Home /Bestuur /Schriftelijke vragen / Bestuur en dienstverlening

Schriftelijke vragen van raad aan B&W

Toon alles / Verberg alles

FAQ uit/inklappen Kort geding tegen Leidsch Dagblad

(Ingekomen op 20 januari 2010)

Op de website van het Leidsch Dagblad en in de krant van 20 januari 2010 wordt gemeld dat u een kort geding heeft gestart tegen het Leidsch Dagblad vanwege een artikel in de krant van 24 december 2010.
Naar aanleiding hiervan willen wij u de volgende schriftelijke vragen stellen.

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingekomen 9 maart 2010)

1.  Hoe duidt u artikel 7 van de Grondwet waarin de vrijheid van drukpers is geregeld, in relatie tot het artikel van 24 december 2010?

Ons college hecht grote waarde aan de vrijheid van drukpers. Het is naar onze mening het recht – en zelfs de plicht - van een lokale krant om het stadsbestuur kritisch te volgen. Wij hebben in dit geval besloten tot een gerechtelijke procedure, omdat leden van het college werden beticht van het ongemandateerd sluiten van een overeenkomst en het – in het vervolg daarop – antedateren van een handtekening. Daar waar de integriteit van het stadsbestuur publiekelijk wordt betwist, kan ons college niet anders dan dit door de rechter te laten toetsen. Overigens hebben wij het Leidsch Dagblad eerder in de gelegenheid gesteld op ons voorstel te rectificeren.

2.  Hoeveel uren aan ambtelijke en bestuurlijke capaciteit is hier ten stadhuize reeds in gaan zitten, en hoeveel hebt u reeds aan de firma Kennedy van der Laan gespendeerd?

De ambtelijke ondersteuning beslaat ca. 40 uur. De bestuurlijke capaciteit is beperkt tot enkele besprekingen in B&W en de aanwezigheid van burgemeester Lenferink en wethouder Witteman bij de zitting. De kosten van Kennedy van der Laan zijn nog niet bekend. Het salaris van een gespecialiseerd advocaat bedraagt ca. € 300 per uur.

Als u het werkelijk tot een kort geding laat komen, dan zult u dat uiteraard verliezen.

3.  Hoeveel kost het de (Leidse) belastingbetaler nog eens extra als dat gebeurt?

De kosten van het geding zelf bedragen ongeveer € 1059,- euro.
Zie verder het antwoord op vraag 2.

4. Bent u voornemens daarna nog in hoger beroep te gaan? Hoeveel schat u 
in dat dat nog eens extra gaat kosten?

Ons college respecteert de uitspraak van de voorzieningenrechter en zal geen hoger beroep aantekenen.

5.  Bent u, in het belang van de stad, bereid om het niet tot een kort geding te laten komen en hiermee op te houden?

Het is in het belang van de stad, dat het bestuur van onbesproken gedrag is en als integer bekend staat. In dat kader hebben wij besloten het kort geding te laten plaatsvinden om de rechter de beschuldiging van niet-integer handelen te laten toetsen, met de uitkomst zoals hierboven aangegeven.

6. Bent u het met D66 eens dat krant en college elkaar, at the end of the day, toch altijd nodig zullen blijven hebben en dat u op deze manier de relatie met het Leidsch Dagblad slechts verder nodeloos beschadigt?

Ons college hecht aan een goede relatie met alle media, inclusief Leidsch Dagblad. Dat neemt niet weg dat wij ons het recht voorbehouden ons te verweren tegen ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van leden van ons college. Voor een goede relatie zijn inderdaad twee partijen nodig. Op donderdag 4 februari heeft in dat kader een gesprek plaatsgevonden met een lid van de hoofdredactie van het HDC mediaconcern en de eindredacteur van het Leidsch Dagblad om te bezien hoe de onderlinge relatie verbeterd kan worden.

7.  Wanneer gaat u zich weer met echte problemen bezighouden?

Het weerleggen van een publieke beschuldiging van niet-integer handelen door leden van een stadsbestuur lijkt ons een voldoende serieuze zaak.


Gevraagd door: D66 op 20 januari 2010
FAQ uit/inklappen Wet openbaarheid bestuurverzoeken

(ingekomen 12 oktober 2009)

Op 21 juli 2009 diende de Stichting Vrijplaats Koppenhinksteeg (SVK) een Wob-verzoek  (Wet openbaarheid bestuur) in waarin zij (kortweg) vraagt om afschriften van, of inzage in, alle documenten die betrekking hebben op de verkoop van de panden Hooglandse Kerkgracht 4, Koppenhinksteeg 2, 2b, 2c, 4 en 6. Daarnaast vroeg de vrijplaats om afschriften van alle correspondentie tussen gemeente en Woningcorporatie Portaal over het eerste recht van koop, waarover laatstgenoemde beschikte. Hieronder volgt een overzicht van de stand van zaken tot op heden, als het gaat om correspondentie tussen de gemeenten en SVK over de Wob-verzoeken.

Op 11 augustus heeft de SVK een bezwaarschrift ingediend tegen de (fictieve) weigering een besluit te nemen door de gemeente. Op 18 augustus reageert het college met de toezegging binnen 2 weken “te reageren”. Op 1 september reageert het college met de mededeling zo spoedig mogelijk “te reageren”, maar eerst derden in de gelegenheid te willen stellen een zienswijze in te dienen. Op 7 september dient de SVK een klacht in tegen de aanhoudende weigering van het college te beslissen welke op 29 september is aangevuld.

Het college heeft inmiddels de wettelijke termijn om te beslissen met 66 dagen (tot en met 9 oktober tellend) overschreden. Daarom wil de SP op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde de volgende vragen stellen aan het college van B&W.

We hebben de vragen onderverdeeld in 3 thema's:

Over bovengenoemd Wob-verzoek

Antwoord van Burgemeester en Wethouders 

(ingezonden 1 december 2009)

1. Waarom heeft het college zich in deze niet aan de wettelijke termijn van 2 weken gehouden (zie eindnoot)?

Het betreft een zeer omvangrijk verzoek dat betrekking heeft op meer dan 80 documenten met bijlagen, waardoor het onmogelijk was om binnen twee weken een besluit te nemen. Daarnaast diende in veel gevallen ook nog aan meerdere belanghebbenden toestemming te worden gevraagd om de stukken te openbaren. Overigens heeft de verzoeker in de onderhavige kwestie geen gebruik willen maken van de door ons college geboden mogelijkheid om het verzoek in delen op te splitsen zodat eventueel door middel van het nemen van deelbeslissingen eerder duidelijkheid zou kunnen ontstaan.

2. Waarom is de overschrijding van de wettelijke termijn zo buitensporig?

Zie vraag 1

3. Waarom stelt het college in haar brief van 1 september '09 dat zij “eerst derden wil horen”, terwijl de Wob een geheel andere procedure (zie eindnoot) ter bescherming van belangen voorschrijft en deze bovendien het nemen van een beslissing door het college niet in de weg kan staan?

Artikel 6 lid 3 van de Wob waarop in de vraagstelling wordt gedoeld, stelt alleen dat indien wij besluiten om informatie te verstrekken, wij deze informatie niet eerder mogen verstrekken dan twee weken nadat de beslissing is bekendgemaakt als een belanghebbende naar verwachting bezwaar zou hebben tegen openbaarmaking. Dat laat onverlet dat wij voordat wij een besluit nemen belanghebbenden de gelegenheid behoren te bieden om hun standpunt kenbaar te maken inzake een mogelijke openbaarmaking.

4. De SP- vraagt u met klem binnen 2 weken een besluit te nemen over het bovengenoemde Wob-verzoek en de uitkomst zo snel mogelijk aan de betrokkenen en de gemeenteraad te sturen. De termijn van 2 weken lijkt ons niet onredelijk omdat de termijn al overschreden is met 66 dagen.

Het college stelt - los van bovenstaand verzoek -  te allen tijde alles in het werk om zo spoedig mogelijk en na afweging van alle betrokken belangen een gedegen besluit te nemen. Op 24 november 2009 is het besluit aan verzoekers verzonden.

Over andere Wob-verzoeken van de vrijplaats

5. Welke verzoeken om informatie vanuit de Vrijplaats Koppenhinksteeg zijn er momenteel in behandeling en op welke bestuurlijke gelegenheid hebben zij betrekking?

1 Bij brief van 9 juli 2008, ingekomen op 9 juli 2008, heeft de heer Heijkamp verzocht op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna te noemen: Wob) om inzage in alle stukken die betrekking hebben op het voornemen om handhavend op te treden tegen de vooronderstelde overtreding van het bestemmingsplan door de organisaties in Vrijplaats Koppenhinksteeg, alsmede alle stukken die betrekking hebben op de procedure en de inhoudelijke afhandeling van het bedrijfsplan van aanpak dat Cultureel Centrum Bar & Boos heeft opgesteld in het kader van de Notitie Legalisering Vrijplaats Koppenhinksteeg, met name ter zake van de inschakeling van adviesbureau Van Spronsen & Partners.

2 Bij brief van 27 september 2008, ingekomen op 29 september 2008, heeft Stichting Ontmoetingsruimte De Linkse Kerk verzocht om inzage in alle stukken die betrekking hebben op de voorgenomen overdracht van de panden Hooglandse Kerkgracht 4 en Koppenhinksteeg 2-8 aan Woonstichting Ons Doel

3 Bij brief van 24 december 2008, ontvangen op 30 december 2008 heeft Stichting Ontmoetingsruimte De Linkse Kerk op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna te noemen: Wob) verzocht om kopieën van alle verslagen van de overleggen die hebben plaatsgevonden in de periode 01/10/2006  -  01/09/2007 tussen onze medewerker de heer J. Waisvisz en de vertegenwoordigers van de in de Vrijplaats Koppenhinksteeg gevestigde samenwerkingsverbanden.

4 Bij brief 21 juli 2009 heeft Stichting Ontmoetingsruimte De Linkse Kerk verzocht om inzage in alle stukken die betrekking hebben op de verkoop van de panden Hooglandse Kerkgracht 4 en Koppenhinksteeg 2-8 zoals aangekondigd in ons besluit (08.0958) d.d. 7 oktober 2009.
 

6. In welke van deze verzoeken heeft het college zich eveneens niet gehouden aan de wettelijke termijnen? Gaarne een overzicht per verzoek van de overschrijding van de termijnen met betrekking tot zowel de beslissing op aanvraag, als de beslissing op bezwaar.

Datum aanvraag  Deadline beslissing op aanvraag Beslissing genomen Aantal dagen te laat Datum bezwaarschrift Deadline beslissing op bezwaar Beslissing genomen Aantal dagen te laat
Wob verzoek 1 09-07-08 23-07-08 12-08-08 20 02-08-08 11-10-08 17-06-09 249
Wob verzoek 2 27-09-08 11-10-08 14,  28-11-2008 48 17-10-08 26-12-08 17-06-09 173
Wob verzoek 3 24-12-08 08-01-09 08-01-09 0 08-02-09 19-04-09 18-06-09 60
Wob verzoek 4 21-07-09 04-08-09 24 november 2009 111    

7. Voor de verzoeken waar het college zich niet heeft gehouden de wettelijke termijnen vernemen wij graag per verzoek de reden van de vertraging en de stand van zaken op dit moment.

Het betreft in alle gevallen omvangrijke verzoeken, waar nog al eens derden bij betrokken zijn en het betreft daarnaast weerbarstige materie.
In de bezwaarprocedure bleek dat ook de onafhankelijke Commissie voor de Beroep- en bezwaarschriften tijd nodig had om tot een advies te komen in de diverse zaken.

Over andere Wob-verzoeken in het algemeen

De SP stelt deze vragen schriftelijk, omdat wij de indruk hebben dat er verschillend omgegaan wordt met indieners van Wob-verzoeken. Stelselmatig lijken de Wob-verzoeken van de Vrijplaats Koppenhinksteeg te worden gefrustreerd of vertraagd, zoals blijkt uit onderstaand overzicht van Wob-verzoeken door verscheidene vrijplaatsorganisaties uit de Koppenhinksteeg. Een overschrijding van de termijn met 286 of 238 dagen is ontoelaatbaar volgens ons. Het college is er vorig jaar nog voor op de vingers getikt door de Commissie voor Beroep-en Bezwaarschriften en tot 3 maal toe door de rechter.

8. Hoeveel Wob-verzoeken (zonder die van de vrijplaats meegerekend) ontving het college de afgelopen 2 jaar?

Vanuit het postregistratiesysteem zijn 19 WOB verzoeken, inclusief die van de Koppenhinksteeg, als zodanig geregistreerd. Dat wil niet zeggen dat er, uitgezonderd de WOB verzoeken van de Koppenhinksteeg, ook 19 WOB verzoeken zijn binnengekomen. Als in de tekst niet herkenbaar is dat het een WOB verzoek betreft wordt het ingekomen stuk ook niet als zodanig geregistreerd. Hierdoor is geen sprake van uniforme registratie.

In het verleden is het wel vaker voorgekomen dat door complexiteit van de WOB aanvraag, de termijnen niet gehaald konden worden. Een voorbeeld hiervan is het WOB verzoek inzake brandveiligheid gemeentelijke panden van 18 oktober 2006, welke buiten de termijn op 27 februari 2007 door ons is afgehandeld (b&w  07.0141).

9. In hoeveel van deze verzoeken heeft het college zich wel/ niet gehouden aan de wettelijke termijn, en waarom?

Voor de uitgaande WOB-antwoorden speelt eveneens het ontbreken van uniforme registratie, waardoor het niet goed mogelijk is om te achterhalen binnen welke termijn de besluiten zijn genomen. Dit is een van de redenen waarom in 2010 overgegaan wordt op het ‘zaakgewijs’  werken zodat we niet langer te maken hebben met losse documenten, maar met één zaak met daarin alle gerelateerde documenten.

 


Gevraagd door: L. RADEMAKER, E. DE BAKKER en H. DIRKS (SP) op 12 oktober 2009
FAQ uit/inklappen Ongezonde werksituatie bij De Zijl Bedrijven

(ingekomen 4 maart 2009)

Leefbaar Leiden is benaderd door een medewerker van de Zijlbedrijven met de volgende mededelingen.

In de productiehal food waar ook de banden staan van de inpak chocolaterie, wordt aan de andere kant van de productiehal schuursponsjes ingepakt.

Het inpakken van deze sponsjes brengen een zodanige stofverspreiding teweeg dat de medewerkers van de chocolade inpak afdeling er heel veel last van hebben.

De klachten zijn tranende ogen en ernstige moeilijkheden met de luchtwegen.

Zoals benauwdheid en hoesten.

Als medewerkers klagen worden er medicijnen uitgedeeld door het geven van pufjes.

Als medewerkers er verder nog commentaar over geven dan zegt een halleider meld je maar ziek wij hebben daar geen moeite mee want we hebben nu toch werk.

Met andere woorden het hebben van werk is het belangrijkst.

Leefbaar Leiden vraagt zich echter af zijn het schadelijke stoffen die vrijkomen.

En zou dat graag onderzocht hebben.

Ik kom dus tot de volgende schriftelijke vragen:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 17 maart 2009)

1. Zou het college eens na kunnen gaan of er schadelijke stoffen vrijkomen met het in en uitpakken van de schuursponsjes?

Bij het loshalen van de schuursponsjes uit grote matten komen deeltjes spons los. Dit werk vindt niet plaats aan de banden, maar in een aanpalende ruimte. Uiteraard zijn de sponsjes van een synthetisch materiaal maar absoluut niet schadelijk voor de gezondheid. DZB-medewerkers voeren deze werkzaamheden al jaren uit, zowel in de eigen vestiging als bij de opdrachtgever. Onze opdrachtgever, de fabrikant van de sponsjes, heeft dit bevestigd. 

2. Zo ja dan zou ik het college willen vragen zo snel mogelijk beschermende maatregelen te nemen voor de toch vaak al kwetsbare medewerkers.

Natuurlijk kan het voorkomen dat er mensen zijn die een allergische reactie hebben op het materiaal. Indien zij dit melden bij de werkleiding wordt er altijd een passende oplossing gezocht. Medewerkers kunnen tijdelijk op een andere band ingedeeld worden. De werkleiding zal nooit medicijnen uitdelen. In geval van medische handelingen worden onze medewerkers altijd doorverwezen naar onze bedrijfsarts.

3. Waarom wordt er tegen medewerkers gezegd meld je maar ziek als er kennelijk iets niet goed is met hun werksituatie?

Zie antwoord 2.

4. En gaat het hebben van werk bij de Zijl bedrijven boven de gezondheid aspecten van de medewerkers?

DZB is zich als geen ander bewust van het feit dat het werk, ook fysiek, passend moet zijn voor haar werknemers en zet dan ook alles in het werk om dit te realiseren.

5. Zou u ook nog willen onderzoeken of er schadelijke stoffen vrijgekomen zijn die invloed hebben op de chocolade die daar ingepakt wordt?

De productie van chocolade vindt plaats in een andere afgeschermde ruimte, als de inpakhal. In de inpakhal worden verschillende soorten inpakwerkzaamheden uitgevoerd. De meeste opdrachtgevers zijn afkomstig uit de foodsector. DZB is hierin ook gespecialiseerd. Het overgrote deel van die inpakwerkzaamheden betreft producten die al voorzien zijn van een verpakking, maar in grotere hoeveelheden bij elkaar verpakt moeten worden. Desondanks komt het zeer regelmatig voor dat ook niet-food gerelateerde producten worden verpakt, waaronder schuursponsjes. Juist omdat DZB gespecialiseerd is in het verpakken van food-producten en het een enkele keer ook voorkomt dat er ‘open’ (nog niet verpakt) food-producten worden verwerkt, is DZB genoodzaakt om te werken volgens strikte normen en regels. De productie-en verpakkingswerkzaamheden vinden dan ook plaats volgens geldende HACCP-normen, waarbij de voedselveiligheid gewaarborgd is. Ten aanzien van het verpakken van sponsjes is door het HACCP-team van DZB vooraf een analyse gemaakt, waarvan de uitkomst was dat deze werkzaamheden, onder bepaalde voorwaarden, waaraan wordt voldaan, kunnen worden uitgevoerd. In dit team is speciaal voor dit doel een consultant aangesteld van een externe organisatie. Dit onafhankelijk adviesbureau richt zich op zowel voedselproducerende (industrie) als voedselverstrekkende (dienstverlening) bedrijven en organisaties, alsmede logistieke dienstverleners in de voedselketen (koel-/vrieshuizen en transporteurs. De activiteiten zijn gericht op ondersteuning en begeleiding bij het opzetten, invoeren en onderhouden van kwaliteits- en voedselveiligheidssystemen op basis van (o.a.) ISO 9001, ISO 22000, (Dutch)HACCP, BRC Global Standards (food, packaging, storage & distribution e.a.), International Foodstandard (IFS en overige erkende richtlijnen. Er zijn dan ook, voor tot inpakken van de sponsen is overgegaan, de nodige maatregelen genomen om contaminatie met voedingswaren te voorkomen.

 


Gevraagd door: D. Sloos (LL) op 4 maart 2009
FAQ uit/inklappen Voortgang belastingkantoor

(22 april 2009)

Op 27 januari jongstleden is in de commissie Werk & Financiën de brief van het college over de stand zaken verbouwing voormalig belastingkantoor besproken. Tijdens deze bespreking is door het college aangegeven dat de onderhandelingen met het UWV om tot huisvesting van het Loket Werk & Inkomen (LWI) te komen waren stuk gelopen, maar dat met het samengaan van CWI en UWV tot UWV werkbedrijf de onderhandelingen in januari weer zouden worden gestart en volgens de wethouder zouden beide partijen er wel uit komen.

Mocht dit onverhoopt niet het geval zijn dan zouden de aanpassingen van het belastingkantoor wel doorgang vinden en konden de ambtenaren van het gemeentelijke team Werk, Inkomen & Zorg voor de zomer verhuizen naar hun nieuwe locatie, waar zij dan ongeveer tien jaar gebruik van zouden gaan maken.

De verbazing was dan ook groot toen wij de collegebrief van 14 april jongstleden over het voormalig belastingkantoor onder ogen kregen. Er ligt opeens een heel ander plan voor. Het LWI zal volgens deze brief waarschijnlijk in het Stadsbouwhuis gevestigd gaan worden en er verhuizen meer afdelingen van de gemeente naar het voormalig belastingkantoor.

Dit leidt de fractie van D66 tot de volgende schriftelijke vragen:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 26 mei 2009)

1. Waardoor zijn de onderhandelingen tussen de gemeente Leiden en het UWV om te komen tot huisvesting van LWI in het voormalig belastingkantoor stuk gelopen?

Omdat de kosten voor de aanpassing aan het belastingkantoor aan de wensen van het UWV veel hoger uitvielen dat het beschikbare budget en UWV bovendien niet bereid was deze door hen veroorzaakte kosten voor haar rekening te nemen. Zie hiervoor ook de brief d.d. 31 december (DIV-2008 18878) die wij aan de raad hebben gestuurd.

2. Waarom kan er waarschijnlijk wel overeenstemming bereikt worden om het LWI in het Stadsbouwhuis te vestigen?

Omdat het Stadsbouwhuis gezien de aard van het gebouw veel meer geschikt is voor de huisvesting van front-office functies. De beschikbaarheid van een permanente locatie met daarbij aanwezigheid van een groot centraal atrium is daarbij het belangrijkste voordeel.

3. Waarom kan het Stadsbouwhuis ‘opeens’ beschikbaar zijn voor het LWI en moet een deel van de Leidse ambtenaren verhuizen naar het voormalig belastingkantoor?

Het Stadsbouwhuis is niet opeens beschikbaar. Deze mogelijkheid kwam aan het licht nadat gebleken was dat de eerste optie t.w. realisatie in het voormalig belastingkantoor financieel onhaalbaar was. Een en ander heeft inderdaad tot gevolg dat een aantal ambtenaren van zogenaamde backoffice afdelingen zullen gaan verhuizen van het Stadsbouwhuis naar het voormalig belastingkantoor.

4. Welke kosten zijn er gemoeid met de vestiging van het LWI in het Stadsbouwhuis?

Volgens voorlopige berekeningen zal deze verbouwing een investering van circa 4,5 miljoen vergen. De kapitaalslasten van deze investering verdienen we terug uit de extra huuropbrengsten in verband met het gebruik van het centrale atrium. De komende weken worden de berekeningen nader uitgewerkt zodat wij een definitieve raming kunnen presenteren.

5. Naast de 2,2 miljoen van de Gemeente Leiden zou er een bedrag van 1,2 miljoen beschikbaar zijn van het UWV en het ministerie van Sociale Zaken, is dit bedrag nog steeds beschikbaar voor de huisvesting van het LWI?

Ja dit bedrag is nog steeds beschikbaar, en zullen we nu aanwenden ter dekking van de investering in het Stadsbouwhuis.

6. Hoeveel afdelingen van de gemeente worden in de huidige plannen gehuisvest in het voormalig belastingkantoor?

Wij werken nog aan een detailplanning waardoor het aantal nog niet precies bekend is. Wel weten we dat het zal gaan om back-office afdelingen.

7. Het voormalig belastingkantoor zou een tijdelijke huisvestingsplaats zijn voor een periode van 10 jaar, is dit nog steeds het geval?

Ja, de locatie van het voormalig belastingkantoor is immers aangekocht met het oog op herontwikkeling van de betreffende locatie. We moeten nog wel afspraken maken over het moment waarop deze periode precies ingaat.

8. Indien dit het geval is, zijn er al plannen ontwikkeld voor de huisvesting van deze afdelingen na deze periode?

Nee

9. En indien de periode van 10 jaar geldt, komen dan alle kosten voor een verhuizing op de schouders van de gemeente terwijl anders het UWV ook bij een verhuizing had moeten meebetalen?

Ja. Hierover waren met het UWV ook geen afspraken gemaakt.

10. Indien de huisvesting langer dan 10 jaar wordt, hoeveel extra kosten zijn er om tot een duurzame inrichting van het gebouw en de werkplekken te komen?

N.v.t. zie beantwoording van vraag 8

11. In januari is door het college verteld dat de ambtenaren van het team Werk, Inkomen en Zorg voor de zomer zouden moeten verhuizen naar het voormalig Belastingkantoor omdat de werkplekken anders zouden verouderen. Nu duurt dit minimaal een jaar langer, wat zijn de kosten voor het langer huisvesten van deze ambtenaren op hun huidige locatie?

De extra kosten zijn een gevolg van het feit dat de huidige huisvesting van dit team langer aangehouden dient te worden. Overigens zullen de totale huisvestingslasten van de gemeente dalen als gevolg van de ingebruikname van het voormalig belastingkantoor en de nieuwe functie van het Stadsbouwhuis.

12. Welke kosten zijn er in totaal door het jaar langer leeg staan van het voormalig belastingkantoor?

Bij het RB 07.0126 aangaande de aankoop van het v.m. Belastingkantoor is besloten dat de exploitatieresultaten van het gebouw worden verrekend met de Vereveningsreserve Grondexploitaties. Uitgaande van het weer in gebruik nemen per medio 2008 werd toen rekening gehouden met een exploitatietekort over 2008 van ca. € 0,5 mln. Door de leegstand zijn in 2008 geen huuropbrengsten ontvangen en bedraagt het tekort ca. € 1 mln. In het PRIL 2009 wordt dit gemeld en daar wordt aan de raad voorgesteld dat genoemde bedrag te onttrekken aan de Vereveningsreserve. Zo ook wordt voorgesteld het tekort van 2009 (ruim € 1 mln)  te verrekenen aangezien ervan  wordt uitgegaan dat het gebouw geheel 2009 nog leeg zal staan.

13. Waarom zou een werkplek die niet geschikt is voor een medewerker van de LWI, wel geschikt zijn voor een medewerker van de gemeente Leiden?

De oorzaak hiervan ligt vooral in het feit dat de eisen voor een front-office afdeling voor het CWI hoger zijn dan die van de gemeente Leiden. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Gevraagd door: P. van Meenen (D66) op 22 april 2009
FAQ uit/inklappen Niet bezoeken van de Burgemeester bij een 103 jarige

29 januari 2009

Op 6 januari jl. was Dhr. Frits Muller wonende in Rijn en Vliet jarig hij werd toen 103 jaar.

Een respectabele leeftijd waar iedereen in Leiden trots op is dat een inwoner van de stad zo oud is en nog zo goede conditie heeft

Maar het normale felicitatiebezoek van de Burgemeester van Leiden gaat niet door de burgemeester heeft geen tijd en zijn plaatsvervangers ook niet.

Meneer Muller is daar boos over, nou dan hoeven ook helemaal niet te komen zei meneer Muller in de krant tegen de journalist.

Meneer Muller is dus boos en dat is Daan Sloos Leefbaar Leiden dus ook.

Het is nog niet zo lang geleden dat onder Burgemeester Postma het idee geboren werd om niet meer naar 100 jarige toe te gaan.

Daar was de hele gemeenteraad toen erg van ontstemd en dar werd toen dus terug gedraaid

En nu dus dit De burgemeester van Leiden gaat niet op de dag van de verjaardag van een 103 jarige inwoner en stuurt ook geen vervanger.

Sorry, maar ik vind het schandalig.

Antwoord van Burgemeester  en Wethouders 

 (ingezonden 24 februari 2009)

1.  Wat is de reden dat de Burgemeester van leiden op 6 januari niet naar de verjaardag van dhr. Muller is gegaan.

De heer Muller vierde op 6 januari jl. zijn 103e verjaardag. Omdat de verjaardag op dinsdag viel en het college op deze dag haar collegevergadering heeft, is volgens de geldende regel ruim van tevoren (per brief op 11 december 2008 en later per telefoon) contact gezocht met de heer Muller en een familielid. In dit contact is door een medewerker van bureau Communicatie aangegeven dat zowel de burgemeester als de locoburgemeesters verhinderd waren om de heer Muller op zijn verjaardag te bezoeken. Daarbij is direct het aanbod gedaan dat de burgemeester op een andere dag langs kon komen. De heer Muller heeft daarop aangegeven dat hij alleen op zijn verjaardag zelf bezoek wenste te ontvangen. Een keuze die de burgemeester respecteert. De burgemeester heeft vervolgens op de feestelijke dag zelf een persoonlijke felicitatie aan de heer Muller gezonden vergezeld van een bos bloemen. Achteraf bezien was het in deze specifieke situatie vanwege een korte agenda van het College van B&W mogelijk geweest op de dinsdag een felicitatiebezoek te brengen.

2.  Wat is de Reden dat er ook geen plaatsvervangers naar die verjaardag konden gaan.

Zie beantwoording vraag 1.

3.  Vind het college het niet als hun eerste taak om naar inwoners van onze stad die deze respectabele leeftijd hebben bereikt hun genegenheid met een bezoek te tonen.

Inwoners van Leiden die de respectabele leeftijd van 100 of meer bereiken mogen rekenen op de warme aandacht van de burgemeester of een van de locoburgemeesters. Elk jaar wordt een lijst van verjaardagen opgesteld en worden de bezoeken tijdig ingepland. Een maand voor de verjaardag wordt altijd geïnformeerd of de aanstaande jarige prijs stelt op een persoonlijk bezoek van de burgemeester.

Inmiddels is naar aanleiding van dit voorval besloten dat alle verzoeken voor een bezoek van de burgemeester op dinsdag, worden voorgelegd aan de burgemeester. Dan wordt beoordeeld of in verband met de ingeschatte lengte van de agenda van het College van B&W een verjaardagbezoek op dinsdag eventueel toch mogelijk is.


Gevraagd door: D. SLOOS (LL) 29 januari 2009