Bestuur
Schriftelijke vragen van raad aan B&W
-
IJsbaan Nieuwe Rijn en Centrummanagement
-
(ingekomen 15 juni 2010)
Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van de raadsleden P. BORST en P. LAUDY (VVD) inzake ijsbaan Nieuwe Rijn en Centrummanagement (ingekomen 15 juni 2010)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 24 augustus 2010).
Heden werd bekend dat het Centrummanagement 100.000 euro verlies lijdt, met name als gevolg van de exploitatie van de ijsbaan op de Nieuwe Rijn afgelopen winter. Het verlies betreft maar liefst een kwart van de gehele begroting van het centrummanagement. (LD, 15 juni 2010)
De VVD-fractie is enthousiast pleitbezorger van het ondernemersfonds en het centrummanagement, maar kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de financiële controllfunctie bij deze partners onvoldoende wordt uitgeoefend. Daarmee komen activiteiten ten behoeve van ondernemers en meer specifiek de binnenstad in potentie onder druk te staan en dat baart de fractie van de VVD zorgen. Daarom stellen wij uw college op grond van artikel 43 van het reglement van orde graag onderstaande schriftelijke vragen.
Het tekort is een gevolg van de tegenvallende bezoekersaantallen (i.v.m. weersomstandigheden) aldus het Centrummanagement. Eerder begrepen wij dat er ruim 11.000 bezoekers waren. Gerekend werd op 10.000 tot 15.000 bezoekers. (aldus het Centummanagement in het LD van 04-01-2010)Vooraf: het Centrummanagement is geen gemeentelijke instelling. De gemeente Leiden is ook geen bestuurslid in de stichting. De gemeente heeft de rol van subsidieverstrekker en het Centrummanagement is subsidieontvanger die prestaties levert in ruil voor die subsidie. Op ambtelijk niveau wordt het bestuur wel geadviseerd door de gemeente Leiden en ook in de adviesraad zit ambtelijke vertegenwoordiging. De rol van subsidieverstrekker leidt tot een zekere afstand. Directe invloed op beslissingen die worden genomen is niet aanwezig.
1. Hoe verhoudt de huidige situatie zich tot de berichtgeving vanuit het Centrummanagement in januari (!) van dit jaar dat met inachtneming van toen bekende bovenstaande cijfers dat “de ijsbaan geslaagd is” en reden om “het experiment volgend jaar voort te zetten” (bron: LD 04-01-2010)? Welke voortschrijdende inzichten hebben zich sinds januari van dit jaar voorgedaan en waarom waren deze inzichten in januari nog niet bekend?
Uit het jaarverslag van het Centrummanagement (CML) is op te maken dat de stad zeer te spreken was over de ijsbaan en publiciteit en bezoekers heeft opgeleverd. Het CML vraagt zich in het jaarverslag echter af of ze de komende jaren een IJsbaan nog wel zelf kan organiseren. Zowel gezien de zware wissel die het getrokken heeft op de organisatie van CML alsook de financiële gevolgen is het antwoord hierop negatief. In de subsidieaanvraag 2011 wordt aangegeven dat CML nauw betrokken blijft bij de organisatie van een ijsbaan in 2011 maar dat afspraken zijn gemaakt met een evenementenbureau. Het is echter nog niet zeker dat er een ijsbaan komt. In de begroting van het Centrummanagement wordt een bedrag ad € 10.000 gereserveerd voor de ijsbaan in 2011.
2. In hoeverre deelt het college de mening van het Centrummanagement dat er sprake is van een tegenvallend aantal bezoekers afgezet tegen de hierboven genoemde verwachting?In het jaarverslag wordt vermeld de ijsbaan met ruim 10.000 bezoekers en de brede aandacht in de lokale, regionale en landelijke medio een geslaagd evenement kan worden genoemd. Echter, door het slechte weer zijn de inkomsten achtergebleven, dit was een ondernemersrisico waarvan het CML zich tevoren bewust was.
Zelfs indien het maximum van 15.000 bezoekers zich had gemeld leert een snelle rekensom dat 4000 extra bezoekers tegen een entree van 5 euro in totaal 20.000 euro aan meeropbrengsten had opgeleverd. Er resteert dan nog een tekort van 80.000 euro.
3. Deelt het college de mening van de VVD dat de bezoekersaantallen afgezet tegen de verwachting daaromtrent niet uitsluitend de reden kunnen zijn voor een niet begroot tekort van 100.000 euro?
Uit het jaarverslag valt op te maken dat het Centrummanagement in 2009 extra evenementen en activiteiten heeft georganiseerd. Juist in economisch minder goede tijden heeft men dit signaal af willen geven en zo willen bijdragen aan de levendigheid en economisch klimaat van de binnenstad De activiteiten op zich en ook de promotie ervan hebben achteraf gezien een te zware wissel getrokken op het CML. Deze intensivering kwam naast het exploitatieverlies van de ijsbaan. Het jaarverslag van het CML schrijft dit naast tegenvallende inkomsten ook toe aan de hogere kosten voor inhuur van personeel en de hogere brandstofkosten door de relatief warme temperatuur in de periode van de ijsbaan.4. Welke andere oorzaken kent het tekort bij de exploitatie van de ijsbaan?
Zie antwoord bij vraag 3
5. Welke andere oorzaken kent het totaal tekort bij het Centrummanagement anders dan de exploitatie van de ijsbaan?
Zie antwoord bij vraag 3
Het tekort van 100.000 euro wordt gedekt uit voorschotten uit het ondernemersfonds t.b.v. de jaren 2010 en 2011 en uitbesteding van de organisatie van evenementen.
6. Hoe verhouden de oorzaken in antwoord op de vragen 4 en 5 zich in financieel opzicht tot de gekozen oplossingsrichting van uitbesteding van organisatie van evenementen? Om welke evenementen gaat dat en welke besparing in de begroting verwacht men daarmee te realiseren?
In het jaarverslag 2009 wordt vermeld dat het CML ervoor kiest terug te gaan naar de core-business en ervoor kiest zaken aan andere organisaties te laten. Gekozen wordt tot het organisatorisch anders invullen van het Huis van Sinterklaas en de IJsbaan en het onderbrengen van de promotiecampagnes Zomer in Leiden en Winter in Leiden bij Leiden Marketing.
7. Wat betekent deze uitbesteding concreet voor activiteiten en evenementen in 2010 en 2011?
In de subsidieaanvraag 2011 (activiteitenplan) wordt vermeld dat het CML nauw betrokken zal blijven bij de Intocht van Sinterklaas, het Huis van Sinterklaas en de IJsbaan maar niet de totale organisatie ter hand neemt.
Ook zal CML evenementen als Cum Laude concerten, de Leidse Jazzweek, het Leids filmfestival en het Crocs City Beach Festival helpen middels een financiële bijdrage of het zorgdragen van een onderdeel van het evenement. De verkiezing van de Beste Winkel van Leiden zal CML wel geheel zelf organiseren. Het CML zal Leiden Marketing op verzoek zowel organisatorisch als financieel bijstaan. Bijvoorbeeld bij de organisatie van het Glazen Huis 2011.
Het CML zal niet langer als initiator van promotiecampagnes maar als partner van het Netwerk Stadspartners participeren in de totstandkoming van promotiecampagnes.De begroting 2010 is bijgesteld en in veel gevallen zal in 2010 al een voorschot worden genomen op de gewijzigde rol van het CML.
8. Hoe duidt het college de financiële positie van het Centrummanagement als gevolg van deze ontwikkelingen in de jaren 2010 en 2011? Hoe verhoudt naar het inzicht van het college deze financiële positie zich tot de wens van het voortzetten van de ijsbaan als activiteit?
Op grond van het jaarverslag 2009 en op grond van de subsidieaanvraag 2011 heeft het college het vertrouwen dat CML het financiële tekort kan inlopen. Het is duidelijk dat CML minder risico kan nemen dan voorheen omdat buffers ontbreken. Uiteindelijk zal het bestuur van CML hierover een besluit dienen te nemen.
Wij hebben de indruk dat de hogere opbrengsten uit het ondernemersfonds toegerekend worden aan geprognosticeerde hogere OZB-opbrengsten.9. Is deze indruk juist en hoe verhoudt deze verwachting zich tot de beleidsambitie van het college om de belastingen verder te vergroenen, waarbij een boventrendmatige hogere OZB-opbrengst niet voor de hand ligt?
De hogere opbrengst waarmee CML het tekort uit 2009 deels wil dekken betreft een positieve afrekening uit het jaar 2006 en 2007 van het Ondernemersfonds. De subsidie die het Ondernemersfonds ontvangt is gebaseerd op een gedeelte van de OZB-opbrengst. Deze opbrengst kan eerst na 3 jaar definitief worden vastgesteld. Er bleek meer belasting geïnd te zijn dan geprognosticeerd. Dat heeft in de belastingjaren 2006 en 2007 geleidt tot een nabetaling aan het Ondernemersfonds die in 2009 respectievelijk 2010 bekend is geworden.
10. Gezien het feit, dat het verlies maar liefst een kwart van de begroting betreft: Hoe duidt het college het financieel management en de controllpositie van het Centrummanagement in het licht van de ontstane situatie?
CML geeft zelf aan dat het adequaat bijhouden van een financiële administratie door omstandigheden in met name het 2e deel van 2009 flink onder druk heeft gestaan. CML had juist in 2009 het financiële beheer willen verbeteren. Inmiddels zijn er maatregelen genomen om een ordentelijke financiële administratie structureel te waarborgen en de financiële monitoring soepeler te laten verlopen.
11. Welke acties gaat het College ondernemen, en op welke termijn, in haar rol als partner in het ondernemersfonds en centrummanagement en als uiteindelijk politiek verantwoordelijke voor een gezond ondernemersklimaat in Leiden om tot verbeteringen te komen bij het Centrummanagement?
De gemeente Leiden is geen partner in het Ondernemersfonds en het Centrummanagement. De rol van de gemeente is die van subsidieverstrekker. Met name ten aanzien van het Ondernemersfonds is de rol van de gemeente klein omdat de ondernemers door de opslag op de OZB zelf de subsidie betalen. Wat betreft het CML wordt de nadruk gelegd op nakoming van de afspraken die met deze organisatie zijn gemaakt. Eventuele sanctionering bij niet nakomen van de afspraken kan geschieden op basis van de Algemene Subsidieverordening (lager vaststellen van de subsidie indien afspraken niet worden nagekomen).
Verdere concrete acties vanuit de gemeente zijn niet noodzakelijk. Uit het jaarverslag 2009 en de subsidieaanvraag 2011 blijkt dat het bestuur van CML zijn verantwoording neemt. Er zijn voorstellen gedaan om het tekort te dekken, de financiële positie te versterken en de prestaties te verbeteren. Daarnaast is CML voornemens de prestaties te leveren die zijn overeengekomen met de gemeente.
Gevraagd door: P. BORST EN P. LAUDY (VVD) OP 15 JUNI 2010 -
Terrassen versus evenementen op de Beestenmarkt
-
(ingekomen 15 juni 2010)
Volgens de APV van Leiden is het de bedoeling dat bij de beoordeling van een aanvraag voor een evenementenvergunning, er rekening wordt gehouden met de mate waarin door het evenement beslag wordt gelegd op de ruimte en of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of de bestemming van de locatie.
Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde wil de Stadspartij Leiden Ontzet de volgende vragen aan het College stellen:
Voorafgaand het volgende: het Programma Binnenstad stelt dat ‘de Beestenmarkt een belangrijke schakel vormt tussen de entree van de stad, het kernwinkelgebied en het toekomstige bronpunt Morspoort. Vanwege deze schakelfunctie heeft de Beestenmarkt een belangrijke verblijfsfunctie, die onvoldoende wordt benut. Het is wenselijk dat de Beestenmarkt ontspanning biedt en een kwaliteitsuitstraling heeft, met een programma van horeca (focus terrassen) en haven/rondvaart.’ Als gevolg van deze wens zijn er veel terrassen nodig, zodat de Beestenmarkt een goede rol kan vervullen als terrassenplein voor bezoekers van de binnenstad. Op grond hiervan is in 2009 de beleidsregel voor het stimuleren van terrassen aan de Beestenmarkt in het leven geroepen. Deze voorziet in een tegemoetkoming in de kosten van het exploiteren van een terras aan de Beestenmarkt. De beleidsregel geldt voor 2009 en 2010 en geldt voor het gehele vergunde terras van een ondernemer.
De Beestenmarkt is echter ook een evenementenplein. In de beleidsregels terrassen uit 2007 (wat een bijlage vormt van de terrasvergunning) is opgenomen dat terrassen geen belemmering mogen vormen voor de ambulante handel, kermis, evenementen en bijzondere gebeurtenissen. Dat betekent in het geval van de Beestenmarkt dat ondernemers bij grote evenementen het stuk terras dat over de goot (een rooster met goot dat over de Beestenmarkt loopt) staat, moeten verwijderen.1. Is het College van B&W bekend dat er vergunningen zijn afgegeven voor gebruik van de Beestenmarkt in het kader van een WK voetbalactiviteit, die op geen enkele manier rekening houden met bovenstaande bedoelingen?
Op basis van bestaande regelgeving kan een evenementenorganisator een vergunning
aanvragen, die de gehele Beestenmarkt ‘vanaf de goot’ betreft.2. Is het het College bekend dat er bij afgifte van deze vergunningen er op geen enkele wijze rekening is gehouden met de ondernemers die gevestigd zijn aan het plein?
Het college realiseert zich dat de belangen van een evenementenorganisator om een maximale ruimte te kunnen gebruiken, strijdig kunnen zijn aan de belangen van de ondernemer. Daarom is het aantal keren per jaar dat dit mag gebeuren gemaximeerd.
Vanaf de goot is de Beestenmarkt publiek terrein dat in de evenementennota is aangewezen als evenementenlocatie. Hiervan kunnen (soms eveneens Leidse) ondernemers en organisaties gebruik maken. Meestal levert dit geen problemen op. Hetzelfde principe geldt bijvoorbeeld op het Stadhuisplein en het terras van City Hall.3. Kan het College uitleggen hoe het mogelijk is dat de organisator van het WK-evenement kan eisen dat terrasuitbreidingen die –in het kader van het Programma Binnenstad- door het stadsbestuur zijn gestimuleerd nu moeten worden verwijderd en dat er door “toezichthoudende ambtenaren” gaat worden “opgetreden”?
De Beestenmarkt is aangewezen als evenementenplein. In het kader van het Programma Binnenstad ligt er de wens dat de Beestenmarkt ook een terrassenplein wordt. Echter, de terrassen mogen niet botsen met de evenementen. Op het moment dat er evenementen plaatsvinden die het gehele plein benutten gaan de terrassen terug tot achter de goot. Dit is opgenomen in de beleidsregels terrassen, die alle ondernemers hebben gekregen bij hun terrasvergunning..
4. Kan er nog wel van een openbaar evenement worden gesproken als het blijkbaar is toegestaan het evenement door middel van een hoge afscheidingswand aan het oog te onttrekken?
De scheidingswand is inderdaad niet fraai. Het college beschouwt dit als een noodzakelijk kwaad. Het neerzetten van hekken of een scheidingwand komt voort uit veiligheids-overwegingen: de politie adviseert bij sommige evenementen om het evenemententerrein goed af te zetten, zodat het publiek gescheiden kan worden van overige verkeers- en bezoekersstromen en zodat de bezoekersaantallen gereguleerd kunnen worden.
5. Is het College het met de Stadspartij eens dat het nu de hoogste tijd wordt om de evenementenfunctie van de Beestenmarkt ook in harmonie te brengen met de belangen van de ondernemers die 365 dagen per jaar proberen iets van het plein te maken?
Ja. Dit voorjaar is na overleg tussen vertegenwoordigers van het college en van de betrokken (horeca)ondernemers afgesproken dit element speciaal te betrekken bij de evaluatie van de evenementennota. Het college deelt de ambitie om de Beestenmarkt aantrekkelijker te maken. Dit betekent echter niet dat het plein zijn publieke karakter mag verliezen, waar ook andere evenementenorganisatoren zich kunnen inzetten voor een levendige stad. De evaluatie van de evenementennota is eind 2010 gereed.
6. Is het College bekend dat er per convenant met de ondernemers aan de Beestenmarkt is afgesproken dat tijdelijke evenementen geen eigen horeca exploiteren?
Er wordt nu ambtelijk gewerkt aan een convenant en daar komt niet in te staan dat tijdelijke evenementen geen horeca mogen exploiteren. Als de organisator zelf aan de eisen die gesteld worden in artikel 35 Drank- en Horecawet voldoet mag hij zelf de horeca exploiteren. Een organisator is niet verplicht de horeca te laten verzorgen door de omliggende horeca. Een organisator haalt uit de exploitatie van de horeca inkomsten waarmee het evenement bekostigd kan worden.
7. Bestaat de mogelijkheid nog om de inmiddels verstrekte evenementenvergunningen aan te passen en kan de Raad een kopie van de inmiddels verstrekte vergunningen ontvangen?
De verstrekte vergunning voldoet aan de eisen en voorwaarden van het
evenementenbeleid en van de adviserende diensten. Als de vergunning gewijzigd wordt moet deze wijziging eerst getoetst worden aan het beleid en voor advies voorgelegd worden aan de adviserende diensten (Politie, Brandweer en GHOR).Zie bijlage voor verleende vergunning.8. De huidige coördinatie van evenementen is een janboel. Is het College van plan om maatregelen te nemen die er toe leiden dat er op korte termijn werkelijk gecoördineerd gaat worden?
Hoewel wij uw oordeel niet delen, zijn wij van plan om binnenkort een overleg te plannen met verschillende ondernemers en evenementenorganisatoren. Hieruit kunnen verbeterpunten komen die worden meegenomen in de evaluatie van het evenementenbeleid. Dit voorkomt niet dat soms meerdere belanghebbenden aanspraak maken op locaties en dat er dus altijd teleurgestelden zullen zijn. Evenmin kan voorkomen worden dat vanwege veiligheid nadere eisen gesteld moeten worden, die de omzet negatief beïnvloeden.
9. Is het College het eens met de Stadspartij dat het beter is om bij de aanvraag van een evenementenvergunning vóór verstrekking even te overleggen met de ondernemers aan het plein?
Vaak is bij grote evenementen vooraf contact met belanghebbenden, zoals ook in dit geval. Dit betekent echter niet dat belanghebbenden zeggenschap hebben of een vergunning voor een bepaald evenement wel of niet wordt verleend.
10. Is het College het eens met de Stadspartij dat het beter is nu met de ondernemers van het plein helder af te spreken waar zij in de toekomst rekening mee dienen te houden?
Er zal een gesprek met de ondernemers plaatsvinden. Deze wisten en weten overigens waar zij rekening mee moeten houden. Dit staat in de beleidsregels terrassen en is meermalen gecommuniceerd.
11. Kan het College aangeven waarom de evenementencoördinator niet op de hoogte is van bestaand beleid, waardoor het evenementenbureau feitelijk blind vergunningen verstrekt?
De evenementencoordinator is volledig op de hoogte van het bestaand beleid en heeft de vergunningen conform bestaand beleid verleend.
12. Is het College inmiddels bekend met het feit dat de organisator van het WK-evenement zich door de ondernemers aan de Beestenmarkt heeft laten uitkopen (voor een substantiële uitkoopsom) om de terrassen te kunnen laten staan, waarmee nadrukkelijk is aangetoond dat de eis van organisator, maar zeker ook van de burgemeester, verwoord per brief van 9 juni jl., om de terrassen te verwijderen aantoonbaar en zichtbaar op onzin, onkunde en willekeur berust?
Aan zowel ondernemers als evenementenorganisator is aangegeven dat deze laatste volledig in zijn recht stond. Daarop is tevens aangegeven dat handhavend opgetreden zou worden ten aanzien van de terrassen, tenzij organisator en ondernemers in onderlinge overeenstemming (en binnen randvoorwaarden van veiligheid) vrijwillig tot een andere afspraak voor de indeling van het plein zouden komen, waarbij beide partijen tevreden zouden zijn. Dit laatste bleek uiteindelijk gelukt, waardoor de terrassen konden blijven staan. Hoewel met deze vrijwillige, onderlinge afspraak tussen beide partijen een conflict tussen verschillende ondernemers uiteindelijk is voorkomen/opgelost, vindt het college dat een nieuwe situatie als deze in de toekomst voorkomen moet worden. Van willekeur kan geen sprake zijn.
13. Is het college bereid, nu is aangetoond dat de zogenaamde onvermijdelijke, zelfs gedwongen door “toezichthoudende ambtenaren”, verwijdering van terrassen op onzin berust, te participeren in de uitkoopsom, welke inmiddels door betrokken ondernemers aan organisator van het evenement is betaald?
Nee. De onderlinge afspraak is na een verzoek van de terraseigenaren vrijwillig onderling tot stand gekomen.
14. Is het College het eens met de Stadspartij dat de afsluiting van het evenement op de Beestenmarkt met hoge hekken, voorzien van landbouwzeil, niet strookt met de wens de Beestenmarkt en omgeving aantrekkelijker, uitnodigender, gezelliger en veiliger te maken?
Deels. De Beestenmarkt wordt er niet aantrekkelijker, maar bij evenementen wel veiliger door. Zie ook de beantwoording van vraag 4.
Gevraagd door: J. BOER EN P. LABRUJERE (SLO) OP 15 JUNI 2010 -
Onbetaalbare gemeentelijke heffingen en aanslagen waterschapsbelasitng voor minima met een eigen huis
-
(Ingekomen op 26 mei 2010)
Proloog
Het is de Stadspartij Leiden Ontzet bekend dat een aantal Leidenaren helaas en wellicht onnodig met het volgende probleem te maken heeft.Het probleem betreft zowel werkende als uitkeringsgerechtigde minima in het bezit van een eigen woning. Artikel 34d van de Wet Werk en Bijstand voorziet in de combinatie van een bijstandsuitkering en een eigen woning als volgt: “d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voor zover dit minder bedraagt dan €|46.200,-”, waarbij op www.rijksoverheid.nl de volgende uitleg wordt gegeven:
Eigen vermogen en bijstand
Onder eigen vermogen valt niet alleen spaargeld, maar bijvoorbeeld ook een auto. Voor gezinnen is de grens 10.960,00 euro, voor alleenstaanden 5.480,00 euro. Als u meer hebt dan dit bedrag, dan moet u dat eerst opmaken.
De waarde van uw eigen huis valt ook onder uw vermogen. Van deze waarde wordt maximaal 46.200,00 euro buiten beschouwing gelaten. Als de waarde van uw huis verminderd met de al afgeloste hypotheek meer is dan 46.200 euro kan de gemeente u een bijstandsuitkering toekennen op basis van een lening met uw huis als onderpand. De gemeente sluit in dit geval een zogeheten krediethypotheek af. Bovengenoemde bedragen gelden vanaf 1 januari 2010 en worden elk jaar bijgesteld.Het probleem bestaat hieruit: jaarlijks ontvangen huiseigenaren het Aanslagbiljet Gemeentelijke Heffingen alsmede de Aanslag Waterschapsbelastingen. Voor kwijtschelding van deze aanslagen geldt het maximale vrijgestelde eigen vermogen van € 10.960,00. Het vermogen gebonden in de woning telt bij de beoordeling van het vrijstellingsverzoek mee als vermogensbestanddeel. Overige schulden worden niet in aanmerking genomen. Daardoor krijgen deze minima te kampen met aanslagen gebaseerd op “fictief” vermogen van stenen en cement. De eerste maatregel tot inning van de onderhavige bedragen is beslag op de uitkering en/of het loon. Toch al relatief hoge woonlasten betekenen echter een hoge beslagvrije voet, die het voldoen van de aanslagen niet toelaat. De tweede maatregel is beslag op vakantiegeld. Minima hebben dit ‘extraatje’ echter hard nodig om andere posten zoals de eigen bijdrage ad € 165 onder de ZVW te kunnen voldoen.
Het is de Stadspartij duidelijk dat het voornoemde in de woning gebonden vermogensbestanddeel niet realiseerbaar is ten bate van het voldoen van de aanslagen. Noch de Gemeente, noch de belastingbetaler is op enigerlei wijze gebaat bij de enige mogelijke oplossing voor het probleem, nl. beslag op de inboedel en/of eigen woning van de betreffende minima. Voorts is het de Stadspartij gebleken dat de Tweede Kamer een wetsvoorstel in behandeling heeft genomen dat de huidige norm voor vrijstelling ad € 10.960,00 gelijk moet stellen aan het onder artikel 34d WWB vrij te laten vermogen van € 46.200.
De Stadspartij ziet een oplossing van dit probleem door het inzetten van het Leidse Minimabeleid dat jaarlijks fondsen onbenut laat.
Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde wil de Stadspartij Leiden Ontzet de volgende vraag aan het College stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 29 juni 2010)
1. Is het College het eens met de Stadspartij Leiden dat eigen woning bezittende minima met voor hen onbetaalbare gemeentelijke heffingen en aanslagen waterschapsbelastingen uit deze pot worden geholpen? Zo ja, per wanneer? Zo nee, waarom niet?
Nee, het college neemt de suggestie van de Stadspartij Leiden Ontzet niet over om de minimagelden aan te wenden voor eigenhuisbezitters die een vermogen hebben van meer dan € 10.960,-- en daardoor niet in aanmerking komen voor kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen en waterschapsbelasting.
Wij willen niet vooruit lopen op het wetsvoorstel dat nu in voorbereiding is. Het is namelijk nog te onduidelijk hoe dit voorstel eruit gaat zien. Mogelijk wordt de grens van € 46.200,-- alleen als maximum (en niet als absolute standaard) ingevoerd en blijft het gemeenten vrijstaan om zelf de kwijtscheldingsgrens vast te stellen.Pas nadat de wetswijziging is vastgesteld door de Eerste en Tweede kamer kunnen wij de Raad inlichten over de beleidsmatige consequenties. Ook zullen wij de Raad dan voorrekenen wat een eventuele verruiming van de kwijtscheldingsgrens voor financiële gevolgen heeft voor de stad en de burgers.
De minimagelden zijn bovendien niet bedoeld voor algemeen noodzakelijk kosten van bestaan, zoals gemeentelijke heffingen en waterschapsbelasting. Het minimabeleid is echt bedoeld om mensen met een laag inkomen iets extra’s te kunnen bieden, zoals lidmaatschap van een sportclub of een aanvullende ziektekostenverzekering.
Gevraagd door: J. BOER en P. LABRUJERE (SLO) op 26 mei 2010 -
Stadspicknick
-
(Ingekomen 16 april 2010)
De Stichting Peen en Ui is een belangrijke partner van de gemeente bij het organiseren van creatieve evenementen in de stad Leiden. In 2009 heeft de stichting een succesvolle stadspicknick georganiseerd in het Van der Werf park. Bij bericht op haar website heeft de stichting vandaag laten weten dat de stadspicknick, ondanks het succesvolle concept, in 2010 geen doorgang kan vinden wegens gebrek aan financiën. Zie hiervoor ook de website van Peen en Ui http://www.peenenui.nl/.
De fractie van GroenLinks vindt dit uitermate teleurstellend. Al tijden vraagt onze fractie om een visie op cultuur in de gemeente. Nu ziet het ernaar uit dat er wederom een evenement omvalt, voordat wij de discussie over visie hebben kunnen voeren.
Antwoord van Burgemeester en wethouders
(ingezonden 22 juni 2010)
1. Vraag (Is het college het met GroenLinks eens dat de stadspicknick een bijzonder evenement is en toegevoegde waarde heeft binnen de bestaande evenementenkalender? Zo ja, hoe beziet u deze meerwaarde. Zo nee, waarom niet?)
Wij vinden de stadpicknick een leuk evenement. Bij toetsing aan de subsidievoorwaarden m.b.t. verbinden, verleiden en verassen bleek dat andere subsidieaanvragers beter aan deze doelen voldeden..
2. Vraag ( Is er een aanvraag tot subsidie ingediend voor dit evenement? Zo ja, voor hoeveel en voor welke specifieke ondersteuning?)
Er is dit jaar een subsidieaanvraag ingediend bij het evenementenbureau waarin een subsidie wordt gevraagd van 5000 euro voor het mogelijk maken van dit evenement. Dit is ongeveer 1/6 van de totale begroting. De overige 25.000 moest uit andere subsidiefondsen komen.
3. Vraag (Wat is de reactie geweest van het college op een eventuele subsidie aanvraag?)
Vorig jaar heeft de stichting een subsidie aangevraagd i.h.k.v. Bijzondere Cultuurprojecten. De aanvraag is afgewezen omdat deze deel uitmaakte van de Japanjaar activiteiten die reeds “gebundeld” waren gesubsidieerd via de Stichting Stadspartners. De stichting is toen naar de Stichting Stadspartners verwezen en heeft dus geen subsidie van de gemeente ontvangen.
Dit jaar is het geen Japanjaar en was deze optie dus niet mogelijk. De stichting heeft dit jaar eerst een subsidie aangevraagd bij het evenementenbureau. De subsidieaanvraag is afgewezen omdat het evenement onvoldoende bijdrage leverde aan de uitgangspunten van de evenementennota van de gemeente Leiden en de doelen verbinden, verassen en verleiden. In de afwijzingsbrief werd geadviseerd aansluiting te zoeken bij het evenement de Gouden Pet vanwege de overeenkomsten met dit al langer bestaande evenement. Daarnaast is de stichting in de afwijzingsbrief geadviseerd om subsidie aan te vragen bij Cultuurfonds 1818 of bij het centrummanagement. De stichting heeft vervolgens geïnformeerd naar de mogelijkheden van deze subsidieaanvraag. Peen en Ui heeft uiteindelijk de aanvraag niet ingediend omdat zij los van een eventuele toezegging van de gemeente de financiën niet rond krijgen en dat zij daardoor het evenement niet door willen laten gaan.
4. Vraag Is er vanuit het college overleg geweest over de doorgang van de stadspicknick? Zo ja, wanneer en hoe verliepen die gesprekken?
Nee. Subsidieaanvragen worden ambtelijk getoetst en al dan niet toegekend. Er is geen bestuurlijk overleg geweest met de organisator.
5. Vraag (Is het college bereid in overleg te treden met de stichting om te bezien of de stadspicknick alsnog kan plaatsvinden?)
Naar ons oordeel was een stadpicknick een bijzonder initiatief in het kader van het Japanjaar. Nu er geen extra middelen beschikbaar zijn, is het college van mening dat de stadspicknick afgewogen moet worden tegen andere aanvragen. Andere aanvragen voldeden beter aan de doelstellingen van de evenementennota. Het is niet zinvol en mogelijk, deze afwijzing te herzien, aangezien de verdeling van subsidies reeds heeft plaatsgevonden.
Gevraagd door: S. BAKKER (GL) op 16 april 2010 -
Voornemen Teylingen aanleg jachthaven
-
(ingekomen26 februari 2010)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 6 april 2010)
1. Heeft het college kennisgenomen van het feit dat de gemeente Teylingen op 18 februari jl. een intentieovereenkomst heeft getekend met een private partij teneinde tot de ontwikkeling van een jachthaven met 500 ligplaatsen in de Broek- en Simontjespolder te komen?
Ja, het college heeft via de media kennisgenomen van het feit dat de gemeente Teylingen een intentieovereenkomst heeft getekend met een private partij om een jachthaven op genoemde locatie te ontwikkelen.
2. Is de Leidse gemeentelijke organisatie op een of andere manier betrokken (geweest) bij de voorbereiding van dit plan en op welk nivo?In 2008 zijn er informerende gesprekken geweest. Er zijn geen formele afspraken gemaakt en er is geen formele goed- of afkeuring gegeven. Bij de ontwikkeling van het plan zijn wij niet betrokken geweest.
3. Is uw college voor of tegen dit plan van de gemeente Teylingen?
Op dit moment staan wij negatief tegenover dit plan. We maken ons met name zorgen over de ontsluiting van de jachthaven, de verkeerstoename, parkeerproblematiek, de aantasting van de groene, recreatieve rand van Leiden en de regionale groenstructuur. Wij hebben daarbij kennisgenomen van de brief van onze raad aan de raad van Teylingen en van de vele brieven van verontruste bewoners. Leiden wil als goede buur graag met de partners in de regio meedenken hoe we hiermee omgaan.
4. Indien uw college tegen dit plan is: Wat kan, wil en zal uw college dan zelf ondernemen om de aanleg van deze jachthaven te verhinderen en op welke termijn.
Op dit moment kunnen wij alleen nog maar op informele wijze onze zorgen uiten bij het college van de gemeente Teylingen. Wij zullen dit bij de diverse gelegenheden waar wij het college van Teylingen ontmoeten ook zeker aan de orde stellen. Wij hopen dat de gemeente Teylingen bereid is haar standpunt ten opzichte van dit plan te herbezinnen.
5. Indien uw college tegen dit plan is: Wat kan, wil en zal uw college dan ondernemen om verontruste bewoners van de Merenwijk – die zich bij uw melden - te ondersteunen in hun protest tegen dit plan?
Wij brengen ons standpunt over aan de gemeente Teylingen. Afzonderlijke bewoners kunnen hun protest ook uiten bij de gemeente Teylingen. Indien door de gemeente Teylingen bestemmingsplanwijziging wordt opgesteld of een vrijstellingsprocedure wordt doorlopen, zullen wij onze wettelijke instrumenten gebruiken om een formeel standpunt in te brengen.
Een afschrift van de beantwoording van deze vragen sturen wij ter kennisname naar de gemeente Teylingen.
Gevraagd door: H.KEEREWEER(PvdA) op 26 februari 2010 -
Belastingonderzoek
-
(Ingekomen 12 februari 2010).
Door middel van een brief is de gemeenteraad van Leiden door het college van B en W op de hoogte gesteld van de uitvoering van een belastingonderzoek, de uitkomsten van de controle en het met de inspecteur gesloten compromis.
Gelet op bovenstaande wil de fractie van GroenLinks en de VVD op basis artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad aan het college een aantal vragen stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 2 maart 2010)
1. In de brief is melding gemaakt van het verloop van het controleproces. Op welke moment kon het voor de gemeente duidelijk zijn dat het waarschijnlijk was dat de controle zou uitmonden in een correctie?
Op 25 augustus 2008, in een eerste bespreking met Belastingdienst over hun vragen over de facturen die in steekproef betrokken waren, werd ons duidelijk dat een aantal facturen niet in overeenstemming met de regels van het BTW-compensatiefonds gedeclareerd was. Maar vanwege dat risico stond en staat was er ook een voorziening. Over een groot aantal facturen bestond onduidelijkheid. De inspecteur heeft ons de gelegenheid geboden deze facturen nader te onderbouwen.
2. Wat is uw overweging om, gelet op het antwoord bij 1 de gemeenteraad pas te informeren op het moment van afronding van het proces?
De afloop van de controle kwam sneller dan wij verwacht hadden. Op 14 december 2009 hebben wij de bevindingen van de inspecteur ontvangen en deze zijn ambtelijk op 16 december 2009 met de Inspecteur besproken. Wij waren voornemens de uitkomst van de controle over 2003 te accepteren. Maar niet akkoord te gaan met extrapolatie van die uitkomsten naar 2004 t/m 2008. In reactie hierop kwam de Inspecteur met het aanbod tot afkoop van de controles over 2003 t/m 2008 voor een bedrag van € 2.285.000 inclusief heffingsrente.
Dit voorstel hebben wij in overweging genomen. Op 29 januari 2010 hebben wij u van ons voornemen tot acceptatie van het aanbod op de hoogte gesteld.3. Wat is uw overweging om, gelet op het antwoord bij 1 het financiële risico niet in de reguliere rapportages op te nemen?
Over het verloop van het controleproces en de mogelijkheid dat dit zou leiden tot een naheffing hadden wij u inderdaad via de risicoparagraaf op de hoogte moeten stellen.
4. Waarom is de raad in een brief van 8 februari 2010 geïnformeerd over meevallers in de BTW zonder de dreigende tegenvallers daarin te vermelden?
De brief van 8 februari ging specifiek over een BTW voordeel op de investeringen in sportvoorzieningen. Het geven van gelegenheid tot sport is een ondernemersactiviteit. De gemeente treedt hierbij op als ondernemer. De BTW van deze investeringen wordt verrekend op de aangifte als “ondernemer”. Bij deze BTW is ook een andere inspectie betrokken. Deze BTW wordt niet gedeclareerd bij het BTW-compensatiefonds. Declaratie van BTW bij het BTW-compensatiefonds is alleen mogelijk voor overheidsactiviteiten. De brief over de uitkomst van controle hebben wij, in afwachting van het definitieve akkoord van de inspecteur (Inspectie Rotterdam), op 29 januari vertrouwelijk aan u toegezonden.
5. In de Cie. W& F is herhaaldelijk gevraagd naar het “in control” zijn van de gemeente. Hoe ziet u dat in het licht van deze overschrijding?
Aan het invoeren van het BTW-compensatiefonds per 1-1- 2003 is een lange tijd van voorbereiding voorafgegaan. In 2003 werkte de zeven gemeentelijke diensten elk met hun eigen financiële administratie, in een eigen financieel systeem. De software voor deze administraties moest per 1-1-2003 aangepast worden. Destijds constateerde wij al dat deze verschillende systemen niet goed in te richten waren voor het registeren van te declareren BTW bij het BTW-compensatiefonds. Mede om die reden waren wij in 2002 al gestart met het implementeren van 1 financieel systeem voor alle gemeentelijke diensten. Een van de eisen voor dit nieuwe systeem was dat het voorbereid was op de eisen van het BTW-compensatiefonds. Op 1 januari 2004 is dit nieuwe systeem ingevoerd. Met dit systeem werd het mogelijk om de BTW eenduidig in alle financiële administraties te registreren en te rapporteren. Met de invoering van het nieuwe gemeentebrede systeem zijn we beter in control gekomen. Echter nog niet op het niveau zoals beschreven in de notitie “Leiden In Control”. Om de Control verder te verbeteren zijn per 1 januari 2007 de financiële administraties van de diensten samengevoegd in éen financiële administratie. Met ingang van 1 januari 2008 zijn ook de mederwerkers van de administraties van de diensten overgegaan naar de BackOffice van de afdeling financiële dienstverlening.
Naast het verbeteren van de kwaliteit van de financiële administratie zijn ook de financieel adviseurs en de planeconomen intern opgeleid om te kunnen adviseren op fiscale aspecten van investeringen en de reguliere bedrijfsvoering.6. Wat is de verklaring van het feit dat de gemeente Leiden blijkbaar haar fiscale verplichtingen onvoldoende is nagekomen?
Een versnipperde financiële administratie, onvoldoende kennis van BTW bij de financieel adviseurs en budgethouders en het ontbreken van een specifieke interne controle op de registratie en declaratie van BTW.
7. Is er naar uw mening binnen de gemeente Leiden onvoldoende aandacht voor fiscale risico’s?
De uitkomsten van de controle over 2003 geven aan dat er onvoldoende aandacht was voor de fiscale risico’s en dat daarmee die risico’s onderschat zijn. Sinds de uitvoering van een interne controle in 2007 is er uitgebreid aandacht voor de fiscale risico’s in zowel de grote projecten als de reguliere bedrijfsvoering.
8. Wat denkt u te gaan doen om te voorkomen dat een dergelijke correctie in de toekomst zich nogmaals zal voordoen behalve de in de brief genoemde maatregelen?
Wij nemen de volgende maatregelen:
1. Het jaarlijks uitvoeren van interne controles op de registratie van BTW, te beginnen in het voorjaar 2010.
2. Het verplicht stellen van een fiscale paragraaf bij B&W en raadsvoorstellen met financiële consequenties.
3. Het centraal beheren van het rekeningschema en de fiscale codering van de kostendragers- en projectrekeningen in het financieel systeem. (gebeurt al vanaf 1-1- 2008).
4. Via opleidingen het verhogen van de fiscale kennis bij de financieel adviseurs en budgethouders.
5. Het intensiveren van het overleg in de werkgroep BTW om de status van de projecten te bespreken.9. Hebt U een kwantitatieve analyse laten maken naar de risico’s in thans lopende projecten? Wat zijn Uw bevindingen? Kortom kunnen we nog tegenvallers verwachten?
Wij hebben via de werkgroep BTW een overzicht gemaakt van alle fiscaal risicovolle lopende projecten en reguliere bedrijfsvoeringactiviteiten. Het overzicht wordt periodiek in de werkgroep BTW geactualiseerd. De risico’s t/m 2008 hebben wij met het afsluiten van de overeenkomst met de Inspecteur afgekocht. Vanaf heden zullen wij nadrukkelijk in de risicorapportages aandacht besteden aan de fiscale risico’s.
10. Bent u bereid om actief stappen te ondernemen richting de Belastingdienst om te komen tot de sluiting van een zogenaamd handhavingsconvenant om een transparante relatie met de Belastingdienst te krijgen die erop gericht is dat Leiden aan haar verplichtingen voldoet en tegelijkertijd actueel zicht heeft op haar fiscale risico’s?
In het overleg met de Inspecteur op 16 december 2009 hebben wij afgesproken dat wij in overleg met belastingdienst gaan werken aan de voorbereiding van de nodige maatregelen om in aanmerking te komen voor het afsluiten van de “handhavingsconvenant”. Belangrijke voorwaarde hiervoor is dat de interne controle van voldoende kwaliteit is. Op dit moment stellen wij daarvoor een intern controleprotocol op.
Gevraagd door: H. VAN EGDOM (GL) en J. HERMANS (VVD) op 12 februari 2010 -
Sluiting New Times
-
(Ingekomen 11 januari 2010)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 9 februari 2010)
1. Hoe is het gekomen dat het legaliseringsproces, waartoe besloten is op 28 oktober 2008, tot stilstand is gekomen?
De Raad van State heeft op 3 juni 2009 een eerdere uitspraak d.d. 9 juni 2008 van de rechtbank bevestigd, waarmee vast is komen te staan dat er geen sprake was van een concreet zicht op legalisering van de horecagelegenheid New Times. Het College van B&W werd in diezelfde uitspraak van de Raad van State tevens opgedragen om binnen zes weken na verzending van de uitspraak, met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen, een nieuw besluit te nemen. Het College heeft toen gebruik gemaakt van hun bevoegdheid tot handhaven.
2. Bent u met ons van mening dat de uitspraak van de Raad van State legalisering niet in de weg staat?
Nee. Door de uitspraak van de Raad van State moest het College binnen zes weken een nieuw besluit nemen. Binnen deze zes weken kon geen (voor)ontwerp tot wijziging van het bestemmingsplan of een ontwerp-projectbesluit ter inzage worden gelegd. Een concreet zicht op legalisering van deze horecagelegenheden was door bovenstaande niet mogelijk.
3. Bent u met ons van mening dat horecaondernemingen, die al decennia zonder overlast in onze stad functioneren, niet zonder meer gesloten dienen te worden?
Ja, deze onderneming wordt dan ook niet zonder meer gesloten. De vereniging heeft een jaar de tijd, d.w.z. tot 13 juli 2010, gekregen om de exploitatie van de onderneming te staken en uiteindelijk te sluiten.(BW. 09.0757)
Gevraagd door: J. VAN DER KRAATS en L. RADEMAKER (SP) op 11 januari 2010 -
Economische crisis
-
(Ingekomen 22 december 2009)
Steeds meer mensen komen als gevolg van de economische crisis in de WW of in de bijstand waardoor er steeds meer huishoudens in Leiden in de financiële problemen raken.
De verwachting is dat de komende periode met name ook mensen in de problemen komen die hoge woonlasten hebben en als gevolg van het verlies van een baan onverwachts moeten overschakelen op een ander uitgavenpatroon.
In Enschede heeft men hierop ingespeeld door het inrichten van een speciaal loket waar financiële adviezen gegeven worden. Dit loket is te vinden op het zogenaamde werkplein waar UWV en gemeente samenwerken. Zo kan in een vroeg stadium gekeken worden op welke wijze het uitgavenpatroon aangepast kan worden.
Het bijzondere van het initiatief in Enschede is dat ook de lokale banken hier een bijdrage leveren aan het bemensen van het loket. Op deze wijzen kunnen banken, die voor een groot deel ook de oorzaak zijn van de financiële crisis iets terug doen voor de mensen die in de problemen zijn gekomen. Voor Leiden ligt er een kans bij de inrichting van het werkplein in het Stadsbouwhuis.
Gelet op bovenstaande wil de fractie van GroenLinks op basis artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad aan het college een aantal vragen stellen.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 2 februari 2010)
1. Bent u van mening dat vroegtijdige budgetvoorlichting aan mensen die te maken krijgen met een grote inkomensdaling veel ellende op een later moment kan voorkomen?
Ja, wij zijn van mening dat voorkomen beter is dan genezen.
De Stadsbank van de gemeente Leiden doet daarom al jaren aan preventie voor de inwoners van Leiden en Leiderdorp. Zo is er twee maal per week een inloopspreekuur op Langebrug 60 voor mensen met financiële vragen.
Ook kunnen burgers die geen schulden hebben, maar wel beter willen leren omgaan met geld, zich opgeven voor de cursus Omgaan met g€ld.
Daarnaast is er medio 2009 een zogenoemde Geldkrant verspreid onder alle inwoners van Leiden met daarin onder meer budgettips, een artikel over het werk van de Stadsbank en een uitgebreid stuk over de declaratieregelingen van het Minimabeleid.
Tot slot kunnen burgers ook altijd met (financiële) vragen bij een van de Raad en Daadwinkels terecht.2. Bent u van mening dat de toekomstige inrichting van het Werkplein in het Stadsbouwhuis een ideaal moment is om een soortgelijk initiatief als in Enschede vorm te geven?
We staan positief ten opzichte van een laagdrempelig adviespunt waarin Stadsbank, Nibud en lokale banken samenwerken in het toekomstig Werkplein. Dit loket zou dan een aanvulling zijn op het huidige inloopspreekuur van de Stadsbank.
Uit navraag bij Enschede en het Nibud blijkt, zoals vragensteller al aangeeft, dat het adviespunt in Enschede een adviserende en motiverende functie heeft. Het biedt géén schuldhulpverlening of crisisinterventie. Het inloopspreekuur van de Leidse Stadsbank biedt deze mogelijkheden wel.
De situaties in Leiden en Enschede zijn daarmee verschillend en niet één op één vergelijkbaar.3. Bent u van mening dat een dergelijk initiatief een ideale mogelijkheid geeft aan banken om iets bij te dragen aan het voorkomen van leed dat mede door hun gedrag is ontstaan?
Wij staan positief tegenover een samenwerking met lokale banken in het kader van preventie van financiële problemen onder onze burgers.
4. Bent u bereid om een soortgelijk initiatief in Leiden tot stand te brengen?
Wij willen een dergelijk laagdrempelig adviespunt zeker overwegen bij de inrichting van het toekomstig Werkplein. Daarbij kunnen we leren van de ervaringen in Enschede, maar zullen we onze eigen invulling moeten geven. De resultaten van het pas recent gestarte loket in Enschede zullen we eveneens moeten betrekken bij de definitieve afweging. Wij zullen daarbij met name kijken naar de doelgroep die met het adviespunt in Enschede bereikt wordt en kijken of deze doelgroep afwijkt van de doelgroep(en) die we in Leiden al via de Stadsbank weten te bereiken.
Door de burger beide mogelijkheden, van zowel adviespunt als inloopspreekuur, te bieden zouden we zoveel mogelijk mensen met financiële problemen kunnen helpen.Zoals gezegd verschillen de situaties in Leiden en Enschede van elkaar. In Enschede is het loket bijvoorbeeld onder de vlag van het Nibud opgezet omdat de Stadsbank daar met een negatief imago kampt. In Leiden is er echter geen sprake van een negatief imago van de Stadsbank, zo blijkt bijvoorbeeld uit de Stadsenquete. Verder moet bezien worden wat de rol van de banken precies kan zijn, en welke rol banken bereid zijn op zich te nemen..
5. Zo ja, welke stappen gaat u de komende periode zetten om dit te bereiken?
Wij nemen het adviespunt mee in de ontwikkeling van het nieuwe Werkplein. Daarbij zullen we de resultaten in Enschede scherp blijven monitoren.
Op het moment dat we de werkprocessen van het Werkplein gaan vaststellen, zullen we de resultaten in Enschede beoordelen en kijken of het adviespunt een toegevoegde waarde heeft bovenop de bestaande dienstverlening van de Stadsbank en een in Leiden nog onbekende doelgroep heeft bereikt.
Tot nu toe zijn er in de eerste drie weken 29 klanten geweest, een aantal dat overeenkomt met het aantal klanten dat het inloopspreekuur van de Stadsbank in drie weken tijd helpt.
Indien uit de resultaten blijkt dat het adviespunt een nieuwe doelgroep, danwel nieuwe vragen weet te genereren, dan zullen wij een aantal maanden vòòr opening van het Werkplein contact gaan leggen met een aantal lokale banken om hun medewerking te vragen. Het Nibud heeft al aangegeven interesse tot samenwerking te hebben.
Gevraagd door: H. van EGDOM (GL) op 22 december 2009 -
Gevolgen kredietcrisis voor de financiële huishouding van de gemeente Leiden
-
(ingekomen 19 januari 2009)
Tijdens de behandeling van de begroting tijdens de commissievergadering Werk & Financiën op 6 november jongstleden heeft de fractie van D66 het college vragen gesteld over mogelijke gevolgen van de kredietcrisis voor de begroting van de gemeente Leiden, met name als het gaat om de streefwaarden omtrent het aantal uitkeringen. Het college heeft daar op dat moment met sussende woorden op geantwoord. Wethouder De Haan heeft tijdens die vergadering gezegd dat gemeentes zullen worden gecompenseerd voor tegenvallers in de bijstand als dat door de conjunctuur komt.
Uit een notitie van de VNG over de gevolgen van de economische recessie van 17 december jongstleden lijkt het echter dat de gemeentes wel degelijk eigen risico’s lopen, met name als de werkloosheid dreigt te stijgen.Uit de notitie blijkt dat:
“Voor de ontwikkeling van het macrobudget inkomensdeel Wet werk en Bijstand zijn in het ‘Bestuurakkoord Rijk – VNG’ afspraken gemaakt op basis van verwachte volumeontwikkelingen. Daarin is het macrobudget voor de algemene bijstand vastgelegd, op basis van de in het najaar van 2007 gepubliceerde middellange termijncijfers van het CPB.
Voor 2009 wordt uitgegaan van een daling van 9.000 werklozen, en tot en met 2011 wordt uitgegaan van een jaarlijkse lichte daling.
Er is in het Bestuursakkoord afgesproken dat de cijfers niet meer worden aangepast voor de realisaties van gemeenten. Hierdoor wordt de winst (maar ook het eventuele verlies) als gevolg van gemeentelijke inspanningen macro niet afgeroomd. Verder is afgesproken dat er gedurende de looptijd geen correcties op de aantallen worden toegepast, tenzij het bijstandsvolume door conjuncturele ontwikkelingen meer dan 12.500 bijstandshuishoudens (plus of min) afwijkt van de verwachting die is opgesteld op basis van de CPB-raming. Alleen de overschrijding van de bandbreedte wordt gecorrigeerd in het budget. Is de door de conjunctuur bepaalde volumeontwikkeling bijv. 13.500 bijstandshuishoudens hoger dan in de tabel genoemd, dan wordt het budget dus verhoogd met 1.000 bij standshuishoudens.
Bij een jaarbedrag van € 13.000 per uitkering bedraagt het eigen risico voor de gemeenten € 163 miljoen (12.500 x € 13.000).”
Uit diezelfde notitie blijkt volgens cijfers van het CPB blijkt dat eind 2010 zo’n 200.000 werklozen meer verwacht worden dan het huidige aantal werklozen. Er kan dus vanuit worden gegaan dat zowel in 2009 als in 2010 de gemeentes dit volledige eigen risico zullen moeten gaan dragen.
Naast het risico met betrekking tot het inkomensdeel van de WWB blijkt uit dezelfde notitie dat gemeentes mogelijk ook op andere manieren tegen risico’s en dalende gemeente inkomsten aan. De belangrijkste mogelijke daling heeft te maken met het accres van het gemeentefonds dat zoals het er nu naar uitziet fors lager zal uitvallen dan de verwachte raming van september. Maar ook op tal van andere gebieden kan de recessie gevolgen hebben voor de gemeentefinanciën.Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 24 februari 2009)
De fractie van D66 heeft naar aanleiding van deze gegevens de volgende vragen:
1. Klopt het dat de gemeentes gezamenlijk een eigen risico dragen van circa 163 miljoen euro per jaar voor het inkomensdeel Wet Werk en bijstand (WWB)?
Ja, dat klopt. De gemeenten zijn eigen risicodrager voor de eerste 10% overschrijding van het Inkomensdeel. Voor het meerdere kan een aanvullende uitkering worden aangevraagd.2. Verwacht het college ook dat zowel in 2009 (en ook in 2010), zoals de huidige verwachtingen van het CPB zijn over de stijging van de werkloosheid, dat de gemeentes geheel voor dit eigen risico gaan opdraaien en hoe hoog is het risico bedrag voor de gemeente Leiden?
Het is het College niet bekend hoe de uitgangsituaties is van alle gemeenten, maar het College kent wel de uitgangssituatie van Leiden. Het voorlopige inkomensdeel WWB 2009 bedraagt € 33.041.946. Het risicobedrag voor Leiden bedraagt daarmee € 3.304.194. Op basis van de huidige verwachtingen mag worden aangenomen dat de gemeente met (een deel van) dit risico zal worden geconfronteerd.
3. Hoe wil het college dit eigen risico binnen het gemeentebudget op gaan vangen?
In de Perspectiefnota 2009-2012 en de Begroting 2009 zijn reeds extra middelen beschikbaar gesteld en maatregelen genomen die nader toegelicht zijn in de raadscommissie Werk en Financiën van 9 december j.l. (brief Ontwikkelingen sluitende aanpak ter afdoening van de PvdA-motie). In de begroting 2009 is reeds in een gedekt tekort op het Inkomensdeelbudget voorzien van € 2.115.000, vanaf de begroting 2010 € 1.528.000. Het resterende eigen risicobedrag in de begroting 2009 bedraagt dan maximaal € 1.189.000,-.
Het is op dit moment uiterst onzeker of we ook daadwerkelijk met dit nadeel geconfronteerd zullen worden. De kosten van de maand januari 2009 zijn overigens binnen het budget gebleven. In de Perspectiefnota 2010-2013 zal nader worden ingegaan op de situatie vanaf 2010.4. Zijn er naast de risico’s die gelopen worden voor het inkomensdeel van de WWB in de ogen van het college nog meer risico’s van de economische recessie voor de gemeente Leiden te verwachten waar bij de begroting van 2009 geen rekening mee is gehouden, zoals een te verwachten lager accres en dus een lagere uitkering uit het gemeentefonds?
Ja, er zijn meer risico’s voor de gemeente Leiden als gevolg van de kredietcrisis. Onder vraag 5 treft u een overzicht aan.
5. Indien dit het geval is, kan het college een overzicht geven van de verschillende risico’s en mogelijke gevolgen voor de financiële huishouding van de gemeente Leiden voor zowel 2009 als op de langere termijn en van de eventuele maatregelen die zij wil gaan treffen om een tekort op te lossen?
Gemeentefonds / Algemene middelen
Sinds 1995 is de groei (het accres) van het gemeentefonds gekoppeld aan de groei van de rijksuitgaven volgens de normeringssystematiek (gelijke trap op / gelijke trap af). Het gaat daarbij niet om de totale rijksuitgaven, maar om de zgn. netto gecorrigeerde rijksuitgaven. De VNG verwacht dat de nominale groei van de rijksbegroting kleiner wordt dan eerder verwacht en dus de nominale groei van het gemeentefonds ook. Gebaseerd op de huidige inzichten ( 17 december 2009) verwacht de VNG een daling van € 300 miljoen. Voor de gemeente Leiden zou dit in 2009 een daling betekenen van: € 2.000.000.
Voor 2010 wordt een vermindering verwacht van € 3.000.000 voor de gemeente Leiden.
In de begroting 2009 en het meerjarenbeeld hebben we voorzichtig geraamd en al rekening gehouden met een lager accres (6% i.p.v. 8,5%). Concreet betekent dit dat we structureel € 2,5 miljoen minder baten hebben geraamd dan waarvan we op grond van de septembercirculaire 2008 hadden mogen uitgaan.Dividend- en winstuitkeringen:
Als gevolg van de financiële crisis mag verwacht worden dat bedrijven waarin de gemeente aandelen bezit, minder of geen dividend zullen uitkeren.
Op dit moment hebben we geen specifiek beeld. We verwachten een licht negatieve ontwikkeling bij de BNG.Specifieke uitkeringen
In hoeverre de economische neergang haar effect heeft op de specifieke uitkeringen is op voorhand volgens de VNG niet eenvoudig te bepalen, met uitzondering van het inkomensdeel van de Wet werk en bijstand ( zie hierboven)Werkloosheid
Leiden heeft relatief veel werkgelegenheid in onderwijs en zorg. Deze sectoren zullen qua werkgelegenheid waarschijnlijk in eerste instantie niet veel merken van de crisis. Anders kan dat liggen op het gebied van de (voorgenomen) investeringen a.g.v. de terughoudende opstelling van banken / financiers.
Werkgelegenheid in MKB, grootwinkelbedrijven en horeca zal meer onder druk komen te staan, waardoor de werkloosheid in de komende twee jaar naar verwachting zal oplopen.
Overigens werkt een groot deel van de Leidse beroepsbevolking buiten de stad.
Tot nu toe kan geconstateerd worden dat de “uitslagen” in de Leidse situatie de afgelopen decennia gemiddeld meebewegen met de landelijke trend. (zie ook de antwoorden op de bovenstaande vragen).Schuldhulpverlening
Mensen die in de bijstand komen, worden geconfronteerd met de eisen die de bijstand stelt t.a.v. eigen vermogen (bijv. bezit van eigen woning). Dit kan leiden tot toenemende aanspraken op bijzondere bijstand / armoedebeleid en schuldhulpverlening. Pas na verloop van tijd (medio 2009) zal hierover meer (kwantitatief) inzicht ontstaan.Gemeentelijke kredieten / garantstellingen aan derden.
Buiten de reeds bij u bekende risico’s zijn er geen bijzonderheden te melden.
Aandacht voor gemeentelijk risico bij aanspraak particulieren op de Nationale Hypotheekgarantie. Voor dit laatste risico wordt er actie ondernomen door VNG om dit bij gemeenten weg te halen.Gronduitgiftes en verkoop gemeentelijk onroerend goed
Naar verwachting zal het gemeentelijk grondbedrijf geconfronteerd worden met de gevolgen van de kredietcrisis en de daarmee samenhangende economische teruggang bij diverse in voorbereiding / in uitvoering zijnde plannen
De ontwikkelaars van geplande bouwprojecten krijgen hun projecten niet meer of in onvoldoende mate gefinancierd, zodat zij gedwongen worden te stoppen of gefaseerd te gaan ontwikkelen. Daarnaast zal de verkoop van gemeentelijk onroerend goed waarschijnlijk tegen vallen.
Doordat ontwikkelaars en bedrijven door de kredietcrisis hun investeringen gaan bijstellen c.q. gaan uitstellen zal ook de in de grondexploitaties geraamde uitgifte van bedrijfs- en kantoorterreinen onder druk komen te staan.
In het PRIL 2009 zal hierop nader worden ingegaan..Gemeentelijke aanbestedingen
Hoe de recessie zal doorwerken in de prijsvorming is nog ongewis..
Naast mogelijke prijsdalingen als gevolg van verscherpte concurrentie in o.a. de bouw, moet ook rekening gehouden worden met mogelijke prijsstijgingen bij bijv. de aanbesteding van re-integratieprojecten.Eigen Inkomsten: belastingen en heffingen
Belastingen:
De OZB is met voorsprong de belangrijkste gemeentelijke belasting. De inkomsten zijn beperkt gevoelig voor conjuncturele ontwikkelingen. Het onroerend goed kan in waarde dalen. Ter compensatie van deze waardedaling zal het tarief van de OZB worden verhoogd. Omgekeerd zijn de afgelopen jaren de waardestijgingen volgens dezelfde systematiek de afgelopen jaren gecompenseerd door tariefsdalingen. De te ontvangen bedragen blijven daarmee gelijk. Verwachte OZB-inkomsten op nieuwbouw zullen gaan achterlopen bij de verwachting. Voor de overige belastinginkomsten worden weinig consequenties voorzien.Verder zal mogelijk het aantal overnachtingen in hotels e.d. afnemen, waardoor de inkomsten uit toeristenbelasting lager worden.
Heffingen:
Inkomsten uit milieuheffingen zijn weinig conjunctuurgevoelig.
Economische teruggang leidt ongetwijfeld tot verminderde bouwactiviteiten en daardoor tot minder inkomsten uit bouwleges. Een deel van de Leidse ambtenarenformatie wordt uit leges gefinancierd!
In 2009 is er nog sprake van een buffer en worden geen directe problemen voorzien.Rijks- en Europese subsidies
Reeds toegezegde cofinanciering van Rijks- en Europese subsidies kan in het gedrang komen, wanneer berekende bijdragen door derden extern door deze derden gefinancierd moeten worden.Financiële inbreng particuliere organisaties bij ontwikkelingen in de stad
Fondsen welke exploitaties en investeringen ondersteunen (o.a. sport- en cultuursponsoring) hebben a.g.v. de afgenomen waarde van beleggingen ook minder te besteden met als gevolg een verminderde cofinanciering bij projecten en activiteiten door fondsen en sponsorenVerminderde inkomsten gemeentelijke culturele instellingen
Mogelijk zal er als gevolg van de verminderde bestedingen door particulieren sprake zijn van verminderde inkomsten uit de programmering, terwijl de vaste uitgaven blijven.Gemeentelijke leningen
Er is op de kapitaalmarkt nog steeds wantrouwen. Banken zijn niet bereid elkaar lange leningen te verschaffen. Wel kortlopende leningen. Gevolg is dat kredietverlening aan particulier en midden en kleinbedrijf nog steeds zeer stroef verloopt en de economische vooruitzichten verder onder druk zetten. De gemeente ondervindt daarentegen nog geen problemen om geld aan te trekkenWoningbouwproductie
Er is landelijk een duidelijk afnemende ontwikkeling waarneembaar op het gebied van de nieuwbouw van woningen. Nader onderzocht zal worden welke sectoren het hier met name betreft (goedkoop / duur segment); hoe verlopen de investeringsprojecten bij de Leidse woningbouwcorporaties en welke effecten heeft e.e.a. op de gemaakte (regionale) afspraken.Loon- & prijsontwikkeling
Verwacht wordt dat als gevolg van afnemende inflatie, de loon- & prijsontwikkeling lager uit zal pakken dan eerder aangenomen.
Met het verschijnen van de Perspectiefnota dit voorjaar nemen wij aan dat op dat moment meer inzicht valt te geven in de feitelijke consequenties van de kredietcrisis voor het gemeentelijk beleid en de begroting.Bedrijfsvoering van DZB
Kredietcrisis heeft negatieve gevolgen voor de bedrijfsvoering van DZB. Montage-activiteiten zijn teruggelopen door afnemend aanbod van werk. Het vinden van detacheringsplekken en de inzet op meer Begeleid Werk zal ongetwijfeld lijden onder de druk die als gevolg van de kredietcrisis nu op bedrijven ligt om te overleven.
De kredietcrisis maakt het vinden van een werkplek, eventueel in de vorm van een stage, buiten DZB voor mensen die van het UWV Werkbedrijf een Begeleid Werk-indicatie hebben gekregen lastiger.
Gevraagd door: P. VAN MEENEN (D66) op 19 januari 2009 -
Kosten van het niet-legaliseren van de Vrijplaats Koppenhinksteeg
-
(ingekomen 11 augustus 2009)
Op 8 juli 2009 heeft de SP een interpellatiedebat gehouden met het college van B&W over de verkoop van de panden aan de Koppenhinksteeg 2, 4 en 6, en Hooglandse Kerkgracht 4 voor het bedrag van 150.000 euro. In het debat kwamen verscheidene kosten naar voren,o.a gepresenteerd door de SP, zoals het 'Prijskaartje niet-legaliseren'. Dit prijskaartje laat inclusief de gewogen risico's een kostenpost voor de gemeente zien van bijna 1,2 miljoen euro.
Het college sprak de gepresenteerde cijfers tegen zonder argumenten. Ook weigerde zij andere cijfers ertegenover of beschikbaar te stellen voor de gemeenteraad, zoals zij eerder ook heeft gedaan.Naar aanleiding van het uitblijven van antwoorden op vragen over claims, personeel, herhuisvesting, ontruiming en andere risico's heeft de SP de volgende vragen, op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde. Wij verzoeken u te antwoorden voor 10 augustus 2009.
Claims
Eén van de kosten die naar voren kwam, is de rekening die Ons Doel bij de gemeente heeft neergelegd voor hun inspanningen voor de legalisering. Het college heeft nooit uit eigen beweging melding gemaakt van deze kosten.Antwoord Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 13 oktober 2009)
1. Waarom heeft het college hier nooit melding van gemaakt in de richting van de gemeenteraad?
Het toenmalig college heeft aan Ons Doel gevraagd om na te gaan of het mogelijk zou zijn dat zij het pand met gebruikers er in zouden kunnen kopen en daarna (na renovatie ) te gaan exploiteren. De kosten die Ons Doel bij de gemeente in rekening heeft gebracht hebben betrekking op de door Ons Doel gemaakte kosten voor de noodzakelijke onderzoeken ten behoeve van de herontwikkeling van het pand. Alleen al vanuit overwegingen van goed partnerschap is het redelijk en billijk om een deel van de gemaakte kosten te vergoeden. De onderzoeken hadden wij als gemeente ook nodig voor de verkoop van het pand. Zie verder vraag 2.
2. Hoe hoog is de rekening (claim) van Ons Doel precies (tijdens het debat noemde de wethouder een claim van “rond de ton euro”)? Kan de SP-fractie een afschrift ontvangen van de claim of rekening van Ons Doel?
€ 99.221. De gemeenteraad zal een afschrift van de factuur ontvangen.
3. Wanneer was het college bekend met deze rekening?
De factuur kwam in januari 2009.
Ook de Vrijplaats Koppenhinksteeg legt een financiële claim bij de gemeente neer in een bodemprocedure van 432.905 euro.
4. Op welke manier houdt het college rekening met deze claim en de claim van Ons Doel?
De financiële claim is in de bodemprocedure afgewezen. De factuur van Ons Doel wordt betaald ten laste van het krediet panden Koppenhinksteeg.
5. Uit welk(e) budget(ten) zullen deze claims betaald worden, wanneer nodig blijkt te zijn?
Zie antwoord op vraag 4.
Personeel
Voor de SP is het onbegrijpelijk dat de wethouder in het debat stelde dat de gemeente geen cijfers heeft over het aantal uren dat extern wordt ingehuurd, noch van het aantal uren dat ambtenaren met dit dossier bezig zijn (geweest). Dat leidt tot de vragen over de periode vanaf het legalisatiebesluit op 30 juni 2005 tot op heden. Wij willen graag de uren en bedragen van zowel de gehele periode, als van de periode vanaf het collegebesluit om de kosten van de legalisering te maximeren op 460.000 euro, van de volgende posten:6. Uren extern personeel ingehuurd op het dossier Koppenhinksteeg, en de kosten daarvan.
Afgezien van de kosten van de inhuur van extern personeel voor de juridische ondersteuning en de kosten voor de advocaat is er geen extern personeel ingehuurd.
7. Uren (en kosten) van extern personeel, bestemd voor juridische ondersteuning.
De kosten voor de inhuur van juridische ondersteuning bedragen tot nu toe € 90.960. Dit betreffen alle kosten van het hele traject, dus ook de periode dat er werd gewerkt aan het legalisatieproces. De advocaatkosten bedragen tot nu toe € 26.600.
8. Uren (en kosten) van intern personeel.
Er heeft geen registratie van bestede uren plaatsgevonden.
9. Uren (en kosten) van interne juridische ambtenaren, waaronder de afdeling handhaving.Er heeft geen registratie van bestede uren plaatsgevonden.
Herhuisvesting
De gemeente kan te maken krijgen met kosten voor de herhuisvesting van de vrijplaats wanneer Leiden de bodemprocedure verliest. De vrijplaats schat de kosten op 1 tot 1,5 miljoen euro, indien haar vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen.10. Op hoeveel euro schat de gemeente de herhuisvestingskosten voor de gehele vrijplaats?
De gemeente heeft de bodemprocedure niet verloren en krijgt dus niet te maken met kosten herhuisvesting.
11. Op hoeveel euro schat de gemeente de herhuisvestingskosten voor de Fabel van de Illegaal, sportschool Hong Ying en de Weggeefwinkel?
De fabel van de Illegaal en de Weggeefwinkel hebben geen gebruik gemaakt van het aanbod tot ondersteuning bij het zoeken naar alternatieve huisvesting/ locaties.. Daarmee zijn er geen herhuisvestingskosten. Met sportschool Hong Ying is na goed overleg een huurovereenkomst gesloten.
12. Uit welk(e) budget(ten) zullen deze kosten worden betaald, als ze optreden?
De gemeente heeft als verhuurder de nieuwe huisvesting van Hong Ying geschikt gemaakt voor verhuur. De kosten bedragen circa €12.000. Deze zijn betaald ten laste van het budget van de afdeling Beheer en onderhoud Vastgoed. Hong Ying betaalt een kostendekkende huurprijs.
Ontruiming
De gemeente heeft de panden verkocht en stuurt aan op een ontruiming van de vrijplaats. Ook hier zijn kosten mee gemoeid, waar het college niet over spreekt.
Uit eerdere antwoorden van het college op schriftelijke vragen van 25 februari 2008 stelt het college: “De verwachting is dat het verkoopresultaat een substantieel aandeel in de dekking kan bieden voor de kosten die gemaakt moeten worden om het pand leeg te kunnen opleveren.” Het college heeft blijkbaar een inschatting kunnen maken van genoemde kosten en opbrengsten, en de SP wil die graag weten.13. Welk netto verkoopresultaat verwacht het college, na aftrek van sneringskosten en het opknappen van de walmuren?
Het netto verkoopresultaat is nog niet te geven omdat de (verdeling van de) saneringskosten nog onbekend zijn. Zie vraag 22.
14. Wat is de verwachting van de kosten van de ontruiming zelf, hoe groot deel zal juridische kosten betreffen en uit welk budget zullen die betaald worden?
Het college gaat ervan uit dat de gebruikers gevolg zullen geven aan een rechterlijke uitspraak. Er zijn derhalve geen kosten geraamd voor ontruiming.
Overige risico's
Op 18 maart 2008 vroegen de raadsleden Kos (GroenLinks) en De Bakker (SP) naar twee risico-analyses; één van het stopzetten van de legalisering en één van het niet overdragen van de panden aan Ons Doel. Op beide vragen antwoord het college dat er geen risico-analyses zijn gemaakt. Daarnaast stelt zij: “Het doorgaan van de verkoop aan Ons Doel zal niet direct risico's met zich meebrengen anders dan dat de gemeente verantwoordelijk blijft voor het gebouw en op korte termijn direct noodzakelijk onderhoud moet plegen.”15. Welk noodzakelijk onderhoud werd hier bedoeld?
Het onderhoud dat noodzakelijk is vanuit de verantwoordelijkheid die een eigenaar van vastgoed heeft c.q. kan hebben wanneer sprake zou zijn van mogelijke schade aan derden.
16. Gaat het college nog onderhoud plegen aan de panden voordat het in handen komt van de nieuwe eigenaar Atrium?
Nee.
17. Heeft het college inmiddels wel risico-analyses gemaakt of laten maken? En zo nee, waarom niet?
Voor zover wij weten zijn alle risico’s die rondom dit project spelen in kaart gebracht en gemeld aan de raad.
18. In welke juridische procedures met betrekking tot de Koppenhinksteeg is het college inmiddels precies verwikkeld? Graag een overzicht.
Chronologisch overzicht procedures rondom Vrijplaats Koppenhinksteeg te Leiden vanaf uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 10 oktober 2007 aangaande het bestemmingsplan Binnenstad I.
1. 15 oktober 2007, verzoek Wijkvereniging Pancras-West (hierna Pancras-West) aan voorzieningenrechter tot heroverweging van zijn uitspraak d.d. 21 februari 2007
2. 18 oktober 2007, verzoek Pancras-West aan College van Burgemeester en Wethouders van Leiden (hierna College) om handhavend op te treden tegen Stichting Ontmoetingsruimte de Linkse Kerk (hierna Linkse Kerk) en Vereniging Cultureel Centrum Bar en Boos (hierna Bar en Boos)
3. 22 november 2007, bezwaar Pancras-West tegen besluit College d.d. 30 oktober 2007 tot afwijzing verzoek om handhaving d.d. 18 oktober 2007
4. 29 november 2007, verzoek Pancras-West om voorlopige voorziening aangaande afwijzing College verzoek om handhaving d.d. 18 oktober 2007
5. uitspraak voorzieningenrechter 24 januari 2008 op verzoek Pancras-West d.d. 29 november 2007
6. 29 maart 2008, verzoek Pancras-West aan voorzieningenrechter tot wijziging van de bij uitspraak van 24 januari 2008 getroffen voorlopige voorziening
7. 9 april 2008, voorgenomen besluit College tot handhaving Linkse Kerk en Bar en Boos wegens strijdig gebruik bestemmingsplan alsmede verzoek College aan Voedsel en Waren Autoriteit om handhavend op te treden jegens Linkse Kerk en Bar en Boos
8. 23 april 2008, zienswijze Linkse Kerk naar aanleiding van voornemen College d.d. 9 april 2008 om over te gaan tot handhaving wegens gebruik begane grond Koppenhinksteeg 2/Hooglandse Kerkgracht 4 in strijd met bestemmingsplan
9. 23 april 2008, zienswijze Bar en Boos naar aanleiding van voornemen College d.d. 9 april 2008 om over te gaan tot handhaving wegens gebruik begane grond Koppenhinksteeg 4 in strijd met bestemmingsplan
10. 16 mei 2008, aanvullende zienswijze Linkse Kerk naar aanleiding van voornemen College om over te gaan tot handhaving wegens gebruik begane grond Koppenhinksteeg 2/Hooglandse Kerkgracht 4 in strijd met het bestemmingsplan d.d. 9 april 2008
11. 18 mei 2008, beslissing College op bezwaar Linkse Kerk d.d. 5 en 14 juni 2007 inzake weigering College verlening terrasvergunning Linkse Kerk
12. 28 mei 2008, beslissing College op bezwaar Pancras-West d.d. 22 november 2007
13. 2 juni 2008, bezwaar Linkse Kerk tegen niet tijdig beslissen op aanvraag om bouwvergunning d.d. 21 november 2006
14. 18 juni 2008, beroep Pancras-West tegen beslissing op bezwaar College d.d. 28 mei 2008 inzake verzoek om handhaving Pancras-West
15. 18 juni 2008 verzoek om voorlopige voorziening Pancras-West aangaande beslissing op bezwaar College d.d. 28 mei 2008
16. 9 juli 2008, Wob-verzoek dhr Heijkamp van Bar en Boos
17. 16 juli 2008 behandeling verzoek om voorlopige voorziening van Pancras-West bij de rechtbank Den Haag (hierna Rb)
18. 17 juli 2008, bezwaar Bar en Boos tegen weigering College te (blijven) gedogen tevens zienswijze tegen voornemen College om over te gaan tot handhaving wegens gebruik begane grond Koppenhinksteeg 4 in strijd met bestemmingsplan d.d. 9 april 2008
19. 21 juli 2008 betekening dagvaarding kort geding aan gemeente Leiden door Stichting Vrijplaats Koppenhinksteeg (hierna Stichting Vrijplaats), Linkse Kerk en Bar en Boos
20. 23 juli 2008, zitting kort geding
21. 30 juli 2008, uitspraak Rb inzake beroep en voorlopige voorziening Pancras-West d.d. 18 juni 2008
22. 2 augustus 2008, bezwaar dhr. Heijkamp van Bar en Boos tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op Wob-verzoek d.d. 9 juli 2008
23. 4 augustus 2008, vonnis Rb Den Haag in (civielrechtelijk) kort geding
24. 12 augustus 2008, beslissing College inzake Wob-verzoek dhr. Heijkamp van Bar en Boos
25. 14 augustus 2008, betekening dagvaarding spoedappel aan gemeente Leiden door Stichting Vrijplaats, Linkse Kerk en Bar en Boos
26. 1 september 2008, hoger beroep Linkse Kerk en Bar en Boos tegen uitspraak voorzieningenrechter d.d. 30 juli 2008
27. 5 september 2008, beroep Linkse Kerk tegen niet tijdig beslissen op bezwaar d.d. 2 juni 2008
28. 15 september 2008, handhaving bezwaar dhr. Heijkamp van Bar en Boos d.d. 2 augustus 2008 ondanks beslissing College Wob-verzoek d.d. 12 augustus 2008
29. 16 september 2008, memorie van antwoord gemeente Leiden in spoedappel
30. 27 september 2008, Wob-verzoek (voorgenomen overdracht Ons Doel) Linkse Kerk
31. 30 september 2008, verzoek om voorlopige voorziening inzake Wob-verzoek dhr. Heijkamp van Bar en Boos
32. 7 oktober 2008, besluit College bezwaar Linkse Kerk d.d. 2 juni 2008
33. 17 oktober 2008 bezwaar Linkse Kerk tegen niet tijdig beslissen op Wob-verzoek Linkse Kerk (voorgenomen overdracht Ons Doel) d.d. 27 september 2008
34. 31 oktober 2008, uitwerking Wob-verzoek dhr. Heijkamp van Bar en Boos
35. 3 november 2008, behandeling verzoek voorlopige voorziening dhr. Heijkamp Bar en Boos inzake bezwaar besluit Wob-verzoek, mondeling uitspraak ter zitting
36. 14 november 2008, beslissing College op uitwerking Wob-verzoek dhr. Heijkamp van Bar en Boos d.d. 31 oktober 2008
37. 14 november 2008, beslissing College op Wob-verzoek (voorgenomen overdracht Ons Doel) Linkse Kerk d.d. 27 september 2008
38. 27 november 2008, bezwaar Linkse Kerk inzake beslissing College d.d. 14 november 2008 op Wob-verzoek (voorgenomen overdracht Ons Doel) Linkse Kerk
39. 28 november 2008, aanvulling beslissing College van 14 november 2008 inzake Wob-verzoek dhr. Heijkamp van Bar en Boos.
40. 1 december 2008, bezwaar dhr. Heijkamp van Bar en Boos inzake Wob-verzoek
41. 2 december 2008, betekening dagvaarding civiele bodemprocedure aan gemeente Leiden door Stichting Vrijplaats, Linkse Kerk en Bar en Boos
42. 10 december 2008, besluit College tot toepassing bestuursdwang Bar en Boos wegens strijd Drank- en Horecawet
43. 22 december 2008, bezwaar Bar en Boos tegen beslissing College d.d. 10 december 2008 tot toepassing bestuursdwang
44. 24 december 2008, aanvulling beslissing College van 14 november 2008 inzake Wob-verzoek dhr. Heijkamp van Bar en Boos
45. 30 december 2008, verzoek Wob (verslagen/notities) Linkse Kerk
46. 8 januari 2009, besluit College op Wob-verzoek (verslagen/notities) Linkse Kerk d.d. 30 december 2008
47. 13 januari 2009, pleidooi inzake spoedappel Hof Den Haag
48. 19 januari 2009, beslissing op bezwaar Pancras-West d.d. 22 november 2007
49. 27 januari 2009, Wob-verzoek (inspecties paracommerciële organisaties) Linkse Kerk
50. 9 februari 2009, bezwaarschrift Linkse Kerk tegen besluit College 8 januari 2009 inzake Wob-verzoek (verslagen/notities)
51. 10 februari 2009, Arrest Hof Den Haag inzake spoedappel
52. 17 februari 2009, beslissing College op Wob-verzoek (inspecties paracommerciële organisaties) Linkse Kerk d.d. 27 januari 2009
53. 24 februari 2009, aanvulling bezwaar Bar en Boos d.d. 22 december 2008 inzake besluit College d.d. 10 december 2008 tot toepassing bestuursdwang
54. 5 maart 2009, beroep Pancras-West tegen beslissing op bezwaar College d.d. 19 januari 2009 (door Rb doorgezonden aan de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, hierna Afdeling)
55. 11 maart 2009, conclusie van antwoord gemeente Leiden in bodemzaak
56. 18 maart 2009, verlening Drank- en Horecawetvergunning aan Bar en Boos
57. 25 maart 2009, tussenvonnis Rb (bodemzaak)
58. 31 maart 2009, beroep dhr. Heijkamp van Bar en Boos tegen niet tijdig beslissen op bezwaar 1 december 2008 inzake Wob-verzoek
59. 1 april 2009, beroep Linkse Kerk tegen niet tijdig beslissen op bezwaar d.d. 27 november 2008 inzake Wob-verzoek (voorgenomen overdracht Ons Doel) Linkse Kerk
60. 4 april 2009, bezwaar Pancras-West tegen verlening horeca-vergunning Bar en Boos
61. 6 april 2009, betekening cassatiedagvaarding aan gemeente Leiden door Stichting Vrijplaats, Linkse Kerk en Bar en Boos
62. 9 april 2009, voorwaarschuwing wegens illegale bouwwerkzaamheden Bar en Boos
63. 16 april 2009, behandeling hoger beroep van de Linkse Kerk en Bar en Boos d.d. 1 september 2008 en hoger beroep Pancras-West d.d. 5 maart 2009 door de Afdeling
64. 17 april 2009, gemeente neemt conclusie van antwoord in cassatie
65. 23 april 2009, aanvraag bouwvergunning Bar en Boos ter legalisering illegale situatie
66. 4 mei 2009, beroep Linkse Kerk tegen niet tijdig beslissen op bezwaar d.d. 9 februari 2009 inzake Wob-verzoek (verslagen/notities)
67. 12 mei 2009, advies Commissie Beroep- en Bezwaarschriften inzake bezwaar besluit Wob-verzoek dhr. Heijkamp van Bar en Boos
68. 15 mei 2009 advies Commissie Beroep- en Bezwaarschriften inzake bezwaar besluit Wob-verzoek (verslagen/notities) Linkse Kerk
69. 21 mei 2009, zienswijze Pancras-West inzake aanvraag bouwvergunning Bar en Boos d.d. 23 april 2009
70. 10 juni 2009, uitspraak Afdeling inzake het hoger beroep van de Linkse Kerk en Bar en Boos d.d. 1 september 2008 en hoger beroep Pancras-West d.d. 5 maart 2009
71. 12 juni 2009 uitspraak Rb inzake beroep Linkse Kerk tegen niet tijdig beslissing op bezwaar d.d. 27 november 2008 inzake Wob-verzoek (voorgenomen overdracht Ons Doel) Linkse Kerk
72. 12 juni 2009, uitspraak Rb inzake beroep Linkse Kerk tegen niet tijdig beslissen op bezwaar d.d. 9 februari 2009 inzake Wob-verzoek (verslagen/notities)
73. 15 juni 2009, Wob-verzoek (BEM)Linkse Kerk
74. 16 juni 2009, beslissing op bezwaar College inzake Wob-verzoek (verslagen/notities) Linkse Kerk
75. 17 juni 2009, beslissing op bezwaar College inzake Wob-verzoek dhr. Heijkamp van Bar en Boos
76. 17 juni 2009, beslissing op bezwaar College inzake Wob-verzoek (voorgenomen overdracht Ons Doel) Linkse Kerk77. 23 juni 2009, betekening dagvaarding tot heropening spoedappel aan gemeente Leiden door Stichting Vrijplaats, Linkse Kerk en Bar en Boos
78. 1 juli 2009, uitspraak Rb inzake beroep dhr. Heijkamp van Bar en Boos tegen niet tijdig beslissen op bezwaar inzake Wob-verzoek
79. 8 juli 2009, voorwaarschuwing toepassing bestuursdwang College inzake terras Linkse Kerk
80. 9 juli 2009, sommatiebrieven College aan enkele Vrijplaatsgebruikers
81. 10 juli 2009, beslissing College op Wob-verzoek (BEM) Linkse Kerk d.d. 15 juni 2009
82. 10 juli 2009, beroep van dhr. Heijkamp van Bar en Boos tegen beslissing op bezwaar College inzake Wob-verzoek Linkse Kerk
83. 10 juli 2009, beroep van Linkse Kerk tegen beslissing op bezwaar College d.d. 17 juni 2009 inzake Wob-verzoek (voorgenomen overdracht Ons Doel)
84. 10 juli 2009, beroep van Linkse Kerk tegen beslissing op bezwaar College d.d. 16 juni 2009 inzake Wob-verzoek (verslagen/notities)
85. 20 juli 2009, bestuursdwangbesluit College inzake terras Linkse Kerk
86. 21 juli 2009, Wob-verzoek (verkoopprocedure) Linkse Kerk
87. 21 juli 2009, sommatiebrieven College aan enkele Vrijplaatsgebruikers
88. 29 juli 2009, verlening Monumentenvergunning aan Bar en Boos
89. 5 augustus 2009, nieuwe aanvraag om bouwvergunning Bar en Boos (aanvraag van 23 april 2009 was niet-ontvankelijk)
90. 10 augustus 2009, comparitie na antwoord Rb (bodemzaak)
91. 11 augustus 2009, bezwaar Linkse Kerk tegen niet tijdig beslissen op Wob-verzoek (verkoopprocedure) Linkse Kerk d.d. 21 juli 2009
92. 11 augustus 2009, zienswijze Linkse Kerk inzake (voorgenomen) bestuursdwangbeschikking inzake terras Linkse Kerk d.d. 8 en 20 juli 2009
93. 12 augustus 2009, behandeling beroep Linkse Kerk d.d. 5 september 2008 Rb
94. 16 augustus 2009, zienswijze Linkse Kerk naar aanleiding van aanvraag bouw- en monumentenvegunning Hooglandse Kerkgracht 4, Koppenhinksteeg 2, 4 en 6.
95. 21 augustus 2009, bezwaar Pancras-West tegen verlening monumentenvergunning aan Bar en Boos d.d. 29 juli 2009
96. 26 augustus 2009, uitspraak Rb beroep Linkse Kerk d.d. 5 september 2008 97. 4 september 2009, College dient schriftelijke toelichting in bij Hoge Raad
98. 15 september 2009, bezwaar tegen niet tijdig beslissen op Wob-verzoek (verslag ARK) Linkse Kerk zoals opnomen in zienswijze d.d. 16 augustus 2009 (nb dit bezwaar is aangemerkt als Wob-verzoek omdat vraag in zienswijze d.d. 16 augustus 2009 niet als Wob-verzoek was herkend)
99. 23 september 2009, vonnis Rb in bodemzaak
100. 28 september 2009, nota van dupliek Stichting Vrijplaats, Linkse Kerk en Bar en Boos (cassatie)
101. 7 oktober 2009, zitting kort geding (ontruiming)19. Op welke manier houdt het college rekening met een mogelijk verlies van de verschillende juridische procedures, zoals de bodemprocedure en klachten bij de Europese Commissie inzake onrechtmatige staatssteun? Graag een antwoord per procedure.
Het college ziet geen aanleiding om op uitspraken van de rechter of de Europese Commissie vooruit te lopen, maar ziet deze vol vertrouwen tegemoet.
20. In de raadsvergadering van 8 juli jl. stelde de wethouder, dat wanneer de vrijplaats wél behouden blijft, de gemeente nog steeds met dezelfde juridische kosten te maken heeft. Op welke procedures doelt het college, nu alle vrijplaatsactiviteiten in overstemming blijken met het bestemmingsplan en voldoen aan de benodigde vergunningen? En hoeveel kunnen deze procedures de gemeente naar schatting gaan kosten?
Bij voortzetting van de legalisering hadden verschillende besluiten, zoals vergunningen genomen moeten worden genomen die vatbaar waren geweest voor beroep en bezwaar. Daarnaast zou er regelmatig gecontroleerd moet worden als gevolg van klachten uit de buurt en de daaruit voortvloeiende handhavingsprocedures. De kosten van deze procedures waren afhankelijk geweest van de aard en omvang van het verweer. Een raming is niet te geven. Tegen deze kosten had geen opbrengst gestaan uit verkoop van vastgoed.
Inmiddels weten we uit de koopovereenkomst die gesloten is met Atrium dat de gemeente kosten zal hebben aan de walmuren en onderzoek naar asbest- en bodemsanering, en de verwijdering van asbest. De eerste 130.000 euro voor saneringskosten zal door de gemeente betaald worden, en indien de kosten hoger zijn dan 180.000 euro, wordt er onderhandeld over de verdeling van de meerkosten.
21. Waarom is gekozen voor 130.000 euro?
Het bedrag is een schatting omdat wij het pand nog niet hebben kunnen betreden voor onderzoek.
22. Hoeveel zal het onderzoek en de asbest- en bodemsanering naar schatting kosten?
Er is nog geen raming te geven omdat de gemeente het pand nog niet heeft kunnen betreden voor onderzoek. Zodra het pand leeg is wordt onderzoek verricht.
23. Hoeveel zal de renovatie van de walmuren naar schatting kosten?
De walmuur blijft gemeentelijk eigendom en dus zullen wij ook zorg dragen voor het noodzakelijke onderhoud.
Gevraagd door: J. v.d. Kraats en E. de Bakker (SP) op 11 augustus 2009) -
Leugens in zaak Oostvlietpolder
-
(ingekomen 11 februari 2009)
Op woensdag 11 februari 2009 publiceert het Leidsch Dagblad een artikel met de kop “Leugens in zaak Oostvlietpolder”. Op basis daarvan wil de Socialistische Partij de volgende schriftelijke vragen stellen aan het college van Burgemeester en Wethouders.
Antwoord Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 3 maart 2009)
1. Is het college van mening dat voor de ontsluiting van het bedrijventerrein in de Oostvlietpolder een vierde rijbaan op de Lammebrug nodig is?
Ja. Indien het bedrijventerrein in de Oostvlietpolder in de loop der jaren tot volledige ontwikkeling zal komen en er nog geen Rijnlandroute is, dan zal een vierde rijbaan noodzakelijk zijn.
2. Hoe beziet u uw mening in het licht van:
a. de uitspraak van de Raad van State van 20 april 2005 waarin gezegd werd dat de verkeersontsluiting niet goed geregeld kan worden als de Lammebrug niet “geherprofileerd” zou worden;
b. een rapport van de Provincie van 31 oktober 2005, waarin een verbreding van de brug wordt gepresenteerd als onderdeel van de ontsluiting van het bedrijventerrein Oostvlietpolder?
Onder verwijzing naar de beantwoording onder vraag 1, ziet het college geen reden tot aanpassing van haar standpunt naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State en het rapport van de Provincie.
3. Bent u op de hoogte van de memo van de afdeling Technisch Specialistisch Onderhoud van de provincie Zuid-Holland van 21 april 2005?
Ja. Sinds de publicatie in het Leids Dagblad (d.d. 11 februari 2009) over de Oostvlietpolder, heeft het College kennis kunnen nemen van de inhoud van dit memo.
4. Zijn de conclusies van die memo correct weergegeven in het Leidsch Dagblad?
Nee. Het college kan zich niet vinden in de inhoud van het artikel. De strekking van het artikel is dat de vierde rijbaan niet kan worden aangelegd. Het college concludeert uit het memo dat de vierde rijbaan na grootschalige renovatie mogelijk is. Overigens had de memo betrekking op de aanpassing van de brug aan de noordzijde. Uit de reactie van gedeputeerde Van Dijk hebben wij inmiddels begrepen dat hij uitgaat van de zuidzijde. De memo lijkt daardoor niet meer relevant.
5. Kunt u de inhoud van die memo openbaar maken?
Inmiddels heeft de Provincie het memo openbaar gemaakt.
6. Heeft u, zoals het Leidsch Dagblad zegt, de provincie ondersteund toen deze de Raad van State verzekerde dat de constructie onder de gehele brug stevig genoeg is voor een vierde rijbaan?
Gezien het feit dat het een provinciale brug betreft, is het college uitgegaan van de informatie van de provincie omtrent de staat van de brug en de eventueel benodigde renovatie.
7. Hoe rijmt u dat met de genoemde memo van 21 april 2005?
Het college ziet geen strijdigheid met het memo van 21 april 2005. Voor de bestemmingsplanprocedure is van belang dat het bestemmingsplan een bouwvergunning mogelijk maakt voor een brug met vier rijbanen. Het bestemmingsplan staat het toevoegen van een extra rijbaan en de benodigde renovatie toe. De technische staat was planologisch geen belemmering voor de aanleg van een vierde rijbaan.
8. Bent u van mening dat een vierde rijstrook alleen mogelijk is als de brug compleet verbouwd wordt?
Nee. Het college is in het verleden door de provincie geïnformeerd dat rekening gehouden moest worden met een renovatie bij de daadwerkelijke aanleg van een vierde rijbaan.
9. Heeft u de kosten voor een nieuwe Lammebrug in de grondexploitatie van het project Oostvlietpolder opgenomen?
Nee.
10. Past een brug met een vierde rijstrook binnen het vigerende bestemmingsplan?
Ja.
11. Is er onderzoek gedaan naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit van een vierde rijbaan?
Ja.
Tot slot enkele vragen over de procedure bij de Raad van State:
12. Speelde de verkeersontsluiting een belangrijke rol in de procedure bij de Raad van State?
Ja.
13. Wat is uw inschatting: indien de inhoud van de memo van 21 april 2005 bij de Raad van State bekend zou zijn, zou de Raad van State nog steeds de provincie in het gelijk hebben gesteld?
Het college is van mening dat de inhoud van het memo niet van invloed is op de uitspraak van de Raad van State, omdat het bestemmingsplan de toevoeging van een rijstrook en daarmee de eventueel benodigde renovatie mogelijk maakt. Het college van Gedeputeerde Staten heeft eenzelfde inschatting gemaakt.
Overigens is het voor het college niet mogelijk te beoordelen wat de invloed van het memo op een beslissing van de Raad van State zou zijn geweest.
Gevraagd door: L. Rademakers (SP) op 11 februari 2009 -
Marketing evenementen
-
(ingekomen 6 maart 2009)
Van mevrouw Plaizier, namens het Platform Recreatie, ontvingen wij het bezwaar dat Leiden Marketing (LM) het aanbieden van groepsarrangementen dat voorheen door de VVV werd uitgevoerd, zou hebben uitbesteed aan een commercieel evenementenbureau. Met als argumentatie vanuit LM dat het hier een commerciële activiteit betreft die niet tot de corebusiness behoort van Leiden Marketing.
Voor de helderheid: wij stellen niet ter discussie dat het aan LM is om te beslissen dat zij deze functie uitbesteedt, noch aan wie.
Wij onderschrijven echter wel de zorg van het Platform Recreatie dat het zonder extra waarborgen gunnen aan één commercieel bureau van het groepsarrangementaanbod, zoals dat zich voorheen op de site van VVV Leiden presenteerde, het risico met zich brengt dat de onafhankelijkheid van die site gevaar loopt.
Wij hechten er groot belang aan dat verzekerd is dat voor de promotie van de variatie aan activiteiten in Leiden, één duidelijke, onafhankelijke en klantvriendelijke toegangspoort is tot de informatie daarover.
Het is in onze visie zo dat Leiden Marketing juist is opgericht om o.a. déze taak te behartigen.
Wij hebben als raad middelen beschikbaar gesteld aan Leiden Marketing, waartegenover o.a. de tegenprestatie zoals boven vermeld zou worden geleverd.
Kijken we echter naar de digitale toegangspoorten tot Leiden dan valt het volgende op:
Op de portal Leiden Stad van Ontdekkingen (een project van Leiden Marketing) komen bezoekers via het aanklikken van evenementen terecht op een link waarop de evenementenkalender staat en een aantal festivals.
Hier is geen verwijzing te vinden naar aanbieders van evenementen. Onder andere kopjes, bij bijvoorbeeld grachten, zie je dat wel, inmiddels staan hier álle rederijen in Leiden vermeld.
De site VVV Leiden verwijst onder groepsarrangementen naar evenementen waarbij telkens de gekozen uitvoerder als tussenaanbieder optreedt, met vermelding dat dit bureau een samenwerkingsverband is aangegaan met de VVV.
Op deze site is geen overzicht te vinden van álle aanbieders van groepsarrangementen in Leiden. Dat is volkomen logisch gezien de uitbesteding en desgevraagd blijkt dat álle aanbieders van groepsarrangementen zijn uitgenodigd hier hun aanbod onder te zetten.
Het is wat ons betreft echter een gemiste kans dat op deze wijze de onafhankelijkheid van de VVV site niet optimaal benut lijkt.
Onder de zoekterm groepsarrangementen Leiden komt de bezoeker overigens terecht op de site van weer één andere commerciële aanbieder. In elk geval niet bij de portal, of een directe link naar álle aanbieders. In onze ogen wederom een gemiste kans.
Deze proef en onze zorg leidt ons tot het stellen van de volgende vragen op grond van artikel 43 van het reglement van orde:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 14 april 2009)
1. Is het College het met ons eens dat het voor de promotie van Leiden belangrijk is dat in eerste instantie de portal van Leiden één helder en compleet overzicht aanbiedt van alle groepsarrangementen (en andere activiteiten) die mogelijk zijn in Leiden, met direct doorverwijzing naar aanbieders?
Ja. De kern van de citymarketingorganisatie Leiden Marketing, met als front-Office het Visitors Centre Leiden (VCL), is de bundeling van de krachten van de Stadspartners voor de gezamenlijke citymarketing van Leiden, voor het aantrekken van meer toeristische en zakelijke bezoekers naar de stad. Het is belangrijk dat bezoekers een zo helder en volledig mogelijk beeld krijgen van het toeristisch en zakelijk product van Leiden.
2. Is het college het daarnaast met ons eens dat het van belang is voor Leiden dat het merk VVV zijn onafhankelijkheid behoudt als informatiepunt voor het totale aanbod aan toeristische activiteiten in Leiden?
Ja. Op dit moment exploiteert Leiden Marketing/VCL de VVV-Leiden als zelfstandig onderdeel. Vanaf de opening van het VCL worden de VVV-taken gastheerschap en informatieverstrekking, ondergebracht in het VCL. Dat beoogt de informatievragen van toeristische en zakelijke bezoekers zo goed mogelijk te beantwoorden. Leiden Marketing/VCL is hierbij objectief ten opzichte van alle arrangementen uit Leiden.
3. Is het college het met ons eens dat het bij de beoogde functie van Leiden Marketing hoort ervoor zorg te dragen dat onder de zoekterm groepsarrangementen, via de portal, de VVV-site, of via welke link dan ook, een directe link is naar het totale aanbod in Leiden? Dat dit zelfde geldt voor álle zoektermen waaronder mensen zoeken naar activiteiten in Leiden?
Ja. De verwarring is ontstaan doordat het betreffende bedrijf met een banner vermeld staat op de homepage van de site van VVV-Leiden. De overige aanbieders staan onder ‘Stadsbezoek’, met een doorklik mogelijkheid naar de ‘aanbieders van groepsarrangementen’ vermeld op site van VVV-Leiden.
Leiden Marketing/VCL heeft aangegeven dat het de bedoeling is dat, alle aanbieders gelijkelijk op dezelfde pagina vermeld worden, met een extra mogelijkheid van vermelding van een banner. Op korte termijn wordt de banner-vermelding op de homepage van de VVV Leiden-site verwijderd. Zodra de marketingcapaciteit van Leiden Marketing/VCL is uitgebreid, worden ook de andere aanbiedende partijen benaderd voor de mogelijkheid van vermelding op de site van Leiden Marketing/VCL.
Voor een aanloopperiode zal dat gratis zijn. Daarna zal Leiden Marketing/VCL een voor alle partijen gelijke vergoeding voor vermelding op de website vragen. Voor vermelding van een banner wordt een extra bijdrage gevraagd, omdat dit een hogere attentiewaarde heeft. Reden van de vergoedingen, is dat Leiden Marketing/VCL, conform de ‘UVOK Leiden Marketing 2009-<metricconverter productid="2012’" w:st="on">2012’</metricconverter>, moet zorgen voor cofinanciering van de gezamenlijke citymarketing door het bedrijfsleven.
Overigens zijn wij van mening, dat Leiden Marketing/VCL bij de vermelding van bedrijven op de site, ook kwaliteitseisen mag stellen aan de dienstverlening van de bedrijven.
4. Klopt het bericht dat het college niet alleen het standpunt onderschrijft dat het aan het bestuur van Leiden Marketing zelf is om te bepalen aan wie zij deze portefeuille willen aanbieden, maar dat de gemeente zich in deze afzijdig wil houden, om niet in deze vrijheid te treden, door de bezwaren van het Platform zelf bespreekbaar te maken in het bestuur waarvan zij onderdeel uitmaakt?
Ja, dat klopt. Wij zullen erop toezien dat Leiden Marketing/VCL via de site het volledige stadsaanbod laat zien. Daar zullen wij ook op inzetten via het bestuur van Leiden Marketing/ VCL. Hierbij verwijzen wij ook naar de beantwoording van vraag 3 met betrekking tot de vermelding op de site en het hanteren van kwaliteitseisen door Leiden Marketing/VCL.
5. Kan het college aangeven of en zo ja, op welke andere wijze ervoor is zorg gedragen dat álle aanbieders gelijke toegang hebben tot mogelijke klanten in de zin dat klanten op deze wijze direct op het totale aanbod gewezen zullen worden?
Voor de vermelding van aanbieder van arrangementen en andere activiteiten op de website, verwijzen wij naar de beantwoording van vraag 3. Wel zijn wij van mening dat Leiden Marketing/VCL zelf mag bepalen aan wie zij werkzaamheden uitbesteedt of waar zij producten en arrangementen inkoopt, onder de conditie dat hierbij zorgvuldigheid betracht wordt.
6. Is het college bereid om alsnog in haar functie als medebestuurslid er in het bestuur van Leiden Marketing erop aan te dringen dat in overleg getreden wordt met de vragers, verenigd onder het Platform Recreatie, om een goede oplossing te vinden voor het realiseren van een onafhankelijk totaaloverzicht?
Met verwijzing naar hetgeen wij hiervoor hebben geantwoord, zijn wij van mening dat Leiden Marketing/VCL tot een goede oplossing komt met de vragers. Deze oplossing zal vanzelfsprekend gecommuniceerd worden naar genoemd Platform.
7. Op welke wijze zal het college bepleiten in het bestuur dat het VCL als baliefunctie ervoor gaat zorg dragen dat alle aanvragers voor groepsarrangementen op het totale aanbod gewezen zullen worden?
Met verwijzing naar hetgeen wij hiervoor hebben geantwoord, zijn wij van mening dat de aanvragers van groepsarrangementen in Leiden voldoende op de hoogte kunnen zijn van het aanbod in Leiden.
Gevraagd door: T. Dickhoff (PvdA) op 6 maart 2009 -
Mogelijke verkoop van vastgoed; Eksterpad 6 in Leiden
-
(ingekomen 4 maart 2008)
Het gebouwtje aan het Eksterpad wordt al langere tijd gehuurd door
Stichting In en Uit/de Kringloopwinkel en
Platform Vluchtelingenorganisaties Leiden (PVL).Er heerst onzekerheid over mogelijke verkoop en/of afbraak van het gebouwtje. Daar dit een steeds vaker voorkomend fenomeen is in Leiden en de Stadspartij Leiden Ontzet zich daar, samen met de huurders, grote zorgen over maakt verzoeken wij u, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 14 april 2009)
1. Kan het College duidelijkheid geven over het voornemen van de gemeente het pand aan het Eksterpad 6 , waarvan de kingloopwinkel St. In en Uit en het PVL de gebruiker zijn, te verkopen?
Er bestaat geen voornemen om deze locatie op korte termijn te verkopen.
2. Is er een wijziging in het bestemmingsplan van het pand aan het Eksterpad 6 en de omliggende gebouwen? Toelichting: tijdens de districtsraad vergadering van 11-2-09 in Buurtcentrum Op Eigen wieken werd er door iemand van Portaal opgemerkt dat het Binnenterrein (hiermee doelende op alle gebouwen van en rond het Eksterpad 6) in de toekomst plat zullen gaan.
In het ontwerpbestemmingsplan Merenwijk (2004) zijn plannen opgenomen voor ontwikkeling van woningbouw op de locatie Eksterpad/Valkenpad. Deze ontwikkeling is in het uiteindelijk vastgestelde bestemmingsplan Merenwijk (RB 05.0168 d.d. 20 december 2005) komen te vervallen. Tijdens genoemde districtsraad is, aan de hand van een subsidieaanvraag die gedaan is bij VROM in het kader van de preventiegelden, in algemene bewoordingen aandacht besteed aan de ontwikkeling van Slaaghwijk waarvan ook mogelijke herontwikkeling van het zgn. middengebied onderdeel kan zijn.
3. Is het het College duidelijk wat PVL, de 3 kinderclubs en de kringloopwinkel in het pand doen? Is het bekend dat beide organisaties vrijwilligersorganisaties zijn die zich vanuit vrijwillige inzet inzetten voor het welzijn van de mensen in de buurt? En is het duidelijk wat de sociale functie van de organisaties voor de buurt is?
Het College is bekend met de activiteiten en hun sociale functie die in het genoemde pand plaatsvinden. Een aantal organisaties wordt zelfs ondersteund door de gemeente met subsidiebijdragen.
4. In de vastgoednota staat vermeld dat ongeacht het wel of niet verkopen van het pand , er in de toekomst voor alle gemeentepanden een marktconforme huur betaald zal moeten gaan worden. Hoe hoog is de marktconforme huur van het pand voor beide organisaties?
In de vastgoednota, waar u naar verwijst, zijn voorgenomen uitgangspunten voor het vastgoedbeleid opgenomen. Deze voorgenomen uitgangspunten zijn in december 2008 in de inspraak is geweest. Er zijn 183 inspraakreacties ontvangen. Over de beantwoording van de inspraakreacties zullen wij in april een besluit nemen. Onze besluitvorming zal worden verwerkt in de aan de raad voor te leggen uitgangspunten voor het beleidskader vastgoed. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe hoog de marktconforme huur zal zijn voor het pand van door u genoemde organisaties. Er is nog geen opdracht gegeven aan makelaars om de marktconforme huur te taxeren. Wij willen niet vooruit lopen op de besluitvorming door de gemeenteraad.
5. In de Vastgoed nota staat vermeld dat (zie uitgangspunten 4.3 par. 3): ‘de gemeentelijke vastgoedportefeuille beperkt zich tot .....punt D: beleidsondersteunend vastgoed voor organisaties en functies, die beleidsmatig gewenst worden en niet aan de markt kan worden onttrokken’. In dit geval wordt het pand niet verkocht maar blijft het eigendom van de gemeente. Vallen de organisaties die gebruik maken van het pand aan het Eksterpad 6 onder dit punt (en zal het pand derhalve niet verkocht gaan worden)?
In de uitvoeringsfase, na besluitvorming over het beleidskader vastgoed door de raad, zal nader worden opgesteld. In dat plan zal voor alle panden van de gemeente worden vastgesteld tot welke categorie deze panden horen.
Gevraagd door: J. BOER (SLO) op 4 maart 2008 -
Overwegingen bij de eventuele verkoop aan Vattenvall van aandelen NUON
-
(ingekomen 6 maart 2009)
Proloog.
NUON bestaat uit:
A) Een handelsonderneming (inkoop, productie en verkoop van elektriciteit en gas).
B) Een onderneming voor beheer en onderhoud van straatverlichting in Leiden (Dynamicom).
C) Een onderneming voor het transport en levering van stadsverwarming in Leiden.
D) Het lokaal netwerkbedrijf van gas en elektriciteit.
Ad C:
Destijds is er een warmtekracht centrale aan de Langegracht opgericht voor de productie van warmte (stadsverwarming), waarbij ook elektriciteit werd geproduceerd.
Enige jaren geleden is deze centrale (productie) verkocht aan EON.
NUON-warmte verkoopt de stadswarmte door aan de afnemers inclusief het transport van warmte.
In de prijs van warmte aan de afnemers zit een component voor energiebelasting.
Volgens de wet is het niet toegestaan energiebelasting te heffen op warmte.
NUON draagt immers ook geen energiebelasting op warmte af aan de staat.
Dat is dus pure winst voor NUON.
De WK-centrale wordt gevoed door gas waarover al energiebelasting is geheven.
Daarnaast werkt NUON-warmte nauw samen met ENECO.
Door de WK centrale heeft NUON Leiden als producent van elektriciteit jarenlang tegen een lager tarief kunnen inkopen op het landelijk netwerk.
Ad D:
Het was de bedoeling van de wetgever dat het netwerkbedrijf werd afgesplitst.
Het is ook onze mening dat op het netwerkbedrijf niet mag worden bezuinigd om Amerikaanse toestanden in het locale netwerk te voorkomen. Dat was ook de opzet van de wetgever.
Om tot een gewogen oordeel te kunnen komen verzoeken wij u, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden op 14 april 2009)
1. Welke onderdelen A, B, C en D worden nu wel en welke niet verkocht aan Vattenvall?
Alleen A, het Productie en leveringsbedrijf (PLB) wordt gefaseerd verkocht aan Vattenfall.
De onderdelen B, C en D bestaan niet zoals door u beschreven in de vraag.
Nuon is operationeel gesplitst in twee bedrijven het eerdergenoemde PLB en het NWB (Netwerkbedirjf) Aliander. Aliander bestaat uit de netbeheerder, Liander, en onderdelen die diensten leveren voor aanleg en onderhoud van complexe energie-infrastructuren, Liandon, verlichting van de openbare ruimte en beheer van verkeersregelinstallaties, Liandyn (voorheen dynamicon).
De netbeheerder is verantwoordelijk voor het beheer van elektriciteits- en gasnetten en de aansluiting en het transport van elektriciteit en gas in het voorzieningsgebied.
2. Waarop is de onderlinge verdeling van de opbrengsten gebaseerd?
Het financiële resultaat van Nuon wordt in het financieel jaarverslag niet uitgesplitst naar regionale componenten.
Het financiële resultaat van Nuon over 2008 is wel gesplitst in een resultaat van het PLB en het NWB.
3. Wordt er in de verdeling van de opbrengst rekening gehouden met de typische Leidse componenten B en C?
Deze typisch Leidse componenten bestaan niet binnen de bedrijfsvoering van Nuon.
De gemeente Leiden ontvangt als aandeelhouder van de n.v. Nuon dividend. Het dividendbeleid van Nuon is dat 45% van de winst na belastingen wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders.
Er worden geen afzonderlijke componenten van het resultaat met individuele aandeelhouders verrekend.
4. Heeft de gemeente Leiden al meegedeeld in de opbrengst van de verkoop van de WK-centrale Langegracht?
De WK-centrale is in 1987 verkocht aan de EZH, de opbrengst is in het bedrijf gebleven. De EZH is uiteindelijk in 2000 opgegaan in E.ON. De EWR is in 1998 opgegaan in Nuon. Daarmee maakt de opbrengst van de centrale deel uit van het vermogen van Nuon. Nuon is dus nimmer eigenaar geweest van de WK-centrale aan de Langegracht. Het warmtebedrijf van Nuon neemt wel warmte af van deze centrale.
5. Hoeveel heeft dit ( punt 4 )opgebracht?
De centrale is in 1987 verkocht door de EWR aan EZH. De EWR kende in die tijd geen dividenduitkering toe aan de aandeelhouders.
6. Wat is de juridische verhouding tussen ENECO-warmte en NUON-warmte?
Er is geen juridische verhouding tussen ENECO en NUON.
7. Indien overname door ENECO ( punt 6 ); wat was de opbrengst?
Hier is geen sprake van.
8. Wat denkt de Gemeente Leiden te gaan doen aan de onterechte indirecte heffing van energiebelasting op warmte?
De prijsstelling van warmte is gebaseerd op het “Niet Meer Dan Anders” principe. Dat houdt in dat prijs van warmte is gekoppeld aan de prijs van gas. Warmte mag niet duurder zijn dan gas. In de prijsstelling van gas zit ook de component energiebelasting, hieruit volgt direct, op basis van het genoemde principe, dat ook in de prijs van warmte energiebelasting is verwerkt.
Volgens onze informatie is er dus geen sprake van onterechte indirecte heffing van energiebelasting op warmte.
Gevraagd door: J. Boer (SLO) op 6 maart 2009 -
Provinciale memo Lammebrug in verband met de zaak Oostvlietpolder
-
(ingekomen 11 februari 2009)
De raadsfractie van de ChristenUnie Leiden heeft met verbazing kennisgenomen van het een artikel in het Leidsch Dagblad van vandaag (‘Leugens in zaak Oostvlietpolder’, LD woensdag 10 februari 2009) dat melding maakt van een bestaan van een provinciaal memo inzake de noodzakelijke vervanging van de Lammebrug voor de ontsluiting van het bedrijventerrein in de Oostvlietpolder. In de zaak 200700614/1 voor de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is op aangeven van in ieder geval de Provincie er van uitgegaan dat dit niet nodig zou zijn. We willen u hierover de volgende schriftelijke vragen ter beantwoording voorleggen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 3 maart 2009)
1. Is het College op de hoogte van de inhoud van het memo uit 2005 waaruit blijkt dat de Lammebrug inderdaad zeker vervangen moet worden bij gebruik van vier (2x2) autorijstroken?
Ja. Sinds de publicatie in het Leids Dagblad (d.d. 11 februari 2009) over de Oostvlietpolder, heeft het College kennis kunnen nemen van de inhoud van dit memo. De strekking van het memo is anders dan u in uw vraagstelling en in de berichtgeving in het Leidsch Dagblad gesteld wordt. In het memo wordt geconcludeerd dat de aanleg van een vierde rijbaan met een grootschalige renovatie mogelijk is.
Overigens had de memo betrekking op een aanpassing van de brug aan de noordzijde. Uit de reactie van gedeputeerde Van Dijk hebben wij inmiddels begrepen dat hij uitgaat van de zuidzijde. De memo lijkt daardoor niet meer relevant.
2. Was het College van B&W van Leiden van deze omstandigheid op de hoogte ten tijde van de zitting bij de Raad van State? Zo ja, waarom heeft de vertegenwoordiger van de gemeente Leiden hier niet op ingegrepen?
Nee.
3. Is het de inschatting van het College dat met de kennis van het memo de beslissing van de Afdeling Bestuursrechtspraak van 19 november 2008 anders zou zijn uitgevallen? (antwoord graag met toelichting) Ziet het college hierin aanleiding een verzoek tot herziening van deze voor Leiden belangrijke zaak in te dienen?
Het is voor het college niet mogelijk te beoordelen wat de invloed van het memo op een beslissing van de Raad van State zou zijn geweest.
Nee.
4. Is het College van mening dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State door hetzij de provincie Zuid-Holland, hetzij de Gemeente Leiden in deze zaak op het verkeerde been is gezet?
Nee.
5. Is – indachtig het antwoord op de vorige vraag – het college met ons van oordeel dat hiermee ook het collegebesluit omtrent bebouwing van de Oostvlietpolder anders uit had moeten vallen?
Nee. Zie ook het antwoord op vraag 3. Het laatste besluit over de bebouwing van de Oostvlietpolder is overigens een raadsbesluit waarin het bestemmingsplan is vastgesteld.
6. Wat kost het vervangen van de Lammebrug voor een 4-baans versie (globaal geraamd)?
Welke consequenties heeft dit voor de gemeente Leiden en de Provincie?
Er is geen kostenraming voor een 4-baansversie opgesteld. Uitgangspunt voor de ontwikkeling en ontsluiting van de Oostvlietpolder is de aanleg van de Rijnlandroute.
Indien onverhoopt de aanleg van de Rijnlandroute (conform het Voorkeurstracé) geen doorgang zou kunnen vinden, zal de gemeente met de Provincie in overleg treden om een goede oplossing voor de N206 door Leiden, inclusief de Europaweg en Lammebrug, te vinden.
Gevraagd door: G. Terpstra en J. Clement (CU) op 11 februari 2009 -
Vermeende leugens in de zaak Oostvlietpolder
-
(12 februari 2009)
De CDA-fractie Leiden heeft kennis genomen van het artikel in het Leidsch Dagblad van woensdag 11 februari inzake vermeende leugens in de zaak Oostvlietpolder.
Op grond van artikel 43 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad willen wij u namens de fractie van het CDA dan ook de volgende vragen stellen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 3 maart 2009)
1. Heeft het college kennis genomen van het bovenstaande artikel uit het Leidsch dagblad?
Ja
2. Heeft het college inmiddels contact opgenomen met het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland over het in het artikel genoemde memo waarin de afdeling Technisch Specialistisch Onderhoud op 21 april 2005 concludeert dat de Lammebrug een vierde rijbaan niet aan kan?
Ja
3a. Indien u hierover met het college van Gedeputeerde Staten contact over opgenomen heeft: kunt u de inhoud van het artikel uit het Leidsch Dagblad op basis daarvan bevestigen? M.a.w.: is het betreffende memo inderdaad bewust achtergehouden in de procedures die de provincie gevoerd heeft?
I) Nee, het college kan zich niet vinden in de inhoud van het artikel. De strekking van het artikel is dat de vierde rijbaan niet kan worden aangelegd. Het college leest in het memo dat de vierde rijbaan na grootschalige renovatie wel mogelijk is. De eindconclusie in het memo luidt: In het geval het toch gewenst is vier rijbanen over de brug te voeren, kan worden overwogen de boven- en onderbouw van de brug grootschalig te renoveren.
Overigens had de memo betrekking op een aanpassing van de burg aan de noordzijde. Uit de reactie van gedeputeerde Van Dijk hebben wij inmiddels begrepen dat hij uitgaat van de zuidzijde. De memo lijkt daardoor niet meer relevant.
II) Nee. Voor het overige verwijzen wij naar de beantwoording van GS.
3b. Indien u geen contact opgenomen heeft met college van Gedeputeerde Staten: bent u van plan alsnog contact op te nemen over het betreffende memo? Waarom wel? Waarom niet?
Niet van toepassing.
4. Beschikte het college reeds voor de publicatie van het betreffende artikel in het Leidsch Dagblad over informatie van gelijke strekking? Zo niet, heeft het college dan toch op basis van andere informatie getwijfeld over de haalbaarheid van een vierde rijbaan op de Lammebrug (d.w.z. zonder de constructie van de brug zelf te herzien)?
Ten tijde van de procedure bij de Raad van State is vanuit de provincie (door een medewerker Ruimte en Wonen) gemeld dat rekening gehouden moet worden met renovatie van de brug. Het bestemmingsplan maakt deze renovatie mogelijk en dat is van belang in de bestemmingsplanprocedure.
5. Bent u van mening dat – gesteld dat het in het artikel genoemde memo inderdaad op deze wijze is opgesteld en al dan niet bewust is achtergehouden in de gevoerde juridische procedures – het denkbaar is dat dit van invloed is geweest op de uitkomst van de uitspraken van de Raad van State? Waarom wel? Waarom niet?
Nee.
Het is voor het college niet mogelijk te beoordelen wat de invloed van het memo op een beslissing van de Raad van State zou zijn geweest.
6. Indien u van mening bent dat het mogelijk achterhouden van een memo inzake de technische haalbaarheid van een vierbaans rijstrook over de Lammebrug denkbaar van invloed is geweest op het eindoordeel van de Raad van State, bent u dan met de CDA-fractie van mening dat dit nieuwe feit ook raakt aan de afspraken die in het coalitieakkoord zijn gemaakt over de bebouwing van de Oostvlietpolder?
Niet van toepassing. Zie antwoord op vraag 5.
7. Is het college bereid alle activiteiten die betrekking hebben op de ontwikkeling van de Oostvlietpolder stop te zetten totdat duidelijk is dat het in het Leidsch Dagblad genoemde feit inzake het achterhouden van het memo van de afdeling Technische Specialistisch Onderhoud, niet van invloed is geweest op de besluiten van de Raad van State?
Nee. Zie antwoord op vraag 5.
We verwijzen u voor de volledigheid naar de uitkomst van het debat in Provinciale Staten waarbij moties M130 en M131 verworpen zijn.
8. Kunt u meedelen, of de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak alvorens het deskundigenadvies aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit te brengen, aan u en/of Gedeputeerde Staten alle gegevens met betrekking tot de constructie van de brug heeft gevraagd?
Het StaB heeft de gemeente Leiden gegevens gevraagd over de brug. De gemeente heeft de StaB ter verkrijging van deze gegevens doorverwezen naar de Provincie. Het college verwijst hierbij naar het advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak, kenmerk StAB/37742/H, d.d. 9 oktober 2007, eerste alinea op pagina 36.
9. Is het u bekend, of Gedeputeerde Staten bereid zijn om, als de draagkracht van de brug niet voldoende zou zijn om het verkeer over de 4 vereiste rijstroken te kunnen verwerken, de constructie zodanig te wijzigen, dat de draagkracht wel voldoende wordt? Graag een toelichting hierbij.
De inzet van de Provincie is er op gericht de verkeersafwikkeling op te lossen met de aanleg van de Rijnlandroute. Indien onverhoopt de aanleg van de Rijnlandroute (conform het Voorkeurstracé) geen doorgang zou kunnen vinden, zal de gemeente met de Provincie in overleg treden om een goede oplossing voor de N206 door Leiden, inclusief de Europaweg en Lammebrug, te vinden.
Gevraagd door: A. Bonestroo en A. Flippo 12 februari 2009
