niet aan de raad gemeld?
Zie antwoord vraag 1.
3. Zo nee, wat gaat er mis in het gemeentelijk apparaat dat gedane beloftes niet worden gecontroleerd en gecommuniceerd?
Doordat in de maand december het weer uitzonderlijk slecht ofwel onwerkbaar was, heeft de herplant vertraging opgelopen. Er is eerder helder aangegeven dat de bomenplant zou plaatsvinden wanneer het weer het zou toelaten.
Het is voor het ambtelijke apparaat niet te doen om een door weersomstandigheden verschuivende planning steeds met omwonenden te communiceren.
4. Op welke termijn gaat de herplant alsnog plaatsvinden?
Planning is om de bomen voor maart te herplanten als het weer het toe laat.
5. Hoe gaat u het vertrouwen van de wijk in de betrouwbaarheid van uw beloftes herstellen?
Er zal een bewonersbrief uitgaan waarin uitgelegd wordt waarom de herplant vertraagd is.
Daarnaast handhaven we de huidige overlegstructuur waarbij er regelmatig overleg is tussen de wijkbeheerder, opzichter groen en omwonenden over wensen, klachten en meldingen openbare ruimte.
Voorbereiding extreem slecht weer
(Ingekomen 2 december 2011)
Is Leiden voorbereid op slecht weer?
Uit het artikel ‘Nederlandse steden slecht voorbereid op extreem weer’ in Trouw van 30 augustus 2011 (http://www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/2877284/2011/08/30/Nederlandse-steden-slecht-voorbereid-op-extreem-weer.dhtml), blijkt dat veel Nederlandse steden nog geen maatregelen nemen om problemen die de door de klimaatsverandering veroorzaakte grillige weersomstandigheden opleveren, op te kunnen vangen. Te denken valt aan extreme droogte – met bodemdalingen tot gevolg - of extreme wateroverlast. In het artikel wordt gesuggereerd om voortaan bij nieuwbouwprojecten, maar ook gepland groot onderhoud aan bestaande bouw, na te denken over maatregelen om extreem weer op te kunnen vangen. Zo vangen groene daken bij veel water een deel van het water op en koelen ze huizen bij extreme hitte. Straten met veel groen kunnen meer water afvoeren dan beton en asfalt.
De fracties van GroenLinks en Partij voor de Dieren willen op grond van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, aan het college de volgende vragen stellen:
1. Is het college op de hoogte van het artikel?
2. Deelt het college de mening van GroenLinks/PvdD dat klimaatveranderingen en de bijkomende extreme weersomstandigheden vragen om structurele maatregelen om Leiden klimaatbestendig te maken?
3. Bijvoorbeeld: In een deel van de Oude Kooi is er bijvoorbeeld een gescheiden riolering aangelegd, is het college van plan om dit op meerdere plekken in Leiden te doen?
4. Wordt er bij nieuwbouw en geplande projecten al nagedacht om daarin maatregelen in te passen om Leiden klimaatbestendig te maken? Welke zijn dat dan?
5. Als er nog niet wordt nagedacht over dergelijk maatregelen, deelt het college dan de mening van GroenLinks/PvdD dat er snel beleid zou moeten worden gemaakt om het inpassen van dergelijke maatregelen structureel onderdeel te laten zijn van het plannen van projecten?
6. Is het college van mening dat het nu geldende Waterplan al voldoende rekening houdt met de nieuwste inzichten op het gebied van klimaatbestendigheid en adaptatie?
7. Deelt het college de mening van GroenLinks/PvdD dat het verstandiger is om nu maatregelen relatief goedkoop in te passen dan om in de toekomst relatief dure maatregelen te moeten nemen om de stad voor te bereiden op extreem weer?
8. Kan het college de vraag beantwoorden of de afgelopen jaren bij planwijzigingen of het vergroten van het verhard oppervlakte in de stad steeds voldaan is aan de eis van het hoogheemraadschap tenminste 15% nieuw oppervlaktewater te creëren van het toegevoegde verharde areaal?
9. Rotterdam is al erg ver op het gebied van klimaatbestendigheid. Is het college bereid om aan Rotterdam het goede voorbeeld te nemen en te onderzoeken of de Rotterdamse oplossingen ook in Leiden haalbaar zijn?
Oostblokplein (buurtcheque)
(ingekomen 15 november 2011)
Hierbij stel ik u op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad de volgende vraag:
Mij kwam ter ore dat het Oostblokplein nog altijd niet is opgeknapt, terwijl daarvoor in juni 2009 al een Buurtcheque is verstrekt.
De buurt is destijds enthousiast aan dit project begonnen, heeft allerlei plannen voorgelegd en is nog altijd zeer bereid het onderhoud van een opgeknapt pleintje ter hand te nemen. Ondanks het enthousiasme van de buurt en de constructieve inzet van de wijkbeheerder zijn wij nu door met name gemeentelijk oponthoud (vakanties en ziekten) in november 2011 aangeland en is er nog altijd niets is gebeurd.
Desgevraagd kregen de buurtbewoners eerst nu te horen dat hun laatst ingediende plan niet is goedgekeurd.
Het gevolg is dat de buurtcheque van 20.000 euro per 31 december a.s. komt te vervallen en het Oostblokpleintje zo desolaat blijft als het nu is.
Dat is toch niet de bedoeling van het verstrekken van een Buurtcheque.
Daarom stel ik u de volgende vragen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 20 december 2011)
1. Is u bekend waarom dit op zichzelf leuke project zo lang is opgehouden?
Ja.
Het plein in de Fitterstraat is als stedelijk plein en integraal met de woningen door de architect ontworpen. De zes bewoners (Fitterstraat 2 t/m 12) die direct aan het plein wonen hebben, via een buurtcheque, een plan ingediend om het plein ‘groener’ te maken. De buurtcheque werd, onder voorwaarden, toegekend. Het plan behoefde aanpassing vanwege praktische, beheersmatige en financiële bezwaren. Hierover is met de initiatiefnemers gesproken. Door vakanties, ziekte, persoonlijke omstandigheden bij de initiatiefnemers, interne wisselingen bij de gemeente en bedenkingen van andere bewoners over de veranderingen op het plein, is het contact twee keer een half jaar stil gevallen.
De initiatiefnemers hebben hierna contact opgenomen met een aantal ambtenaren, waarna er een nieuw plan is gemaakt dat weer een aantal technische onvolkomenheden had. Helaas heeft dit proces veel langer geduurd dan gedacht.
2. Op basis waarvan is het laatst ingediende plan afgekeurd?
Op basis van a) de totale kosten van de aanleg en een aantal technische problemen met de kabels en leidingen en de goot van de straatkolken.
b) de kosten van het beheer na aanleg.
3. Kan er naar uw inzicht met enige aanpassingen nog een acceptabel plan van gemaakt worden?
Jazeker, we zijn concrete afspraken aan het maken met de indieners en zullen na aanpassing en overeenstemming ‘groen licht’ geven voor de uitvoering.
4. Bent u het met mij eens dat na verstrekking van de Buurtcheque aan een enthousiaste en betrokken buurt er ook een dergelijke houding van de gemeente mag worden verwacht?
Ja.
Er is en wordt door de ambtelijke organisatie enthousiast meegedacht en meegewerkt aan deze initiatieven, ook al is het in dit geval niet goed gegaan. Dit is een van de 90 ingediende buurtcheques in 2009, die verder grotendeels tot ieders tevredenheid zijn uitgevoerd.
5. Zo ja, waarom is bij de beoordeling en de uitvoering van dit plan dan zo'n negatief beeld van de gemeente ontstaan?
Aan een op zich prachtig plan zit vaak meer vast dan betrokkenen zich realiseren.
Bij het plein in de Fitterstraat hebben de initiatiefnemers een beeldende schets ingediend, daar is door de toetsingscommissie voor de buurtcheques positief op gereageerd. Bij toetsing bij het bedrijfsbureau van Stedelijk Beheer kwam naar voren dat een aantal wensen van de bewoners niet haalbaar was. Dat is toen kennelijk niet goed gecommuniceerd en zijn er verkeerde verwachtingen gewekt. Het proces is vervolgens met horten en stoten verder gegaan. Het is niet verwonderlijk dat bij zo’n lange doorlooptijd en het niet goed afstemmen van de verwachtingen en de mogelijkheden en het uitblijven van een concreet resultaat er een negatief beeld is ontstaan.
We doen er alles aan om dit beeld na uitvoering weer positiever te laten zijn.
6. De Buurtcheque verliest zijn geldigheid op 31 december 2011. Bent u bereid de geldigheidsduur van de cheque te verlengen, zodat alsnog kan worden gerealiseerd waarop de buurt zo hoopt?
Deze reeds toegekende buurtcheque (voucher) komt niet te vervallen, het bedrag is gereserveerd voor de uitvoering. Dit is met de initiatiefnemer doorgesproken en per mail op maandag 14 november jl. bevestigd.
Energiebesparing bij supermarkten
(Ingekomen 24 oktober 2011)
De gemeente Leiden heeft in 2010 het convenant “Energiebesparing bij supermarkten” getekend, maar er lijkt nu nog te weinig te gebeuren.
Supermarkten verbruiken veel energie, onder andere door de open koel- en vrieskasten. Het afsluiten van de koel en vrieskasten is een makkelijke en snelle manier om energie te besparen en daarmee CO2-uitstoot te verminderen. Het is GroenLinks opgevallen dat er dat er al een aantal supermarkten in de stad de koelvakken hebben voorzien van glazen deuren, maar dit is nog lang niet bij allemaal het geval. Voor Leiden zit je uitgaande van 20 supermarkten al snel op een totale CO2-reductie in de orde van zo'n 1.000 huishoudens!
Volgens de website van het kenniscentrum InfoMil doen niet alle supermarktketens aan dit initiatief mee.
De fractie van GroenLinks heeft daarover de volgende schriftelijke vragen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 29 november 2011)
1. Welke supermarkten hebben de koel- en vriesvakken al afgedekt, welke nog niet?
In de gemeente Leiden bevinden zich 22 supermarktfilialen. Volgens de nu bij de Milieudienst aanwezige informatie zullen op de einddatum van het convenant (1 januari 2015) 14 daarvan zijn voorzien van permanente afdekking op de verticale koelmeubelen. De overige 8 filialen zijn van Aldi, Hoogvliet, Lidl en Spar.
Hierbij moet worden aangetekend, dat van Aldi en Hoogvliet geen enkel filiaal is voorzien van permanente afdekking op de verticale koelmeubelen. Zij zijn ook niet van plan deze aan te brengen. Bij Lidl is één van de 2 supermarkten wel voorzien van permanente afdekking. Dit geldt per volgend jaar ook voor één van de Spar filialen.
2. Hoe staat het met de voortgang van uitvoering van het convenant onder de deelnemende supermarkten?
De voortgang van het convenant wordt op landelijk niveau gevolgd en niet per regio of gemeente. In het convenant is met de toegetreden supermarktconcerns afgesproken dat alle filialen in het land gaan voldoen aan de energie-eisen. Om die reden vindt de rapportage op landelijk niveau plaats. In bijlage 1 treft u de rapportage aan van de resultaten per 1 april 2011.
3. Onderneemt Leiden actie om ook de nog niet aangesloten winkelketens mee te laten doen? Zo ja, wat doet het college?
De milieutaken op grond van de Wet milieubeheer worden namens de gemeente Leiden uitgevoerd door de Milieudienst West-Holland. De Milieudienst heeft alle niet toegetreden supermarktconcerns en franchiseondernemers per brief geïnformeerd over het convenant en hen opgeroepen om toe te treden tot het convenant. Een voorbeeld van deze brief treft u aan als bijlage 2.
4. In hoeverre wordt uitvoering van het convenant meegenomen bij milieucontroles (door Leiden uitbesteed aan de Milieudienst West-Holland)?
De Milieudienst controleert bij de niet-deelnemende supermarktfilialen of alle energiebesparende maatregelen die een supermarkt moet toepassen op grond van het Activiteitenbesluit, ook daadwerkelijk zijn toegepast. Dit geldt ook voor de aanwezigheid van permanente afdekking op verticale koelmeubelen. Indien dit niet het geval is, wordt een termijn geboden om de energiemaatregelen alsnog te realiseren. Als bij de hercontrole blijkt dat hieraan geen gehoor is gegeven wordt een last onder dwangsom opgelegd. Binnen de gemeente Leiden lopen nu twee handhavingsprocedures bij supermarkten vanwege het ontbreken van energiemaatregelen.
GroenLinks vindt deze maatregel een positieve manier om te zorgen voor een beter milieu en lager energieverbruik, tegelijk is de bekendheid nog gering:
5. Is de gemeente bereid om samen met de milieudienst en de Leidse supermarkten aandacht te schenken aan de uitvoering van dit convenant (bijvoorbeeld in de lokale media) ?
De gemeente is daartoe zeker bereid. Energiebesparing is een belangrijk onderdeel van het regionale Klimaatprogramma, waarin burgers en bedrijven zelf een bijdrage kunnen leveren. In de klimaatcampagne ‘Energie voor de toekomst’ is ruimte voor het tonen van aansprekende acties van bedrijven. In samenwerking met de Milieudienst, die het Klimaatprogramma coördineert, zal worden gezocht naar een aansprekende vorm en een goed tijdstip voor communicatie over de resultaten van het convenant.
Barbecue zones
(Ingekomen op 24 oktober 2011)
In Rotterdam is het toegestaan om in het barbecue seizoen in een aantal parken in daarvoor aangewezen zones te barbecueën. Deze barbecuezones zijn zo gekozen dat de overlast voor inwoners van de stad minimaal is en tevens zijn zij uitgerust met metalen koolcontainers voor het koolafval.
De parken van Rotterdam worden daar in de lente- en zomermaanden een stuk levendiger. Deze verlevendiging heeft als resultaat, dat de parken een stuk beter bezocht worden en dat bij mooi weer de mensen de stad minder snel uittrekken en eerder ervoor kiezen tijd en geld te besteden in hun eigen stad. Het is zelfs zo dat dit kan leiden tot een verhoging van het aantal bezoekers aan deze stad. Daarnaast geldt, zoals voor elke stad, dat er in stedelijk gebied minder achtertuintjes zijn, waar mensen terecht kunnen om te barbecueën. De mogelijkheid te barbecueën in de Rotterdamse parken leidt dan ook tot een vermindering van het barbecueën voor de deur en op straat. Voor meer informatie, ook over handhavingaspecten, over de situatie in Rotterdam, zie ook http://www.rotterdam.nl/bbq
D66 ziet het ontwikkelen van Barbecuezones in Leiden, met name in parken in de binnenstad en in de nabijheid daarvan, als toegevoegde waarde op het verlevendigen van de stad.
Zeker een stad als Leiden, met haar dichtbevolkte binnenstad en ook de vele studenten woonachtig in de stad zou het niet misstaan om aan de inwoners van de stad de gelegenheid te bieden om bij mooi weer te gaan barbecueën in de Leidse parken. Dit kan leiden tot een verhoogde interactie en sterkere sociale cohesie tussen de inwoners in Leiden, alsmede een verhoging van (toeristisch) bezoek aan de stad.
Het is niet de bedoeling van D66 om mensen te verbieden om voor de deur te barbecueën, maar om de parken in de stad door middel van deze barbecuezones te verlevendigen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 6 december 2011)
1. Is het College van Burgemeesters en Wethouders het eens met D66 dat het ontwikkelen van Barbecuezones kan leiden tot een verlevendiging van de stad en het versterken van de sociale cohesie tussen de Leidse inwoners, alsmede een verhoging van (toeristisch) bezoek aan deze stad?
In Leiden mag in alle parken worden gebarbecued. Daarvoor is geen vergunning nodig. Voorwaarde is dat het barbecueën geen gevaar, overlast of hinder oplevert voor de omgeving (APV 5:34, 2c). Natuurlijk kunnen ontmoetingen in parken, zoals barbecues, een bijdrage leveren aan de sociale cohesie.
Het barbecueën in parken heeft tot nu toe nauwelijks geleid tot (brand)schade aan grasmat en beplanting of veel rondslingerend afval.
Het instellen van barbecuezones, zoals in Rotterdam, Rijswijk en Amsterdam, is een inperking van de mogelijkheid om te barbecueën en heeft daar met name plaatsgevonden omdat schade en afval een probleem vormden.
Het college vindt inperking van het aantal locaties waar gebarbecued mag worden, gecombineerd met extra voorzieningen en handhaving, op dit moment niet opportuun. Indien barbecueën alsnog een probleem gaat vormen, d.w.z. dat er schade aan het openbare groen wordt toegebracht, dat er veel afval wordt achtergelaten of dat omwonenden er overlast van ondervinden, dan kunnen we op dat moment een proef met het aanwijzen van (een) barbecuezone(s) met een metalen koolcontainer overwegen.
2. In welke Leidse parken ziet het College mogelijkheden voor het inrichten van zogenaamde Barbecuezones en is zij dan bereid om deze te voorzien van (extra) afvalcontainers en koolcontainers?
Zie de beantwoording bij vraag 1.
3. Kan het College in kaart brengen wat de kosten zijn van het ontwikkelen van Barbecuezones?
Kan het College daarbij het volgende aspecten meenemen:
- De eenmalige investering in nieuwe inrichting.
- De onderhoudskosten van deze inrichting.
- De extra structurele kosten en eventuele besparingen op gebied van handhaving op schoon, heel en veilig.
Gezien het antwoord op vraag 1 is beantwoording van deze vraag (vooralsnog) niet aan de
orde.
4. Is het College bereid regels voor de Barbecuezones en een handhavingsbeleid te ontwikkelen naar Rotterdams model en deze dan op te nemen in de APV?
Zie de beantwoording bij vraag 1.
5. Indien het College nog bezwaren ziet in het aanwijzen van een aantal Barbecuezones, is zij dan bereid een experiment te houden met één Barbecuezone gelegen op een centrale plek in stad, bijvoorbeeld het Plantsoen en de uitwerking hiervan na 1 jaar te evalueren?
Zie de beantwoording bij vraag 1.
Barbecueën in de stad
(Ingekomen 24 oktober 2011)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 6 december 2011)
1. Klopt het dat het houden van barbeques in de openbare ruimte op dit moment zonder vergunning niet is toegestaan?
Nee, in Leiden mag in alle parken worden gebarbecued. Daarvoor is geen vergunning nodig. Voorwaarde is dat het barbecueën geen gevaar, overlast of hinder oplevert voor de omgeving (APV 5:34, 2c).
Een buurtbarbecue wordt aangemerkt als evenement waarvoor wel een vergunning nodig is (APV 2:24, 2e en 2:25, 1).
2. Weet het college dat de vleesindustrie enorme schade oplevert voor het milieu, het tropisch regenwoud en daarnaast een groot beslag doet op natuurlijke hulpbronnen?
Het college kent deze opvatting.
3. Is het college ermee bekend dat consumptie van vlees, met name in verkoolde staat gevaar oplevert voor de gezondheid?
Het college kent ook deze opvatting. Overigens zal het gevaar voor de gezondheid beperkt
zijn als de consumptie van verkoold vlees slechts een enkele keer plaatsvindt, zoals bij een
incidentele barbecue.
4. Erkent het college dat veel mensen de rook en geur van barbecues als overlast ervaren, zeker in de publieke ruimte en dan met name in groenzones?
Het college erkent dat er mensen zijn die rook en geur van barbecues niet aangenaam
vinden. Tot nu toe heeft barbecueën in parken in Leiden nauwelijks geleid tot klachten over overlast of over veel rondslingerend afval, noch tot (brand)schade aan de grasmat en de beplanting.
5. Deelt het College de opvatting van de Partij voor de Dieren dat, gezien deze feiten, barbecue-initiatieven in het schaarse Leidse groen, ongewenst zijn en niet door de gemeente gefaciliteerd en gefinancierd dienen te worden?
Het college constateert dat er, ondanks de hierboven genoemde negatieve aspecten van barbecues, ook mensen zijn die plezier beleven aan barbecueën. Bij vergunningaanvragen voor wijkfeesten, waaronder barbecues, wordt een afweging gemaakt. Het college is van mening dat het niet aan de lokale overheid is om barbecueën te verbieden, of een vergunning te weigeren, zolang er geen sprake is van gevaar of overlast. Het college is verder op dit moment niet van plan eventuele barbecue-initiatieven te financieren.
Ruimter interpreteren Flora- en Faunawet
(Ingekomen 13 oktober 2011)
Recent heeft het college besloten - samen met Alkmaar en Haarlem - een brief aan het ministerie van ELI om de Flora- en Faunawet ruimer te mogen interpreteren.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders (ingezonden 15 november 2011)
1. Welke "verruiming" heeft Leiden op het oog?
Voor de gemeente Leiden gaat het om de ontheffing die het wisselen van eieren mogelijk moet maken. Deze ontheffing is een aantal jaar geleden afgegeven omdat er aanvankelijk een wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit Leiden aan de ontheffingsaanvraag gekoppeld was. Deze ontheffing loopt begin 2012 af. Het ministerie kan besluiten dat er wederom een onderzoek naar de effectiviteit van de maatregelen gekoppeld moet worden aan de ontheffingsaanvraag (een eerdere aanvraag van Haarlem is een paar jaar geleden afgewezen omdat er geen onderzoek aan de ontheffingsaanvraag was gekoppeld) maar kan zich ook soepeler opstellen en besluiten dat het verzamelen van gegevens, zoals Leiden de afgelopen jaren deed nadat de Universiteit Leiden haar onderzoek staakte, voldoende is en eveneens nieuwe inzichten kan opleveren. Dat maakt het belangrijk om gezamenlijk op te trekken en het ministerie te overtuigen van de mate van overlast die ervaren wordt en van het belang van de ontheffing.
2. Wijkt deze verruiming af van het onlangs geaccordeerde Plan van Aanpak Meeuwenoverlast?
Nee. Het wisselen van eieren is een van de maatregelen die in dit plan genoemd worden.
3. Zo ja, waarom is dit niet expliciet aan de raad voorgelegd?
Zie boven.
4. Klopt het bericht in het Leidsch Dagblad dat de gemeenten het liefst verdergaande maatregelen willen nemen?
Nee. De gemeente Leiden wil alleen een ontheffing voor het wisselen van eieren. Andere gemeenten zoals Alkmaar wensen ook een ontheffing om de inzet van een valkenier mogelijk te maken. Aangezien het College in Leiden, na vragen en bezwaren hierover uit de Raad, heeft afgezien van de inzet van een valkenier (vanwege de onzekerheid over het effect dat deze maatregel heeft) is een ontheffing hiervoor voor Leiden nu niet aan de orde. Echter, het kan wel nuttig zijn als andere gemeenten de effectiviteit van deze maatregel gaan onderzoeken.
Vervolg vragen Fiets fout = fiets weg
(Ingekomen 21 september 2011)
Op 29 juli j.l. heeft GroenLinks Leiden schriftelijke vragen gesteld aan het College inzake het “Fiets fout=fiets weg”-beleid. Deze vragen zijn door het College beantwoord op 13 september 2011. In haar beantwoording gaat het College voornamelijk in op de verwijdering van fietswrakken. GroenLinks Leiden is verheugd dat het College de mening deelt, dat de stad erg is opgeknapt sinds fietswrakken actief worden verwijderd. Echter, het “Fiets fout=fiets weg”-beleid heeft betrekking op reguliere fietsen en minder op fietswrakken, zoals het College zelf in haar beantwoording stelt.
De fractie van GroenLinks wil dan ook graag,op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, daarom de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 25 oktober 2011)
1. Is het correct dat in de gemeente Leiden het “Fiets fout=fiets weg”-beleid is gebaseerd op een toepassing van zogenaamde ‘bestuursdwang’ in combinatie met art. 5:12 lid 1 van de APV?
Ja, dat is correct.
Voorafgaand aan het toepassen van bestuursdwang dient aan de overtreder het hiertoe strekkende besluit schriftelijk te worden medegedeeld: de bestuursdwangbeschikking. In de beschikking moet wel een redelijke begunstigingstermijn zijn opgenomen. Dit behoudens spoedeisende gevallen. Indien optreden van gemeentewege geen uitstel kan leiden vanwege de vereiste spoed, kan van het stellen van een termijn worden afgezien en kan de beschikking ook achteraf op schrift gesteld worden.
GroenLinks Leiden stelt vast dat de Gemeente Leiden simpelweg alle fietsen die (volgens de Gemeente) niet op correcte wijze gestald zijn, onmiddellijk weg haalt. Daarmee geeft de Gemeente de gebruiker geen enkele gelegenheid om de illegale situatie ongedaan te maken. Dat terwijl de Gemeente in een niet-spoedeisende situatie eerst een besluit moet nemen en bekend maken, alvorens de fiets weg te mogen halen. In het geval van de stad Utrecht heeft de rechter daarom besloten dat de gemeente Utrecht een label aan de fiets hangen met een redelijke termijn om de eigenaar de gelegenheid te geven de fiets weg te halen, bijvoorbeeld 24 uur.
2. Is het terecht dat GroenLinks vaststelt dat bij toepassing van dit beleid geen onderscheid wordt gemaakt tussen wel en niet spoedeisende situaties?
Ja, dat is terecht.
3. Is het College het met GroenLinks eens dat, indien dit onderscheid niet wordt gemaakt, hier mogelijk sprake is van een onrechtmatige daad?
Nee, als beleid wordt Art. 5.31 van de Awb gehanteerd en dat geeft de grondslag om spoedeisend op te kunnen treden.
• Artikel 5:31 van de Awb luidt, voor zover hier van belang:
1. Een bestuursorgaan dat bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last. Artikel 5:24, eerste en derde
lid, is op dit besluit van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de situatie zo spoedeisend is, dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan terstond bestuursdwang worden toegepast, maar wordt zo spoedig mogelijk nadien alsnog een besluit als bedoeld in het eerste lid bekendgemaakt.
De achtergrond van artikel 5:31, de grondslag van het ‘fiets fout fiets weg’- beleid van het college, is dat fietsen die niet juist zijn geplaatst hinder, vervuiling, overlast en mogelijk ook gevaarlijke situaties (kunnen) veroorzaken, op grond waarvan het college direct tot het uitvoeren van bestuursdwang - als bedoeld in 5:31 van de Awb - kan overgaan aangezien er in genoemde gevallen sprake is van een spoedeisende situatie.”
4. Is het College op basis van bovenstaande bereid om haar beleid aan te passen en fietseigenaren 24 uur de tijd te geven om hun fiets weg te halen?
Nee, zie verder antwoord op vraag 9.
De fractie van GroenLinks stelt tevens vast dat het er op lijkt dat het handhavende beleid van de gemeente zich enkel richt op fietsers, terwijl gemotoriseerde voertuigen (zoals bromscooters) worden ontzien. Dit vermoeden wordt niet alleen bevestigd door ooggetuigen, maar ook door het bestuderen van de website van de gemeente. Als voorbeeld geven wij twee opeenvolgende foto’s (met captions) van de website www.fffw-leiden.nl, zoals gepubliceerd op 21 september.
Foto 1. Nr. 0007933LDN Foto 2. Nr. 0007934LDN
Inname 20-9-2011 14:20 Inname 20-9-2011 14:21
Op Foto 1 staat een verwijderde fiets rechts van een rode scooter. Op Foto 2 staat een minuut later verwijderde fiets, die op Foto 1 links van dezelfde rode scooter staat. Op Foto 2 is rechts in beeld de bewuste rode scooter eveneens zichtbaar. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de bewuste scooter niet is verwijderd. Het is duidelijk zichtbaar dat op beide foto’s de verwijderde fietsen omringd zijn door verschillende (brom-)scooters. Op de site www.fffw-leiden.nl staan echter nergens verwijderde scooters vermeld, waardoor het vermoeden wordt bevestigd dat (brom-)scooters in vergelijkbare gevallen niet worden verwijderd.
5. Op basis van de website kan worden geconcludeerd dat sinds de invoering van “Fiets fout=fiets weg” minimaal 7950 fietsen rondom het station zijn verwijderd. Hoeveel (brom-) scooters zijn in diezelfde periode verwijderd?
Er zijn sinds 2010 minimaal 7950 fietsen verwijderd. In deze periode zijn geen (brom-) scooters verwijderd.
6. Is het terecht dat GroenLinks vaststelt dat er wèl fietsen worden verwijderd, maar dat (brom-) scooters in dezelfde situatie niet worden verwijderd?
Ja dat is terecht.
7. Is het beleidsmatig vastgelegd dat fietsen wèl worden verwijderd, maar dat (brom-)scooters kunnen blijven staan? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom wordt er in de praktijk niet opgetreden tegen (brom-)scooters?
Het is niet beleidsmatig vastgesteld dat (brom-) scooters mogen blijven staan. Wij betreuren dat er recent steeds vaker ook bromfietsen of scooters op de verkeerde plek worden gestald. Maar gezien de beperkte capaciteit en de problematiek rondom brandveilige opslag kiezen wij vooralsnog om alle inzet te gebruiken om fietsen te verwijderen. Deze veroorzaken een substantiële overlast
In het kader van de herinrichting van het Stationsplein zal rekening gehouden moet worden met voldoende stallingmogelijkheid voor de (brom-)scooters.
8. Mocht vraag 7 in die zin worden beantwoord dat inderdaad niet op gelijke wijze wordt opgetreden tegen (brom-)scooters als tegen fietsen, is daar dan een voldoende rechtvaardiging voor? En als die er niet is, is het College het dan met Groenlinks eens dat deze ongelijke behandeling van (brom-)scooters en fietsen in strijd is met het bestuursrechtelijke gelijkheidsbeginsel, waardoor elke verwijdering van verkeerd geparkeerde fietsen onrechtmatig is?
Bij een beroep op het gelijkheidsbeginsel is het wel zaak dat er sprake is van gelijke gevallen en daar is bij de vergelijking fietsen en (brom-)scooters geen sprake van. Waar er op het station plek is voor ongeveer 14000 fietsen staan er dagelijks zo’n 40 tot 50 (brom-)scooters geparkeerd. Hoewel die fout staan geparkeerd valt dit aantal in het niet bij de 6000 fietsen die op jaarbasis uit de stationsomgeving worden verwijderd.
Een gelijke situatie is er dus niet. Daarnaast ontbreekt het aan voldoende veilige stalling voor (brom-)scooters. Bij fietsen is dit anders omdat er voor de fietsen wel goede en adequate hoeveelheid stallingruimte beschikbaar is.
Wij begrijpen dat ook stalling voor de (brom-)scooters gewenst is. Om daaraan tegemoet te komen is er in de tijdelijke stalling op de Van de Putte locatie al een poging gedaan om een (brom-)scooters-plek te realiseren. Dit is echter ons inziens te weinig gecommuniceerd naar de gebruikers van het gebeid waardoor die plek nog onvoldoende wordt gebruikt.
Het probleem van de (brom-)scooters is overigens een recent probleem. Voorheen werd er slechts een enkele (brom-)scooter bij het station gezien. De laatste tijd zien we regelmatig op verschillende plekken (brom-)scooters in het stationsgebied gestald.
Dan is er nog de vraag hoe doelmatig het handhaven op onjuist gestalde (brom-)scooters is. Het vergt een grote investering in materieel en personeel om (brom-)scooters op een veilige manier te verwijderen, te vervoeren en op te slaan. De investering staat niet in verhouding met het werkelijke probleem.
Het huidige beleid houdt in dat elke Leidenaar, die zijn fiets stalt voor een snelle boodschap of een bezoek aan de bank, thans het gevaar loopt dat de fiets wordt verwijderd zonder dat er sprake is van een spoedeisende situatie. Ook minder-validen die op de fiets zijn aangewezen worden de dupe van dit beleid. GroenLinks Leiden stelt dat het restrictieve beleid rondom fietsparkeren op het Stationsplein heeft geleid tot minder overlast van zgn. weesfietsen en dat de huidige situatie aanvaardbaar en beheersbaar is. Daarom pleit GroenLinks Leiden voor aanpassing van het “Fiets fout=fiets weg”-beleid.
9. Is het College bereid om op basis van de huidige situatie te overwegen om het “Fiets fout=fiets weg”-beleid bij te stellen en minder restrictief op te treden tegen fietsers?
Op het moment dat de herinrichting van het Stationsplein en het fietsbeleid voor de hele stad is vast gesteld kan dit worden heroverwogen.
10. Is het College bereid om de antwoorden op deze vragen te agenderen in de Commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid, zodat met meerdere partijen hierover een discussie kan worden gevoerd teneinde een fietsvriendelijker beleid kan worden afgesproken zonder afbreuk te doen aan het gerealiseerde straatbeeld?
Het is niet aan het college, maar aan de raad zelf om onderwerpen al dan niet in de commissie te agenderen. Het spreekt vanzelf dat het college, indien dit in de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid geagendeerd wordt, bereid is de antwoorden op deze vragen toe te lichten.
Gele vuilniszakken
(Ingekomen 5 september 2011)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 11 oktober 2011)
1. Heeft u kennis genomen van het bericht ‘Grotere gele vuilniszakken komen eraan’ in
het Leidsch Dagblad van 2 september 2011?
Ja, het artikel is geschreven naar aanleiding van een interview met wethouder F. de Wit.
2. Diverse ondernemers geven in het artikel aan niet op de hoogte te zijn van een
overeenkomst tussen de gemeente en supermarkten. Herkent uw college zich in deze kritiek? Zo nee, kunt u de situatie dan nader toelichten? Zo ja, welke actie
neemt het College om deze onduidelijkheid weg te nemen?
Nee, in het besluit van ons college om een garantstelling te bewerkstelligen staat dat het mogelijk is om maximaal 5 garantieovereenkomsten te sluiten met ondernemers die bereid zijn gele, meeuwbestendige huisvuilafvalzakken in hun assortiment op te nemen ter bevordering van het gebruik van deze zakken. (Voor de goede orde: het gaat hier om zakken met een groter formaat dan de zakken die eerder in de stad verspreid zijn).
Over de garantie heeft de gemeente gesproken met 5 winkelmanagers die aangaven bereid te zijn de gele zakken te gaan verkopen. Omdat de winkelmanagers in Leiden meestal geen beslissingsbevoegdheid hebben betreffend het inkoopbeleid maar dit gedaan wordt door het hoofdkantoor, worden de onderhandelingen inzake de verkoop van de gele zakken met het hoofdkantoor gevoerd. Winkelmanagers zijn door de gemeente geïnformeerd. De gemeente heeft geen inzicht in de onderlinge communicatie van de managers met winkelmedewerkers.
3. In het artikel wordt gesproken over gesprekken met leveranciers. In welke fase bevinden deze gesprekken zich?
De gemeente heeft bij een aantal fabrikanten een offerte inzake het leveren van gele zakken aangevraagd. Hoewel de gemeente zelf geen zakken gaat inkopen, heeft de gemeente dit gedaan om de winkels te faciliteren: het is zaak om de verkoopprijs van de gele zakken zo laag mogelijk te houden. Tijdens een recent overleg met bedrijfsleiders en inkoopmanagers van een aantal supermarkten, de centrummanager en de gemeente is afgesproken dat een inkoopmanager van één van de supermarkten ook nog een aantal offertes gaat opvragen bij de aan hem bekende leveranciers van zakken.
Half oktober is een volgend overleg met de supermarkten, de centrummanager en de gemeente gepland. De bedoeling is om dan verdere afspraken te maken, o.a. over voorraadbeheer en distributie van de zakken en over een begeleidende communicatiecampagne vanuit de gemeente en daarna de regie van het proces te beleggen bij de centrummanager.
4. Op welke termijn kunnen de burgers van Leiden grotere gele vuilniszakken tegemoet zien?
Zie ook het antwoord van de vorige vraag.
Onlangs is gesproken met verschillende supermarkten en de centrummanager over de verkoop van gele zakken via de supermarkten. Daarbij is overlegd over de voorwaarden waaronder de supermarkten bereid zijn de gele zakken in de schappen te leggen. Een aantal zaken moest vervolgens verder worden uitgezocht, o.a. of er een betere prijs voor de vervaardiging van de gele zakken kan worden bedongen. Half oktober is een volgend overleg gepland. Er is nog een voorraad van de partij (kleine) gele vuilniszakken die door de gemeente is aangeschaft voor gratis verspreiding onder de binnenstadbewoners. Deze blijven voorlopig door de supermarkten verstrekt worden.
Verder geldt: de gemeente koopt geen zakken meer in, maar laat dit over aan de supermarkten.
De gemeente heeft verder geen invloed op de termijn waarop de gele zakken in de winkels zullen liggen: deze beslissing ligt bij de supermarkten. De gemeente zal de winkels uiteraard wel stimuleren om de zakken zo snel mogelijk te gaan in- en verkopen. Er moet rekening gehouden worden met levertijden van de zakken. Deze verschillen per leverancier.
5. Met de wethouder (LD, 2 september 2011) constateren CDA en PvdA dat de gele zakken steeds vaker worden gebruikt en dat dat ook een positief effect lijkt te hebben. Echter, veel Leidenaars gebruiken de gele zakken helaas nog niet.
Ziet het College mogelijkheden om het gebruik van de gele zak te verplichten? Zo ja, op welke termijn zou dit mogelijk zijn? Zo nee, zijn hiervoor wettelijke beperkingen of behelst dit louter een politieke keuze?
Als de gemeente het gebruik van gele vuilniszakken wil verplichten voor de inwoners van de binnenstad, dan zal dit worden opgenomen in de uitvoeringsbesluiten bij de Afvalstoffenverordening. Hierin zullen de eigenschappen (materiaal) van de verplichte gele vuilniszakken beschreven moeten worden.
Vooralsnog heeft ons College er voor gekozen het gebruik van de gele zakken te faciliteren en stimuleren in plaats van verplicht te stellen.
6. Wat is de uitwerking van het gebruik van de grotere gele zakken voor de belastingnorm (de z.g. P90-norm) van toepassing voor het personeel?
De arbodeskundigen van Stedelijk Beheer zullen de zwaarte van de zakken die op straat staan intensief gaan meten: er zal een nader onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen voor de fysieke belasting en de consequenties voor de invulling van de P90-norm.
Drie maanden na de invoering van de grote gele zakken zal de arbodienst de laatste week van de 1e maand, de laatste week van de 2e maand en de laatste week van de 3e maand de gele zakken meten. De metingen moeten antwoord geven op de vraag of de invoering van de (grote) gele zakken consequenties heeft voor invulling van de P90-norm (geldend voor alle bedrijven in de afvalbranche) door Stedelijk Beheer.
Mocht dit wel het geval zijn: dan is dat een moment om de invoering van de grote gele zakken te heroverwegen, waarbij ook mogelijke extra kosten voor de inzameling betrokken moeten worden.
Om er voor te zorgen dat de burgers de zakken niet te zwaar maken, zal de gemeente de burgers hierover intensief informeren en zal op de zakken de tekst ‘Maximaal 8 kilo’ gedrukt worden. Uitgangspunt is dat een zak niet zwaarder is dan 8 kilo, zoals vastgesteld is in het Uitvoeringsbesluit van de Afvalstoffenverordening 2008, (artikel 15 lid 4).
Groenvoorzieningen in de Lasserstraat
(Ingekomen 1 augustus 2011)
Met betrekking tot de groenvoorzieningen in Leiden is de fractie van GroenLinks het volgende relaas ter ore gekomen.
Afgelopen jaar heeft een inwoner van Leiden bij het Servicepunt Woonomgeving aangegeven dat na een storm een aantal bomen op het gras-/speelveld aan de Lasserstraat scheef waren te komen staan. De vraag was of de gemeente deze bomen weer rechtop zou kunnen zetten of ondersteunen. De genoemde bomen werden erg door de buurtbewoners op prijs gesteld.
Het schetste echter ieders verbazing dat korte tijd na de bewuste melding medewerkers van de gemeente verschenen met een kettingzaag om de genoemde boompjes rucksichtslos om te zagen en te verwijderen. Sindsdien heeft de gemeente zich klaarblijkelijk weinig bekommerd om dit speelveld en zijn er op de plek waar ooit deze bomen stonden slechts zandplekken zichtbaar.
Het is duidelijk zichtbaar waar deze bomen stonden. Daarnaast is er om onduidelijke redenen een zesde boom weggehaald naast de zitbank.
Buurtbewoners hebben hierover reeds eerder contact gehad met de gemeente en er is door de gemeente toegezegd dat er nieuwe bomen zouden worden aangeplant. In april 2011 zijn daarop de achtergebleven boomstronken geheel verwijderd en is gepoogd de plekken waar de bomen ooit stonden met gras in te zaaien. Sindsdien is de situatie ongewijzigd en vragen bewoners zich terecht af of de gemeente haar toezegging om nieuwe bomen te plaatsen ooit nog gaat nakomen.
De fractie van GroenLinks acht de ontstane situatie onaanvaardbaar en op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, wil zij u de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 13 september 2011)
1. Is het standaardbeleid van de gemeente Leiden om bij meldingen over groenvoorzieningen met een kettingzaag uit te rukken?
De motorkettingzaag komt alleen uit de kast als daar een dringende noodzaak voor is. Het team Groen bestaat uit zeer betrokken groenmedewerkers die er alles voor zullen doen om bomen of plantsoen te behouden en goed te onderhouden.
2. Was het inzake deze bomen noodzakelijk om de scheefstaande bomen te verwijderen? Was het niet mogelijk om deze rechtop te zetten of mogelijk te ondersteunen?
Alle betreffende bomen bleken van de wortels losgescheurd. Rechtzetten had uiteindelijk dode bomen opgeleverd. Was het wortelpakket nog intact geweest, dan hadden wij de bomen vanzelfsprekend weer rechtgezet en met extra palen ondersteund.
3. Waarom is er niet gekozen voor verder overleg met de omwonenden i.p.v. direct de bomen om te zagen?
Zie het antwoord op vraag 2. In dit geval had overleg met bewoners weinig zin omdat er maar één overblijvende mogelijkheid was, namelijk het wegzagen van de bomen.
4. Op welke (korte) termijn zullen er weer bomen worden geplaatst bij het speelveld aan de Lasserstraat?
Bomen kunnen niet in elke periode van het jaar worden geplant. De maanden in het late najaar en de winter zijn daarvoor het meest geschikt. Inboet van deze bomen staat gepland voor de periode tussen half november en half december. Vóór die tijd zal wel grondverbetering plaatshebben, zodat de bomen in goede voedzame bodem komen te staan.
De bewoners zullen vooraf worden geinformeerd over welke bomen wanneer en waar precies zullen worden geplant.
Fiets fout = fiets weg
(ingekomen 29 juli 2011)
Nieuw beleid noodzakelijk voor “Fiets fout = fiets weg”?
In verschillende media wordt vandaag ingegaan op een uitspraak van de bestuursrechter in Utrecht, die mogelijk grote gevolgen kan hebben voor het “Fiets fout= fiets weg”-beleid van de gemeente Leiden.
Gemeenten mogen niet zonder waarschuwing vooraf fietsen verwijderen die volgens hen fout geparkeerd staan. Alleen als een tweewieler zo is neergezet dat deze aantoonbaar gevaar oplevert, mag de gemeente zonder waarschuwing het slot losknippen, aldus de uitspraak die de bestuursrechter van de rechtbank in Utrecht. Een fietsster wier rijwiel was losgeknipt op het Centraal Station in Utrecht stapte naar de rechter, won de zaak en kreeg duizend euro schadevergoeding toegewezen.
Haar fiets stond buiten de rekken, maar er wel net naast. Volgens de rechter was de fiets niet gevaarlijk gestald, zoals de gemeente had betoogd. De gemeente moet bij elk zonder waarschuwing losgeknipt rijwiel vooraf kunnen aantonen dat de fiets gevaar oplevert. Anders is er volgens de rechter alleen sprake van hinder en is verwijdering niet 'spoedeisend'. In dat geval moet de gemeente een label aan de fiets hangen met een redelijke termijn om de eigenaar de gelegenheid te geven de fiets weg te halen, bijvoorbeeld 24 uur.
Het lijkt de fractie van GroenLinks duidelijk dat deze uitspraak ook gevolgen heeft voor de gemeente Leiden en op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, wil zij u de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 13 september 2011)
1) Is het College op de hoogte van deze uitspraak?
Ja.
2) Welke gevolgen heeft deze uitspraak voor het beleid in Leiden?
Geen.
3) Acht het College het noodzakelijk om een verandering aan te gaan inzake het “Fiets fout = fiets weg”-beleid zoals dat nu geldt? En indien ja, aan welke aanpassingen wordt dan gedacht?
Nee, in Utrecht betreft het een andere situatie, de uitvoering sloot daar niet aan op het beleid.
Wij hanteren ons beleid al jaren en iedereen is daar ook mee bekend. Er wordt duidelijk over gecommuniceerd en er hangen voldoende borden met een heldere uitleg. Wij handelen conform het vastgestelde beleid.
Er is voldoende stallingscapaciteit aanwezig binnen het restrictiegebied waardoor de noodzaak om je fiets buiten het rek te plaatsen ons inziens niet aanwezig is.
4) Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak voor het fietswrakken beleid van de gemeente buiten de fiets-fout = fiets weg zone?
Geen, de wrakken worden op een andere grondslag verwijderd. In de uitspraak gaat het om een fiets die zonder aankondiging werd verwijderd. Bij de wrakken is hiervan geen sprake. Deze actie wordt aangekondigd. De wrakken worden gemerkt en er wordt tenminste een week gewacht voordat de wrakken uit de stad worden verwijderd.
Voor 2011 is er geld vrijgemaakt voor deze actie. Wij delen uw opvatting, zoals door u verwoord in het Leidsch Dagblad, dat de stad erg is opgeknapt sinds we de fietswrakken actief verwijderen.
Veilig en schoon in Groenoord Zuid 10 maart 2011
(Ingekomen 28 maart 2011)
Veilig en schoon in Groenoord Zuid 10 maart 2011
Onlangs kwam er een delegatie van bewoners van Groenoord-Zuid op bezoek bij leden van de Leidse raad. Zij zijn ten einde raad bij de Leidse raad terecht gekomen nadat zij al ruim een jaar met hun klachten over een aantal zaken in de wijk niet verder komen bij de gemeente Leiden.
Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad wil de fractie van de Partij van de Arbeid , mede namens SP en D66, uw college de volgende schriftelijke vragen stellen.
Veiligheid/overlast
Er is in toenemende mate sprake van overlast in de wijk door jongeren die vooral in het weekend vanuit de binnenstad de wijk doorkruizen met achterlating van een spoor van vernielingen, blikjes en flesjes. Daarnaast zijn er op de verschillende pleintjes en vooral ook op het schoolplein van de vrije school Mareland jongeren die alcohol en drugs gebruiken en de kinderen en bewoners intimideren. Bewoners melden klachten en spreken ook de jongeren aan maar merken geen effect. Contact met de gemeente, wijkbeheer en politie evenals met Libertas geeft de volgende vragen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 10 mei 2011)
1. Bent u bekend met deze overlast? Zo ja welke acties bent u van plan te ondernemen. Zo nee, hoe komt het dat u hiermee niet bekend bent en wat gaat u hieraan doen?
Ja. Wel blijkt de overlast ernstiger te zijn dan in eerste instantie bekend was. Het gaat met name om overlast door jongeren die drinken en blowen, overlast van verslaafde personen en vernielingen. In het verleden zijn diverse maatregelen getroffen om de overlast tegen te gaan. Zo hebben woningcorporaties bijgedragen aan extra toezicht en werkt Stichting de Binnenvest meer outreachend.* Verder zijn de pleintjes in de wijk opgeknapt. Daarbij ligt de focus op speelmogelijkheden voor kleine kinderen. Doel was dat de pleintjes niet langer uitnodigen om te hangen en onaantrekkelijk zijn om te drinken of drugs te gebruiken.
Met ingang van 1 mei jl. wordt vanuit het wijkontwikkelingsplan Noord (WOP Noord) extra toezicht gehouden door Gemeentelijke opsporingsambtenaren (GOA’s). Ook de politie investeert in extra toezicht en controle. Dit houdt in dat de bekende indrink- en gebruikersplaatsen geregeld zullen worden bezocht. Gebruikers en indien nodig niet gebruikende jeugd worden weggestuurd en namen worden genoteerd om beter zicht te krijgen op de veroorzakers van de overlast. Op basis hiervan kan
een persoonlijke aanpak gestart worden. Deze maatregelen zijn erop gericht om een gedragsverandering teweeg te brengen. Als over circa twee maanden blijkt dat deze maatregelen onvoldoende effect hebben, is de burgemeester voornemens om gebiedsgerichte maatregelen, zoals een alcohol- en blowverbod, te nemen. Ook andere (bestuurlijke) maatregelen zoals een gebiedsverbod worden onderzocht.
2. Bij andere wijken heeft men dergelijke gebieden aangewezen als plekken waar niet gedronken, gedeald en geblowd mocht worden. Bent u bekend met deze maatregel en waarom past u deze maatregel niet toe op enkele pleinen in de wijk Groenoord-Zuid? Heeft u andere oplossingen om de situatie door de politie te kunnen handhaven en te voorkomen?
Zie het antwoord op vraag 1.
3. Klopt het dat deze wijk geen menskracht krijgt omdat de wijk onvoldoende prioriteit heeft. Zo nee welke uren hebben wijkbeheer, politie en Libertas voor deze wijk beschikbaar?
Nee, dit is onjuist.
De politie besteedt de laatste tijd veel aandacht aan de wijk. Het gaat dan om inzet van de wijkagent, reguliere surveillance en extra surveillance. In totaal gaat het om ongeveer 15 uur per week.
Het oude wijkbeheer bestaat al enkele jaren niet meer. Wel wordt door Stedelijk Beheer en team Stadsdelen veel inzet gepleegd in Leiden Noord en ook in het deel Groenoord Zuid. Stedelijk Beheer rijdt dagelijks door de wijk om vuil rondom containers weg te halen, indien nodig wordt (papier) geprikt op bepaalde pleintjes waar machinaal niet geveegd kan worden. Bij grote hoeveelheden zwerfvuil wordt extra inzet gepleegd. En vanuit team Stadsdelen zijn onder andere de pleintjes opgeknapt, zijn de boomspiegels aangepakt en komt een extra bijdrage voor een ontmoetingsplek. Zoals eerder opgemerkt wordt sinds 1 mei ook inzet gepleegd door de gemeentelijke opsporingsambtenaren.
Libertas ontvangt een bedrag van €4.389 om werkzaamheden in Groenoord uit te voeren. Hun taak is het stimuleren en bevorderen van de betrokkenheid van bewoners bij de vormgeving van de eigen woon- en leefomgeving. De ondersteuning van het opbouwwerk is erop gericht om de zelfredzaamheid en het zelfstandig functioneren van bewonersgroepen te vergroten. De ondersteuning van de meeste bewonersgroepen is daarom tijdelijk.
Voorzieningen door nieuwe ontwikkelingen Nieuw Leyden en slaaphuis Nieuwe Energie
In de raad zijn voor de ontwikkelingen in Leiden Noord ook gelden gereserveerd voor sociale aspecten voor de bewoners. Met name n.a.v. vragen van de PvdA is aangegeven dat naast de investeringen in de buitenruimtes van Nieuw Leyden (speeltuin, bomenbakken ,mooie bestrating en lantaarns) ook de aangrenzende oudere wijken een impuls zouden krijgen. De bewoners van Groenoord-Zuid hebben weliswaar een speelpleintje gekregen maar hadden nog een aantal andere voorstellen om de kwaliteit van de wijk te verbeteren. Daar hebben zij nog geen respons op gehad. Over de situatie van de dagopvang, er schijnen middelen beschikbaar te zijn om de "overlast" van de dagbesteding te bestrijden, is er geen tot weinig communicatie van de dagbesteding naar de buurt geweest en is er nu nog steeds niet.
4. Bent u van mening dat de bewoners van de wijk Groenoord-Zuid vallen onder het wijkontwikkelingsplan Leiden Noord. Zo ja kunt u dan uitleggen waarom zij nog zo weinig investeringen hebben gezien terwijl de wijk Nieuw Leyden nagenoeg afgerond is?
Wij zijn van mening dat ook in Groenoord Zuid de nodige investeringen worden gedaan. Groenoord Zuid maakt onderdeel uit van het wijkontwikkelingsplan. In dit plan zijn voor heel Leiden Noord diverse sociale en fysieke inspanningen opgenomen om de wijk te verbeteren naar het niveau van een gemiddelde wijk in Leiden. Er zijn geen fysieke ingrepen in Groenoord Zuid gepland, behalve aan de rand van de wijk. Er zijn onder andere woningen in de Pasteurstraat gesloopt, er is een aansluiting aan de Willem de Zwijgerlaan gecreëerd en de straat is heringericht.
De openbare ruimte in Nieuw Leyden is bovendien ook bestemd voor de inwoners van Groenoord Zuid. Portaal zal binnenkort gaan starten met de bouw van blok één en twee aan de Willem de Zwijgerlaan.
In het recent door het college vastgestelde Meerjaren Uitvoeringsprogramma 2011 – 2018 is een financiële bijdrage opgenomen voor sociale activiteiten in Groenoord Zuid. De verstrekte bijdrage is bedoeld om activiteiten te organiseren in de ontmoetingsplek van bewoners, de ‘oude buurtwinkel’.
Ook vanuit de reguliere activiteiten van de gemeente is er de afgelopen jaren geïnvesteerd in de buurt. Zo zijn onder meer diverse pleintjes opgeknapt, zijn boomspiegels beplant en zijn de woningen in de Hansestraat verkocht.
5. Zo nee kunt u dan uitleggen wat u dan van plan bent voor deze wijk?
Niet van toepassing, zie antwoord vraag 5.
Bij de verplaatsing van het slaaphuis vanuit de binnenstad naar Nieuwe Energie heeft er een schouw plaatsgevonden in die wijk en aanpalende straten. In Groenoord-Zuid is men niet geweest. Bewoners hadden de toezegging gekregen dat dit wel zou gebeuren. Zeker gezien de toenemende overloop van bezoekers van Nieuwe Energie.
6. Is het college het eens dat de eerder toegezegde beloftes om ook voor de wijk Groenoord-Zuid een schouw te houden snel uitgevoerd moet worden?
Met de komst van de zorglocatie voor daklozen in gebouw De Nieuwe Energie is in 2006 een nulmeting gehouden. Het totale gebied bestaande uit deelgebied 1 en 2 maakt onderdeel uit van deze meting. De buurt Groenoord Zuid ligt in deelgebied 2 en is derhalve meegenomen in de meting. De vervolgmeting, de zogenaamde 1-meting, is gehouden in 2008. Oorspronkelijk zou deze plaatsvinden in 2007, maar door vertraging in de uitvoering van dit project is besloten deze meting één jaar te verschuiven. De laatste meting dateert uit 2009. Bij iedere meting hebben de onderwerpen Onderhoud, Openbare Orde en Veiligheid onderdeel uitgemaakt van de meting.
Voor deelgebied 1 wordt jaarlijks een aanvullende subjectieve schouw gehouden met bewoners omdat in een convenant met bewoners van dit gebied is afgesproken dat met de komst van de zorglocatie het gebied er niet op achteruit mocht gaan, maar er juist op vooruit moest gaan. Uitgangspunt van deze schouw is dat de bewoners samen met de beheergroep van Nieuwe Energie de situatie ter plaatse bekijken. Een nevendoel is bovendien het creëren van wederzijds begrip. Voor deelgebied 2 zal in 2011 ook een dergelijk schouw worden georganiseerd.
7. Bent u van plan om na de schouw met de geconstateerde gebreken in de wijk snel aan de slag te gaan?
Dit is afhankelijk van de geconstateerde gebreken. Uiteraard is alle inzet gericht op verhoging van de leefbaarheid en veiligheid.
* Onder outreachend werken wordt verstaan: de ondersteuning van zorgwekkende burgers die zelf niet om hulp vragen, maar die deze wel nodig hebben/
Ontbossing van de stad
(ingekomen 25 maart 2011)
Recent zijn op enkele belangrijke plaatsen in de stad weer bomen gekapt. Afgesproken is dat gekapte bomen één op één gecompenseerd worden met nieuw geplaatste bomen elders binnen de gemeentegrens. Financieel is deze regeling afgedekt in het bomenfonds. GroenLinks hecht er enorm veel waarde aan dat deze compensatie ook daadwerkelijk en zo snel mogelijk plaatsvindt. Verder verschraling van het groen in de stad is voor GroenLinks onacceptabel. Een groene stad is een leefbare stad, voor mens en dier.
Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, wil GroenLinks u de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 17 mei 2011)
1. Hoeveel bomen zijn er uiteindelijk precies gekapt rondom Ons Buiten?
Er zijn 126 bomen gekapt.
De kap dient meerdere doelen:
1. het aanleggen van sloten, noodzakelijk voor de verbetering van de waterkwaliteit en doorstroming van met name het volkstuingebied (noordelijke kwelsloot en nieuw te graven sloten); 2. regulier (deels achterstallig) beheer en onderhoud aan de Slaaghsloot (terugsnoeien, kappen verrotte bomen, kappen bomen die te dicht op de elektriciteitsmast en elektriciteitsdraden groeiden, kappen bomen die te veel hinder voor de volkstuinen opleveren);
3. aanleg van nieuwe volkstuinen in de noordrand;
4. aanleg fietsverbinding Tuin van noord - Slaaghwijk.
2. Zijn deze al gecompenseerd?
Deze zijn nog niet gecompenseerd.
3. Zo nee, waarom niet? Wanneer gebeurt dat wel en waar?
Voor de bomenkap rondom Ons Buiten is vergunning aangevraagd en verkregen.
Alle bomen zijn van te voren geïnventariseerd en getaxeerd. In het groenplan is aangegeven welke soorten bomen waar worden gecompenseerd. De bomen worden in de projectomgeving gecompenseerd. De bomen worden in volgordelijkheid van de uit te voeren activiteiten, geplant, waarbij rekening moet worden gehouden met het plantseizoen van november t/m maart.
Groenkwaliteit en ecologische waarde
De huidige strook bestaat voor het grootste gedeelte uit uitgegroeid bosplantsoen. Om te voorkomen dat takken in de hoogspanningkabels groeien moeten bomen en bosplantsoen regelmatig worden afgezet (ingekort) Daarom kunnen daar bomen niet tot volle wasdom komen.
Bij de herinrichting zullen volgens het groenplan de gekapte bomen worden gecompenseerd
en zal voldoende onderbegroeiing worden aangebracht voor de in struweel foeragerende en broedende vogels.
Door er een parkachtige inrichting van te maken en de bomen daar te plaatsen waar deze niet conflicteren met de aanwezige Tennet leidingen is continuïteit van het bomenbestand gewaarborgd. Hiermee wordt het mogelijk oude bomen te krijgen in deze in potentie hoogwaardig ecologische strook.
Uiteindelijk zal er dan in ecologisch zin een hogere waarde worden bereikt dan nu het geval is.
4. Hoeveel bomen zijn er precies gekapt rondom de sportvelden aan de Churchilllaan?
Voor de herinrichting van de Zuidelijke Sportvelden zijn, conform de verleende kapvergunning en passend binnen de door de raad vastgestelde “Gebiedsvisie Zuidwest” en kaderbesluit Haagwegkwartier, 232 bomen van diverse soorten gekapt.
5. Zijn deze al gecompenseerd?
Nee, deze zijn nog niet gecompenseerd.
6. Zo nee, waarom niet? Wanneer gebeurt dat wel en waar?
De bomen kunnen vanwege de herinrichting niet meer terug worden geplant op dezelfde locatie. Om deze reden heeft het college aan de kapvergunning de voorwaarden verbonden dat 35 bomen moeten worden geplant in het nog aan te leggen park in de omgeving van de locatie van de huidige ROC aan de Ter Haarkade. Portaal realiseert direct ten noorden van de Toussaintkade een nieuw wooneiland. In de noordelijkste punt van het plangebied (Ter Haarkade) is een moskee voorzien, ter vervanging van de bestaande moskee aan de Rembrandtstraat.
Naast de voorwaarde dat 35 bomen moeten worden geplant in het nog aan te leggen park is in de vergunning tevens opgenomen dat een bedrag van €23.535,00 moet worden gestort in het Bomenfonds. Dit geld zal gebruikt worden voor het verbeteren van de groenkwaliteit in het Haagwegkwartier.
De compensatie zal plaatsvinden na de bouw van het project van Portaal en de bouw van de moskee.
7. Hoeveel bomen zijn er precies gekapt rondom de Max Plankweg in het BioSciencePark?
Voor de ontwikkelingen in het BioSciencePark zijn diverse kapvergunningen aangevraagd. Deze aanvragen hadden veelal te maken met bouwwerkzaamheden ter ontwikkeling van deze locatie. Zo zijn er kapvergunningen aangevraagd voor de bouw van enkele nieuwe onderkomens van de Universiteit Leiden en van bedrijven die aan de universiteit gelinkt zijn. In 2010 zijn 5 kapvergunningen aangevraagd voor het BioSciencePark voor een totaal van 208 bomen, inclusief 144 bomen in verband met de bouw van de nieuwe Bèta Faculteit van de Universiteit Leiden.
8. Zijn deze al gecompenseerd?
Nee, voor een groot deel heeft nog geen compensatie plaatsgevonden.
9. Zo nee, waarom niet? Wanneer gebeurt dat wel en waar?
De gemeenteraad heeft in december 2004 de kaders voor ontwikkeling van het
Leiden Bio Science Park (toen nog genaamd de Leeuwenhoek) vastgesteld in een
Programma van Eisen genaamd “Leeuwenhoek, hoofdlijnen voor een stedelijk
cluster” (RV 04.0129). Nadien heeft de raad twee maal een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld voor het uitwerken van dit programma van eisen in een stedenbouwkundig plan en een exploitatieovereenkomst met de universiteit. In samenwerking met provincie, universiteit en buurgemeenten is in 2007 voor het plangebied Knoop Leiden West een strategisch masterplan en een samenwerkingsovereenkomst vastgesteld. In de samenwerkingsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over onder meer:
- het ‘Kenniscluster Bio Life Science’ in Leiden en Oegstgeest;
- woningbouw, glastuinbouw, en regionaal groen in de gemeenten Oegstgeest, Katwijk en Teylingen;
- de financiële bijdragen van universiteit voor infrastructuur/RGL en groen.
In de Exploitatieovereenkomst die tussen de gemeente Leiden en de Universiteit is gesloten zijn ook afspraken gemaakt met betrekking tot de indeling van de openbare ruimte. In het Stedenbouwkundig Masterplan is aangegeven hoe de openbare ruimte moet worden ingedeeld en waar groen en waterpartijen moeten komen. Compensatie van bomen die in een eerder stadium van de ontwikkeling van het BioSciencePark zijn gekapt worden een op een gecompenseerd op binnen het ontwerp zoals dit voortvloeit vanuit het Stedenbouwkundig Masterplan. Herplant vindt dus plaats nadat de bouwactiviteiten zijn afgerond en er een start wordt gemaakt met de uitvoering van het ontwerp. Dit zal in fasen plaatsvinden.
10. Hoeveel bomen zijn er precies gekapt rondom het parkeerterrein bij de Morspoort?
Op het Morspoortterrein zijn geen bomen gekapt. Voor de bouw van de tijdelijke parkeergarage zijn nog lopende procedures. Het is nog niet zeker of en wanneer de bouw gaat starten. Derhalve is er nog geen omgevingsvergunning aangevraagd voor het kappen van bomen. Daarnaast is het nog niet bekend hoe groot de parkeergarage zal gaan worden. Wel zijn op het terrein van Morsweg 1, 23 bomen voorbereid om in de toekomst te kunnen verplanten. Dit betekent dat het wortelgestel van de bomen wordt ‘gedwongen’ een compacte kluit te vormen die makkelijk op te pakken is door een verplantmachine. Door deze voorbereiding hebben bomen een betere kans om na een verplanting weer goed aan te slaan op de nieuwe locatie en zullen er minder bomen gekapt hoeven te worden voor de bouw van een tijdelijke parkeergarage.
11. Zijn deze al gecompenseerd?
In januari 2010 heeft de gemeenteraad het Uitvoeringsbesluit Morspoortgarage genomen(RV09.0128). Onderdeel van het beschikbaar gestelde uitvoeringskrediet is een bedrag van € 75.757 ter compensatie van de bomen die moeten wijken voor de Morspoortgarage. Daarnaast is in december 2010 een amendement van de SP aangenomen waarmee besloten is 70 parkeerplaatsen in de wijk Transvaal e.o. te laten vervallen ten behoeve van een groene invulling. Bij het uitwerken van het amendement wordt onderzocht of bovengenoemd bedrag hiervoor ingezet kan worden. Daarnaast wordt onderzocht of de bomen die onlangs zijn voorbereid hier naartoe verplant kunnen worden.
12. Zo nee, waarom niet? Wanneer gebeurt dat wel en waar?
nvt
13. Is er verder nog achterstand in het compenseren van bomenkap?
Momenteel zijn veel projecten, zowel bouw- als infrastructurele werken, nog in uitvoering. Dit betekent dat er nog bomenkap moet worden gecompenseerd. Het gaat hier bijvoorbeeld om de werkzaamheden bij de Willem de Zwijgerlaan, de ontwikkeling van Groenoord, De Hoven, het BioSciencePark en het bouwproject aan de Diamantlaan.
14. Zo ja, om hoeveel bomen gaat het?
Alle projecten bij elkaar gaat het om ongeveer 600 bomen die nog gecompenseerd moeten worden. De verwachting is dat voor de projecten die nu in de uitvoeringsfase zijn, de compensatie rond het plantseizoen 2013 – 2014 zal zijn afgerond, inclusief de compensatie die niet binnen de projecten kan worden uitgevoerd maar door de gemeente wordt uitgevoerd binnen het 1000-bomenplan conform het Groenactieplan (RV 08.0062)
15. Wat is de (financiële) stand van het bomenfonds per 1 maart 2011
Procedure Bomenfonds
Om de kwaliteit en duurzaamheid van de bomen te handhaven en te verbeteren is het Bomenfonds in het leven geroepen.
Bij bouwprojecten, herinrichtingen, valt er niet altijd geheel aan te ontkomen dat bomen moeten worden verwijderd. Eerst wordt onderzocht of het project niet zodanig kan worden aangepast dat bomen behouden kunnen blijven. Is dat (deels) niet mogelijk, dan vindt onderzoek plaats naar de verplantbaarheid van bomen. In het uiterste geval moeten bomen worden gekapt. Dan wordt de waarde van de te kappen bomen berekend. Deze boomwaarde wordt bepaald aan de hand van de systematiek van de NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen). Essentie van deze rekenmethode is dat komt vast te staan “hoeveel het kost om een vergelijkbare boom op een vergelijkbare locatie tot ontwikkeling te laten komen, naar huidige maatstaven en volgens het actuele prijsniveau”. De berekende boomwaarde wordt als waarborg gestort in het Bomenfonds.
Uitgangspunt is herplant/compensatie door bomen van 1:1 Kan de kapvergunninghouder niet (volledig) op eigen terrein compenseren dan zal de gemeente dat met de bijdrage in het Bomenfonds elders doen.
De stand per 31 december 2010 bedraagt, na de stortingen in 2010 (waaronder € 75.757 Morspoortgarage) en de onttrekkingen in 2010 (waaronder de overheveling van € 400.000 naar de reserve groen Oostvlietpolder) € 1.268.635. Dit bedrag vindt u terug in de concept-Jaarrekening 2010. De verplichtingen voor 2011 bedragen € 642.850, dus daarvoor is het saldo toereikend. Indien het saldo niet toereikend is voor de verplichtingen na 2011, zal een voorstel worden gedaan het Bomenfonds aan te vullen.
Gebruik gekraakt kantoorgebouw "De Leidse Poort"
(Ingekomen 22 maart 2011)
Op 19 maart is in het krakersbolwerk mulitpleks (voormalig kantoorgebouw de Leidse Poort) een concert gehouden voor honderd personen. Dit concert werd beschreven in de rubriek “De nachtwacht” in het Leidsch Dagblad van 21 maart.
Daarbij hebben diverse bands opgetreden en zijn onder meer maaltijden en alcoholhoudende dranken aan het publiek verkocht. Volgens eigen zeggen (via o.a. de site sub071.nl) worden in dit kraakpand sinds 2006 wekelijks concerten georganiseerd en mogen daarbij maximaal 50 personen aanwezig zijn.
De Leidse brandweer heeft in het verleden beperkingen aan het gebruik van het pand gesteld, mede in verband met de veiligheid van de krakers.
Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad wil de fractie van de VVD uw college hierover enige schriftelijke vragen stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 24 mei 2011)
1. Welke eisen zijn destijds aan het gebruik van dit complex gesteld? Hoeveel personen mogen er in, van welke delen mag gebruik worden gemaakt en zijn er nog beperkingen opgelegd met betrekking tot groepsgebruik en activiteiten? Is bij het opstellen van deze eisen destijds rekening gehouden met wekelijkse frequentie van concerten die worden georganiseerd in het krakersbolwerk multipleks?
Indien de krakers minimaal 50 personen toestaan voor een eventueel feest en het gebouw ook als feestzaal ingericht zouden hebben, is het noodzakelijk dat een melding wordt gedaan bij de brandweer. Er worden dan andere eisen gesteld aan het gebruik. Wij zullen de krakers hier schriftelijk op wijzen. Ook zullen we zorgen dat de controles worden geïntensiveerd en worden afgestemd op de programmering, zodat de controles op relevante tijdstippen plaatsvinden. We zullen kortom actiever handhaven.
Verder geldt dat door de afdeling Handhaving op 26 september 2006 een besluit is verzonden naar de toenmalig eigenaar en de gebruikers van het pand, dat diverse brandveiligheidsmaatregelen genomen moesten worden om het voormalig kantoorgebouw als woongebouw in gebruik te mogen hebben en houden. Deze maatregelen zijn echter niet getroffen waardoor het gebouw vanaf de tweede verdieping verzegeld is, zodat men geen toegang meer heeft tot de bovengelegen verdiepingen. De begane grond en de eerste verdieping mochten en mogen in gebruik gehouden worden als woonruimte.
Het gebouw is getoetst aan bestaande bouw woongebouwen. Er is bij controles geconstateerd dat de woonruimte bewoond werd zoals een regulier appartementencomplex bewoond wordt. Er wordt dan geen beperking opgelegd van het aantal personen. De controles zullen echter worden geïntensiveerd en plaatsvinden op relevante tijdstippen.
2. Is de (brand)veiligheid in het krakerscomplex multipleks nog steeds gegarandeerd? Dat wil zeggen : Is het pand op dit moment nog steeds in dezelfde staat als op het moment dat de veiligheidseisen werden verstrekt door de brandweer? In het bijzonder : de ruimte waarin de concerten worden gehouden. Is deze geschikt en veilig genoeg voor het gebruik van een publiek van meer dan 50 personen? Idem voor het gebruik van het hele pand.
Zie het antwoord op vraag 1, waarin een actievere handhaving wordt aangekondigd.
Tot op heden werd het pand regelmatig bezocht door een toezichthouder. Daarbij werd steeds geconstateerd dat het gedeelte van het gebouw in gebruik is als woongebouw.
Als er meer dan 50 personen aanwezig zijn dan is er sprake van een gebruiksvergunningsplichtig pand, maar dat is bij de controles tot op heden niet geconstateerd. Het hele pand mag niet eerder in gebruik genomen worden voordat het voldoet aan alle brandveiligheidseisen.
3. Zouden, op basis van de huidige brandveiligheidseisen, dezelfde eisen ook vandaag de dag nog gelden ? Indien nee : is het college bereid om op korte termijn nieuwe gebruiksvoorwaarden te laten formuleren door de brandweer?
De brandveiligheidseisen zijn nog steeds dezelfde als in 2006.
Er is toen getoetst aan woongebouwen. Mocht het gebruik anders worden dan zullen de brandveiligheidseisen moeten worden aangepast.
4. Weet het college of de eisen van o.a. de brandweer, zoals destijds zijn vastgesteld voor het gebruik van het pand, nog steeds worden nageleefd?
Zie het antwoord op de vragen 1 en 2. Het komt erop neer dat tot op heden geen overtredingen zijn geconstateerd. Wel wordt in de toekomst actiever gecontroleerd en vinden de controles plaats op relevante tijdstippen.
5. Zijn er sinds 2006 overlastmeldingen of andere mutaties bij milieudienst, horecaklachtenlijn en/of politie geweest met betrekking tot dit gebouw en/of haar gebruikers?
Er zijn geen klachten bij de horecaklachtenlijn, Politie, Milieudienst en de gemeente binnen gekomen.
In het complex worden eten en drinken verkocht. Ook worden op bedrijfsmatige wijze alcoholische dranken tegen betaling verstrekt.
6. Is er een gebruiksmelding gedaan voor dit kraakpand en de daarin ontplooide activiteiten?
Nee. Bij meer dan 50 personen is er een meldingsplicht en geen verplichting tot het aanvragen van een vergunning.
7. Zijn de exploitanten van de ruimte in het bezit van een Drank- en horecavergunning?
Er is geen Drank- en Horecavergunning aangevraagd en/of afgegeven.
8. Indien door de krakers sinds 2006 aan geen van voorgeschreven meldings- en/of vergunningsplichten is voldaan: wanneer gaat het college hiertegen handhavend optreden?
Mochten er naar aanleiding van de intensievere handhaving illegale activiteiten gesignaleerd worden dan zal hier op gehandhaafd worden. Zie tevens antwoord 1, 2 en 4.
9. Valt dit publiekelijk gebruikte gedeelte voor concerten en horeca, onder de uitzonderingen van de Tabakswet?
De ruimte die tot de beschikking van de krakers is gesteld is groter dan 70 m2, de uitzondering is dan niet van toepassing (zie onder):
De uitzonderingen gelden bij horecazaken die:
• vrijwel uitsluitend gericht zijn op het verstrekken van alcoholhoudende drank, én
• geen gebruik maken van personeel (ook geen uitzendkrachten, stagiaires, vrijwilligers, etc.), en
• over slechts één horecalokaliteit beschikken, én
• deze enige horecalokaliteit kleiner is dan 70m2.
Stel dat een Leidse ondernemer op een legale gekochte locatie dezelfde activiteiten zou willen ontplooien, dat wil zeggen het exploiteren van een café restaurant met ruimte voor 100 personen waar wekelijks versterkte concerten worden georganiseerd.
10. Aan welke vergunningen en eisen zou deze ondernemer moeten voldoen?
De exacte vergunningen zijn afhankelijk van de specifieke locatie (bestemmingsplan, bouwvergunning, monumentenvergunning e.d.).
Hieronder een opsomming van mogelijke vergunningen en eisen:
- melding bij Bandweer Hollands Midden (Gebruiksbesluit/brandveiligheid)
- mogelijk omgevingsvergunning voor verbouw van het gebouw (inclusief reclame op gevels en toetsen bestemmingsplan.
- drank– en Horecavergunning
- evt. terrasvergunning
- bouwbesluit
- gebruiksbesluit
- toelatingstijden conform artikel 2:29 Apv, i.e. van zondag t/m woensdag mogen bezoekers tot 01.00 uur worden binnengelaten en donderdag, vrijdag en zaterdag mogen bezoekers tot 02.00 uur worden binnengelaten.
Wet Milieubeheer
In het kader van de Wet milieubeheer zal er een melding moeten worden gedaan; hierbij zal een akoestisch onderzoek worden verlangd.
Het kraakpand kan worden gezien als een inrichting in het kader van de Wet milieubeheer. De activiteiten zijn bedrijfsmatig, op regelmatige basis, langer dan 6 maanden en op een vaste plek.
De inrichting is volgends de Wet milieubeheer een type B inrichting (het ten gehore brengen van muziek). Type B inrichtingen vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit en er moet worden voldaan aan diverse regels uit het Activiteitenbesluit. De inrichting moet een melding doen in het kader van de Wet milieubeheer.
Omdat het aannemelijk is dat er meer dan 80 dB(A) aan geluid wordt geproduceerd (zie tekst hier onder) moet er ook een akoestisch onderzoek worden gedaan.
Muziekgeluid
Als het aannemelijk is dat het equivalente geluidsniveau inpandig meer dan 70 respectievelijk 80 dB(A) zal bedragen of als sprake is van muziekgeluid in de buitenlucht (o.a. op terrassen) moet een akoestisch onderzoek onderdeel zijn van de melding. Het gaat hierbij om bedrijven waarbij muziekgeluid structureel deel uitmaakt van de bedrijfsvoering en onmisbaar is voor de bedrijfsaard.
Vanzelfsprekend speelt het bronniveau hierbij een belangrijke rol. Het heeft immers weinig zin een akoestisch onderzoek te verlangen als de akoestische gevolgen nihil zijn, bijvoorbeeld als uitsluitend sprake is van achtergrondmuziek of een incidentele muzikale noot. De akoestische relevantie staat dus centraal.
Daarnaast speelt de aard van het bedrijf een rol. Bij een discotheek of een karaoke-café is het bijvoorbeeld aannemelijk dat het equivalente geluidsniveau meer dan 70, of zelfs 90 dB(A) bedraagt. Voor de vraag of aannemelijk is dat het equivalente geluidsniveau binnen het bedrijf meer dan 70 respectievelijk 80 dB(A) zal bedragen, wordt uiteraard in eerste instantie afgegaan op hetgeen het bedrijf in de melding aangeeft.
11. Wat zouden de leges zijn voor deze vergunningen? Inclusief precario etc. etc.
Bij omgevingsvergunning is dit afhankelijk van de bouwkosten en de procedure die doorlopen moet worden (stel vrijstelling bestemmingsplan, dan zijn de kosten erg hoog).
Voor het doen van een melding in het kader van de Wet milieubeheer hoeven geen leges te worden betaald.
De kosten zullen waarschijnlijk de volgende zijn:
Drank- en Horecavergunning: € 384,29
Eventueel terrasvergunning: € 284,20 (per markeringspunt: € 26,39)
12. Welke jaarlijkse lasten zou deze ondernemer moeten betalen aan de gemeente Leiden.
Voor het bouwen en gebruiken zijn er geen jaarlijkse lasten.
Deze ondernemer zal dezelfde gemeentelijke lasten als iedere andere ondernemer moeten betalen.
Het krakersbolwerk multipleks maakt onderdeel uit van het terrein dat in de volksmond bekend staat als het “Gat van van der Putte”.
13. Wanneer zal het gebied waarin deze rotte kies staat, herontwikkeld worden tot een aanwinst voor de stad?
Op korte termijn worden aan het college de belangrijkste stedenbouwkundige, programmatische, juridische en financiële principes voor de herontwikkeling van het Rijnsburgerblok ter vaststelling voorgelegd. Bij de verdere stedenbouwkundige uitwerking, het ontwerpproces en de grondwaardebepaling van de gemeentelijke kavels dienen deze ontwikkelprincipes door marktpartijen in acht genomen te worden.
Een exacte planning is nog niet opgesteld, omdat er nu nog teveel variabelen per ontwikkelscenario zijn. Indien het definitieve ontwikkelscenario is bepaald, kan de totale doorlooptijd tot start bouw ingeschat worden. Het streven is er uiteraard op gericht om binnen deze bestuursperiode een onherroepelijke start te maken met de ontwikkeling van het Rijnsburgerblok.
14. Is het mogelijk om in plaats van krakers, een nuttige voorziening voor Leidenaren te vestigen in dit pand. Zoals bijvoorbeeld een tijdelijke overdekte fietsenstalling of een dicht bij het station gelegen afhaalpunt voor “fiets fout, fiets weg” fietsen.
Op het moment dat er een concreet plan is, zullen de krakers eruit moeten. Ten tijde van de aankoop van het pand is naar aanleiding van vragen door SP/Groen Links in de raadsvergadering van 8 februari 2010 (RV 10.0027) door het college toegezegd dat de krakers in het pand mogen verblijven tot dat ontwikkeling plaats gaat vinden.
Zie verder het antwoord op vraag 13.
Bos van Bosman
(ingekomen op 18 maart 2011)
In de week van 7 tot 11 maart is in het Bos van Bosman te Leiden een populier nabij het tennisveld door een hoogwerker “gekandelaberd” en de ernaast gelegen populier “opgeknapt”.
Deze laatste boom heeft een holle stam en is geheel met klimop (Hedera) begroeid. Daardoor is deze sinds enkele jaren de broedboom van een paartje bosuilen. In 2009 en 2010 jaar brachten deze 2, resp. 3 jongen groot. Ook dit jaar vertoonde het mannetje bosuil weer broedgedrag. Eind februari en begin maart werd de territoriumroep van het mannetje bosuil weer gehoord. Uilen broeden vroeg, soms al eind januari, begin februari. In maart kunnen ze zelfs al jongen hebben.
De broedboom bestond uit 2 stammen, een levende en een dode. De levende is omgezaagd. De dode is met klimop begroeid. De strengen van de klimop zijn echter doorgezaagd. Klimop is een ecologisch belangrijke plantensoort met een enorm rijk insectenleven. Bovendien biedt klimop broed- en schuilplaatsen voor veel dieren, vooral zangvogels. In de winter eten lijsterachtigen de bessen.
Met name bosuilen vinden er een perfecte schuilplaats.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 26 april 2011)
1. Wat is de reden dat de bomen in het Bos van Bosman werden opgeknapt?
Het Bos van Bosman is in eigendom en beheer bij de gemeente Leiden. In opdracht van de afdeling Vastgoed en Grondzaken (VAG) heeft de afdeling Stedelijk Beheer twee onderhoudsbestekken gemaakt. Het betreft hier het regulier onderhoud aan het groen en het onderhoud aan de bomen. Voor wat betreft het onderhoud aan de bomen is geconstateerd dat er een onderhoudsachterstand was. In 2010 is er door de Bomenwacht onderzocht wat de feitelijke toestand van de bomen was. Veel bomen bleken een risico te vormen voor de omgeving en voor deze bomen werden gerichte maatregelen geadviseerd. Deze maatregelen varieerden van kap tot snoei.
Tijdens de werkzaamheden zijn nog twee aanvullende bomen gevonden met verhoogde gevaarzetting. Voor één boom is besloten de boom direct te kappen vanwege het grote risico tot omvallen. Achter de boom bevond zich een parkeerterrein. Bij deze boom was sprake van noodkap en hier is achteraf een vergunning voor aangevraagd.
Tevens stond er ook nog een dode boom. Deze boom was begroeid met klimop en vormde ook een risico. Besloten is om uit deze boom de top te zagen en de stam te laten staan zodat dit een zogenaamde spechtenboom zou worden. Tijdens deze werkzaamheden is de klimop doorgesneden om zo het gewicht op de stam te reduceren.
2. Was het de gemeente bekend dat de “klimopboom” werd gebruikt als broedboom voor bosuilen?
Het was de gemeente niet bekend dat deze klimopboom werd gebruikt als broedboom voor bosuilen. Binnen de gemeente Leiden wordt gewerkt met de gedragscode voor ruimtelijke ontwikkelingen. Deze gedragscode schrijft voor hoe te handelen bij bepaalde activiteiten en welke perioden daar het meest geschikt of minst schadelijk voor zijn.
Daarnaast hebben we in gemeente Leiden een bomenverordening die stelt dat er in het broedseizoen geen bomen gekapt mogen worden.
Volgens de gedragscode wordt voor het kappen van bomen de periode van de tweede helft van december tot half maart afgeraden i.v.m. de mogelijke aanwezigheid van winterrustplaatsen van vogels. De werkzaamheden zijn echter toch begin februari jongstleden uitgevoerd. De gemeente Leiden heeft hier bewust een risico gelopen door mogelijk in strijd met de Flora- en Faunawet te handelen. De werkzaamheden zijn echter toch in februari uitgevoerd om te voorkomen dat de werkzaamheden in het broedseizoen zouden vallen.
Het was binnen de gemeente wel bekend dat er in het Bos van Bosman (of directe omgeving) bosuilen leven. Zowel tijdens de inventarisatie als tijdens de werkzaamheden door de aannemer zijn geen bosuilen aangetroffen.
We betreuren het feit dat broedplaatsen van deze beschermde vogelsoort zijn aangetast, maar we zien niet in hoe wij in dit geval beter hadden kunnen handelen.
3. Zo ja, waarom hebben de onderhoudswerkzaamheden dan juist plaatsgevonden in deze (broed)periode?
Zie antwoord op vraag 2. Bovendien zijn in de directe omgeving van de gekapte bomen voldoende voor bosuilen geschikte bomen overgebleven die als broedboom kunnen fungeren.
4. Waarom is de klimop juist bij de dode boom doorgezaagd?
Zie antwoord vraag 1, laatste alinea.
5. De buurt (Vogelwijk) is zeer betrokken bij het groen in hun wijk en houdt ook elk jaar een ‘opruimdag’ in het Bos van Bosman. Op welke wijze zijn de wijkbewoners geïnformeerd over de onderhoudsplannen?
De bewoners zijn niet geïnformeerd omdat het hier noodzakelijke werkzaamheden betreft die niet voor inspraak openstaan. De werkgroep Nieuweroord, betrokken bij de herontwikkeling van het plangebied, is op de hoogte gebracht van het bomenonderzoek, waarbij ook gecommuniceerd is dat er direct onderhoud gepleegd dient te worden i.v.m. de onderhoudsachterstand.
6. Wat is het onderhoudsplan van de gemeente bij dit soort kleine boselementen?
Zie antwoord vraag 1.
7. Hoe worden in het algemeen inwoners betrokken bij veranderingen in de groenvoorzieningen in hun wijk?
Bij grootschalige veranderingen (omvormingen en renovaties) worden bewoners op de hoogte gebracht door middel van een brief waarin uitgelegd staat wat er waar staat te gebeuren. In deze brief staat een telefoonnummer vermeld dat men kan bellen wanneer men behoefte heeft aan meer informatie.
Kapvergunningen worden gepubliceerd in de Stadskrant / Leids Nieuwsblad. Bewoners kunnen indien zij als belanghebbende worden gezien bezwaar maken tegen een (voorgenomen) besluit.
Reguliere onderhoudswerkzaamheden (zoals onderhoud aan bomen, plantsoenen en gazon ) worden niet gemeld.
De werkzaamheden in het Bos van Bosman mogen niet als verandering gekenmerkt worden maar vallen onder bestendig beheer. Om die reden worden omwonenden niet betrokken bij de werkzaamheden.
8. Welke instructies krijgen loonbedrijven bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden en hoe is het toezicht hierop?
In de regel worden aannemers gewezen op de algemeen geldende zorgplicht in het kader van de Flora- en Faunawet. Daarnaast zijn de aannemers bij de reguliere onderhoudsbestekken gewezen op de Leidse gedragscode en is hen medegedeeld dat zij zich hieraan moeten houden. Hier wordt niet specifiek op gehandhaafd (als gemeente zijn wij ook geen bevoegd gezag voor wat betreft de handhaving Flora- en Faunawet), maar wanneer zich problemen voordoen zullen er met de aannemer nadere afspraken gemaakt worden.
Inzet roofvogels bij meeuwenbestrijding
(Ingekomen 3 maart 2011)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden d.d. 15 maart 2011)
1. Waarom wordt het Plan van Aanpak Meeuwenoverlast niet integraal als raadsvoorstel naar de Raad gezonden maar slechts 1 onderdeel daarvan, nl. de ondergrondse vuilcontainers . M.a.w. waarom is het budgetrecht niet van toepassing op het hele plan, temeer daar in het plan zelf nadrukkelijk een integrale en brede aanpak wordt bepleit?
Zoals ook is aangegeven in de (schriftelijke) beantwoording van de rondvraag voor de commissie L&B d.d. 3 februari 2011 en later nog is bevestigd per e-mail via de commissiegriffier d.d. 2maart 2011 is het antwoord op deze vraag als volgt:
Ten aanzien van het budgetrecht geldt dat de raad budgetrecht heeft en autoriseert op het niveau van programma’s. Dit betekent dat bij wijziging van het totaal van de lasten en/of de baten van een programma een meerjarige begrotingswijziging (programmawijziging) nodig is, waarvan het eerste jaar voor vaststelling en de latere jaren voor kennisgeving worden aangeboden. Om het aantal begrotingswijzigingen niet al te groot te maken, zijn, overeenkomstig de Financiële Verordening, de volgende grenzen aangegeven:
Begrotingswijzigingen zijn nodig bij:
1. een wijziging die wezenlijke beleidsinhoudelijke gevolgen heeft, of
2. een afwijking die meer bedraagt dan 5% van de lasten of de baten van een programma c.q. over-zicht van algemene dekkingsmiddelen.
Omdat het budget voor de bestrijding van meeuwen beschikbaar is gesteld binnen hetzelfde programma (omgevingskwaliteit) en zelfs op dezelfde kostenplaats is blijven staan, gaat het hier over een collegebevoegdheid.
Omdat het budget voor ondergrondse vuilcontainers uit de Nuonmiddelen bekostigd zou moeten worden en er dus geen geld binnen een bestaand programma beschikbaar is gaat het hier over een raadsbevoegdheid.
Bovendien, de ondergrondse vuilcontainers worden in het plan van aanpak genoemd als structurele oplossing. De realisatie van deze interventie is kostbaar en vraagt om een goed afgewogen lange termijn aanpak. Deze aanpak heeft dus wezenlijke beleidsinhoudelijke gevolgen. Het bestrijden van meeuwen met behulp van een valkenier is een maatregel die tijdelijk gebruikt zal worden om daarna aan de hand van een evaluatie te bekijken of deze aanpak bijdraagt aan de bestrijding van meeuwen. Deze maatregel kent dus geen wezenlijke beleidsinhoudelijke gevolgen.
2. Waarom trekt het college voor een periode van 4 jaar maar liefst 640.00 euro uit voor de inzet van valkeniers om meeuwen te verjagen tijdens het vuilnis ophalen, in de wetenschap dat het effect slechts tijdelijk is, aangezien meeuwen snel wennen aan roofvogels?
Tot 2014 wordt in het kader van de bestrijding van meeuwenoverlast gekozen voor een mix aan maatregelen. Het gaat om een combinatie van interventies met een korte en lange(re) termijn effect. Naarmate de aanpak vordert hebben de interventies met lange termijn aanpak steeds meer impact. Interventies met een korte termijn effect, waarvan de verwachting ook is dat sommige hiervan steeds minder effectief worden, kunnen dan gaandeweg minder intensief ingezet worden.
In de beantwoording van vraag 1 worden ondergrondse containers genoemd als structurele oplossing voor het ontstaan van zwerfafval op de lange termijn. Ook wordt aangegeven dat realisatie hiervan complex is en een lange termijn aanpak vraagt. Om het ontstaan van zwerfafval in de tussentijd te beperken wordt gebruik van de gele meeuwbestendige vuilniszak gestimuleerd en wordt de valkenier ingezet om meeuwen van vuilniszakken te verjagen. De laatste methode heeft in Schiedam afgelopen jaar groot effect gehad op het verminderen van zwerfafval. Het is mogelijk dat op de lange duur gewenning optreedt bij de meeuwen maar als dat zo is dan is dit uiteraard een reden om de inzet van de valkenier te beperken of te beëindigen. De hoop is echter dat met deze methode de tijd overbrugt kan worden totdat de meer structurele oplossingen ( zoals ondergrondse containers) zijn gerealiseerd en dus effect hebben.
Het is hierbij dus niet de vraag of bepaalde interventies individueel wel of niet werken op de lange en of korte termijn. Het gaat er om of er door de combinatie van maatregelen positieve effecten zullen optreden.
3. Is het college bekend met de kritiek op het houden van roofvogels vanuit dierenwelzijnskringen, aangezien deze naar hun aard, niet geschikt zijn om gehouden te worden als huisdier, net zo min als andere roofdieren dat zijn? Zo ja, welke afweging heeft het college gemaakt?
Zie bijv. de petitie http://petities.nl/petitie/verbod-op-het-houden-en-fokken-van-inheemse-beschermde- roofvogels
Ja, dat is het College bekend. Echter, het gaat om een relatief beperkte periode waarin de roofvogels ingezet zullen worden en het gaat om een experiment. Het uiteindelijke streven is om huisvuilzakken uit het straatbeeld te krijgen. De inzet van valkeniers met roofvogels zal dan niet meer nodig zijn.
In navolging van het succes dat deze maatregel in Schiedam heeft gehad wil Leiden zelf onderzoeken wat het effect van de inzet van roofvogels is op de vermindering van zwerfafval door meeuwen. Daarbij wordt ook het gebruik van de meeuwbestendige vuilniszak gestimuleerd.
Meeuwen zorgen voor zo veel overlast (zie Stadsenquete 2010) dat burgers in toenemende mate zelf (dieronvriendelijke) maatregelen nemen tegen deze dieren, wat het College ook als zeer onwenselijk ervaart. Daarom kiest het College voor het uitvoeren van dit (tijdelijk) experiment.
4. Beseft het college dat het stimuleren van commerciële valkerij effect zal hebben op de handel, kweek en vangst van roofvogels, waarbij de controle op CITES-afspraken niet in alle landen worden nageleefd? Zo ja, hoe beoordeelt het college deze ontwikkeling?
Daar is het College zich van bewust. Bij de keuze voor het bedrijf dat de opdracht zal krijgen is ‘diervriendelijkheid’ een belangrijk criterium. De voorkeur gaat uit naar een bedrijf dat werkt met in Nederland gekweekte vogels. Zoals ook is aangegeven in de (schriftelijke) beantwoording van de rondvraag voor de commissie L&B d.d. 3 februari 2011:
De keuze voor de valkenier wordt in overleg met de Vogelbescherming gemaakt. Van meerdere bedrijven worden offertes opgevraagd. De offertes worden beoordeeld op basis van een aantal gunningscriteria. Dierenwelzijn vormt een belangrijk gunningscriterium. Zoals gezegd zal dit zo veel mogelijk met de Vogelbescherming afgestemd worden. Indien het blijkt dat de vraag naar roofvogels (als huisdier) toeneemt, dan gaan wij over tot gerichte communicatie over de onwenselijkheid van het houden van roofvogels.
Energieverbruik en energiekosten van de Gemeente Leiden
(Ingekomen 10 februari 2011)
Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad wil de fractie van de Stadspartij Leiden Ontzet aan het College enige schriftelijke vragen stellen.
Energieverbruik en de energiekosten zijn een steeds groter wordende kostenpost binnen de Gemeentelijke uitgaven.
Antwoorden van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 maart 2011)
De Stadspartij vraagt het College welke maatregelen er worden genomen om het energieverbruik terug te dringen en de kosten te beheersen:
1) In hoeverre is het mogelijk om straatverlichting te dimmen in nachtelijke uren en in hoeverre is het mogelijk de straatverlichting te laten aangaan op het moment van donker worden?
Sinds enkele jaren wordt de verlichting van de Churchilllaan gedimd met 70% in de stille uren van de nacht wanneer het verkeer op de weg minimaal is. Op de Churchilllaan is een dynamisch (interactief) systeem aangelegd dat het ook mogelijk maakt om storingen te detecteren. Onderzoek vindt nu plaats om een dergelijk systeem ook op de overige doorgaande wegen aan te leggen.
Ook in Nieuw Leyden wordt de straatverlichting gedimd. Dit is een statisch systeem dat op vaste tijden omlaag en omhoog schakelt. Om 23.00 uur wordt de verlichting tot 70% terug gedimd, na 1.00 uur tot 50% en om resp. 5.00 uur en 7.00 uur wordt de verlichting weer opgeschakeld.
In het kader van de opdracht van de Taskforce Verlichting (van toenmalig minister Kramer) wordt nu onderzoek gedaan naar het energieverbruik van de Leidse straatverlichting en naar mogelijkheden om energie te besparen. Vooruitlopend daarop wordt alle verlichting momenteel al standaard uitgerust met dimbare voorschakelapparaten.
2) Onderneemt de Gemeente stappen om de piekbelasting die ontstaat bij het aanschakelen van de straatverlichting in de gehele stad tegelijk terug te dringen door middel van seriële, tijdgefaseerde schakeling van wijk tot wijk? Indien nee? Waarom niet?
De straatverlichting wordt nu geschakeld via een toonfrequent signaal (TF) dat door Alliander over het elektriciteitsnet wordt gestuurd. Het is een vrij verouderd systeem. Alliander heeft maar een beperkt aantal TF-signalen ter beschikking. Ook het omschakelen van meters van hoog naar laag tarief wordt bijvoorbeeld op deze manier gestuurd. Voor de openbare verlichting zijn maar enkele signalen beschikbaar: het aan- en uit-signaal en een avond-nacht-signaal. Leiden gebruikt het avond-nacht-signaal om de monumentenverlichting uit te schakelen. Deze TF-signalen worden landelijk gebruikt. Seriële tijdsfasering is op dit moment dus niet mogelijk.
Sinds enige tijd vindt onderzoek plaats om als gemeente zelf te schakelen. Na de verschillende opties te hebben bestudeerd, wordt nu nader onderzoek gedaan naar het gebruik van het LW-signaal van Europäische Funk Rundsteuerung (EFR) in Frankfurt.
Er zijn het afgelopen jaar een paar proeven in Leiden uitgevoerd waaruit blijkt dat het signaal in Leiden (ook in de binnenstad) goed te ontvangen is. De resultaten worden nu uitgewerkt en verwerkt in een voorstel. Bij toepassing van EFR is de gemeente in staat zelf te bepalen wanneer en waar het licht aan- en uitgaat. Wijkgebonden fasering is dan mogelijk, maar ook variatie in het aan- en uitschakelen van monumentenverlichting. De invoering zal naar alle waarschijnlijkheid gefaseerd uitgevoerd gaan worden.
3) De deelgemeente Berkel-Enschot in Tilburg past in nauw overleg met Philips slimme straatverlichting toe met led-lantarens (zie bijgaand recent bericht in het technisch weekblad van 22 januari jl.). Aanzienlijke besparingen zijn mogelijk. In hoeverre is dit toepasbaar in bijvoorbeeld een wijk van Leiden? Heeft de Gemeente Leiden hiervoor uitvoeringsplannen? Zo ja op welke termijn? Indien nee? Waarom niet?
Sinds 2008 doet de gemeente proeven met led-verlichting op diverse locaties in Leiden. De resultaten zijn nog niet van dien aard dat grootschalige toepassing van led-verlichting economisch verantwoord is. Maar de ontwikkeling staat niet stil en die wordt dan ook nauwlettend gevolgd. De aanzienlijke besparingen in Tilburg zijn overigens gerelateerd aan de oorspronkelijke verlichting waarbij nog verouderde lampen werden gebruikt. Bij vergelijking met spaarlampen valt de besparing aanzienlijk lager uit. Leiden is van oudsher een innovatieve gemeente op dit gebied en was dan ook een van de eerste gemeenten waar alle lampen door spaarlampen waren vervangen. In 2004 heeft de gemeente als voorbeeld gediend voor een groot aantal Nederlandse gemeentebesturen die in Leiden te gast waren voor een Masterclass Openbare Verlichting.
Ook met door bewegingsmelders gestuurde verlichting wordt in Leiden al enige tijd op beperkte basis geëxperimenteerd. Beperking van de objectgrootte waarop een bewegingsmelder reageert is op dit moment nog een struikelblok. Tijdens een landelijk overlegplatform, waar ook Leiden aan deelneemt, worden de ervaringen in Tilburg regelmatig besproken.
4) Vergelijkbare vragen kunnen gesteld worden over het verwarmen van de kantoren: hoe wordt er voor gezorgd dat er geen onnodige verwarming wordt gebruikt?
Energiegebruik voor verwarming/koeling van de kantoren is afhankelijk van drie factoren: 1) gebruiker van het pand, 2) gebouwinstallatie(s) en 3) gebouweigenschappen. Bijbehorende invloedsferen zijn resp. gedrag, regeltechniek en isolatie. Alleen al door het monitoren van energiegebruik (SAVE Energy project) en bewustwording is gedrag in positieve zin te beïnvloeden. In het Stadhuis wordt in het kader van het Europese SAVE Energy project het energieverbruik op 12 kamers continu gemeten. In dit project wordt nagegaan of het mogelijk is energie (elektriciteit en warmte) te besparen door het stimuleren van gedragsverandering van de gebruikers. De eindresultaten zijn nog niet bekend, maar het algemene beeld is dat hierdoor wel besparingen kunnen worden bereikt. Het SAVE Energy project wordt in juni 2011 afgesloten en dan zal op basis van de resultaten nagegaan worden hoe besparingen in alle gemeentelijke gebouwen kunnen worden bereikt.
Parallel hieraan start een onderzoek naar de gebouwinstallaties / regeltechniek en gebouweigenschappen om zo een integrale optimalisatie van energiegebruik te kunnen realiseren. Te denken valt aan beheersmaatregelen als een optimale instelling van het gebouwbeheersysteem (nacht- en weekendverlaging), het ’s avonds door de portier of bewakingsdienst in de standaardstand laten zetten van de afsluiters en/of laten sluiten van deuren en (buiten)ramen. De uitkomsten hiervan zullen richtinggevend zijn voor de optimalisatie van het energieverbruik van ambtenarenhuisvesting.
5) Hoe wordt de energieleverantie aanbesteed en wie zijn de leveranciers voor gas en elektriciteit?
Wij hebben begrepen dat elektriciteit en openbare verlichting al sinds 2002 voor 67% groen worden ingekocht. Vanaf 1 januari 2010 zou dit zelfs 100% groen zijn geworden.
Maar tegen welke prijs?
Er wordt door grotere organisaties in de regio in 2011 elektriciteit ingekocht voor 0,07 eurocent per kWh (gemiddelde prijs/kWh voor hoog en laag tarief). Men verwacht voor 2013 zelfs te kunnen inkopen voor 0,053 ct. per kWh. De gasprijzen liggen in 2011 op 28,14 eurocent per m3.
Genoemde prijzen zijn exclusief btw, energiebelasting en transportkosten (netwerkbedrijf) en tegen een standaard duurzame productie/inkoop van de leverancier.
Wijze van aanbesteding
De energieleveranties worden aanbesteed met een Europese aanbesteding met een openbare procedure. De gunningsfase wordt afgesloten met een veiling. De aanbesteding vindt plaats op de marge van de energieleverancier. Na de aanbesteding wordt het volume voor een bepaald jaar geclickt op basis van de Endex-notering die dagelijks op internet gepubliceerd wordt. Per leveringsjaar zijn er meer clickmomenten om het risico te spreiden. De clicks vinden plaats op grond van marktinformatie, afspraken in de Projectgroep Inkoop Energie Regio Leiden en op advies van EnergieKeuze, een gespecialiseerd bureau dat de aanbestedingen in 2007 begeleid heeft, de veiling uitgevoerd heeft en de Projectgroep ook adviseert bij het vastleggen, het clicken van de volumes. De aanbestedingen in 2007 zijn gezamenlijk met 10 gemeenten voor elektriciteit en met 9 gemeenten voor aardgas uitgevoerd.
Voor de gemeente Leiden is het contract eerst op 1 januari 2010 operationeel geworden.
Leveranciers
Elektriciteit: E.On Benelux, contract loopt tot 1 januari 2014 met een verlengingsoptie voor 2014. Aardgas: DONG Energy, contract loopt tot 1 januari 2012. De aanbesteding is in voorbereiding.
Duurzame energie
De gemeente Leiden heeft haar inkoopvolume elektriciteit vanaf 2002 voor 67% vergroend.
In het kader van het milieubeleidsplan is aan de eis voldaan om de inkoop van elektriciteit per 1 januari 2010 voor 100% te vergroenen.
Kosten
In de aanbesteding van 2007 is als eis gesteld dat de te leveren elektriciteit gedurende de volledige contractperiode duurzaam opgewekt dient te zijn overeenkomstig de bepalingen van de Elektriciteitswet 1998. De meerprijs daarvoor was vastgesteld op 0,05 €ct/kWh. Voor 2011, 2012 en 2013 is de toeslag verhoogd naar 0,067 €ct/kWh. Het aanbestedingsvolume voor Leiden is 14.302.379 kWh. Voor genoemde jaren bedragen de vergroeningskosten elektriciteit derhalve € 9583,-- per jaar.
Aardgas is tot nu toe niet vergroend. In de aanbesteding die nu in voorbereiding is voor levering vanaf 1 januari 2012 zal de levering van Groengascertificaten en/of emissiereductiecertificaten separaat geregeld worden.
Prijsstelling
Het is lastig elektriciteitsprijzen te vergelijken op basis van een gemiddelde kWh-prijs en op basis van 1 gastarief.
Elektriciteit: De verhouding dal-/piekuren is per gemeente anders en kan niet zo 1:1 vergeleken worden met prijzen die door andere grote organisaties in de regio gerealiseerd zijn. Voor de gemeente Leiden is die verhouding 60/40. Genoemde prijzen zijn waarschijnlijk op basis van 50/50 berekend. Verder kunnen marktprijzen zeer sterk schommelen afhankelijk van vele factoren als olie- en kolenprijzen, prijzen CO2-emissierechten, (bedrijfs)politieke factoren, speculaties, weersomstandigheden en niet in de laatste plaats de periode waarin aanbesteed wordt en prijzen vastgelegd worden.
Aardgas: Voor aardgas zijn er drie tarieven, kleinverbruik G1, kleinverbruik G2 en grootverbruik.De prijsvorming van grootverbruik wijkt af van die van kleinverbruik.
Voor energiekosten in het algemeen geldt dat de leveringskosten circa 1/3 deel uitmaken van de totale kosten. De kosten van het netwerkbedrijf en belastingen zijn niet beïnvloedbaar.
6) Wat zijn de inkoopprijzen voor gas en elektriciteit van de gemeentelijke gebouwen en straatverlichting van de Gemeente Leiden in 2011?
De prijzen die de gemeente Leiden gerealiseerd heeft voor 2011 op basis van een dal-/piek- urenverhouding van 60/40 zijn als volgt:
Elektriciteit, groen 2011
Leveringsprijzen per kWh Hoog tarief Laag tarief Enkel tarief
Afgerond op 0,1 €cent 0,078 0,039 0,059
Aardgas 2010 en 2011
Leveringsprijzen per m3 Profiel G1 Profiel G2 grootverbruik
Afgerond op 0,1 €cent 0,295 0,297 19,5
7) Wat is het prijsverschil ten opzichte van bovengenoemde inkoopprijzen per eenheid?
Zie opmerking onder antwoord 5) Prijsstelling
Elektriciteit, groen 2011 o.b.v. dal-/piekverhouding 60/40
Leveringsprijzen per kWh Hoog tarief Laag tarief Gem. tarief
Tarief Leiden 0,078 0,039 0,055
Tarief X 0,070
Verschil t.g.v. gemeente Leiden 0,015
Aardgas 2010 en 2011
Leveringsprijzen per m3 Profiel G1 Profiel G2 grootverbruik
Tarief Leiden 0,295 0,297 19,54
Tarief X ? ? 28,14
Verschil t.g.v. gemeente Leiden 8,60
8) Wat is de totale jaarlijkse besparing voor de gemeentelijke gebouwen en de openbare verlichting wanneer tegen bovengenoemde prijzen wordt ingekocht?
De gemeente Leiden heeft voor 2011 elektriciteit voor totaal € 214.536 goedkoper ingekocht
dan die andere grote organisatie in de regio. Voor gas is de vergelijking moeilijk te maken en kan hooguit het tarief afgezet worden tegen het grootverbruik; daarvoor is het prijsvoordeel voor de gemeente Leiden € 24510 ten opzichte van de vergeleken organisatie.
9) Wat is het prijsverschil ten opzichte van de levering van elektriciteit met een standaard duurzame opwekking van de leverancier?
De door de gemeente Leiden ingekochte elektriciteit is vanaf 1 januari 2010 100%
groen op basis van waterkracht. E.ON produceert groene stroom in Nederland op basis van
het verbranden van biomassa in de kolencentrale op de Maasvlakte. Deze vorm van duurzame
energie is kostbaarder dan waterkracht. Het is lastig aan te geven wat de prijzen zijn,
aangezien de handel in groencertificaten net als die in elektriciteit en gas een daghandel is.
Bouwen woningen rondom gebouw TENNET BV
(Ingekomen 24 januari 2011)
In Leiden Noord wordt op het terrein van het voormalige slachthuis- en energieterrein en ook op de locatie tussen de Nieuwe Koningstraat en Marnixstraat een groot aantal woningen gebouwd rondom een gebouw van Tennet BV die daar een 150kV station heeft staan.
Steeds meer bewoners uit de omgeving van de Molenstraat, die daar reeds langere tijd wonen, klagen over een brom afkomstig uit dat 150kV station, welk eerder niet werd opgemerkt.
Het lijkt ons duidelijk, gezien de lage frequentie, dat het om een 50Hz toon gaat en als zeer hinderlijk wordt ervaren. Bekend is dat lage tonen moeilijk te absorberen zijn. Het kan mogelijk zijn dat stralingen via de grond hun weg vinden, welke echter als gevolg van hei- en bouwactiviteiten worden versterkt.
Een van de bewoners heeft al overleg gehad met Tennet BV doch heeft echter nog geen afdoend antwoord ontvangen anders dan dat de amplitude van deze toon de afgelopen tijd niet is toegenomen!
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 8 februari 2011)
Leefbaar Leiden heeft daarom de volgende vragen:
1. Is met de ontwikkeling van het Wijkontwikkelingsplan Leiden Noord (WOP) rekening gehouden met het bestaan van deze 150kV station?
Binnen het bestemmingsplan Leiden Noord is onderzoek gedaan naar het bestaande150K station en de hierbij behorende milieucontour. Deze contour is opgenomen in het bestemmingplan en randvoorwaarde voor de ontwikkeling van Nieuw Leyden. Alle nieuw te bouwen woningen liggen buiten deze contour. Er is dus rekening gehouden met het bestaan van het 150 KV-station.
2. Is er regelgeving betreffende uitgestraald geluid en magnetisme met betrekking tot woningen?
Ten aanzien van geluid en magnetisme bestaat regelgeving in Nederland. Uit onderzoek blijkt dat het station geen magnetisme straling buiten het gebouw heeft. Hier wordt dus aan voldaan aan de wettelijke norm. De centrale heeft een ‘bromtoon’. De wettelijke sonering is opgenomen in het bestemmingsplan.
3. Zo ja, heeft men deze regelgeving toegepast bij de ontwikkeling van het WOP?
Ja er is rekening gehouden met de regelgeving, zoals hierboven aangegeven.
4. Zo nee, zijn er dan mogelijkheden om te bepalen of uitgestraalde geluiden en /of magnetisme hinderlijk dan wel gevaarlijk kunnen zijn op mens en dier?
Niet van toepassing
5. Kan het college de firma Tennet sommeren deze storingen weg te nemen?
Met de Firma Tennet is vanuit Nieuw Leyden meerdere malen overleg geweest inzake het geluid en de straling. Dit heeft geresulteerd in een rapport van Tennet waaruit blijkt dat er geen straling buiten het gebouw aanwezig is. Door Tennet is nader bekeken of het geluid (bromtoon) kan worden gereduceerd. Het geluid wordt veroorzaakt door het aanzuigen van lucht aan de onderzijde en het afblazen van de lucht aan de bovenzijde. Tevens maken de generatoren in het gebouw lawaai. De generatoren zijn oud. Nieuwe generatoren zijn kleiner en maken minder lawaai. De vervanging van de generatoren staat niet gepland maar er is een aanzienlijke kans dat dit binnen 15 jaar gebeurt. Tennet heeft enkele jaren geleden, met betrekking tot de koeling, geluidsreducerende maatregelen uitgevoerd. Volgens Tennet kan de ´Bromtoon´ niet verder worden gereduceerd. Gelet op bovenstaande is er ons inziens geen mogelijkheid om Tennet te sommeren de storingen weg te nemen.
6. Zo nee, wat denkt het college hieraan te kunnen doen?
Ons college constateert dat, hoe vervelend voor omwonenden, er sprake is van een én juridisch én uit oogpunt van maatschappelijke normering gezien, aanvaardbare situatie. Er staan alsdan geen dwingende middelen ter beschikking om die situatie te veranderen. Door Nieuw Leyden is volop ingezet op beperking van de geluidproductie zoals uit het antwoord op vraag 5 blijkt. Rest niet anders dan de conclusie dat er voor ons college geen mogelijkheden zijn om iets aan de door u geschetste problematiek te doen.
Pilot nieuwe bestrating in Donkersteeg
(Ingekomen 19 januari 2011)
In het Leidsch Dagblad en op Sleutelstad konden we deze week lezen dat de gemeente een pilot wil doen in de Donkersteeg tussen de Haarlemmerstraat en de Hoogstraat. Deze proeftuin zou dan het model worden voor het kernwinkelgebied in de Leidse binnenstad. De pilot zou nieuw straatmeubilair, andere bestrating, het terugbrengen van historische gevels en het laten voldoen van reclame-uitingen aan het modellenboek gevelreclame bevatten, althans, volgens de berichtgeving.
GroenLinks heeft geen problemen met een proeftuin voor zover deze over straatmeubilair, historische gevels en reclame-uitingen gaat. De bedoeling van een pilot is altijd om deze bij gebleken succes grootschaliger uit te rollen. Om die reden, en omdat de bestrating in een groot deel van het kernwinkelgebied nog niet heel lang geleden is gelegd stelt GroenLinks vraagtekens bij een pilot met nieuwe bestrating.
In een tijd dat de gemeentefinanciën sterk onder druk staan op het gebied van bijvoorbeeld Sociale Zaken (80% korting op het re-integratiebudget) bevreemd het onze fractie zeer dat er prioriteit wordt gegeven aan het vervangen van de feitelijk nog gloednieuwe bestrating in het kernwinkelgebied.
Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, wil GroenLinks u de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders (ingezonden 15 februari 2011)
1. Klopt het bericht op Sleutelstad en de Leidsch Dagblad?
Het bericht is juist. Het is inclusief de bestrating.
2. Zo nee, wat is er dan incorrect aan?
nvt
3. Waarom is gekozen voor de Donkersteeg? Deze steeg is tenslotte al de bottleneck van de
voetgangersstroom door het kernwinkelgebied. Ook hebben de ondernemers daar al veel overlast gehad van het (meermaals!) opnieuw bestraten van de brug. Is een andere plek niet beter passend?
De ondernemers van de Donkersteeg zijn zelf met het initiatief gekomen, gesteund door het Centrummanagement..
4. Hoe gaat de gemeente beoordelen of de pilot een succes is die een grotere toepassing in de omgeving verdient?
Het draagvlak onder de ondernemers is van groot belang voor het succes. Immers de grootste bijdragen komen van de ondernemers en eigenaren van de panden. Als de ondernemers zelf komen tot mooiere gevels en mooie uiting van gevelreclame dan is navolging op de Haarlemerstraat en Breestraat kansrijker.
De pilot is geslaagd als de kwaliteit van de buitenruimte/gebouwde ruimte hoger wordt beoordeeld dan nu.
5. Welke straten in het kern winkel gebied komen in aanmerking voor het overnemen van de pilot als deze een succes mocht blijken?
In eerste instantie de Haarlemmerstraat en Breestraat, maar later zouden mogelijk ook de straten die horen onder het zwerfmilieu toegevoegd kunnen worden.
6. Wanneer is de huidige bestrating van de deze straten gelegd?
De herbestrating van de Haarlemmerstraat inclusief de Donkersteeg stamt uit 1997-1999.
7. Wat zijn de indicatieve kosten als deze bestrating wordt vervangen? (in het gehele kernwinkelgebied of in een gebied zo groot als u voornemens bent)
Het vervangen van de bestrating in de Donkersteeg kost naar verwachting € 72.000. De proeftuin Donkersteeg wordt vooral gedaan om te kijken of de aanpak werkt. Ook voor de bestrating is het belangrijk hoe deze in het praktisch gebruik wordt ervaren. Pas daarna zal worden bekeken of de bestrating in de andere straten van het kernwinkelgebied wordt vervangen.
8. Waarom kiest de gemeente niet voor een pilot waarbij de huidige bestrating als gegeven wordt beschouwd en in harmonie met deze bestrating gekeken wordt hoe het kernwinkelgebied er uit moet gaan zien in de toekomst? Er zijn tenslotte voldoende andere onderwerpen waar de gemeentefinanciën sterk onder druk staan! (Sociale zaken bijvoorbeeld) Is het in dat licht wel verstandig om nu deze nieuwe uitgaven te doen voor een gebied dat al onlangs opnieuw bestraat is.
Het doel van het programma Binnenstad is het trekken van meer bezoekers, hogere besteding en hogere waardering. Eén manier is het verbeteren van de buitenruimte en gebouwde ruimte. Uit gesprekken met stakeholders blijkt dat de vloer van de Haarlemmerstraat lelijk wordt gevonden, niet passend bij het historische karakter van de panden. In de binnenkort vast te stellen Kadernota Openbare Ruimte vormt het herstel van de dijken Breestraat en Haarlemmerstraat een belangrijke ruggengraat voor versterking van de buitenruimte. Om het historische karakter van de winkelstraten te versterken denken we daarom dat de bestrating in de toekomst veranderd zou moeten worden, overigens wel passend of aansluitend op de overige bestrating van Binnenste Beter. De proef in de Donkersteeg kan dat aantonen. Als de Donkersteeg wordt herbestraat zal de keuze voor het materiaal in overeenstemming zijn met die van het toegepaste materiaal van de Hoogstraat. Indien het historische beeld hierdoor inderdaad veel sterker wordt kan een voorstel voor herbestrating in de toekomst aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Sloopaanvraag Alexanderstraat
(ingekomen 5 januari 2011)
Zoals al in de commissie Ruimte en Regio is behandeld zou de sloopaanvraag betreffende de Alexanderstaat e.o. door Wbv. De Sleutels gaan om 55 woningen.
Ons is ter ore gekomen dat drie panden toebehoren aan woningbouw corporatie Portaal en 1 aan een particulier.
Mogelijk is ons dit ontgaan of heeft het ons niet bereikt.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 8 februari 2011)
1. Is / komt er een sloopvergunning voor 55 woningen of 55 panden?
Op 16 december 2010 heeft de raad het sloopbesluit voor 55 woningen van woningbouwverenging de Sleutels aan de Alexanderstraat geaccordeerd (rv 10.0108).
De Sleutels gaat een sloopvergunning, conform vereisten uit de bouwverordening, aanvragen voor de 55 woningen zoals opgenomen in het sloopbesluit. Daarnaast worden in dezelfde sloopvergunning van de Sleutels 3 extra woningen meegenomen en 1 bergruimte. Deze extra woningen betreft een tweetal woningen van Portaal en een particuliere woning. Voor deze woningen is een sloopbesluit door de raad niet nodig omdat de woningen op vrijwillige basis zijn verlaten en omdat ze worden vervangen door hetzelfde aantal huurwoningen. Wel is voor de oorspronkelijke bewoners van deze 3 woningen het sociaal statuut van toepassing verklaard en hebben deze bewoners een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten gehad. Op de plaats van de woningen van Portaal en de particuliere woning bouwt de Sleutels weer 3 sociale huurwoningen terug. De woningen van de Sleutels en Portaal in de Alexanderstraat vormen een aaneengesloten rij woningen. De corporaties hebben aangegeven, dat het logistiek verstandig is om de nieuwe woningen door één corporatie te laten bouwen. Hierdoor zullen alle woningen in één bouwstroom worden gerealiseerd wat uiteindelijk ook minder overlast tot gevolg heeft.
2. Is dit inclusief de vier woningen hier eerder genoemd?
Zo ja:
De vergunningaanvraag betreft alle 58 woningen en de bergruimte in het plan. Dus in totaal 59 panden. Zie verder beantwoording van vraag 1
3. Indien de drie panden van Portaal zijn, heeft die dan ook een sloopvergunning aangevraagd?
Neen, er wordt geen vergunning door derden aangevraagd.
Het betreft geen drie maar twee woningen van Portaal te weten Alexanderstraat 17 en 19. Deze woningen worden op 1 februari 2011 leeg overgedragen aan De Sleutels. De Sleutels en Portaal hebben gezamenlijk besloten dat de nieuwbouw van deze woningen gelijktijdig zou plaatsvinden met de nieuwbouw van de woningen van de Sleutels in de Alexanderstraat. Zodat één bouwstroom ontstaat en welke door één corporatie wordt uitgevoerd.
4. Indien dat ene pand particulier is heeft de eigenaar dan ook een sloopvergunning aangevraagd?
Neen, ook dat pand wordt meegenomen in de sloopaanvraag van de Sleutels.
5. Zo nee, wie gaat dit dan doen?
De woning Herensingel 4 wordt door de particuliere eigenaar leeg aan De Sleutels geleverd. Deze woning wordt opgenomen in de, door De Sleutels, aan te vragen sloopvergunning. De woning Herensingel 4 bestaat, overigens, uit een begane grondwoning en een appartement op de halve zolderverdieping. De Sleutels is al eigenaresse van de naastgelegen berging, van het appartement op de 1e verdieping en van de andere helft van de zolder.
6. Indien dit particuliere pand niet verkocht wordt aan De Sleutels of Portaal, kan er dan een onteigeningsprocedure gestart worden?
Gelet op ons antwoord op vraag 5. is dit niet aan de orde.
7. Welke rechten gaan er gelden voor deze eigenaar/bewoner van dat particuliere pand?
Herensingel 4 is geen sociale huurwoning, maar particuliere verhuur met tussenkomst van Direct Wonen. Aan de bewoners van Herensingel 4 wordt door De Sleutels passende vervangende woonruimte aangeboden in de sociale huursector. Zij ontvangen ook een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten.
8. Is met de bewonerscommissie dan wel de Huurders Belangen Vereniging (HBV) communicatie geweest betreffende deze gang van zaken?
Neen. De overeenkomsten die gesloten zijn met Portaal en met de eigenaar van Herensingel 4 zijn privaatrechtelijke overeenkomsten. De bewoners van deze panden hebben aangegeven vrijwillig mee te werken aan de plannen. Voor hen is ook geen stadsvernieuwingsurgentie nodig.
Aanpak project van het project Entree van de Stad
(Ingekomen 3 januari 2011)
Werken we ZO aan een sfeervolle binnenstad???
De Stadspartij schrikt van de manier waarop de afdeling handhaving op dit moment de ondernemers in de binnenstad meent te moeten aanpakken.
De geest van Kafka lijkt weer door het stadhuis te dwalen.
Zoals enige jaren geleden – toen men dwangsommen uitdeelde voor een zonnescherm of luifel in de verkeerde kleur.
In deze economisch moeilijke tijden - waarin ondernemers de handen vol hebben het hoofd boven water te houden – vliegen de dwangsommen hen om de oren en zijn ze gedwongen strijd te leveren met het stadhuis.
Inzet van die strijd:
de gemeente eist dat ze hun gevelreclame aanpassen aan het modellenboek en een beetje snel graag, anders een dwangsom.
Hoeveel jaar zo’n reclame er al hangt,
of die nu vergund is of niet,
wie hem heeft opgehangen,
of de dader misschien al op het kerkhof ligt;
het maakt allemaal niet uit. Op grond van o.a. een wet uit 2008, krijgen zowel eigenaar als gebruiker 12 weken om de boel af te breken. Het aanzien wordt daar echt niet mooier op.
De gemeente legt bouwvergunningen van tientallen jaren geleden onder het vergrootglas om de eigenaar/huurder te dwingen zaken als
• betimmeringen,
• tegels,
• neon contourlijnen,
• versieringen
• of een monumentale vlaggenmast,
van zijn gevel te slopen. Vlaggen horen blijkbaar niet bij het historische stadsbeeld van de toekomst.
Tegen het inperken van gevelreclame en bevorderen van het historische stadsbeeld is op zich weinig bezwaar. Maar de manier waarop dat nu gebeurt gaat alle perken te buiten.
Wie had gedacht, dat alleen nieuwe vergunningaanvragen worden getoetst aan de nieuwe richtlijnen, heeft er niets van begrepen. Met de zogenaamde “wortel-en-stok aanpak” gaat het immers veel sneller?
Dat is maar zeer de vraag.
Voorlopig ziet het er niet uit. Bovendien is het ook niet erg klantvriendelijk. Kennelijk is punt 13 van het nieuwe beleidsakkoord nu al vergeten: Leiden moet de meest klantvriendelijke stad van Nederland worden met minder bureaucratie en regels. Met die “wortel-en-stok aanpak” maakt ons bestuur in ieder geval geen vrienden; dat begrijpt zelfs een fanatieke bureaucraat.
Maar deze aanpak is ook nog eens juridisch aanvechtbaar. En dat schijnt niemand te deren. De vergunning-eis voor gevelreclame bestaat pas sinds de jaren negentig. Dit betekent dat alles wat er voor die tijd is aangebracht gewoon legaal is. Men moest alleen wel jaarlijks precario lasten betalen. Maar daar werd goed op gelet door een ambtenaar op een brommer. In feite is die situatie nog zo. De gemeente heeft die zaak toentertijd namelijk op zijn beloop gelaten. Ze paste de vergunningplicht alleen toe bij nieuwe reclame aanvragen.
Het is niet fatsoenlijk, om als gemeente jaren later te gaan handhaven met dwangsommen, als je eerst jaren lang gedoogt en als de zaak eigenlijk is verjaard.
Binnenkort krijgt ook de rest van de binnenstad met dit liberale schrikbewind te maken. De ondernemers van Haarlemmerstraat en Breestraat zijn dan aan de beurt.
- Dat betekent:
- geen stoep borden,
- geen vlaggen en banieren
- geen luifels en andere versieringen
- het blinden pad vrijhouden (ook van fietsen van klanten),
en het liefst gisteren de gevelreclame aan passen aan het modellenboek:
anders vliegen de dwangsommen je om de oren. Want de gemeente werkt aan een sfeervolle binnenstad en daarom is voortaan van alles verboden. Wij als Stadspartij zijn daar niet blij mee. Wordt het niet eens tijd voor een partij voor ECHTE Vrijheid en Democratie?
Stadspartij Leiden Ontzet
Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van de raadsleden
E. DE GRAAF, P. LABRUJERE en J.K. BOER (SLO) inzake aanpak van het project Entree van de Stad (ingekomen 3 januari 2011)
Alvorens de vragen te beantwoorden, willen wij graag een alinea opnemen uit de inleiding van het modellenboek gevelreclame uit 2007 (rv07.0120)
De afgelopen jaren (2001-2005) uitten de ondernemers steeds vaker kritiek op de
manier waarop de gemeente en de ARK met de regels voor gevelreclame omgingen.
De gemeente hecht waarde aan een goede relatie met de ondernemers en ging dan
ook graag in op de uitnodiging van het Centrummanagement Leiden om samen met
ondernemers, ambtenaren en betrokken wethouders tot nieuwe regelgeving te komen.
Tijdens de discussie bleek dat zowel ondernemers als vertegenwoordigers van de
gemeente het belangrijk vinden dat de historische binnenstad van Leiden beschermd
wordt. Niet de regels op zich waren een probleem, maar het feit dat de gemeente niet
meedacht met de ondernemers, dat de regels te strikt gehanteerd werden en dat er
geen oog was voor kwaliteit. Bovendien bleken de regels niet in alle gevallen een
garantie voor kwaliteit. Ondernemers en ambtenaren waren het snel eens dat er
gedifferentieerd moest worden tussen verschillende gebieden in de stad: in de
Haarlemmerstraat mag meer dan op het Rapenburg.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 8 februari 2011)
1. Sinds wanneer is er een vergunning nodig voor het aanbrengen van gevelreclame en welke gevolgen heeft dit gehad voor de op dat moment aanwezige gevelreclame van voor de invoering?
Voor gevelreclame was op grond van de Woningwet al in 1962 een bouwvergunning (omgevingsvergunning) vereist. Illegale gevelreclame blijft vergunningplichtig. Slechts gevelreclame die voldoet aan de regelgeving komt voor een bouwvergunning in aanmerking.
2. Is de gevelreclame van voor de invoering automatisch vergund of is dit nagelaten?
Er bestaat geen automatische vergunningverlening. Alle illegale bouwwerken dienen aan de regelgeving te worden getoetst. Het langdurig aanwezig hebben van reclame schept geen (recht op een) vergunning.
3. Als dit is nagelaten, wat is dan de tegenwoordige status van deze gevelreclame, uit de vergunning vrije periode?
Zie hiervoor.
4. Kan deze gevelreclame uit de vergunning vrije periode als nog automatisch worden vergund, ook al is het in strijd met het modellenboek?
Nee, er bestaat in geen enkel geval een automatische vergunningverlening.
5. Binnen welke termijn kunt u nog handhaven, wanneer is er te lang gedoogd en is er sprake van verjaring?
Er is geen maximale termijn om tot handhaving over te mogen gaan. De gemeente is bevoegd om handhavend op te treden tegen alle illegale bouwwerken.
6. Als er al jaren sprake is van illegale reclame, waarom wordt er dan wel precariobelasting geheven en geen aanschrijving gestuurd?
Het heffen van precario en handhaving staan los van elkaar. De afdeling Belastingen toetst niet of gevelreclame illegaal is. Zolang de reclame aanwezig is wordt belasting geheven. Gedurende die termijn wordt ook geprofiteerd van de reclame.
7. Vindt u ook dat u de indruk wekt dat een vergunning niet nodig is, door het heffen van precariobelasting nu en in het verleden?
Die indruk kan gewekt worden. Het heffen van precariobelasting zegt niets over het mogen hebben van de betreffende reclame-uiting.
8. Waarom is er een vergunning nodig als de gevelreclame in overeenstemming is met het modellenboek?
Het Modellenboek Gevelreclame is een toetsingskader waar gevelreclame aan wordt getoetst. Indien de gevelreclame voldoet aan het Modellenboek Gevelreclame, wordt naar aanleiding van een aanvraag daartoe een vergunning verleend.
9. Wordt ook vergunde gevelreclame aangeschreven en gedwongen deze aan te passen aan het modellenboek. Kunt u uitleggen hoe dit juridisch mogelijk is?
Gevelreclame die is aangebracht met de vereiste bouwvergunning (omgevingsvergunning) wordt niet aangeschreven. Deze is immers niet illegaal.
10. Waarom wordt het modellenboek niet geleidelijk ingevoerd, door alleen nieuwe vergunningen hieraan te toetsen?
Het Modellenboek Gevelreclame is met de ondernemers tot stand gekomen om duidelijke afspraken te maken over reclame-uitingen. In het Modellenboek Gevelreclame (vastgesteld op 20 december 2007 bij raadsbesluit nr. RV 07.120) is een overgangsrecht opgenomen voor reclame-uitingen waarvoor in het verleden stadsschoonvergunningen (op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening) zijn verleend, die niet voldoen aan het Modellenboek Gevelreclame. Die reclame-uitingen dienen voor 31 december 2012 te worden aangepast aan het Modellenboek Gevelreclame. Het Modellenboek Gevelreclame is door de gemeenteraad vastgesteld.
11. Waarom stuurt u twee maal een dwangsom zowel aan de eigenaar, als aan de gebruiker? Vaak is het ook nog dezelfde persoon, er is toch maar een overtreding en geen twee.
Zowel de eigenaar als de gebruiker van een pand zijn wettelijk verantwoordelijk voor illegale bouwwerken en gevelwijzigingen. Indien de eigenaar ook de gebruiker is wordt slechts één last onder dwangsom opgelegd.
12. Hoe vaak is een dwangsom in dit kader opgelegd, aan hoeveel met en aan hoeveel zonder vergunning en hoeveel jaar geleden was de reclame aangebracht?
Het antwoord op deze vraag is te omvangrijk. In het kort; de eigenaren en gebruikers van de panden in de Steenstraat en de Beestenmarkt zijn aangeschreven. Het betreft enkel illegale gevelreclame. Hoelang de illegale gevelreclame aanwezig is doet niets af aan de beginselplicht tot handhaving.
13. Waarom moeten monumentale vlaggenmasten niet bedoeld voor reclame-uitingen, maar voor gebruik tijdens vieringen en herdenkingen worden verwijderd omdat ze aangebracht zijn in de vergunning vrije periode. Hoe zit dat met al die vlaggenmasten aan het stadhuis, graag een kopie van de vergunningen?
Vlaggenmasten die met vergunning zijn aangebracht op een al dan niet monumentaal pand en die gebruikt worden voor nationale feestdagen hoeven niet te worden verwijderd. De vlaggenmasten van het stadhuis zijn tijdens de bouw gebouwd en vormen dus onderdeel van de vergunning die destijds hiervoor is afgegeven.
14. Waarom zijn stoep borden, banieren en vlaggen in strijd met het historische stadsbeeld en daarom binnenkort verboden? Terwijl het nota bene de oudste reclame-uitingen zijn. Waarom geen uitvoering die bij dit stadsbeeld past?
Stoepborden zijn reeds verboden in het huidige Modellenboek Gevelreclame dat is vastgesteld door de Raad bij raadsbesluit RV 07.0120 d.d. 20 december 2007 en dat is samengesteld mede door een vertegenwoordiging van de ondernemers. Zie p. 34 van het modellenboek met toelichting. Stoepborden trekken onder meer het plaatsen van fietsen aan.
Vlaggen en banieren zijn in het huidige Modellenboek Gevelreclame in bepaalde gebieden wel en in andere gebieden niet toegestaan.
De overwegingen zijn per gebied terug te vinden in het Modellenboek Gevelreclame.
Omdat banieren en vlaggen niet altijd een positieve uitstraling hebben (sneller kapot gaan dan vaste reclame, het zicht op de historische gevels wegnemen) heeft het College het voornemen om banieren en vlaggen verder terug te dringen recent aan een vertegenwoordiging van ondernemers voorgelegd. Dit wordt vervolgens opnieuw besproken in College en is dus nog in beraad. Indien dit zou leiden tot een voorstel tot wijziging van het Modellenboek Gevelreclame, dan zal dit eerst een formeel inspraaktraject in gaan en daarna ter besluitvorming aan de Raad worden voorgelegd.
Overigens staat in de inleiding van het Modellenboek Gevelreclame ook een historie van de gevelreclame.
Vlaggen en banieren behoren niet tot de oudste reclame uitingen. Ze zijn relatief jong.
Oude reclame uitingen zijn bijvoorbeeld relatief kleine, onverlichte (smeedijzeren / houten) uithangborden, gevelstenen of herkenningstekens zoals de gaper van de drogist.
15. Wat in ieder geval niet bij het historische stadsbeeld past, is het blinden pad, de huidige openbare verlichting en de reclamezuilen van de gemeente; worden die binnenkort ook verwijderd?
Nee.
16. Waarom wel uitstallingen tot een meter uit de gevel maar geen stoep borden, terwijl de raad met algemene stemmen had besloten dit wel toe te staan?
De Raad heeft op 20 december 2007 bij besluit nr. RV 07.120 besloten het Modellenboek Gevelreclame vast te stellen. Op 18 februari 2010 (RV10.0013) is de nieuwe Algemene Plaatselijke Verordening 2009 (APV) door de Raad vastgesteld, het verbod op stoepborden is in deze APV opgenomen. Na een wijziging van enkele artikelen bij besluit RV10.0053 d.d. 29 juni 2010, is de APV op 9 juli 2010 gepubliceerd en op 17 juli 2010 in werking getreden.
In het Modellenboek Gevelreclame (op pagina 34) is het volgende over uitstallingen en stoepborden opgenomen:
Uitstallingen zijn er in diverse soorten en maten: van een simpel stoepbord tot een halve winkelinventaris buiten tentoongespreid. Stoepborden zijn wat betreft vormgeving geen aanwinst voor de omgeving en een sta-in-de-weg. Bovendien zijn ze meestal niet functioneel; een uithangbord of banier trekt de aandacht even goed en belemmert de doorgang niet. Stoepborden zijn daarom niet meer toegestaan.
Uitstallingen van bijvoorbeeld groenten, bloemen of antiquiteiten verlevendigen het straatbeeld en zijn - mits ze de doorgang niet blokkeren - toegestaan.
Stoepborden trekken het plaatsen van fietsen aan, wat het straatbeeld rommelig maakt. Een standaard fietsenrek, eventueel met logo of in huisstijlkleuren, kan in deze situaties een oplossing zijn.
17. Wat heeft dit handhaven in het kader van de entree van de stad dit jaar aan bouwtoezicht en juridische handhaving gekost en hoeveel rechtzaken worden er nog verwacht?
Tot op heden zijn erg geen beroepszaken geweest. Er zijn slechts een aantal bezwaarschriften ingediend.
18. Is het laten liggen van zoveel mogelijk sneeuw in de binnenstad ook bedoeld om de stad sfeervoller en aantrekkelijker te maken of is er sprake een organisatorisch onvermogen?
In ieder geval kunt u me uitleggen waarom het vele dagen duurt voordat de fietspaden in Leiden weer berijdbaar zijn, terwijl ze dat in de dorpen om ons heen, ook zonder zout, heel snel voor elkaar hadden.
Zie brief van 10 januari j.l. aan de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid (zie bijlage).
En tenslotte:
19. Vindt u ook dat de manier waarop is opgetreden door de ambtelijke organisatie in strijd is met punt 13 van het beleidsakkoord, namelijk het streven dat Leiden de klant vriendelijkste stad van Nederland moet worden met minder bureaucratie en regels? Want als u dit klantvriendelijk vindt, kunnen we maar beter meteen de Kafka brigade bellen.
De wildgroei aan stoepborden en de overlast van fietsen in het kernwinkelgebied horen bij de grootste ergernissen van de winkeliers in dat gebied. Door de aanpassing van de APV (op 18 februari 2010, RV 10.0013) en het recent verleggen van de blindengeleidestrook is het nu ook mogelijk deze ergernissen aan te pakken. In overleg met het Centrummanagement, als vertegenwoordiger van de winkeliers, is afgesproken met de handhaving te starten.
Tevens is een eerste actie gehouden om fietswrakken de stad uit te krijgen. Deze actie wordt in 2011 nog 3 keer herhaald.
Een en ander sluit aan bij de afgesproken inspanningen in het programma Binnenstad en volgt uit het door de Raad vastgestelde beleid.
Kwaliteit buurthuizen en buurtspeeltuinen
(Ingekomen 22 oktober 2010)
De Stadspartij Leiden Ontzet maakt zich zorgen over de kwaliteit van de wijk- buurtvoorzieningen in de vorm van buurthuizen en speeltuinen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 16 november 2010)
(naast de expliciet genummerde vragen waren er ook in de tekst een aantal vragen verwerkt. Om de leesbaarheid te bevorderen zijn de vragen doorgenummerd).
1. De vorige wethouder (mvr. G. v.d. Berg) heeft ondanks herhaaldelijke (mondelinge) verzoeken van ons om een visie op het buurtwerk te overleggen, daar nooit officieel op geantwoord. Daarom wil de Stadspartij Leiden Ontzet het huidige college verzoeken om een visie te geven op het buurtwerk.
Voor een visie op het buurtwerk verwijzen wij u naar het uitvoeringsplan “Wijkgericht Welzijn” dat door ons college in december 2009 (B&W nr. 09.1357) is vastgesteld. Wij hebben de gemeenteraad hierover schriftelijk geïnformeerd.
Het uitvoeringsplan “Wijkgericht Welzijn” vindt zijn basis in het in april 2008 door uw raad vastgestelde beleidsplan “Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) 2008-2012 ‘Participatie Centraal’ “(RV 08.0007). In deze kaderstellende nota is aangegeven welke inspanningen wij gaan leveren om de in het plan vastgelegde doelen te behalen. In het beleidsplan worden de negen, in de WMO vastgelegde, prestatievelden geclusterd tot vier domeinen. Het beleidsplan omvat een aantal concrete acties. Daarnaast staan er ook speerpunten voor de toekomst in. In het beleidsplan staat dat deze vervolgens in concrete uitvoeringsplannen worden uitgewerkt.
Het uitvoeringsplan “Wijkgericht Welzijn” omschrijft hoe in Leiden in de komende jaren vernieuwingen zullen worden aangebracht in het welzijnsbeleid. Dit is van belang omdat het huidige aanbod vaak historisch gegroeid is en niet altijd aansluit op de actualiteit. De vernieuwingen in het welzijnswerk krijgen op wijkniveau vorm. Dit sluit aan bij de opdracht die de gemeente heeft om de sociale samenhang en leefbaarheid in wijken te bevorderen (prestatieveld 1 WMO). Het uitvoeringsplan richt zich op “aandachtswijken”, wijken die vanwege de sociaal economische positie van de inwoners of die vanwege beperkte sociale infrastructuur in combinatie met een groot aandeel sociale woningbouw om extra aandacht vragen.
Het uitvoeringsplan “Wijkgericht Welzijn” wordt momenteel uitgevoerd in samenwerking met Libertas Leiden.
2. Hoeveel buurthuizen zijn er nog na het faillissement van de LWO en de financiële afhandeling daarvan. Graag een overzicht en niet alleen een getal.
Tot december 2007 was de LWO de uitvoerende partij op het gebied van welzijn in de gemeente Leiden. Op eigen initiatief van de LWO en Libertas Leiden zijn beide partijen in januari 2008 gefuseerd tot Libertas Leiden, die nu een groot deel van het welzijn en zorg aanbod in Leiden verzorgt. Er zijn negen buurthuizen in Leiden te weten, Stevenshof, Morschwijck, Op Eigen Wieken, De Kooi, ’t Spoortje, De Pancrat, ’t Schippertje, Matilo en Vogelvlucht. Ten tijde van de fusie zijn er geen buurthuizen gesloten.
3. Hoeveel buurthuizen zijn er in bezit van de Gemeente. Graag een overzicht en niet alleen een getal.
De negen buurthuizen in Leiden te weten, Stevenshof, Morschwijck, Op Eigen Wieken, De Kooi, ’t Spoortje, De Pancrat, ’t Schippertje, Matilo en Vogelvlucht zijn allen in eigendom van de gemeente.
4. Wie zijn de eigenaren van de andere buurtvoorzieningen. Informatie die ons bekend is zijn er sommige buurthuizen eigendom van kerkgenootschappen of bijvoorbeeld Portaal. Graag een overzicht.
Op dit moment hebben wij geen overzicht van buurtvoorzieningen die niet in beheer zijn bij de gemeente Leiden. In februari 2010 heeft uw raad het Beleidskader Vastgoed vastgesteld (RV.09.0108 ). Onderdeel hiervan is het in kaart brengen van de totale infrastructuur aan maatschappelijke voorzieningen ( inclusief de buurthuisvoorzieningen die niet in gemeente eigendom zijn). Op basis van deze inventarisatie en het gestarte project ‘sociale structuurvisie’ (die voor de zomer 2011 gereed zal zijn) zal, op verzoek van de raad, in beeld gebracht worden welke gebouwen behoren tot het beleidsmatig gewenst te ondersteunen maatschappelijk vastgoed. Deze inventarisatie is eind 2011 gereed..
5. Hoe denkt de gemeente het gemis aan een buurthuisvoorziening in een wijk op te lossen. Zijn er bijvoorbeeld gebouwen van sportvoorzieningen of schoolgebouwen beschikbaar om deze leemte op te vullen.
Bij het opstellen van het uitvoeringsplan “Wijkgericht Welzijn” (B&W 09.1357) is rekening gehouden met motie 1 bij RV 08.0007 (Beleidsplan Wmo 2008-2012), stimuleren van buurtontmoetingsplaatsen. Het voorstel tot afdoening van de motie is op 1 december 2009 gelijk met het uitvoeringsplan “Wijkgericht Welzijn” aan uw raad toegezonden. In het uitvoeringsplan “Wijkgericht Welzijn” is over motie 1 het volgende opgenomen: Bij het uitvoeren van de wijkanalyses zal expliciet aandacht worden besteed aan leefbaarheidproblemen. In de bespreking van de probleemanalyse in de districtsraden en leefbaarheidplatforms zal gekeken worden naar het functioneren van de aanwezige buurtontmoetingsplaatsen. Hierbij zullen de uitkomsten van de sociale structuurvisie betrokken worden. Als er aanleiding is om het functioneren te verbeten zal deze actie een plek krijgen in het op te stellen interventieprogramma.
6. Hoe is de financiering van de buurthuizen geregeld? is dit op grond van het aantal bewoners in de buurt of op grond van het ledenaantal van de buurtvereniging?
De financiering van de buurthuizen is geregeld in de Uitvoeringsovereenkomst (UVOK) met Libertas Leiden. De gemeente is verhuurder van de buurthuizen de huur voor de negen buurthuizen bedroeg in 2010 € 406.154. De huur wordt bepaald door de afdeling BOV/VAG en is gebaseerd op de exploitatiekosten en niet op de marktwaarde (Beleidskader Vastgoed RV 09.0108 . Daarnaast is er in de UVOK een bedrag van € 2.059.692 opgenomen voor instandhouding sociale infrastructuur (openstelling buurthuizen). Hieronder vallen een bepaald aantal uren openstelling (fte), een activiteitenaanbod gericht op de buurtbewoners en een facilitaire functie voor de buurtbewoners en andere (vrijwilligers)organisaties die activiteiten organiseren. Dit alles binnen door de gemeente gestelde randvoorwaarden. De financiering is niet gebaseerd op het aantal inwoners in een buurt of het aantal leden van een buurtvereniging.
7. naast de buurthuizen is er een belangrijke functie in de buurt voor de speeltuinen. Hoe is de financiering van speeltuinen geregeld? is dit op grond van het aantal bewoners van de buurt of op grond van het ledenaantal van de speeltuinvereniging.
In Leiden zijn er zestien speeltuinverenigingen. Wij hebben voor het groot onderhoud een budget van € 161.000,=. Op acht van de zestien speeltuinen werkt een toezichthouder van de DZB (€78.000,=). Op de overige acht speeltuinen is het toezicht geregeld door vrijwilligers.
De Leidse Bond voor Speeltuinverenigingen ( LBS) ontvangt een subsidie voor bureaukosten (€ 11.500,=), klein onderhoud (€ 3.632,=), activiteitenkosten (€ 3.632,=) en een vergoeding voor de vrijwilligers die toezicht houden (22.872,=). De LBS verdeelt de subsidie over de betreffende tuinen. Dit budget is niet gebaseerd op het aantal inwoners of leden van een wijkvereniging.
8. Vindt het College dat de financiering van buurtgebouwen en ook speeltuinfaciliteiten die daaraan soms gekoppeld zijn begroot moet worden op grond van het aantal bewoners van de buurt of op grond van het ledenaantal van de speeltuinvereniging.
Bij een financiering per inwoner of lid van een buurtvereniging wordt geen recht gedaan aan de specifieke kenmerken van een wijk. In een relatief kleine wijk kan een grote sociaal maatschappelijke achterstand of een groot gebrek aan speelruimte zijn (de sociale structuurvisie zal hier inzicht in geven). Bij een financiering per inwoner of lid van een buurtvereniging zou met een “te klein” budget een “magere” voorziening in stand gehouden worden terwijl in een grote wijk een uitgebreide voorziening is die misschien minder noodzakelijk is.
Nacht van de Nacht
(Ingekomen 19 oktober 2010)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 30 november 2010)
1. Kent het college het initiatief de Nacht van de Nacht? (www.laathetdonkerdonker.nl)?
Ja.
2. Is het college ermee bekend met de schadelijke gevolgen van lichtvervuiling, zoals energieverspilling, de ontregeling van de natuur (zowel planten als dieren), en op de gezondheid van mensen?
Ja, in grote lijnen, niet in detail.
3. Klopt het dat de gemeente Leiden in 2010 niet meedoet aan dit initiatief? Dit ondanks het feit dat bijv. samenwerking met de Sterrewacht hierbij uitstekend bij zou kunnen passen?
Ja. Er zijn meerdere themadagen op het brede gebied van milieu, natuur en duurzaamheid. Sommige organiseert de gemeente (bijvoorbeeld Dag van het Park) en andere worden door andere organisaties opgepakt, die daar bijvoorbeeld veel beter voor zijn toegerust (zoals warme truiendag, duurzame dinsdag) . De suggestie om volgend jaar te kijken hoe er voor Nacht van de Nacht samengewerkt kan worden met de Sterrenwacht, willen we graag oppakken. Dat wil niet zeggen dat de gemeente ook de organiserende partij wordt.
4. Is het college van plan om in 2011 wel hierbij aan te sluiten, om hiermee de duurzame ambities van het college te onderstrepen?
Het college vindt het een goed initiatief en zal aan de collega’s in de buurgemeenten vragen wat hun ervaringen waren. Overeenkomstig met het antwoord bij vraag 3, wil dit niet zeggen dat de gemeente de organiserende partij wordt of financieel zal bijdragen.
Bestrijding ongewenste plantengroei
(ingekomen 24 september 2010)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 9 november 2010)
Op de site van de gemeente Leiden roept de gemeente de inwoners op om ongewenste plantengroei (ook wel “onkruid” genoemd) op een natuurvriendelijke manier te bestrijden (“zoveel mogelijk met de hand en schoffel)”
1. Wanneer gaat de gemeente zich aan haar eigen voorschriften houden?
Wij zijn van mening dat wij aan onze eigen voorwaarden voldoen door het onkruid in de openbare ruimte op een zo natuurvriendelijk mogelijke wijze te bestrijden. De gemeente Leiden bestrijdt onkruid op verharding met behulp van de DOB-methode (Duurzaam Onkruid Beheer). De DOB-methode is de meest efficiënte en milieuvriendelijkste bestrijdingsmethode gebleken voor onkruid op verharding. Sinds 2009 heeft de gemeente Leiden hiervoor het certificaat Brons Barometer Duurzaam Terreinbeheer.
Bij de onkruidbestrijding in het groen wordt in het geheel geen gebruikt gemaakt van bestrijdingsmiddelen, maar vindt onkruidbestrijding plaats door schoffelen en/of maaien.
2. Welke chemische middelen worden momenteel ingezet?
Bij de DOB-methode wordt gebruik gemaakt van een bestrijdingsmiddel met glyfosaat, (algemeen bekend onder de naam RoundUp Evolution).
3. Wat zijn de schadelijke effecten en bijwerkingen van deze middelen, met name op dieren en (andere) planten, o.a. door uitspoeling naar oppervlaktewater?
De schadelijke effecten en bijwerkingen van de middelen worden voorkómen door het gebruik van de DOB-methode. De DOB-methode is in Nederland de enige methode waarmee onkruid op verharding chemisch bestreden mag worden. Aan deze methode zijn strenge toepassing- en opleidingseisen verbonden. Zo worden bestrijdingsmiddelen bijvoorbeeld alleen direct op het onkruid gesproten en wordt er niet gespoten als het gaat regenen of als er temperaturen van boven de 25 graden Celcius verwacht worden. Op die manier kunnen bestrijdingsmiddelen niet met het regenwater meespoelen en in het grondwater terechtkomen en kan bij hoge temperaturen de werkzame stof niet verdampen. Uitgebreide praktijktests hebben inmiddels bewezen dat de DOB-methode niet alleen de beste methode is op het gebied van bestrijdingsmiddelen voor het milieu, maar ook wat betreft effectiviteit en kosten.
4. Hanteert de gemeente per wijk een verschillend beleid in het bestrijden van ongewenste plantengroei? Zo ja, hoe worden de inwoners hierover geïnformeerd en bij de besluitvorming betrokken?
De DOB-methode op verharding wordt in de gehele stad toegepast met uitzondering van die straten / gebieden waar bewoners een convenant Beheer Openbare Ruimte hebben afgesloten en die binnen de DOB-methode niet bestreden mogen worden (onder andere langs de kades en rondom kolken). Naast de DOB-methode voor de chemische bestrijding wordt gebruik gemaakt van borstelen, strijken, schoffelen, bosmaaier en machinaal vegen.
5. Met de bewoners van de Kijfgracht is in 2007 een Onkruidconvenant afgesloten. Heeft dit navolging gehad? Heeft de gemeente het initiatief actief gestimuleerd?
Ja. Het convenant Beheer Openbare Ruimte / onkruidbestrijding dat in 2007 met de bewoners van de Kijfgracht is afgesloten heeft navolging gehad. De afgelopen jaren zijn er convenanten Beheer Openbare Ruimte afgesloten met bewoners(organisaties) van de Oranjerie/ Aloëlaan, Boisotkade, Vliet e.o., Beschuitsteeg, Nieuwstraat, Hooglandsche Kerkgracht en P.J. Blokstraat. De bewoners verwijderen hier het onkruid op de verharding zelf, met behulp van de door de gemeente aan hen beschikbaar gestelde onkruidborstels.
Bewoners(organisaties) die zelf het onkruid op verharding in hun straat / buurt willen verwijderen kunnen nog steeds een convenant Beheer Openbare Ruimte afsluiten. Zij kunnen dit melden bij het servicepunt Woonomgeving van de gemeente. Uitvoerend medewerkers die de DOB-werkzaamheden uitvoeren en aangesproken worden door bewoners op het feit dat ze niet willen dat er gespoten wordt in hun straat, verwijzen hen ook door naar de gemeente Leiden. Coördinatie van het afsluiten van convenanten Beheer Openbare Ruimte met bewoners(organisaties) ligt bij de Afdeling Realisatie / team Stadsdelen.
6. In de herfst en winter ligt de plantengroei nagenoeg stil; toch wordt er gesproeid met een bestrijdingsmiddel. Vindt de bestrijding dan jaarrond plaats en zo ja, waarom?
De DOB-methode is het meest effectief gebleken als deze twee keer per jaar wordt uitgevoerd; één maal in het voorjaar en één maal in het najaar. Dit om te voorkomen dat zaden de gelegenheid krijgen om te ontkiemen.
7. Hoe vindt de bestrijding plaats in stadsparken, kinderboerderijen, langs kades en in ecologische zones?
Het groen binnen de gemeente Leiden wordt door verschillende partijen onderhouden, te weten, de afdeling Stedelijk Beheer / team Groen, het Sportbedrijf en de DZB. Bij het onderhoud van het groen in Leiden wordt door geen van deze partijen gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. De onkruidbestrijding vindt plaats door schoffelen en/of maaien. Dit geldt voor al het openbaar groen inclusief stadsparken, ecologische zones, sportvelden, de kinderboerderij en kades.
Geliberaliseerd verhuren van sociale huurwoningen
(Ingekomen op 4 augustus 2010).
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden d.d. 7 september 2010)
1. Is het college bekend met de brief van de bewonerscommissie?
Ja.
2. Zo ja, kunt u aangeven of het percentage sociale huurwoningen nog steeds conform de Leidse en regionale afspraken is?
Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de oversampling van het ‘Woononderzoek Nederland 2009’ (WoON 2009) voor Leiden. Dit is één van de onderzoeken waarover wij u als College per brief op 25 juni jl. hebben geïnformeerd (kenmerk: DIV-2010-10174). Op basis van dit onderzoek kan de meest actuele verhouding tussen sociale huurwoningvoorraad versus sociale doelgroep worden bepaald. De conclusie is dat deze factor nog steeds voldoet aan de minimale eis van 1,5 (‘factor 1,5’) zoals die in zowel de Woonvisie (RV.05.0094) alsmede de Prestatieafspraken tussen de gemeente Leiden en Leidse huurders en woningcorporaties (RV.09.0081) is afgesproken.
Het onderzoeksrapport over scheef wonen is gereed en zal binnenkort aan u worden toegestuurd. Tegelijkertijd zullen wij de oversampling ook aan u beschikbaar stellen. Zodra ook de overige onderzoeken, zoals genoemd in de brief van 25 juli, gereed zijn, zullen wij nagaan of het noodzakelijk is de visie op wonen aan te passen.
3. Indien dit percentage sociale huurwoningen onder de norm komt, kunt u dan corporatie ‘De Sleutels’ conform de prestatieafspraken het omzetten van sociale huurwoningen naar geliberaliseerde huurwoning laten stoppen?
Op basis van bovenstaand antwoord kunnen en zullen wij woningcorporatie De Sleutels niet laten stoppen met het beleid van omzetting van sociale huurwoningen naar geliberaliseerde huurwoningen.
De gemaakte prestatieafspraken met de corporaties (RV 09.0081) zijn vooralsnog bindend jegens derden, zoals de corporaties. In deze prestatieafspraken heeft de gemeente o.a. met de corporaties een verkoop- en sloopprogramma afgesproken en is de afspraak gemaakt dat de woningcorporaties de ’factor 1,5’ garanderen.
Tenslotte zij vermeld dat de De Sleutels en bewonerscommissie ‘De Oude Kooi’ (ondertekende) afspraken hebben gemaakt over het huurniveau in de Kooi, en wel zodanig dat De Sleutels garandeert dat aan het eind van de planperiode (na fase 3 die in 2020 start) 60% van de woningen in de sociale voorraad is gebleven.
Jeugdhonk Zwaluw 2, Stevenshof
(Ingekomen 27 augustus 2010)
In 2005 is het project ‘Veilig opgroeien in de Stevenshof’ van start gegaan. Uit de gesprekken met jongeren in de wijk kwam veelvuldig naar voren dat er weinig te doen is in de wijk. Deze verveling zou, volgens de jongeren, een van de oorzaken zijn van overlast. Een mogelijke oplossing zou een sportschool kunnen zijn (zie rapport Wijkprofiel Stevenshof 2006, p.20).
Het CDA erkent de genoemde problemen van en met de jongeren en is van mening dat er in de Stevenshof een diverser aanbod op het gebied sport en cultuur voor jongeren moet komen. De komst van het jeugdhonk in Zwaluw 2 is ons inziens echter meer een verplaatsing dan een uitbreiding van het aanbod. Het project ‘Veilig Opgroeien in de Stevenshof’ wil tenslotte een uitbreiding van buurtnetwerken. Op korte termijn zou dit (toen) via de BOS-gelden worden geprobeerd, maar de CDA-fractie constateert dat er op de langere termijn geen plan is ontwikkeld door de gemeente. In deze context verbaast het de CDA-fractie dan ook dat de belangstelling om in Zwaluw 2 een sportschool te vestigen nu vanuit de gemeente Leiden lijkt te stagneren.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 5 oktober 2010)
Het CDA heeft hierover de volgende vragen
1. Is het College het met het CDA eens dat er in het kader van de jongerenproblematiek een uitbreiding moet komen van het sport- en cultuuraanbod voor jongeren in de Stevenshof? Zo ja, hoe denkt zij dit te bewerkstelligen? Zo nee, hoe denkt zij dan uitvoering te geven aan een structurele oplossing voor de jongerenproblematiek in de Stevenshof?
In het verleden was er inderdaad te weinig te doen voor jongeren in de Stevenshof. Inmiddels heeft er uitbreiding plaatsgevonden van het aanbod voor jongeren. Het jongerenwerk biedt tal van binnenactiviteiten, maar ook buitenactiviteiten. Verder biedt ook het project Thuis Op Straat bijna dagelijks activiteiten in de buitenruimte voor kinderen en jongeren.Door de gemeente wordt op diverse plaatsen in de wijk gewerkt aan het goed bespeelbaar maken van de buitenruimte (bijvoorbeeld reparatie voetbalkooi, aanleg kunstgras in park). Voor deelname aan een sportvereniging moeten jongeren inderdaad veelal de wijk uit.
In het kader van ‘Veilig opgroeien in de Stevenshof’ is, mede op basis van de jeugdmonitor 2008 van de GGD, geconstateerd dat de situatie van jongeren in de Stevenshof de afgelopen jaren is verbeterd. Dat wil niet zeggen dat ons niets meer te doen staat. Op 1 juli 2010 is het nieuwe preventieplan Veilig Opgroeien in de Stevenshof 2010-2014 vastgesteld. Hierin worden de bestaande en nieuwe acties benoemd. Door intensieve samenwerking wordt door betrokken partijen gewerkt aan het verder verbeteren van het aanbod aan jongeren en het mede daardoor verminderen van de jongerenproblematiek.Dit heeft tijd nodig.
2. Ziet het College de komst van de sportschool als een uitbreiding van het sportaanbod in de Stevenshof? Zo nee, waarom niet?
Wij zijn het met de vragenstellers eens dat de komst van een sportschool een uitbreiding
van het sportaanbod zou zijn. In het Wijkprofiel Stevenshof 2006 is een sportschool destijds genoemd als een voorbeeld van een activiteit, maar in de verdere planvorming is dit niet meegenomen. Zie verder de beantwoording bij vraag 3.
3. Constateert het College, met de CDA fractie, dat de onderhandelingen gestagneerd zijn? Zo ja, kan het College de probleempunten nader duiden. Zo nee, in welke fase bevinden de onderhandelingen zich dan en op welke termijn verwacht het College de onderhandelingen af te ronden?
Er is eind 2009 contact geweest met iemand die een sportschool wilde beginnen in Zwaluw 2.
Deze belangstellende heeft zijn plannen in grote lijnen kenbaar gemaakt en vervolgens is er door de gemeente een grove inschatting van de verbouwingskosten gemaakt. Gezien de geschatte verbouwingskosten in relatie met de termijn waarop de sportschool het pand zou kunnen gebruiken (vooralsnog voor maximaal 3 jaar) bleek het plan voor de initiatiefnemer niet rendabel te zijn. In het kader van het voorkomen van concurentievervalsing kan de gemeente –als er al financiën beschikbaar zouden zijn- de ondernemer niet financieel tegemoetkomen in de verbouwingskosten.
4. Kan het College aangeven wat de plannen zijn voor het gebouw Zwaluw 2 voor de komende 10 jaar?
Voor de komende drie jaar is het pand voor een gedeelte verhuurd aan de Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Midden- Holland. Er zijn nog geen plannen voor de periode daarna.
Totdat duidelijk is wat er met het pand/de locatie gaat gebeuren,zullen er alleen tijdelijke huurovereenkomsten worden afgesloten.
Op verzoek van de raad wordt momenteel onderzoek verricht naar een structurele jongerenvoorziening.
Tot slot vindt het CDA het opvallend dat er in het preventieteam Stevenshof geen deelnemer uit de sportwereld aanwezig is.
5. Is het College bereid het preventieteam (en niet alleen in de Stevenshof) uit te breiden met mensen uit de sportwereld van deze wijk?
In het preventieteam wordt de sportwereld ambtelijk vertegenwoordigd. In voorkomende situaties kan het team uiteraard worden uitgebreid met mensen uit de sportwereld.
Problemen hangjongeren op de Topaaslaan en Turkooislaan in Leiden
(ingekomen op 19 augustus 2010)
De GroenLinks fractie is op de hoogte gesteld van toenemende problemen rond hangjongeren op de Topaaslaan en Turkooislaan in Leiden. Deze jongeren hangen voornamelijk ’s nachts rond nabij het Buurtcentrum Morschwijk en verzorgen overlast voor de buurt en haar bewoners.
Deze overlast bestaat uit geluidsoverlast, schade aan aldaar geparkeerde auto’s en intimiderend gedrag. Ondanks herhaalde meldingen van bewoners in de omgeving, wordt deze overlast slechts groter. Thans is deze op een punt gekomen dat er gerede kans op escalatie van de huidige situatie bestaat.
Navraag leert dat er inmiddels door diverse bewoners aangifte is gedaan bij de politie wegens o.a. overlast en bedreiging. Ook zouden buurtbewoners vanwege de genoemde overlast uit de wijk willen vertrekken.
De fractie van GroenLinks acht de ontstane situatie onaanvaardbaar en op grond van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Gemeenteraad, wil zij u de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 28 september 2010)
1. Is de gemeente op de hoogte van deze problemen?
Het geschetste beeld komt deels overeen met het beeld dat wij hebben. De overlast en de vernielingen zijn de afgelopen tijd sterk verminderd. Uit recent contact met de politie blijkt dat de groep die oorspronkelijk uit 30-40 jongeren bestond inmiddels nog uit 10 jongeren bestaat en dat slechts een enkele bewoner een melding bij de politie heeft gedaan. De overlast die nog aanwezig is wordt momenteel door een handjevol jongeren veroorzaakt en richt zich op één bewoner. Deze jongeren zijn in beeld bij jongerenwerk en de politie. Zij worden door de jongerenwerkers intensief begeleid. Wanneer nodig treedt de politie repressief op.
2. Zo nee, kan de gemeente zich op korte termijn op de hoogte stellen van deze problemen en hierop actie ondernemen?
Gelet op de beantwoording van vraag 1 is deze vraag niet van toepassing.
3. Zo ja, welke maatregelen heeft de gemeente ondernomen om de overlast te beperken?
Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Midden Holland heeft een breed activiteitenaanbod. De jongerenwerker staat in nauw contact met de jongeren en maakt duidelijke afspraken om zodoende preventief overlast tegen te gaan.
De wijkagent besteedde wekelijks 4 à 5 uur aan de groep en maakte hen bewust van hun gedrag en de gevolgen. Hierdoor is de overlast verminderd. Op het moment dat de groep zich desondanks op de Topaaslaan en Turkooislaan bevond werd deze weggestuurd. Het handelen van wijkagent en jongerenwerk gaat in onderling overleg zodat hun werk en de afspraken met de groep niet met elkaar conflicteren.
Om de buurt en de jongeren nader tot elkaar te brengen is een drietal activiteiten gepland door jongerenwerk, politie en de buurtopbouwwerker. Voor elke activiteit zijn circa 600 brieven verspreid en daarnaast zijn bewoners mondeling uitgenodigd. Aan de eerste activiteit hebben ongeveer 10 buurtbewoners gehoor gegeven. Tijdens deze sessie is getraind op welke manier buurtbewoners jongeren het beste kunnen benaderen om hen aan te zetten tot het gewenste gedrag. De tweede activiteit, waar meer dan 10 buurtbewoners bij aanwezig waren, bestond uit een kennismaking tussen de jongeren en de bewoners in de jeugdsoos. Tijdens de derde activiteit zouden buurtbewoners en jongeren gezamenlijk een WK-wedstrijd bekijken, georganiseerd door de jongeren. Geen enkele bewoner is op deze uitnodiging ingegaan, ondanks mondelinge toezeggingen aan de jongerenwerker.
4. Zo ja, hebben er gesprekken met de buurtbewoners en de betreffende jongeren plaatsgevonden en wat zouden deze eventueel hebben opgeleverd?
Uit beantwoording op vraag 3 valt op te maken dat gesprekken met jongeren en buurtbewoners hebben plaatsgevonden en dat de overlast sterk is verminderd. Om de overlast die zich op dit moment nog voordoet een halt te roepen wordt met de ondervinder van de overlast en de veroorzakers een gesprek gepland. Dit geschiedt onder begeleiding van de wijkagent, waar de overlastondervinder nauw mee in contact staat, en de jongerenwerker die bekend is met de jongeren.
5. Indien de gemeente reeds stappen heeft ondernomen om de problemen tegen te gaan, is het College het met GroenLinks eens dat de mogelijk ondernomen stappen niet tot nauwelijks effect lijken te hebben gehad.
Zie antwoord vraag 4.
6. In dat laatste geval, is mogelijk dat de gemeente op korte termijn met een plan van aanpak komt voor de ontstane situatie ten einde de situatie aldaar te deëscaleren?
Zie antwoord vraag 4.
Adopteren van rotondes
(Ingekomen 27 juli 2010)
Op zondag 14 juli lazen wij in Binnenlands Bestuur dat steeds meer gemeenten hun rotondes laten adopteren. Door het adopteren van rotondes wordt de kwaliteit van de groenvoorziening verbeterd en kan de gemeente tegelijkertijd geld besparen. In diverse gemeenten verspreid over het hele land zijn inmiddels initiatieven ontplooid. Derhalve stellen wij op basis van het Reglement van Orde de volgende vragen aan uw College:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 31 augustus 2010)
1) Is het College bekend met het artikel in Binnenlands bestuur van 14 juli 2010?
Ja.
2) Heeft het College reeds eerder overwogen tot een vergelijkbaar initiatief zoals genoemd in Binnenlands Bestuur van 14 juli 2010? Waarom wel of waarom niet?
Ja, in het kader van Ruimte voor Nieuw Beleid (RV 07.0081 Vaststellen beantwoording inspraakreacties nota Ruimte voor Nieuw Beleid d.d. 10 juli 2007) heeft de Raad besloten tot sponsoring van rotondes door derden.
3) Is het College bereid (alsnog) initiatieven te ontplooien voor een dergelijke vorm van publiek-private samenwerking?
Ja.
4) Indien het antwoord op vraag 3 bevestigend is:”Op welke termijn mag de Raad van het College voorstellen tegemoet zien inzake het adopteren van rotondes”.
De Raad heeft reeds besloten tot sponsoring van rotondes door derden in het kader van Ruimte voor Nieuw Beleid (RV 07.0081 Vaststellen beantwoording inspraakreacties nota Ruimte voor Nieuw Beleid d.d. 10 juli 2007).
De ondernemersvereniging Merenwijk heeft gevraagd de nieuwe rotonde op de Gooimeerlaan te adopteren, de Ondernemers Vereniging Biosciencepark heeft gevraagd de rotondes op de kruising van de Zernikedreef-Darwinweg en die op de kruising van de Einsteinweg-Max Planckweg te adopteren en de ondernemersvereniging Rooseveltstraat-Trekvliet heeft gevraagd de rotonde op de kruising Rooseveltstraat-Vijf Meilaan- Vrijheidslaan te adopteren. De adoptie houdt in dat men de inrichting en het onderhoud voor de komende 5 jaar voor hun rekening neemt.
Binnenkort zullen wij de contracten tekenen met de betrokken ondernemersverenigingen.
Vooruitlopend daarop hebben de ondernemersverenigingen Merenwijk en Ondernemers Vereniging Biosciencepark de rotondes, inmiddels ingericht. Dit in goed overleg met de gemeente, waarbij getoetst is aan de CROW richtlijn ‘Eenheid in rotondes’ publicatie 12.
Opknappen Stevenspark in de Stevenshof
(ingekomen 17 juni 2010)
Momenteel wordt in de wijk de Stevenshof het Stevenspark opgeknapt. De uitgangspunten van de opknapbeurt waren samengevat het zo goed mogelijk benutten en beheren van het groen en een goede afwatering tot stand brengen om de wateroverlast in het park te bestrijden. Het ontwerp voor dit park is door de gemeente in nauw overleg met een klankbordgroep van wijkbewoners tot stand gekomen. Nu blijkt tijdens de uitvoering dat de plannen gewijzigd zijn ten opzichte van de afspraken met de buurtbewoners. De PvdA wil op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 10 augustus 2010)
1. De PvdA-fractie heeft begrepen dat er geen maatregelen (met de mogelijke uitzondering van het kunstgrasveld) zijn genomen om de afwatering in het park te verbeteren. Graag wil de PvdA-fractie van u een antwoord hoe tot deze afweging is gekomen terwijl dit één van de uitgangspunten was om over te gaan tot het opknappen van het park;
In het park is drainage aangebracht om de afwatering te verbeteren.
2. In het verleden is rondom de waterspeelplaats een goed hek neergezet op aandringen van buurtbewoners vanuit het oogpunt van veiligheid. De groenontwerper van de gemeente heeft de leden van de klankbordgroep weten te overtuigen dat dit onnodig was en weg moest. Nadat dit hek aan het begin van de renovatie is weggehaald is afgelopen week een nieuw hek geplaatst, tegen alle afspraken in. Graag wil de PvdA-fractie van u weten waarom dit is gebeurd. Dit niet alleen omdat dit niet de afspraak was maar ook vanuit het oogpunt van onnodige kosten;
Er is afgesproken dat er een haag zou komen rondom de waterspeelplaats. Het is beleid van de gemeente om een haag altijd te combineren met een hekwerk. Dit ter ondersteuning van de haag en om te voorkomen dat men er doorheen gaat lopen. Uit ervaring blijkt dat er zich anders geen gesloten haag vormt. Als de haag volgroeid is, is het hekwerk nauwelijks meer te zien.
3. Ook heeft de PvdA-fractie begrepen dat de gemeente nu al kampt met een overschrijding van het budget van € 50.000,00 en dat er daarom op de laatste stuk van de renovatie bezuinigd moet worden. Graag wil de PvdA-fractie van u weten hoe het komt dat deze overschrijding heeft plaatsgevonden en op welke punten de gemeente nu bij de uitvoering wil bezuinigen;
Er zijn werkzaamheden verricht die op dit budget drukken, maar gedeeltelijk gedekt worden uit andere begrotingsposten. Dit is in het financiële systeem nog niet verwerkt. Zoals ook de bijdrage voor het kunstgrasveld door de districtsraad.
Het werk is duurder dan in eerste instantie geraamd. De meerkosten zitten vooral in duurdere drainage, meer grondverzet, meer voorbereidend werk en het kunstgrasveld. Bezuinigd is op het soort asfalt, in plaats van schelpenasfalt is zwart asfalt gebruikt omdat dit goedkoper is.
4. Als laatste punt wil de PvdA-fractie de volgende zorg uitspreken. Burgers is gevraagd mee te denken over dit project en burgers hebben dit ook gedaan door het bijwonen van een informatieavond en klankbordvergaderingen. Nu vervolgens anders wordt gehandeld door de gemeente dan afgesproken lijkt dit weinig zinvol geweest. Ook lijkt het de PvdA-fractie zinvol om de klankbordgroep en de wijkraad Stevenshof zo spoedig mogelijk te informeren over de huidige stand van zaken. Graag wil de PvdA-fractie hierop een reactie van het college.
De renovatie van het park is grotendeels uitgevoerd zoals besproken met de klankbordgroep. Desalniettemin zijn wij bereid de klankbordgroep en de wijkraad te informeren over de huidige stand van zaken. Daarom zal er na de vakantie, in september, een bijeenkomst worden georganiseerd.
Breestraatbomen
(Ingekomen op 31 maart 2010)
Sinds 2009 staan er in de gehele Breestraat bomen in grijze bakken grint die het aangezicht van de moeten opfleuren. De ChristenUniefractie heeft eerder al aandacht gevraagd voor het onderhoud van dit groen omdat de boompjes er al snel verdord bij leken te staan. Verantwoordelijk wethouder (dhr. Van Woensel) heeft ons er destijds op gewezen dat er niets aan de hand was, omdat deze kennelijk bijzondere flora in de winter een bloeiperiode zou kennen. Nu de winter voorbij is en de bomen er alleen maar verwaarloosd bij hebben gestaan heeft de ChristenUnie geconstateerd dat de gemeente ze alsnog aan het vervangen is. Vanuit het oogpunt van zorgvuldig omgaan met groen en gemeenschapsgeld heeft de ChristenUnie de behoefte om het College van B en W op grond van artikel 45 van het reglement van orde hierover enkele vragen stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 28 mei 2010)
1. Was het vervangen van de genoemde bomen op deze (korte) termijn gepland? Zo nee, waarom moest dit nu al gebeuren?
Op verzoek van de ondernemers werden in het voorjaar van 2009 de boombakken geplaatst. Zowel de boombakken als de beplanting zijn door de ondernemers uitgekozen. Omdat de ondernemers graag in het voorjaar en zomer 2009 tastbaar resultaat wilde zien van de voorgestelde verbeteringen, werden de bomen geplant buiten het plantseizoen. Bomen hoeven niet per definitie in het plantseizoen geplant te worden, maar de kans op uitval is wel groter. Dit risico werd aanvaardbaar geacht.
Na de aanplant van de bomen in de Breestraat, begon een warm en droog voorjaar met bovendien een harde wind. De jonge bomen hadden nog niet de mogelijkheid gehad om goed te wortelen in de nieuwe grond, wat noodzakelijk is voor een goede wateropname. Van de andere kant verdampten de bladeren van de bomen door de extreem warme weersituatie te veel vocht. De opnamecapaciteit van de wortels stond nog niet in verhouding tot de grote hoeveelheid vocht die de bladeren verdampten. Dit resulteerde in een triest beeld van bomen die het niet best deden en het voor een deel niet hebben gehaald.
In het najaar van 2009 kwam het verzoek van de ondernemers om de aanplant na de winter van 2009 en in het vroege plantseizoen van 2010 te vervangen door een ander soort. Deze wens is inmiddels uitgevoerd.
2. Is het probleem van de bakken niet dat deze te klein of anderszins ongeschikt zijn om er een boom fatsoenlijk in te laten wortelen? In hoeverre heeft het College hierover destijds deskundig advies ingewonnen?
De ondernemersvereniging is samen met de gemeente verantwoordelijk voor inrichting en beheer van de boombakken.. De ondernemersvereniging heeft deskundig advies ingewonnen bij de groenspecialist van het gemeentelijk Ingenieursbureau van de gemeente Leiden. Deze gekwalificeerde groenspecialist heeft advies gegeven over de beplanting van de boombakken en toezicht gehouden op de aanplant. De boomsoort en de afmeting van de boombakken zijn vooraf op elkaar afgestemd, de bakken zijn geschikt.
Op dit moment gaan wij na, of de bakken uiterlijk dit najaar kunnen worden vervangen door een andere variant boombak zoals bijvoorbeeld die bij het LUMC staat, in verband met de veiligheidsvoorschriften rondom 3 oktober.
3. Wat hebben de bomen en bakken in de Breestraat aanvankelijk gekost? (graag uitsplitsen) Wat kost het vervangen van deze flora?
De keuze van de bakken en beplanting is door de ondernemingsvereniging gemaakt,op advies van de ambtelijke organisatie en past binnen het door de gemeente beschikbaar gesteld budget. De kosten zijn als volgt:
Aanschaf 2009:
Boombakken €27.000,-
Bomen € 4.875,-
Plaatsingskosten + aanplant € 3.445,80
Water geven € 1.464,- +
€36.784,80
Vervangingskosten 2010:
onderbeplanting € 1.134,90
38 bol-platanen € 3.990,-
Aanplant en onderhoud het gehele groeiseizoen € 8.887,- +
€14.011,90
4. Wat gaat het College doen om in de toekomst de Breestraat écht op te fleuren en er bloeiende bomen te laten zien?
De ondernemersvereniging Breestraat en de wijkvereniging Pieters& Academiewijk doen voorstellen om de Breestraat echt op te fleuren en te verbeteren. Dit wordt ambtelijk gefaciliteerd en gefinancierd uit de middelen van het programma Binnenstad.
Wij verwachten dat deze bomen en planten goed zullen aanslaan en dat de ondernemers van de Breestraat en het publiek kunnen genieten van het groen en de bloemen.
Parkeerdruk in de Merenwijk
(Ingekomen 11 mei 2010)
Op 26 mei 2009 besloot de Raad, in raadsvoorstel 09.0039 (kadernota bereikbaarheid) onder besluitpunt 1.II.h, om:
”in 2009 parkeeractieplannen voor Bockhorst en Merenwijk op te stellen om de parkeercapaciteit voor bewoners te vergroten, en deze plannen in 2009 en 2010 uit te voeren”.
In de programmarapportage 2009 meldt het College echter dat het “wijkactieplan parkeren Merenwijk” er in 2009 niet komt omdat het op de zogenaamde “Niet-lijst” staat, een lijst die het toenmalige College opstelde van zaken waartoe weliswaar was besloten, maar die niet op korte termijn zouden worden uitgevoerd wegens gebrek aan ambtelijke capaciteit.
Deze “Niet-lijst” is echter (1) nooit door de Raad vastgesteld en (2) dateert van vóór de kadernota bereikbaarheid, zodat het hierboven geciteerde raadsbesluit prevaleert.
Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad stellen wij daarom de volgende vragen:
1. Is er voor de Merenwijk inmiddels een parkeeractieplan opgesteld?
2. Zo nee, wanneer zal dit worden opgesteld?
3. Verwacht het College het parkeeractieplan Merenwijk conform raadsbesluit in 2010 te kunnen uitvoeren?
4. Zo nee, wanneer verwacht het College het parkeeractieplan Merenwijk te kunnen uitvoeren?
Niet op alle plaatsen in de Merenwijk is er een parkeerprobleem. Op sommige locaties is de situatie echter nijpend. Bewoners van de “Tuinen” hebben daarom al enige tijd geleden gedetailleerde voorstellen gedaan voor het creëren van 30 extra parkeerplaatsen in hun buurt. Hierop is echter van de zijde van de gemeente niet gereageerd.
5. Op welke wijze zal het College vorm geven aan overleg met buurtbewoners over mogelijkheden om de parkeercapaciteit voor bewoners te vergroten?
Bij het plaatsen op de “Niet-lijst” gaf het College aan dat er op het gebied van parkeeractieplannen geen initiërende rol van de gemeente zou plaatsvinden in 2009.
6. Is het College bereid om de ontwikkeling van parkeeractieplannen te versnellen door buurtbewoners te vragen zelf ideeën aan te dragen c.q. een initiërende rol te spelen, zoals dit in de Stevenshof is gebeurd.
Kapotte Churchillbrug
(Ingekomen 2 februari 2010)
Sinds geruime tijd ondervinden de bewoners in de buurt van de Churchillbrug over de Oude Rijn overlast van een defect aan de brug. Doordat de brug niet goed sluit hebben de bewoners te maken met trillingen en een allesdoordringende bonkend geluid. Dit heeft volgens enkele bewoners geleid tot scheuren in hun huizen. Daarnaast wordt het bonkend geluid als zeer storend ervaren zeker als er in de nacht met hoge snelheid over de brug wordt gereden.
De bewoners hebben al verschillende keren contact gehad met de gemeente om dit probleem op te lossen. Ook ik heb hierover gesproken met enkele ambtenaren.
Helaas heeft dit nog niet geleid tot een adequate oplossing en de bewoners is nog steeds niet helemaal duidelijk wat precies een goede oplossing in de weg staat.
Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad stel ik de volgende vragen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 20 april 2010)
1. Bent u het met mij eens dat het een probleem is dat opgelost dient te worden?
Het is bekend dat de bewoners van de Morsweg overlast hebben van de Churchillbrug. Het college is het met u eens dat de overlast beperkt moet worden tot de gangbare normen die hiervoor gelden en dat in die zin het probleem opgelost dient te worden.
2. Welke acties heeft u tot nu toe ondernomen om het probleem op te lossen?
Vanaf de eerste signalen van overlast begin 2009 is actie ondernomen om de overlast te beperken en zijn herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de mechanische onderdelen van de brug. Dit heeft toen niet tot verbeteringen geleid.
In juli 2009 is opdracht gegeven aan het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam om onderzoek te doen en vervolgens hersteladvies te geven: geconstateerd werd dat er te veel beweging zat in het brugdek en dat de laagfrequente trillingen de oorzaak waren van de overlast. De gemeente Rotterdam heeft geadviseerd om hydraulische opleggingen aan te brengen en tevens de achterzijde van het brugdek (zgn. achterhar) te verzwaren, en zij maakte tevens een plan van aanpak.
De gemeente Rotterdam heeft aangegeven dat de oplossing een significante doch gelimiteerde reductie zal opleveren van het geluidsniveau en dat overeenkomstig de literatuur reducties van 5 – 10 dB mag worden verwacht (het geluid kan niet in overwegende mate worden weggenomen). Naast het verminderen van de geluidsoverlast zal naar verwachting ook de trillingsoverlast navenant gereduceerd worden.
In september 2009 is gebleken dat “het werken met hydraulische opleggingen” niet kan voldoen omdat de vervormingen in de brug als gevolg van uitzetting en krimp, hiervoor te klein zijn. Op basis van nader onderzoek door de gemeente Rotterdam is voorgesteld (december 2009)om met een zgn. “klauwconstructie” te werken waarbij het brugdek en het landhoofd ”vast” tegen elkaar worden aangetrokken.
De methode “klauwconstructie” is besproken met een gespecialiseerd bruggenbouwbedrijf (HOFMAN Sliedrecht bv) om de praktische haalbaarheid te toetsen. Dit heeft geleid tot een aangepaste en momenteel voorliggende oplossingsrichting van de aannemer waarbij het aantal opleggingen wordt verminderd tot twee aan elke brugzijde en de voorkant van de brug (het I-profiel) te verstijven. In deze opzet worden de theoretische voorwaarden om de geluidsreductie te bewerkstelligen, ingepast in een praktische uitvoering. De methodiek wordt binnenkort uitgewerkt.
Na de winterperiode hebben deze metingen nog niet kunnen plaatsvinden – de planning was om deze metingen in de 2e helft van februari 2010 uit te voeren. Het uitblijven van de vereiste weersomstandigheden (een oostenwind in combinatie met een volledig regenloze dag volgens de meetvoorschriften) zijn hiervoor voornamelijk de oorzaak geweest.
3. Wat is (zijn) de reden(en) dat er nog steeds geen oplossing is?
De onderzoeksopdracht aan de gemeente Rotterdam heeft om verschillende technische redenen vertraging ondervonden (zie 2.). De problematiek is ook een ingewikkelde.
De Churchillbrug is een grote, lichte en beweegbare brug met een stalen brugdek zoals er vele zijn gebouwd in de jaren 60 en die hetzelfde euvel hebben, namelijk het leveren van geluidoverlast. Het materiaal is temperatuurgevoelig en vervormt sterk als gevolg van uitzetting en krimp. Een bijkomend probleem vormt het aantal van vier oplegpunten aan de voor- en de achterkant van de brug, waar de “brugvervorming” bij het op- en afrijden van de brug geluidoverlast bezorgt.
4. Op welke termijn verwacht u het probleem opgelost te hebben?
Momenteel wordt gewerkt aan een oplossing die is aangereikt door HOFMAN Sliedrecht bv die tevens de instemming heeft van het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam. Indien over deze oplossingsrichting binnenkort positief besloten wordt, zal met de uitvoering hiervan naar verwachting op zijn vroegst half juni 2010 gestart kunnen worden.
De kostenraming van de nu voorliggende oplossing bedraagt € 141.900,- (excl. BTW). Er wordt hierbij vanuit gegaan dat er niets gedaan behoeft te worden aan de hoofddraaipunten van de brug als gevolg van het niet in de lijn liggen van de nieuwe steunpunten (realisatiekosten hiervoor worden geraamd op € 52.400,-). Pas later zal blijken of deze kosten daadwerkelijk gemaakt moeten worden.
5. Indien de oplossing nog even op zich laat wachten bent u dan bereid om tijdelijke maatregelen te nemen zoals snelheidbeperkende maatregelen?
Naar verwachting zal over enkele weken besloten worden om de nu voorliggende aanpak te kiezen. Het nemen van tijdelijke maatregelen zal dan niet van toepassing zijn.
Mocht onverhoopt de besluitvorming langere tijd op zich laten wachten dan is er bereidheid om tijdelijke maatregelen te nemen waardoor de geluidoverlast beperkt zal worden.
6. Bent u bereid de door dit probleem veroorzaakte schade aan de betrokkenen te vergoeden?
Er is geen relatie aangetoond tussen het functioneren, het gebruik van de brug en schade als gevolg hiervan aan eigendom van bewoners. Een oorzakelijk verband is voor zover bekend niet aangetoond. Indien hiervan sprake is kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld en zal een en ander juridisch getoetst worden.
Fraude Meldpunt Integriteit Woningcorporaties
(Ingekomen 16 april 2010)
Onlangs maakt het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties bekend dat in het afgelopen jaar 20 gevallen zijn gemeld van serieuze fraude of anderszins die nader onderzocht moeten worden.
Op grond van artikel 43 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad wil de PvdA de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders (ingezonden 8 juni 2010)
1. Bent u bekend met de onlangs verschenen publicatie?
Ja, wij zijn bekend met de publicatie.
2. Weet u of er Leidse corporaties betrokken zijn bij de 20 meeste serieuze gevallen en/of bij de overige lichtere gevallen?
Nee, voor zover wij weten zijn er geen Leidse corporaties hierbij betrokken.
Zo ja, over welke zaken gaat het dan? Zo nee, gaat u op korte termijn hierover contact opnemen met de corporaties?
Wij hebben hierover contact opgenomen met de Leidse corporaties. Zij hebben aangegeven hierbij niet betrokken te zijn.
3. Indien een van de Leidse corporaties hier bij betrokken is heeft dit dan (financiële) consequenties voor eventuele afspraken voor de gemeente Leiden?
Niet van toepassing
Rapportage Holthuis
(Ingekomen 31 maart 2010)
'Wijt niet aan kwade trouw wat voortvloeit uit onvermogen'. Deze uitspraak van Churchill vormt de ondertoon van de conclusies van dhr. Holthuis over gang van zaken rond de vergunningverlening voor Noordeinde 44. Inmiddels heeft het college gereageerd op de conclusies van het rapport. De conclusies worden door het college onderschreven. Naar aanleiding van de conclusies over de werkwijze van de gemeente verwijst het college naar de organisatieveranderingen die de gemeente in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt.
De ChristenUniefractie acht dat de bevindingen uit de rapportage echter aanleiding geven tot meer kritische reflectie. Dit betreft onder andere de procedures rond bouw- en drank- en horecavergunningverlening en de verhouding tussen horeca en bestemmingsplannen. Met name dit laatste is in het verleden namelijk meer dan eens onderwerp van misverstand en onbegrip geweest, zoals bij de Koppenhinksteeg.
Om die reden wil de ChristenUnie op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde de volgende vragen aan het college stellen.
Op grond van de huidige regelgeving kan een ondernemer een horecavergunning aanvragen en verkrijgen terwijl het pand waar de ondernemer zijn nering wil beginnen geen horecabestemming heeft. Dit wekt verwachtingen en onbegrip bij ondernemers en omwonenden, zie de discussies in het verleden rond de Koppenhinksteeg.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 27 april 2010)
1. Is het mogelijk om de regelgeving zodanig aan te passen dat horeca en bestemmingsplan in dit opzicht 'synchroon' gaan lopen; wil het college zich hiervoor inspannen?
De problematiek rond de horecavestiging in Noordeinde 44 is mede ontstaan door de ‘kleine lettertjes’ in het bestemmingsplan, nl. de horecalimiet.
Het juridische kader voor een horecavergunning bestaat uit de Drank- en Horecawet (hierna: DHW). Dit is landelijke regelgeving. Een vergunningaanvraag wordt getoetst aan de weigeringsgronden, die in de DHW staan vermeld. Indien geen van deze weigeringsgronden aanwezig is, dient de vergunning te worden verleend. Hiermee hebben deze weigeringsgronden een limitatief karakter en bepaalt de DHW dwingend wanneer een vergunning moet worden geweigerd. Het bestemmingsplan vormt geen weigeringsgrond op basis van de DHW.
Op dit moment zijn wij bezig met een verbeterslag met betrekking tot de afstemming van horeca en bestemmingsplannen. Afspraken zijn gemaakt over de informatievoorziening richting de aanvrager en het behandelen van de aanvraag. In het kader van het vooroverleg met de aanvrager van een horecavergunning wordt een eerste toets aan het bestemmingsplan gedaan en wordt de aanvrager op eventuele strijdigheden gewezen. De aanvrager wordt zo goed mogelijk ingelicht over andere besluiten, die aangevraagd moeten worden om de activiteit uiteindelijk te mogen verrichten.
Om de procedures synchroon te laten lopen, wordt in de toekomst een aanvraag horecavergunning, die in strijd is met het bestemmingsplan tevens opgevat als een verzoek om ontheffing van het bestemmingsplan. Horeca stuurt de aanvraag intern door naar het verantwoordelijke team, zodat het hier in behandeling genomen kan worden. Daarnaast zal de aanvrager ook in de begeleidende brief bij het afgeven van de horecavergunning op de hoogte worden gesteld van de eventuele strijdigheid met het bestemmingsplan.
2. Zijn deze ervaring en ervaringen met eerdere bestemmingsplannen reden om af te zien van de toevoeging van dit soort clausules in bestemmingsplannen en de APV? Zou het niet meer voor de hand leggen de afwegingen rond de omvang van de horeca vast te leggen in bv. een gemeentelijke horecanota, zodat dit ook nog ruimte kan bieden voor maatwerk indien nodig?
Ook de indeling van de horeca in verschillende categorieën geeft onbedoelde neveneffecten t.a.v. bistro's en kleine restaurants, zie de opmerkingen op pag. 18 van de rapportage.
De regeling zoals opgenomen in het ten tijde van de aanvraag van een café vestiging geldende bestemmingsplan Academiewijk, waarbij in een aparte bepaling het aantal cafés werd geregeld, komt niet meer voor in de huidige bestemmingsplannen. Op de plankaart (of in de digitale plannen: de verbeelding) wordt exact aangegeven waar en welk type horeca is toegestaan. Via wijzigingsbevoegdheden en ontheffingsmogelijkheden kan nog enig maatwerk worden ingebouwd. Afgezien hiervan is het op zich zinvol te beschikken over een gemeentelijke horecanota, waarin het gemeentelijk horecabeleid is vastgelegd. Een dergelijke nota kan echter niet fungeren als bestemmingsplan, maar wel als onderliggend beleidsinstrument bij het opstellen van een bestemmingsplan. Op dit moment wordt onderzocht of het mogelijk is om in een horecanota vast te leggen op welke locaties in de stad horeca wenselijk is en welke categorieën horeca daar wenselijk zijn.
Evenmin kan de APV fungeren als bestemmingsplan, omdat daarin geen planologische aspecten kunnen worden geregeld.
3. Geven deze opmerkingen nog aanleiding de huidige indeling van de horeca te herzien?
De rapportage zet grote vraagtekens bij het ontbreken van deugdelijke motivatie bij afwijzende beslissingen over bv. vergunningaanvragen.
Nee. De huidige bestemmingplannen verschaffen veel meer duidelijkheid, doordat op de kaart staat aangegeven waar en welke categorieën horeca zijn toegestaan. Ook blijft het wenselijk een onderscheid te maken tussen de categorieën horecagelegenheden, zoals een lunchroom en een restaurant en de café-inrichtingen die overwegend zijn gericht op het
nuttigen van alcoholische dranken. De verschillende horecagelegenheden hebben ieder een andere uitstraling op het woon- en leefmilieu van de omgeving. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan besluit de raad waar horecavestigingen zijn toegestaan en welke categorieën mogelijk zijn.
4. Is het college voornemens om verandering te brengen in deze werkwijze en afwijzingen gepaard te laten gaan met een goede inhoudelijke motivatie?
De rapportage velt in het geval van Noordeinde 44 een negatief oordeel over de wijze waarop de vergunningaanvragers bijna gedwongen worden om vergunningaanvragen in te trekken om de verhouding met de gemeente goed te houden of, op pag. 26, moeten beloven om af te zien van procedures richting de gemeente in ruil voor gemeentelijke medewerking bij de bestemmingsplanherziening.
Ja. Wij onderschrijven het standpunt dat besluiten op aanvragen voldoende moeten worden gemotiveerd. Ten aanzien van aanvragen om bouwvergunningen geldt in dit verband dat een enige tijd geleden ingezette verbeterslag (mede met het oog de invoering van de Wabo) al zorgt voor verbetering van de ambtelijke adviezen en van de motivering van negatieve besluiten.
5. In hoeverre is de op pag. 23, 24 en 26 beschreven werkwijze de praktijk? Hoe beoordeelt het college dergelijke werkwijze? Wat gaat het college doen om de verhouding tussen overheid en burgers in dit opzicht zuiver te houden?
Een van de conclusies van het rapport Holthuis is dat het ambtelijk apparaat een belangrijke eigenschap ontbrak om zich een professionele ambtelijke organisatie te noemen, namelijk het vermogen om zich in de burger te verplaatsen. In de inhoudelijke reactie op de rapportage wijst het college vooral op organisatieveranderingen. Maar in de ervaring van de ChristenUnie verandert een dergelijke cultuur niet door enkel structuurveranderingen aan te brengen.
Zie het antwoord onder vraag 6.
6. Welke concrete maatregelen zal het college nemen om de klantgerichtheid (meedenken, attent en correct gedrag) van de medewerkers, zoals werkvloer als leidinggevenden te verbeteren? Op welke wijze gaat het college ‘meten’ of de broodnodige cultuuromslag ook daadwerkelijk tot stand komt? Is het college bereid de Raad op dit punt de komende jaren nauwgezet op de hoogte te houden van inspanningen en resultaten?
Voor de beantwoording van de vragen 5 en 6 wordt verwezen naar de brief van het college aan de raad d.d. 17 maart 2010. Hierin staat vermeld dat het college de algemeen directeur heeft gevraagd voor het zomerreces een plan van aanpak te presenteren met daarin concrete voorstellen voor verbetering van dit cultuuraspect voor de betrokken vakgebieden. De inzet is maatregelen te treffen die de klantgerichtheid van de medewerkers verbetert en tegelijkertijd zorgt dat het beoogde doel, binnen de kaders van de wet- en regelgeving, wordt bereikt. Het college is bereid om de raad geïnformeerd te houden.
Reclameposters voor "Pindipje/Saldodipje
(Ingekomen 15 maart 2010)
Enige tijd geleden hingen in de MUPI's dit in de gemeente staan, reclameposters voor 'Pindipje / Saldodipje'. Onder deze namen worden minikredieten (ook wel flitskredieten) aangeboden. Deze kredieten zijn zeer kortlopend en kunnen na registratie op de website van de aanbieder d.m.v. een SMS-je worden aangevraagd. Er vindt géén toetsing bij het Bureau Kredietregistratie plaats en ook wordt de lening daar niet geregistreerd.
Omdat deze leningen niet onder de Wet op het Consumentenkrediet (WCR) vallen, is de kredietverstrekker vrij in het bepalen van het rentepercentage. Deze rentepercentages lopen (afhankelijk van het geleende bedrag en de afbetalingstermijn) op tot maar liefst 600%! Het ministerie van Financiën werkt weliswaar aan wetgeving om deze flitskredieten onder de WCR te doen vallen, maar deze wetgeving is nog (wel even) aanhangig in het parlement.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 6 april 2010)
Bovenstaande geeft mijn fractie aanleiding tot het stellen van de volgende vragen (op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde):
1) Bent u met de Partij van de Arbeid van mening dat door de zeer lage drempel voor het afsluiten van deze kredieten en de wanstaltig hoge rentes (door de aanbieders servicekosten of aanvraagkosten genoemd) deze producten, alhoewel legaal, onwenselijk zijn? Zo nee, waarom niet?
2) Bent u met de Partij van de Arbeid van mening dat, waar mogelijk, de gemeente zijn invloed moet doen gelden om de verspreiding van deze vorm van uitbuiting tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?
De gemeente heeft een overeenkomst met JCDecaux gesloten over de exploitaties van de MUPI’s en ABRI’s. Voor een tweetal producten (tabak en alcohol) zijn er in de overeenkomst met JCDecaux afspraken gemaakt over het (maximum) aantal reclameuitingen.
3) Bent u met ons van mening dat ook over deze flitskredieten afspraken met JCDecaux gemaakt moeten worden en dat deze afspraak zou behoren te luiden: in het geheel geen reclame voor deze producten? Zo nee, waarom niet?
4) Bent u bereid op zeer korte termijn met JCDecaux in overleg te treden om het contract op bovenstaand punt aan te passen? Zo nee, waarom niet?
Wij nemen kennis van uw zorgen omtrent wat in de volksmond heten de ‘flitskredieten’. Uiteraard zouden wij graag antwoorden op uw vragen, ware het niet dat uw vragen naar onze mening (bijna) zijn ingehaald door de actualiteit.
Wat wil het geval?
Zoals te lezen in de beantwoording van de vragen van het Tweede Kamer-lid Karabulut (SP) over flitskredieten (ingezonden 1 februari 2010, beantwoording 15 februari 2010), zal de aanstaande wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van de Europese richtlijn Consumentenkredieten (richtlijn nr. 2008/48/EG) naar verwachting per 11 juni 2010 in werking treden. Het effect is dat ook de flitskredieten aan de wettelijk maximum kredietvergoeding dienen te voldoen. Verder zal de aanbieder van flitskrediet het jaarlijkse kostenpercentage inzichtelijk moeten maken en dient er voorafgaand aan een eventuele verstrekking een kredietwaardigheidtoets plaats te vinden.
Naar onze mening valt met de aanstaande inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving de mogelijkheid weg tot continuering van de huidige flitskrediet-praktijk.
Nu de inwerkingtreding naar het zich laat aanzien op relatief korte termijn het geval zal zijn, achten wij het voor de tussenliggende tijd nog ondernemen van de door u voorgestelde acties niet proportioneel en daarmee niet wenselijk. (Realisatie zou bovendien naar aller waarschijnlijkheid meer tijd kosten dan de tijd tussen nu en de invoering van de nieuwe regelgeving.)
Zienswijzen inzake Masterplan Noordman
(ingekomen 22 februari 2010)
Tijdens de behandeling van de zienswijzen inzake het Masterplan Noordman op 12 oktober 2004 heeft de Raad een aantal amendementen en moties aangenomen en heeft toenmalig wethouder Hillebrand een aantal toezeggingen gedaan. Zie bijlage 1 voor een samenvatting van de punten die ik namens de PvdA-fractie heb ingebracht en de reactie van het college daarop.
Inmiddels lijkt weliswaar duidelijk dat het grootste knelpunt bij de breedte van het vaarwater is opgelost. Maar onduidelijk is of de ontwikkeling van het gebied conform deze besluitvorming heeft plaatsgevonden en of de toezeggingen zijn nagekomen.
Om zekerheid te krijgen voor de betrokkenen stel ik u, op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de Gemeenteraad, de volgende vragen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 13 april 2010 )
1. Op welke wijze heeft uw college inmiddels gegarandeerd dat over de volle lengte van het Noormanterrein voldoende ruimte overblijft voor de roeisport, dat wil zeggen minimaal 42 meter voor twee wedstrijdbanen en een oproeibaan?
Op 21 april 2009 heeft de raad een partiële herziening van het ligplaatsenplan vastgesteld waarin de minimaal vrije breedte van 42 m wordt gewaarborgd zoals bij de behandeling van het Masterplan en de herziening van het ligplaatsenplan is toegezegd.
2. Met amendement 1 (zie bijlage) heeft de gemeenteraad besloten een aanlegverbod vast te stellen voor de Rijnzijde van het terras bij de horecagelegenheid. Dit aanlegverbod is er momenteel niet of het wordt niet gehandhaafd. Af en toe ligt daar zelfs een brede rondvaartboot afgemeerd. Waarom is de gemeenteraad niet geïnformeerd over het niet uitvoeren van dit besluit en wat kan het college doen om afmeren – in elk geval van brede boten – te voorkomen?
De gemeente is hier niet bevoegd: Noordman heeft de gebruiksrechten van het water; de Staat, Domeinen, is eigenaar en de Provincie beheerder van het water. Ook de wal is geen eigendom van de gemeente. De gemeente heeft geen zelfstandige bevoegdheid om een aanlegverbod in te stellen. Er zijn ons overigens geen klachten bekend over het aanleggen van een rondvaartboot. Indien een rondvaartboot aanmeert is de minimale vrije doorvaarbreedte niet in het geding. Het college zal de exploitant een brief sturen met het verzoek de rondvaartboot in de balkenhaven af te laten meren in plaats van aan de buitenzijde van de steiger/ het terras.
3. Over het aanlegverbod, het weghalen van de kantoorboot en het handhaven van snelheidsovertredingen zijn ook afspraken gemaakt met de roeiverenigingen. Wanneer zal de kantoorboot, die daar volgens het bestemmingsplan niet meer hoort te liggen, worden weggehaald? In hoeverre is handhavend opgetreden tegen snelheidsovertredingen tot nu toe?
De kantoorboot ligt op de plek van een woonark of liever: er ligt een woonark die in gebruik is als kantoor. Er is sprake van een tijdelijke situatie, Noordman heroriënteert zich op de bedrijfsvoering ter plaatse. Wij gaan op grond van het herziene ligplaatsenplan handhavend optreden tegen het strijdige gebruik. Of er klachten zijn over snelheidsovertredingen op het water is ons onbekend. Handhavend optreden tegen snelheidsovertredingen is de verantwoordelijkheid van Politie Hollands Midden; daar worden eventuele klachten behandeld.
4. Bij de Churchillbrug is het vaarwater versmald door het aanleggen van steigers en boxen voor sloepen. Daarvoor zijn twee ligplaatsen voor woonboten vervallen. Heeft het college daarmee ingestemd en zo ja onder welke voorwaarden? Wat is de maximale lengte van de sloepen om een vergunning te krijgen? Past dat binnen de maximale breedte van de voor woonboten bestemde ruimte?
De steiger langs de wal ligt in de zone die volgens het bestemmingsplan Leiden Zuid-West daarvoor bestemd is: voor de route langs de Rijn en voor het afmeren van twee woonarken. In plaats van de ligplaatsen voor de arken heeft de ontwikkelaar boxen voor sloepen gecreëerd binnen de maatvoering van de ligplaatsen: de minimale vrije doorvaarbreedte is hier evenmin in het geding. Met de aanleg van deze boxen heeft de eigenaar afgezien van het creëren van de twee ligplaatsen voor woonboten. Dit is een keuze van de eigenaar, er mogen woonboten liggen, het is geen verplichting.
Wij zullen bezien of voor de aanleg van de boxen een bouwvergunning noodzakelijk is.
5. Per motie heb ik met steun van andere fracties het college gevraagd de Rijnoever voor omwonenden en bezoekers toegankelijk te maken door:
a. In de exploitatie-overeenkomst met Noordman een voorwaarde op te nemen dat in de eindsituatie een voor iedereen toegankelijk pad wordt gerealiseerd langs de oever van de Rijn vanaf de molen tot de Churchillbrug en
b. Eenzelfde bepaling op te nemen in het bestemmingsplan.
In de huidige situatie is het terrein met de appartementen aan de kant van de brug door een hek afgeschermd. De Rijn is nog wel benaderbaar via het parkeerterrein bij de woningen. Op welke wijze heeft het college openbaarheid ook in de toekomst gegarandeerd en zal dit ook in het later te ontwikkelen terrein tot de molen worden gedaan?
In de exploitatieovereenkomst en het bestemmingsplan Leiden Zuid-West is de aanleg van de volledige wandelroute tussen brug en molen vastgelegd. Het al uitgevoerde deel van de route langs het water , tussen houtloods en brug, kan eenvoudig op de omgeving van de brug aangesloten worden. Het hek onder de brug is geplaatst uit beheersoverwegingen en staat de aansluiting van de wandelroute op de brug niet in de weg.
Noordman heeft aangegeven dat de ligplaatsen achter de houtloods niet ingericht worden zolang de houtloods in gebruik is. Daarmee is aanleg van dat deel van de route aangehouden. Op grond van de exploitatieovereenkomst is gegarandeerd dat bij herontwikkeling van de houtloods de verbinding tussen brug en molen alsnog volledig gerealiseerd zal worden.
6. De terrasvergunning, die in 2008 is afgegeven voor het restaurant bij de molen, is – voor zover ik heb kunnen nagaan - niet zoals toegezegd aan de raad voor advies voorgelegd.
In de terrasvergunning, die ik heb opgevraagd, zijn geen specifieke voorwaarden en geluidsnormen opgenomen, zoals toegezegd. Hoeveel klachten zijn er op jaarbasis ingediend tegen geluidsoverlast? Is het college bereid aanvullende afspraken te maken met de exploitant over voorkomen van geluidsoverlast? En is het college bereid aanvullende voorwaarden te stellen aan een nieuwe exploitant, wanneer de huidige exploitant op enig moment vertrekt, om voldoende zekerheden in te bouwen,
De verlening van terrasvergunningen is geen bevoegdheid van ons College maar van de Burgemeester. De door de Burgemeester verleende terrasvergunning heeft de gebruikelijke vorm waarbij geen specifieke nadere voorwaarden zijn gesteld. Op het terras mag geen muziek van welke aard dan ook gemaakt worden.
In de onderhavige situatie is, gezien de grote ruimte, vooralsnog geen aanleiding gezien nadere voorwaarden te stellen die verder strekken dan hetgeen op grond van de APV is bepaald en te handhaven.
Er zijn in 2008 drie en in 2009 vijf klachten ingediend. Deze klachten betroffen met name overlast van (muziek bij) feestpartijen. Voor al deze gelegenheden werd vooraf door de exploitant ontheffing gevraagd en deze werd verleend. Voorzover het op grond van de klachten tot controlemetingen kwam werd geen overschrijding van de normen geconstateerd.
Er is voor de Burgemeester thans geen aanleiding om aanvullende afspraken te maken.
Bijlage
Breedte van het vaarwater
In het debat is uitvoerig stilgestaan bij de breedte van het vaarwater en is de wethouder gevraagd te garanderen dat er voldoende ruimte beschikbaar blijft voor twee wedstrijdbanen en een oproeibaan voor roeiwedstrijden.
De indruk bestaat bij omwonenden dat – anders dan afgesproken - de breedte van het vaarwater is versmald door het plaatsen van damwanden, het aanleggen van steigers en het creëren van boxen om sloepen e.d. dwars op het vaarwater neer te leggen. Daartoe zijn palen in de grond geslagen, omstreeks 7 meter uit de kant.
Amendement 1 (aanvaard) vroeg de zienswijzen met betrekking tot de beperking van de breedte van het vaarwater gedeeltelijk gegrond te verklaren en het college te verzoeken;
in de exploitatie-overeenkomst met Noordman en in de voorwaarden voor de gebruiksvergunning en/of de terrasvergunning en/ of het ligplaatsenplan en het bestemmingsplan Leiden Zuid-West in elk geval de voorwaarden op te nemen:
i. dat aanlegplaatsen uitsluitend in de balkenhaven gerealiseerd mogen worden;
ii dat aan het terras aan de Rijnzijde een aanlegverbod geldt.
citaat uit verslag gemeenteraadvergadering 12 oktober 2004
‘Spreker(wethouder Hillebrand) vindt amendement 1 niet nodig omdat een sterrenrestaurant geen vaarverkeer zal aantrekken. In de Balkenhaven zal het aanleggen geen problemen geven. Bij aanlegplaatsen wordt in de lengte van de boten afgemeerd. De tekening is in dit opzicht onduidelijk omdat de boten haaks op de kant zijn getekend.’
Toegankelijkheid van de Rijnoever
Motie 1 vroeg
a. in de exploitatie-overeenkomst met Noordman de voorwaarde op te nemen dat in de eindsituatie een voor iedereen toegankelijk pad wordt gerealiseerd langs de oever van de Rijn vanaf de molen tot de Churchillbrug en
b. eenzelfde bepaling op te nemen in het Bestemmingsplan Leiden Zuid-West
Bij motie 1 verzocht de wethouder om de vrijheid om dit zo te regelen dat het optimaal gegarandeerd is. Het college steunde volgens hem de intentie van de motie.
Geluidsoverlast van het terras bij het restaurant
De strekking van mijn motie was: in terrasvergunning voorwaarden op te nemen voor geluidsbelasting en daarnaast streng te handhaven geluidsoverlast tbv omwonenden
Ik heb mijn motie ingetrokken toen de wethouder toezegde de terrasvergunning aan de raad voor advies voor te leggen.
Studentenhuisvesting Heerema locatie
(Ingekomen 2 december 2009)
Enige tijd geleden heeft de fractie van GroenLinks schriftelijke vragen gesteld over de mogelijkheid om kantoorruimte (tijdelijk) om te bouwen tot studentenkamers. In Leiden staat namelijk 51.739 vierkante meter kantoorruimte leeg! Dat zijn in potentie 2450 studentenkamers (ong. 21m2 per kamer inclusief voorzieningen). Het antwoord op onze vragen was voor GroenLinks daarom erg teleurstellend. Het College leek weinig moeite te willen nemen om de mogelijkheden van kantoorconversie goed te bekijken. Nu blijkt dat het oude Heerema-gebouw niet gebruikt gaat worden voor de opvang van asielzoekers ziet GroenLinks een goede mogelijkheid om studentenkamers te realiseren in dit grote gebouw op deze centrale locatie.
Daarom willen de fractie van GroenLinks op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen stellen aan het College van Burgemeester en Wethouders:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Het College schreef in haar brief d.d. 30 november 2009 dat er geen opvang voor asielzoekers zal komen in het oude Heerema gebouw aan de Plesmanlaan. Nu dat niet gebruikt gaat worden voor de opvang van asielzoekers, waar gaat het dan voor worden gebruikt?
Het is ons niet bekend welke concrete plannen de eigenaar van het kantoorpand Vondellaan 47 (voormalig hoofdkantoor Heerema) heeft.
2. Wanneer verwacht u dat deze nieuwe bestemming gereed zal zijn?
Momenteel ligt er een kantorenbestemming op dit pand. Bij een bestemmingswijziging naar studentenhuisvesting spelen een aantal aspecten een rol. Belangrijkst is wellicht de nabijheid van een LPG-vulpunt aan de Plesmanlaan. Rond dit vulpunt speelt een extern veiligheidsrisico (normen voor groepsrisico). In de milieuvergunning voor het tankstation is vastgelegd dat het tankstation bevoorraad mag worden tussen 21 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends. Dan zijn de gebouwen in de omgeving (Naturalis, Vijverlokatie, Vondellaan 47) leeg. Bij een bestemmingswijziging naar studentenhuisvesting is dat niet het geval. Het voorstel om een asielzoekerscentrum op deze plek te realiseren werd om deze reden door de Milieudienst afgeraden. Het lijkt waarschijnlijk dat ook in het geval van studentenhuisvesting de norm voor het groepsrisico wordt overschreden. Dit zou echter moeten worden uitgezocht.
Ook speelt geluidwetgeving een rol. Studentenhuisvesting is een geluidgevoelige functie. Er dient een akoestisch onderzoek te worden verricht. De locatie ligt ingeklemd tussen spoor en de Vondellaan / Plesmanlaan. De voorkeursgrenswaarden voor het wegverkeer en railverkeer zullen zeker overschreden worden. Het is maar zeer de vraag of aan de richtlijnen voor de vaststelling van hogere grenswaarde kan worden voldaan. Dit in tegenstelling tot een asielzoekerscentrum waarbij geldt dat dit geen woningen zijn qua geluidsnormen.
Al met al leidt dit ertoe dat een bestemmingswijziging niet op heel korte termijn te realiseren is.
3. Wanneer het gebouw niet direct een andere bestemming krijgt. Bent u het met GroenLinks eens dat leegstand zo snel mogelijk moet worden bestreden?
Wij zijn het met u eens dat leegstaande gebouwen zo snel mogelijk een goede nieuwe bestemming dienen te krijgen.
4. Bent u het met GroenLinks eens dat het tekort aan studentenkamers snel moet worden opgelost zodat de huidige eerstejaarsstudenten nog tijdens hun studententijd in Leiden kunnen wonen? Zo ja, vindt u dan ook dat iedere creatieve oplossing moet worden verkend en zo mogeljk benut?
Ja, wij zijn het met u eens dat het tekort aan studentenkamers zo snel mogelijk moet worden opgelost. Oplossingen die studentenhuisvesters of andere partijen daarvoor ontwikkelen zullen we daarom publiekrechtelijk steunen door voorrang te geven aan de noodzakelijke procedures.
GroenLinks is van mening dat het Heerema gebouw erg geschikt is voor snel realiseerbare studentenkamers die kunnen worden gebruikt tot dat de permanente locaties voor nieuwe studentenhuisvesting zoals aan de Lammenschansweg over enkele jaren gereed zijn.
5. Hoeveel studentenkamers verwacht u dat er in het Heerema-gebouw te realiseren zijn?
Wij verwachten dat er geen snel realiseerbare studentenkamers kunnen komen op deze locatie.
6. Het gebouw van Heerema is niet heel modern. Welke technische problemen ziet u bij de realisatie? Denk hierbij aan bestemmingsplan e.d.
Er zijn inderdaad diverse problemen die bij het gebouw aan de Vondellaan spelen. Naast het bestemmingsplan, de hoge kosten van asbestsanering en wettelijke eisen als daglichttoetreding en geluidwering, speelt het LPG-station een grote belemmerende rol, zoals wij al bij de beantwoording van vraag 2 noemden.
Wij zijn geen eigenaar van het pand. Het is aan de eigenaar van het pand om iets te doen met het pand.
7. Wanneer acht u realisatie haalbaar?
Realisatie achten wij niet op korte termijn mogelijk. Wij verwijzen hiervoor naar ons antwoord op vraag 2.
8. Welke stappen bent u van plan te nemen om op korte termijn te komen tot het ombouwen van leegstaande kantoorruimte naar studentenkamers. In dit specifieke pand maar wellicht ook op andere locaties?
Graag verwijzen wij u voor dit antwoord graag naar de beantwoording van de eerder gestelde vragen over studentenhuisvesting van Groen Links d.d. 27 oktober 2009 (BW 09.1173).
Zoektocht naar een permanente locatie voor een asielzoekerscentrum
(Ingekomen 2 december 2009)
Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van het raadslid P. KOS (GL) inzake de zoektocht naar een permanente locatie voor een asielzoekerscentrum in Leiden (ingekomen 2 december 2009)
De fractie van GroenLinks heeft kennis genomen van uw brief dd. 30 november 2009 betreffende de zoektocht naar een permanente locatie voor een asielzoekerscentrum (AZC) in Leiden. De uitkomst daarvan ervaren wij als zeer teleurstellend. Er is op basis van 5 zoeklocaties getrechterd om te komen tot een vestigingsplaats. Deze trechtering heeft in onze ogen uiteindelijk geleid tot een tunnelvisie. Wij nemen aan dat er serieus is onderzocht wat de mogelijkheden zijn op de genoemde 5 locaties. Dat deze allen niet tot gewenst resultaat hebben geleid betekent voor GroenLinks dat de zoektocht gewoon opnieuw behoort te beginnen.
Om dit wat te vergemakkelijken draagt de fractie van GroenLinks zelf een optie aan. Het zogenaamde Wernink-terrein. In de structuurvisie 2025 zoals wij deze hebben ontvangen staat dit terrein aangemerkt als gebied voor studentenhuisvesting. Daaruit leiden wij af dat uw college de grond in de nabije toekomst denkt te zullen verwerven. Het lijkt onze fractie mogelijk en wenselijk om op dit terrein voor de volgende invulling te kiezen, een combinatie van studentenhuisvesting en asielzoekersopvang.
Het deel van de grond dat direct bouwrijp is beslaat ongeveer 2,5 hectare. Op die oppervlakte is het mogelijk om via het spacebox® concept 500 eenheden te plaatsen, van 21 m2. Naast dat dit voor het COA meer dan voldoende eenheden zijn om een rendabele investering te hebben kunnen de spaceboxen ook nog binnen 4 maanden worden opgeleverd. De genoemde eenheden zijn gebaseerd op basis van 3 etages in verband met brandveiligheidseisen. De spaceboxen voldoen aan alle eisen van het bouwbesluit, hebben energielabel A en voldoen aan de eisen van duurzaam bouwen (DUBO keur).
Het is mogelijk om de eenheden in functie te splitsen naar studentenhuisvesting en asielzoekersopvang. Maar voor wie iets creatiever denkt is het ook mogelijk om 2 rijnaken te plaatsen en hierop studentenhuisvesting te realiseren. Met twee rijnaken langs de kade wordt de schaarse ruimte in Leiden maximaal benut. Op deze rijnaken, er is ruimte voor 2 stuks, kunnen in totaal 80 ruime studenteneenheden worden gebouwd met zelfstandige voorzieningen.
Daarom willen wij, op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen stellen aan het college van Burgemeester en Wethouders:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Bent u het met ons eens dat deze vorm van bouwen een snelle oplossing kan zijn voor zowel het probleem van de studentenhuisvesting als de vestiging van het AZC in Leiden? Zo nee, waarom niet?
Nee, een snelle oplossing lijkt niet mogelijk. In het vigerend bestemmingsplan ‘Tussen Rijn en rails’ heeft het gebied de bestemming ‘bedrijven’. Dit gebied maakt deel uit van het ontwerp bestemmingsplan ‘Transvaal’ dat binnenkort in de raad ter vaststelling besproken wordt. Ook in dit bestemmingsplan heeft het gebied de bestemming ‘bedrijven’. Slechts het gebied waar de tijdelijke parkeergarage bij de Morspoort gepland is, wordt in dit bestemmingsplan betiteld als ontwikkelingslocatie.
De ontsluiting van het terrein is eveneens een probleem. Het terrein is slechts toegankelijk via een doodlopende weg, de Amphoraweg. Het betonbedrijf dat tot voor kort actief was op een groot deel van het bedrijventerrein maakte gebruik van schepen voor het laden en lossen van de goederen.
Het terrein is op basis van eeuwigdurende erfpacht uitgegeven waarbij op 1 januari 2060 de vaststelling van huidige grondwaarde afloopt. Vooraleer er andere functies op het terrein mogelijk zijn zal dus eerst of het erfpachtscontract moeten worden afgekocht of het erfpachtscontract moet worden opgezegd hetgeen min of meer te vergelijken is met onteigeningsprocedure. Daarnaast zal een nieuw projectbesluit of postzegel bestemmingsplan nodig zijn.
Het COA is op zoek naar locaties om daar een duurzaam asielzoekerscentrum te bouwen. Dit was ook uitgangspunt in de afgelopen zoektocht. Naast bovenvermelde overwegingen was dit mede de reden om de Wernink locatie niet in de zoektocht op te nemen. Het concept met spaceboxen lijkt vooral geschikt voor tijdelijke oplossingen, maar past niet in het streven naar een structurele voorziening.
Bij gebrek aan ruimte zullen we keuzes moeten maken. In de structuurvisie, die een vervolg is op de ontwikkelingsvisie, zetten wij in op een verdere ontwikkeling van Leiden als kennisstad. Wij zullen kansen moeten pakken om invulling te geven aan dit doel. In de structuurvisie zien wij het Wernink terrein als kans voor het ontwikkelen van studentenhuisvesting op de middellange termijn.
Het COA heeft ons nadrukkelijk aangegeven op zoek te zijn naar een permanente, duurzame locatie. Een tijdelijke locatie wordt niet helemaal uitgesloten, maar zou dan wel een locatie moeten zijn, waar geen extreme ontwikkelingskosten voor gemaakt zouden moeten worden.
2. Heeft u inmiddels de erfpacht van de firma Wernink afgekocht of bent u dit spoedig van plan te doen?
De juridische situatie met betrekking tot de grond is dat de gemeente eigenaar is en het perceel belast is met een recht van erfpacht (voor onbepaalde tijd) ten behoeve van de firma Wernink. Een recht van erfpacht is niet zonder meer (tussentijds) te beëindigen. De gemeente heeft dus geen vrije beschikking over het perceel.
3. Bent u het met ons eens dat het Wernink-terrein een uitstekende locatie is voor een AZC in Leiden? Zo nee, waarom niet?
Zie ons antwoord op de vragen 1 en 2. Het terrein is gegeven de fysieke, juridische en procedurele beperkingen en onze ruimtelijke wensen geen geschikte locatie voor een door het COA gewenst duurzaam azc. De locatie is ook niet zo maar geschikt te maken voor een tijdelijke variant.
4. Welke technische problemen ziet u bij de realisatie? Denk hierbij aan het bestemmingsplan e.d.
Zie eveneens ons antwoord op bovenstaande vragen. Het bestemmingsplan laat huisvesting van studenten en/of asielzoekers niet toe. Daartoe zal voor de betreffende locatie een nieuw (postzegel) bestemmingsplan of projectbesluit gemaakt moeten worden. Snelle plaatsing van (tijdelijke) spaceboxes is niet mogelijk.
De ontsluiting van het terrein is nu ook een technisch probleem. Het terrein is op dit moment slechts toegankelijk via een doodlopende weg, de Amphoraweg. De verwachting is dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt is als het gebied daarachter gebruikt wordt voor woonfuncties. Dan zal eerst nieuwe infrastructuur aangelegd moeten worden die moet worden betaald uit de grondexploitatie van een eventuele ontwikkeling. Bij een woningbouwontwikkeling is dit mogelijk, bij het vestigen van een asielzoekerscentrum niet.
Naar verwachting is de grond op het terrein vervuild en zal eerst gesaneerd moeten worden voordat de grond gebruikt kan worden voor andere functies.
Het terrein is niet ons volle eigendom, maar is in (‘eeuwigdurende’) erfpacht uitgegeven. Eerst zal de erfpacht beëindigd moeten worden.
De Rijksoverheid zal er mee moeten instemmen dat er eventueel ‘boven water’ gewoond gaat worden.
5. Per welke datum acht u realisatie haalbaar?
Niet op korte termijn, dat is op grond van de eerder beschreven feiten en omstandigheden niet realistisch.
6. Welke stappen bent u van plan te nemen om op korte termijn te komen tot invulling van het terrein?
Momenteel zijn wij in gesprek met de vertegenwoordigers van de firma Wernink om tot minnelijke verwerving te komen. Tevens wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om beëindiging van het recht van erfpacht te bewerkstelligen.
Het staat het COA vrij zelf in overleg te treden met Wernink over tijdelijke huisvesting voor de duur van vijf jaar. De gemeente kan in dat geval meewerken door het bestemmingsplan tijdelijk te wijzigen en erfpacht aan te passen.
Afname aantal woningen in betaalbare sector
(Ingekomen 18 november 2009)Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van de raadsleden
L. RADEMAKER (SP) en M. VAN DONGEN (PvdA) inzake afname aantal woningen in betaalbare sector (ingekomen 18 november 2009).
Het aantal woningen in de betaalbare sector neemt af door zogeheten ‘liberalisering’. Dat houdt in dat woningcorporaties woningen, die voorheen nog betaalbaar waren, nu gaan verhuren voor meer dan 647,53 euro per maand. Dan hebben de huurders ook geen recht meer op huurtoeslag.
Liberalisering mag als een woning meer dan 142 punten waard is volgens het woonwaarderings-stelsel. Het hoeft niet. Een corporatie kan altijd kiezen om een woning nog onder de huurtoeslaggrens te verhuren.
In Leiden kiest de Sleutels ervoor om alle woningen met meer dan 142 punten te liberaliseren. Het gaat dan om circa 10% van hun totale bezit. Het afgelopen jaar heeft de Sleutels meer dan 40 woningen geliberaliseerd. Ook woningen van Portaal worden geliberaliseerd.
Er is alleen geen overzicht van hoeveel woningen er jaarlijks geliberaliseerd worden. Dat komt deels omdat corporaties niet verplicht zijn die woningen via Woonzicht aan te bieden.
De SP en PvdA maken zich zorgen om het aantal betaalbare woningen in Leiden. Vergaande liberalisering zal alleen maar leiden tot een nog groter tekort aan betaalbare huurwoningen. Daarom is het van groot belang om een inzicht te krijgen in de omvang van liberaliseringsplannen in de gemeente Leiden.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Hoeveel woningen in het bezit van de corporaties de Sleutels, Portaal en Ons Doel hebben een puntenaantal van meer dan 142 punten?
Aspect de Sleutels Portaal Ons Doel Totaal
> 142 punten 1.700 1.571 561 3.832
2. Hoeveel woningen in dat bezit worden nu al in de vrije huursector (boven de 647,53 euro per maand) verhuurd?
Aspect de Sleutels Portaal Ons Doel Totaal
> 142 punten nu > € 647,53 111 185 1 297
De liberalisering van de ene woning van Ons Doel is per abuis gebeurd omdat in de huurprijs de prijs van een verbouwing is verrekend. Huurdersbelangenvereniging van Portaal is huurder van die woning.
3. Hoeveel woningen zijn afgelopen jaren geliberaliseerd, uitgesplitst per corporatie en jaar?
Aspect de Sleutels Portaal Ons Doel Totaal
Aantal geliberaliseerde woningen
2005 16 49 0 65
2006 8 19 0 27
2007 15 17 0 32
2008 7 14 0 21
2009 65 86 1 152
Totaal 111 185 1 297
Het aantal van Portaal in 2009 is inclusief de nieuwbouw in Nieuw Leyden: 66 woningen.
4. Hoeveel woningen verwachten de corporaties dat zij de komende jaren gaan liberaliseren?
Aspect de Sleutels Portaal Ons Doel Totaal
Aantal te liberaliseren woningen
2010 60 10-20 0 70-80
2011 60 10-20 0 70-80
2012 60 10-20 0 70-80
Portaal zal in de bestaande voorraad jaarlijks – net als in voorgaande jaren – 10 tot 20 extra woningen in de vrije sector verhuren. Dit gebeurt verspreid over de stad, maar vooral in het centrum. Het gaat per jaar – net als de afgelopen jaren – om zo’n 2 tot 3% van de vrijkomende woningen. Daarnaast streeft Portaal bij nieuwbouw naar toevoeging van vrije sectorwoningen. Hierbij zal het, afhankelijk van de oplevering van de projecten, gaan om grotere aantallen, net als in 2009 bij Nieuw Leyden. Uiteindelijk streven is een beperkt deel van de totale voorraad (tussen 300 en 700 woningen, ofwel 5 tot 10%) in de vrije sector te verhuren. Het grootste deel daarvan betreft nieuwbouw.
Ons Doel heeft geen plannen voor liberalisering van de woningen die nu in haar bezit zijn.
Ten slotte willen wij over deze antwoorden de volgende twee opmerkingen maken:
1. Met nadruk wijzen wij op het feit dat de liberalisering van huurwoningen één aspect is waardoor het aantal betaalbare huurwoningen wijzigt. Daarom heeft het volgens het College niet zo veel betekenis om uitsluitend te kijken naar de effecten van liberalisering. Er zijn namelijk meer maatregelen die wijzigingen in dat aantal tot gevolg hebben: nieuwbouw, verkoop, sloop en woningverbetering. In de nieuwe Prestatieafspraken hebben de corporaties gegarandeerd dat de komende jaren het aantal betaalbare woningen minimaal 1,5 maal de omvang van de doelgroep zal zijn. Inmiddels hebben de corporaties en de gemeente – in overleg met de huurdersorganisaties – een monitorsysteem opgesteld waarmee al deze wijzigingen in de bestaande voorraad betaalbare woningen worden bijgehouden.
2. Met de geliberaliseerde vrije sectorwoningen bedienen de Sleutels en Portaal een doelgroep (de middeninkomens) die moeilijk aan bod komt in de koopsector door het grote gat dat in Leiden bestaat tussen koop en huur. De corporaties genereren hierdoor inkomsten die zij vervolgens gebruiken voor het goedkoop en kwalitatief goed houden van hun overige woningen. Belangrijk is dat de corporaties met deze woningen met een goede prijs-kwaliteitverhouding mensen bedienen die wat meer willen betalen voor meer kwaliteit en die vaak een sociale huurwoning achterlaten die dan weer vrijkomt voor iemand met een laag inkomen: bevordering van de doorstroming op de Leidse woningmarkt. Bovendien sluiten de corporaties hiermee aan op de structuurvisie van de gemeente, waarin de focus ligt op het voor Leiden behouden van middeninkomens.
Fietsenrekken Centraal Station
(ingekomen 5 november 2009)
‘Leiden verbijstert fietsers met ‘diefstal’ kopt het Leidsch Dagblad van 5 november 2009. Bij Leiden Centraal zijn dinsdag 3 november fietsenrekken geplaatst, die de volgende dag met fietsen en al werden verwijderd. Volgens het artikel gaat het hier om een ‘vergissing’, de fietsenrekken hadden niet geplaatst moeten worden.
Naar aanleiding van dit bericht wil het CDA de volgende schriftelijke vragen op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Is het College bekend met het artikel: 'Leiden verbijstert fietsers met diefstal' uit het Leidsch Dagblad van 5 november 2009?
‘De gemeente meldt dat het terugplaatsen van de beugels een 'vergissing' was. ,,Burgemeester en wethouders zijn van mening dat de aanblik van de stad negatief beïnvloedt wordt door deze rommelige fietsenrekken. We kijken hoe we tot een kwaliteitsverbetering van het
stationsgebied kunnen komen met inpassing van voldoende fietsparkeerplaatsen.''
Mensen wier fiets is weggehaald, moeten die zelf gaan ophalen aan de Willem Barentzstraat. De stukgemaakte sloten krijgen zij vergoedt. Of ze ook iets krijgen voor de schrik dat hun fiets 'gestolen' was, meldt de gemeente niet.’
Ja, wij zijn bekend met dit artikel.
2. Het CDA deelt de mening dat er voldoende fietsparkeerplaatsen moeten komen tegelijkertijd met een verbetering van het stationsgebied. Echter, uit oogpunt van betrouwbaar bestuur,
dienstverlening en fatsoen is deze werkwijze - het zonder aankondiging verwijderen/stelen van gestalde fietsen - verwerpelijk.
Wij nemen kennis van de mening van de CDA-fractie.
3. Acht het college het niet èen nog veel grotere vergissing om de per vergissing geplaatste rekken weer weg te halen?
Wij vinden dat de manier waarop dit is gegaan geen schoonheidsprijs verdient.
4. Kunt u uitleggen waarom u niet in staat bent wrakken en weesfietsen adequaat te verwijderen, (zie ook schriftelijke vragen van het CDA van 9 juli jl.) maar wel om correct geplaatste fietsen ten onrechte te verwijderen?
De langs de Stationsweg verwijderde fietsen hadden niet op deze manier verwijderd mogen worden. Dit staat los van het wrakken- en weesfietsenbeleid, waarbij het onze bedoeling is wrakken en weesfietsen terecht, en dus onderbouwd, te verwijderen. De vergelijking valt dan ook niet op deze manier te maken.
5. Is het College voornemens een schadevergoeding toe te kennen aan de mensen die ongewild meewerkten aan een 'kwaliteitsverbetering van het stationsgebied'?
Personen van wie de fiets is verwijderd, hebben een nieuw slot aangeboden gekregen bij het ophalen van de fiets. Verder hebben zijn als ‘goedmakertje’ een geschenkbon van 25 euro mogen ontvangen.
6. Als het College dienstverlening hoog in het vaandel heeft staan, hoe beoordeelt zij het weghalen van de fietsen zonder waarschuwing?
Wij vinden dat de manier waarop dit is gegaan gewoon fout. Vandaar het gratis slot en het “goedmakertje”.
7. Wanneer gaan er fietsparkeerplaatsen / beugels worden teruggeplaatst?
Momenteel wordt gewerkt aan een inrichtingsplan voor de Stationsweg. Hierbij wordt ook gekeken naar de situering van fietsenrekken in het gebied en hoe hier een hogere kwaliteit aan te geven.
Dit inrichtingsplan verwachten we op korte termijn. In april kunnen de eerste fietsenstallingsplaatsen langs de Stationsweg dan terugkeren.
8. Welke lessen trekt het College uit deze ‘vergissing'? Welke consequenties worden hieruit getrokken, in de werkwijze en binnen de organisatie?
Het terugplaatsen en verwijderen van de fietsen was het gevolg van een interne communicatiestoornis. Inmiddels is uitgezocht hoe deze heeft kunnen ontstaan. Wij gaan er dan ook van uit dat in de toekomst dit soort voorvallen niet meer zullen plaatsvinden.
Openbaarheid debat NUON-gelden
(ingekomen 6 oktober 2009)
Op grond van art. 45 van het Reglement van orde voor de gemeenteraad wenst de fractie van D66 u de volgende vragen te stellen.
Aan de fractie van D66 is recent ongevraagd, bij verschillende gelegenheden en door diverse bronnen informatie verstrekt over geheim/vertrouwelijk overleg dat zou plaatsvinden/plaatsgevonden hebben tussen (vertegenwoordigers van) de coalitiefracties PvdA, VVD, CDA en Groenlinks en uw College inzake de besteding van de zgn. NUON-gelden. Zo zou bijv. op zondag 27 september jl. een dergelijk overleg hebben plaatsgevonden.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 27 oktober 2009)
1. Bent u op de hoogte van zulk overleg?
Ja.
2. Zo ja, neemt uw College deel aan dit overleg?
Nee, het college, als bestuurorgaan, neemt niet deel aan dit overleg.
Dat neemt niet weg dat individuele leden van het college, indien daar aanleiding toe is, met hun fracties en soms ook andere (coalitie)partijen verkenningen uitvoeren over actuele politieke onderwerpen, het te voeren beleid en de inzet van middelen hiervoor. Uiteraard speelt de bestemming van de Nuon-gelden hierin een rol.
Indien dit overleg daadwerkelijk plaatsvindt beschouwt D66 dit als een volstrekte minachting van de Raad, c.q. van de lokale democratie. Ook zijn wij van mening dat deelname van uw College aan zulk overleg volstrekt haaks staat op uw toezegging aan D66, respectievelijk de Raad, bij gelegenheid van de bespreking van de Perspectiefnota 2010, dat over de besteding van de NUON-miljoenen een openbaar debat zal plaatsvinden.
3. Op welke wijze en wanneer is uw College van plan alsnog een openbaar debat over de NUON-gelden te houden?
Zoals wij bij de besluitvorming over de verkoop van de Nuon aandelen hebben toegezegd, zullen wij voor de start van de behandeling van de Programmabegroting 2010 in de commissies en raad een verkenning van de bestedingsdoelen aan de raad zenden.
4. Op welke wijze kunt u garanderen dat hierover niet reeds in de achterkamertjes, al dan niet met uw medewerking/medeweten, premature besluitvorming heeft plaatsgevonden?
Het college doet uiteindelijk een voorstel aan de raad over de besteding van de Nuon-gelden. De raad besluit.
5. Bent u met de fractie van D66 van oordeel dat de gevolgen van een keuze voor besteding van de vele miljoenen, afkomstig van de verkoop van de NUON-aandelen, een dermate grote betekenis voor de toekomst van onze stad hebben dat een besluit hierover na de verkiezingen van maart 2010 dient plaats te vinden? Dit geeft immers de politiek en de Leidse burgers de gelegenheid zich hierover een oordeel te vormen.
De gemeenteraad besluit over de besteding van de Nuon-gelden. De raad kan besluiten dit niet eerder te doen dan na de verkiezingen van maart 2010.
Te vroege sluiting ondergrondse fietsenstalling zeezijde
(ingekomen 29 september 2009)
De nieuwe ondergrondse fietsenstalling aan de zeezijde van het station sluit om 21.00 uur. Dat is vroeg. Nog vervelender is het wanneer de stalling ook nog enige minuten eerder blijkt te sluiten, waardoor mensen die op het laatste moment toch nog hun fiets willen ophalen voor een gesloten deur komen te staan.
De afgelopen tijd heeft de fractie van de ChristenUnie enkele klachten ontvangen over een te vroege sluiting van de fietsenstalling, waardoor mensen die bijvoorbeeld om 20.57 uur (stationsklok) hun fiets wilden ophalen reeds voor een dichte deur kwamen te staan. Dat lijkt ons niet de bedoeling, want de stalling behoort gewoon tot 21.00 uur open te zijn. Daarom wil de ChristenUnie op basis van art 43 van het Reglement van Orde de volgende vraag aan het college stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(verzonden 15 december 2009)
1. Kan het college ervoor zorgen dat de stalling voortaan niet voor 21.00 uur sluit, zodat mensen die in de laatste openingsminuten hun fiets willen ophalen niet voor een gesloten deur komen te staan?
De beheerder van de fietsenstalling zeezijde, DZB, heeft ons inmiddels desgevraagd laten weten dat, mede naar aanleiding van klachten, de stalling om 05.55 uur opengaat en niet eerder dan 21.05 uur sluit.
Privatiseren beheer openbare ruimte
(ingekomen 26 augustus 2009)
De SP heeft kennis genomen van het besluit van het college van 11 augustus om het beheer van de openbare ruimte te privatiseren. Daarover heeft de SP op grond van artikel 45 van de gemeentewet de onderstaande vragen. Wij verzoeken u, gezien de lopende termijnen, deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 september 2009)
1) Welke leden van het college hebben dit belangrijke besluit genomen? Waarom is dit besluit in de vakantietijd genomen en zonder dat alle leden van het college hierbij aanwezig waren?
Aanwezig: Lenferink, Witteman, Steegh, alsmede de gemeentesecretaris Van den Wijngaart;
Afwezig: Van den Berg, Van Woensel, De Haan.
Het besluit betreft een formalisering van een eerder ingezette lijn die op 14 juli 2009 in het college is besproken en besloten waarbij de burgemeester afwezig was in verband met zijn vakantie..
De gemeente negeert bewust en expliciet het negatieve advies van de OndernemingsRaad (OR). De Wet op de Ondernemingsraden regelt hoe in zulke gevallen gehandeld dient te worden.
2) Is de voorbereiding van de uitvoering van de plannen nu stil gelegd tot 10 september, conform artikel 25 lid 6 van de Wet op de Onderneminsraden? Zo nee, waarom niet?
De uitvoering van het besluit wordt in overeenstemming met artikel 25 lid 6 van de Wet op de Ondernemingsraden opgeschort tot 13 september 2009. Tot die datum vinden geen onomkeerbare uitvoeringshandelingen plaats. Artikel 25 lid 6 WOR stelt niet dat de voorbereiding van de uitvoering van het besluit wordt opgeschort.
3) Heeft de gemeente meedegedeeld aan de OR waarom zij van het advies van de OR heeft afgeweken, conform artikel 25 lid 5? Zo nee, waarom niet?
De bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden heeft de OR op 12 augustus 2009 schriftelijk op de hoogte gesteld van het collegebesluit. Daarbij is deze beslissing in deze brief uitgebreid gemotiveerd.
4) Wordt het advies van de OR op dit moment ingewonnen over de wijze van uitvoering van de plannen, conform artikel 25 lid 5? Zo nee, waarom niet?
Indien en voorzover zou blijken dat er adviesplichtige onderwerpen aan de orde komen bij de uitvoering van het besluit zal, voorzover de OR daarover nog niet heeft geadviseerd, overeenkomstig art. 25 lid 5 WOR advies worden gevraagd aan de OR. Op dit moment is daar nog geen sprake van.
Het besluit om het advies van de OR te negeren en door te gaan met de plannen is midden in de vakantie genomen. Veel mensen zijn dan ook op vakantie, waaronder leden van de OndernemingsRaad.
5) Houdt het college rekening met het feit dat vanwege de vakantietijd , de wettelijke termijn van de OR om bezwaar te maken bij de OndernemingsKamer in het gedrang komt? Zo nee, waarom niet?
De door u aangehaalde ‘vakantietijd’ is niet als zodanig te begrenzen tot een beperkte periode in de zomer. Hierdoor is het ook niet mogelijk daar in objectieve termen rekening mee te houden. De bestuurder in de zin van de WOR heeft daarboven geen signalen van de OR ontvangen dat de wettelijke termijn om bezwaar te maken bij de Ondernemingskamer in het gedrang zou komen.
In de brief aan de betrokken suggereert het college dat overeenstemming met het Gemeenschappelijk Overleg binnen handbereik is.
6) In de brief staat dat wethouder Witteman verschillende malen heeft gezegd dat er nog maar over zes punten overeenstemming moet worden bereikt. Denken de bonden daar ook zo over? Zo nee, waarom wordt dat dan in deze brief zo gesteld?
In een schrijven d.d. 14 april 2009 is aan het personeel bekend gemaakt dat de vakbonden en de werkgever een goede kans zien om eruit te komen. In een brief d.d. 13 mei 2009 van de bonden aan de leden van de gemeenteraad bevestigen de bonden dat de onderhandelingen over het sociaal plan dusdanig ver gevorderd waren, dat partijen er op het gebied van het arbeidsvoorwaardenpakket tot een vergelijk hadden kunnen komen.
7) Er valt te lezen dat er een sociaal kader is overeengekomen. Welke partijen zijn dat overeengekomen?
Het Sociaal Kader is reeds op 17 september 2008 in het GO met de vakbonden overeengekomen en is op 7 oktober 2008 door het college besloten met besluit nr. 08.0949.
In de brief aan de betrokken valt te lezen dat “het algemene uitganspunt altijd is geweest dat u er uiteindelijk bij de overgang niet op achteruit mag gaan”.
Daarnaast is bekend dat de overgang voor veel werknemers een lager loon betekent, met een hogere toeslag om dat te compenseren. Dat betekent dat overuren, vakantieuren, pensioenopbouw enz. gebaseerd worden op een lager loon, waardoor het totale inkomen achteruitgaat.
8) Geldt het genoemde uitgangspunt voor het totale inkomen, of alleen voor het netto loon?
Het totale arbeidsvoorwaardenpakket wordt betrokken bij de onderhandelingen in het GO over het Sociaal Plan waaronder bijvoorbeeld ook secundaire arbeidsvoorwaarden zoals vakantiedagen enz. Het eerder genoemde Sociaal kader is van toepassing en dient als uitgangspunt voor de onderhandeling in het GO. Daar is aangegeven dat “het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden in redelijkheid vergelijkbaar moet zijn”. Over de wijze waarop binnen het Sociaal Plan compensatie zal plaatsvinden voor de verschillende arbeidsvoorwaarden kunnen wij vooruitlopend op het onderhandelingsresultaat nog geen uitspraken doen. U begrijpt dat wij en de bonden daarbij uiterst zorgvuldig te werk zullen gaan.
9) Moet het uitgangspunt zo gelezen worden dat “niemand erop achteruit mag gaan tijdens de overgang” of dat “niemand erop achteruit mag gaan als gevolg van de overgang”?
In het Sociaal Kader is eveneens gesteld dat “de datum van verzelfstandiging is de peildatum voor het vaststellen van de verschillen” (art 7 lid 1). Volledigheidshalve verwijzen wij hiernaar.
10) Wat voor afspraken heeft de gemeente Leiden met het college van B&W van Leiderdorp gemaakt over de garantstelling? Waarom is deze verlengd van 2 naar 5 jaar?
Met de ondertekening van ‘Intentieverklaring vorming regionaal werkbedrijf’ op 10 juni 2008 heeft het college van Leiderdorp ingestemd met een garantietermijn voor tarieven van 2 jaar. De portefeuillehouder van Leiderdorp heeft in mei 2009 aan zijn ambtgenoot van Leiden verzocht om de garantietermijn voor tarieven te verlengen tot 4 jaar. Door de portefeuillehouder Leiden is de bereidheid uitgesproken om in de realisatiefase dit aspect nader te verkennen, waarbij o.a gekeken moet worden naar de grondslag die Leiderdorp voorstelt (o.a. kostentoerekening en indexering). Dit kan leiden tot nadere afspraken tussen de NV en de deelnemende gemeenten/aandeelhouders. Uitgangspunt is dat Leiden het in het bedrijfsplan geraamde voordeel realiseert ter dekking van de door de gemeenteraad opgelegde financiële taakstelling ‘regie op maat’.
11) Heeft de OR van de gemeente Leiderdorp al een advies uitgebracht? Zo ja, hoe luidde dat advies?
Heeft de raad van Leiderdorp al wensen en bedenkingen uitgesproken?
De OR van de gemeente Leiderdorp heeft op 9 september 2009 een negatief advies uitgebracht. De gemeenteraad van Leiderdorp zal zijn wensen en bedenkingen op 14 september 2009 in de raadsvergadering bekend maken.
Fietswrakken Leiden Centraal
(ingekomen 9 juli 2009)
Naar aanleiding van een artikel in het Leidsch Dagblad van 9 juli 2009 getiteld 'Halfjaar uitzicht op berg fietswrakken' verzoek ik, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad, u namens de CDA-fractie om de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Antwoorden van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 december 2009)
1. Heeft het College kennis genomen van het artikel 'Halfjaar uitzicht op berg fietswrakken' in het Leidsch Dagblad van 9 juli jl?
Ja. Dezelfde dag is ter plaatse gekeken. Daarbij is geconstateerd dat de berg fietsen was gelegen buiten het gebied dat door ons is aangewezen in het kader van Fiets Fout Fiets Weg.
2. Deelt u de mening van de CDA-fractie dat het beeld van de entree naar de binnenstad ernstig ontsierd wordt door deze wrakken?
Ja, met dien verstande dat het hier ging om slechts twee fietswrakken en voor het overige om fietsen die lange tijd onbeheerd zijn achtergelaten.
3. Deelt het College de mening van de CDA-fractie dat deze rotzooi onmiddellijk moet worden opgeruimd? Zo ja, wanneer gaat de gemeente aan de slag?
Ja, mits overeenkomstig de daarvoor geldende regelgeving. In art. 5.1.11, eerste lid APV is geregeld dat ons College gebieden kan aanwijzen waar het verboden is om fietsen buiten de parkeervoorzieningen onbeheerd te laten staan. Een gedeelte van het gebied bij het Centraal Station is door ons aangewezen, maar zoals onder 1. is vermeld, lagen de onbeheerde fietsen buiten dit gebied en zijn alleen de twee wrakken verwijderd op basis van art.5.1.11, tweede lid van de APV. De genoemde mogelijkheid van een gebiedsaanwijzing beoogt in eerste instantie preventief te werken en te voorkomen dat zich in het aangewezen gebied structureel overlast van verkeerd geparkeerde fietsen voordoet. Voor overlast als gevolg van het incidenteel verkeerd parkeren van fietsen of deze onbeheerd op de openbare weg te plaatsen is een gebiedsaanwijzing niet het geëigende instrument.
Mede in het licht van deze vragen hebben wij ons beraden op andere, niet bestuurrechtelijke, mogelijkheden om tot verwijdering van fietsen over te kunnen gaan. Uitgangspunt daarbij is dat het bij deze onbeheerde fietsen voor het overgrote deel van de gevallen gaat om fietsen waarvan de eigenaar afstand heeft gedaan. Bij fietswrakken is dat evident het geval. Bij weesfietsen kan de twijfel daaraan worden weggenomen door onbeheerde fietsen te stickeren met de tekst “deze fiets wordt aangemerkt als een fiets waarvan afstand is gedaan tenzij deze binnen .. weken is verwijderd”.Na het verloop van de daarop aangegeven termijn kan worden vastgesteld dat van de eigendom kennelijk afstand is gedaan.
Op basis van artikel 4 van Boek 5 titel 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het mogelijk om dergelijke fietsen te verwijderen en te vernietigen. Aangezien het hier niet gaat over een strafrechtelijke handhaving, maar om een privaatrechtelijke aanpak is het niet noodzakelijk om daarvoor bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) in te zetten. De afdeling Stedelijk Beheer is thans volop bezig de daarvoor noodzakelijke ambtelijke capaciteit vrij te maken. Naar verwachting zal zo mogelijk in januari 2010 met deze nieuwe aanpak worden gestart. In eerste instantie zal worden ingezet op het verwijderen van de fietswrakken. Met de opgedane ervaring zal deze aanpak vervolgens ook worden toegepast op de weesfietsen, waarbij eventuele overlap met bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden nog een punt van aandacht is.
4. Zo nee, wie gaat dit dan wel opruimen?
Zie antwoord vraag 3.
5. Hoe valt deze laksheid te verenigen met fiets fout = fiets weg en de aanpak van de weesfietsen?
Zie antwoord op vraag 3. Er is geen sprake van laksheid, maar van beperkingen van de mogelijkheden van het desbetreffende artikel in de APV.
6. Verzoeken aan de gemeente om de fietsen weg te halen – sinds januari volgens het artikel - bleven zonder resultaat. Hoe beoordeelt u de flexibiliteit van de gemeente in het reageren op concrete klachten?
Het Servicepunt Woonomgeving informeert klagers over de mogelijkheden om wel of niet op te treden indien duidelijk is of de fietsen waarover geklaagd wordt zich binnen of buiten het aangewezen gebied bevinden. Ook wordt er informatie verstrekt over het verschil tussen fout geparkeerde fietsen, weesfietsen en fietswrakken.
7. Kan het college aangeven welke stappen er genomen worden om klachten sneller te behandelen en deze terug te communiceren naar de klager (m/v)?
Voor de afhandeling van dit type klachten staan drie werkdagen. In het eerste half jaar van 2009 is 88% van de klachten over fietsen binnen deze termijn afgehandeld (zie verder vraag 10).
8. Welke termijn acht het college aanvaardbaar om klachten te behandelen?
Wij vinden drie werkdagen een aanvaardbare termijn.
9. Deelt u de mening van de CDA fractie dat als er binnen 2 weken niets aan een klacht door de gemeente (kan) worden gedaan, de klager schriftelijk of telefonisch op de hoogte moet worden gesteld van dit uitstel?
Ja, met dien verstande dat wij uitgaan van een termijn van drie dagen in plaats van twee weken.
10. Kunt u ons voor de begrotingsbehandeling 2010 een overzicht doen toekomen van de hoeveelheid klachten en de doorlooptijden bij het Servicepunt Woonomgeving? Zes maanden is in ieder geval geen service!
In het eerste halfjaar van 2009 zijn er in totaal 185 meldingen geweest over fietsen. Van deze meldingen zijn er 164 binnen de afhandelingstermijn (3 werkdagen) afgedaan. Het overgrote deel van de 21 meldingen die niet op tijd zijn afgedaan lag in mei en werd veroorzaakt door afwezigheid van enkele medewerkers. 14 meldingen zijn binnen 4 werkdagen overschrijding afgedaan. De overige 7 meldingen zijn binnen 14 dagen overschrijding afgedaan.
Handhaving Beschuitsteeg 6-6a
(ingekomen 4 juni 2009)
Antwoord van Burgemeester en wethouders
(ingezonden 7 juli 2009)
1. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat de aanduiding Horeca niet ten gevolge van een vergissing niet op de Plankaart van het bestemmingsplan Binnenstad I is aangegeven, maar dat daartoe is besloten naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen?
Nee, het college deelt deze mening niet.
In het ontwerpbestemmingsplan, dat is vastgesteld op 5 januari 2005, is wat betreft de locatie Beschuitsteeg 6/6a geen horeca-aanduiding aangegeven op de plankaart. Uit het zienswijzenrapport (april 2005) blijkt het volgende:
“In het pand Beschuitsteeg 6 zijn twee illegale horecabedrijven gevestigd onder het bedrijf “New Times”. Het pand is met medewerking van de gemeente, maar tegen het vigerende bestemmingsplan in gesplitst. Het gevolg is dat er twee horecabedrijven gevestigd zijn. Genoemde situatie is al geruime tijd geleden ontstaan. In het kader van het bestemmingsplan kan slechts tot “wegbestemmen” worden besloten als er in juridisch opzicht voldoende perspectief is op een met succes af te sluiten procedure. Dat is in dit geval niet mogelijk. Daarom zal aan het pand een horeca-aanduiding toegekend moeten worden ter legalisering van de bestaande situatie”.
Op 30 juni 2005 is het bestemmingsplan “Binnenstad I” door de raad vastgesteld. De Beschuitsteeg 6/6a had op de plankaart echter geen horeca-aanduiding. Hierdoor waren zowel het café als de coffeeshop in strijd met dit bestemmingsplan.
Gelet op de doorlopen stadia die voorafgingen aan de definitieve vaststelling van het bestemmingsplan “Binnenstad I” is de conclusie dat het wel de bestuurlijke bedoeling was om op de plankaart de betreffende horeca-aanduiding te plaatsen. De horeca-aanduiding is dus niet weggelaten naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen.
2. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat de huidige horeca-activiteiten in het op genoemde pand niet gelegaliseerd dienen te worden en maakt u daarbij een onderscheid tussen het café en de coffeeshop?
Ja. Het college deelt het oordeel van de CDA-fractie en maakt geen onderscheid tussen het café en de coffeeshop.
Het definitief vastleggen van de horecabestemming voor de panden aan de Beschuitsteeg 6 en 6a in een bestemmingsplan heeft tot op heden niet plaatsgevonden. Het gebruik van beide panden is gelet hierop in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Zowel de rechtbank ’s-Gravenhage sector bestuursrecht als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) hebben in hun uitspaken aangegeven dat er geen concreet zicht bestaat op legalisering door de gemeente. Hier wordt geen onderscheid gemaakt tussen het illegale gebruik van het café en het illegale gebruik van de coffeeshop. Het college zal met betrekking tot het café New Times en de coffeeshop Joy gebruik moeten maken van de bevoegdheid tot handhaven.
3. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat de huidige horeca-activiteiten in het op genoemde pand niet gedoogd dienen te worden?
Ja, gedogen is geen optie. Het beleid van de gemeente is dat gedogen alleen bij uitzondering gebeurt door middel van het afgeven van een gedoogbesluit. Een gedoogbesluit moet voorts worden beperkt in tijd en omvang, alsmede zijn gericht op een definitieve rechtmatige oplossing. In de gegeven situatie is er geen zicht op het alsnog mogelijk maken van het gebruik van de panden als café en/of als coffeeshop.
In het Coalitieakkoord 2008 – 2010 wordt het wenselijk gevonden om het aantal coffeeshops van 12 naar 8 terug te brengen.
4. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat, nu duidelijk gebleken is, dat een wettige grondslag voor de activiteiten in de coffeeshop in op genoemd pand ontbreekt, handhavend opgetreden dient te worden?
Ja. Dat geldt overigens niet alleen ten aanzien van de coffeeshop Joy, Beschuitsteeg 6a, maar ook ten aanzien van het café New Times, Beschuitsteeg 6. Beide ondernemingen zijn in strijd met het bestemmingsplan. Afzien van handhavend optreden kan eerst aan de orde komen indien de grondslag daarvoor ontvalt door middel van het verlenen van een ontheffing van het bestemmingsplan, dan wel aanpassing van het bestemmingsplan. Wij zijn van oordeel dat die ontheffing, dan wel aanpassing van het bestemmingsplan niet behoren te worden verleend, gelet op de belangen van de omwonenden in de Beschuitsteeg.
5. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat het handhavend optreden dient te leiden tot de onmiddellijke beëindiging van de handel in softdrugs in op genoemd pand?
Nee. Vaststaat dat het gebruik van de panden Beschuitsteeg 6 / 6a in strijd is met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een instrument dat de ruimtelijke ordening van een gebied bepaalt en geen instrument waarmee de handel in softdrugs wordt bestreden. Handhaving tegen het strijdige gebruik als coffeeshop dient op de gebruikelijke wijze plaats te vinden, waarbij een redelijke begunstigingstermijn wordt geboden voor het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten. De Commissie Beroep & Bezwaar heeft geadviseerd hier een termijn van een jaar te hanteren. Dit advies hebben wij inmiddels overgenomen.
Deplorabele staat van de directe omgeving van station Lammenschans
(ingekomen 18 maart 2009)
De afgelopen jaren hebben de PvdA en het CDA meermaals aandacht gevraagd voor de staat van de directe omgeving van het station Lammenschans. Zo hebben Flippo, Van Dijk en Holla recentelijk nog aandacht gevraagd voor de uitbreiding van het aantal fietsrekken.
Tijdens verschillende gesprekken over en bezoeken aan station Lammenschans blijkt dat de situatie bij het station met een aantal kleine maatregelen fors kan verbeteren. Zo staan er veel weesfietsen in de omgeving, is het ’s avonds erg donker bij de fietsrekken tegen het talud van het spoor, ligt er veel rommel op straat, staan er in de bewaakte stalling zeer onhandige dubbellaagse fietsrekken en ontstaan er vrij snel grote plassen water onderaan de trap bij een regenbui.
Aangezien de PvdA en het CDA veel waarde hechten aan zo veel mogelijk gebruik van het openbaar vervoer, verzoeken wij, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad, u om de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 28 april 2009)
1. Is het college het met ons eens dat een goede staat van de directe omgeving van het Station Lammenschans een positieve bijdrage heeft aan het aantal treinreizigers?
Die veronderstelde relatie is gevoelsmatig aanwezig, maar of er werkelijk samenhang bestaat is niet onderzocht.
2. Is het college bereid om op korte termijn een weesfietsenactie houden rondom station Lammenschans?
Neen, dat lukt momenteel niet,gezien de prioriteit van de werkzaamheden van Handhaving en Toezicht in de binnenstad en met name het gebied rond het Centraal Station. In de APV is in artikel 5.1.11. lid 2 opgenomen dat het verboden is “fietswrakken” op de weg te laten staan; deze kunnen dus worden verwijderd. In artikel 5.1.12 is opgenomen dat het niet is toegestaan om fietsen langer dan 4 weken aaneengesloten te stallen, in speciaal aangewezen gebieden. Dit geldt echter alleen in het aangewezen gebied rondom het Centraal Station. Mocht er een besluit komen om de werkzaamheden uit te breiden, dan moet eerst een aanwijzingsbesluit worden genomen voor het gebied waarin dit artikel (ook) van kracht zal zijn. Op dit moment is geen capaciteit beschikbaar om een dergelijk besluit ook te handhaven..
3. Is het college bereid om extra verlichting te plaatsen bij de fietsrekken die tegen het talud van de spoorbaan staan?
Daartoe zijn wij bereid.
4. Is het college bereid om extra vuilnisbakken rondom station Lammenschans te plaatsen?
Dat is inmiddels gebeurd: het team Civiel van de afdeling Stedelijk Beheer heeft een extra 140 liter prullenbak geplaatst bij het station Lammenschans. Tevens is de 140 literbak in de bocht van de Lammenschansweg richting perrontrap verplaatst.
5. Is het college bereid om de bestrating onder aan de trap opnieuw te leggen zodat er daar geen grote waterpartijen meer ontstaan bij de eerste de beste regenbui?
Ja
6. Is het college bereid om met ProRail contact op te nemen om de dubbellaagse fietsrekken in de bewaakte fietsenstalling te moderniseren zodat fietsers hun fiets niet meer geheel op eigen kracht in de bovenste laag van de dubbellaagse fietsrekken hoeven plaatsen? (Bijvoorbeeld met behulp van een veer zoals bij de fietsenstalling van Club 70)?
Ja,we gaan met ProRail deze kwestie bespreken met als doel de capaciteit te verhogen. De grond is eigendom ProRail, de opstallen zijn eigendom van de gemeente en de stalling wordt door DZB geëxploiteerd. De stalling is niet zomaar geschikt voor dubbellaagse fietsrekken:het is een atypisch gebouw met een ronde kap, waardoor de ruimte langs de muur lager is dan de door de leverancier van de rekken gevraagde 2,75 meter. De kosten van de eventueel noodzakelijke aanpassingen zijn nog niet inzichtelijk gemaakt.
ProRail heeft wel een bouwplan ingediend voor het uitbreiden van het aantal klemmen in de buitenruimte. Hiervoor is inmiddels (gedeeltelijk) bouwvergunning verleend. Een deel, gestapelde rekken tegen het gebouw aan, is op advies van de ARK buiten de vergunning gelaten. Ook dit is onderdeel van de inmiddels gestarte gesprekken met ProRail.
7. Indien op een van de bovenstaande vragen het antwoord ja is, zouden wij graag weten op welke termijn wij de acties kunnen verwachten?
Een aantal acties is al ingezet, de herbestrating van de ruimte onder aan de trap vindt plaats in week 18 en het aanbrengen van de verlichting na de zomervakantie als gevolg van de levertijd van armaturen.
8. Indien op een van de bovenstaande vragen het antwoord nee is zouden we graag willen weten waarom niet?
Is bij vraag 2 beantwoord.
Kleinschalige maatregelen in de wijk Transvaal
(ingekomen 20 april 2009)
Op 8 januari 2008 ontvingen bewoners van de wijk Transvaal I een bewonersbrief over en-kele kleinschalige verkeersmaatregelen in hun buurt. Specifiek had deze brief betrekking op:
- de aanleg van een trottoir en een fietssuggestiestrook van 1.50 meter aan de noordzijde van de Morsweg, ter hoogte van de bedrijven van de Oude Veelade bij de spoorwegovergang, inclusief enkele bijbehorende kleinere verkeermaatregelen;
- de afsluiting van de doorgang van Lopsenstraat naar Oude Veelade, om sluipverkeer tegen te gaan, waarmee tevens twee extra parkeerplaatsen en meer groen ontstonden.
Bij aanvullende bewonersbrief van 21 april 2008 werd hieraan nog toegevoegd het veranderen van de rijrichting in de Lopsenstraat, President Steinstraat en Paul Krugerstraat, om daar sluipverkeer tegen te gaan en parkeerzoekverkeer in één richting door de wijk te geleiden.
Over al deze voorgenomen maatregelen is uitvoerig overleg geweest met de buurt (hulde) en het is voor de bewoners nu slechts wachten op de uitvoering. Onlangs (dus inmiddels een jaar later!) vernamen de bewoners echter tot hun verbazing per mail van de gemeente dat de raming voor deze werkzaamheden te hoog uitkwam. Wat er nog van deze allang voorgenomen maatregelen terechtkomt is niet duidelijk. Dit alles leidt de fractie van D66 tot de volgende vragen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 2 juni 2009)
1. Bent u het met ons eens dat bewonersbrieven als deze moeten gaan over kleinschalige maatregelen die op korte termijn worden uitgevoerd?
Ja, met dien verstande dat dergelijke brieven soms ook bedoeld zijn om het draagvlak voor bepaalde maatregelen te peilen bij de bewoners voordat deze worden uitgewerkt. Deze maatregelen moeten in zo’n geval na gebleken draagvlak nog worden voorbereid en technisch uitgewerkt. Onderdeel daarvan kan zijn het voeren van overleg met hulpdiensten en andere belanghebbenden en het nemen van een verkeersbesluit. Daar kan soms wel een jaar overheen gaan.
2. Zo ja, waarom is er sinds de laatste bewonersbrief een jaar verstreken zonder dat er iets gebeurd is?
Na de bewonerspeiling is er wel degelijk iets gebeurd. Met name het overleg met de hulpdiensten en het technisch onderzoek hebben veel tijd gekost. Uiteindelijk is er een oplossing gevonden voor de bereikbaarheid van de hulpdiensten, waardoor deze met het te nemen verkeersbesluit kunnen instemmen. De situatie kan zelfs worden verbeterd voor de hulpdiensten. Ook was overleg nodig met ProRail over de aanleg van een voetpad dat over het terrein van ProRail zou moeten komen te lopen. Met de wijkvereniging is overleg gevoerd over de exacte plek van de knip in de sluiproute.
3. Waarom is over deze maatregelen uitgebreid overleg geweest met de buurt en zijn daarna deze bewonersbrieven geschreven zonder dat duidelijk was dat de maatregelen ook betaald zouden kunnen worden?
In januari 2008 is de eerste bewonersbrief verspreid waarin men kon reageren op het voorstel om enkele verkeersmaatregelen te nemen. Diverse mensen hebben gereageerd, voornamelijk positief. In april 2008 is een tweede bewonersbrief verspreid met de resultaten van de bewonersreacties, en met de aankondiging dat het plan nu verder uitgewerkt moest worden, technisch en juridisch. Vanaf dat moment is het overleg gestart met de diverse organisaties en hebben we het plan verder verfijnd, in overleg met de wijkvereniging en de hulpdiensten. Normaal doen wij bij dergelijke maatregelen eerst een grove inschatting van de kosten om te bezien of de maatregelen uit de reguliere middelen betaald kunnen worden. Bij deze maatregelen in Transvaal hebben wij helaas een te optimistische inschatting gedaan. Wij gingen ervan uit dat de maatregelen betaald konden worden uit reguliere budgetten voor onderhoud, verlichting en verkeersvoorzieningen.
4. Waardoor is de raming nu kennelijk onverhoeds te hoog uitgekomen?
Het plan zoals dat is uitgewerkt ging uit van een ideale en (wellicht te) mooie inrichting. Onder andere gingen wij uit van nieuw bestratingsmateriaal, aanleg van een trottoir langs het spoor en verbreding van de fietssuggestiestrook. Binnen het onderhoudsbudget is echter geen noodzaak om het bestratingsmateriaal dit jaar te vervangen. Verder blijkt de verbreding van een smalle strook asfalt veel duurder dan wij hadden ingeschat, omdat het zowel qua techniek als qua uitvoering nogal complex is. De kosten stonden hierdoor niet meer in verhouding tot de ermee te behalen voordelen.
5. Verwacht u de aangekondigde maatregelen alsnog uit te gaan voeren nu daarover na uitgebreid overleg overeenstemming is bereikt met de buurt?
Wij zijn inderdaad van plan de maatregelen nog te gaan uitvoeren. Het plan is echter wel versoberd. De kern van de maatregelen blijft echter overeind. De drie kernelementen van het plan zijn het afsluiten van de sluiproute door de wijk, het beter bestraten en verlichten van het parkeerterrein en het verbeteren van het trottoir langs de Morsweg. De herbestrating van het parkeerterrein zal gebeuren met bestaand materiaal. De parallelroute langs het spoor wordt wel afgesloten voor sluipverkeer door middel van sleutelpalen, maar behoudt de huidige inrichting na herbestrating. Er komt dus geen trottoir langs. Dit is ook niet nodig, omdat er geen doorgaand verkeer meer over de route komt. De fietssuggestiestrook op de Morsweg zal niet met 50 centimeter worden verbreed. Wel wordt de parkeerindeling zoals gewenst aangepast en komt er een goed begaanbaar trottoir langs de Morsweg. Ook worden de inritten en de witte kruisen aangebracht.
6. Had u er niet wijzer aan gedaan eerst te kijken of de voorgenomen maatregelen betaalbaar zijn, alvorens deze aan de buurt in het vooruitzicht te stellen?
Ja. In dit geval hebben wij ons helaas verkeken op de kosten voor uitvoering. Het was beter geweest om dit plan eerst nauwkeuriger te ramen en met de hulpdiensten te bespreken, voordat we dit aan de buurt voorlegden. Het plan zoals dat aan de buurt is voorgelegd was echter ook bedoeld als draagvlakpeiling. Ten behoeve van de communicatie zat er wel een ontwerptekening bij. Deze is na overleg met de diverse partijen en de nodige aanpassingen geraamd, toen bleek dat er voldoende draagvlak was. Dat deze raming nu te hoog is uitgevallen is gemeld aan de wijkvereniging. Dat neemt niet weg, dat het ontwerp in versoberde vorm in de kern alsnog kan worden uitgevoerd.
7. Waarom is een financieel tekort op de uitvoering van kleinschalige verbeteringen ten behoeve van de verkeersveiligheid wel een bezwaar terwijl een voorzien geschat tekort van 4,7 miljoen euro (blz. 77 voorontwerp bestemmingsplan Transvaal) op de uitvoering van een parkeergarage geen bezwaar is?
Van een vermeend bezwaar is geen sprake. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 4 zouden de kosten niet meer in verhouding staan tot de te behalen voordelen.
8. Is er een verband tussen het plotseling schrappen van kleine projecten in de wijken en de geschatte tekorten op de grote prestigieuze projecten van het college? Zo nee, wil het college dan duidelijk aangeven uit welke begrotingspost deze kleine projecten worden gefinancierd?
Er worden geen kleine projecten geschrapt. De maatregelen in Transvaal worden gefinancierd uit het herbestratingsbudget, uit het budget voor “Schoon, Heel en Veilig” (voor het opknappen van bedrijventerreinen) en uit reguliere kredieten voor openbare verlichting en verkeersvoorzieningen uit het Meerjareninvesteringsplan.
9. Kunt u ons het collegebesluit doen toekomen waarmee u als uw nieuwe beleid heeft bepaald dat voortaan datgene wat een buurt wil (in dit geval de genoemde kleinschalige aanpassingen) niet gebeurt, en in plaats daarvan datgene wat de buurt niet wil (in dit geval een foeilelijk monstrueus parkeerdek bij de Morspoort) wel gebeurt?
Uiteraard bestaat een dergelijk collegebesluit niet.
Leegstand Opaalstraat
(ingekomen 30 maart 2009)
Buurtbewoners hebben opgemerkt dat in de Opaalstraat al een geruime tijd meerdere betaalbare huurwoningen van Portaal leeg staan. Leegstaande woningen worden ook sinds april 2008 niet meer aangeboden op Woonzicht.nl.
De SP heeft bij Portaal nagevraagd waarom deze woningen leeg staan. Het blijkt dat Portaal binnenkort wil beginnen met de verkoop van betaalbare woningen in de Opaalstraat. Op 11 december 2007 heeft Portaal ook in de commissie Ruimte & Bereikbaarheid al gemeld dat zij 250 woningen aan de Opaalstraat wilden verkopen.
In Leiden zijn er geen afspraken met corporaties gemaakt over verkoop van betaalbare woningen. Door vele verkoopplannen is de voorraad betaalbare woningen de afgelopen jaren flink geslonken. Omdat het behoud van de sociale woningvoorraad een verantwoordelijkheid is van de overheid, wil de Socialistische Partij hierover de volgende schriftelijke vragen stellen aan het College van Burgemeester en Wethouders.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 12 mei 2009)
Als eerste enkele vragen over of u op de hoogte bent van de leegstand.
1. Bent u op de hoogte van de leegstand van woningen van Portaal in de Opaalstraat?
Neen. Wij zijn niet op de hoogte gesteld van leegstand van woningen van Portaal in de Opaalstraat.
Zo ja:
2. Sinds wanneer weet u dat al?
Zie ons antwoord op 1.
3. Heeft Portaal de leegstand ook vooraf met u overlegd?
Neen.
4. Heeft u ingestemd met het feit dat de woningen een lange tijd leegstaan, in afwachting tot verkoop?
Zie ons antwoord op 1.
Dan volgen nu enkele vragen over de leegstand zelf. In afwachting van eventuele verkoop staan woningen al maanden leeg.
5. Is het wettelijk toegestaan om, in afwachting van eventuele verkoop, betaalbare woningen aan de woningvoorraad te onttrekken?
Wij merken allereerst op dat het leeg laten staan van woningen iets anders is dan het onttrekken van woonruimte, omdat er dan sprake is van functiewijziging. Dat is bij leegstand niet het geval. De woningen blijven immers bestemd voor huisvesting. Formeel is er dus geen sprake van onttrekken aan de voorraad. Verder merken we op dat de Leegstandswet geen bepalingen meer kent om leegstand tegen te gaan.
Het goed beheer van de woningvoorraad is een locale verantwoordelijkheid geworden, waarin de woningcorporaties een belangrijke rol spelen. De regels zijn te vinden in de Huisvestingsverordening 2007 van de gemeente Leiden (rv 07.0128), waarvan de laatste wijziging per 16-02-<metricconverter productid="2008 in" w:st="on">2008 in</metricconverter> werking is getreden. De verordening regelt o.a. dat - zodra leegstand van woonruimte langer dan twee maanden duurt - de eigenaar verplicht is daarvan melding aan burgemeester en wethouders te doen. De verordening biedt verder de bevoegdheid om voor delen van de woningvoorraad de verplichting van melding van leegstaande woningen ontheffing te verlenen. Een dergelijke aanvraag om ontheffing is niet aan ons gedaan.
6. Bent u met ons van mening dat het onwenselijk is om, al is het tijdelijk, betaalbare woningen leeg te laten staan?
Ja. Wij menen eveneens dat het niet wenselijk is om betaalbare woningen leeg te laten staan, ook al is het tijdelijk.
7. Bent u bereid de leegstand van betaalbare woningen aan te pakken?
Ja. Wij zijn in zijn algemeenheid bereid om leegstand van betaalbare woningen aan te pakken en handhavend op te treden. In de huidige situatie is dit echter niet zinvol, omdat de besluitvorming bij Portaal inmiddels is afgerond, de verkoop van de leegstaande woningen naar verwachting binnen enkele maanden is gerealiseerd en alle huurders van de Opaalstraat schriftelijk op de hoogte zijn gebracht, waardoor onrust is voorkomen.
Wij zullen Portaal erop attenderen dat wij het ongewenst vinden dat woningen langere tijd leegstaan en dat de Huisvestingsverordening melding van leegstand na twee maanden vereist.
Sinds januari 2008 is voor de verkoop van betaalbare woningen in Leiden geen “splitsingsvergunning” meer nodig. De gemeente hoeft sindsdien niet meer verkoopplannen te controleren. Toentertijd heeft wethouder van Woensel gezegd dat er daardoor geen ongewenste effecten zouden optreden. Nu blijkt echter dat, zonder controle van de gemeente, betaalbare woningen voor lange tijd leeg blijven staan.
8. Zou de leegstand in de Opaalstraat mogelijk zijn als we nog het instrument van de splitsingsvergunning zouden kennen?
Ja. Het instrument van de splitsingsvergunning voorkomt geen leegstand. Bij een aanvraag om splitsing dienen wij een afweging van belangen te maken tussen het belang van het behoud van voldoende woonruimtevoorraad en dat van de verhuurder. Bij splitsing treedt echter geen vermindering van de voorraad op, alleen een verschuiving van huur naar koop. Verder heeft de verhuurder een aanmerkelijk belang bij verkoop, namelijk het genereren van inkomsten ten behoeve van herstructurering, zoals nieuwbouw en renovatie. In de Woonvisie, vastgesteld op 11 oktober 2005, is dan ook vermeld dat de corporaties in de periode 2005-2015 denken ongeveer 800 sociale huurwoningen te zullen verkopen. Verkoop dient, naast het genereren van inkomsten voor herstructurering ook een volkshuisvestelijk belang, namelijk het verkleinen van het gat tussen huur en koop, waardoor de noodzakelijke doorstroming op gang kan komen.
Ook na het verlenen van een splitsingsvergunning kan leegstand niet via het splitsingsinstrumentarium worden voorkomen. Wij kunnen weliswaar een splitsingsvergunning intrekken, indien niet binnen een jaar is overgegaan tot overschrijving van de akte van splitsing in appartementsrechten in het kadaster, maar niet geregeld is (en dat kan wettelijk ook niet) dat het appartementsrecht direct na overschrijving moet worden verkocht. De geldende Huisvestingsverordening biedt - via de eis van melding van leegstand na twee maanden – een toereikend instrument om ongewenste leegstand tegen te gaan.
Tot slot een aantal vragen over het algemene woningbeleid binnen de gemeente Leiden. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft jaren geleden toegezegd om jaarlijks met een “woonmonitor” te komen. Vooralsnog is daar nog niets van terecht gekomen, en daarom voelt de SP zich verplicht opnieuw te vragen naar de stand van zaken met de Leidse betaalbare woningvoorraad.
9. Wat is de ontwikkeling van de Leidse betaalbare woningvoorraad, zowel absoluut (aantallen) als relatief (in percentages van het totaal) over de afgelopen vijf jaar?
Met ingang van 2009 is in de Programmabegroting een nieuwe indicator opgenomen: e6.8a: aantal betaalbare huurwoningen. In de toekomst zal op deze plek over de ontwikkeling van de betaalbare huurwoningen worden gerapporteerd. De realisatiewaarden zijn:
31 dec 2003: 25.654 (51% van totaal aantal woningen)
31 dec 2004: 25.710 (51%)
31 dec 2005: 25.766 (51%)
31 dec 2006: 25.901 (51%)
31 dec 2007: 25.707* (50%)
* = schatting
Het gaat om zelfstandige woningen, wooneenheden zijn buiten beschouwing gelaten.
De realisatiewaarde van december 2008 is nog niet beschikbaar.
Bron: gemeentelijke afdeling Strategie en Onderzoek
10. Hoeveel betaalbare woningen zijn verkocht de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst per jaar en type verkoop (Koopgarant of andere betaalbare constructies, of gewoon vrije markt)?
Tabel met de verkoop van woningen van corporaties in Leiden in de periode 2004 t/m 2008 1)2)
| 2004
| 2005
| 2006
| 2007
| 2008
|
Totalen
| 43
| 48
| 44
| 39
| 88
|
Waarvan via koopgarant
| 0
| 0
| 0
| 13
| 18
|
1) Het betreft de verkoop van alle woningen. De vraag hoeveel ‘betaalbare woningen’ zijn verkocht kan niet worden beantwoord, omdat er geen definitie voor betaalbaar is aangegeven.
2) De Woonvisie, vastgesteld op 11 oktober 2005, vermeldt dat de corporaties in hun programma voor de periode 2005-2015 aangeven ongeveer 800 sociale huurwoningen te willen verkopen.
Bron: Woningcorporaties
11. Kunt u een overzicht geven van de huishoudens in deze stad gegroepeerd per inkomensgroepen? Kunt u daarbij aangeven hoeveel woonlasten een huishouden zou kunnen dragen indien maximaal 25% van het inkomen besteed mag worden aan woonlasten?
Hieronder volgt een overzicht van de inkomensverdeling in Leiden, vergeleken met Nederland. De gegevens zijn afkomstig van het Regionaal Inkomens Onderzoek (RIO) 2005.
besteedbaar inkomen per jaar
| woonlasten per maand (25% van inkomen)
| Leiden
| NL
| |||
ondergrens
| bovengrens
| ondergrens
| bovengrens
| aantal hh
| % hh
| % hh
|
-
| € 12.600
| -
| € 263
| 6.270
| 12%
| 10%
|
€ 12.600
| € 15.900
| € 263
| € 331
| 5.270
| 10%
| 10%
|
€ 15.900
| € 19.000
| € 331
| € 396
| 5.470
| 11%
| 10%
|
€ 19.000
| € 22.400
| € 396
| € 467
| 4.960
| 10%
| 10%
|
€ 22.400
| € 26.300
| € 467
| € 548
| 4.910
| 10%
| 10%
|
€ 26.300
| € 30.400
| € 548
| € 633
| 4.290
| 8%
| 10%
|
€ 30.400
| € 35.000
| € 633
| € 729
| 4.420
| 9%
| 10%
|
€ 35.000
| € 41.000
| € 729
| € 854
| 4.510
| 9%
| 10%
|
€ 41.000
| € 51.000
| € 854
| € 1.063
| 4.870
| 10%
| 10%
|
€ 51.000
| -
| € 1.063
| -
| 5.550
| 11%
| 10%
|
|
|
|
| 50.520
| 100%
| 100%
|
De inkomens van Nederlandse huishoudens zijn verdeeld in 10 gelijke groepen (elke groep in Nederland bedraagt daardoor 10%). De inkomensgrenzen die daarbij horen zijn toegepast op Leiden. Dan blijkt bijvoorbeeld dat 11% van de Leidse huishoudens een besteedbaar inkomen heeft tussen de € 15.900 en € 19.000 per jaar. Bij een besteding van 25% van het inkomen aan woonlasten komen deze huishoudens op een bedrag tussen de € 331 en € 396 per maand.
Bron: gemeentelijke afdeling Strategie en Onderzoek
12. Kunt u aangeven wanneer de gemeenteraad prestatieafspraken voorgelegd krijgt? (Die prestatieafspraken zijn sinds 2005 beloofd.)
Er wordt naar gestreefd om voor het zomerreces 2009 met de corporaties tot een Onderhandelingsakkoord te komen. Hierna volgt het besluitvormingstraject. De verwachting is dat het Onderhandelingsakkoord voor het zomerreces aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt voorgelegd. Indien de betrokken partijen het Onderhandelingakkoord onderschrijven, kunnen de Prestatieafspraken worden ondertekend. De corporaties zullen over het Onderhandelingsakkoord, via de huurdersverenigingen, de Federatie Huurdersorganisatie Leiden en Omstreken (FHLO) om advies vragen.
Mogelijkheden herinrichting Nieuwe Beestenmarkt
(ingekomen 18 augustus 2009)
De Nieuwe Beestenmarkt is een zeer centraal gelegen locatie in het centrum van Leiden. Het grenst aan de Beestenmarkt. Aan deze locatie is door het college onlangs een impuls gegeven, zoals gepland in het programma binnenstad. Op de Beestenmarkt zijn nieuwe plantenbakken geplaatst, mooie bankjes neergezet en de terrassen uitgebreid. Ook is in de omgeving een verbeterslag gaande waar het de gevels betreft.
De Nieuwe Beestenmarkt blijft hier helaas ver bij achter. De Nieuwe Beestenmarkt kent de laatste jaren een positieve trend waar het gaat om vestiging van hoogwaardige horeca. Ondernemers hebben hun verantwoordelijkheid genomen of maken plannen om dit te doen. Toch blijft de Nieuwe Beestenmarkt een ongezellig verkeersriool. Bezoekers voelen zich er vaak onveilig, zeker ’s avonds laat, en een hoop toeristen lopen er vast in het verkeer.
Onze fracties denken dat dit beter kan. Zeker nu duidelijk is dat de RGL niet dit tracé gaat volgen is het tijd om te komen met plannen die recht doen aan het gebied.
Door aan de rechterzijde van de Nieuwe Beestenmarkt de parkeerplaatsen te verwijderen (gezien vanaf molen de Valk) kan er een breed terras gecreëerd worden.
Op deze manier wordt met beperkte middelen de Nieuwe Beestenmarkt kwalitatief op hetzelfde niveau getrokken als de Beestenmarkt en ontstaat een mooie loop voor bezoekers van onze stad, komende vanuit de richting Lammermarkt/molen de Valk.
Naar aanleiding hiervan willen wij graag de volgende vragen stellen aan het college, op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 22 september 2009)
1. Is uw college met ons van mening dat de huidige staat van de Nieuwe Beestenmarkt verbetering behoeft? En zo nee, waarom niet?
Ja, wij delen de mening dat de huidige staat van de Nieuwe Beestenmarkt verbetering behoeft. Daarom is de Nieuwe Beestenmarkt ook meegenomen in de projectopdracht voor het gebied Entree van de Stad. De eerste prioriteiten van het project Entree van de Stad liggen bij de Beestenmarkt, Stationsweg en Steenstraat, vanwege het feit dat dit een belangrijke aanloop- en verbindingsroute vanaf het station richting de binnenstad vormt.
In de interne projectopdracht voor Entree van de Stad is opgenomen dat eind 2010 wordt bepaald of en hoe de ook door ons gewenste verbeterslag voor de Nieuwe Beestenmarkt zal worden gemaakt. Aansluitend zullen, bij positief antwoord op de vorige vraag, verbeteringsvoorstellen voor de Nieuwe Beestenmarkt en bijbehorend ontwerp worden opgesteld. Hoe om te gaan met de bestaande parkeerplekken op de Nieuwe Beestenmarkt zal daarin worden meegenomen. Wij zullen het voorstel dat bij deze raadsvragen zit (breed terras) meenemen bij de invulling van die interne projectopdracht.
Op veel kortere termijn zou overigens de Nieuwe Beestenmarkt, net als de Breestraat en de Beestenmarkt, kunnen worden opgefleurd door het plaatsen van boombakken.
Wij wijzen er in aanvulling op het voorgaande op, dat een aanpassing zoals door u voorgesteld (terras aan één zijde van de Nieuwe Beestenmarkt) nog betrekkelijk overzichtelijke consequenties heeft, met als belangrijke uitzondering het verloren gaan van een vrij groot aantal binnenstadsparkeerplaatsen, maar wanneer we de Nieuwe Beestenmarkt echt zouden willen herinrichten dit vergaande gevolgen zou hebben in een groot gebied. De verkeerscirculatie in de hele binnenstad zou geraakt worden, er zou een alternatieve route voor het busvervoer gevonden moeten worden en de ondergrondse vuilcontainer zou verplaatst moeten worden.
2. Kan uw college een raming geven van de kosten van de voorgestelde maatregelen?
Nee, wij kunnen nu nog niet inschatten wat die kosten zijn, er zijn immers nog geen “voorgestelde maatregelen”. Uw eigen idee om ruimte te creëren voor een breed terras zou zeker de bestaande beschikbare middelen te boven gaan. Zie ook het antwoord op de volgende vraag.
3. Kunnen deze kosten gedekt worden vanuit het programma binnenstad?
Het project Entree van de Stad heeft eigen middelen. Dit zijn geen kapitaallasten, maar directe investeringen voor kleine ingrepen. In het Programma Binnenstad zijn geen middelen geraamd voor grootschalige ingrepen. Mocht in 2011 blijken dat er toch grootschalige ingrepen voor de Nieuwe Beestenmarkt gewenst zijn, dan zal bij het herinrichtingsplan ook een dekkingsvoorstel worden opgesteld.
Ondergrondse fietsenstalling
(ingekomen 25 mei 2009)
Twee jaar geleden heeft de gemeenteraad ingestemd met de bouw van een ondergrondse fietsenstalling (07.0045). Daarbij was afgesproken dat er 'sociaal toezicht' zou zijn in de stalling, maar dat die niet bewaakt zou zijn. Gezien het bordje met de tekst “Gratis en bewaakt” boven de stalling is blijkbaar toch gekozen voor wat meer dan sociaal toezicht.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 22 september 2009)
1) Is er inderdaad gekozen voor wat meer dan sociaal toezicht?
Ja, er is gekozen voor een stalling met permanent toezicht. We doen daarmee overigens meer dan wat in 2007 is overeengekomen: een vorm van sociaal toezicht (in de overeenkomst is niet uitgewerkt wat dat is) met openstelling tussen 6 en 21 uur. Wij hebben voor deze ruimere uitwerking gekozen vanwege de sociale veiligheid.
NB: om verwarring met de bewaakte, betaalde stalling te voorkomen is het betreffende bord vervangen door een pictogram met de tekst “Fietsenstalling’.
Voorts is besloten dat het 'sociale toezicht' samen met de 'spoorse partners', de politie en andere partijen verder uitgewerkt zou worden tot een “gezamenlijke visie op het fietsparkeren en het sociale toezicht in het gehele gebied.”
2) Hoe staat het hiermee?
Stand van zaken: er is geprobeerd om het overleg met de partners vóór de opening van de stalling af te ronden, maar door dat NS-Fiets ons op het laatste moment meldde dat de exploitant van de betaalde stalling afhaakte, is dit niet gelukt. We hechtten eraan om toch de opening op 15 mei door te laten gaan. Het overleg heeft wel aanzetten tot oplossingen gegeven, maar (nog) geen tastbaar resultaat. Er is nu enige tijd nodig om dit complexe probleem op te lossen.
Er zou ook onderzoek gedaan worden door een extern bureau, deels betaald door de gemeente.
3) Wat heeft dat gekost en opgeleverd?
Het onderzoek door een extern bureau, dat als intermediair is opgetreden, betrof een studie naar visie en modellen. Juist bij de uitwerking daarvan konden partijen elkaar niet vinden. Die rapporten blijven basis om met elkaar verder te zoeken naar een lange termijn oplossing. De studie heeft de gemeente en NS-Fiets beide € 11.125,-- gekost en heeft de basis geleverd voor de toekomstige gesprekken.
Er is voor beperkte tijd geld voor sociaal toezicht, en bovengenoemde processen zouden moeten leiden tot een structurele oplossing en financiering.
4) Wanneer kan de raad voorstellen hierover verwachten?
In het B&W-besluit is aangegeven dat het ons streven is om binnen twee jaar met een voorstel te komen waarin de exploitatie van de stalling zeezijde structureel geregeld wordt.
Onderdeel van de plannen zou ook een beleid voor weesfietsen moeten zijn. Tot dat dat er is, leeft bij de SP de volgende vraag:
5) Hoe lang kan een fiets in de stalling blijven staan voor hij wordt verwijderd, en zorgt de toezichthouder voor het markeren en eventueel verplaatsen van overstaande fietsen?
Het Fiets Fout = Fiets Wegregime geldt niet in deze stalling. Beheerder DZB heeft huisregels opgesteld: een fiets mag maximaal 4 weken onafgebroken worden gestald. Daarna wordt de fiets (door de DZB) verwijderd.
Verder hebben wij nog een vraag over het geld voor het sociaal toezicht. Daar is 850.000 euro voor gereserveerd in 2006. In het Leidsch Dagblad viel echter te lezen dat er een reserve is van 350.000 euro, die genoeg is voor twee jaar toezicht.
6) Is de reservering uit 2006 nog intact?
Ja, die is nog intact.
7) Zo ja, klopt het dat er dan genoeg geld is voor vijf jaar toezicht?
Nee, vooralsnog voor de eerste twee jaar (€ 370.000) en daarna in principe voor nog iets meer dan twee jaar, maar zie het antwoord op vraag 8.
8) Zo ja, is de gemeente ook van plan de bewaking van de stalling 5 jaar lang te betalen?
Dat is afhankelijk van de nadere onderhandelingen en het voorstel dat daarvan het resultaat zal zijn (zie het antwoord op vraag 4).
9) Zo nee, waar is dat geld dan naartoe?
Niet van toepassing.
Ten slotte hebben wij nog enkele vragen over de situatie voor parkerende fietsers aan de achterkant van het station in het algemeen. Alle fietsparkeerplaatsen op straatniveau verdwijnen in de nabije toekomst. De plekken die op de plaats stonden waar in de toekomst het ROC-gebouw verrijst zijn al eerder opgedoekt.
10) Om hoeveel verdwenen en binnenkort verdwenen parkeerplaatsen gaat het grosso modo?
Per saldo is er aan de achterkant van station Leiden CS een groter aantal fietsstallings-plaatsen gecreëerd dan er voordien waren (circa 2200 nu tegen 1900 toen), en bovendien van betere kwaliteit én bewaakt.
Polderpark Cronesteyn
(ingekomen 16 juli 2009)
Onlangs is vanuit de fractie van D66 een werkbezoek gebracht aan het polderpark Cronesteyn. Daarbij kwam ter sprake dat u (B&W-besluit 06.1325) besloten hebt dat compensatie gevonden moet worden voor de <metricconverter productid="4,2 hectare" w:st="on">4,2 hectare</metricconverter> van het park die verloren gaat door de verbreding van de A4 daar ter plaatse. Met enige jaren uitstel lijkt het erop dat de werkzaamheden daarvoor na de zomer gaan beginnen (hoewel op dit vlak vermoedelijk niets zeker is). Dat is voor D66 nu aanleiding u te vragen hoe het hiermee staat. Graag stellen wij uw college (wethouder Steegh) dan ook de volgende vragen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 25 augustus 2009)
1. Bij bovengenoemd besluit hebt u bepaald dat een bedrag van 200.000 euro beschikbaar komt voor een kwaliteitsverbetering van het park, te besteden in overleg met de Vereniging Vrienden van Polderpark Cronesteyn (VVPC). In deze vereniging wordt de vraag gesteld of men voor dit bedrag wel voldoende kwaliteitsverbetering kan plegen om <metricconverter productid="4,2 hectare" w:st="on">4,2 hectare</metricconverter> verloren gaand park te compenseren. Bent u van mening dat dit bedrag adequaat is? Zo niet, overweegt u dan hiervoor een deel in te zetten van het miljoen dat u aan het Rijk nu minder hoeft te betalen voor de inpassing van de A4 (B&W-besluit 09.0807)? In bovengenoemd besluit is niet alleen € 200.000 extra geld beschikbaar gesteld voor een kwaliteitsverbetering van polderpark Cronesteyn maar is ook besloten om een deel van de W4-groencompensatie over te hevelen van de Oostvlietpolder naar polderpark Cronesteyn. Met de W4-partners Zoeterwoude, Leiderdorp en Rijkswaterstaat is afgesproken dat (een deel van) hun W4-groencompensatie in Leiden gerealiseerd kan worden. Leiden stelt hiervoor ruimte beschikbaar en genoemde partners vullen die ruimte op hun kosten in. Dat gaat dus niet ten koste van die € 200.000. Leiden zal hiertoe, samen met de klankbordgroep polderpark Cronesteyn -daar zitten alle organisaties in die actief zijn in polderpark Cronesteyn en dus ook de volkstuinders- een groenplan maken. Wij zijn van mening dat de combinatie van een nieuwe groenstrook langs de A4 in het park (met de functie van een ‘groene wal’), samen met een taakstellend budget van € 200.000, voldoende is om het verlies van <metricconverter productid="4,2 ha" w:st="on">4,2 ha</metricconverter>. polderpark te compenseren. Wij zijn dan ook niet voornemens de raad te vragen extra financiële middelen beschikbaar te stellen voor aanvullende compensatiemaatregelen.Daar komt bij dat Leiden weliswaar € 1 miljoen korting op de bijdrage aan de meerkosten van de verbeterde inpassing van de A4 heeft gekregen, maar dat die korting een compensatie is voor extra kosten die de gemeente moet maken als gevolg van de vertraging van de werkzaamheden aan de A4. Het is dus niet een vrij besteedbaar bedrag.
2. De verbreding van de A4 lijkt nu geregeld te zijn; wilt u dan eveneens zo spoedig mogelijk beginnen met de compenserende maatregelen in het polderpark, zodat beide werken gelijk op gaan, en we straks niet met een verbrede A4 maar een verarmd park zitten?Het inrichten van de strook in het park langs de A4 zal worden uitgevoerd zodra de werkzaamheden aan de A4 dat toelaten en dat zal zijn direct na het beëindigen van de 1e fase van de werkzaamheden aan A4, naar verwachting eind 2011.
3. Bij de aanleg van de A4 zal een strook flora en fauna langs die snelweg sneuvelen. Die natuurstrook zal dunner worden, met als resultaat dat het park aan meer geluid blootgesteld zal worden. Een geluidsscherm om dat te voorkomen is nu slechts voorzien ter hoogte van het klooster aan de Vrouwenweg (want daar is bewoning). Bent u bereid met de VVPC en andere betrokken partijen (Rijkswaterstaat en de ontwikkelaar, BAM) in overleg te gaan over de mogelijkheden om de rust in het park te bevorderen, bijvoorbeeld door het doortrekken van dit geluidsscherm langs het polderpark, en het “groen aankleden” daarvan, waar de VVPC graag over meedenkt?Zowel het verlengen van het scherm dat Rijkswaterstaat laat bouwen als het aanleggen van een geluidswal kost (veel) geld. Ter indicatie, het geluidsscherm van Rijkswaterstaat doortrekken kost ca. € 400 per m2. Voor ca. <metricconverter productid="800 meter" w:st="on">800 meter</metricconverter> scherm van <metricconverter productid="4 meter" w:st="on">4 meter</metricconverter> hoog betekent dat een investering van ca. € 1.280.000. Rijkswaterstaat heeft al aangegeven die kosten niet te willen betalen. Met de BAM is overlegd over een geluidswal waarbij gebruik zou worden van de vrijkomende grond uit de werkzaamheden aan de A4. Uitgangspunt hierbij was dat het de gemeente Leiden geen geld zou kosten. Het resultaat was teleurstellend. Om kostenneutraal een wal te maken moet er een wal worden gemaakt met een kruinbreedte van ca. <metricconverter productid="80 meter" w:st="on">80 meter</metricconverter>. Bovendien zou zo’n wal, vanwege de slappe ondergrond, een bouwtijd hebben van 5 – 10 jaar. Dat vinden wij, en met ons ook de klankbordgroep polderpark Cronesteyn, een onaanvaardbare ingreep in het park. Wat overblijft, is het creëren van een nieuwe groenstrook langs de A4 die zal dienen als een ‘groene wal’. Zie hiervoor bij punt 1. Daar zullen wij samen met de klankbordgroep plannen voor maken.
4. Met D66 maakt de VVPC zich zorgen over het beheer van en de kwaliteit van het water in park Cronesteyn, inclusief het zwemwater in de waterspeelplaats. Zijn wij goed geïnformeerd, dan wilt u daarover in overleg treden met het Hoogheemraadschap van Rijnland. De achteruitgang op de genoemde punten is echter al zichtbaar in het park, zodat wij ons afvragen waarop u – immers vanuit uw vorige functie bij uitstek deskundige op dit vlak - wacht om deze problemen voor het gehele park aan te pakken?
Er is intensief contact met het hoogheemraadschap van Rijnland over de waterspeelplaats Cronesteijn. Als onderdeel van het Waterplan Leiden, een samenwerking tussen de gemeente Leiden en het hoogheemraadschap van Rijnland, is er onderzoek verricht naar de waterspeelplaats. In juni is er een Zwemwaterprofiel opgesteld. Om de waterkwaliteit te verbeteren is er reeds een schone zandbodem aangebracht en zijn er tijdelijke voorzieningen betreft de inlaat van schoon water getroffen. In het najaar van 2009 wordt de toevoersloot gebaggerd en worden de duikers verbeterd. De verwachting is dat hiermee een grote verbetering wordt bereikt. De kwaliteit van het inlaatwater en de invloed van zwemmers op de kwaliteit van het water wordt door Rijnland verder onderzocht. De mogelijkheden voor een alternatieve inlaat en het weren van ganzen worden nog bekeken.
De verbeteringen bij de waterspeelplaats zullen een positieve invloed hebben op de waterkwaliteit van het hele polderpark. Bij het maken van het groenplan voor het polderpark wordt, tevens in het kader van het Waterplan Leiden, bekeken hoe het watersysteem verder te verbeteren is. Bijvoorbeeld door het instellen van een flexibel peil of aanleg van een helofytenfilter.
De verbreding van de A4 is niet de enige bedreiging voor het polderpark A4; ook aan de noordoostkant wordt het park bedreigd.
5. Hoeveel hectare van het park zal in uw plannen verloren gaan als gevolg van de aanleg van de Rijn-Gouwe Lijn? Hiervoor bent u immers voornemens tot de aanleg van een nieuwe hoge tweesporige brug over het Rijn-Schiekanaal, naast de bestaande lage enkele spoorbrug, en die RGL-sporen zult u dan door willen trekken. Daarmee zou er dan weer een stuk van het park worden afgesnoept. Wellicht ten overvloede zij hierbij vermeld dat als het aan D66 ligt deze aantasting alvast achterwege kan blijven, aangezien wij niet mee zullen werken aan de aanleg van de RGL.
Uitgaande van een hoge tweesporige trambrug, met steilere opritten en dus minder ruimtebeslag dan bij de combibrug, zal de aanleg van de RGL ten koste gaan van <metricconverter productid="1,4 hectare" w:st="on">1,4 hectare</metricconverter> van het polderpark Cronesteyn..
6. Hoe denkt u, mocht het toch zover komen, de hectares van het polderpark die dan verloren gaan weer te gaan compenseren?
Vanuit de Bestuurlijke Overeenkomst Rijn-Gouwelijn 2 (BO 2 RGL ) ligt er een verplichting ter compensatie van Planschade en/of nadeelcompensatie (uiteraard los van verplichtingen voortvloeiend uit bouw- en/of kapvergunningen). Momenteel liggen er nog geen uitgewerkte plannen voor de compensatie. Het streven is om nog dit jaar in beeld te hebben wat de exacte grootte van de compensatie van de gehele Rijn-Gouwelijn inhoudt. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk ter plaatse wordt gecompenseerd.
7. Ziet u een samenhang de flora en fauna in park Cronesteyn en het belendende gedeelte van de Oostvlietpolder dat in uw plannen beoogd is groen te blijven?Zodra er wat meer duidelijkheid is over het uitwerkingsplan van de Oostvlietpolder – en de verwachting is dat dit eind van 2009 het geval is – zal er een groenplan worden gemaakt voor zowel de Oostvlietpolder als polderpark Cronesteyn. Hierbij zullen ook W4-groencompensatie, (nog niet gedefinieerde) RGL-compensatie en het taakstellende budget van € 200.000 voor compenserende maatregelen worden meegenomen.
Problemen rond het uitbaggeren van de Maresingel
(ingekomen 11 augustus 2009)
Op grond van artikel 42 van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad wil de fractie van D66 uw college enige schriftelijke vragen stellen.
De fractie van D66 heeft kennis genomen van de situatie zoals die vorige week is ontstaan naar aanleiding van de baggerwerkzaamheden in de Maresingel.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 8 september 2009)
Voordat tot beantwoording wordt overgegaan willen wij u graag wijzen op onze brief aan de raad d.d. 8 september (Sanering Maresingel, kenmerk DIV-2009-13099), waarin de raad wordt geïnformeerd over de problemen bij saneringswerkzaamheden in de Maresingel en waarmee het rapport van het interne onderzoek naar het stilleggen van de baggerwerkzaamheden aan de Maresingel d.d. 31 augustus 2009 aan de raad wordt aangeboden. Om doublures te voorkomen wordt in onderstaande beantwoording regelmatig verwezen naar deze brief en het daarbij horende “Rapport over het interne onderzoek naar het stilleggen van de baggerwerkzaamheden aan de Maresingel” d.d. 31 augustus 2009.
1. Was het college op de hoogte van de vervuiling van de Maresingel?
Ja. Het baggerwerk is immers onderdeel van de sanering van het voormalige gasfabriekterrein waarvoor de raad recent krediet heeft verstrekt.
2. Heeft het college maatregelen genomen, respectievelijk opdracht verstrekt tot het nemen van maatregelen om de baggerwerkzaamheden in de Maresingel ordentelijk en veilig te laten verlopen?
Ja. Zie voor nadere informatie de brief aan de raad van 8 september 2009 (Sanering Maresingel, kenmerk DIV-2009-13099).
3. Zo ja, welke maatregelen betrof dat?
Zie voor nadere informatie de brief aan de raad van 8 september 2009 (Sanering Maresingel, kenmerk DIV-2009-13099).
4. Wat is naar uw oordeel de oorzaak van de bij het baggeren ontstane problemen?
Zie voor nadere informatie over de gang van zaken de brief aan de raad van 8 september 2009 (Sanering Maresingel, kenmerk DIV-2009-13099).
5. Op welke wijze is de gemeente, uw college, betrokken bij de noodmaatregelen en -voorzieningen die sindsdien getroffen zijn?
De bedoelde maatregelen zijn in opdracht van de gemeente, met medewerking van E.ON en onder toezicht van Milieudienst West-Holland, de GGD en het Hoogheemraadschap van Rijnland genomen.
6. Welke risico’s voor de volksgezondheid hebben zich voorgedaan, of doen zich nog steeds voor?
Geen, de stoffen die in de lucht zijn gemeten stinken wel, maar zijn in deze concentraties geen gevaar voor de volksgezondheid. De stoffen in het water zijn ver onder de menselijke gezondheidsnormen. Dit is bevestigd door de GGD.
7. Indien zich risico’s voor de volksgezondheid hebben voorgedaan, of zich nog steeds voordoen, welke maatregelen heeft het college genomen om deze te beperken respectievelijk weg te nemen?
Zie antwoord op vraag 6.
8. Welke zijn de kosten die gepaard gaan met de noodmaatregelen en -voorzieningen?
De kosten zijn nu geraamd op ca. € 850.000.
9. Zijn er nog aanvullende kosten te verwachten en zo ja, welke?
In het antwoord van vraag 8 zijn zowel de bekende als de nog te verwachten kosten meegenomen van de uitvoering van de werkzaamheden. Op dit moment is nog niet duidelijk of de gemeente claims van derden kan verwachten en waar deze uit gefinancierd moeten worden. Dit is mede afhankelijk van de vraag of het mogelijk is meerkosten te verhalen op derden en verzekeringen. Hierover wordt juridisch advies ingewonnen.
10. Welke zijn de verantwoordelijkheden van de gemeente Leiden in dezen, ook financieel?
De gemeente Leiden is opdrachtgever van de baggerwerkzaamheden en de extra maatregelen. De Milieudienst West-Holland is bevoegd gezag op het gebied van luchtkwaliteit en de kwaliteit van de waterbodem.
11. Indien de gemeente Leiden (deels) aansprakelijk is voor de gemaakte extra kosten, op welke wijze meent het college dat deze gefinancierd zullen worden?
Dit wordt nader onderzocht (zie ook het antwoord op vraag 9). Indien nodig zal aan de raad een aanvullend krediet worden gevraagd met bijbehorende onderbouwing.
Gezien de urgentie van bovenstaande verzoekt de fractie van D66 u op zo kort mogelijke termijn over de antwoorden op deze vragen te kunnen beschikken.
Schrappen van de provincie subsidie voor de aanleg van de groenzone in de Oostvlietpolder
(ingekomen 3 juni 2009)
Recentelijk heeft de Provincie Zuid-Holland als gevolg van ‘herprioritering’ besloten haar bijdrage aan vier nieuwe recreatiegebieden in de Leidse regio te schrappen. Het gaat om projecten die deel uitmaken van het programma Zuidvleugel Zichtbaar Groener en betreft de groenzone van de Oostvlietpolder in Leiden, een ecozone langs het Oegstgeester Kanaal (Oegstgeest/Katwijk), de Vlietlandzone (Zoeterwoude) en de Boterhuispolder (Leiderdorp).
Op grond van artikel 43 van het reglement van orde wil de fractie van de ChristenUnie het college graag enkele vragen stellen over dit provinciaal besluit. Te beginnen met enkele algemene vragen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 16 juni 2009)
1. Is het college bekend met dit besluit van de provincie?
Ja
2. Hoe kijkt het college aan tegen het schrappen van de provinciale bijdragen aan verschillende projecten voor recreatief groen in de regio? Heeft de provincie hiermee alle bijdragen voor alle groenprojecten in de Leidse regio binnen het Programma Zuidvleugel Beter Zichtbaar geschrapt?
Ons college is zeer ongelukkig met het besluit van de provincie de bijdrage aan het recreatief groen in de Oostvlietpolder te schrappen.
Nee, binnen Zuidvleugel Zichtbaar Groener (ZZG) blijven de projecten Ghoybos, Bufferzone Valkenburg, Nieuw Rhijngeest, Haarlemmermeer Groen en Duivenvoorde Corridor behouden.
3. Vindt het college, in navolging van enkele wethouders uit de regio, dat er sprake is van contractbreuk omdat over deze projecten in 2005 bindende afspraken zijn gemaakt?
Ja. Wij proberen in eerste instantie in overleg met de provincie tot een bevredigende oplossing te komen. Indien we gezamenlijk niet tot een bevredigende oplossing kunnen komen beraden wij ons op onze formele positie richting de provincie.
4. Heeft het college naar aanleiding van dit besluit overleg gezocht met de provincie? Trekt het college hierin samen op met de buurgemeenten (zo nee, waarom niet)?
Ons college zoekt in eerste instantie samen met de regio via Holland Rijnland contact met de provincie. Daarnaast heeft Wethouder Steegh tijdens een bestuurlijk overleg met de provincie op 10 juni 2009 het onderwerp ter sprake gebracht. In dit overleg is door gedeputeerde Evertse toegezegd dat alle contracten worden nagekomen, mits de gemeenten overtuigend aantoonbaar kunnen maken dat realisatie voor 2013 mogelijk is. Hierbij zal vooral gelet worden op de verwerving van grondposities, dekking van uitvoeringsprogramma’s en medewerking van belanghebbenden of betrokkenen. Wij spannen ons nu in om aan te tonen dat realisatie voor 2013 mogelijk is.
Het schrappen van de subsidie heeft ook gevolgen voor de aanleg van de groenzone in de Oostvlietpolder. Hoewel de ChristenUnie tegenstander is en blijft van de aanleg van een bedrijventerrein in de Oostvlietpolder, vindt de fractie dat de situatie moet worden voorkomen dat het college straks wel het bedrijventerrein aanlegt maar de groenzone niet. Daarom ten slotte nog enkele vragen over de gevolgen voor de planvorming voor de Oostvlietpolder.
5. Betekent het wegvallen van de provinciale bijdrage (max €1,8 miljoen, info uit PRIL 2009) een financiële tegenvaller voor de planvorming t.a.v. Oostvlietpolder?
Indien de subsidie daadwerkelijk niet toegekend wordt betekent dat een financiële tegenvaller voor de gemeente Leiden van €1.756.100
6. Betekent het wegvallen van provinciale subsidie dat de aanleg van groenzone in de Oostvlietpolder in gevaar komt of van de baan is? Hoe wordt deze tegenvaller opgevangen?
Ons college hecht bijzonder veel waarde aan de groenontwikkeling in de Oostvlietpolder. Zo is in het kader van de Startnotitie Oostvlietpolder besloten de groenambitie te versterken met 9,7 ha. Wij richten ons primair op inspanningen om de subsidie alsnog te behouden.
Aantasting Polderpark Cronesteyn
(ingekomen 17 juli 2009)
Als de Rijnlandroute volgens het voorkeurstracé wordt aangelegd, komt er een parallelweg langs de A4, vanaf de N11.
1. Is het al duidelijk of er een vierbaansweg zou komen aan de noordzijde van de A4, of twee maal een tweebaansweg aan weerszijde van de A4?
2. Is er al door de gemeente in kaart gebracht hoeveel ruimte er verloren gaat in park Cronesteyn mocht de RijnlandRoute volgens het voorkeurstracé van de gemeente worden aangelegd?
3. Zo ja hoeveel hectare en zijn er al plannen voor compensatie, en zo nee, waarom niet?
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 september 2009)
Er is nog geen definitief ontwerp voor de RijnlandRoute. De verschillende alternatieven kennen op hun beurt weer verschillende uitvoeringsvarianten.
Zonder een ontwerp valt nog niets te zeggen over het precieze ruimtebeslag van een RijnlandRoute. Daarmee kan ook nog geen antwoord worden gegeven over eventuele compensatie maatregelen.
Uit overleg met Rijkswaterstaat komt naar voren dat tweemaal een tweebaansweg langs de A4 bij Rijkswaterstaat meer de voorkeur geniet dan een vierbaansweg aan de noordzijde. Een besluit is daarover nog niet genomen.
Werkzaamheden aan de Lage Morsweg en ontstane schade voor de winkeliers
(ingekomen 5 maart 2009)
Sinds 6 januari 2009 is de Lage Morsweg omgespit ter wille van het vervangen van de riolering. De Lage Morsweg is sindsdien een grote zandbak met een aantal grote buizen geparkeerd op het zand. De uitvoerders van de werken hebben begin januari gewaarschuwd dat het wel 6 tot 8 weken kon gaan duren. Er zijn enkele kleine winkels aan de Lage Morsweg gevestigd, waaronder een groentewinkel, een slager en een bakker. Het water staat hen aan de lippen, de groentewinkel heeft sinds januari haar omzet met 40% zien afnemen. Ondanks grote borden met de tekst “winkels bereikbaar” blijkt dat vanaf de Morsweg zelfs voor voetgangers en fietsers niet mogelijk.
Tot vandaag is er bij de winkels nog helemaal niets gebeurd en kunnen klanten en passanten de winkels amper bereiken. Omdat de Stadspartij Leiden Ontzet buurtwinkels ontzettend belangrijk vindt en zich samen met de winkeliers grote zorgen maakt over het verdere verloop van de werkzaamheden verzoeken wij u, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen – gezien de urgentie liefst zo snel mogelijk – schriftelijk te beantwoorden:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 7 april 2009)
1. Is het College bekend met het feit dat na het omspitten van de Lage Morsweg al 9 weken niets is gedaan om winkels en bewoners weer aan een bereikbare straat te helpen?
De oorspronkelijke planning van het werk had een doorlooptijd van 6 tot 8 weken. Door de onvoorziene omstandigheid van een bodemverontreiniging kon deze planning niet worden gehaald. Wij hebben echter alles op alles gezet om te bevorderen dat de werkzaamheden zo snel mogelijk konden worden voortgezet (tussentijds is op vrijdag 13 maart een deel van de weg opgeschoond waardoor de bereikbaarheid beter werd).
2. Kan het College aangeven waarom de Lage Morsweg niet gefaseerd is opengegooid, zodat de gigantische overlast een stuk minder zou zijn geweest?
De asfaltverharding moest worden verwijderd. Het is bestendig gebruik dat bij vervangen van rioleringen van ca. 50 tot 70 meter dit in één keer wordt uitgevoerd.
3. Is het College bekend met het gegeven dat – los van de zware financiële consequenties voor de winkeliers – er ook problemen zijn met de bevoorrading?
Ja, daar zijn we ons van bewust. Helaas is door onvoorziene omstandigheden inzake de aangetroffen bodemverontreiniging de overlast over een veel langere periode ontstaan.
4. Kan het College aangeven wanneer de Lage Morsweg weer bereikbaar zal zijn?
Inmiddels is de vervuilde grond en de oude gasleiding (veroorzaker) opgeruimd en zijn de werkzaamheden weer hervat. Naar verwachting zal in de eerste helft van mei de bestrating weer zijn aangebracht. Als bijdrage aan de vermindering van de overlast is overigens op vrijdag 13 maart een deel van de weg opgeschoond waardoor de bereikbaarheid beter werd.
5. Is het College bereid de werkzaamheden nu versneld (in de 10e versnelling) te laten uitvoeren om de schade niet onnodig nog groter te maken?
Al het mogelijke zal in het werk worden gesteld het werk zo snel mogelijk af te maken.
6. Is het College bereid om de gederfde omzet na de 8e week van het aanleggen van de zandbak aan de winkeliers als planschade te vergoeden?
Algemeen uitgangspunt is dat schade die bedrijven en particulieren ten gevolge van de uitvoering van infrastructurele werken van de gemeente ondervinden in principe voor eigen rekening komen (maatschappelijk risico).
In dit geval zullen wij echter aan de betrokken ondernemers een brief zenden met het aanbod gezamenlijk te onderzoeken of hier sprake is van zodanig onevenredige schade dat die redelijkerwijs niet meer als maatschappelijk risico kan worden aangemerkt en dat er alsdan sprake zou zijn van de noodzaak van nadeelcompensatie. In het kader van dit onderzoek krijgen de betrokken ondernemers de gelegenheid aannemelijk te maken dat dit het geval is.
7. Kan het College aangeven wat de oorzaak is van deze merkwaardige planning van werkzaamheden?
Tijdens de ontgravingwerkzaamheden kwam er een gaslucht vrij. Vanaf dat moment is er onderzoek verricht wat de oorzaak hiervan was. De oorzaak bleek een hoge concentratie benzeen te zijn dat vanuit een oude niet meer in gebruik zijnde gasleiding in de grond was gestroomd. De voorbereiding om deze vervuiling te verwijderen (door Alliander = voormalig NUON, eigenaar van de gasbuis) heeft veel tijd in beslag genomen omdat het verwijderen door een gekwalificeerd bedrijf moet worden uitgevoerd.
8. Is het College bekent met de nieuwe regeling in Amsterdam dat kleine winkels subsidie kunnen krijgen om verpaupering te voorkomen?
Ja, wij hebben kennisgenomen van deze regeling en zijn van mening dat subsidiëring niet het juiste middel zou zijn om het soort problemen dat zich hier voor heeft gedaan te bestrijden.
9. Is het College bereid om ook voor kleine Leidse winkels – zo nodig – een dergelijke subsidie ter beschikking te stellen?
Ook wij hechten aan het belang van instandhouding van buurtwinkels. We zien in de praktijk dat de grotere wijkwinkelcentra of de winkels in het centrum een steeds grotere aantrekkingskracht uitoefenen op de consumenten uit alle delen van de stad. Modernisering van deze winkelcentra of de ruimere openstelling van deze winkels vormen daarvoor een belangrijke oorzaak. Wij denken dat een structurele subsidie aan buurtwinkels geen oplossing is omdat we daarmee als gemeente teveel zouden ingrijpen in de marktwerking. Dit laat onverlet dat wij in samenwerking met vastgoedeigenaren, woningbouwcorporaties en andere maatschappelijke instellingen in deze stad ons zullen inspannen om te bevorderen dat deze wijkvoorzieningen in stand blijven.
Het zogenaamde gat van Dingjan hoek Hoge Rijndijk/Zoeterwoudse-singel
Antwoord Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 3 maart 2009)
1. Waarom is er nog steeds geen bebouwing op het voormalige Dingjanterrein?
Tot heden is geen aanvraag om een bouwvergunning ingediend voor deze locatie, en is geen bouwvergunning voor deze locatie verleend. Zonder bouwvergunning mag niet worden gebouwd. Daarnaast is voor deze locatie een goedgekeurd saneringsplan noodzakelijk vanwege ernstige bodemverontreiniging. Tot heden is er geen goedgekeurd saneringsplan.
2. Is het waar dat door onenigheid tussen partijen er nog steeds geen bebouwing is op het voormalige Dingjanterrein?
Nee. De reden dat er nog geen bebouwing is op het voormalige Dingjanterrein is dat er nog geen aanvraag om bouwvergunning voor deze locatie is ingediend, die heeft geleid tot een bouwvergunning. Daarbij is er geen goedgekeurd saneringsplan
Tijdens een gesprek op 21 december 2006 tussen projectontwikkelaar en wethouder Ruimtelijke Ordening, Wijkontwikkeling en Regiozaken is de projectontwikkelaar akkoord gegaan met het (bijgestelde) stedenbouwkundig progamma van eisen (spve). Afgesproken is dat een bouwplan in overeenstemming met dat spve zou worden ingediend en dat dat bouwplan op de reguliere wijze zou worden behandeld. Een bouwplan werd echter niet ingediend.
Per brief d.d. 31 juli 2007, verzonden 7 augustus 2007, is de ontwikkelaar aan de gemaakte afspraken herinnerd. Namens de eigenaren van de gronden is toen medegedeeld dat weliswaar met de ontwikkelaar kan zijn onderhandeld, maar dat de uiteindelijke beslissing bij hen ligt en dat zij niet akkoord gaan met de opgestelde uitgangspunten voor de locatie. De eigenaren hebben darbij aangegeven alleen over de uitgangspunten voor de ontwikkeling te praten als de gemeente bereid is met de één van de eigenaren te spreken over de legalisering van zonder bouwvergunning gerealiseerde appartementen in de loods achter de videotheek aan de Korevaarstraat (eigendom van één van genoemde eigenaren).
Aan de eigenaar is meermalen aangegeven dat het college alle bouwlocaties / bouwplannen afzonderlijk beoordeeld, en dat geen sprake kan zijn van legalisatie van de illegale appartementen alleen omdat de eigenaren een bouwplan conform spve voor het Dingjanterrein indienen. De vraag of de appartementen kunnen worden gelegaliseerd staat los van de vraag aan welke stedenbouwkundige eisen een bouwplan voor het Dingjanterrein moet voldoen. Van koppeling van de behandeling van plannen voor deze twee bouwlocaties kan dan ook geen sprake zijn.
Op 27 maart 2008 heeft de wethouder Ruimtelijke Ordening, Binnenstad en Publiekszaken met een vertegenwoordiger van de ontwikkelaar gesproken over het Dingjanterrein. Er is toen afgesproken is dat de vertegenwoordiger aan de ontwikkelaar zal melden dat de oplossing is het indienen van bouwplan dat voldoet aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden zoals deze in het verleden aan zijn medegedeeld, en een goedgekeurd saneringsplan. Een bouwplan is tot heden niet ingediend.
De stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan Zuidelijke Schil. Dit ontwerp heeft van 17 maart 2008 tot 28 april 2008 tot ter inzage gelegen. Namens de eigenaren is een ongemotiveerde zienswijze ingediend, de toegezegde aanvullende motivering is niet ingediend. Binnenkort zal het ontwerpbestemmingsplan met de beantwoording van de zienswijzen aan de raad worden voorgelegd.
3. Zo ja waarom wat is de aard van de meningsverschillen?
Zie de beantwoording bij vraag 2
4. Kunt u ons vertellen om hoeveel projecten het gaat in Leiden waar u met de projectontwikkelaar niet tot een goed eind kunt komen en waarom niet?
Ons zijn geen concrete projecten bekend, die niet tot een goed einde gebracht zouden kunnen worden. De ontwikkelaar heeft een aantal aanvragen om bouwvergunning ingediend voor diverse locaties in de stad. Deze aanvragen worden op de reguliere wijze afgehandeld. Dat betekent dat voor sommige locaties een bouwvergunning is verleend, voor sommige locaties de bouwvergunning is geweigerd, en dat een aantal aanvragen moet nog afgehandeld worden. Dat laatste komt doordat plannen aangepast moeten worden en omdat procedures op grond van het bestemmingsplan en/of de Wet ruimtelijke ordening moeten worden gevoerd. Ook is een aantal handhavingsacties lopend.
5. Op welk onderhanddeling niveau spreekt u met de projectontwikkelaar is dat op ambtelijk niveau of bestuurlijk.
Thans worden de gesprekken op ambtelijk niveau gevoerd. Besluiten worden genomen op de reguliere niveaus.
6. Heeft uw college er alles aan gedaan om een goede verstandhouding verwezenlijken met de ondernemer?
Ja. De ontwikkelaar heeft in het verleden op diverse niveaus gesprekken gevoerd, zowel ambtelijk als bestuurlijk. In deze gesprekken zijn individuele bouwplannen besproken en is aangeven welke mogelijke oplossingen er zijn, binnen de kaders van wet- en regelgeving.
7. Kunt u ons zeggen wat de plannen zijn van het college als u niet tot een overeenkomst kan komen met de ontwikkelaar betreffende het bouwplan?
Nee. Zoals vermeld bij de vragen 1 en 2 is tot heden geen concreet bouwplan ingediend dat kan leiden tot een bouwvergunning.
8. Is het waar dat pogingen van de project ontwikkelaar om een afspraak met het bestuur te maken over het algemeen worden genegeerd?
Nee. In het verleden is veelvuldig en op verschillende niveaus met de ontwikkelaar gesproken. Zie het antwoord bij vraag 6.
De (bestuurlijke) overleggen niet hebben geleid tot vermindering van de problemen rond diverse bouwprojecten waarbij de ontwikkelaar betrokken is. Om deze reden, en vanwege de ernstige bedreigingen die de ontwikkelaar heeft geuit tegenover bestuurders en ambtenaren, is er nu geen aanleiding om opnieuw met de ontwikkelaar op bestuurlijk niveau te spreken. De door hem ingediende aanvragen om bouwvergunning, en de handhavingsacties met betrekking tot verschillende projecten worden overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving behandeld.
9. Zo ja wat is de reden daarvoor?
Zie antwoord bij vraag 8.
Een artikel in het Leidsch Dagblad dd. 16 juni 2009, “Woedend over weren kunststof” over het weren van kunststof kozijnen in de Merenwijk
(ingekomen 16 juni 2009)
Op grond van artikel 43 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad willen wij u namens de fractie van de VVD dan ook de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 14 juli 2009)
1. Onlangs is er door de ARK een negatief advies uitgebracht over het plaatsen van een kunststof kozijn. Klopt het dat dit advies is gegeven vanwege het gebruik van kunststof? Zo ja: waarom?
Er is onlangs een negatief advies door de ARK afgegeven omdat het voorgestelde materiaalgebruik niet overeenkwam met het bestaande materiaal van het hoofdgebouw. Het betrof een aanvraag om een bouwvergunning voor het plaatsen van 2 dakkapellen op een woning in de straat de Klimroos (Merenwijk). De ARK heeft daarbij overwogen dat de dakkapel afwijkt van de materiaaltoepassing van het hoofdhuis. Daarom adviseerde de ARK onder verwijzing naar de door de gemeenteraad vastgestelde nota Welstandtoets Leiden (hoofdstuk 8.2.4: dakkapellen) om (ook) de kozijnen van de dakkapel in hout uit te voeren. De nota schrijft namelijk voor dat inzake materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk moeten zijn aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. In die zin is dus irrelevant dat het om kunststof ging. Als het hoofdgebouw (let wel: dit betreft het hele bouwblok) in kunststof zou zijn uitgevoerd dan had het advies van de ARK wellicht anders geluid.
Het is goed om nog te vermelden dat de aanvrager zijn aanvraag heeft aangepast. Inmiddels is een bouwvergunning verleend voor het plaatsen van dakkapellen met een houten kozijn.
2. Is het college met de VVD van mening dat de huidige Welstandsnota te verstrekkend is voor lichte welstandsgebieden zoals de Merenwijk en/of zaken op detailniveau zoals de uitvoering en het gebruikte materiaal van dakkapellen.
Ja, daarom is dit in de nieuwe welstandsnota, anders geregeld. In de nieuwe nota wordt voor een groot aantal gebieden een licht welstandsniveau (‘terughoudend beheer’) voorgesteld. Dit komt ook tot uiting in sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine plannen in die gebieden, zoals dakkapellen. Daarvoor geldt dan een beperkt aantal sneltoetscriteria, die ambtelijk getoetst worden.
3. Is bij dit advies gelet op het “en bloc” doorvoeren van de bedoelde wijzigingen aan het dakvlak? Zo ja, hoe verhoudt zich dit met de tekst van motie 1 bij RV 05.0168? is het college bekend met deze motie en in hoeverre wordt heden ten dage uitvoering gegeven aan de wens van de raad zoals verwoord in de voornoemde motie.
Nee, de motie is ook niet gericht aan de ARK maar aan ons. Ook wij hebben in dit geval geen acht kunnen slaan op de Motie omdat deze motie gaat over de vereenvoudiging van de procedure van aanbouwen aan woningen in de Merenwijk De raad heeft ons verzocht om ruimhartig om te gaan met de bevoegdheid om vrijstelling (thans ontheffing) van het bestemmingsplan te verlenen. Deze bevoegdheid is een wezenlijk andere dan de bevoegdheid om toch een bouwvergunning te verlenen ook al is sprake van strijd met redelijke eisen van welstand.
4. Is het college het eens met de VVD dat kunststof kozijnen over het algemeen duurzamer en milieuvriendelijker zijn bij productie, verwerking, plaatsing, gebruik, sloop en recycling dan (hard)hout? Zo ja: Waarom wordt het gebruik van kunststof niet ruimer toegestaan?
De deskundigen zijn verdeeld over de vraag welk materiaal minder belastend zou zijn voor het milieu. Harde gegevens ter zake ontbreken. Neemt niet weg dat het gebruik van kunststof meer zal kunnen worden toegepast zodra het nieuwe welstandsbeleid door de raad is vastgesteld. Overigens kan in dit verband nog verwezen worden naar de recente actualisatie van het regionaal duurzaam bouwen plus pakket.
5. Is het college voornemens om bij de reeds aangekondigde nieuwe welstandsnota het gebruik van duurzame en energiebesparende bouwmaterialen zoals kunststof in grote delen van de stad (ruimer) toe te staan?
Ja. zie ook vraag 2. In beschermd stadsgezicht blijven traditionele bouwmaterialen wel de norm. In gebieden die in de nieuwe nota voorzien zijn van het welstandsniveau ‘beheren met aandacht’ worden in beginsel ook traditionele materialen voorgeschreven.
6. Indien het antwoord op vraag 5 ‘ja’ is : Is het mogelijk om, vooruitlopend op de vaststelling van de nieuwe welstandsnota door de raad, al ruimhartiger te zijn bij het verlenen van vergunningen voor het toepassen van kunststof bouwdelen?
Op grond van artikel 44 van de Woningwet moet de bouwvergunning worden geweigerd, indien het bouwwerk in strijd is met redelijke eisen van welstand beoordeeld naar de criteria zoals opgenomen in de vigerende Nota. Aangezien de nieuwe Welstandsnota nog niet in de Raad is vastgesteld, dient het college de vigerende nota te hanteren.
7. Waarom is een aangevraagd gesprek met de constructeur, om te komen tot een oplossing c.q. verheldering van standpunten, geweigerd? Is het niet juist in het belang van deze gemeente en haar inwoners om bij geschillen in goed overleg te proberen om tot een oplossing te komen?
Er is geen gesprek geweigerd. Integendeel. Bij schrijven van 20 april 2009 heeft de directeur van Rijnland Kozijnen aan het college enkele vragen gesteld over het welstandsbeleid in het algemeen en meer specifiek de bepalingen omtrent kunststof. Bij brief van 14 mei 2009 is namens het college door de teamleider V&S antwoord op de vragen gegeven. Daarbij is nadrukkelijk aangegeven dat het college openstaat voor een gesprek en het geven van een nadere toelichting. Van deze mogelijkheid heeft de heer De Ligt gebruik gemaakt en op 10 juni is een afspraak gemaakt tussen de heer De Ligt en de teamleider V&S. Dinsdag 22 juni heeft het gesprek plaatsgevonden.
Na afloop van dit gesprek heeft de directeur van Rijnland Kozijnen zijn vertrouwen uitgesproken in de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van toepassingsmogelijkheden van kunststof kozijnen en -dakkapellen.
