Home /Bestuur /Schriftelijke vragen / Bereikbaarheid

Schriftelijke vragen van raad aan B&W

Toon alles / Verberg alles

FAQ uit/inklappen Bestuursovereenkomsten inzake de RijnGouweLijn

(Ingekomen 9 augustus 2010)

De fractie van D66 heeft de bestuursovereenkomsten inzake de RijnGouwelijn (RGL), de juridische basis van de huidige samenwerking in dit project, uitvoerig bestudeerd. Wij hebben geconstateerd dat er diverse ontbindingsgronden zijn vastgelegd die eenzijdige of gezamenlijke opzegging van de overeenkomsten mogelijk maken. Wij voelen ons hiermee bevestigd in onze opvatting dat de juridische positie van de gemeente Leiden vis-à-vis de provincie Zuid-Holland solide is. Wij hechten eraan onze bevindingen overeenkomstig artikel 45 van het Reglement van orde voor de gemeenteraad aan uw college voor te leggen. Met inachtneming van het onderzoek dat momenteel door de Commissie Hoogwaardig Openbaar Vervoer Leiden in uw opdracht en onder uw verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd, verzoeken wij u de onderstaande vragen – al dan niet door tussenkomst van de Commissie – in afwijking van de gebruikelijke termijn uiterlijk vier weken na ommekomst van het onderzoeksrapport te beantwoorden, doch in elk geval voor aanvang van het raadsdebat over dit rapport. 

1. In hoofdstuk 8 lid 1 van de Eerste Bestuursovereenkomst ten aanzien van de RGL-Oost, getekend op 7 juli 2005, zijn drie ontbindende voorwaarden geformuleerd. De ondertekening van de Tweede  Bestuursovereenkomst ten aanzien van de RGL-Oost op 17 december 2008 maakt één van deze voorwaarden nietig maar laat de andere twee onverlet, zoals ook bevestigd is in hoofdstuk 10 van de  Tweede Bestuursovereenkomst. De ene resterende voorwaarde treedt in als de provincie Zuid-Holland  op 1 juli 2010 de volgende overeenkomsten en (subsidie)beschikkingen niet tot stand heeft weten te brengen:
(a) met het Rijk over het beschikbaar komen van de toegezegde rijksbijdrage van ten minste € 140 miljoen ten behoeve van het ontwerp en de aanleg van de RGL-Oost, de fasering van het beschikbaar komen van die bijdrage, de verantwoordelijkheid voor en het gebruik van de spoorlijn Gouda-Alphen aan den Rijn, (de vergoeding te betalen voor) het gebruik van de hoofdspoorweg tussen Leiden en Alphen aan den Rijn, het beheer en onderhoud van de RGL-Oost en de beschikbaar te stellen middelen voor de exploitatie van de RGL-Oost;
(b) met ProRail over de uitvoering van het ontwerp en de aanleg van de RGL-Oost voor zover het het Trajectdeel Bestaand Spoor betreft, (de uitvoering van) beheer en onderhoud van de RGL-Oost voor zover het de verantwoordelijkheid van ProRail betreft en de capaciteitstoedeling en verkeersleiding ter zake van de RGL-Oost voor zover het de verantwoordelijkheid van ProRail   betreft; en
(c) met de Nederlandse Spoorwegen over het gemeenschappelijk gebruik van de hoofdspoorweg tussen Leiden en Alphen aan den Rijn. Is elk van deze overeenkomsten bevattende een regeling voor alle opgesomde aspecten daadwerkelijk tot stand gekomen? Zo ja, wanneer is dit geschied? Zo nee, deelt u de opvatting dat dit een grond voor ontbinding is?

2. De andere resterende ontbindende voorwaarde treedt in als niet alle nodige vergunningen voor 1 juli 2010 onherroepelijk zijn geworden. Onder ‘vergunningen’ moet worden verstaan: ‘alle besluiten, waaronder (herziening van) bestemmingsplannen, vrijstellingen, vergunningen, ontheffingen en soortgelijke besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van het project’ (hoofdstuk 1 lid 1 onder p van de Eerste Bestuursovereenkomst). Zijn alle benodigde vergunningen onherroepelijk geworden? Zo nee, deelt u de opvatting dat dit een grond voor ontbinding is?

3. In elk geval het bestemmingsplan voor het tracé door Leiden is, ondanks de medewerking van de  gemeente Leiden, nog niet vastgesteld noch onherroepelijk geworden. Deelt u de opvatting dat dit een  grond voor ontbinding is? Zo nee, waarom niet?

4. In hoofdstuk 8 lid 2 van de Eerste Bestuursovereenkomst alsook hoofdstuk 10 van de Tweede  Bestuursovereenkomst is te lezen dat deze overeenkomsten kunnen worden gewijzigd of opgezegd in  geval van ‘onvoorziene omstandigheden’. Deelt u de opvatting dat een of meer van de volgende recente ontwikkelingen zijn te kwalificeren als een onvoorziene omstandigheid die ontbinding van de bestuursovereenkomsten rechtvaardigt:
(a) het afgenomen maatschappelijk draagvlak voor de RGL en de gewijzigde politieke verhoudingen in Leiden sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010;
(b) de economische neergang, waardoor marktpartijen de aanschaf van de voertuigen en exploitatie van de RGL niet aandurven en waardoor de risicodragende investeringen onevenredig bij de publieke partners worden gelegd; en
(c) de naar beneden bijgestelde vervoerswaarde en reizigersstroom van de RGL in relatie tot de aanwezigheid van alternatieven voor hoogwaardig openbaar vervoer? Zo nee, waarom niet?

5. In hoofdstuk 8 lid 3 van de Eerste Bestuursovereenkomst is overeengekomen dat, indien er bij ontbinding van de overeenkomst nog financiële middelen voorhanden zijn, verevening zal plaatsvinden waarbij voor wat betreft de door partijen ingebrachte gelden de restantsaldi zullen worden verdeeld naar rato van  ieders oorspronkelijke financiële inbreng. Welk bedrag zal bij ontbinding van de bestuursovereenkomst  volgens uw schatting aan de gemeente Leiden worden gerestitueerd?

6. In hoofdstuk 10 van de Eerste Bestuursovereenkomst en in hoofdstuk 12 van de Tweede  Bestuursovereenkomst zijn provincie en gemeenten een geschillenregeling overeengekomen. Partijen zullen een mediator inschakelen ter beslechting van het geschil en het geschil eventueel, indien mediation niet tot een oplossing leidt, voorleggen aan de bevoegde rechter te Den Haag. Deelt u de opvatting dat de provincie door instemming met deze bepaling in rechte afstand heeft gedaan van haar publiekrechtelijke doorzettingsmacht, aangezien deze de inroepbaarheid van de geschillenregeling onredelijk zou doorkruisen? Zo nee, waarom niet?

7. Deelt u de opvatting dat tegen elk besluit van het provinciebestuur dat afbreuk doet aan de (planologische) autonomie van de gemeente Leiden via de geschillenregeling of anderszins juridisch verweer gevoerd kan en zou moeten worden? Zo nee, waarom niet?

8. Ook voor de RGL-West bestaat een bestuursovereenkomst, getekend op 1 maart 2010, die op uw instemming kon rekenen. Getwijfeld moet worden aan de haalbaarheid van het westelijk tracé, nu de  financiering nog altijd een tekort laat zien en de verbinding tot Noordwijk onzeker is, zo blijkt uit de brief van 24 juni jl. van het dagelijks bestuur van Holland Rijnland aan de regiogemeenten. Deelt u de opvatting dat de medewerking van de gemeente Leiden aan het RGL-project onder deze onzekere omstandigheden, mede indachtig het reeds in 2005 raadsbreed gehuldigde motto ‘Geen Oost zonder West’, niet langer kan worden gevergd? Zo nee, waarom niet?

9. Komt u op grond van het voorgaande tot de slotsom dat de juridische positie van de gemeente Leiden van dien aard is, dat de opzegging van de bestuursovereenkomsten volgens hoofdstuk 10 van de  Tweede Bestuursovereenkomst juncto hoofdstuk 8 van de Eerste Bestuursovereenkomst geëigend is? Zo nee, waarom niet?

 


Gevraagd door: P.R. BOOTSMA, J.T.A. VAN HAASTER en P.H. VAN MEENEN (D66) op 9 augustus 2010
FAQ uit/inklappen Besluitvorming Rijnlandroute

(Ingekomen 26 juli 2010)

Op 28 juni 2010 liet u ons, bij afschrift van een brief aan Gedeputeerde Staten van die datum, weten dat op 27 oktober a.s. in het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland besluitvorming zal plaatsvinden over de Rijnlandroute. Voor die tijd is dan besluitvorming ook in de Leidse raad aan de orde, schrijft u. De rijksbijdrage blijft gehandhaafd tot 1 december a.s., vermeldt u.

In de uitvoerige brief van 24 juni van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland aan het college van Gedeputeerde Staten, werden een aantal zorgen over de realisatie van de Rijnlandroute geuit. In de brief wordt ook gesproken over faseringsopties. In deze brief staat verder dat variant A (de Churchill-avenue) de problemen zou verleggen in plaats van oplossen.

Er is inmiddels ook sprake van dat variant F een sobere variatie krijgt: grotendeels over maaiveld en in een tweemaal éénbaansvariant, langs de Stevenshof en door de Oostvlietpolder aan te leggen. De Tweede Kamer heeft zich hier overigens tegen uitgesproken, in de motie Neppérus/Aptroot.

Het is de fractie van D66 bekend dat het initiatiefcomité dat zich met plannen voor een Churchill-avenue bezighoudt, intussen niet stilzit. Van deze A-variant zijn, net als de F-variant, diverse variaties mogelijk. Naar aanleiding van deze twee brieven legt D66 u graag de volgende vragen voor.

Alvorens over te gaan tot de beantwoording wordt aangegeven welke varianten van de Rijnlandroute voorliggen, en welke faseringsscenario’s. Dit omdat de manier waarop de vraagstelling is geformuleerd bij de beantwoording  tot verwarring kan leiden.

In de tweede fase MER worden vier alternatieven onderzocht: Churchill Avenue, N11-west variant 2, N11 west variant 4 en Zoeken naar Balans. Daarbij worden van Zoeken naar Balans twee  faseringsscenario’s uitgewerkt: A en F. Van de Churchill Avenue zal ook één faseringsscenario onderzocht worden. Welke is nog niet bepaald.
Los bijgevoegd is een kaart waarin de hoofdalternatieven op staan aangegeven. De faseringsscenario’s zijn nog niet op een kaart weergegeven.

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 31 augustus 2010)

1. Bent u ermee bekend dat niet alleen bij variant F maar ook bij variant A er onderling verschillende variaties zijn? Bent u met de fractie van D66 van mening dat maximaal inzichtelijk moet worden hoe alle variaties onderling gewogen zijn ?

Scenario A en F zijn geen varianten binnen de tracés maar oplossingsscenario’s van het tracé Zoeken naar Balans uit de studie Integrale Benadering Holland Rijnland (IBHR) om inzichtelijk en daardoor bespreekbaar te maken wat er gedaan kan worden met de op dit moment beschikbare gelden. En in de tweede fase MER zijn twee tracés onderwerp van studie en bínnen die twee tracés zijn zeven varianten te onderscheiden. De Churchill Avenue is een van die varianten. Er zijn in de varianten onderling geen verschillende varianten.
Wij zijn het met u eens dat maximaal inzichtelijk moet worden hoe de varianten onderling gewogen zijn.

2. Waar, wanneer en op welke manier vindt die weging precies plaats?

Provinciale Staten hebben Gedeputeerde Staten op 2 juli 2010 verzocht om de tweede fase MER uit te breiden, onder andere door het toevoegen van bovengenoemd scenario's A, F en de Churchill Avenue.
Bij de vaststelling van dit mer onderzoek in een vergadering van Provinciale Staten vindt de weging van de varianten en besluitvorming hierover plaats.
De provincie onderzoekt momenteel de gevolgen van de uitbreiding van het mer onderzoek op de planning die oorspronkelijk stond op eind december dit jaar.

3. Is uw indruk dat ook alle variaties van de Churchill-avenue momenteel serieus worden meegenomen in de tweede fase van de Milieu Effect Rapportage, zoals de provincie die verricht?

De afgelopen maanden heeft de provincie Zuid-Holland, samen met de gemeente Leiden en het Churchill-Avenueteam gewerkt aan het uitwerken van de Churchill-avenue tot op het zelfde niveau als de andere varianten in de eerste fase MER. Provinciale Staten hebben op 2 juli jl. de opdracht gegeven om de faseringsvarianten A, F en mogelijke faseringsvarianten van de Churchill- Avenue mee te nemen in de tweede fase MER. Dus het antwoord is ja, de variaties worden serieus meegenomen.

4. Is uw college bereid om ook alle mogelijke variaties van de Churchill-avenue binnen Holland Rijnland en de provincie Zuid-Holland te (helpen) agenderen, en – conform een toezegging in het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland van 30 juni – hieromtrent de betreffende gemeenteraden in den brede te informeren, zo mogelijk op een raadsledenconferentie?

De faseringsopties van de Churchill Avenue zijn al mondeling gepresenteerd aan de provincie. Deze opties zullen waarschijnlijk meegenomen worden in de tweede fase MER.
Het Churchill-avenue team zal in ieder geval in Leiden op 7 september de mogelijkheid krijgen hun ideeën te presenteren tijdens de Bijeenkomst Bereikbaarheid voor raadsleden van Leiden. Het Churchill Avenueteam heeft in het DB Holland Rijnland van 19 augustus een presentatie gegeven en er wordt een informatiebijeenkomst voor raadsleden georganiseerd. 

5. Is het college bereid om, tijdig voor 1 december, voor de Leidse gemeenteraad inzichtelijk te maken hoe – uitgaande van de beschikbare hoeveelheid geld – de verschillende varianties van de Rijnlandroute-varianten A en F gewogen worden?

Ja, als Holland Rijnland om een extra financiële bijdrage aan de Rijnlandroute vraagt, zal daarbij afgewogen worden waaraan we deze eventuele extra bijdrage willen besteden.

 

Bijbehorend kaartje op te vragen bij Bureau Communicatie.


Gevraagd door: P. BOOTSMA en S. VERSCHOOR (D66) op 26 juli 2010
FAQ uit/inklappen Toekomst OV-chippoortjes

(ingekomen 22 juli 2010)

Op een bijeenkomst op dinsdag 18 oktober 2008 van NS-management, ProRail, Leidse Raad en College, en de architect van het Leidse centraal station is gesproken over de toekomst van de OV-chippoortjes op station Leiden Centraal. Raadsleden maakten zich zorgen over de doorloopfunctie van het station voor niet-treinreizigers, de toegankelijkheid voor minder validen en de brandveiligheid. Deze zorgen werden onderstreept door de architect van het station.

Op die bijeenkomst is de afspraak gemaakt dat toenmalig wethouder Steegh, de NS en ProRail nieuw onderzoek zouden starten naar de plaats waar de poortjes geplaatst zouden moeten worden, en of poortjes op station Leiden Centraal überhaupt ruimtelijk haalbaar zijn. Van dit onderzoek of haar uitkomsten is door de raad verder niets meer vernomen.

Deze week constateerden wij dat de poortjes zijn voorzien van (nog niet werkende) deurtjes. Dat lijkt te duiden op voortgang van het proces.
Op basis van artikel 45 van het reglement van orde leggen wij het college daarom de volgende vragen voor:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 31 augustus)

1. Heeft het beloofde onderzoek plaatsgevonden?

Ja het onderzoek heeft plaatsgevonden.

2. Zo nee, waarom niet?

Niet van toepassing.

3. Zo ja, wat waren de bevindingen van het onderzoek en waarom zijn deze niet in een eerder stadium met de raad gedeeld?

De bevindingen van het loopstromenonderzoek en de second opinion hierop zijn door de NS middels een brief d.d. 3 augustus 2010 aan het college mee gedeeld. Deze brief is door de NS in afschrift aan de gemeenteraad verstuurd. Het college gaat in september in overleg met de NS over de inhoud van deze brief.
Het college zal de raad in het vervolgproces op de hoogte houden van de stand van zaken rond deze ontwikkelingen.

4. Is het college nog met de NS in gesprek over de situatie?

Het college is nog in gesprek met de NS over de kwestie, medio september worden de gesprekken weer opgepakt.

5. Op welke manier is met de bezwaren van de raad en de ontwerper omtrent toegankelijkheid en veiligheid omgegaan?

De bezwaren hebben geleid tot het onderzoek over de plaatsing van de poortjes op Leiden CS

6. Heeft het college zicht op de (ontwikkeling van de) plannen van de NS rondom de poortjes en de daarmee samenhangende doorloopfunctie op het Centraal Station?

Ja, in het gesprek in september zal de laatste stand van zaken omtrent de plannen worden doorgenomen.

 


Gevraagd door: G. TERPSTRA, M. KEUNING (CU), RJ. VAN ETTE, G. VAN DEN BERG en G. HOLLA (PvdA) op 22 juli 2010.
FAQ uit/inklappen Busvervoer Langegracht

(ingekomen 11 juni 2010)

Door de herinrichting van de Langegracht is een nieuwe verkeerssituatie ontstaan die het busvervoer ontregelt en de doorstroming van het (auto)verkeer hindert, omdat de bussen tegenwoordig ter hoogte van de Digros op de rijbaan stilstaan voor het in- en uitstappen van passagiers. Door de daardoor veroorzaakte vertraging rijden bussen die over de Langegracht rijden niet meer volgens dienstregeling. Deze nieuwe verkeerssituatie leidt zowel bij Leidenaars als bij bezoekers van de stad tot grote onduidelijkheid en irritatie. Het CDA vindt dit slecht voor de bereikbaarheid van de stad. Bovendien moedigen dit soort zaken het gebruik van het openbaar vervoer niet aan. Ook het overige verkeer ondervindt hinder van de nieuwe situatie, met name tijdens de spitsuren.

Gezien artikel 43 van het Regelement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad, vraag ik u namens de CDA-fractie de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders (ingezonden 29 juni 2010)

1. Bent u op de hoogte van bovenstaande situatie?

Nee bij ons zijn geen klachten bekend van reizigers, busmaatschappij Connexxion of anderen. Uit navraag bij Connexxion blijkt dat zij geen hinder of tijdsverlies ervaren door de genomen maatregelen.

2. Zoja, wat heeft u eraan gedaan om dit te voorkomen of de hinder te minimaliseren voor degenen die met de betreffende bussen reizen via de Langegracht?

N.v.t.

3. Welk effect heeft de nieuwe verkeerssituatie op de doorstroming van het autoverkeer, met name in de spitsuren?

Dat de bus op de rijbaan halteert is naar onze mening overkomelijk. De bus kan dan snel halteren (hoeft niet in en uit een kom te rijden). Op de Kooilaan en de Stevenshofdreef zijn vergelijkbare verkeersintensiteiten en leidt het halteren op de rijbaan niet tot problemen. Men vindt het hooguit vervelend om de bus niet te kunnen inhalen. Dat kan echter verderop bij de volgende halte wel.

4. Wat zijn de effecten van de nieuwe verkeerssituatie voor de bereikbaarheid van de parkeergarage van de Digros? Is er contact geweest met de Digros over de ontstane situatie?

De nieuwe situatie heeft geen effect op de bereikbaarheid van de garage. De inrit naar de garage blijft gewoon beschikbaar. Wellicht dat auto’s nu even achter een bus moeten wachten, maar voorheen gebeurde dit ook met rood licht bij de VRI.
Bovendien biedt de herinrichting de mogelijkheid om een laad- en losplaats aan te leggen, waardoor er niet meer op de rijbaan of op het fietspad  geladen en gelost hoeft te worden.
Net als andere belanghebbenden is de Digros betrokken bij de planvorming. Zij konden zich vinden in de wijziging van de verkeerssituatie. Er zijn dan ook geen zienswijzen ingediend door de Digros.


5. In hoeverre is er hierover overleg met het vervoersbedrijf en/of de provincie Zuid-Holland geweest over de ontstane situatie?

Over de wijziging van de verkeerssituatie is overleg gevoerd met Connexxion.

6. Welke resultaten heeft dit overleg, zoals genoemd onder punt 5 - indien gevoerd - opgeleverd?

Zij kon en kan zich vinden in de genomen maatregelen en ondervindt er geen hinder van.

 


Gevraagd door: P.MEIJER EN J. SANDRIMAN (CDA) OP 11 JUNI 2010
FAQ uit/inklappen Second opinion Morspoortgarage

(Ingekomen op 22 maart 2010)

Op initiatief van de ChristenUnie, in samenwerking met D66 en SP, is de afgelopen maand een second opinion uitgevoerd op de bouw en exploitatie van de Morspoortgarage. Deze velt een pittig oordeel over het rekenwerk van de gemeente Leiden. Intussen heeft een aanbestedingsronde plaatsgevonden. Het gunstige resultaat van deze aanbesteding maakt dat het pittige oordeel van de second opinion hopelijk niet ten volle bewaarheid zal worden.
Voor de ChristenUniefractie vormt de uitkomst van de second opinion en de reactie van het college hierop aanleiding om het college op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde de volgende vragen te stellen:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 13 april 2010)

1. Waarom trekt het college de conclusie dat de second opinion ‘geen reëel beeld’ geeft?

Ten behoeve van de realisatie van de Morspoortgarage is een niet-openbare Europese aanbesteding gehouden. Op 26 januari 2010 zijn drie inschrijvingen voor de aanbesteding ontvangen. De inschrijvers is verzocht conform het prijzenformulier een totale aanneemsom op te geven voor de stichtingskosten, het optioneel technisch beheer gedurende 10 jaar, het optioneel verplaatsen en het optioneel terugkopen van de Morspoortgarage.

De stichtingskosten van de drie inschrijvingen zijn allen lager uitgevallen dan de stichtingskosten conform het aangevraagde uitvoeringskrediet á € 5.400.000,-.
De raming van de stichtingskosten door de Dienst van Gemeentewerken Rotterdam is ca. 30% hoger dan de gemiddelde stichtingskosten van de inschrijvers, deze raming is derhalve - achteraf bezien - niet marktconform.

Naar het oordeel van de ChristenUnie heeft het college geluk gehad met een gunstige aanbesteding. Maar de bouw moet nog beginnen, dus of dit voordeel ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd zal de komende tijd nog moeten blijken.
De aanbesteding kent voorlopig een gunstig resultaat van €750.000. Globale doorrekening van dit resultaat o.b.v. de gegevens uit de second opinion komt bij de ChristenUniefractie nog steeds uit op een tekort van bijna €9,5 ton.

2. Wat doet het college met de opmerkingen uit de second opinion over de niet-verwerkte  kosten voor sloop en bouwrijp maken na 10 jaar? Worden deze alsnog aan de  exploitatie toegevoegd, zodat er van het aanbestedingsoverschot de facto niets  overblijft, of wordt hiervoor over 10 jaar opnieuw krediet gevraagd aan de raad?

De kosten voor het verplaatsen van Morspoortgarage inclusief demontage en bouwrijp maken komen niet voor rekening van de gemeente Leiden.

3. Wat doet het college met de opmerkingen in de second opinion over de restwaarde van  de garage na 10 jaar? Leidt dit tot bijstelling van de gemeentelijke berekeningen en wat  betekent dit dan voor de exploitatie? 

Op basis van de inschrijving van Bouwbedrijf Aan de Stegge blijkt dat, ingeval van terugkoop na 10 jaar, de restwaarde van de Morspoortgarage na demontage en bouwrijp maken van de locatie gering is. In geval van terugkoop is de exploitatie over een periode van 10 jaar gezien de lagere financieringslast budgettair neutraal.

In de second opinion beaamt de Dienst van Gemeentewerken Rotterdam dat een restwaarde van ca. € 420.000,- aannemelijk is in geval de Morspoortgarage hergebruikt wordt. Wordt die restwaarde bij hergebruik van de parkeergarage in de exploitatie betrokken dan wordt het resultaat naar evenredigheid positiever.

4. In hoeverre worden parkeeropbrengsten van parkeerplaatsen buiten de garage  meegerekend in de exploitatie van de Morspoortgarage?

Op basis van de inschrijvingen blijkt dat in de Morspoortgarage 450 parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. De opbrengsten van de parkeerplaatsen in het omliggend gebied zijn niet meegenomen in de exploitatie. Het realiseren van 50 parkeerplaatsen minder dan aanvankelijk aangenomen kan invloed hebben op de omzet maar zal nog steeds ruimschoots worden gecompenseerd door de lagere financieringslast.

 


Gevraagd door: G. TERPSTRA (CU) op 22 maart 2010
FAQ uit/inklappen Autovrije zondag 2010

(Ingekomen 15 maart 2010)

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 20 april 2010)

1. Gaat u zo snel mogelijk een verkeersbesluit nemen om de autovrije zondag mogelijk te maken, conform staand beleid?

Ja. Gezien de motie van 8 april 2010 van de commissie Leefbaarheid & Bereikbaarheid betreffende het afsluitingsgebied tijdens de Autovrije Zondag tijdens Autovrije Zondag 2010 en de aangenomen motie Autovrije Zondag 2010 van 15 april 2010 van de Raad zal het college van Burgemeester en Wethouders de volgende activiteiten ondernemen:

• Gezien de wens van de raad om de Autovrije Zondag de komende jaren te blijven organiseren, waarbij de gehele binnenstad voor auto- en vrachtverkeer wordt afgesloten, zal het college een nieuw verkeersbesluit in procedure brengen waarbij de gehele binnenstad voor verkeer wordt afgesloten tijdens de autovrije zondagen voor de jaren 2010 tot en met 2014.

• In afwachting van de uitkomst van bovenstaande zal nu reeds gestart worden met de uitvoering van het collegebesluit van 30 maart 2010, waarbij de Autovrije Zondag georganiseerd zal worden en alleen die pleinen en straten af te sluiten waarbij activiteiten in het kader van de Autovrije Zondag plaatsvinden.

 2. Waarom heeft u niet eerder werk gemaakt van het verkeersbesluit, wetende dat de Autovrije Zondag 2010 gewoon in de planning zit?

De invulling van  de  Autovrije Zondag (en het bijbehorende verkeersbesluit) waarbij een groot gedeelte van de Leidse binnenstad wordt afgesloten  vloeit voort uit  een beslissing, behorende bij het collegeprogramma 2006 -2010 “Met Hart en Hand”.
Zoals blijkt uit het B&W-besluit nr. 09.0756 d.d. 14 juli 2009 en de brief aan de raad van 14 juli 2009 over de Autoloze Zondag was het verkeersbesluit conform het coaltieakkoord `met hart en hand 2006-2010’ geldig tot 2010. Continuering van de Autoloze Zondag was een beslissing die werd overgelaten aan het nieuwe college(akkoord)." 

 


Gevraagd door: A. THEEUWEN (SP) en P. KOS (GL) op 15 maart 2010
FAQ uit/inklappen Churchill-avenue

(ingekomen 25 februari 2010)

Bij de behandeling van de Rijnlandroute in provinciale staten afgelopen woensdag heeft gedeputeerde Van Dijk meegedeeld dat minister Eurlings alleen geld voor die verbinding tussen de A4 en Katwijk neer wil tellen als het de route door Voorschoten en onder de Stevenshof wordt. GroenLinks Leiden vindt dat de minister daarmee een serieuze afweging tussen zijn voorkeur en het innovatieve, door inwoners van Leiden ontwikkelde alternatief genaamd “Churchill-avenue” (met grotendeels ondertunneling van de Churchilllaan) onmogelijk maakt, de afweging van milieueffecten in het kader van de MER ter zijde schuift en de regionale besluitvorming tot een wassen neus maakt. Kort samengevat getuigt de opstelling van de minister van de arrogantie van het geld: “ik betaal, dus ik bepaal”. Allemaal weinig democratisch, want de provincie, regio en stad moeten wel de helft van het geld zelf opbrengen.

GroenLinks vraagt aan het college van burgemeester en wethouders nadrukkelijk afstand te nemen van deze opstelling van de minister en er bij hem schriftelijk op aan te dringen alternatieven serieus te blijven nemen. Er zijn niet alleen rijksbelangen, er moet een voor stad en regio aanvaardbare oplossing komen van de lange files tussen A4 en A44. Gedeputeerde Van Dijk (CDA) heeft al de Rembrandttunnel-variant de nek omgedraaid. Nu de minister de Churchill-avenue ook niet serieus neemt moet er kennelijk één oplossing door de strot worden geduwd. Dat is niet alleen ondemocratisch, het is ook gewoon dom, want het duurt daardoor alleen maar allemaal veel langer. Dit verkeersknelpunt moet echt worden aangepakt, om Leiden leefbaarder te maken.”

Daarom stelt de fractie van GroenLinks op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 9 maart 2010)

1. Is het college het met GroenLinks eens dat verdere trechtering in dit stadium onwenselijk is?

Ja, dat zijn wij met u eens. Wij houden vast aan de trechtering in de eerste fase MER.

2. Is het college het met GroenLinks eens dat de Churchill-Avenue variant volwaardig meegenomen moet worden in het onderzoek naar het meest geschikte tracé?

Ja. De minister heeft geconstateerd dat op basis van de Integrale Benadering Holland Rijnland deze variant niet volwaardig is. Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 24 februari 2010 besloten dat de Churchill-Avenue als volwaardige variant wordt meegenomen in de tweede fase MER.

3. Is het college bereid om schriftelijk duidelijk te maken, aan provincie en rijk, dat verdere trechtering van de tracé keuze op dit moment onacceptabel is voor Leiden?

De provincie volgt de m.e.r.-procedure en daarin is een verdere trechtering niet aan de orde.

 


Gevraagd door: P. KOS (GL) op 25 februari 2010
FAQ uit/inklappen Overlast voor bewoners door kapotte Churchillbrug

(ingekomen 17 februari 2010)

Sinds geruime tijd ondervinden de bewoners in de buurt van de Churchillbrug over de Oude Rijn overlast van een defect aan de brug. Doordat de brug niet goed sluit hebben de bewoners te maken met trillingen en een allesdoordringend bonkend geluid. Dit heeft volgens enkele bewoners geleid tot scheuren in hun huizen. Daarnaast wordt het bonkend geluid als zeer storend ervaren zeker als er in de nacht met hoge snelheid over de brug wordt gereden.

De bewoners hebben al verschillende keren contact gehad met de gemeente om dit probleem op te lossen. Ook ik heb hierover gesproken met enkele ambtenaren.

Helaas heeft dit nog niet geleid tot een adequate oplossing en de bewoners is nog steeds niet helemaal duidelijk wat precies een goede oplossing in de weg staat.

Op grond van artikel 45 van het reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad stellen ik u de volgende vragen:

1. Bent u het met mij eens dat het een probleem is dat opgelost dient te worden?


2. Welke acties heeft u tot nu toe ondernomen om het probleem op te lossen?


3. Wat is (zijn) de reden(en) dat er nog steeds geen oplossing is?


4. Op welke termijn verwacht u het probleem opgelost te hebben?


5. Indien de oplossing nog even op zich laat wachten bent u dan bereid om tijdelijke maatregelen te nemen zoals snelheidsbeperkende maatregelen?


6. Bent u bereid de door dit probleem veroorzaakte schade aan de betrokken te vergoeden?

 


Gevraagd door: G. Holla op 17 februari 2010
FAQ uit/inklappen Leidse zienswijze op de provinciale structuurvisie

(Ingekomen 27 januari 2010)

Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders van het raadslid G. HOLLA (PvdA) inzake de Leidse zienswijze op de provinciale structuurvisie (ingekomen 27 januari 2010)

In de Tweede Bestuursovereenkomst met de provincie over de RGL is afgesproken dat de Ringweg-Oost indicatief zou worden opgenomen in de Provinciale Structuurvisie (PSV). Bij het lezen van de concept Provinciale Structuurvisie kwam de fractie van de PvdA er achter dat de RWO daarin niet is opgenomen.

Aangezien wij van mening zijn dat het niet opnemen van de RWO strijdig is met de afspraken met de provincie en met de belangen van Leiden hebben wij vervolgens de wethouder ruimtelijke ordening geïnformeerd met het verzoek de provincie middels het indienen van een zienswijze te wijzen op deze omissie in de provinciale structuurvisie. Daarbij hebben wij aangegeven dat de inspraaktermijn binnenkort zou aflopen.

Na het verlopen van de inspraaktermijn is ons gebleken dat Leiden geen zienswijze heeft ingediend op de provinciale structuurvisie. Wij zijn daarover zeer verbaasd te meer omdat wij de wethouder ruimtelijke ordening tijdig hebben geïnformeerd over de omissie.

Op grond van artikel 47 van het reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad stellen wij u de volgende twee vragen:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 28 januari 2010)

1. Waarom is er geen zienswijze op dit punt ingediend ondanks onze  waarschuwing?

In de structuurvisie van de PZH (versie april) wordt gerept over de Noordwestelijke randweg Leiden. Al in 2009 is ambtelijk hierop gereageerd dat een Noordwestelijke randweg Leiden ons onbekend voorkomt maar wel een Ringweg-Oost ons bekend is.

De PZH heeft hierop op 9 oktober 2009 gereageerd met de mededeling dat de opmerking van Holland Rijnland die betrekking heeft op de Noordwestelijke randweg Leiden wordt overgenomen door de provincie, in de tekst van de visie en dat “Noordwestelijke randweg Leiden vervangen moet worden door Ringweg-Oost” en dat de tekst is aangepast in de PSV.
Om die reden is verder geen actie ondernomen omdat de provincie al had aangegeven dit te corrigeren.

We moeten constateren dat in de versie van de provincie van 3 november 2009 abusievelijk nog steeds wordt gesproken over de Noordwestelijke randweg Leiden. De Noordwestelijke randweg Leiden/Ringweg-Oost wordt genoemd bij de Ruimtelijke reserveringen, onder Regionale verbindingen, bij het bovenlokaal wegennet.
We zullen de provincie nogmaals wijzen op deze omissie en daarbij verwijzen naar hun brief van 9 oktober 2009.

2. Bent u met ons van mening dat deze handelswijze schadelijk kan zijn voor de belangen van Leiden?

Nee, dit betreft een omissie van de provincie en wij gaan er vanuit dat deze alsnog wordt hersteld. In een telefonisch contact met de provincie is dit ook ambtelijk bevestigd.
Indien mogelijk zouden wij het antwoord op deze schriftelijke vragen voor aanvang van het interpellatiedebat over de Ringweg-oost ontvangen.


Gevraagd door: G. HOLLA op 27 januari 2010
FAQ uit/inklappen Parkeergarage bestemmingsplan Transvaal

(Ingekomen 8 december 2009)

          
Binnenkort neemt onze raad een besluit over het bestemmingsplan Transvaal. Het meest in het oog springende punt daarbij is de plaatsing van een parkeergarage. De wijk is tegen plaatsing en heeft een alternatief aangedragen. Dit alternatief is het plaatsen van een parkeergarage achter het belastingkantoor, op de plek waar ook nu een (besloten) parkeervoorziening ligt.

GroenLinks is een partij die bij besluitvorming alle belangen wenst af te wegen. Derhalve stellen wij op basis van artikel 45 van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad, de volgende vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 5 januari 2010)

1. Bent u bekend met het alternatief van de wijkvereniging om in plaats van recht tegenover de Morspoort  een garage te bouwen op het terrein tussen het voormalige Belastingkantoor en de spoordijk?

Wij zijn bekend met het alternatief belastingkantoor/spoordijk van de wijkvereniging. Het gaat hierbij voor alle duidelijkheid om een alternatief dat reeds in een eerder stadium is aangedragen en niet om de alternatieve plannen van de wijkvereniging Transvaal en een groep bewoners die ons kort voor het Kerstreces 2009 hebben bereikt

2. Op welke momenten heeft u overleg gehad met de wijkvereniging en wat waren hiervan de uitkomsten?

Het college heeft de afgelopen jaren met enige regelmaat overleg gevoerd met de wijkvereniging  o.a. in november 2008 en januari 2009. De onder 1. genoemde alternatieve locatie aan de orde is geweest tijdens deze overleggen.
Wel heeft de wijkvereniging in november 2008 middels een open brief (met als onderwerp de voorgenomen vestiging van de parkeergarage) naast een aantal bezwaren hiertegen, ook een aantal alternatieven aangedragen. Deze alternatieven hadden onder andere betrekking op het (maaiveld parkeren op) terrein van het voormalige belastingkantoor, de LUMC parkeergarage en de Heererma-garage.
In haar zienswijze in het kader van de inspraak van de Kadernota Bereikbaarheid heeft de wijkvereniging dit standpunt herhaalt:
“ volstaan kan worden met het aanleggen van parkeerplaatsen op het Marechausseeterrein (na sloop van de kazerne). Verder kan buiten kantooruren gebruik worden gemaakt van de parkeergelegenheid onder en naast de kantoren op de vijverlocatie/Vondellaan en achter het voormalige belastingkantoor”.
Deze zienswijze is geen aanleiding geweest tot wijziging van de Kadernota bereikbaarheid. Voor de argumentatie verwijzen wij naar het zienswijzenrapport.

3. Is het naar uw mening mogelijk om een parkeergarage van dit volume (450 plaatsen) aan te leggen op  die plek?

Het is  niet mogelijk om op de locatie belastingkantoor/spoordijk een parkeergarage te maken van 450 parkeerplaatsen. De locatie is niet ruim genoeg om er een parkeergarage met standaard afmetingen te realiseren.

4. Wat zijn de technische belemmeringen bij het aanleggen van een garage op deze locatie?

Een breedte van 16 meter is nodig om een rijbaan met aan weerszijden parkeerplaatsen te realiseren. De hoogte van een tijdelijke parkeergarage is beperkt (tot circa 4 bouwlagen). Om derhalve het beoogde aantal van 450 parkeerplaatsen te realiseren is een dubbele rijbaan met aan weerszijden parkeerplaatsen nodig, oftwel een breedte van 32 meter. De afstand tussen belastingkantoor en spoordijk is 22 meter.
De locatie Belastingkantoor/Spoordijk is dus geen geschikt alternatief om voor de Morspoortgarage.

De ontwikkeling zoals beoogd in de Kadernota Bereikbaarheid wordt bovendien belemmerd indien de locatie Belastingkantoor/ Spoordijk momenteel wordt aangewend als alternatief voor de realisatie van de Morspoortgarage. Het gaat hierbij naast, bovengenoemde technische belemmeringen, onder andere om de eigendomssituatie, de regels met betrekkingen tot de omgeving van het spoor en het verkeersplan moeten nader onderzocht worden om de technische belemmeringen inzichtelijk te maken.

Er is sprake van meer belemmeringen. In het huidige bestemmingsplan hebben het belastingkantoor en het terrein achter het belastingkantoor de bestemming bedrijfsdoeleinden. Daarnaast schrijft het huidige bestemmingsplan voor het terrein achter het belastingkantoor een hoogte voor van 1.5 meter. In het nieuwe bestemmingsplan heeft het belastingkantoor de bestemming gemengde doeleinden. Op het terrein achter het belastingkantoor is geen bebouwing voorzien op deze locatie en is derhalve geen hoogte voorgeschreven.
Om een parkeergarage te realiseren op het terrein achter het belastingkantoor dient een nieuwe bestemmingsplanprocedure gevolg te worden. Dat betekent een vertraging van minimaal een jaar.

5. Is het überhaupt mogelijk om een parkeergarage van enige omvang aan te leggen op deze locatie?

Zoals bij de beantwoording van vraag 4 is aangegeven is dit technisch niet mogelijk. Overigens speelt hierbij ook een andere overweging een rol namelijk dat een garage van enige omvang op deze locatie – direct aanpalend aan het voormalige belastingkantoor – een belemmering vormt voor de toekomstige herontwikkeling van het voormaligbelastingkantoor.

6. Bent u het met GroenLinks eens dat er blijvend gezocht moet worden naar een meer permanente  locatie voor het oplossen van het parkeerprobleem in de stad (conform de afspraak van de  collegedragende fracties en de opdracht aan het college) om 1000 parkeerplaatsen te plannen tijdens  deze collegeperiode)? Zo ja, vindt u dan ook dat iedere creatieve oplossing die uitzicht biedt op snelle  realisatie moet worden verkend en zo mogelijk benut?

Ja, zie hiervoor ook ons antwoord op vraag 5. In 2020 zal een permanente parkeergarage met een capaciteit van circa 1000 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Tevens zijn in de Kadernota Bereikbaarheid aanvullend de volgende oplossingen opgenomen:

• handhaving van het P+R-terrein aan de Haagweg (circa 450 plaatsen) tot rond 2022, inclusief het natransport met de shuttlebusjes; daarna kan dat deel van het Haagwegterrein worden ontwikkeld voor woningbouw;
• in overleg te treden met de eigenaren van particuliere garages met als doel te bereiken dat die garages openbaar gebruikt kunnen worden voor een P+R-functie op ten minste zaterdagmiddag;
• de 419 openbare plaatsen van de in 2015 te openen Kooipleingarage voor tien jaar tegen nultarief te (laten) exploiteren en tot die tijd geen parkeerregulering op straat in de omgeving in te voeren; een besluit over de vorm van parkeerregulering na de genoemde tien jaar is dan aan de orde in 2020;
• in overleg met de wijkorganisaties een voorstel voor te bereiden voor parkeerregulering door middel van betaald parkeren (parkeerautomaten) – in te voeren met ingang van de ingebruikneming van de tijdelijke Morspoortgarage – en belanghebbenden parkeren (parkeervergunningen voor bewoners en bedrijven) in: Transvaal I (tussen Morssingel en spoor);


Gevraagd door: P. KOS (GL) op 8 december 2009
FAQ uit/inklappen Lobby spoorverdubbeling

(Ingekomen 16 november 2009.

De raad kreeg op 12 november 2009 een brief van Wethouder Steegh over de lobby spoorverdubbeling.

Bekend is dat de NS tot twee maal toe per brief heeft laten weten dat de eventuele komst van de RijnGouweLijn de exploitatie van de Leiden – Alphen minder winstgevend maakt, en dat de komst van de RijnGouweLijn spoorverdubbeling op die manier in de weg zou staan. Nu wordt er in de brief van de wethouder gesteld dat de exploitatie van vier treinen per uur niet voldoende rendabel is. Dat leidt tot de volgende vraag:

Antwoord Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 15 december 2009)

1. Is er bij die berekening uitgegaan van het rijden van de RijnGouweLijn? Zo ja, hoe zien de exploitatiecijfers er dan globaal uit zonder RijnGouweLijn? Of anders gezegd, hoe beïnvloed de RijnGouweLijn het aantal reizigers in de trein?

Nee, er is in deze berekening geen invloed van de RijnGouweLijn meegenomen. Indien dit wel zou worden gedaan dan mag enige afname van het aantal reizigerskilometers voor de NS worden verwacht.

Het is op zich lovenswaardig dat de gemeente ook een eigen onderzoek doet naar frequentieverdubbeling, zeker gezien het grote belang daarvan voor Leiden en de rest van de regio. Er zijn echter twee scenario’s uitgewerkt die niet ideaal zijn. Wat ook zou kunnen, en wat naar de mening van de SP ook veel logischer zou zijn, is dat er twee intercity’s zouden rijden en twee sprinters. Die twee sprinters zouden dan kunnen stoppen op eventuele nieuwe stations tussen Leiden en Alphen (waarmee de ‘Bouw het Groene Hart vol'-lobby tevreden is gesteld). Als ze tot Woerden lopen, zou dat betekenen dat de eindhalte van RandstadSpoor niet Woerden is, maar Leiden C.S.

2. Acht u dit derde scenario nuttig om uit te werken? Zo ja, zou u dat willen doen svp, en zo nee, waarom niet?

Een scenario met twee intercity’s en twee sprinters zal qua exploitatiekosten ergens tussen de eerder berekende scenario’s uitkomen. Het bouwen van extra stations in het Groene Hart zal naar verwachting niet leiden tot de extra reizigerskilometers, die het voor NS rendabel maken daar te ook te stoppen. De RGL is voor deze kortere afstanden beter geschikt. Wij achten het daarom niet nuttig dit scenario uit te werken.

 


Gevraagd door: J. VAN DER KRAATS (SP) op 16 november 2009
FAQ uit/inklappen Verkoop watertoren aan de Hoge Rijndijk

(Ingekomen op 10 november 2009)

Naar mijn menig is er iets raars aan de gang met de verkoop van de Watertoren aan de Hoge Rijndijk.
Afgelopen vrijdag kregen kandidaat kopers een brief waarin stond dat de verkoop van de  Watertoren is stopgezet.
Als men bedenkt dat de procedure tot verkoop enkele duizenden euro, s moet hebben gekost moet daar  toch een goede reden voor aangegeven kunnen worden.
77 architecten hebben meegedaan in de race tot verkoop uiteindelijk waren er volgens zeggen nog maar vier gegadigden over.
Het lijkt erop dat de hele verkoop procedure geregistreerd is door een enkele ambtenaar in de organisatie.
In de brief aan de overgebleven vier gegadigden stond geen reden waarom de verkoop was stopgezet.
Verder kreeg men te horen dat zij geen kandidaat meer waren zonder opgave van redenen.
Verder is eerder door ambtenaren aangegeven dat kandidaten niet meer met raadsleden en pers mochten spreken, een opmerkelijke ondemocratische zaak naar mijn menig.
Ik kom dan ook tot het stellen van de volgende schriftelijke vragen.

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 15 december 2009)

1. Is het juist dat de verkoopprocedure van de watertoren is stopgezet?

Dit klopt en dat mocht de gemeente ook doen, dat was in de verkoopprocedure geregeld.

2. Zo ja wat is daarvan de redenen?
 
Tijdens de procedure is gebleken dat de verkoopprocedure mogelijk onvolkomen is verlopen en op een aantal punten tekortschoot. Onder andere de randvoorwaarden bleken niet volledig in overeenstemming te zijn met de publiekrechtelijk voorschriften (bestemmingsplan). Door stopzetting van de procedure wordt voorkomen dat er nadelige gevolgen ontstaan voor de gemeente Leiden en overige betrokkenen. Die redenen zijn ook schriftelijk gemeld aan alle partijen welke zich hebben ingeschreven.

3. Hoeveel euro heeft het gekost om de verkoopprocedure te laten aanvangen?

De tot op heden gemaakte kosten voor de verkoopprocedure worden geschat op € 25.000. Het betreft advies-, onderzoeks-, en begeleidings-kosten

4. Is het juist dat er uiteindelijk nog vier kandidaten over waren?

Er zijn acht kandidaten die een plan hebben ingediend. Deze plannen zijn beoordeeld op geldigheid/volledigheid. Vier kandidaten zijn daardoor afgevallen, omdat hun inschrijving onvolledig en daardoor ongeldig was. De overige vier, geldige, kandidaten zijn beoordeeld in de 1e fase van de verkoopprocedure. Daarvan is er slechts één goed genoeg bevonden om verder te kunnen gaan naar de 2e fase. De 2e fase is echter nooit verder gekomen in verband met de ontdekking dat de verkoopprocedure mogelijk onvolkomen is verlopen of op een aantal punten tekortschoot.

5. Is het juist dat ambtenaren kandidaten hebben aangegeven niet meer met de pers en raadsleden te mogen spreken over de procedure Watertoren en dergelijke zaken die te maken hebben met de Watertoren?

Dit is niet juist. Wij kunnen niet aan externe partijen opleggen dat ze niet met de pers mogen praten. Dat is hier dan ook niet gebeurd.

6. Is het juist dat er zonder opgave van reden de overgebleven vier kandidaten bericht is dat zij geen kandidaat meer zijn?

Alle kandidaten zijn naar behoren geïnformeerd in deze procedure.

7. Zo ja wat is daarvan de redenen?

Niet van toepassing. Zie antwoord vraag 6.

8. Wat is nu de verdere gang van zaken tot het verkopen van de Watertoren?

Er zal in januari 2010 een nieuwe verkoopprocedure worden opgestart om de verkoop van de Watertoren zo snel mogelijk te kunnen volbrengen.

9. Is er nu een kandidaat koper die al in het begin van de procedure heeft meegedaan?

Er zijn zevenendertig kandidaten die zich als gegadigde hebben gemeld, acht
hebben zich ook ingeschreven. Vier kandidaten hebben onvolledig ingeschreven  en zijn daardoor afgevallen. Vier kandidaten zijn beoordeeld in de 1e fase, waarvan één kandidaat geselecteerd is voor de 2de fase van het proces. De 2de fase is niet afgerond. De nieuwe verkoopprocedure zal  algemeen bekend worden gemaakt.
Daarnaast zullen alle partijen die zich ooit als geïnteresseerde kenbaar hebben gemaakt geïnformeerd worden.

 


Gevraagd door: D. SLOOS (LL) op 10 november 2009
FAQ uit/inklappen Verkoopprocedure Koppenhinksteeg 2, 4, 6 en Hooglandse Kerkgracht 4

(22 september 2009)

De Raadscommissie Ruimte & Bereikbaarheid  van Leiden, bijeen in vergadering van 17 maart 2009,

Constaterende dat,
• Het college het complex aan de Koppenhinksteeg wil verkopen en zich momenteel buigt over meerdere biedingen
• De Vrijplaatsorganisaties een bijzondere positie innemen binnen de stad Leiden.
• De Commissie Ruimte en Bereikbaarheid (zie brief genummerd 31 op lijst ingekomen stukken bij raadsvergadering 27 mei 2008) het college heeft opgeroepen een aantal van de Vrijplaatsorganisaties, te weten de sportschool, de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal actief bij te staan in het kader van herhuisvesting.
• Het college aan deze organisaties twee keer eerder een aanbod tot herhuisvesting heeft gedaan, maar deze tot op heden geen gebruik van dat aanbod hebben gemaakt.

Verzoekt het college,

Genoemde Vrijplaatsorganisaties actief te ondersteunen bij het vinden van alternatieve huisvesting en dit te doen door:
• Binnen de gemeentelijke organisatie een nader vast te stellen aantal uren aan ambtelijke capaciteit aan te bieden voor ondersteuning bij het opstellen van herhuisvestingplannen .
• Binnen de gemeentelijke vastgoedportefeuille actief te zoeken naar geschikte locaties, met in achtneming van een te realiseren marktconforme huur- dan wel koopsom en bestaande subsidieregelingen.
• Een onderzoek naar draagkracht en realisatiekracht ten behoeve van herhuisvesting te faciliteren. Dit onderzoek plaats te laten vinden door een organisatie naar keuze van de Vrijplaatsorganisaties zelf en dit onderzoek financieel mogelijk te maken met een bijdrage van maximaal € 15.000,-, zodanig, dat de gemeente de helft van de kosten van dit onderzoek voor haar rekening neemt.
• Dit bedrag ten laste te brengen van de voorziene opbrengsten uit de verkoop van vastgoed
• Genoemde ambtelijke capaciteit en middelen slechts dan vrij te maken wanneer bedoelde Vrijplaatsorganisaties binnen twee maanden na heden aangeven akkoord te gaan met herhuisvesting op een andere locatie, waarna binnen voornoemde periode niet tot ontruiming zal worden overgegaan.

en gaat over tot de orde van de dag.

Pieter Kos (GL)

Op dit moment is er sprake van overleg tussen de vrijplaatsgebruikers en de gemeente. Ook het moment van mogelijke ontruiming komt met rasse schreden dichterbij.

Vandaar dat de fractie van GroenLinks op basis van artikel 45 van het reglement van de Raad de volgende vragen heeft aan het College van Burgemeesters en Wethouders. 

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 3 november 2009)

1. Zijn er binnen de ambtelijke organisatie uren aangeboden en gebruikt voor ondersteuning bij het opstellen van herhuisvestingplannen? Zo ja, hoeveel en met welk doel? Zo nee, waarom niet?

Ja, er is circa 100 uur vanuit de ambtelijke organisatie gebruikt voor ondersteuning van de sportschool Hong Ying in de zoektocht naar alternatieve huisvesting. Er is van meet af aan veelvuldig contact geweest met Hong Ying, teneinde de wensen ten aanzien van een alternatieve locatie goed in kaart te brengen. Uiteindelijk hebben wij  Hong Ying de passende locatie aan de Johan Wagenaarlaan aangeboden, waar Hong Yin ook zelf zeer enthousiast over is. Vervolgens hebben medewerkers van de gemeente Leiden in de maanden maart, april en mei 2009 de locatie samen met Hong Ying diverse keren bekeken en heeft overleg plaatsgevonden over de mogelijkheden om de ruimte aan de wensen van de sportschool te passen.

Begin juni 2009 heeft Hong Ying een concept-huurovereenkomst ontvangen. Ook over de inhoud van deze overeenkomst is geregeld contact geweest. Uiteindelijk is  in augustus 2009 de definitieve huurovereenkomst ondertekend en zijn de werkzaamheden om de gehuurde ruimten aan te passen in gang gezet. Omdat Hong Ying de ruimte in de Koppenhinksteeg snel wilde verlaten, is ook nog gebruik gemaakt van een door ons geboden mogelijkheid om een leegstaande ruimte in het pand aan de Johan Wagenaarlaan tijdelijk te gebruiken. Daartoe is een gebruiksovereenkomst gesloten.

In september 2009 heeft Hong Ying de Koppenhinksteeg verlaten. Hong Ying heeft in het kader van de subsidieregeling ‘Participatie en ontmoeting’ een eenmalige subsidie aangevraagd voor het openingsfeest welke gedeeltelijk is toegekend. 

Inmiddels zijn de gehuurde ruimtes aangepast en opgeleverd en heeft op 23 oktober 2009 bovengenoemd openingsfeest plaatsgevonden.

Bij brief van 14 april 2009 hebben wij, conform het verzoek van de Raadscommissie, ook aan de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal een nieuw aanbod tot ondersteuning in de zoektocht naar alternatieve huisvesting gedaan. Daarbij hebben wij onder andere verzocht een bij de brief gevoegd formulier ‘Aanvraag Ruimte’ ingevuld te retourneren. Hierop hebben de weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal op 12 mei 2009 schriftelijk laten weten de mogelijkheden te willen verkennen om tot een voor alle betrokkenen acceptabele oplossing te komen. Hiermee werd door de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal niet voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in de motie, namelijk akkoord te gaan met herhuisvesting op een andere locatie.

Op 24 juni 2009 hebben wij geantwoord dat niet kon worden gestart met de periode van actief zoeken binnen de gemeentelijke vastgoedportefeuille naar een geschikte alternatieve locatie voordat aan alle - in de motie -  gestelde voorwaarden was voldaan.

Wij hebben vervolgens (nogmaals) verzocht een eerder verzonden brief voor akkoord ondertekend aan ons te retourneren. Door tekening van deze brief zouden de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal zich verplichten tot  een vrijwillige verhuizing. Ook is er wederom op gewezen dat het bijgevoegde formulier ,‘Aanvraag Ruimte’ volledig ingevuld en ondertekend aan ons geretourneerd diende te worden.

Op 30 juni 2009 hebben wij van de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal alleen een ingevuld formulier ‘Aanvraag Ruimte’ ontvangen. Wij hebben echter wederom niet de meergenoemde brief voor akkoord ondertekend retour ontvangen.

Desalniettemin hebben wij - geheel onverplicht - binnen de gemeentelijke vastgoedportefeuille actief gezocht naar geschikte locaties, met in achtneming van een te realiseren marktconforme huur- dan wel koopsom en bestaande subsidieregelingen. Wij hebben daarbij een mogelijke locatie gevonden voor de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal. Het betrof het vrijstaande gebouw exclusief buitenruimte gelegen aan de Kloosterpoort 4 te Leiden.

Nadat wij de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal van de mogelijke locatie op de hoogte hadden gesteld en hen op 5 augustus een concreet aanbod hadden gedaan, heeft op 1 september 2009 een gesprek plaatsgevonden tussen een van onze medewerkers en vertegenwoordigers van de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal. Uit dit gesprek en uit een door de organisaties nagezonden brief van 9 september 2009 is gebleken dat de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal geen marktconforme huurprijs op kunnen brengen en een subsidierelatie met de gemeente van de hand wijzen. Voorts is vast komen te staan dat de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal pas op een aanbod voor alternatieve locatie in willen gaan als de rechtbank zou besluiten dat de organisaties de in gebruik zijnde panden moeten verlaten.

Gelet hierop hebben wij de Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal op 23 september jl. moeten meedelen dat wij het aanbod Kloosterpoort 4 niet langer gestand doen.

2. Is er binnen de gemeentelijke vastgoedportefeuille actief gezocht naar geschikte locaties, met in achtneming van een te realiseren marktconforme huur- dan wel koopsom en bestaande subsidieregelingen?

Ja. zie antwoord vraag 1.

3. Heeft de gemeente een onderzoek naar draagkracht en realisatiekracht ten behoeve van herhuisvesting gefaciliteerd? Zo nee, waarom niet?

Nee, met Hong Ying was al snel overeenstemming bereikt over een alternatieve locatie zodat een (nader) onderzoek niet nodig was. De Weggeefwinkel en de Fabel van de Illegaal hebben aangegeven geen subsidieverzoek te willen indienen en hebben ze tevens aangegeven, pas een verhuizing te overwegen, nadat de rechtbank zou besluiten dat de gebruikers de panden moeten verlaten en daarmee voldoen ze dus niet aan de gestelde voorwaarden voor verdere uitvoering van de motie. Een verdere uitvoering van de motie en daarmee een onderzoek naar draagkracht en realisatiekracht niet aan de orde is geweest.

4. Heeft dit onderzoek plaats gevonden door een organisatie naar keuze van de Vrijplaatsorganisaties zelf?  Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 1 en 3.

5. Is er gebruik gemaakt van de mogelijkheid voor dit onderzoek budget van de gemeente te krijgen met een maximum van € 15.000,-, zodanig, dat de gemeente de helft van de kosten van dit onderzoek voor haar rekening neemt. Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord vraag 1

6. Kunt u in algemene zin een beschrijving geven van de overleggen tussen de gemeente en de vrijplaatsgebruikers sinds het aannemen van de motie en heden?

Zie antwoord vraag 1

 


Gevraagd door: R. BECHT (GL) op 22 september 2009
FAQ uit/inklappen Rijnlandroute

(ingekomen 18 september 2009)

Op vrijdag 4 september jl. hebben leden van de raadscommissie Ruimte en Bereikbaarheid een presentatie van de heer Hoppenbrouwers gekregen, over de Integrale Benadering Holland Rijnland. Voornaamste punt van discussie was de Rijnlandroute. De presentatie is korte tijd later aan ons rondgemaild. Thans ontdekt de fractie van D66 dat de heer Hoppenbrouwers op 1 september de betrokken colleges veel uitgebreider geïnformeerd heeft. Zijn presentatie van die dag staat op http://www.behoudrijnland.nl/Presentatie_Michel_Hopenbrouwers_010909.pdf
Op 1 september zijn er verschillende inpassingsvarianten getoond, onder meer voor het tracé dat langs de Stevenshof zou moeten komen, met bedragen daaraan gekoppeld. Dat leidt ons tot de volgende schriftelijke vragen aan het college:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingekomen 27 oktober 2009)

1. Is de presentatie zoals die op de website van Behoud Rijnland staat inderdaad wat  wethouder Steegh op 1 september te zien heeft gekregen?

Ja

2. In de presentatie van 1 september worden bedragen gekoppeld aan diverse opties. Zijn  die bedragen inderdaad de best beschikbare informatie op dat moment? Met name: kost  de minimale inpassingsvariant inderdaad 420 mio en de basisvariant 550 mio?

De presentatie bevat voorlopige resultaten  en bevat geen definitieve conclusies. Het is daarmee te vroeg om nu al definitieve bedragen te koppelen aan de diverse varianten.

3. Blijkens de kaartjes wordt het tracé op maaiveld aangelegd door de Oostvlietpolder. Is  het college inderdaad bereid tot de aanleg van die variant?

Het college heeft nog geen conclusies getrokken ten aanzien van de vraag welke variant aangelegd zal worden.

4. Ook voor het gedeelte langs de Stevenshof wordt blijkens de plaatjes gekozen nu voor  een maaiveldligging. Op 10 september deelde wethouder Steegh de commissie R&B  mee dat “alles minder dan een verdiepte ligging voor het college volledig onbespreekbaar  is”. Dat geldt dus ook voor deze maaiveldligging, nemen wij aan. Is het college  voornemens de strijd met de provincie en/of het Rijk aan te gaan als die overheden  zouden willen proberen de aanleg volgens deze variant op te leggen?

Het college wil graag in goede samenwerking met alle betrokken partijen, waaronder de provincie en/of het Rijk komen tot een optimale oplossing. De inzet van het college is natuurlijk een zo gunstig mogelijke inpassing, maar de onderhandelingen zijn nog volop aan de gang.

5. Bij de plaatjes zit ook een variant waar bij staat: “Variant 1 juli: half verdiepte ligging”.  Kosten: 25 miljoen. Was die variant op 1 juli nog aan de orde? Waarom nu dan niet  meer? Wat kost de maaiveldligging?

Ja. Het college heeft nog geen beslissing genomen ten aanzien van de tracékeuze en de wijze waarop het tracé aangelegd zou worden. De maaiveldligging  kost ca. 19 miljoen euro exclusief BTW voor het wegvak tussen de spoorkruising en de knoop Maaldrift.

6. Waarom mocht de heer Hoppenbrouwers op 4 september kennelijk niet aan de  raadscommissie laten zien wat u op 1 september te zien kreeg?

De presentatie van de heer Hoppenbrouwers bevatte slechts voorlopige resultaten. Het college informeert de raadscommissie graag met harde feiten en niet met voorlopige resultaten, waaraan geen conclusies kunnen worden verbonden.

7. Hoe beoordeelt u in dezen het niet volledig informeren van de raadscommissie op 4  september?

Gezien het antwoord op vraag 6 is het college van mening dat ze de raadscommissie volledig heeft laten informeren. Eindverantwoordelijkheid voor de inhoud van de presentatie ligt bij de gastspreker en niet bij het college.


Gevraagd door: P.VAN MEENEN EN P. BOOTSMA (D66) op 18 september 2009
FAQ uit/inklappen extra halte buslijn 14 op de 5-Meilaan

(ingekomen 8 september 2009)

Met voldoening heeft de CDA-fractie kennis genomen van de mededeling, dat Wethouder Steegh op 17 september aanstaande buslijn 14 officieel zal openen. Hierdoor zullen met name veel ouderen in Zuid-West uit hun isolement verlost worden. De overstap naar buslijn 13 wordt echter als problematisch ervaren. Naar aanleiding hiervan verzoeken wij, gezien artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad, u namens de CDA-fractie om de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 15 december 2009)

1.  Deelt u de mening van de CDA-fractie, dat een extra bushalte op de 5 Meilaan bij de Van Blankenburgstraat het mogelijk zou maken, dat mensen sneller van lijn 14 op lijn 13 kunnen overstappen, zodat zij een betere verbinding met Station De Vink of station Lammenschans zouden hebben?

Ja, de overstap zal sneller zijn.

2. Bent u bereid om daar die extra bushalte te doen realiseren, waarbij de bus op de rijbaan van de 5 meilaan zou kunnen stoppen zoals nu ook al het geval is tussen de Churchilllaan, de spoorbaan en de Kennedylaan?

Nee, niet op korte termijn.

3.  En zo niet: Op grond van welke overwegingen?

Inmiddels heeft Connexxion besloten om vanaf 3 januari 2010, de - door ons geopperde  extra lus te rijden met lijn 13 via de Cornelis Schuytlaan. Hier rijdt ook buslijn 14, waardoor een goede overstap ontstaat. Het is dan ook niet nodig om extra haltes op de 5 meilaan aan te leggen. 

4.  En zo ja: Binnen welke termijn kan die extra bushalte alsdan gerealiseerd zijn?

N.v.t.

 


Gevraagd door: A. FLIPPO EN F. VAN DIJK (CDA) OP 9 SEPTEMBER 2009
FAQ uit/inklappen Brug naar Poelgeest

(ingekomen 22 januari 2009)

Op 18 december zond de ambtelijk projectleider Poelgeest van de gemeente Oegstgeest een brief aan burgemeester Lenferink. Onderwerp is de nu al veelbesproken brug naar Poelgeest. Deze brief is te vinden op het weblog van D66-duo-raadslid Peter Bootsma (www.peterbootsma.web-log.nl). Deze brief roept een aantal vragen bij mijn fractie op.

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 17 maart 2009)

1. De brief is ondertekend door de ambtelijk projectleider. Bent u nagegaan waarom de brief niet is ondertekend door het college van B&W van Oegstgeest, zoals in het  bestuurlijk verkeer gebruikelijk?

Ja. De verantwoordelijke wethouder van Oegstgeest heeft aangegeven dat de brief wel met hem is afgestemd en dat ambtelijke ondertekening geen bewuste keuze is geweest. Hij heeft aangegeven dat bij nader inzien de brief beter door het college had kunnen worden ondertekend.

2. In de brief worden de afspraken uit de bestuursovereenkomst tussen Leiden en Oegstgeest samengevat. Daarin wordt o.a. gesproken over een ‘minimale breedte’ van de brug van 11,5 meter. In de bestuursovereenkomst zelf (opgemaakt op 17 oktober 2006 en eerder met de raad gewisseld) staat: ‘Deze brug zal een breedte hebben van 11,5 meter’. Welke van de twee is onjuist?

In onze nota van uitgangspunten wordt uitgegaan van een brugbreedte van 11,5 meter. Daarmee wordt tevens voldaan aan de afspraken in de bestuursovereenkomst.

3. Bij de projectleider is er kennelijk onvrede over de voortgang van het project. Hij wijst uitdrukkelijk op het in werking kunnen treden van de boeteclausule, die Leiden zou verplichten een bedrag van 1.468.750 euro aan Oegstgeest te betalen. In de bestuursovereenkomst staat echter geen termijn genoemd waarbinnen de gemeente Leiden iets moet doen. Hoe beoordeelt u dit gedeelte van de brief?

In de bestuursovereenkomst wordt inderdaad geen uitspraak gedaan over het moment waarop de boete opeisbaar is. Wij zien de brief van Oegstgeest als een herinnering aan de gemaakte afspraken. Oegstgeest vraagt met hun brief aandacht voor het nakomen van de gemaakte afspraken over de brug.

4.  Welke afspraken zijn er sinds de raadsbehandeling in juni met Oegstgeest precies gemaakt over de voortgang van de aanleg van deze brug?

Wij hebben na de raadsbehandeling van 8 en 9 juli 2008 de gemeente Oegstgeest geïnformeerd over het projectbesluit.De gemeente Oegstgeest was zeer content met het projectbesluit en gaf aan constructief mee te willen werken aan de verdere uitwerking van dit plan. Nadien zijn nog geen nadere afspraken gemaakt.

5.  In de brief staat: ‘Tevens is informeel aangegeven dat de gemeente Leiden momenteel budgettair een andere prioriteit overweegt.’ Is dat juist? Zo ja, wat is die andere prioriteit?

Nee, maar feit is dat de kosten van de brug nog niet volledig zijn gedekt, zoals ook al in het projectbesluit aan de raad was voorgehouden. Sindsdien is energie gestoken in het verkrijgen van subsidie van de provincie Zuid-Holland. Aangezien hierop nog geen antwoord is verkregen, kon nog geen sluitend voorstel aan College en Raad worden voorgelegd.

6. Oegstgeest deelt mede dat de door de gemeente Leiden gestuurde factuur vooralsnog niet betaald zal worden. Hoe hoog was deze factuur? Heeft dit betrekking op het eveneens in de boeteclausule genoemde bedrag dat Oegstgeest moet betalen als zij niet meewerkt aan het realiseren van tien standplaatsen voor te woonwagens van het Trekvaartplein?

Dit ging om een factuur van €2.350.000,= betreffende de bijdrage van Oegstgeest aan de aanleg van de brug. Er is geen relatie met de aanleg van standplaatsen.

7. Wilt u – indachtig vraag 1 - een antwoord op deze brief richten aan het college van B&W van Oegstgeest, en de gemeenteraad van Leiden daarvan een afschrift doen toekomen?

Ja.

8.  Hoe beoordeelt u in algemene zin het sturen van deze brief, in het licht van de door uw college voorgestane vriendschappelijke verhoudingen die er met de buurgemeenten moeten zijn?

Leiden en Oegstgeest hebben zowel ambtelijk als bestuurlijk goed contact. De brief van Oegstgeest is een signaal van Oegstgeest bedoeld om aandacht te vragen voor het nakomen van de gemaakte afspraken over de brug.

 

 

 


Gevraagd door: P. VAN MEENEN (D66) op 17 maart 2009
FAQ uit/inklappen Verbreding fietspad IJsselmeerlaan

(28 april 2009)

Het fietspad dat achter de oostelijke Hoven loopt en dat eindigt op de IJsselmeerlaan wordt op dit moment verbreed. Officieel is dit omdat een gasleiding nabij de Willem de Zwijgerlaan moet worden verlegd, waardoor tijdelijk de ventweg niet als calamiteitenroute kan worden gebruikt. Aangezien de verbreding nogal grondig wordt aangepakt, vroeg een bezorgde omwonende zich af of de verbreding wel echt tijdelijk is. Hij heeft daar vragen over gesteld op het Stadsbouwhuis, die vriendelijk in ontvangst zijn genomen, maar nooit beantwoord. Daarom via deze weg de volgende vraag:

Is de verbreding van het genoemde fietspad inderdaad tijdelijk, en wanneer wordt die verbreding waarschijnlijk weer ongedaan gemaakt?

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 16 juni 2009)

De werkzaamheden aan de Willem de Zwijgerlaan zijn in volle gang. Door de aannemer en door diverse kabel en leidingbeheerders wordt op diverse plaatsen in het tracé gewerkt. Om de uitvoering van het gehele werk in goede banen te leiden is in nauw overleg met de alarmdiensten een uitvoeringsdraaiboek opgesteld.
Vanaf begin mei wordt door de Gasunie een hoge druk gasleiding vernieuwd, hetgeen een groot effect heeft op het verkeer. Onder andere zal de noordelijke parallelweg van de Willem de Zwijgerlaan niet meer gebruikt kunnen worden als alarmroute. Na overleg met de alarmdiensten is gebleken dat het werk op een verantwoorde manier uitgevoerd kan worden als een alternatieve alarmroute kan worden geboden. Daartoe moest het fietspad achter de oostelijke Hoven (Joop Vervoornpad) op aangeven van de alarmdiensten worden verbreed. In eerste instantie werd door de alarmdiensten een breedte geëist van 5,50 m, maar kon in goed overleg worden teruggebracht tot 3,50 m.
De route zal ook dienst doen tijdens de uitvoering van de bouw van de tunnel die vanaf volgend jaar in de Willem de Zwijgerlaan ter hoogte van de Kooilaan zal worden gebouwd. De route zal voornamelijk gebruikt worden door fietsers en in zeer incidentele gevallen door alarmdiensten. Autoverkeer is verboden. De calamiteitenroute blijft in gebruik tot het einde van de werkzaamheden aan de Willem de Zwijgerlaan (naar verwachting medio 2012). In verband met deze langere periode is er voor gekozen om de verbreding in asfalt uit te voeren en is niet gekozen voor straatklinkers. Hierdoor kan voor de fietsers een comfortabel alternatief geboden worden.
Na afloop van het werk zal het fietspad weer versmald worden.

Op 20 april is over dit onderwerp een bewonersbrief rondgestuurd.

 


Gevraagd door: J. VAN DER KRAATS (SP) op 28 april 2009
FAQ uit/inklappen Vertraging van de verlegging Gooimeerlaan

(25 maart 2009)

Vandaag lazen wij voor de tweede keer over de complicaties bij de verlegging van de Gooimeerlaan. Van diverse bronnen horen wij verschillende lezingen. De VVD verwacht duidelijkheid en daadkracht van de gemeente. Daarom willen wij graag weten wat er precies aan de hand is, hoe en vooral hoe snel dit opgelost gaat worden en of dit voor nog meer vertraging van het project èn langere verkeershinder voor de Leidenaren gaat zorgen.
Volgens de directie van de Nationale Vastgoed Groep zou een stuk grond van 1200 vierkante meter benodigd zijn voor wegenbouw. Die grond is echter nog niet in handen van de gemeente . De gemeente reageerde gisteren in de krant met de opmerking dat het kadaster mogelijk een meetfout zou hebben gemaakt. Vandaag spreekt een woordvoerder van het kadaster die mogelijkheid niettemin tegen . Intussen zou, volgens het Leidsch Dagblad, het werk zijn stilgelegd.

Op grond van artikel 43 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad willen wij u namens de fractie van de VVD dan ook de
volgende vragen stellen:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 21 april 2009)

1. Hoe kan het dat het eigendom van deze snipper grond over het hoofd is gezien?

Het betreft hier een transactie tussen twee private partijen waarbij de gemeente in juridische zin geen eigendom had. Bij de perceelscheiding tussen Libema en Groenoord CV is een fout gemaakt in de begrenzing van percelen. In plaats van de eerder afgesproken projectgrenzen te respecteren is een rechte lijn getrokken, waardoor een verschil van 25 m2 ontstond. Gezien de geringe afwijking is het mogelijk dat partijen dit domweg over het hoofd hebben gezien. De gemeente houdt Groenoord CV overigens aan de contractafspraken dat zij de 25 m2 grond zullen leveren.

2. Gaat het bij het onderliggende geschil omtrent de Gooimeerlaan nou om 1200m² of om 25m²?

Het betreft een geschil tussen Groenoord CV en NVG en gaat enerzijds om 25 m2. Dat is de grond die nodig is ten behoeve van de aanleg van een fietspad van de Gooimeerlaan. Daarnaast is nog discussie over een oppervlak, door NVG aangegeven als 1200 m2, dat nodig is voor de aanleg van een ontsluitingsweg en parkeerplaatsen op het Groenoordhallenterrein, te realiseren door Groenoord CV (zie bijgaande schets).

3. Is dit stuk grond absoluut noodzakelijk voor het verleggen, zoals gepland, van de Gooimeerlaan of is het mogelijk om deze weg daaromheen aan te leggen?

Ervan uitgaande dat het stuk grond betrekking heeft op de 25 m2 dan is dit stuk grond niet noodzakelijk voor de aanleg van de autoweg. Voor de aanleg van het fietspad is de 25 m2 wel noodzakelijk. Als uiterste zou het fietspad om de betrokken locatie kunnen worden aangelegd, maar dit gaat ten koste van het ontwerp en ten koste van groen (zie bijgaande schets).

4. Liggen de werkzaamheden aan deze verlegging nu stil? Zo ja, hoe lang gaat dit naar verwachting duren en zijn hier nog kosten aan verbonden?

Het werk ligt niet stil, maar wordt volgens plan uitgevoerd. Over enkele weken zou het fietspad ter plaatse van die hoek kunnen worden aangelegd. Indien dan nog geen overeenstemming is bereikt met NVG dan wordt die hoek nog niet aangelegd. De hoek wordt dan pas na verkregen overeenstemming aangelegd. Gezien het geringe oppervlak zullen de meerkosten marginaal zijn. Als uiterste zou het fietspad om de betrokken locatie kunnen worden aangelegd, zoals bij het antwoord van vraag 3 is aangegeven.

5. Voor welk deel van de grondaankopen is Ymere verantwoordelijk en wat komt voor rekening van de Gemeente Leiden?

Ymere, lees ontwikkelaar Groenoord CV, is verantwoordelijk voor de levering van zowel die 25 m2 voor de Gooimeerlaan als die 1200 m2 voor de ontsluitingsweg. In het contract dat de gemeente met Groenoord CV heeft afgesloten is afgesproken dat de grond voor de Gooimeerlaan om niet aan de gemeente wordt geleverd en dat de ontsluitingsweg na oplevering aan de gemeente wordt overgedragen. De gemeente houdt Groenoord CV aan haar contractuele verplichtingen.

6. Is de gemeente in onderhandeling met de Nationale Vastgoed Groep over het perceel aan de Gooimeerlaan en de te realiseren ontsluitingsweg voor Ymere?

Nee, de gemeente is in deze geen partij en is dus niet in onderhandeling met NVG. De gemeente probeert wel te bemiddelen tussen NVG en Groenoord CV. Als de 25 m2 grond voor de Gooimeerlaan niet geleverd kan worden door Groenoord CV aan de gemeente dan betekent dit ook dat Groenoord CV haar contractuele verplichtingen ten aanzien van de grondruil niet nakomt. Mochten partijen uiteindelijk niet tot overeenstemming komen dan zal de gemeente vanuit haar publieke rol uiteindelijk een onteigeningsprocedure kunnen opstarten. Als uiterst zou het fietspad om de betrokken locatie kunnen worden aangelegd, zoals bij de beantwoording van vraag 4 al is vermeld.

7. Wie koopt nu de grond van de Nationale Vastgoed Groep voor de ontsluitingsweg, Ymere of de gemeente zèlf? Is hierover al een overeenkomst gesloten?

In het contract tussen de gemeente en Groenoord CV is bepaald dat Groenoord CV binnen de afgesproken projectgrenzen het plan aanlegt en na oplevering de openbare ruimte overdraagt aan de gemeente. Onderdeel van het plan is de aanleg van de ontsluitingsweg die na oplevering dus door Groenoord CV aan de gemeente moet worden overgedragen. Er is echter nog geen contract tussen Groenoord CV en NVG.

 


Gevraagd door: P. Laudy en F. Zevenbergen op 25 maart 2009
FAQ uit/inklappen Voortgang van het plan voor een nieuwe brug bij het Trekvaartplein

(22 januari 2009)

Naar aanleiding van het artikel onder de kop “Leiden laks met afspraak brug“ in het Leidsch Dagblad van 22 januari 2009, waarin onder andere wordt vermeld: “Geen planning, geen plan van aanpak, zelfs geen projectleider heeft de gemeente Leiden voor de bouw van een nieuwe brug tussen Oegstgeest en Leiden bij het woonwagencentrum Trekvaartplein” en verder: “Steegh erkent dat zijn gemeente laks was. Hij belooft nu snel een plan te gaan maken. Hij denkt dat het er 15 april kan zijn.”,  verzoek ik, gezien artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad, u namens de CDA-fractie om de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:

Antwoord van Burgemeester en Wethouders

(ingezonden 17 maart 2009)

1. Heeft u kennis genomen van op vermeld artikel?
Ja.

2. Zijn de feiten en omstandigheden naar uw oordeel juist weergegeven in dat artikel? En zo niet: welke betreft dat?
Niet alle feiten en omstandigheden zijn juist weergegeven. Het artikel suggereert dat er al in november een plan voor een nieuwe brug had moeten zijn. Dat is onjuist. Het convenant tussen de gemeenten Oegstgeest en Leiden dateert van 17 oktober 2006 en is door de gemeenteraad goedgekeurd op 13 december 2006. Sinds dat moment is door Leiden gewerkt aan de Nota van Uitgangspunten Trekvaartplein e.o. Daarin worden herinrichting van het woonwagenkamp, de aanleg van de nieuwe weg en brug en de herinrichting van de Haarlemmerweg in samenhang behandeld. Vanaf dat moment kan gewerkt worden aan het uitvoeringsbesluit en een concrete planning voor de aanleg van de brug. Op 8 en 9 juli 2008 is hierover een projectbesluit genomen door de gemeenteraad van Leiden..

3. Heeft u de gemeente Oegstgeest meegedeeld, dat de gemeenteraad in zijn vergadering van 08 en 09 juli 2008 een Projectbesluit ( RV 08.0053), waarin de genoemde brug met de noodzakelijke wegen zijn opgenomen, heeft genomen en, dat dit besluit moet leiden tot een Uitvoeringsbesluit? En zo niet: Waarom niet? En zo ja: Wat was de reactie van de gemeente Oegstgeest daarop?
Ja, de gemeente Oegstgeest was zeer content met projectbesluit en gaf aan constructief mee te willen werken aan de verdere uitwerking van dit plan.

4. Is mijn indruk, gevoed door dit artikel, juist, dat er sinds het genoemd besluit van de gemeenteraad niet meer aan dit project is gewerkt? En zo niet: Graag een toelichtende verklaring.
In juli 2008 heeft de gemeenteraad een Projectbesluit genomen voor de herinrichting van het woonwagenkamp, de aanleg van de nieuwe weg en brug en de herinrichting van de Haarlemmerweg. In dat projectbesluit is aangegeven dat de dekking van de kosten voor de aanleg van de weg en brug nog niet rond is. Er is een  gat van € 800.000.  In de geest van de aanbevelingen van de Onderzoekscommissie Overschrijding Grote Projecten is gewacht met uitwerking van de plannen in een uitvoeringsbesluit totdat bekend is hoe de dekking van het project ‘rond’ kan worden gemaakt. Na juli 2008 is onze inzet daarop gericht geweest. Dekking door herprioritering binnen de gemeentebegroting is nog niet gelukt, maar de gemeente heeft in 2008 voor de Trekvaartbrug een subsidie-aanvraag gedaan bij de provincie Zuid-Holland. Wij zijn  in afwachting van reactie van de provincie.

5. Wanneer zult u het Uitvoeringsbesluit aan de gemeenteraad voorleggen?
Wij gaan er van uit dat er rond 15 april 2009 duidelijkheid is over de dekking van het project. Vanaf dat moment kan hopelijk de verdere voorbereiding starten. Te beginnen met een plan van aanpak. In dat plan van aanpak wordt de marsroute naar het uitvoeringsbesluit aangegeven. In grote lijnen zijn daarin de volgende stappen te onderscheiden. Op basis van verkeersonderzoek en tellingen wordt een programma van eisen voor de brug en weg opgesteld. Deze worden vertaald naar een voorlopig ontwerp en vervolgens een definitief ontwerp inclusief kostenraming. Op basis daarvan kunnen de vergunningen, ontheffingen en andere besluiten worden voorbereid en kan de aanbestedingsprocedure starten. Indien alle procedures gunstig verlopen moet dat leiden tot een uitvoeringsbesluit medio 2010.
Zie ook het antwoord op vraag 5 van de heer van Meenen (D66) over hetzelfde onderwerp.

6. Deelt u het oordeel van de CDA-fractie, dat het plan voor de genoemde, nieuwe brug een integraal onderdeel van dat Uitvoeringsbesluit dient te zijn? En zo niet: Op grond van welke overwegingen?
In juli 2008 is een projectbesluit voor het Trekvaartplein en omgeving genomen. In dat besluit komt de samenhang tussen de 3 deelprojecten ( herinrichting woonwagenkamp, aanleg weg en brug, herinrichting Haarlemmerweg) tot uitdrukking. Conform de Nota van Uitgangspunten zijn de drie onderdelen daarna als afzonderlijk project verder opgepakt.. Voor de drie projecten wordt daarom afzonderlijk een Uitvoeringsbesluit voorbereid. ‘

7. Welke status zal, mede gelet op vraag 6., het plan dat er mogelijk 15 april 2009 kan zijn naar uw oordeel hebben?
Deze vraag is al onder vraag 5 beantwoord
NB:  Indien de dekking voor de kosten van de brug eerder dan 15 april bekend is, kunnen de werkzaamheden als genoemd onder vraag 5 eerder starten.

 

 


Gevraagd door: A. Plippo (CDA) op 22 januari 2009