Bestuur
Schriftelijke vragen van raad aan B&W
-
Huurcontracten sportaccommodaties
-
(Ingekomen 14 december 2009)
Er bestaat onduidelijkheid over de voorwaarden waar onder sportverenigingen sportaccommodaties van het sportbedrijf Leiden huren.
Op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde stel ik de volgende schriftelijke vragen:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 26 januari 2010)
1. Wie is er verantwoordelijk voor verhuur van de velden in juridisch opzicht ?
Het College van Burgemeester en Wethouders is in juridisch opzicht verantwoordelijk voor de verhuur van de gemeentelijke sportaccommodaties. In bijlage A bij de Mandaatregeling Leiden is de directeur van het Sportbedrijf Leiden gemandateerd om, onder door het College vastgestelde voorwaarden en tarieven, de volgende accommodaties te verhuren:
- sport- en recreatieaccommodaties;
- reclame- en horecaruimten in sport- en recreatieaccommodaties
- volkstuincomplexen;
- jeugddorp.2. Waarom hebben verenigingen geen huurcontract voor hun accommodatie of voor het aantal uren dat ze gebruik maken van velden of sporthal met daarbij een reglement met rechten en plichten ?
Verenigingen krijgen van het Sportbedrijf Leiden in het voorjaar een aanvraagformulier toegezonden om daarop aan te geven de dagen en uren dat zij in het nieuwe seizoen van de accommodatie gebruik willen maken. Op basis van deze, door het bestuur ondertekende aanvraag, wordt een verklaring opgesteld met daarop de toewijzing van de dagen en uren waarop de vereniging in het betreffende seizoen gebruik kan maken van de accommodatie en de huurprijs die hiervoor betaald moet worden met de vervaldata. In de verklaring is opgenomen, dat ten aanzien van het gebruik van de accommodatie het Reglement Gebruik Veldsportaccommodaties van toepassing is en dat de vereniging zich verplicht de voorwaarden te aanvaarden en na te leven. In dit Reglement is uitgebreid beschreven wat de rechten en plichten zijn van zowel verhuurder als huurder ten aanzien van het gebruik van de accommodatie. De verenigingen hebben het Reglement in het verleden toegezonden gekregen en het is op aanvraag te verkrijgen bij het Sportbedrijf Leiden.
Een beperkt aantal veldsportverenigingen heeft een huurovereenkomst. Dit was in het verleden niet gebruikelijk maar zowel bij de verhuurder als de huurder is in de laatste jaren de behoefte geuit om voor wat betreft de accommodatie een huurovereenkomst te hebben.
In zo’n overeenkomst wordt onder meer vastgelegd:
- wat de vereniging van de gemeente huurt
- wat de vereniging zelf op de accommodatie heeft gerealiseerd en waar de vereniging dus ook zelf onderhoudsplichtig voor is
- hoe de overeenkomst door partijen kan worden opgezegd
- hoe bij ontbinding van de overeenkomst wordt omgegaan met de verenigingsopstallen en hoe de kosten die op de accommodatie drukken tussen de gemeente en de vereniging worden verrekendVooralsnog zijn dergelijke huurovereenkomsten afgesloten bij veldsportverenigingen met uitbreidings- of nieuwbouwplannen van verenigingsopstallen zoals het clubgebouw.
Verenigingen zijn juridisch gezien geen eigenaar van de verenigingsopstallen, omdat de gemeente eigenaar van de ondergrond is en er over het recht van opstal niets geregeld is. De verenigingen zijn alleen economische eigenaar van de verenigingsopstallen waardoor die niet als zekerheidsstelling kunnen dienen om een hypotheek van een bank te krijgen. Om toch een lening te kunnen sluiten vraagt de bank een zekerheidsstelling in de vorm van een gemeentegarantie. De gemeente heeft het risicobij garantiestelling bij sportverenigingen beperkt door deze te delen met de Stichting Waarborg Fonds. Ieder staat voor 50% garant. De Stichting Waarborg Fonds stelt weer als eis voor garantiestelling, dat de vereniging een huurovereenkomst moet hebben met een looptijd van minimaal 15 jaar. Een huurovereenkomst met deze looptijd geeft de vereniging zekerheid dat zij voor een langere periode van de betreffende accommodatie gebruik kan blijven maken en op die manier een verantwoorde investering kan doen. Er zijn reeds langlopende huurovereenkomsten afgesloten met de Key Town Hitters, Trigon en Archery Events. Langlopende huurovereenkomsten met de tennisverenigingen Leiden Zuid West en Leids Hout en de voetbalvereniging Lugdunum zijn in voorbereiding. Het is de bedoeling om uiteindelijk met alle veldsportvereniging een dergelijke langlopende huurovereenkomst af te sluiten.3. Vindt uw college het niet merkwaardig dat anderen gebruik maken van de velden van GHC terwijl daar helmaal geen schriftelijke afspraken over bestaan en er geen redelijke vergoeding gegeven wordt aan GHC voor gemaakte kosten ?
De gemeente is eigenaar van de sportaccommodaties en niet de sportverenigingen.
Verenigingen kunnen beschikken over de accommodatie op dagen en tijden zoals vastgelegd in het Reglement Gebruik Veldsportaccommodaties. De sportverenigingen hebben dus niet het vrije gebruik over de sportaccommodatie waar zij spelen. Het feitelijk gebruik door de vereniging kan uitsluitend op de in de verklaring vastgelegde dagen en tijden.
Buiten die dagen en uren staat het de gemeente vrij de accommodatie (of een deel daarvan) aan derden in gebruik te geven. Indien derden van een gemeentelijk kleedgebouw gebruik maken (waarvan de energiekosten voor rekening van de betreffende verenigingen komen) ontvangt de vereniging bij incidenteel gebruik een vaste vergoeding voor het energieverbruik. Bij verhuur gedurende een aaneengesloten periode aan derden ontvangt de vereniging bovendien een vaste vergoeding voor het schoonhouden van het eigen of gehuurde kleedgebouw. Deze vergoedingen worden door het College van Burgemeester en Wethouders vastgesteld. Indien de hoogte van deze vergoeding door de verenigingen als onredelijk wordt ervaren kan dit via de Leidse Sportfederatie als adviesorgaan van het College bespreekbaar worden gemaakt.4. Zijn er andere verenigingen waar ook de zelfde voorbeelden bestaan ?
De handelwijze zoals hierboven wordt beschreven is van toepassing op alle veldsportverenigingen.
5. Wat gaat uw college er aan doen om zaken beter te regelen ?
Om het bestaan van het Reglement Gebruik Veldsportaccommodaties bekender te maken bij de veldsportverenigingen zal op korte termijn wederom een exemplaar hiervan naar alle veldsportverenigingen worden gestuurd. Tevens zal dit Reglement op de website van het Sportbedrijf Leiden worden geplaatst. Bij het versturen van de jaarlijkse verklaring van (seizoen)veldhuur zal in het vervolg een exemplaar van het Reglement Gebruik Veldsportaccommodaties als bijlage worden meegezonden.
Het opstellen van huurovereenkomsten is een arbeidsintensief proces waarbij de nodige zorgvuldigheid moet worden gehanteerd. Het is niet mogelijk om een standaardhuuroveree-nkomst op te stellen omdat voor iedere vereniging maatwerk moet worden geleverd. In het kader van de voorbereiding op de externe verzelfstandiging wordt bekeken hoe zo snel en correct mogelijk het onderwerp huurovereenkomst kan worden afgehandeld.
Gevraagd door: D. SLOOS (LL) op 14 december 2009 -
Holland Centraal
-
(ingekomen 8 september 2009)
In navolging van Leefbaar Leiden wil de SP schriftelijk vragen stellen over de positie van Holland Centraal aan het college van B&W op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde.
Sinds enkele weken is de SP bezig met het verzamelen van informatie over de overname van Holland Centraal door Rudeboy Media. Na gesprekken met diverse vrijwilligers komen wij tot de volgende vragen.
Holland Centraal heeft één betaalde kracht en bestaat verder uit vrijwilligers.
Na verschillende malen er bij het bestuur om te hebben gevraagd, krijgen de vrijwilligers geen inzage in een jaarverslag. Sommigen twijfelen of er überhaupt jaarverslagen worden gemaakt.Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 september 2009)
1. Bent u ervan op de hoogte dat de vrijwilligers van Holland Centraal geen toegang krijgen tot de financiële verantwoording van de omroep?
Deze informatie is niet juist. Er worden jaarlijks financiële verslagen gemaakt door een externe accountant. Dit is een verplichting in het kader van de mediawet. De verslagen moeten voor 1 juni worden opgestuurd aan het Commissariaat voor de Media en aan de Gemeenten die de omroep subsidiëren. De financiële verslagen worden ook besproken met het Programma Beleidsbepalend Orgaan van de omroep. Tijdens de informatiebijeenkomsten van het bestuur met de vrijwilligers is herhaaldelijk, maar ten minste een keer per jaar, de financiële stand van zaken besproken. De jaarverslagen hebben daar ter inzage gelegen.
Volgens het bestuur van de omroep is er geen situatie bekend waarbij een vrijwilliger om inzage gevraagd heeft, en niet zou zijn gehonoreerd.2. Zo ja/nee, wat doet u eraan om die situatie te verbeteren?
Het bestuur van de omroep kiest er voor om de financiële stukken te bespreken in de vrijwilligersbijeenkomsten en legt de financiële stukken tenminste twee maal per jaar voor aan het Programma Beleidsbepalend Orgaan. Daarnaast zijn de stukken op verzoek in te zien. Dit is een gebruikelijke gang van zaken bij een stichting.
3. Hoe is de financiële verantwoording de afgelopen jaren geweest?
Sinds de oprichting van de vereniging Streekomroep Rijnland en sinds de fusie in 1995 tot de stichting agglomeratie Omroep Holland Centraal is er een financieel jaarverslag geweest. Sinds de invoering van de Gemeentelijke subsidie in 2001 middels de zg. lokale opcenten is daaraan ook een accountantsverklaring aan toegevoegd. Dit op basis van een eis in de mediawet.
Verschillende vrijwilligers maken zich zorgen over de identiteit van Holland Centraal. Zo zouden kritische vragen over adverteerders bij overname niet meer mogelijk zijn. Ook de onderzoeksjournalistiek zou onder druk staan, terwijl Holland Centraal kan werken als een springplank voor journalisten, zoals het verleden heeft uitgewezen.
4. Is het college bekend met deze zorgen?
Het college heeft, naar aanleiding van de berichtgeving, navraag gedaan bij het stichtingsbestuur. Het bestuur van de omroep hebben stelt dat deze zorg is gebaseerd op een pertinente onjuistheid. Het bestuur van de Omroep is in een vergevorderd stadium om de onderdelen radio, TV-krant en teletekst in te kopen bij het bedrijf Rudeboy media. Dit wordt gedaan om de kwaliteit en de continuïteit van deze producten te versterken. Ineen presentatie die Rudeboy Media aan de vrijwilligers heeft gegeven is weliswaar aangegeven dat omwille van de beluisterbaarheid van het radiostation kritisch gekeken moet worden naar de kwaliteit van interviews ed. maar dat onafhankelijkheid is gewaarborgd. Als voorbeeld is hierbij juist de casus genoemd van de oliebollenbakker die adverteert bij de omroep, maar slecht scoort in de jaarlijkse AD test. De bakker in het voorbeeld is juist wel met dit feit geconfronteerd en hierover is ook bericht. Dit voorbeeld werd ontleend aan de lokale omroep Leiderdorp,waar zich deze zaak heeft voorgedaan. Mogelijk is dit voorbeeld verkeerd begrepen.
Hoewel onderzoeksjournalistiek in de daadwerkelijke uitvoering van de programmering bij Omroep Holland Centraal eerder uitzondering dan regel is, wordt de mogelijkheid daartoe zeker niet aangetast.5. Vindt het college het van belang dat er ruimte blijft voor onderzoeksjournalistiek en voor een kritische houding ten opzichte van adverteerders? Zo nee, waarom niet?
In een publieke omroeporganisatie is er een redactiestatuut waarbij de redactionele onafhankelijkheid is gewaarborgd. Zo ook bij Omroep Holland Centraal. Dit wordt getoetst door het Programma Beleidsbepalend Orgaan, dat door de gemeenteraden representatief is verklaard. Het bestuur van de omroep kan zich geen situatie uit het veleden herinneren waarbij er om redenen van politiek of belangen zou zijn ingegrepen op deze redactionele onafhankelijkheid. Er hebben zich twee situaties voorgedaan waarbij het bestuur wel heeft ingegrepen: dat is een interview met een vertegenwoordiger van een verzekeringsmaatschappij met daarin een opsomming van het verzekeringspakket waardoor dit als verkapte reclame uitgelegd zou kunnen worden en dat is bij wet verboden. De tweede situatie is dat er een klacht is binnengekomen van een politieke partij die niet was uitgenodigd voor een verkiezingsdebat. Dit betrof de SGP uit Lisse. Dit radioprogramma werd echter live gemaakt op zondagochtend en achteraf bleek dat deze politieke partij om die redenen zelf had afgezien van deelname.
6. Zo ja, op welke wijze(n) worden deze belangen gewaarborgd?
Er is een redactiestatuut en er is een toetsing door het Programma Beleidsbepalend Orgaan.
7. Op welke wijze zal de 'springplank-functie' gewaarborgd blijven wanneer Holland Centraal opgaat in Rudeboy Media?
Deze zal juist worden versterkt omdat met de inbreng van een professionele coördinatie de begeleiding van vrijwilligers beter kan worden gewaarborgd dan door een bestuur mop afstand en door andere vrijwilligers. De doelstelling blijft dat jongeren in staat worden gesteld om programma’s te leren maken en van daaruit kunnen doorstromen naar andere professionele organisaties.
Indien, in samenwerking met andere partners, ook een TV-programmering van de grond komt (zie hiervoor ook de beantwoording op de vragen van dhr.D.Sloos over dit onderwerp), zal Holland Centraal juist nog interessanter zijn voor jonge journalisten en mensen met ambitie in de communicatie en media sector. Dit sluit aan bij de bredere ambitie die het college heeft, bijvoorbeeld vastgelegd in de doelstellingen van Leiden Communicatiestad.
8. Volgens sommige vrijwilligers belooft Rudeboy Media coaching door de NOS. Klopt dit?Dit klopt deels: het gaat om trainingsprogramma’s. Omroep Holland Centraal maakt gebruik van de mogelijkheden die zowel via de OLON (koepelorganisatie van lokale omroepen) als door de NOS worden geboden voor training en scholing van medewerkers van lokale omroepen.
9. Op welke wijze wordt die coaching via de NOS gewaarborgd?
Het betreft hier met name een trainingspakket dat via de OLON wordt aangeboden. Dit staat openen voor alle vrijwilligers die hieraan wensendeel te nemen en die via de omroeporganisatie worden opgegeven om er aan deel te nemen. Van een coachingstraject is tot op heden geen sprake geweest. Dat zit ook niet in het aanbod van de OLON. Het gaat om trainingsprogramma’s.
Per 1 januari 2010 zal een nieuwe wet van kracht worden.
10. Klopt het dat de gemeente vanaf deze datum 1,30 euro per wooneenheid zal betalen aan de lokale radio? Zo nee, hoe zal dan het financiële plaatje eruit komen te zien voor de gemeente en voor Holland Centraal?
Ja dit klopt. De financiële consequenties hiervan zijn opgenomen in de Perspectiefnota die de gemeenteraad voor de zomer heeft vastgesteld. Thans zijn bij alle zeven gemeenten waarvoor Omroep Holland Centraal de lokale omroep is, de subsidieaanvragen daarvoor ingediend. Zie de bijlage wat betreft de beschikbare bedragen.
Holland Centraal is een publieke omroep en heeft in de ogen van de SP de taak om een breed publiek te bereiken. De SP vindt niet dat de politiek op de stoel van de redactie hoort te gaan zitten, maar de gemeenteraad kan wel kaders stellen, zoals dat bij regionale media ook gebruikelijk is.
Ons is ter ore gekomen dat wethouder De Haan zelf deelneemt aan de gesprekken tussen Holland Centraal en Rudeboy Media.11. Klopt dit laatste?
Nee dit is niet juist. De besprekingen met Rudeboy media worden gevoerd door het bestuur van de omroeporganisatie. Het bestuur van Omroep Holland Centraal heeft wel de wethouder van de voortgang in die besprekingen op de hoogte gesteld.
12. Zo ja, waarom neemt de wethouder hieraan deel?
De wethouder neemt hieraan niet deel.
13. Op basis van welke door de raad gestelde kaders is deze overname mogelijk en worden de gesprekken gevoerd?
Er is geen sprake van overname. Er is sprake van inkoop van diensten. Of inkoop van diensten middels een contract met een externe partij is toegestaan, is getoetst bij het Commissariaat voor de Media. Deze constructie wordt inmiddels bij meer lokale omroepen toegepast.
14. Op welke wijze(n) wordt het bereiken van een breed publiek met verschillende doelgroepen (te denken valt aan ouderen of allochtonen) gewaarborgd?
Dit wordt gewaarborgd door middel van het programmaplan van een lokale omroep. Dit programmaplan wordt jaarlijks door de Omroeporganisatie aangeboden en ter beoordeling voorgelegd aan het programmabeleidsbepalend orgaan. Zo besteedt Omroep Holland Centraal veelvuldig aandacht aan ouderenbeleid in het programma nieuws & Co en heeft de omroep een programma gericht op de Marokkaanse doelgroep op de zondagavond.
Daarnaast zou het college aandringen op het maken van televisieprogramma's. Daar zou een subsidie van 75.000 euro tegenover staan.
15. Klopt bovenstaande stelling inclusief het bedrag, waarom wel/ niet?
Het bedrag van bijna € 75000,- euro is de jaarlijkse subsidie op basis van het aantal huishoudens x € 1,30,- van de Gemeente leiden. Met het bestuur van de organisatie is afgesproken om een substantieel deel daarvan in te zetten op lokale televisie. Juist daarom is er voor het product radio gekozen voor het inkopen van diensten bij Rudeboy media. Daardoor komt er ongeveer 50-55% van het geld vrij voor investeringen in lokale TV. Subsidies van andere gemeenten, reclamegelden, bijdragen van andere maatschappelijke organisaties en fondsen moeten zorgen voor aanvullende financiering.
16. Volgens vrijwilligers is het bedrag van 75.000 euro niet toereikend om TV te maken. Hoe bepaalt het college een subsidiebedrag voor lokale TV, met andere woorden; waar komt de 75.000 euro vandaan en hoe weet het college dat dit toereikend zal zijn?
Het bedrag van 75.000 euro is het totaalbedrag dat de gemeente Leiden voor de omroep beschikbaar heeft. Dit is gebaseerd op de hiervoor genoemde wettelijke bedragen per huishouden. Het is juist dat € 75.000,- een bescheiden bedrag is waarvoor een basisvoorziening kan worden gekocht. Juist daarom is aangedrongen op het gezond maken van de financiën en het omlaag brengen van de kosten voor de overhead van het product radio. Aangezien het radio-product ca. 35.000 euro zal kosten, blijft voor televisie nog 40.000 euro over. Het College ziet op dit moment geen mogelijkheden om het stimuleren van lokale televisie met extra middelen te ondersteunen.
Indien alle deelnemende gemeenten deze verplichting nakomen, komt -naast de reclame en sponsorgelden- naar schatting ca. 150.000 euro aan subsidies beschikbaar voor lokale/regionale televisie.17. Zullen er genoeg vrijwilligers zijn om radio, laat staan TV te maken?
Dit is een verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie zelf. Het bestuur heeft aangegeven dat er in het verleden goede ervaringen zijn opgedaan, met het inzetten van vrijwilligers voor TV programma’s. Deze zullen weer moeten worden gemobiliseerd. Ter vergelijking: aan het laatste lijsttrekkersdebat bij de Gemeenteraadsverkiezingen in Leiden in 2006 is meegewerkt door meer dan 25 vrijwilligers.
18. Op welke wijze wordt de voortgang van de (eventuele) overname duidelijk en transparant gemaakt naar de vrijwilligers toe?
Er is geen sprake van overname. Er is voor de producten radio, TV-krant en teletekst sprake van inkoop van diensten. Het bestuur van de omroeporganisatie blijft verantwoordelijk voor de organisatie en is houder van de zendmachtiging. Het programma beleidsbepalend orgaan stelt het programmabeleid vast.
Er zijn inmiddels drie bijeenkomsten met de vrijwilligers geweest waar het bestuur heeft uitgelegd welke stappen er worden gezet. Met alle vrijwilligers van de verschillende programma’s wordt gesproken hoe deze programma’s worden ingepast in de nieuwe organisatie.Er gaan geluiden op met Omroep 8 uit Teylingen meer samen te werken.
19. Is er sprake geweest van het samenvoegen van Holland Centraal met Omroep 8 en waarom?
Het beleid van zowel het bestuur van Omroep Holland Centraal als van het College van Leiden is erop gericht om de eenheid van het uitzendgebied van Omroep Holland Centraal te behouden. Dit is naar onze inschatting een belangrijke voorwaarde voor voldoende draagvlak (financieel en organisatorisch) om een lokaal/regionaal TV-aanbod op te zetten.
In Teylingen is echter een initiatief gestart om een eigen lokale omroep op te richten. Tot en met 2012 is Omroep Holland Centraal echter ook door de gemeente Teylingen representatief verklaard en de Omroep heeft in die Gemeente de zendmachtiging. Deze wordt aangevochten door het bestuur van Omroep 8. Daarover heeft het commissariaat van den Media nog geen uitspraak gedaan. Omroep 8 zendt in Teylingen dus nog niet uit. Mocht Teylingen een eigen lokale omroep krijgen, heeft het bestuur van Omroep Holland Centraal aangegeven de samenwerking te willen zoeken.
Daarnaast is er bestuurlijk overleg geweest met Teylingen over de nabetaling van achterstallige subsidies.20. Heeft Omroep 8 momenteel een aandeel in de besprekingen met Rudeboy Media en waarom?
Nee, Omroep 8 is geen partij in deze, omdat deze organisatie in formele zin nog niet bestaat als publieke lokale omroep volgens de mediawet. De besprekingen met Rudeboy Media worden gevoerd door het bestuur van Omroep Holland Centraal.
Gevraagd door: E. DE BAKKER (SP) op 8 september 2009 -
Werkgroep Omroep Leiden
-
(ingekomen 31 augustus 2009)
In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd een werkgroep opgericht door de toenmalige Wethouder Paul Bordewijk namens de gemeente Leiden om te onderzoeken of er behoefte bestond in Leiden aan een lokale omroep. De hoofdzaak was de restactiviteit van het orgaan Lokale omroep. De werkgroep had de naam werkgroep omroep Leiden en de werkgroep bestond uit de leden Joop Walenkamp, Theo Roes, Joop Kamphuis, Ton Hoogenboom, Daan Sloos, Pieter van Vliet. Kortom, later heette het Omroep Rijnland en door fusie Holland Centraal.
Eens in de vijf jaar geeft de gemeenteraad een representativiteit verklaring af aan het commissariaat van de media voor een zend vergunning van vijf jaar. Dat is gebeurd in het jaar 2008 .Aan de representativiteitverklaring is vaak ook een subsidie verbonden vanuit de gemeente aan de omroep, die ook door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
Gezien de ontstane moeilijkheden in de bedrijfsvoering van Holland Centraal en de kwijtschelding van de huur voor een periode. Welke in opvat als een extra subsidie zonder medeweten van de gemeenteraad en tegen en tegen de regels van de omroepwet.
Wat ik me nu afvraag is of de representativiteit nog geborgd is nu Holland centraal zijn programmabeleid onder de verantwoording van een commercieel bedrijf stelt. De vrees van medewerkers van Omroep Holland Centraal zijn de volgende, zo lees ik. Ik citeer een medewerker: “Ik vrees ook dat onafhankelijkheid van de redactie onder de nieuwe samenwerking zal lijden. Onderzoeksjournalistiek mag straks niet meer kritische vragen stellen aan adverteerders ook niet meer”, aldus een medewerker van de omroep.
Dit zijn nou juist zaken die binnen een representatieve omroep in een redactie statuut vast moeten staan. Verder bestaat bij mij de gedachten dat andere gemeente in Holland Rijnland al eerder hun medewerking hebben opgezegd aan de omroep.Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 15 september 2009)
1. Acht u de omroep Holland Centraal nog steeds representatief voor uitzendingen binnen de gemeente Leiden binnen de omroepwet en de regels die het commissariaat van de media daaraan stelt. Zo ja wat is dan uw commentaar op mijn inleiding voor deze vragen?
Zo nee wat gaat u dan ondernemen om wel tot de vereiste representativiteit te komen?Omroep Holland Centraal zal als publieke omroep blijven bestaan, in een stichtingsvorm met een programmaraad. De programmaraad waarborgt de diversiteit in het programma-aanbod. Omdat deze programmaraad veelzijdig is samengesteld, zal vanuit verschillende invalshoeken beoordeeld worden of dit het geval is. Daarmee is Holland Centraal representatief voor deze regio. De wijze waarop deze programma’s tot stand komen (eigen producties of inkoop bij andere, mogelijk private, producenten) is niet doorslaggevend voor de representativiteit.
2. Bent u het met mij eens dat het kwijtschelden van een huurperiode een extra subsidie is die tenminste door de gemeenteraad moet worden gezien alvorens u daar toe over ging?Holland Centraal beschikte over een groot negatief eigen vermogen. Een deel daarvan bestond uit vorderingen van de gemeente Leiden. Deze hadden betrekking op huurachterstanden, die ontstaan zijn in 2006. Over deze huurachterstanden bestond bovendien een verschil van inzicht, dat (ondanks inspanningen) niet opgeklaard kon worden. Gezien het negatieve eigen vermogen, had het gedwongen innen van de huurschuld geleid tot het faillissement van omroep Holland Centraal, zonder dat zekerheid zou bestaan dat dit bedrag daadwerkelijk geïnd zou worden. Omdat hierbij feitelijk sprake was van een oninbare vordering, is een regeling getroffen met de omroep, waarbij deze tevens de huur van het pand heeft opgezegd. Afhandeling van een dergelijke oninbare vordering is een collegebevoegdheid.
In de krant lezen wat de toekomst moet worden van een lokale omroep of het nu radio of televisie zal moeten worden is voor mij niet bevredigend.3. Bent u bereid uw visie in een notitie weer te geven zodat andere er ook hun mening kunnen geven en ook de stad er iets over kan zeggen. In de krant lees ik dat uw college de voorkeur aan lokale televisie zal geven. Is dat juist?
De mediawet verplicht lokale omroepen om in ieder geval radioprogramma’s te verzorgen. Het gaat dus niet om of/of. Het aanbieden van televisieprogramma’s (op beperkte schaal) is reeds lang een bestaande wens bij zowel de omroep zelf, als bij de gemeente. Zo heeft de gemeenteraad in het verleden middels amendement (RV 05.0055, amendement 5 – Sleijster/Broeijer) 30.000 euro beschikbaar gesteld voor het ontwikkelen van televisie.
Bij het bezien of er een doorstart voor de omroep mogelijk is, heeft het college benadrukt dat deze wens van de gemeenteraad betrokken dient te worden bij een toekomst-scenario. Het bestuur onderschreef die wens. Uit eigen verkenning in de stad heeft het bestuur kunnen analyseren dat de belangstelling voor het product televisie bij zowel ‘content-providers’ (onder andere cultuursector, sport en ondernemers) als mogelijk financiers, groter is dan voor het radio-product. Een verkenning heeft geleerd dat de belangstelling voor het radioproduct van Holland Centraal (zeer) beperkt is.4. Kunt u mij vertellen wie dat zal moeten gaan bekostigen want zoals u zeker zal weten is dat een zeer kostbare zaak?
De activiteiten van Holland Centraal (radio, kabelkrant, én televisie), zullen betaald moeten worden uit de jaarlijkse gemeentelijke subsidie (zoals recent vastgesteld door uw raad in de perspectiefnota). Naast Leiden, hebben ook verschillende andere gemeenten in de regio Holland Centraal representatief verklaard. Niet allen hebben zij echter tot op heden hun bijdrage voldaan. Indien alle gemeenten het wettelijk geïndiceerde bedrag zouden betalen zou er circa 200.000 euro aan subsidie beschikbaar zijn.
Daarnaast zal een substantieel deel van de kosten door reclameinkomsten en bijdragen vanuit de samenleving gedekt moeten worden. Afhankelijk van de mate waarin de omroep daarin slaagt, zal er meer of minder televisie gemaakt kunnen worden.
5. Is naar u weten bekend of dat andere gemeente in Holland Rijnland al eerder niet meer met Holland Centraal gebroken hebben en als u dat wel weet welke gemeente zijn dat dan en waarom werken ze niet meer met de omroep?In 2008 hebben de volgende gemeenten Holland Centraal representatief verklaard: Leiden, Voorschoten, Oegstgeest, Zoeterwoude, Teylingen, Hillegom en Lisse. Vóór 2008 heeft ook de gemeente Wassenaar (Regio Haaglanden) een dergelijke verklaring afgegeven. Deze gemeente heeft gekozen voor omroep Midvliet vanwege een oriëntatie op een ander uitzend- gebied en vanwege technische aspecten die verband houden met de doorgifte van het kabelsignaal. De keuze heeft in overleg met Holland Centraal en Midvliet plaatsgevonden.
De gemeenten die in 2008 Holland Centraal representatief hebben verklaard werken nog steeds met de omroep. Zij verlenen echter (nog) niet allemaal het volledige of een bepaald deel van het geïndiceerde bedrag.
Gevraagd door: DAAN SLOOS (LL) op 31 augustus 2009 -
Niet doorgaan jaarlijkse wijkfeest in de Stevenshof
-
(ingekomen 23 april 2009)
Al 18 jaar wordt in de Stevenshof bij en in het winkelcentrum een groot wijkfeest georganiseerd. Een leuk, goed georganiseerd wijkfeest dat niet alleen leuk is voor de bewoners van de Stevenshof, maar ook een feest dat de sociale cohesie in de wijk ongedwongen en spontaan bevordert. Een aantal partijen samen organiseren dit feest en ook de winkeliersvereniging steekt haar (financiële) nek uit.
Dit jaar gaat het feest niet door. Mogelijk door buitengewoon knullig gedrag van de gemeente. Dit jaar is er een precariotarief ingevoerd van € 5,05 per vierkante meter. Gezien de opzet en de grootte van het wijkfeest is het kunnen laten betalen van deze vierkante meterprijs een utopie. Vervolgens bleek de gemeentelijke berekening niet juist en kwam de gemeente met een andere som. Maar onder voorbehoud. En daarmee is het wijkfeest van de Stevenshof –volstrekt onnodig- dit jaar van de baan. Geen enkele organisatie begint aan een evenement als er op voorhand al financiële onzekerheid en onduidelijkheid bestaat. Los daarvan stelt de Stadspartij Leiden Ontzet (SLO) zich de vraag of er voor dit soort leuke projecten, in een wijk die feitelijk alle openbare ruimten zelf heeft gefinancierd, wel precarioheffingen aan de orde zouden mogen zijn.
Om dit soort ambtelijke calamiteiten in de toekomst te voorkomen verzoeken wij u, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 16 juni 2009)
1. Is het College zich bewust welk totaalbedrag het wijkfeest Stevenshof zou moeten ophoesten aan precariorechten als de vierkante meterprijs € 5,05 bedraagt?
In zijn algemeenheid willen wij u erop wijzen dat er voor dergelijke wijkfeesten geen precario, maar staangelden wordt geheven,De Wijkraad Stevenshof is met haar aanvraag in eerste instantie naar het team Stadsdelen gegaan (in plaats van naar Bureau Evenementen). Via dat team kreeg de Wijkraad deze (foutieve) hoge tarieven door. Er is door hen een verkeerde m2-prijs doorgegeven en het tarief is losgelaten op het totale terrein dat gebruikt ging worden. En beide zijn niet correct. Er hoeft nl. alleen betaald te worden voor het aantal m2 waarop opstallen staan. Deze situatie had voorkomen kunnen worden en is dus ook te betreuren.
2. Waarom kwam de gemeente later met een nieuwe som?
Nadat de wijkraad aan het college kenbaar had gemaakt het hoge bedrag niet te kunnen opbrengen, is door bereiking van Bureau Evenementen duidelijk geworden dat de gemeente aanvankelijk een verkeerd tarief heeft doorgegeven.
3. Wat was die nieuwe som en waar was die som op gebaseerd?
Het juiste tarief is 3,09 per m2. Dit is het tarief voor staangelden en is geen precario. Het vierkante meter tarief wordt dan ook niet in rekening gebracht voor het totale grondgebruik, maar alleen voor de grond waar opstallen (zoals marktkramen e.d.) op staan.
4. Waarom was die nieuwe som onder voorbehoud?
De nieuwe som was onder voorbehoud omdat er geen officiële aanvraag (incl. tekening) voor 2009 bij het Bureau Evenementen was ingediend. Er is daarom door het Bureau Evenementen gekeken naar de aanvraag uit 2008. Op basis daarvan is een inschatting gemaakt. Vandaar dat een en ander onder voorbehoud is doorgegeven.
5. Is het College het met de Stadspartij Leiden Ontzet (SLO) eens dat het knullig is dat een wijkfeest, dat al 18 jaar met groot succes wordt georganiseerd, mogelijk door merkwaardige ambtelijke onkunde wordt gefrustreerd?
Hoewel het te betreuren is dat de vraag aanvankelijk niet bij het juiste, daarvoor bestemde, Bureau Evenementen terecht is gekomen (met als gevolg een incorrect antwoord), zijn wij van mening dat dit niet het einde van het wijkfeest had hoeven betekenen.
Door contact tussen enkele collegeleden en de voorzitter van de wijkraad is vrij snel duidelijk geworden dat het om een vergissing ging. Daarna is de wijkraad bovendien gewezen op de verschillende subsidieregelingen, die er zijn om de (beduidend lagere) kosten van het wijkfeest mee te kunnen dragen.
Aangezien het indienen van een aanvraag voor subsidie geen garantie op het toekennen van die subsidie geeft, is er altijd enige onzekerheid. Omdat de wijkraad al wel financiële verplichtingen wilde aangaan, ontstond er een financieel risico, dat de wijkraad niet wilde dragen. Daarop heeft zij besloten af te zien van het wijkfeest in 2009.
Het is in onze ogen deze (beperkte) financiële onzekerheid die de wijkraad zelf heeft doen afzien van het feest, en niet de aanvankelijke verwarring rond het tarief. Niettemin betreuren wij deze afgelasting van het feest. Het college heeft zich ingezet om het feest te laten doorgaan. De verschillende subsidieregelingen die wijkraden ter beschikking staan zijn immers juist bedoeld om dit soort feesten mogelijk te maken.
6. Kan het College aangeven wat er precies gebeurd is en wat er mis is gegaan, zodat dit niet nogmaals kan gebeuren?
Zie antwoorden 1 t/m 5. Naar aanleiding van dit incident zijn er afspraken gemaakt tussen het Bureau Evenementen en het team Stadsdelen om dit soort miscommunicatie in de toekomst te voorkomen.
7. Is het College het met de Stadspartij Leiden Ontzet (SLO) eens dat juist dit soort wijkinitiatieven, die een wijk levendig en leuk maken en op natuurlijke wijze de sociale cohesie bevorderen, gestimuleerd moeten worden? En wat is dan de reden waarom deze niet-commerciële activiteiten wel door de gemeente geëxploiteerd blijven worden in plaats van gestimuleerd?
Dit soort initiatieven moet zeker gestimuleerd worden. Daarom werken wij ook aan een betere dienstverlening via het Bureau Evenementen en staan er verschillende subsidieregelingen ter beschikking aan wijkverenigingen.
8. Is het College het met de Stadspartij Leiden Ontzet (SLO) eens dat door de wijze waarop deze stadswijk is gefinancierd, de bewoners de precariorechten voor gebruik van de openbare ruimten bij wijze van spreken al levenslang vooruit hebben betaald?
Nee, de wijze waarop de wijk is gefinancierd, staat los van het systeem van belastingen dat de gemeente voor het gehele grondgebied hanteert, conform de door de raad vastgestelde tarieven. Daarnaast is de vierkante meter prijs geen precario maar staangeld.
9. Kan het College aangeven welke extra diensten - ten behoeve van dit wijkfeest - door de gemeente geleverd zouden worden die financieel niet gedekt worden uit de opbrengst van al door de wijkbewoners regulier betaalde belastingpenningen?
Nee, dat kan niet, omdat de uiteindelijke aanvraag niet bij de gemeente bekend is geworden.
10. Is het College het eens met de Stadspartij Leiden Ontzet (SLO) dat het een van de hoofdtaken van het College is de burgers te dienen en terwille te zijn en daar waar burgers wensen gezond en gezellig plezier te hebben dit nooit en te nimmer mag worden gefrustreerd of zelfs geannuleerd door welk ambtelijk apparaat dan ook?
En zo nee, waarom niet?
Ja, dat is het college met SLO eens. Zodra bleek dat er een misverstand was is dan ook met hulp en informatie getracht om het wijkfeest alsnog mogelijk te maken. Daarbij heeft Bureau Evenementen zich actief ingezet. De suggestie dat ‘het ambtelijk apparaat’ het wijkfeest heeft gefrustreerd achten wij niet correct.
Naschrift:
Nadat de wijkraad had besloten om dit jaar geen wijkfeest te organiseren, heeft een particulier alsnog aangeboden om een feest voor de wijk op eigen risico te organiseren. Het bestuur van de Wijkraad heeft echter besloten hieraan geen medewerking verlenen. Inmiddels is dit initiatief met een aantal ondernemers (winkeliers) uitgewerkt onder de naam ‘Het feest voor de Stevenshof’. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden die de gemeente stelt, waardoor de gemeente hieraan medewerking zal verlenen, zodat er alsnog een feest zal zijn in de Stevenshof.
Gevraagd door: J. Boer (SLO) op 23 april 2009 -
Toekomst van het LAK theater (GL)
-
(ingekomen 28 januari 2009)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 17 maart 2009)
1. Is het college het met GroenLinks eens dat het LAK theater als enige vrije vloer theater in Leiden een bijzondere plaats inneemt in het culturele aanbod in Leiden?
Ja, een ‘vlakke vloer theater’ is een bijzondere aanvulling op de Schouwburg en andere theater- en toneelpodia.
2. Heeft het college van Burgemeester en Wethouders een gesprek gehad met de Universiteit Leiden en/of de directie van het LAK over de toekomst van het LAK theater?
Vooraf is geen bestuurlijk overleg geweest over de financiële situatie en toekomst van het LAK-theater. Van de zijde van de Universiteit is mondeling aan het college meegedeeld dat zij besloten had haar financiële bijdrage aan het LAK-theater te stoppen. Daarbij heeft het college van B&W laten weten zeer teleurgesteld te zijn in dit besluit. Wij onderschrijven de achterliggende redenering van de Universiteit niet, dat de exploitatie van het LAK-theater geen kerntaak is omdat deze voor ca.65% mensen bedient die geen natuurlijke band met de Universiteit hebben.
Voorzieningen van de Universiteit die de stad in brede zin ten goede komen, dragen naar onze mening juist bij aan het partnerschap van stad en universiteit en aan het draagvlak om blijvend in de Universitaire gemeenschap te investeren en vice-versa. Zeker gezien de vele opgaven die gemeente en Universiteit gezamenlijk hebben (bioscienceparc, studentenhuisvesting, etc.), mag de ambassadeursrol van dit soort universitaire voorzieningen in de stad niet onderschat worden, naast het culturele belang ervan.
Inmiddels is een tweetal bestuurlijke gesprekken gevoerd met de directie over de (on)mogelijkheid van de gemeente om het ontstane tekort met gemeentelijke middelen op te vangen. Daarin hebben we aangegeven dat we, hoezeer wij het LAK-theater ook een warm hart toedragen, binnen de huidige door de raad vastgestelde begroting en meerjarenraming geen mogelijkheden zien voor een substantiële verhoging van de subsidie met 400.000 euro.
3. Zo nee, is het college van Burgemeester en Wethouders bereid om het initiatief te nemen tot een dergelijk gesprek?
Het college van bestuur van de Universiteit heeft een besluit genomen. Op dit moment hebben wij geen signalen dat het college van bestuur bereid is, bijvoorbeeld onder druk van reacties uit de stad of binnen de universiteit, haar besluit te heroverwegen.
Zolang de Universiteit bij haar standpunt blijft zich terug te trekken en het volledige tekort door anderen c.q. de gemeente (die daarvoor binnen de begroting geen ruimte heeft) moet worden opgevangen, is een gesprek daarover helaas weinig zinvol.
De begroting laat dat eenvoudig niet toe. Bovendien achten wij –vanwege de onder 2 genoemde reden- een situatie ongewenst waarin de Universiteit zich geheel uit de programmering van het LAK terugtrekt.
4. Is het college van Burgemeester en Wethouders bereid om samen met het LAK theater te onderzoeken op welke (niet-financiële) manier de gemeente het LAK theater kan helpen om te blijven voortbestaan?
Er zijn geen niet-financiële manieren om het LAK te doen voortbestaan. Wel denken momenteel enkele ambtenaren mee met de LAK-directie over mogelijke toekomstscenario’s.
5. Zo nee, waarom is het college daar niet toe bereid?
Zie 4.
6. Zo ja, is het college bereid om indien er mogelijkheden zijn om niet-financieel het LAK theater te helpen deze mogelijkheden ook te benutten?
Anders dan het uiten van onze teleurstelling en zorg over de universitaire bezuiniging op het LAK en het ambtelijk ‘meedenken’, zien wij niet goed welke niet-financiële maatregelen kunnen bijdragen aan het voortbestaan van het LAK-theater.
7. Indien het college niet bereid is om niet-financiële maatregelen te nemen, waarom is het college daar niet toe bereid?
Niet van toepassing.
Gevraagd door: R. Brecht (GL) op 28 januari 2009 -
Toekomst van het LAKtheater (PvdA)
-
(11 februari 2009)
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 17 maart 2009)
1. Hoeveel bezoekers kindervoorstellingen, theater- en dansvoorstellingen heeft het LAK in 2007 en 2008 geprogrammeerd in vergelijking met De Leidse Schouwburg en de andere door de gemeente gesubsidieerde voorzieningen?
Bij de beantwoording van deze vragen is het LAK vergeleken met de Leidse Schouwburg en het Scheltemacomplex. Deze twee voorzieningen programmeren eveneens kinder-, theater- en/of dansvoorstellingen.
Het Lak heeft in totaal 171 voorstellingen in 2007 geprogrammeerd, in 2008 170 voorstellingen. Hiervan waren in beide jaren 46 voorstellingen voor kinderen (jeugdvoorstellingen op de zondagmiddag en schoolvoorstellingen). In 2007 waren er 24 dansvoorstellingen, in 2008 23.De Leidse Schouwburg bood in 2007 228 voorstellingen aan, in 2008 247. De kinder- en dansvoorstellingen worden niet apart gemonitord.
In het Scheltemacomplex vonden 139 culturele activiteiten plaats in 2007en 143 in 2008.
De diverse activiteiten werden niet gerubriceerd en gemonitord.2. Hoeveel procent daarvan is te kenmerken als vernieuwend cultureel aanbod, uitgesplitst naar voorziening?
Een college moet terughoudend zijn een oordeel uit te spreken over de mate waarin het cultureel aanbod van de podiuminstellingen als vernieuwend is te beschouwen. Het aanbod van de Leidse Schouwburg, Scheltema en LAKtheater is aanvullend op elkaar.
Wel kan geconstateerd worden dat de Leidse Schouwburg als opdracht heeft een programmering te bieden die een goede balans kent tussen kunst en amusement door enerzijds een breed publiek aan te spreken en anderzijds een avontuurlijke kant te hebben. Het LAK en Scheltema hebben een dergelijke brede opdracht of doelstelling niet. Dat betekent dat zij in het algemeen voor een meer vernieuwend aanbod kunnen kiezen en dat ook doen. Het eventuele verdwijnen van het LAKtheater impliceert dan ook een verdunning van het vernieuwend cultureel aanbod in de stad.3. Hoeveel bezoekers hebben de verschillende voorzieningen ontvangen?
Het aantal bezoekers van het LAKtheater bedroeg in 2007 23.000, in 2008 22.688.
De Leidse Schouwburg telde in 2007 86.730 bezoekers, in 2008 90.159.
Scheltema ontving in 2007 21.804 bezoekers en in 2008 22.697.
4. Hoeveel subsidie hebben de verschillende voorzieningen ontvangen voor gebouw en programma?
Het LAK krijgt geen aparte subsidie van de gemeente voor het gebouw. In 2007 heeft de gemeente € 116.185 subsidie verleend, in 2008 € 119.103.
De Leidse Schouwburg heeft als interne gemeentelijke instelling het gebouw in gebruik; hiervoor wordt geen aparte huur doorberekend. Op de gemeentebegroting was in 2007 een budget beschikbaar van € 1.016.139, in 2008 van € 1.067.552.
De Stichting Scheltema kreeg in 2007 totaal € 73.346 subsidie. € 30.000 hiervan was voor programmering en de rest voor eenmalige projecten. In 2008 heeft Stichting Scheltema € 77.178 aan subsidie begroot. Toegekend is echter € 30.000 voor programmering en € 10.745 voor eenmalige projecten. In beide jaren betaalde de Stichting Scheltema geen huur.
Vanaf 2009 ontvangt de Stichting Scheltema € 110.000 subsidie en betaalt een normale huur.
Gevraagd door: H. JANSEN en C. BROEYER (PvdA) op 11 februari 2009 -
Tropisch weerscenario
-
(20 augustus 2009)
Het is de afgelopen dagen warm in Leiden. Warme dagen worden gevolgd door zwoele avonden. De temperatuur in de stad loopt op het heetst van de dag op tot boven de 28 graden Celsius. Dat betekent dat het tropisch weer scenario voor terrassen geldig is en dat de terrassen langer open mogen blijven zodat de Leidenaren daar kunnen genieten van de zomeravonden.In het Leidsch Dagblad van vandaag las ik dat, ondanks dat het in de stad boven de 28 graden geweest de thermometer op de gemeentelijke website een lagere temperatuur aangaf. Hierdoor konden de terrassen niet langer open blijven. Dit zou het gevolg zijn van de keuze van het dichter bij de kust liggende en landelijke Valkenburg als meetpunt.
Antwoord van Burgemeester en Wethouders
(ingezonden 8 september 2009)
1) Heeft u kennis genomen van bovengenoemd artikel in het Leidsch Dagblad?Ja.
2) Klopt het dat de gemeente een weerstation van in Valkenburg raadpleegt voor wat betreft de temperatuur?
Ja. Op dit moment is dit station het dichtstbijzijnde meetstation van Weeronline.
3) Ben u met de fractie van de Partij van de Arbeid eens dat de analyse in het Leidsch Dagblad waarvan de uitkomst is dat het in landelijk Valkenburg gemakkelijk enige graden koeler is dan in stedelijk Leiden juist is?
Gedegen klimatologische kennis om deze vraag adequaat te kunnen beantwoorden ontbreekt, maar het is zeer aannemelijk dat de temperatuur verschilt.
4) Zo nee, waarom niet?
Zie vraag 3.
De Partij van de Arbeid is van mening dat de in het leven geroepen ‘tropisch weerregeling’ zo ruim mogelijk moet worden toegepast. Dus niet alleen wanneer de pinguins op de Zuidpool in het zonnetje aan het zweten zijn, maar gewoon bij tropisch weer: de Leidse terrassen open.
5) Waarom heeft de gemeente niet een meetpunt in Leiden genomen waardoor de op de website gepubliceerde temperatuur daadwerkelijk overeenkomt met de temperatuur in Leiden?
Er was geen meetstation in Leiden. Valkenburg was het dichtstbijzijnde meetstation van Weeronline. Bij de realisatie van het contract tussen Weeronline en Gemeente Leiden was niet duidelijk dat er -voor eigen rekening- een 'eigen' meetstation kon worden geïnstalleerd. Inmiddels heeft er contact plaatsgevonden met Weeronline. ln Leiden is een meetstation en thermometer geïnstalleerd waardoor de lokale temperatuur via de nieuwe website (www.leiden.nl/gemeente) permanent is te raadplegen.
6) Bent u bereid alsnog en op zeer korte termijn een meetpunt in Leiden als referentiepunt te nemen?Zie antwoord op vraag 5.
Gezien het bovenstaande en alle eerder in de raad en in schriftelijke vragen neergelegde knelpunten rond publicatie van de temperatuur op de gemeentelijke website:
7) Is het College wel van mening dat de ‘tropisch weerregeling’ ruim, maar in ieder geval wanneer het in Leiden 28 graden Celsius of meer is, moet worden uitgevoerd?
Het college is van mening dat de tropisch weerregeling goed uitgevoerd dient te worden, dus bij een Leidse temperatuur van 28 graden Celsius of hoger.
Gevraagd door: R van Ette (PvdA) 20 augustus 2009
